Maand: april 2014

Sargeist – Feeding the crawling shadows

Sargeist, je kent ze wel, de true Right Direction die niet goed weten wat te doen op een podium. Op plaat daarentegen geen geklaag. Je weet wat je moet verwachten; zijnde een of andere lelijke selfie op de cover en trendy teksten uit het (zowel letterlijk als figuurlijk: immer minimalistisch) boekje. Als het over Sargeist gaat, moet ik altijd aan Monty Python denken, al zal de band zichzelf wel serieuzer nemen. Maar alle gekheid op een stokje, stiekem vind ik Sargeist in al zijn eenvoud en voorspelbaarheid een uitstekende band. Hun vorige werkjes, met “Let the devil in” met stip op nummer één, gooiden steevast hoge ogen. Als geen ander weten deze Finse heersers pakkende melancholie in hun spel te stoppen en “Feeding the crawling shadows” is daar geen uitzondering op. Duivelsgebroed nummer vier houdt het midden tussen snelle mineur akkoorden en meer uptempo Quorthon knipogen. Zoals dat altijd al is geweest. Er zijn echter twee grote verschillen met “Let the devil in“. Zo is naar oude gewoonte Dustsucker weer van de partij en wordt het geheel bedolven onder een lawine van ruis. Ik weet het wel te appreciëren. Ander punt is, dat de man met haaienogen niet enkel krijst, maar zich eerder van een bij wijlen soort, eerder misplaatste grunt bedient. Deze keer geen “Black fucking murder” of een instant orgasme zoals bij de voorganger, maar eerder een afwachtende houding. Voor zover dat mogelijk is bij een rechtdoorzee band als Sargeist heeft “Feeding the crawling shadows” meer tijd nodig. Het album luistert zeker lekker weg, maar blijft niet zo goed hangen. Ligt dat aan de kwaliteit van de nummers; minder goed riffs, weet je wel? Of ligt dat aan de kwaliteit van de nummers; ze moeten groeien? Laat het in het midden wezen.

Flp: 78/100

Sargeist – Feeding the crawling shadows (World Terror Committee 2014)
1. Feeding the crawling shadows
2. In charnel dreams
3. Unto the undead temple
4. Snares of impurity
5. Return of the rats
6. The unspoken ones
7. The shunned angel
8. Inside the demon’s maze
9. Kingdom below
10. Funerary descent

Dirge – Hyperion

Hyperion” is weeral album nummer zes voor onze Parijse vrienden Dirge, maar toch genieten ze nog lang niet de verdiende naamsbekendheid die hun land- en stijlgenoten Year Of No Light te beurt valt. Waarschijnlijk was dat voor een deel toe te schrijven aan de beperkte promotie en distributie van hun vorige platen via het kleine Division Records. Hopelijk komt daar snel verandering in, nu de nieuweling via Debemur Morti Productions het levenslicht ziet. Aan de kwaliteit van hun muziek zal het in elk geval niet liggen. Op “Hyperion” schotelt het kwartet ons zes nummers voor die samen goed zijn voor een uur lang bezwerende en tergend trage atmosferische sludge/doom. We krijgen hier geen spectaculaire nieuwe dingen voorgeschoteld, eerder een doorgedreven perfectie van hun eclectische sound die elementen bevat uit sludge, postrock, doom, ambient en drone. Ten opzichte van de erg sterke voorganger “Elysian magnetic fields” wordt er deze keer meer gebruik gemaakt van cleane zang en ook de keyboards zijn iets prominenter aanwezig in het totaalgeluid. In “Venus claws” duiken ook vrouwelijke vocalen op en dit nummer vormt tevens het hoogtepunt van de plaat. Fans van Neurosis, Godflesh of labelgenoten Year Of No Light, Rosetta en zelfs Blut Aus Nord (check het zestien minuten durende “Remanentie“) kunnen zonder probleem toehappen. Ogen dicht en laat je een uur lang meenemen op een muzikale reis doorheen ons zonnestelsel waarin Hyperion het enige hemellichaam is met een erg onregelmatige vorm. De kwaliteit is echter van een regelmatig en hoog niveau!

