Maand: maart 2012

Secrets of the Moon – Seven bells

Sinds “Carved in stigmata wounds” draag ik de heren van Secrets of the Moon een stijve penis toe. Niet zozeer omdat hun X-factor hoge toppen scheert, zoals altijd wordt een Duitse band in eigen land tot God verheven, maar Secrets of the Moon kan echt wel een interessant potje black metal koken. “Antithesis” en het vorige “Priviligium” bewezen dat Phil en zijn kornuiten het black metalrecept extra peperden met tribal drums, zware en trage gitaren. Ook op “Seven bells” wordt voortgeborduurd op dezelfde pekzwarte sfeer als voordien. Album nummer vijf is toch net iets anders dan voordien. De officiële videoclip voor “Nyx” deed mij (komt ie-) niks en ik vreesde dat “Seven bells” vol zou staan van zulke trage en inspiratieloze meuk. De laatste albums waren dan ook erg statisch en traag. Gelukkig blijkt deze angst ongegrond, want het titelnummer opent met de typische up-tempo vibe die in 2004 ook “Carved in stigmata wounds” kenmerkte. Secrets of the Moon gaat nog een stukje verder en brengt her en der wat old school thrash metalinvloeden, iets wat ze voordien nooit deden. Datzelfde wordt nadien enkele keren herhaald, onder andere in “Goathead”. Het is effe schrikken Secrets of the moon in deze gedaante te horen. De band doet dan ook veel moeite om niet in herhaling te vallen met het verleden. Sir Golden experimenteert met zijn stem en hij komt er goed mee weg. Van zijn kenmerkende zwak klinkende black metal screams helt het over naar zuiverdere stukken en haast Gojira-inspired geroep zoals in “Serpent Messiah”, een b666st van een nummer! Dat nummer swingt en brengt tegelijkertijd een ingetogen sfeer met zich mee. Soms doet het me wat aan Satyricon denken, maar die vergelijking zou Secrets of the Moon oneer aandoen. Die donkere sfeer wordt doorgetrokken in trage nummers zoals “Nyx” en het Celtic Frost/Triptykon aandoende “Worship”. Dit maal past de puzzel wel en voelt het allemaal erg goed aan. De productie van “Seven bells” staat als een huis, maar is eerder een minpunt, want de klinische productie doet steriel aan en haalt de sfeer naar beneden. Het is moeilijk een goed beeld te vormen van deze schijf. Enerzijds is het een beetje teleurstellend en verwachtte ik misschien te veel? Anderzijds steekt dit boven de middelmaat uit. Zonder twijfel!

fLP: 77/100

Secrets of the Moon – Seven bells (Lupus Lounge 2012)
1. Seven bells
2. Goathead
3. Serpent messiah
4. Blood into wine
5. Worship
6. Nyx
7. The three beggars

Paragon Impure – Komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had

Paragon Impure mag misschien dan maar één volwaardig album uitgebracht hebben, het was een Belgische topper in het black metal genre en dat zal niet snel veranderen. De laatste jaren is er echter heel wat nieuws aangekondigd, maar dat alles stierf een stille dood. Hoe zit het nu eigenlijk met Paragon Impure? Aan het woord is bezieler Noctiz. (fLP)

Laten we onmiddellijk aanvallen met wat iedereen wil weten. Waarom heeft Paragon Impure er destijds de brui aan gegeven?
Na de opnames van “The fall of man” verloor ik de zin om verder tijd te investeren in Paragon Impure. Wat ooit aanvoelde als een monster van een geesteskind waarin ik visie, inspiratie en agressie kwijt kon, leek niets meer dan een ziek zorgenkindje te worden dat constant door het achterhoofd spookte en geen enkele voldoening meer gaf. Tevens had ik de voeling met de black metal scene volledig verloren en besloot bijgevolg definitief een punt te zetten achter mijn actieve bijdrage. Mijn creativiteit en (langzaam afnemende) drang om te musiceren kon ik kwijt bij Lugubrum (ADDERGEBROED: Noctiz speelt bas bij Lugubrum), en dat is nog steeds het geval. Paragon Impure komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had; of er uit de as ooit iets zal herrijzen zal de toekomst uitwijzen. Ik zou er echter mijn zinnen niet opzetten. Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik een andere mens geworden ben. Het vaderschap heeft een drastische invloed gehad op mijn visie en gemoedsgesteldheid, en omdat ik op professioneel vlak ook meer uurtjes klop dan toen ik 20 was rest me weinig vrije tijd om ongestoord te werken aan een album. Nogmaals, mijn passie voor black metal (in de vorm dat Paragon Impure het bracht) is zo goed als uitgedoofd en de schaarse momenten dat ik een instrument in handen neem opteer ik voor ontspanning en (bizar) vermaak (met Lugubrum).

