Maand: september 2014

Mortuus – Grape of the vine

Na hun eerste langspeler “De contemplanda morte; de reverencie laboribus ac adorationis” werd de Zweedse klassebak Mortuus in de garage geparkeerd om er pas zeven jaar later terug uit te rijden met opvolger “Grape of the vine”, die gelukkig een pak beter bekt. Menig black metal band maakt in tussentijd nog wel eens een daguitstapje in de vorm van een EP of split met gelijkgestemde zielen, maar ook daar doen deze Zweden niet aan mee. Zanger/gitarist Tehôm zagen we wel nog opduiken bij Ofermod waarvoor hij de vocalen verzorgde op hun laatste (maar teleurstellende) album “Thaumiel”. Nu de wagen afgestoft werd, beginnen ze aan een nieuwe rit doorheen black metal land. Daar waar het gros van de collega’s voorbij sjeest op de linkerrijstrook en daarbij de nodige snelheidsovertredingen vergaart, blijft dit Zweedse duo op de rechterkant van de weg met een sporadische uitwijking naar het midden baanvak. Op de eerste plaat werd het gaspedaal af en toe nog lichtjes ingeduwd, nu blijft men ver weg van de hoogste versnelling. Ik kan me niet meteen andere black metal bands voor de geest halen die volledig voor de mid-tempo aanpak gaan. Veilige keuze hoor ik je denken? Niet bepaald, want het is een serieuze uitdaging om de luisteraar op deze manier vijftig minuten lang bij de les te houden. Het Zweedse duo slaagt hier echter glansrijk in! De mid-tempo riffs creëren een duister sfeertje en links of rechts worden ze ondersteund door subtiele achtergrondgezangen zoals in “Nemesis”. Het slot van “Torches” wordt opgeluisterd met ingetogen pianospel. Het gelaagde gitaarspel van Tehôm moet het niet hebben van technische of complexe hooks en licks, maar weet wel de juiste donkere en grimmige moodsetting op te wekken. Het solide drumwerk van Marcus Hinze (ex-Ondskapt) vormt de ideale ruggengraat voor de slepende riffs. Het venijn zit hem in de staart want afsluitende track “Tzal maveth” is het hoogtepunt van “Grape of the vine” en kan ik dus ook als luistertip aanbevelen. Vermits hier echter (nog) geen YouTube clip van bestaat, krijgen jullie “Disobedience” hieronder mee. Ondanks hun trage rijstijl absoluut geen zondagsrijders dus!

JOKKE: 81/100

Mortuus – Grape of the vine (The Ajna Offensive 2014)
1. Layil
2. Grape of the vine
3. Torches
4. Sulphur
5. Disobedience
6. Nemesis
7. Tzel maveth

Advertenties

Saille – Eldritch (re-inter-view)

Saille en Addergebroed hebben altijd een speciale band gehad. Het hoe en waarom zoeken jullie zelf maar uit, hieronder gaan we het hebben over hun nieuwe zilverling “Eldritch“. Op de derde plaat van Saille toont de band wederom haar wereldklasse. Samen met keyboardspeler Dries kwam dit re-inter-view tot stand. Bovengenoemde voorzag me van allerlei opmerkingen die misbruikt werden in de review. Lees!

Saille - promopic1

Emerald
Dries: Dit nummer was voor ons duidelijk de opener wegens de mysterieuze intro. Het nummer bevat ook een mooi overzicht van wat er nog komen zal, handig voor mensen die enkel het eerste nummer van een plaat beluisteren. De piano die werd gebruikt is de prachtige pianola die Reinier ooit op de kop kon tikken, ze staat net genoeg vals om extra sfeer aan het nummer toe te voegen.

De cleane zang die je hoort is de stem van Jonathan, de eerste zanger van Saille, nu de gitarist en medecomponist.

Addergebroed: Dries vat het hier mooi samen allemaal. Naast het mysterieuze aspect knalt “Emerald” ook behoorlijk hard en komen vintage Mortifer (de oude band van Dries en Jonathan) invloeden de kop op duiken. De semi-cleane zang die Dries aanhaalt doet erg Keep of Kalessin aan en nu we toch aan het name-droppen zijn, dient ook Arcturus aangehaald te worden bij bepaalde pianopassages.

