Maand: november 2014

Primordial – Where greater men have fallen

Ten tijde van “The gathering wilderness” uit 2005 begon bij ondergetekende het kwartje te vallen. Ik leerde het Ierse Primordial kennen als een band die uitblonk in het schrijven van donkere, maar zielsmooie muziek. Onder aanvoering van de charismatische frontman Alan A. Nemtheanga leverde de band sindsdien nog twee bescheiden meesterwerkjes af. Op de valreep van een reeds uitermate geslaagd muzikaal jaar leveren de Ieren met “Where greater men have fallen” nog maar eens een dijk van een plaat af die mijn voorlopig eindejaarslijstje duchtig door mekaar schudt. De titeltrack zet meteen de toon voor een klein uur kippenvel en weemoed, maar zoals vanouds druipt ook de woede en afkeer voor het menselijk ras er weer van af in muziek en teksten. Dat Nemtheanga een lettervreter en geschiedenisliefhebber is, komt duidelijk naar voren in zijn intelligente, maatschappijkritische (protest)songs. Niet alle nummers handelen over zijn cynische en donkere kijk op de wereld. Zo gaat het nummer “Babel’s tower” bijvoorbeeld over miscommunicatie. Opvallend aan dit nummer is de flitsende gitaarsolo naar het einde toe. Op papier klinkt dit misschien vreemd voor een band als Primordial, maar het pakt enorm goed uit. Na het vrij standaard Primordial nummer “Come the flood” volgt het furieuze “The seed of tyrants” waarin de black metal roots van het vijftal nog eens duidelijk boven komen drijven. Het tempo wordt hier serieus opgeschroefd en de flamboyante kletskop spuugt zijn gal uit (“If the church had one neck I would wring it. If the state had one artery I would sever it. Torches to the parliament of swine. And iron to the rights of fools.”). “Ghosts of the charnel house” wordt door vellenmepper Simon O’Laoghaire op gang getrokken en heeft een tamelijk hoog “vuist in de lucht” gehalte wat ook refereert aan de zanger zijn all star Bathory tribute band Twilight Of The Gods. Eigenlijk is Bathory zowat de enige band waarvan je invloeden terug hoort in de muziek van Primordial, want het geluid van de band is herkenbaar uit de duizenden: mid-tempo pakkende onderhuidse melodieën en spanning die gebalt zitten in een metalen basis waarop de love it or hate it grimmige cleane vocalen van Nemtheanga  je bij de keel grijpen. In het dreigende “The alchemist’s head” gaan zijn vocalen ook nog eens de black metal toer op terwijl het onheilspellende “Born to night” dat typische Ierse gevoel voor dramatiek bevat. Save the best for last, want “Wield lightning to split the sun” is een enorm pakkende en bloedmooie song, waarin de gitaarmelodie je tot tranen toe beroert.  “Where greater men have fallen” is opnieuw één brok (h)eerlijke muziek.

JOKKE: 88/100

Primordial – Where greater men have fallen (Metal Blade Records 2014)
1. Where greater men have fallen
2. Babel’s tower
3. Come the flood
4. The seed of tyrants
5. Ghosts of the charnel house
6. The alchemist’s head
7. Born to night
8. Wield lightning to split the sun