Je hebt al erg lang “The fall of man” gereed, maar weigert die uit te brengen. Waarom? Muzikaal deed het me niet meer aan Paragon Impure denken, maar eerder aan bands zoals Ascension. Bang voor reacties van de doorwinterde black metal freak? Hoe kijk je nu terug op “To Gaius!“?
Bang voor reacties van de doorwinterde Black Metal freak? Hmm, je zou beter moeten weten. Ascension ken ik vaag, maar het is zeker geen band waarmee ik Paragon Impure zou relateren of vergelijken. Ik heb Paragon Impure zelf nooit vergeleken met een andere band. Wel moet ik toegeven dat ik ten tijde van “To Gaius!” verzot was op de sound van “Under a funeral moon“, met name op het gitaar- en stemgeluid. Darkthrone, één van de weinige bands waarvan ik het hele oeuvre nog steeds weet te appreciëren, heeft zo een onmiskenbare stempel gedrukt op het album. Ik was 17 toen ik “To Gaius!” schreef. Het was mijn eerste poging een album te creëren waarvan ik zelf écht fan van zou kunnen zijn, mocht het door een andere band uitgebracht worden. Het moest een waardig debuut worden. Een instant classic. Ruw, grim, eenvoudig doch boeiend van begin tot einde. Of ik daar in geslaagd ben laat ik over aan de luisteraar, maar To Gaius! is het enige album van eigen hand dat ik na al die jaren nog regelmatig beluister, en waarvan ik kan genieten ook al is mijn muzikale smaak sterk geëvolueerd. “The fall of man” moest mijn magnum opus worden. Zeker niet zomaar het tweede album van Paragon Impure. Het zou een plaat worden dat mij als artiest tot het uiterste van mijn kunnen zou drijven. Dé (black metal) plaat van mijn leven. Maar het liep mis…Om een lang verhaal kort te maken: toen het einde van het opnameproces in zicht was kreeg ik twijfels. Ik was niet tevreden genoeg. Het gaf me niet de kick dat “To Gaius!” leverde toen ik dat album voltooide. Met alle respect voor Henne, die ik altijd dankbaar zal blijven voor de steun en inspanningen die hij leverde voor Paragon Impure, de drumtracks waren niet van het niveau waarop ik gerekend had. Deels omdat ik te veeleisend was, deels omdat we gewoon te weinig geoefend waren voor de studio. Ik staarde me blind op details, ergerde me aan schoonheidsfoutjes, en ik verloor de hoop en zin om het project tot een goed einde te brengen. Zang heb ik zelfs niet meer opgenomen,… Spijtige zaak, maar de tijd heelt de wonden. Waarom gewoon niet herbeginnen? Enerzijds omdat ik de moed en tijd er niet voor heb, anderzijds omdat mijn muzikale smaak en visie te ver afwijken van de stijl en concept van “The fall of man“. Het zou aanvoelen als een huis renoveren waarin je niet meer wil wonen.