Walpurgis
Dries: Het snelste en kortste nummer van de plaat, gewoon even alle registers open. Onze vrouwen Petra Gryson en Niki Dierickx verspreiden ook hun zoetgevooisde klanken over dit nummer.

Qua artwork werkten we samen met Colin van Rain Song design, hij schreef dit neer : “Wanneer Saille me contacteerde over het “Eldritch” artwork, hadden ze een aantal grote lijnen voor me uitgewerkt qua sfeer, toon en natuurlijk ook tekstueel. Buiten dit kreeg ik min of meer carte blanche over de inhoud van het artwork. Ik had enkele ideetjes, en speelde met enkel basis schetsen, om uiteindelijk tot een sterk idee te komen wat de hoes voor het album zou vormen. De band vroeg een duistere illustratie, met horror verwijzingen, dus ik besloot om het werk statisch en groots te maken. In het begin van de samenwerking was er een hint naar een oude bibliotheek en occulte bewakers ervan, dus ik nam dit als startpunt en maakte een grote duistere structuur gebouwd in een grotachtige rotsformatie. Het was belangrijk om de kleurtoon en sfeer duister en mysterieus te houden, met een bijna onopmerkbare figuur aan de ingang van de structuur, interpreteerbaar naar wens. Het extra artwork in het booklet maakte ik in verbinding met de hoes, door in gedachten de omgeving van de structuur te gaan verkennen. Ik wilde dat het artwork niet alleen de muziek weerspiegelde, maar ook de verschillende invloeden die Saille ondergaat en gebruikt, en ik hoop dat ik daar in geslaagd ben“.

Addergebroed: “Walpurgis” is inderdaad de peer op je mule van het album. Deze track zorgt in zijn eentje dat niets meer overeen blijft. Kort maar krachtig blaast het nummer als een orkaan en daar waar Saille in het verleden steevast het gaspedaal indrukte, is “Eldricht” in het algemeen wat trager en sfeervoller. Wat geen negatief punt hoeft te zijn.

The great god Pan
Dries: Onze vrienden van Winterfylleth Simon en Chris zorgden voor de spoken words op dit nummer. Voor het eerst werkten we ook met echte hobo.

Nieuwe drummer Kevin De Leener had ook een grote impact bij het schrijven van de nummers. Zijn input vanuit drumperspectief was groter dan wat we gewoon waren, en deze factoren, nummers gebaseerd op drum en gitaren, vormden een solide basis voor onze melodische black metal. We wilden natuurlijk ook onze beste plaat ooit schrijven, de composities van de vorige platen proberen overstijgen door een verschillende aanpak qua songwriting, en ik vind dat we daarin alvast geslaagd zijn.

Addergebroed: Kevin is gekend om zijn retestrak drumwerk met vele technische tierlantijntjes. Het past Saille perfect. Doch springt “The great god Pan” in het oog door die ene simpele riff met zijn straight forward drumbeat, iets wat Niko van team dramaqueen Shining ook met regelmaat uit zijn al dan niet bekraste polsen schudt.

Aklo
Dries: Alle koren, maar vooral deze werden gezamenlijk ingezongen door iedereen binnen Saille. Video’s komen er binnenkort aan. De cleane zang is opnieuw door Jonathan en Niki.

Net zoals de vorige opnamesessies hebben we opnieuw klassieke instrumenten toegevoegd aan de nummers (in plaats van hun midi-klonen). Deze instrumenten opnemen is niet makkelijk, maar zorgt voor een authentiek karakter en helpt om de sfeer die we willen creëren te vervolledigen. Na de opnames hadden we specialist Reinier Schenk in de rangen. Hij bereidde alle nummers voor op de eindmix en -mastering. Klas Blomgren (Zweden) nam dit voor zijn rekening, wij ontdekten hem door zijn uitstekend werk voor Svart, het project van Shining’s bassist Draug.

Addergebroed: “Aklo” begint met loodzware blazers (ja?) alvorens over te gaan tot een midtempo death metalriff. Deze death metalinvloeden komen ook vaker terug dan op beide vorige albums. De zangkoren doen erg Enslaved aan, maar vormen een mooi contrast met de zware onderliggende gitaarlijnen.