Advertenties

Fen – Carrion skies

Het Britse Fen gaat al Jaren door het leven als het kleine broertje van Agalloch. Deze Amerikaanse pagan black metal pioniers namen de Britten reeds enkele malen mee op sleeptouw bij hun doortocht door Europa. Vooral hun laatste gezamenlijke passage uit 2013 staat bij ondergetekende in zijn geheugen gegrift met een memorabel optreden van Agalloch, dat ik niet snel zal vergeten. Tijdens het concert van Fen werd duidelijk dat ze de nodige capaciteiten in huis hebben om nog enkele treden hoger op de ladder te klimmen. Iets wat hen zou moeten lukken met het fantastische nieuwe album “Carrion skies” onder de arm. Op deze vierde langspeler gaat de band een pak grimmiger te keer dan op eerdere releases, maar het gevoel voor melodie en melancholie wordt toch nergens uit het oog verloren. Het openingstweeluik “Our names written in embers”, meteen goed voor zeventien minuten, schiet onheilspellend uit de startblokken, maar bevat tevens een mooie progressieve passage die uitmondt in sfeervol gitaarwerk en baspartijen die refereren aan Isis ten tijde van “Panopticon”. Net zoals op vorige albums bevat de rauwe black metal basis ook nu weer de nodige postrock-elementen die als sfeermaker dienen en opbouwend tewerk gaan. Net wanneer je een climax verwacht schakelt de band echter over op progressief riffwerk om daarna hard van leer te trekken met blastend black metal geweld. De invloed van Agalloch blijft onherroepelijk aanwezig, maar over het algemeen gaat het er bij Fen een pak steviger en feller aan toe.  Fen opteerde steeds voor een organische productie, wat niet altijd even geslaagd uitpakte (zoals de gebrekkige productie op “Epoch” en “The malediction fields”), een euvel dat op “Carrion skies” volledig van de baan is. De heldere, doch verre van afgelikte productie draagt nog meer bij aan het genotsproces. Ogen dicht en laat je in “The dying stars” meeslepen op een avontuurlijke muzikale rondreis doorheen ons universum. In “Sentinels” wordt de progressieve kaart getrokken en uitgespeeld. Tesamen met cleane zang en Floydiaans gitaarwerk, is de geest van het Noorse Enslaved nooit veraf. Hoewel de plaat slechts zes songs telt, klokt deze wel op meer dan één uur speeltijd af. Verveling is echter niet aan de orde, want Fen weet de luisteraar steeds bij de aandacht te houden. De ene keer droom je weg langsheen donkere ondoordringbare wouden, kronkelende bergrivieren en monolytische natuurlandschappen, de andere keer zit je op het puntje van je stoel, zoals tijdens mijn favoriet “Menhir – Supplicant”. Het dertien minuten durende “Gathering the stones” sluit de plaat op monumentale wijze af. Of het nu bezwerende heroïsche cleane zang, van emotie doordrongen screams, breekbare weeklachten of mysterieus gefluister is, frontman Frank “The Watcher” Allain gaat het allemaal even goed af. Ook zijn twee kompanen leveren een uitmuntende prestatie af. “Carrion skies” is met voorsprong het beste album van Fen en kan de concurrentie met de laatste plaat van Agalloch met gemak aan. Samen met Winterfylleth en Wodensthrone houden ze de eer van Britse (pagan) black metal hoog. Recent kondigde Agalloch aan begin 2015 naar het oude continent af te zakken voor een Europese tour. Benieuwd of Fen opnieuw van de partij zal zijn om “Carrion skies” live aan het publiek voor te stellen. Zorg in elk geval dat je dan aanwezig bent, want dat wordt genieten geblazen!

JOKKE: 86/100

Fen – Carrion skies (Code 666 – 2014)
1. Our names written in embers – Part 1 (Beacons of war)
2. Our names written in embers – Part 2 (Beacons of sorrow)
3. The dying stars
4. Sentinels
5. Menhir – Supplicant
6. Gathering the stones

Bloodbath – Grand morbid funeral

De voorbije weken vloeide er heel wat inkt over het feit dat het Zweedse Bloodbath als nieuwe frontman voor Nick Holmes van Paradise Lost had gekozen. Internetfora werden volgezeikt over het feit of hij zich al dan niet goed van zijn taak zou kwijten, gezien het feit dat het haast een eeuwigheid geleden lijkt dat de brave man zijn grafputrochel nog eens van stal had gehaald. Voorganger Mikael Åkerfeldt (Opeth) overklassen lijkt op papier reeds een verloren zaak, daar deze zowat over de ultieme, meest diepe (maar verstaanbare!) deathgrunt beschikt. Spilfiguren achter Bloodbath zijn Anders “Blakkheim” Nyström en  Jonas Renkse, tevens de masterminds achter Katatonia, aangevuld met Per “Sodomizer” Eriksson (tot voor kort tweede gitarist bij Katatonia) en Martin Axenrot (Opeth). Dat Anders en Jonas erg grote fan zijn van de “Gothic” plaat van Paradise Lost uit 1991, weet eenieder die de band iets of wat volgt. Het zal voor beide heren dan ook een natte droom zijn dat ze good ol’ Nick hebben kunnen strikken. En dat ze een stevig potje heerlijke old school death metal kunnen spelen, bewijzen ze reeds sinds 2000. De nieuwe vierde langspeler met de gezegende titel “Grand morbid funeral” deelt direct een uppercut van jewelste uit met opener “Let the stillborn come to me” en veegt alle vooroordelen over Holmes van de baan. Wat een opener! Meteen dient de link gelegd te worden naar Vallenfyre, de old school death metal band van Gregor Mackintosh, gitarist bij Paradise Lost. “Total death exhumed” hakt er eveneens genadeloos op in, maar bevat ook tragere passages en enkele solo’s van Sodomizer. Het tragere werk wordt niet vergeten met “Church of vastitas” en de titeltrack, beide voorzien van subtiele kerk- en koorzang. “Grand morbid funeral” is geen logische vervolgoefening op voorganger “The fathomless mastery” en keert eerder terug naar de warme sound en oude stijl van “Nightmares made flesh” uit 2004. Iets minder technische hooks dus en een pak minder catchy, en terug meer Zweeds qua sound. Dat Martin zijn bijnaam “Axe” niet uit de lucht gegrepen is, bewijst hij o.a. op het stampende “Anne”, het hakkende “Unite in pain” en het felle “Famine of God’s word”, dat een korte blastpassage bevat. Anders laat halverwege “Mental abortion” zijn voorliefde voor melodie naar bovenkomen mits een onverwachte melodieuze passage inclusief solo. Het contrast wordt daarna opgezocht in het met momenten snelle en thrashy “Beyond cremation”. In het variërende en catchy “His infernal necropsy” leeft elk bandlid zich naar hartelust uit (hoewel de bas wel wat ondergesneeuwd is in de totaalsound). Liefhebbers van solo’s komen aan hun trekken in “My torturer” en tal van andere tracks. Eric Cutler (Autopsy) leverde hiervoor enkele solo’s aan en zijn collega Chris Reifert zingt ook nog een deuntje mee op “My torturer“.  Bloodbath bewijst met “Grand morbid funeral” dat ze tot de absolute top qua death metal behoren. Dit gaat live tijdens de zomerfestivals een waar bloedbad aanrichten in de moshpit. Of Nick Holmes de beste brulboei in de geschiedenis van de band is, moet ieder maar voor zich uitmaken, maar feit is dat hij de tegenstanders een serieus poepje laat ruiken. Dé death metalplaat van het jaar!