Tevens werd voor Under the Black Sun enkele edities geleden jullie zeer exclusief optreden gecanceld. Anticipeer!
Gebrek aan motivatie. Na het laatste optreden in Desselgem met DNS en Enthroned had ik het wel gehad. In de beginjaren leek ik wel bezeten op podium. Verheven. Ik ging echt volledig op in het moment, of ik nu voor 30 man speelde of een volle zaal. Dat overweldigende en verslavende gevoel ben ik kwijt geraakt. Live spelen met Paragon Impure heb ik nooit als “fun” of ontspannend ervaren. Het was altijd een uitputtende opdracht. Ik was achteraf kapot en blij dat ik naar huis kon. Aan zuipen en blijven plakken had ik op zo’n avond nooit behoefte, wel integendeel. Dus, tot grote spijt van de rest van de live bezetting, heb ik UTBS afgezegd en mezelf beloofd nooit nog op te treden met Paragon Impure. Het loonde gewoon de moeite niet. Tussen haakjes, met Lugubrum is dit een heel ander verhaal. Ik zou met hen elke week op een podium kunnen staan. Amusement gegarandeerd, gelijk onder welke omstandigheden. Vooral het recentere, zeer afwisselend materiaal is erg aangenaam om te spelen en komt live dan ook véél beter tot zijn recht dan de vrij monotone stijl van Paragon Impure.

In feite, ik kan me enkele optredens van jullie voor de geest halen, maar aangezien er nergens een opsomming te vinden valt, kan jij even meedelen waar en wanneer jullie overal gespeeld hebben als dat mogelijk is.
Ik heb geen zin om data op te zoeken of een opsomming te maken, maar de meest gedenkwaardige optredens moeten tijdens de minitour met Shining geweest zijn. Leuke anekdote: op de eerste avond in De Baroeg te Rotterdam liep het mis tijdens het openingsnummer van Shining. De toenmalige gitarist John Doe (Craft) was zodanig onder invloed dat hij zijn gitaar tijdens de eerste riffs volledig ontstemde en aan de knopjes van zijn effectenbox begon te draaien, tot grootste frustratie van frontman Niklas. Er ontstond op podium onderling wrevel en algauw sloeg John zijn Gibson SG aan diggelen, gevolgd door de Marshall amphead die wij voorzien hadden. Daar kon onze goede vriend en chauffeur Joeri niet mee lachen en vloog het podium op om John te “bedaren”, en te checken of de amp de klap overleefd had. Na het betere duw- en trekwerk vloog Joeri’s linkse richting de bezopen kop van John. End of story, althans, zo dachten we,… Shining verliet arrogant het podium en het publiek diende hen van terechte repliek. Joeri, die een beetje aangedaan leek, zocht ons op en vertelde twijfelend dat hij een probleempje had. Ik dacht al dat ik stront rook. Joeri had uit pure koleire zijn broek vol gescheten toen hij uithaalde naar John. Hij besloot dan ook wijselijk zijn onderbroek – of wat ervan over bleef – te verwijderen en op te hangen in de damestoiletten. De ochtend nadien zijn we met z’n allen gezellig gaan shoppen bij de lokale H&M voor een nieuwe jeans, ter vervanging van de besmeurde. Eens gearriveerd op onze volgende bestemming zochten de nuchtere poesjes van Shining ons met kleine oogjes op om het goed te maken, zij waren immers afhankelijk van onze backline. Verder een topavond gehad in Leeuwarden, zonder twijfel ons meest intense optreden ooit.

Zat je eveneens niet achter Target: Earth Productions? Waarom ben je daarmee gestopt?
Klopt. Toen ik 17 was heb ik Pestilence Records uit de grond gestampt, in alle eerlijkheid, om een oneerlijk centje bij te verdienen. Het duistere zaakje draaide goed en financierde allerhande folietjes. Later had ik geen zin meer om pakketjes te maken in mijn eentje en besloot ik een vriend te betrekken. We hadden een deal met Urfaust voor een split met Circle of Ouroborus  en we wouden het iets groter aanpakken. Pestilence Records werd Target:Earth Productions en een dik jaar later verloren we beiden onze goesting. De verkoop was trouwens gekelderd; ofwel waren hun centjes op, ofwel vonden black metal fans hun weg naar gratis digitale alternatieven. Ik was ondertussen gestopt met mijn studies en had geen nood meer aan een zure bijverdienste. That’s it.