Cold war
Dies: Nummer in combinatie van piano-improvisatie en monsterrif van Jonathan. Filmsample komt uit “The Thing“. Er zijn heel veel sessies nodig geweest om correct te fluiten, niet makkelijk in black metal stijl.

Eldritch” verschilt nogal van onze vorige twee albums. We wilden dat de nieuwe nummers meer gitaargeörienteerd waren, met meer pit/edge. Daarom besloten we om onze basiswerkwijze aan te passen. Onze gitaristen Reinier Schenk en Jonathan Vanderwal startten nu met het schrijven van de nummers vanuit een gitaarperspectief, om daarna de keyboards en drums er aan toe te voegen. Op onze twee vorige platen “Ritu” en “Irreversible Decay” werden de nummers net andersom geschreven, vanuit een keyboard-drum perspectief.

Addergebroed: …en dat hoor je. De synths staan ook een beetje meer op de achtergrond in de mix en de gitaarcomposities bevatten meer details en meer soli. “Cold war” komt op gang met een soort melodieuze riff die niet zou misstaan in een outro, maar trekt na enkele minuten alle registers open. Dit nummer doet me het minste. De melodie blijft eindeloos doorgaan en het nummer mist net dat speciale wat ieder nummer laat opvallen op een of andere manier.

Eater of worlds
Dries: Persoonlijk mijn favoriet van de plaat, hopelijk lukt het om van deze een lyric video klaar te krijgen voor de releasedatum, maar we houden ons zoveel mogelijk weg van deadlines de komende tijden, dat werkt niet echt bevorderlijk, deze op “Eldritch” waren redelijk hectisch om te halen. De plaat komt opnieuw uit in een mooie digipak editie, dus besloten we om extra inspanning te doen om het extra interessant te maken. We zijn dan ook heel trots op het booklet, wat quotes bevat van alle schrijvers met toestemming van de auteurs zelf of hun erfgenamen. Zelfs Stephen King gaf z’n toestemming, het nummer “Eater of Worlds” is namelijk gebaseerd op het boek “It“. De quotes worden weergegeven naast de tekst, zodat een vergelijking /inspiratie makkelijk mogelijk is.

Addergebroed: Dries slaat hier de nagel op de kop. Toen “Eldritch” voor het eerst door mijn speakers knalde, gaf “Eater of worlds” me een instant oorgasme. De blazers klinken zeer heroïsch en hun klank is perfect. Ook mijn favoriet!

Red death
Dries: Voor deze plaat hebben we, aangezien Shumcot studio werd opgedoekt, alle opnames zelf voor onze rekening genomen. Ieder nam thuis zelf z’n instrumenten op. Zang en koren werden bij drummer Kevin opgenomen. Dit liep oorspronkelijk vlot, maar we hebben toch beslist om het voor de volgende plaat toch opnieuw allen samen in één studio te gaan doen. De hoeveelheid extra werk om alle files van alle nummers op de correcte plaats te zetten en aan te passen hadden we wat onderschat. Gelukkig waren we net na de release van “Ritu” gestart met het volledige pre-productieproces, waardoor de deadline niet in het gedrang kwam.

Addergebroed: Gitarist Reinier heeft dit nummer op zijn conto staan en er is bewust geen blastbeat ingestoken. Het langzame en onheilspellende “Red death” kabbelt lekker voorbij. De productie komt ook het best tot zijn recht in de tragere nummers. En dat is zowat het enigste minpuntje van “Eldritch“; de productie. Het mag geweten worden dat ik een aversie heb voor steriele producties, maar dit soort atmosferische metal schreeuwt om een cleane aanpak. Dat begrijp ik. Toch gaat Saille deze keer net iets té ver. Met name de drums klinken zo bewerkt dat heel wat software digitale drums natuurlijker laten klinken dan wat hier voorgeschoteld wordt. Vooral de snaredrum blijkt een dooddoener te zijn. Tijdens snelle passages zuigt hij de rest van het geluid een beetje op. Een productie zoals die van “Nexus polaris” van Covenant zou Saille perfect passen.