JOKKE: 90/100

Bloodbath – Grand morbid funeral (Peaceville Records 2014)
1. Let the stillborn come to me
2. Total death exhumed
3. Anne
4. Church of vastitas
5. Famine of God’s word
6. Mental abortion
7. Beyond cremation
8. His infernal necropsy
9. Unite in pain
10. My torturer
11. Grand morbid funeral

 

Horned Almighty – World of tombs

Er zijn niet veel black metal bands die zo hard de ballen uit je broek rocken als Denmark’s finest Horned Almighty. Het vierde album “Necro spirituals” uit 2010 was een kraker van jewelste. Benieuwd of de nieuwe plaat “World of tombs” deze nog kan overklassen. Als de titeltrack uit mijn boxen knalt, is mijn eerste constatering dat het totaalgeluid lichtjes richting death metal (of death ’n roll in dit geval) opgeschoven is, voornamelijk door de eerder grunt achtige vocalen van brulboei Smerte, die we ook nog kennen van het terziele gegane Exmortem. Stilletjes hoop ik dat dit geen trend is die op het hele album doorgetrokken wordt.  Een cover van Autopsy die op de tracklist prijkt (“Twisted mass of burnt decay”) en het ontbreken van corpsepaint op de leden hun smoelwerk, doen dat vermoeden nog meer versterken. Vanaf “Diabolical engines of torment” slaat de vlam echter in de pan en keert de band naar het vertrouwde black ’n roll geluid terug. Het kwartet rockt als een tiet middels opzwepende gitaarwerk, hakkende drums en een hevig ronkende bass, die als de drijvende kracht beschouwd kan worden. In “This unholy dwelling” en “Plague propaganda” gaat het nog meer de thrashy punk richting uit en waart de geest van oude Bathory en Venom rond. Je hoofd stilhouden op deze niet aflatende stroom aan compromisloze vernielende blackened metal is onmogelijk. Soms wordt even wat gas teruggenomen (“In torture we trust pt. II” of het met momenten haast doomy “Blessed by foulness”) om vervolgens weer geen spaander heel te laten in “This unholy dwelling”. Op zich niets nieuws onder de zon op dit vijfde album en “Necro spirituals” wordt niet overklast , maar de black ’n roll klinkt wel verdomd lekker. Liefhebbers van Carpathian Forest, Khold, Impaled Nazarene of de later Darkthrone zullen hier een vette kluif aan hebben. Ik denk dat deze band vooral live ook in staat is een heus feestje te bouwen.