Wat vind je trouwens van de hedendaagse black metal scene? Is er nog wat tussen wat je weet te appreciëren of ben je het hele gedoe wat beu? Destijds toen je in Verloren speelde, deden er ook heel wat verhalen de ronde, vooral over zanger Verderf en zijn nogal irritant gedrag. Voor mij komt integriteit van binnenuit en is uiterlijk vertoon niet de maatstaf. Hoe sta jij er tegenover?
Ik ben slecht op de hoogte van de black metal scene, zeker wat nieuwkomers betreft. Enkele ouwe getrouwen blijf ik wel volgen, de ene wat minder Black dan de andere: Craft, Dodheimsgard, Code, Behemoth, Shining, Bergraven, Blut Aus Nord, Deathspell Omega, Watain,… om het gros te noemen. Wat de twee laatstgenoemden betreft, het religieuze “devil worship” kantje laat me totaal koud. Het latere werk van DsO is (muzikaal) ronduit geniaal. Ongelooflijk complex en progressief, volgens mij uniek in het genre. Watain blijft vooral boeien door de toewijding waarmee ze hun muziek brengen. De band druipt van ambitie en overtuiging en dat kan je horen, zien en voelen sinds “Casus Luciferi“. Als er één band met corpse paint, bloed en vuur een performance kan neerzetten dat niet lachwekkend is, dan is het Watain wel. Ik hoop stiekem dat ze, in tegenstelling tot hun grote held J. Nödtveidt, met iets meer spektakel afscheid nemen van onze wereld als hun tijd gekomen is. Een realistischer scenario is echter dat Erik en de zijnen het bij een grote bek en stoer imago houden, en mettertijd tevergeefs in herhaling vallen en doorzichtbaar worden, of is dit reeds het geval? Traditionele, eenvoudige black metal zegt me al lang niets meer (op Darkthrone na). Het hoeft daarom niet per se vernieuwend te zijn, maar een vleugje originaliteit, een goede beheersing van de instrumenten en een aanvaardbare productie zijn vereisten geworden om op zijn minst mijn aandacht te trekken. Eén van de vernieuwers, voor mij dé band in jaren – eerder nog slechts vaag verbonden met de black metal scene – is voor mij Virus. “The agent that shapes the desert” is een mijlpaal, punt. Ere wie ere toekomt. Ik heb nooit oogkleppen gedragen, altijd een open-minded muziekliefhebber geweest. Mijn absolute favorieten zijn al jaar en dag The Doors, Led Zeppelin, The White Stripes, Pink Floyd, Portishead, Morbid Angel, Primus, My Dying Bride, Ulver, Marilyn Manson, QOTSA, Wolfmother, Radiohead, Eels, Cannibal Corpse (post-Barnes)…vorig jaar heb ik Meshuggah (her)ontdekt en recenter het latere werk van Tom Waits. (Na deze opsomming haast menig Black Metal puritein zich naar zijn rekje om “To Gaius!” te liquideren.) Om kort te reageren over Verloren: het imago van de band werd gemaakt en gekraakt door Verderf, meteen de reden waarom onze wegen zich scheidden. Verderf was, zowel op als naast het podium, een man van extremen. Laten we het daarbij houden. We hebben het op persoonlijk vlak later bijgelegd maar de band kon niet meer functioneren met hem, en wat bleek: ook niet zonder hem. Het vertrek van Lennert – hij werkt als manager voor InBev in Budapest – betekende de doodslag. Ik denk en hoop dat de eeuwige discussie over “true” en “posers” enkel wordt gevoerd door groentjes en minderbegaafden, net zoals wij groentjes en minderbegaafd waren in den beginne van Verloren, haha… Nota bene: integriteit siert de artiest, maar charisma en overtuigingskracht geven de performance een extra dimensie. Ter illustratie enkele notoire voorbeelden: Erik (Watain), Niklas (Shining), MkM (Antaeus), Mortuus (Marduk),…Verloren kon zich wat présence betreft geen betere frontman wensen dan Verderf.