Dagon
Dries: Alle teksten van de nummers op “Eldritch” werden geschreven door Sailles zanger Dennie en vinden hun oorsprong in horror literatuur, zowel klassiek, turn-of-the-20th-century als moderne verhalen en boeken. De teksten tonen de ware aard van horror zoals dit opgevat werd in verschillende tijden en vormen. Ze vervolledigen de nummers door er het ontastbare, onaangename en dus de horror aan toe te voegen op een organische manier. We hadden niet de bedoeling om een album te schrijven wat geïnspireerd werd door H.P. Lovecraft, maar zijn invloed is opnieuw opvallend over de gehele plaat en kan niet genegeerd worden. Sterker nog, de bron van elk nummer (behalve “Walpurgis” – gebaseerd op Goethes “Faust“) kan beschouwd worden als proto-, post- of volledig Lovecraftiaans.

Addergebroed: Dennie mag een dikke vette Oscar in ontvangst nemen voor zijn prestaties. Nog nooit, en ik heb Dennie al heel vaak mogen aanhoren, heeft de beste man zo goed geklonken. Zijn screams klinken natuurlijker dan ooit. Agressief en gevarieerd; Attila- geknor, diepere screams, Burzumesque-speenvarkensgekrijs en een heel scala aan cleane gezangen, op “Eldritch” hoor je het allemaal. Op “Ritu” was het van “Iä! Iä! Cthulhu Fhtagn“. Nu weerklinkt “Iä! Dagon“. Voor de die hards: wederom vintage Mortifer invloeden hier!

Carcosa
Dries: Ik ben nog nooit zo tevreden geweest van een plaat als van “Eldritch“, had al een goed gevoel vanaf de eerste basis van de pre-productie. De nummers staan als een huis, en de tegenslagen die we onderweg te verwerken kregen waren makkelijk op te vangen door het vertrouwen in de nummers. Misschien een minpunt is dat we iets te weinig tijd hadden goed over de eindmix na te denken, maar dit is aan de andere kant ook een pluspunt, gewoon op je gevoel afgaan en je brein in z’n hokje laten zitten.

Addergebroed: Saille heeft met “Ritu” al bewezen dat hun skills geen toeval waren. “Eldritch” bevestigt alleen maar. Enerzijds ga je nu een resem zeikerds tegenkomen die zeggen dat Saille steeds uit hetzelfde vaatje put en de nieuweling niks openbaarlijks tevoorschijn tovert. Anderzijds mag wel duidelijk vastgesteld worden dat Saille 3 maal na elkaar wereldklasse albums uitbrengt. Het is weinig bands gegeven. En los daarvan verschilt “Eldritch” wel op enkele subtiele vlakken: minder synths op de voorgrond, een meer dreigendere sfeer, nog meer gevarieerde gezangen en een habbeklats meer death metalinvloeden. Enkel de zwakke drumproductie is een hekelpunt, maar daar zal niet iedereen zich aan storen. Als Carach Angren wereldfaam oogst, mag onze Vlaamse (pardon, met een snuifje Amsterdam) Dimmu Borgir datzelfde doen. That is not dead which can eternal lie!

Flp: 86/100

Saille – Eldritch (Code666 2014)
1. Emerald
2. Walpurgis
3. The great god Pan
4. Aklo
5. Cold war
6. Eater of worlds
7. Red death
8. Dagon
9. Carcosa

