Maand: oktober 2014

Dysangelium – Leviaxxis

Dysangelium speelt black metal en komt uit Teutonenland. Daar waar dat rond de jaren 2000 niet bepaald een winnende combinatie betekende, bezitten onze Oosterburen momenteel een enorm sterke scene. De mensen achter het tevens Duitse World Terror Committee gaan als echte zwijnen op zoek naar zwart goud in de ondergrond. In deze context bedoel ik dan geen truffels, maar zwartgeblakerde (orthodoxe) ondergrondparels zoals Flagellant, Chaos Invocation en het fenomenale Ascension. Voeg aan dit rijtje geweldenaars gerust ook Dysangelium toe. Deze herrieschoppers zijn sinds 1999 actief en brachten recent met “Leviaxxis” een tweede drie-songs-tellende demo uit, die als voorproefje dient voor het op kerstavond te verschijnen debuut “Thánatos Áskēsis”. Als die plaat even hard gaat knallen als deze demo, blijft er geen spaander heel van het kribbeke van kindeken Jezus en zal hij met zijn blote billen in de drek van den os en den ezel belanden. De dissonante, vaak teringsnelle, riffs vliegen om je horen en frontman Sektarist O gromt, screamt, roept en giert als een tyrannieke bevelhebber. Zijn stijl doet me wat denken aan Aldrahn (Dodheimsgard). “’Til only thy light is left” vonden we ook al in een iets ruwere versie terug op hun eerste demo “Exordium”. De andere twee songs zullen ook op het debuut te horen zijn. Ik pis nu al in mijn broek van blijdschap bij het vernemen dat deze rijzende sterren volgend jaar met hun broeders van Ascension gaan touren en daarbij ook onze hoofdstad aandoen. Brussels shall burn!

JOKKE: 82/100

Dysangelium – Leviaxxis (World Terror Committee 2014)
1. ‘Til only thy light is left
2. Obelisk of the sevencrowned son
3. Chaomega

Advertenties

Electric Wizard – Time to die

Tien jaren lang heeft het geduurd. Destijds riep Ewiz het nog vrolijk van de daken: “We live motherfuckers!” We gaan er tegenaan! We gaan eens lekker knallen! Troetelbeertjes straal! Maar tegenwoordig heeft de man, wiens voornaam bij 98% inwoners van een bepaald land hun volledige kennis van het Frans beslaat, besloten dat het welletjes is geweest. Ladies and gentlemen, it’s Time to die. Zo begon Electric Wizard hun set eerder dit jaar op Desertfest in Antwerpen. Helaas was dat geen show om in te kaderen. Lizzy was te toondoof om te merken dat haar gitaar haast de hele set ontstemd was en Jus was gewoon te dom door geen nieuwe snaren op te leggen, er eentje te breken en tevens geen extra gitaar achter de coulissen te zetten. Hoe stuntelig de band live was, hoe sterk ze op plaat klinken. “I love the dead, the living make me sick. Profit and greed, bleeding the world dry” – Zo’n zinsnede vraagt om een D-beat, dreadlocks, vuile blote voeten en vochtige honden, maar vergis je niet, “Time to die” is zwart. Pekzwart! Het hele album ademt een nihilistisch en depressief sfeertje uit. Heer Oborn ziet het deze keer echt niet meer zitten. Als Jus volgende week een kogel door zijn hersenpan jaagt, zullen mensen zeggen: “nou ja, dat zag ik aankomen”. “Time to die” klinkt niet als een gimmick. De duisternis is echt. Puur! Weerzinwekkend. Het is met verve het donkerste album op conto van Electric Wizard. Het recept is alom bekend. Een van de scene boomers en toch wel inspiratiebron voor velen kiest steevast voor dezelfde aanpak: dalende toonladders in mineur met een typische rechterhandaanslag. Ja. Dat is saai. Ja. Dat is voorspelbaar. Gelukkig maar! Als tijdens “Funeral of your mind” het tempo enigszins de hoogte ingaat, lukt het net om niet de noodtoestand doorheen het ganse land af te roepen. Laat Ewiz maar hun lekker wegkabbelende doom stoner spelen. Vergeleken met vorige albums kan de fijnproever zich er misschien in berusten dat de nieuweling wat zwaarder op de maag ligt, maar toch nog zo catchy is als het vorige “Black masses“. Ook wordt deze keer terug gegrepen naar meer synthgeluiden, noise en meneer Hammond. Een goede keuze, daar zo de sfeer wat meer in de spotlights staat. However, het blijft niet de band die je beluisterd om eens lekker te grooven. Je moet in een bepaalde mindset zitten om hiervan te genieten. Onze fruitsapman laat graag geloven dat het drugs moeten zijn, maar niks is zo vervelends om Blake Nachtripofftium gewijs op te scheppen over je eigen domheid. “Time to die” knalt zoals geen enkele Wizard album eerder klonk. De productie is enorm! De krakende fuss mag in het woordenboek staan naast “perfecte sound”. Als Jus morgen tussen de zooien ligt, mag hij fier zijn op zo’n afsluiter. And Satan lives! And six six six! En zo van die dingen,…