Mgla – With hearts toward none

We hebben er vier jaren op moeten wachten, maar hij is er! De nieuwste van Mgla wordt in alle furie op de mensheid losgelaten en we zullen het geweten hebben. Polens beste exportproduct heeft slechts enkele noten nodig om te weten dat het menens is – Soms tergend snel, soms wat trager. De eerste seconden van “With hearts toward none” grijpen onmiddellijk terug naar het in 2008 verschenen “Groza” en heel het album gaat verder op hetzelfde elan. Sleutelwoorden zijn: orthodox, afgewerkt en hypnotiserend. Orthodox, omdat Mgla het soort religieuze black metal brengt wat onder die noemer valt. Afgewerkt, omdat de productie staat als een huis. Menig black metal puristen zullen deze plaat te afgelikt vinden klinken, terwijl niet-ingewijden steevast zullen klagen over de slechte sound. Maar laat er geen twijfel over bestaan; “With hearts toward none” klinkt zoals een black metal plaat moet klinken: sfeervol, duister, zeker niet te gepolijst en nog minder als een afgedankte stofzuiger. Het derde trefwoord, hypnotiserend, weegt het zwaarste door. De uitgesponnen melodieën blijven maar doorgaan en onbewust creëren ze een soort trance. Voor de ongelovigen; zet nummer drie (naar Mgla-traditie geen titels, enkel nummers) maar op repeat en we spreken elkander nadien weer. Net zoals voordien kan gezegd worden dat Mgla klinkt als een traditionele black metal band. Maar een geoefend oor hoort toch dat er meer achter zit. In feite snijdt “With hearts toward none” een relatief onontgonnen aspect aan in een toch wel erg verzadigde scene. M.’s andere band Kriegsmaschine kan de boeken beter dichtdoen want dit niveau halen ze niet. Vergeet Behemoth en Hate, Polen heeft zoveel beters in de aanbieding!

fLP: 92/100

Mgla – With hearts toward none (Northern Heritage 2012)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI
7. VII

Drudkh – Eternal turn of the wheel

Langbenige blondines, prachtige natuur en sloten vol wodka! Meer heeft men niet nodig om weg te dromen als er over Oekraïne gesproken wordt. Je kan er nog een schepje bovenop doen door naar de nieuwste van Drudkh te luisteren. De gifwolken van Tsjernobyl hebben de productiviteit van de band alvast niet aangetast. “Eternal turn of the wheel” is alweer het negende (!) album in evenveel jaren tijd. Restecp! Sinds het grote Seasons of Mist “Microcosmos” aankondigde, en tevens ook het daarop volgende “Handful of stars”, bewandelde de band rondom Roman Saenko een meer en meer progressieve weg in black metalland met alle gevolgen van dien. De alom vertegenwoordigde melancholie dat de eerste Drudkh releases zo typeerde, had ruimte gemaakt voor een zeer cleane sound en haast Enslaved-achtige songs. Op “Eternal turn of the wheel” is haast niks van dat terug te vinden. Oef! Het is een zeer sterk album geworden, met terug een volle sound en bakken droevigheid. Naar hun oude roots zijn ze echter niet helemaal terug gekeerd, want het goedje klinkt erg vol en mooi geproduceerd – Maar toch erg passend. Af en toe wordt het gaspedaal ingedrukt en komen er nog progressieve (post-rock klinkende cleane stukken en subtiele baslijntjes) aan te pas, maar met “Eternal turn of the wheel” keert Drudkh terug naar hun gekende stijl, waarmee ze naam maakten. En daar kan een mens alleen maar gelukkig om zijn. Sieg Heil! Uh, ik bedoel sterk!

fLP: 84/100

Drudkh – Eternal Turn of the Wheel (Seasons of Mist 2012)
1. Eternal Circle
2. Breath of Cold Black Soil (March)
3. When Gods Leave Their Emerald Halls (August)
4. Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds (October)
5. Night Woven of Snow, Winds and Grey-haired Stars (December)