Nightbringer – Ego dominus tuus

Als je verzot bent op esoterisch zwart metaal zal de naam Nightbringer je zeker niet onbekend in de oren klinken. Deze Amerikaanse bende bestookt de mensheid reeds dertien jaar lang met een stevige portie black metal geweld en brengt met “Ego dominuus tuus” (Latijn voor “I am your Lord”) haar vierde langspeler uit. Van de vorige releases beviel “Circumambulations of the solar inferno” (de split met het Noorse Dødsengel) me het beste. Reden is dat de eerste drie volwaardige langspelers met een speelduur van ruim 60 minuten telkens aan de té lange kant waren. Nightbringer maakt immers gebruik van een licht enerverende, tot aan het gaatje met tremolo picking gevulde, gitaarsound, ondersteund door voortdurend blastend drumwerk. Dit maakte dat de band interessant was voor een nummer of drie, maar dat daarna de verveling al snel toesloeg en het ook steeds moelijker werd om de nummers onderling te onderscheiden. Toen ik zag dat de nieuweling op meer dan 70 minuten afklokte kreeg ik het Spaans benauwd. Gelukkig bleek deze schrik al snel ongegrond, want de band rond Naas Alcameth klinkt gevarieerder dan ooit. Dreigende mid tempo stukken worden afgewisseld met furieuze blastpassages wat de muziek veel spannender en interessanter maakt. Vooral de toevoeging van Portugees drumbeest Menthor  aan de line-up bleek een sterke zet, want deze man tilt de muziek waarlijk naar een hoger niveau. Hij verzorgde o.a. ook het drumwerk op de laatste plaat van ons eigenste Enthroned. Het typische gitaargeluid waar ik eerder over sprak is natuurlijk nog ruimschoots aanwezig (“Things which are naught”, “I am the gateway”, “The otherness of being”), maar algemeen beschouwd klinkt de band dynamischer en valt er nu veel meer te bespeuren in het sonisch geweld. In verscheidene tracks (o.a. “Where fire never dreamt of man”) ontwaart de aandachtige luisteraar een vreemde symfonie van griezelige keyboardorkestratie die toch wel een meerwaarde geeft. Openingstrack “Et nox illumination mea in deliciis meis” klinkt anders dan wat we van de band gewoon zijn, maar is wel héél schatplichtig aan Dark Funeral. Bepaalde riffs en zanglijnen komen bijna letterlijk uit “Ravenna strigoi mortii” en “Vobiscum satanas”. Ook in andere nummers waart de geest van deze Zweedse duivelaanbidders rond. De screams van ar-Ra’d al-Iblis en Naas Alcameth doen me soms ook wel aan die van Emperor’s Ihsahn denken. Halverwege de plaat zorgt “Call of the exile” voor een welgekomen, zij het bevreemdend rustpunt, waar de band haar meer ambient-gerichte kant laat zien. Ook het einde van “Salvation is the son of leviathan” bevat een sfeervolle maar dreigende ambient-outro. Knap is dat doorheen de up-tempo nummers, die als een hevige storm van wegschietende riffs, snel escalerende gitaar leads en donderende percussie voorbij razen, zich telkens een dramatische en onheilspellende melodie als een reusachtige python beweegt. Met dit “Ego dominus tuus” brengt Nightbringer haar sterkste werk uit en weet de lange rit over de gehele lijn boeiend én spannend te houden.

JOKKE: 82/100

Nightbringer – Ego dominus tuus (Season Of Mist 2014)

1. Prayer of nephal
2. Et nox illumination mea in deliciis meis
3. Lantern of Eden’s night
4. Things which are naught
5. I am the gateway
6. Call of the exile
7. Where fire never dreamt of man
8. The witchfires of tubal qayin
9. Salvation is the son of leviathan
10. The otherness of being

This Will Destroy You – Another language

Voor velen behoort het Amerikaanse This Will Destroy You tot de wereldtop van huidige post-rock bands, samen met Explosions In The Sky, Mogwai en Godspeed You! Black Emperor. Ondergetekende is van mening dat de band wereldsongs heeft geschreven zoals “A three-legged workhorse” en “Burial on the presidio banks”, beide nummers afkomstig van de self titled plaat uit 2008, maar dat het album als geheel niet tot de absolute top behoort. “Tunnel blanket” uit 2011 is een release waarvan ik niet goed wist wat er mee aan te vangen. Het bandgeluid was veel donkerder (waar op zich natuurlijk niets mis mee is) en de (clichématige) post-rock partijen werden vervangen door een meer soundscape gerichte benadering. Nu is langspeler nummer vier uit, die luistert naar de titel “Another language” en ben ik benieuwd welke richting de band uitgaat. De plaat ligt duidelijk in het verlengde van diens voorganger. Intieme, donkere en rustig naar een climax toe meanderende soundscapes met gitaar of piano creëren een weemoedig klankenpallet. Er zijn echter terug meer (obligatoire) uitbarstingen te vinden zoals halverwege opener “New topia” of aan het einde van “Serpent mound. Op zich klinkt het allemaal niet verkeerd en de plaat heeft zeker zijn momenten (het kort maar krachtige “Invitation”, de eerst vrijgegeven single “Dustism” of het onheilspellende “Memory loss”, maar daarnaast zijn er, net als op de voorgangers, weer té veel passages die me warm noch koud laten (o.a. “The puritan”, het saaie “Mother opiate” of het afsluitende “God’s teeth”). En dat is nu net wat er van het genre verwacht wordt: een bepaald gevoel bij de luisteraar opwekken dat je onderhuids beklijft en je in een bepaalde trance of state of mind brengt. In de overbevolkte vijver aan post-rock bands is het heden ten dage nog erg moeilijk om met iets vernieuwend op de proppen te komen of om met kop en schouders boven de toppers uit te steken. This Will Destroy You doet daar met “Another language” een goede poging toe, maar slaagt er jammer genoeg niet volledig in. Wellicht kom de plaat beter binnen tijdens de nachtelijke uurtjes of als ik in de juiste mood verkeer. Opnieuw een twijfelgeval dus, hoewel ik er zeker van ben dat de plaat nog wel wat geheimen zal weggeven tijdens volgende luisterbeurten.

