Maand: januari 2015

Devouring Star – Through lung and heart

Wat ze dezer dagen in Frankrijk en IJsland kunnen, kan ik op mijn eentje ook moet de Fin JL gedacht hebben. Met debuutplaat “Through lung and heart” van zijn Devouring Star slaagt hij erin om een prestatie neer te zetten om “U” tegen te zeggen. De schitterende twee songs tellende demo uit 2013 was voor het Russische kwaliteitslabel Daemon Worship Productions voldoende om Devouring Star binnen te halen. Vijf tracks volstaan om je compleet murw geslagen achter te laten. De dissonante black metal van Devouring Star heeft overduidelijk leentjebuur gespeeld bij Deathspell Omega, maar kan absoluut niet als een klakkeloze kopie bestempeld worden. Daar waar het er bij de Fransozen wat chaotischer en minder rechtlijnig aan toe gaat, liggen de songs van JL iets gemakkelijker in het gehoor en gaat hij meer gestructureerd te werk. De extremen liggen op deze plaat héél ver uiteen: tussen het overdonderende black metal geweld schemeren duistere melodieën door en de Fin schakelt regelmatig over op doom-modus wat een intens spanningsveld creëert. Onvermijdelijk duiken ook hier label maten Svartidauði als referentiekader op. In de afsluiter duiken zelfs enkele beukende sludgeriffs op die je op het puntje van je stoel doen kruipen omdat je weet dat er op een bepaald moment terug een allesvermorzelende versnelling gaat aankomen. De sound is werkelijk massief te noemen en de productie past deze stijl als gegoten. In het openingsnummer en de titelsong passeren kerkgezangen die het geheel een sacraal karakter geven. Met songtitels als “Sanctified decomposition” en “Decayed son of earth” wordt duidelijk dat het album handelt over de dood, maar ook het begrip “chaos” komt tekstueel aan bod. Opnieuw een erg goede aanwinst voor het steeds verder uitdijende orthodoxe black metal universum.

JOKKE: 84/100

Devouring Star – Through lung and heart (Daemon Worship Productions 2015)
1. Sanctified decomposition
2. Decayed son of earth
3. To traverse the black flame
4. The dreaming tombs
5. Through lung and heart

Advertenties

Addaura – …And the lamps expire

Voor wie de Cascadian black metal scene volgt, zal het uit Seattle afkomstige Addaura misschien geen totale onbekende zijn. Met hun demo en full plaat (“Burning the ancient” uit 2012) wisten ze mijn aandacht reeds te trekken. Nu valt er een nieuwe EP te beluisteren waarop ons twee volwaardige songs worden voorgeschoteld (“Chambering things lost” is eerder een noisy intermezzo) goed voor dik twintig minuten atmosferische black metal ter meerdere eer en glorie van Moeder Aarde. Daar waar Wolves In The Throne Room de onbetwiste numero uno is en op eenzame hoogte de maatstaf bepaalt voor dit subgenre, zijn Ash Borer en Fell Voices als een siamese tweeling met elkaar verstrengeld op de tweede en derde plaats. De vorige releases deden reeds het beste vermoeden voor de toekomst, maar het niveau van de heilige drievuldigheid wordt (nog) niet gehaald. Na een piano intro schiet “Amid the tumult and clamor (I look for the light through the pouring rain)” veelbelovend uit de startblokken. Het duurt echter niet lang alvorens de blastbeats stilvallen en akoestische gitaren en piano terug de hoofdrol opeisen tot het moment waarop de drummer het genoeg vindt en terug volle gas mag geven. Hoewel geheel volgens het boekje gespeeld, weten ze de haartjes op mijn armen niet recht te krijgen. Ook  “The sun shines today also (On the oaks of that bird hill)” wordt met toetsen ingezet en volgt hetzelfde stramien van de eerste song. Alleen vormen hier subtiele cleane zang (je moet echt wel je oor tegen je boxen houden) en organische orgaanpartijen (die door bassiste Heidi verzorgd worden) wel voor de onderscheidende factor ten opzichte van de collega’s en weten de riffs de grootsheid van de natuur tegenover de nietigheid van de mens wel uit te drukken. Akoestische gitaren en piano krijgen het laatste woord. Al bij al een goede EP die hun debuutplaat wel niet weet te overtreffen. Op hun bandcamp-site kan je deze EP voor één schamele dollar aanschaffen: https://addaura.bandcamp.com/. Doen!