Alkerdeel – Wij zijn geen moeilijke jongens, maar eerder filantropisch

Kijk, je moet het niet altijd ver gaan zoeken. Integendeel zelfs! Het Vlaamse Alkerdeel bedient onze van een streepje aars-lelijke muziek van de meest smerige soort. Muzikaal is het een grote mengelmoes en brengt het hele auro rondom de band een resem vragen met zich mee. Aan de andere zijde van het scherm bevonden zich keelman Pede, snaarman Pui en tevens vingerman QW voor een occasioneel antwoord. Enjoy! (fLP)

Proficiat met jullie nieuw album “Morinde“. Ik ben in de zevende hemel! Blijkbaar heeft jullie label een heuse zoektocht moeten ondernemen om zulk gerecycleerd karton te vinden voor de LP-uitgave. Waarom zijn jullie toch zo een moeilijke jongens?
Pede: Sinds de komst van VTM is het overgrote deel van onze Nederlandstalige bevolking met verkleinwoordjes beginnen praten, meer melk in de puree gaan toevoegen, fietsen als een verschijnsel voor marginalen gaan zien en is de Fnac langzaamaan tot een bijeenkomst voor hummer-buggies gepromoveerd. Aangezien wij vroeger geen kabel hadden, snap ik daar allemaal niks van en zie ik meer schoonheid in bruin karton dan in glad papier waarin je je eigen schelviskop kan reflecteren. Eigenlijk is het gebruik van karton onze alarmkreet om de mensen te behoeden voor een immenente verstikking in druivenpitten, zoals de vette Romeinen enige tijd terug. Wij zijn dus geen moeilijke jongens, maar eerder filantropisch. Ons volgend album zal echter uit alluminium bestaan als eerbetoon aan het arme Hongarije.

Jullie vorig album “De speenzalvige” heb ik niet in mijn bezit. Hoe verhoudt dat album zich tot het nieuwe?
Pui: “De Speenzalvinge” is echt een enorm smerige plaat, live opgenomen met een viertrack op tape, de drums hangen ergens achteraan en de sfeer is over het algemeen bijzonder ziek te noemen, het album werd echter heel goed onthaald en we zijn er zelf tevreden over. Omdat twee van de drie songs vroeger al uitgekomen waren hoor je nog veel van de oude Alkerdeel in de nummers, veel sludge en doom terwijl “Morinde” toch een stuk volwassener klinkt. Deze nieuwe is ook een stuk beter opgenomen en heeft een goeie mastering gekregen bij Strype Audio in Noorwegen. We namen opnieuw live op maar deze keer met negen micro’s in een studio.