JOKKE: 74/100

This Will Destroy You – Another language (Suicide Squeeze 2014)

1. New topia
2. Dustism
3. Serpent mound
4. War prayer
5. The puritan
6. Mother opiate
7. Invitation
8. Memory loss
9. God’s teeth

Katatonia – Last fair day gone night – An evening with Katatonia

In 2011 laste Katatonia, de onvolprezen Zweedse meesters van de melancholie en my all time favourite band, een speciale concertreeks in om het tienjarig jubileum te vieren van het in 2001 verschenen “Last fair deal gone down” album. Het was een plaat die destijds erg belangrijk was voor de verdere muzikale ontwikkeling van de band. Door toevoeging van de getalenteerde drummer Daniel Liljekvist kon Katatonia immers een meer progressieve koers varen. De show van 6 mei 2011 in zaal Koko in Londen werd voor het nageslacht op tape vastgelegd en verscheen in 2013 reeds op een driedubbele vinyluitgave. Nu is het de beurt aan een 4 discs tellende uitgave die twee CD’s en twee DVD’s bevat. Tijdens deze speciale concertreeks speelde de band elke avond twee sets, goed voor net geen twee uur “dark melancholic metal”. De eerste set bestond uit een integrale opvoering van het te vieren album, waarbij de nummers gelukkig niet in de volgorde van de plaat gespeeld werden, omdat dat het verrassingseffect wegneemt bij een live show. De tweede set omvatte een bloemlezing uit het omvangrijke oeuvre van de Zweden, waarbij songs de revue passeerden van elk studioalbum dat verscheen vanaf “Brave murder day” t.e.m. “Night is the new day”. In plaats van te kiezen voor de hits werden meer obscure songs gespeeld zoals “Brave”, “I break”, “Wait outside” (een erg aanstekelijk nummer dat dateert uit de opnamesessie van “Viva emptiness”, maar desondanks de plaat destijds niet heeft gehaald) en “Dissolving bonds” (een B-kantje van de single “My twin”, wat ik trouwens nooit begrepen heb, want dit is een erg sterk nummer, dat jammer genoeg zelden gespeeld wordt). Tijdens de concertreeks waren de Norrman broertjes niet meer van de partij. Fredrik werd vervangen door Per “Sodo” Eriksson, die reeds jaren de guitar tech was voor de band en ook met Anders en Jonas in Bloodbath speelde. Niklas Sandin van Amaran nam de plaats in op bas van Mattias. Dat beide heren nog maar net aan de live line-up toegevoegd waren is ab-so-luut niet te merken, want de band verkeerde in bloedvorm. Er werd op een hoog niveau gemusiceerd en Jonas was ongelofelijk goed bij stem. Het geluid klinkt bovendien loepzuiver en de live registratie wordt heel sfeervol weergegeven (gelukkig geen ADHD-registratie waar veel DVD’s aan lijden). Daar waar de podiumpresentatie vroeger nogal eens aan de statische kant kon zijn (check bijvoorbeeld de eerder verschenen DVD die bij de “The black sessions” box zat), zie en hoor je een band aan het werk die zichtbaar geniet van de show en helemaal opgaat in het moment. Op het tweede DVD schijfje doen stichtende leden Anders “Blakkheim” Nyström en Jonas Renkse aangevuld met drummer Daniel, het verhaal van Katatonia uit de doeken aan de hand van audiocommentaar bij foto’s en beeldmateriaal uit de oude doos. In dit bijna drie uur durend relaas (voor sommigen is dit misschien een té lange rit om in één keer uit te zitten) kom je heel veel leuke anekdotes over de band te weten en blijkt nog maar eens hoeveel bloed, zweet en tranen er gepaard gaan bij de jarenlange weg die je als band aflegt naar de top van de rock ’n roll en hoeveel opofferingen je daarbij als muzikant dient te maken. Respect! Ondanks het serieuze en donkere imago van de band, ontpoppen de bandleden zich naast en achter het podium tot ware party animals getuige de vele backstage foto’s en filmpjes. Ik had de eer om de heren tijdens deze concertreeks middels een VIP-pass te mogen ontmoeten en het zijn allen heel grappige kerels die heel down to earth zijn. Spijtig genoeg maakt mijn grote voorbeeld Daniel momenteel geen deel meer uit van de band en hing ook gitarist Sodomizer zijn gitaar aan de wilgen. Benieuwd wat de toekomst gaat brengen voor de band! Voor de fans is dit een onmisbaar document in de collectie en voor de anderen een echte aanrader om de band te leren kennen.