Flp: 96/100

Electric Wizard – Time to die (Spinefarm Records 2014)
1. Incense for the damned
2. Time to die
3. I am nothing
4. Destroy those who love god
5. Funeral of your mind
6. We love the dead
7. SadioWitch
8. Lucifer’s slaves
9. Saturn dethroned

Obituary – Inked in blood

Ik moet zo’n jaar of dertien geweest zijn toen ik van mijn oudere buurjongen wat death metal CD’s meekreeg om eens op mijn kamer te beluisteren. Tot dan toe waren het vooral Guns ’N Roses en Metallica die mijn hartje sneller deden slaan. In het pretpakketje zaten onder andere Sinister, Napalm Death en de eerste vier albums van Obituary. Urenlang heb ik naar de prachtige hoezen zitten kijken en tientallen keren heb ik het coole bandlogo op pennenzakken en ringmappen nagetekend terwijl de groovende death metal vergezeld van de sappige vocalen van John Tardy (tot groot jolijt van mijn ouders) door het huis schalde. Het nieuwe negende studioalbum is naar aloude traditie voorzien van een ultragave hoes van Andreas Marshall; misschien wel de meest expliciete en brute uit hun discografie sinds debuutplaat “Slowly we rot” uit 1989. Op de cover, die je eerder zou verwachten van een band à la Cannibal Corpse, zien we een man die grondig door de klootzakken van IS onder handen genomen lijkt te zijn. Vijf jaren verstreken sinds de vorige plaat “Darkest day” uit 2009, maar de mannen hebben duidelijk hun tijd genomen om met een kanjer van jewelste op de proppen te komen. De korte openingstrack “Centuries of lies” hakt er meteen in. Twee basisriffs zijn voldoende om de toon te zetten. Vanaf “Violent by nature” maken de dubbele bassdrums van Donald Tardy overuren. De zagende en hakkende riffs snijden door je trommelvlies en rond de vier minutengrens vliegt de eerste solo om je horen. Luchtgitaar rondgespen en volle gas vooruit! “Pain inside” en “Back on top”  zijn zo’n klassieke Obituary nummers die met een solo aftrappen en dan midtempo gewijs rond zich heen schoppen. De catchy start-en-stop riff die Trevor Peres aan het begin van “Visions in my head” uit zijn mouw schudt, luidt de eerste échte kaskraker in die live brokken moet maken.  “Violence”, het thrashy “Minds of the world” en “Paralyzed with fear” zijn de snellere songs van de plaat die geen spaander heel laten zonder dat er blastwerk aan te pas komt. De vocalen van John zijn herkenbaar uit de duizend en goed verstaanbaar. Op de song “Inked in blood” lijkt hij haast te rappen. De productie van het album is krachtig en misschien net een tikkeltje té afgelikt (vooral de sound van de toms klinkt iets té digitaal). Vergelijk het een beetje met “Back from the dead” uit 1997. Obituary blijft keer op keer verbazen met platen die volstaan met simpele maar oh zo effectieve death metal (less is more!) en levert met hun negende plaat hun beste release af sinds hun comeback plaat “Frozen in time” uit 2005. Samen met Bolt Thrower zijn ze de ongekroonde koningen van midtempo old school death metal.