Zit er tekstueel iets speciaals achter “Morinde“? De teksten zijn niet meegeleverd en blijkbaar wordt er ook voor een stuk geïmproviseerd.
Pede: Het improviseren stamt af uit onze beginperiode toen de repetities lange jams waren. Ondertussen heeft elk nummer een vast thema en zijn de zanglijnen relatief dezelfde. Maar papegaaiwerk is voor studenten, zo iedere keer dezelfde teksten uitspuwen lijkt me oneindig saai en er zijn artiesten die dat veel beter kunnen. Diene Rus met zijn Lolololo-hit bijvoorbeeld. “Winterteens” is onze eerbetoon aan de Noorse horden, maar aangezien Odin of Satan niet in ons vriendjesboek staat, is de inhoud iets meer uit het persoonljke leven gegrepen. Het gaat over koude jeukende tenen in de maand december. “Horsesaw” bezingt onze appreciatie voor het priesterschap. “Hessepikn” gaat over ambetanterikken maar dan in een verhaaltje gegoten. Dat is trouwens het eerste Alkerdeel nummer met een uitgeschreven tekst. We hebben die bewust er niet bijgestoken omdat dat niemands zaken is. Daarom ook dat je hem niet goed verstaat. Als je goed luister kan je wel “bedsprei“, “lamlendig“, “helle” en “pisplekke” horen. “Du Levande” is de titel van een Zweedse film (Andersson) waaruit we de sample op het einde van het nummer haalden. Daarin je hoor je een psychiater z’n gal spuwen over het gezaag van z’n patiënten en opbiechten dat hij ze zo veel mogelijk pillen voorschrijft om van hun gezaag af te zijn. Niks mis met psychiaters en psychologen hoor, integendeel, maar op een manier was ik toen nogal verveeld met die suicidal black metam trend (bizar dat ze ons daar ook soms toe rekenen) en is het nummer er een persoonlijke aanklacht tegen. De eend dan. Het stond al vroeg vast dat het album “Morinde” zou heten, wat moddereend of barberie betekent. Typ maar eens in een zoekmachine in en aanschouw pluimvee met lepra. Wolven lopend op hun achterpoten in kostuumvest fascineren met al van kleinsaf. Waarschijnlijk ligt dat aan de Efteling. Ik ben er nog steeds bang van. Die wolf moest er dus ook op, om ze beide een beetje in relatie met elkaar te krijgen, hebben we ze maar laten vechten. Als je de plaat of cd koopt zie je wie er gewonnen heeft. Of bekijk het clipje van “Hessepikn” tot het eind. Alkerdeel betekent inderdaad strontkar, das toch een logische naam voor een black/sludge/doom band? Een strontkar spuit stront die stinkend op het veld blijft liggen. Een junk (sludge) spuit, Dead van Mayhem rook aan stinkende dode raven (black) en de stront blijft even levenslustig op het veld liggen als iedere willekeurige stervende bruid (doom). Wij moeilijk? Jullie lui!

Jullie voorgaande releases kenden erg veel succes en verkochten uit in geen tijd. Wat is volgens jou het succes achter Alkerdeel?
Pui: dat hebben ons nog mensen gevraagd, ik zou het niet weten, we kunnen enkele gissingen doen. Doom/black is een genre dat blijkbaar toch wat populariteit kent, een genre waar gelukkig nog veel gekocht wordt, ik denk dat wij daar wel een graantje van meepikken. De belangrijkste reden denk ik blijft toch dat het allemaal niet meer hoeft voor ons. Destijds met onze vorige bands Headmeat, Thee Plague Of Gentlemen,… waren we heel hard bezig met promo, massa’s concerten, alles meepikken wat we konden, enz… terwijl we nu toch heel kieskeurig zijn qua optredens, zelf geen promo doen en eigenlijk alles op ons laten komen. We hebben genoeg aanbiedingen om een tiental releases te doen dus we verkeren echt in een luxepositite. Ik denk dat we vooral heel eerlijke en oprechte muziek maken en dat mensen bij ons zaken vinden die ze bij andere bands niet meer horen, dat Darkthrone gevoel van begin jaren negentig, die analoge productie en toch die combinatie van verschillende stijlen zonder aan smerigheid in te boeten. Zoiets?

Je zou haast denken dat daardoor een Profound Lore zich zou aanbieden. Doch tekenen jullie bij het kleine ConSouling Sounds. Waarom juist die keuze?
Pui: daar zeg je zoiets. Toen “Luizig” opnieuw uitkwam en we naar de 1.500 verkocht exemplaren gingen heb ik een hele tijd gemaild met de kerel van Profound Lore. Hij ging de full erna uitbrengen maar dat paste toen niet meer in zijn planning. Uiteindelijk is het contact vertroebeld en zijn we blijven samenwerken met At War With False Noise en Universal Tongue, tot Consouling Sounds uit Gent zich kwam aanbieden. “Morinde” ging normaal bij Siege Engine Records uit Amerika uitkomen maar het aanbod van Consouling was te goed en de heren wonen ook vlakbij, het is voor hen meteen de grootste release en ze doen bijna alles wat we vragen dus beter kan het eigenlijk niet.