JOKKE: 80/100

Horned Almighty – World of tombs (Scarlet Records 2014)
1. Intro
2. World of tombs
3. Diabolical engines of torment
4. Unpure salvation
5. Plague propaganda
6. …Of flesh and darkness
7. In torture we trust pt. II
8. This unholy dwelling
9. Blessed by foulness
10. Twisted mass of burnt decay

The Deathtrip – Deep drone master

Laat je niet misleiden door het woordje drone uit de albumtitel. Wie sonisch geweld genre Sunn O))) verwacht is eraan voor de moeite. “Deep drone master is a black metal dish best served cold”. Het is slechts weinigen gegeven om dezer dagen nog een black metal album af te leveren dat de trve spirit kan oproepen van de Noorse second black metal wave. De laatste twee Isvind platen waren erg goede en geslaagde pogingen en laat ik maar meteen de clue van deze recensie verklappen: The Deathtrip slaagt er met “Deep drone master” als geen ander in om de luisteraar terug te katapulteren naar de tijd waarin de eerste black metal platen zich vanuit de Scandinavische ondergrond als de pest over de mensheid verspreidde. De Engelse gitarist Host laat zich op deze ijskoude brok metal bijstaan door niemand minder dan Noors cultfiguur Aldrahn. Dit heerschappij verleende zijn raspende strot in het verleden onder andere aan Dødheimsgard, Old Man’s Child, Zyklon B en het legendarische Thorns, vooral die eerste en laatste hebben toch wel de nodige impact gehad op vele genregenoten. De jonge lezer dient vooral “Kronet til konge”, het ongekroonde meesterwerk uit 1995 van Dødheimsgard op te snorren. En over moustachen gesproken. Thorns mastermind Snorre W. Ruch opereerde als mixer bij de opnames van dit debuut en verleende zijn hulp bij het vastleggen van de vocalen. Op drums worden Host en Aldrahn bijgestaan door Dan “Storm” Mullins, die vooral bekend is van Bal-Sagoth en My Dying Bride. Nostalgie maakt zich heer en meester van ondergetekende wanneer hij de tien nummers inclusief intro met kakelende kippen, over zich heen laat komen. Deze Noors-Engelse collaboratie weet als geen ander de ene na de andere ijzingwekkende bevreemdende melodie uit zijn hoed te toveren. Vintage jaren negentig black metal riffs, ontdaan van alle franjes, vormen het skelet van de songs. Host heeft een gouden zet gedaan door Aldrahn te kunnen strikken voor de vocale invulling. In “Making me” laat de Noor horen waarom hij tot de allergrootste black metal zangers hoort. De wanhopige emotie waarmee hij “I open up my heart for the devil” uit zijn stembanden wringt, komt vanuit de tippen van zijn tenen. Hier wordt een mens ijzig stil van. Elk woord dat hij op je afvuurt, klinkt gemeend en oprecht én verstaanbaar (behalve het zeven minuten durende afsluitende “Syndebukken” dat in het Noors wordt gebracht ). Ook in “A foot in each hell” gaat hij op vocaal gebied tot aan het gaatje, met zijn door merg en been gaande screams.  Ik moet bij het beluisteren van de plaat regelmatig denken aan “Ravishing grimness” van Darkthrone of het oude werk van Satyricon en natuurlijk ook Dødheimsgard. De ene keer slepend traag (“Dynamic underworld”, “Making me”, “Something growing in the trees” of het met hypnotiserend gitaarwerk opgesmukte “Syndebukken”), de andere keer venijnig uptempo (check de striemende riffs van “Cosmic verdict“ of het geselende “Sewer heart”). “Deep drone master” is zo’n koude plaat dat ze kan gebruikt worden om voetwratten te bevriezen. Nu maar hopen dat er ook snel nieuw werk van Thorns aankomt!

JOKKE: 90/100

The Deathtrip – Deep drone master (Svart Records 2014)
1. Intro
2. Flag of betrayal
3. Dynamic underworld
4. Making me
5. Cosmic verdict
6. Sewer heart
7. A foot in each hell
8. Cocoons
9 Something growing in the trees
10. Syndebukken