JOKKE

Katatonia – Last fair day gone night – An evening with Katatonia (Peaceville 2014)

1. Dispossession
2. Chrome
3. We must bury you
4. Teargas
5. I transpire
6. Tonight’s music
7. Clean today
8. The future of speech
9. Passing bird
10. Sweet nurse
11. Don’t tell a soul
12. Brave
13. Nephilim
14. My twin
15. I break
16. Right into the bliss
17. The promise of deceit
18. Wait outside
19. The longest year
20. July
21. New night
22. Dissolving bonds
23. Forsaker

Psychonaut – 24 trips around the sun

Als het aan mij ligt zou het Mechelse Psychonaut de komende jaren nog wel eens de nodige potten kunnen breken. De relatief jonge band werd pas in januari 2013 uit de grond gestampt maar heeft toch al serieus wat shows op haar palmares staan inclusief de grotere wedstrijden zoals Humo’s Rock Rally en Frappantpop. Dat ze nooit als winnaars uit de bus kwamen, ligt waarschijnlijk aan het feit dat de muziek niet commercieel genoeg is (ofwel had de jury steeds stront in hun oren). Op hun eerste EP getiteld “24 trips around the sun” geeft het trio ons mits vier songs (die goed zijn voor zo’n 35 minuten muziek) een uppercut van jewelste. De eerste noten van opener “Mantra” grijpen je meteen bij de strot. We horen een band aan het werk die de psychedelische invloeden van enkele grootheden uit de jaren ’70, think Zeppelin en Floyd, koppelt aan stevigere post-stoner en sludge uitbarstingen. Op vocaal gebied valt er heel wat te beleven, want sterke cleane zang (die veel gelijkenissen vertoont met Brent van Steak Number Eight), soms misschien een tikkeltje grungier, wordt afgewisseld met screams die vanuit de tippen van de tenen van gitarist Stefan lijken te komen. Dat deze drie jonge gasten hun muziekinstrumenten beheersen, staat als een paal boven water. Wat hen siert is dat ze geen overdreven showcase willen geven van wat ze allemaal in hun mars hebben. Alles staat in teken van de muziek en het muzikale gevoel. In elk nummer van deze EP schakelt de band met het grootste gemak van bezwerende Floydiaanse psychedelica over naar groovende grunge passages of complexere stukken, zoals de naar Tool neigende groove in klepper “Ascendancy”. Afsluiter “Psychedelic mammoth” slaat de nagel op de kop want met zijn dertien minuten verkent de band in deze song alle uithoeken van het experimentele stoner spectrum inclusief solo gitaarwerk om duimen en vingers bij af te likken. Soms zitten er misschien net iets té veel ideeën binnen één nummer verwerkt of wordt het iets te langdradig (titelnummer), maar dat is eigenlijk muggenziften. Bij elke draaibeurt heb ik een andere favoriet en dat is een goed teken. Net als Grimmsons enkele maanden terug, opnieuw een erg sterke EP van een veelbelovende band van eigen bodem. Zeg nu nog dat er geen talent rondloopt in ons kleine Belgenlandje!

JOKKE: 83/100

Psychonaut – 24 trips around the sun (Eigen beheer 2014)

1. Mantra
2. 24 trips around the sun
3. Ascendancy
4. Psychedelic mammoth