JOKKE: 94/100

Dirge – Hyperion (Debemur Morti Productions)
1. Circumpolaris
2. Floe
3. Venus claws
4. Hyperion under glass
5. Filigree
6. Remanentie

Twilight – III: Beneath trident’s tomb

 

Hoe commercieel, emo en simplistisch de Amerikaanse Twilight films zijn, hoe ontoegankelijk, schrikwekkend en naargeestig is de derde plaat van de gelijknamige Amerikaanse band. We kunnen hier zelfs van een heuse “all star” black metal band spreken. Oorspronkelijk opgericht door Blake Judd van Nachtmystium, liet hij zich bij de twee vorige platen bijstaan door een telkens wisselende bezetting van heerschappen die het mooie weer maken bij het summum van Amerikaanse black en sludge bands: Imperial (Krieg), Aaron Turner (Isis), Malefic (Xasthur), Wrest (Leviathan, Lurker Of Chalice), Stavros Giannopoulos (The Atlas Moth) en Sanford Parker (Minsk, Nachtmystium). Op “III: Beneath trident’s tomb” is er echter geen spoor meer terug te vinden van Blake (hij liet zich opnemen in een ontwenningskliniek en volgens de andere bandleden werd het door zijn onhandelbaar gedrag onmogelijk om nog verder met hem samen te werken). De nieuwe plaat is daarom meteen de zwanenzang van Twilight, maar wat voor één! Imperial, Wrest, Stavros en Sanford lieten zich op deze gitzwarte parel bijstaan door niemand minder dan Thurston Moore van het legendarische Sonic Youth. Hoewel hij niet actief deelnam aan het schrijfproces is zijn invloed toch duidelijk merkbaar want de songs zitten vol met biepjes, kraakjes, vreemde percussie en andere noise-elementen. Deze elementen waren reeds aanwezig op voorganger “Monument to time end” maar worden nu nog verder doorgetrokken. Slechts sporadisch worden we op uptempo black metalstukken getrakteerd (“Oh, wretched son”, “A flood of eyes” en “Seek no shelter, fevered ones“). Er gaat een verschroeiende kwaadaardigheid uit van de songs dat je er bijna ongemakkelijk van wordt. Het materiaal straalt één en al wanhoop, misantropie, verlatenheid en een apocalyptisch gevoel uit. Zelfs voor de doorwinterde black metalfan zal dit geen hapklare brok zijn. Een avontuurlijk en experimenteel donker klankspel!

JOKKE: 89/100

Twilight – III: Beneath trident’s tomb (Century Media)
1.Lungs
2. Oh, wretched son
3. Swarming funeral mass
4. Seek no shelter, fevered ones
5. A flood of eyes
6. Below lights

Avichi – Catharsis absolute

Andrew Markuszewski aka Aamonael is een bezig baasje. Zo maakte hij gedurende enkele jaren deel uit van Nachtmystium, is hij gitarist bij het fenomenale Lord Mantis en verscheen recent met “Catharsis absolute” het derde wapenfeit van zijn soloproject Avichi. De twee vorige platen (“The divine tragedy” uit 2007 en “The devil’s fractal” uit 2011) waren voorbeelden van oerdegelijke USBM met een licht-orthodoxe inslag. Ondergetekende keek dan ook reikhalzend uit naar nieuw plaatwerk. Aftrappen doen we met “Repercussion”, een donker piano-intro dat vervolgens overgaat in het furieuze “Flames in my eyes” dat bol staat van dissonant en hypnotiserend riffwerk. Andrew weet echter als geen ander dat het beter is om het gaspedaal niet voortdurend in te duwen en de luisteraar kapot te beuken, maar wisselt tragere passages af met snel black metal geweld om zo een goede dynamiek te creëren doorheen het album. De nieuwe nummers onderscheiden zich van het oudere materiaal door een iets melodieuzere gitaarsound en catchy melodieën zonder ook maar één moment cheesy over te komen. In “Voice of intuition” horen we duidelijk de invloed van een Nachtmystium terug ten tijde van “Instinct: Decay”, terwijl “Lightweaver” dan weer serieus rockt, maar toch ook weer de nodige psychedelische insteek bevat. “All gods fall” klokt boven de twaalf minuten af en is het langste nummer van de nieuwe plaat. Ook hier weer afwisseling troef. Het begin van deze kolos doet sterk denken aan het immens populaire Svartidaudi, totdat heldere zang het nummer halverwege dan weer een meer epische wending geeft. De afsluitende titelsong wordt volledig op piano gespeeld en is met zijn acht minuten misschien net wat aan de lange kant. Toch is het een zéér knappe prestatie wat Aamonael hier in zijn eentje neerzet! De eerste slechte plaat die via Profound Lore het daglicht ziet, moet nog gemaakt worden.

JOKKE: 86/100

Avichi – Catharsis absolute (Profound Lore)
1.Repercussion
2. Flames in my eyes
3. Lightweaver
4. Voice of intuition
5. All gods fall
6. Catharsis absolute