JOKKE: 83/100

Obituary – Inked in blood (Relapse records 2014)
1. Centuries of lies
2. Violent by nature
3. Pain inside
4. Visions in my head
5. Back on top
6. Violence
7. Inked in blood
8. Deny you
9. Within a dying breed
10. Minds of the world
11. Out of blood
12. Paralyzed with fear

Jakob – Sines

Sinds 1999 bracht het Nieuw-Zeelandse Jakob gemiddeld om de twee jaar een plaat uit met (progressieve) post-rock die aardig klonk maar niet wereldschokkend was totdat in 2006 “Solace” op de mensheid losgelaten werd. Deze plaat schoot bij ondergetekende als een vuurpijl naar de top qua instrumentale post-rock. “Solace” is mijn muzikale compagnon tijdens laatavond- of nachtelijke cruises op de baan, waarbij ik mijmerend of doordrongen van melancholie langs bos ende velde (verloren) rijd. Ondertussen werd post-rock erg populair getuige ons eigenste Dunk! festival, maar in het Jakob kamp bleef het muisstil. Af en toe dook er op de sociale media berichtgeving op over de opvolger van dit meesterwerk, maar er werd niets concreet naar de buitenwereld toe. Vorig jaar zag het ernaar uit dat de nieuweling zou uitkomen en de band zou gaan touren, maar op het laatste nippertje vielen deze plannen in duigen. Telkenmale leken handblessures van de bandleden roet in het eten te gooien. Nu, na acht lange jaren, en op een moment dat de post-rock scene over zijn hoogtepunt heen is, ziet “Sines” eindelijk het daglicht. De verwachtingen zijn bij ondergetekende natuurlijk torenhoog. Altijd gevaarlijk, want de kans op teleurstelling is dan des te groter. Na een achttal luisterbeurten, kan ik jullie echter met een gerust hart verzekeren dat de nieuweling opnieuw een plaat is om duimen en vingers bij af te likken. Openingstrack “Blind them with science” liet enkele weken geleden al het beste vermoeden. In deze song borduurt het trio verder op de sound en atmosfeer die ze met “Solace” hadden neergezet. Ingetogen dromerigheid duelleert met pakkende erupties. Dit kunstje is natuurlijk al honderdduizend keer gedaan, maar Jakob weet telkens weer de gevoelige snaar te raken, daar waar collega’s me soms noch warm noch koud laten.  In het daaropvolgende prachtige, kippenvel opwekkende “Emergent” wordt de ontroer-modus aangezet. De beginmelodie zwelt op een meanderend tempo en gevoed door subtiele strijkers aan tot een gevoelige luistertrack. Tijdens de eerste seconden van “Magna carta” lijkt het alsof we te maken krijgen met het tweelingbroertje van “Everything all of the time”, één van de hoogtepunten van “Solace”. De gitaren van Jeff Boyle zetten een melancholieke soundscape neer op een simpele maar effectieve drumbeat van Jason Johnston die de symbiose aangaat met de pulserende baslijn van Maurice Beckett. Hoewel de song wel heel veel weg heeft van eerder werk, is dit toch weer een echte parel. Ook “Harmonia” is weer één brok emotie en pure schoonheid. Meer uptempo drumwerk stuwt deze song vooruit naar een finale waarin mooie strijkers het eindpleidooi voor hun rekening nemen. “Resolve” is met zijn negen minuten de langste track van de plaat waarin de band zich ook het hardste uitleeft. De andere songs vertellen hun verhaal in vijf à zes minuten aan de luisteraar, wat voor post-rockbegrippen aan de korte kant is. Effectiviteit wint het zo echter van langdradigheid. “Darkness” heeft zijn naam niet gestolen, want met zijn duistere ambient soundscape is dit de meest donkere song van de zeven. Met “Sines” toont Jakob nog maar eens aan waarom ze tot de crème de la crème van de post-rock scene behoren. Dromerigheid en ontlading spelen bij hen een melancholisch maar sensueel spel. “Solace” blijft niet te evenaren en behoudt de eerst plaats in mijn top drie qua post-rock, maar “Sines” nestelt zich met het grootste gemak op positie drie, om enkel “Red forest” van If These Trees Could Talk nog als buffer tussen beide meesterwerken te laten wringen. De band is bevestigd voor de komende editie van Dunk! festival. Gaat dat zien en wordt één met hun onaardse schoonheid.