JOKKE: 78/100

Addaura – …And the lamps expire (Eigen beheer 2015)
1. Amid the tumult and clamor (I look for the light through the pouring rain)
2. Chambering things lost
3. The sun shines today also (On the oaks of that bird hill)

Serpents Lair – Demo MMXIV

Het eerste wapenfeit van het zwartgeblakerde Deense Serpents Lair is een twee tracks tellende demo cassette die halfweg 2014 uitkwam in Europa op Duplicate Records. In de VS werd het kleinood door Fallen Empire Records gereleased als een exclusieve mixed tape met zes andere bands (Death Fortress, Endlichkeit, Hæthen, MisÞyrming, Vorde en Xothist) tijdens Maryland Deathfest. Op Cvlt Nation werd deze demo beloond met een eerste plaats in de categorie “beste demo van 2014”. Recent raadde Alkerdeel’s Pede me aan deze band uit te checken en wie ben ik om ‘s mans wijze raad in de wind te slaan? Twee tracks en veertien minuten volstaan om niet alleen mijn aandacht te trekken, maar om me ook te overtuigen van de zwarte kunde van het anonieme duo. “Labyrinthine offerings” is een hoogmis van dissonant black metal geweld. De ene moment een wervelwind die je bij je nekvel grijpt, je vervolgens weg katapulteert om je tenslotte tergend traag met gebroken botten en gespleten schedel over dorre aarde te slepen tot in de diepste hellekrochten. Serpents Lair mengt Franse oude Deathspell Omega-achtige dissonantie met sinistere IJslandse bravoure (jaja, Svartidauði komt hier onvermijdelijk om de hoek piepen). Vooral aan het einde van “Epistemology of death” komt de Franse invalshoek (Aosoth, DSO) duidelijk naar voren in het zagend riffwerk. Er is een full album in de maak. Als die van hetzelfde niveau gaat zijn als deze twee songs, behoort dat een knaller van formaat te worden! De demo kan via volgende link beluisterd en binnengehaald worden: https://serpentslair.bandcamp.com/

JOKKE: 80/100

Serpents Lair – Demo MMXIV (Duplicate Records/Fallen Empire Records 2014)
1. Labyrinthine offerings
2. Epistemology of death

Insanity Reigns Supreme – Jouw metgezel op het pad naar het einde

Insanity Reigns Supreme, de fossielen van de Belgische extreme metal scene. Je kunt daarmee eens lachen en ze misschien zelfs een gebrek aan ambitie verwijten, maar respect verdienen ze ongetwijfeld. Insanity Reigns Supreme stelt de band voor op de groep. Denk daar maar eens over na. Neem daarbij dat ze in kwalitatief stijgende lijn albums uitbrengen, zoals hun nieuwste en fantastisch klinkende “Unorthodox“. Mijn bewondering krijgen ze alvast! Met een diepe buiging presenteer ik jullie de woorden van Quo’Thar (gitaar) en Tes Re Oth (zang).

559628_890492214297213_5653538633562478943_n

Zelf ben ik erg onder de indruk van “Unorthodox“. Jullie ook, neem ik aan. Hoe zou je hem vergelijken met voorganger “Occultus Insanus Damnatus“?
Quo’Thar/Tes Re Oth: Alvast bedankt voor de positieve feedback. Op het einde van de rit, nu al het werk dat we er de afgelopen twee jaren in hebben gestoken er zo goed als op zit, kijken we er inderdaad erg voldaan op terug. Op zich lijkt het voor de fans misschien een natuurlijke evolutie vanuit “Occultus Insanus Damnatus“, maar de intensiteit waarmede we dit album in elkaar hebben gestoken was verre van natuurlijk. Nadat “Occultus Insanus Damnatus” klaar was hadden we terecht ongeveer hetzelfde voldane gevoel. Dat album was voor ons een revolutie, waarbij we kozen voor een radicale andere weg voor de opnames en presentatie van de cd en dat met een zeer sterke release tot gevolg. Het was een enorme stap vooruit inzake kwaliteit t.o.v. al dat wat we ervoor al hadden geproduceerd. Ik bedoel dan voornamelijk de presentatie, productie en verpakking van de muziek. In de eerste twee jaren na de release van dat album ontdekten we echter dat we door die duidelijke stap in de goede richting bereid waren onszelf nog meer tot de limieten te drijven en daarbij er nog een schepje bovenop te doen. Het was dus met voorbedachte rade dat we in de studio nog meer met Andy van gedachte wisselden en nog meer op zoek gingen naar de juiste “take”, het juiste geluid, e.d. Bij “Unorthodox” kan je dan misschien spreken van een evolutie, maar wel een die bloed, zweet en tranen heeft gekost. Door een omstandigheden aan Andy´s zijde (producer en eigenaar Stage One Studio) moesten de opnames 3 tot 6 maanden naar achteren worden geschoven. Wij hebben toen desondanks gekozen om bij hem te gaan opnemen en hebben die tijd gebruikt om zeer intensief de nummers nog eens kritisch door te lichten. Zo hebben de, door de jaren organisch gegroeide songs, op het laatst nog een “feinschliff” gekregen die echt het beste uit elke song heeft gehaald. Dat we hebben gewacht tot Andy weer beschikbaar was, bleek achteraf de juiste keuze. De samenwerking was tegelijk intenser alsook relaxer. Aangezien we elkander, en de manier van werken, al kenden, was de sfeer duidelijk relaxer en was er meer communicatie dan voorheen. Maar die vertrouwde sfeer zorgde er ook voor dat Andy meer verlangde van ieder en we heel wat gezwoegd hebben om die “juiste” take te pakken te krijgen. Dit was ook nodig indien we wilden dat we onze vorige CD wilden overtreffen. Uiteindelijk resulteerde dit in een productie die nog vetter klinkt als zijn voorganger. Ook Seth hebben we deze keer nog meer met info overladen over hoe en wat het artwork moest voorstellen en we hebben hem dan ook alle tijd gegeven die hij nodig had. We hebben niemand onder druk gezet en lieten elk idee gewoon zo lang als nodig rijpen, net zoals bij het maken van goede wijn. “Unorthodox” is dus inderdaad een evolutie vanuit “Occultus Insanus Damnatus” … maar een evolutie die we minutieus hebben georchestreerd.