Ik las onlangs ergens wat over een Engels tourtje. Verklaar!
Pui: We hebben verschillende denkpistes maar niets ligt vast. Aangezien we het ondertussen allemaal wat drukker hebben met werk en privé lukt het niet zomaar om drie weken te gaan touren ook al is dat een jongensdroom. Voorlopig is er dus niets gepland, we wachten even af wat het nieuwe album geeft. Voorlopig ligt enkel de show met Roadburn vast, we kregen al een hoop aanbiedingen maar het was altijd wel iets dus meer kan ik niet bevestigen! Of we nu iets gewoons of speciaals doen op Roadburn, de meeste mensen hebben ons daar nog niet gezien dus ze zullen nooit het verschil zien hahaha.

Bassist/roadie Steven speelt ook bij Serpentcult. Is die band ten dode opgeschreven? En kom niet af met vage antwoorden of iets in de aard van “dat moet je aan hem vragen“!
Pui: Dat moet je aan hem vragen!
QW: Gezien Fred naar Londen is verhuisd hebben we beslist Serpentcult in de koelkast te zetten. Wie weet komt er ooit nog een nieuw album of nieuwe shows maar op dit moment zit er niks in de pijplijn. Dit geeft mij de kans om mij volledig te concentreren op Alkerdeel, maar ik zeg nooit nooit.

Over andere bands gesproken; jullie maatjes van Urfaust brengen om de haverklap nieuwe merchandise uit. Zelf grapten jullie erover op Facebook door een gelimiteerd shirt aan te kondigen als “een Urfaustje doen“. Gaat Alkerdeel dezelfde route bewandelen?
Pui: Het toeval wil dat we het heel goed kunnen vinden met de heren van Urfaust, we hebben ze twee jaar geleden als eerste naar België gehaald voor onze cd-releaseshow dus we zijn toch vrienden. Wat zij doen is echt ongelofelijk, je kan je niet voorstellen wat die heren verkopen en ik krijg het ongelofelijk op mijn heupen dat mensen daar zo over lopen te zeiken. Ik vind het ten eerste een niet normaal goeie band want al hun releases zijn fenomenaal qua sfeer en songs. Ze zijn inderdaad duur als je ze wil boeken maar ze vragen nog altijd wat ze willen hé, vind je het te duur dan boek je ze gewoon niet, het is ook niet altijd zeker wat voor show ze zullen brengen en of ze de set wel zullen afmaken hahaha, één tip aan organisatoren, laat ze zo laat mogelijk toekomen op de show en geef ze geen Jägermeister en Berenburg. En wat betreft die shirts, sjah, niemand is verplicht van ze te kopen maar blijkbaar zijn er genoeg die alles verzamelen, ze beslissen zelf hoe ver ze in die verzameldrang gaan hé. Toen wij Urfaust naar België haalden zat de helft van de zaal vol met buitenlanders omdat Urfaust inderdaad niet meer in Nederland ging spelen, dat was goed voor ons maar geen idee wat hen heeft doen bijdraaien (ADDERGEBROED: vroeger beweerde Urfaust  nooit in Nederland te willen spelen), ik denk dat ze gewoon veel te veel leuke aanbiedingen kregen. Wij zijn zeker niet van plan die tour op te gaan. Ik denk dat wij nog geen tiende zo populair zijn als Urfaust maar voor deze release hebben we ons wel wat laten gaan, vooral omdat Consouling het ook allemaal zag zitten haha, een die-hard box, clear, rood en zwart vinyl, kaptruis, shirts, enz…

Hoe belangrijk is imago voor jullie? Alkerdeel lijkt zich nergens een hol van aan te trekken, toch?
Pui: Daar sla je de nagel op de kop haha, een twaalf jaar geleden vonden we dat misschien belangrijk maar nu zijn we daar echt wel niet meer mee bezig hoor. We krijgen eigenlijk bijzonder weinig slechte kritieken dus ik denk dat mensen wel appreciëren hoe we zijn. Je merkt het verschil erg duidelijk als we met bands als Shining, Ondskapt, Ancient Rites,… moeten spelen, voor ons is het een beetje een schoolreis en dat steekt wat af met die serieuze mensen die het graag zo hard menen.
Pede: Imago is voor plechtige communiekanten.