JOKKE: 92/100

Jakob – Sines (The Mylene Sheath 2014)
1. Blind them with science
2. Emergent
3. Magna carta
4. Harmonia
5. Resolve
6. Darkness
7. Sines

Mysticum – Planet Satan

Al een chance dat de vertragingen van de NMBS niet de allure aannemen van het tempo waaraan het Noorse Mysticum platen uitpoept. Met een kleine vertraging van zo’n luttele achttien jaar krijgen we nu eindelijk hun langverwachte tweede langspeler in onze maag geduwd. De release van “Planet Satan” werd reeds op de sleeve van de in 1996 verschenen debuutplaat “In the streams of inferno” aangekondigd, maar liet dus Guns ’N Roses gewijs een beetje op zich wachten. Back in the days sloeg deze plaat als een splinterbom in de toenmalige black metal scene in en zaaide grote verdeeldheid. De ene groep prees Mysticum voor de frisse wind die ze lieten waaien door de conservatieve scene door hun gebruik van elektronische drums en het machinaal/industrieel karakter van hun muziek. De andere groep kon helemaal niets met deze rare kwieten die tripten op zowat elke drug die toen voorhanden was en underground techno party’s afschuimden. Zoals wel meer het geval is met omstreden platen, groeide “In the streams of inferno”  uiteindelijk tot een heuse cultplaat uit. Nadien werd het stil rond de band, ijzig stil. In 2003 werd nog wel een split uitgebracht met het Noorse Audiopain, maar veel meer tekens van leven vielen er niet waar te nemen. Guitarist/zanger Prime Evil dook nog wel op bij de Noorse deathrashers Amok en de Italiaanse blackened industrial band Aborym. De andere leden Cerastes en Mean leken echter volledig van de aardbol verdwenen te zijn, waarbij dat bij de eerste zowel letterlijk als figuurlijk te interpreteren valt als je het boek “Black metal: Evolution of the cult” erop naleest. In 2011 kreeg Prim Evil de muzikale microbe terug te pakken en benaderde hij de andere twee. Er werd een deal getekend met Peaceville Records die “In the streams of inferno” terug uitbracht en nu is er dan eindelijk het langverwachte “Planet Satan” waarvan ik de hoop op verschijnen eigenlijk al lang opgegeven had. Bij het aanhoren van openingstrack “LSD” wordt je terug in de tijd gekatapulteerd en is het er totaal niet aan te horen dat de band bijna twintig jaar op non-actief heeft gestaan. Hun typische sound is gelukkig geheel intact gebleven. Militante industrial drums voeden de infernale black metal stroom terwijl luid “Lucifer in the sky with demons” wordt geproclameerd. Van de overige songs springt het überagressieve “Fist of satan” er nog uit. Deze track voelt inderdaad aan alsof de gehoornde tegen 200 km per uur op je smoel ligt te rammen en al je tanden uit je bek slaat. De beenharde staccato drums in “Cosmic gun” geven bovendien het gevoel van een dolgedraaide mitrailleur die op je trommelvliezen wordt afgevuurd. “Planet Satan” is echter een vlijmscherp mes dat aan twee kanten snijdt: enerzijds ben je opgelucht dat de Noren nog steeds even explosief uit de hoek komen, hun sound trouw gebleven zijn en niets aan agressie te lijken hebben ingeboet. Anderzijds blijft het overrompelende effect van hun debuut ver weg. Aan jou te bepalen aan welke kant van het mes je wilt vertoeven.

JOKKE: 80/100

Mysticum – Planet Satan (Peaceville Records 2014)
1. LSD
2. Annihilation
3. Far
4. The ether
5. Fist of satan
6. All must end
7. Cosmic gun
8. Dissolve to impiety

Cepheide – De silence et de suie

Wie houdt van gladde en kraakheldere producties waarbij alle instrumenten duidelijk hoorbaar in de mix zitten en die luid uit de speakers knallen, loopt best in een grote boog rond de eerste demo van het Franse Cepheide heen. Het Parijse trio trakteert ons hier namelijk op een portie lo-fi doch atmosferische black metal met een dikke knipoog richting Amerikaanse bands genre Ash Borer en Fell Voices. Het niveau van deze bands wordt echter nog niet gehaald op deze eerste worp, hoewel “L’Homme ruine” toch al een aardige poging is. Doorheen het wazige en groezelige tapijt van up-tempo black metal kan de aandachtige luisteraar enige vorm van melodieën ontwaren (check onder andere de grootse finale melodie aan het einde van “Deluge”), hoewel deze bijlange niet zo pakkend zijn als hun Amerikaanse collega’s weten neer te zetten in hun rauwe herrie. Grootste werkpunt blijven echter de vocalen, die heel monotoon zijn en volgens mij zelfs helemaal geen tekst uitbraken. Het zijn eerder hoge schelle gillen en krijsen, zoals we die bij menig suïcidale black metal band terugvinden. Het heeft soms dan ook wel wat weg van de Aussies van Woods Of Desolation. Tegen de vierde song “Deluge” beginnen de uithalen van “zanger” Spasme (daar heeft het trouwens ook wel wat van weg) toch wel storend te worden, hoewel de muzikale razernij er zeker mee door kan. Voor verbetering vatbaar dus. Desalniettemin denk ik dat deze Fransozen nog wel sterk uit de hoek kunnen komen op volgende releases. Een band om in het oog te houden dus. De demo is te verkrijgen via hun Bandcamp op zowel CD als cassette, een geluidsdrager die terug aan een opmars bezig is in undergroundmiddens.