Briqueville – Briqueville

Marketinggewijs klopt het plaatje als een bus bij deze duistere waaslanders, die ervoor gekozen hebben om hun identiteit verborgen te houden middels het dragen van lange capes en mysterieuze maskers. Zo kan je onbevooroordeeld naar de muziek luisteren zonder de band af te rekenen op de meestal eerdere muzikale activiteiten van diens leden. Bullshit natuurlijk want dit kunstje werd al tientallen keren eerder gedaan door de Ghosts en Slipknotten van deze wereld. En dikwijls is het ontrafelen van de identiteit van de leden spannender dan de muziek itself. Zet je speurneus maar alvast op…en laat hem nog even opstaan. Enkele dagen geleden werd immers hun titelloze debuutplaat op de mensheid losgelaten. Om dit gebeuren extra kracht bij te zetten werden twintig exemplaren her en der in ons belgenlandje begraven. Via hun website worden stapsgewijs de coördinaten weggegeven zodat ge uw spade en rubberen bottekes kunt bovenhalen om in de aarde te gaan ploeteren en uw schattenjacht hopelijk kunt beëindigen met het draaien van de plaat. Opnieuw leuk gevonden maar dat leidt ons wel af van het in vier aktes opgesplitste muzikaal verhaal dat deze heren (ik ga er gemakkelijkheidshalve van uit dat dit een “all men” clubje is) ons willen vertellen. “Akte 1” valt te situeren in de post-rock hoek. Reeds honderden keren eerder en helaas ook beter gehoord. De opbouw is er één volgens het boekje en kippenvel komt er spijtig genoeg niet aan te pas. Over naar “Akte 2” dan maar, die gelukkig al een pak spannender klinkt. Bezwerende cleane zang probeert de luisteraar Om-s-gewijs in een psychedelische trance te brengen, wat deels lukt. De stoner/doom riffs worden opgeluisterd met subtiele electronica. “Akte 3” gaat trancegewijs nog een stapje verder. Nu wordt eerder uit een Bong-vaatje getapt alvorens naar het einde toe lekker te grooven. En qua groove gaat men ik “Akte 4” op hetzelfde elan verder. Laag na laag worden de stonergrooves als lasagneblaren op elkaar gelegd en met een psychedelicasausje overgoten. Na 4 aktes en net geen veertig minuten speelduur is de koek op. “Akte 1” had gerust achterwege gelaten mogen worden. Voor de rest is dit een debuut dat nog vele mooie dingen belooft voor de toekomst. Zeker als het masterplan achter de band ook nog eens verdomd slim wordt uitgespeeld.

JOKKE: 73/100

Briqueville – Briqueville (Pias/Rough Trade)
1. Akte 1
2. Akte 2
3. Akte 3
4. Akte 4

Fides Inversa – Mysterium tremendum et fascinans

Fides Inversa, na schone dames het beste exportproduct uit de Laars. Een half decennium geleden zag “Hanc aciem sola retundit virtus” het levenslicht en de band already had me with hello. Destijds speelde ik de plaat ontelbare keren en het frostbitten Limburgse winter landschap van toen staat voor eeuwig gelinkt aan de Italianen. Fides Inversa zat, kort door de bocht genomen, ergens tussen Watain en Deathspell Omega in. Maar dan beter. Vijf jaar lang hebben we moeten wachten op opvolger “Mysterium tremendum et fascinans“. Vijf jaar lang lang heb ik hun aan hun oren gezaagd om te vragen waar die nieuwe plaat bleef. Werd het wachten beloond? Ja. En neen. Zonder twijfel gaat “Mysterium tremendum et fascinans” knalhard, maar hij tipt niet aan het debuut. Doch, mijn beste Gionata is een machine! Er is echt wel een reden waarom deze rasmuzikant speelt (of speelde) bij Enthroned, Glorior Belli, Frostmoon Eclipse, Acherontas, Blut Aus Nord en een honderdtal andere bands. Beeld je daarbij in dat hij ook de zang voor zijn rekening neemt. Klasse! Onmiddellijk moet ik dan ook denken aan andere zingende drummers, zoals bij Infinity en Absu. En dat is nog niet eens zo een gek idee, want daar ook de Hollanders een lichte Texaanse invloed kende op hun laatste, heeft ook Fides Inversa’s nieuweling een thrashy tintje, zoals in nummer “IV” en “VI” (“because the band apparently used up its whole vocabulary with the album title” las ik ergens). Nummer “V” is dan weer lekker traag en dissonant zoals enkel Deathspell Omega (goed geluisterd naar “Si monumentum“, gasten) dat kan. Voeg daarbij nog een vleugje Funeral Mist en het recept is gereed. Bijna,… Net zoals op het debuut worden klassieke intermezzo’s niet geschuwd. De heerlijke Gregoriaanse gezangen in “VI“, het bombastische einde van “V“,… Maar zoals eerder geschreven: “Mysterium tremendum et fascinans” haalt het niet van zijn voorganger, ook al liggen ze absoluut niet ver uit mekaar. Alleen, het debuut kent meer furie, meer diabolische zang en het bevat simpelweg meer sterkere composities. Desalniettemin steekt Fides Inversa met kop en schouders uit boven de middelmaat! Religieuze (quoi?) black metal ten voeten uit!

Flp: 83/100

Fides Inversa – Mysterium tremendum et fascinans (W.T.C. 2014)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI
7. VII