JOKKE: 70/100

Cepheide – De silence et de suie (Eigen beheer 2014)
1. A la croisée des ames
2. Là où les idoles demeurent
3. L’Homme ruine
4. Deluge

Inter Arma – The cavern

Na het lichtjes geniale “Sky burial” uit 2013, komt deze Amerikaanse band nu al met een nieuwe EP op te proppen. Allez ja, EP, what’s in a name? Hoewel dit plaatje slechts één song bevat, klokt die wel af op net geen 46 minuten. Altijd risky business als een band probeert om één monsterlijke song uit de mouw te schudden, want het is dan natuurlijk altijd de vraag of het nummer de volledige speeltijd kan blijven boeien. “The cavern” begint nog enigszins ingetogen maar gaat toch al vrij snel over tot metalen heaviness. Beukende sludgy metal met een subtiele keyboardgordijn op de achtergrond knalt door de speakers. Deze riff wordt iets te lang aangehouden om dan abrupt over te gaan naar een nieuw deel van de song, dat iets progressiever getint is en qua riffs en vocalen de Mastodon tour opgaat. Na enkel minuten gaat de muziek, ditmaal subtieler, terug over naar zware sludge met black metal vocalen. Dit is echter niet van lange duur, want de geluidsmuur valt terug stil en een nieuwe opbouw wordt gecreëerd middels trage sludge met een slepende vioolmelodie. Spijtig genoeg volgt plots weer een abrupte shift van een meer proggy passage om dan toch weer terug naar de vorige riff terug te keren en dit doen ze nog een keer. Je wordt als luisteraar voortdurend op het verkeerde been gezet en éénmaal je mee bent met een bepaalde mood brengt Inter Arma je het hoofd op hol. Daarna krijgen we een geslaagde Americana getinte passage inclusief lap steel, strijkers en zwoele vrouwelijke vocalen van Windhand’s Dorthia Cottrell. Een uitgesponnen gitaarsolo die op het einde inkakt en meer weg heeft van guitar wanking vormt de brug naar hakkende riffs die overgaan naar een nieuwe inspiratieloze en véél te lange solo. Het is nu al een lange rit en we zijn nog maar iets over halfweg. Plots steekt er terug een Mastodiaanse gitaarriff de kop op met tegendraads drumwerk. Na deze lange instrumentale passage, mag zanger Mike Paparo terug meedoen en wordt het beginthema van de song terug aangehaald. De song komt tenslotte ook erg abrupt tot een einde, waarschijnlijk omdat de maximum speelduur van een elpee behaald is. Links en rechts bevat “The cavern” wel leuke passages maar over het algemeen springt de band te veel van de hak op de tak en de abrupte overgangen geven het idee van knip- en plakwerk. Ik mis bovendien de black metalgetinte razernij van de vorige plaat. Als de song in verscheidene tracks opgedeeld zou zijn, kan je nog fast forward doen naar je voorkeurspartijen, nu ben je verplicht om de hele rit uit te zitten, waardoor ik deze plaat waarschijnlijk nooit meer opzet. Aan het muzikaal talent ligt het in elk geval niet, maar dat is nog geen zekerheid voor een boeiende song. Ik beschouw het als een mislukt experiment, en hoop dat de band met een volgende reguliere plaat terug de draad oppikt van “Sky burial”. Onderstaande trailer bevat de interessantste passages van de song. In drieënhalve minuut kan het dus ook.

JOKKE: 62/100

Inter Arma – The Cavern (Relapse Records 2014)
1. The Cavern