Zelf hoor ik vooral oude death metal in een modern jasje gestoken door een van de beste producties van het jaar. Toch kon ik moeilijk namen plakken op “Unorthodox“. Voor liefhebbers van welke bands zou jij hem aanraden?
Quo’Thar/Tes Re Oth: Vooral voor liefhebbers van Insanity Reigns Supreme! Wij zijn inderdaad al heel lang met muziek bezig. We hebben trends zien komen en gaan, maar datgene wat ons als eerste in deze muziek bekoorde blijft na al die jaren waarschijnlijk doorschemeren in wat we doen. Wat wij brengen is de unieke mix van vijf persoonlijkheden die elk wel hun bagage mee slepen, maar die weigeren om met opzet te klinken als hun voorbeelden. Men heeft ons al met van alles en nog wat vergeleken maar dat is niet iets waar wij ons druk om maken. Dat is net het punt wat ons dan misschien weer uniek maakt. We deinzen er niet voor terug om verschillende dingen met mekaar te mixen. Zo kan je op bepaalde momenten Behemoth horen, op andere Marduk en dan weer Tryptikon. Let wel, ik gebruik hier alleen maar namen die tot nu toe door anderen gebruikt werden in de besprekingen. De essentie zal altijd Death Metal zijn, dan eens traag, dan weer vlijmscherp en snel. Dat de productie goed is, daar zijn we het wel mee eens, maar daar hebben we dan ook zeer hard met Andy aan gewerkt!

Kan je iets over het tekstuele concept vertellen? Het ziet er erg occult uit allemaal.
Tes Re Oth: Het hele album staat in het teken van de dualiteit en staat dan ook bol van deze symboliek. Dit thema vind je terug in de muziek, de teksten, de artwork, kortom in alles. Buiten de dubbele versie van “Ov fire” (zie beneden) zijn er ook rustpunten zoals “Moonlight sacrifice” en “The calling” op de cd die een tegenpool vormen. Maar zelfs die zitten bol van de dualiteit. De piano van “Moonlight sacrifice” is door een onschuldige kinderhand ingespeeld waaroverheen dan de meest obscene geluiden deze onschuld teniet doen. Bij “The calling” hoor je een zoetgevoosde engelenstem, maar haar tekst zegt wel, vrij vertaald: “Oprotten Heilige Geest!”.
In de artwork hebben we 2 versies van de slipcase: één waar het beest de opperhand heeft en één versie waar iets nog veel meer verdorven de plak zwaait. De luisteraar kan dus zelf kiezen welke versie het beste bij hem of haar past. De teksten gaan erover om als individu je eigen pad te bewandelen en je niets aan te trekken van normen die door anderen gesteld worden. Uiteindelijk kom je er dan achter dat die vermeende dualiteit er niet is. Het heeft geen zin om je alleen bezig te houden met de dagzijde of de nachtzijde, pas wanneer je aanvaardt dat ze beide deel uitmaken van jouw identiteit kan je in de eeuwige schemering lopen.

Waarom hebben jullie tweemaal “Ov fire” op jullie plaat gezet?
Quo’Thar: Wie de buitenzijde van de traycard met een beetje aandacht bekijkt zal zien dat er eenmaal “Ov fire” (omega-teken) en eenmaal “Ov fire” (alpha-teken) op staat. Alpha & Omega worden met hun aanduidingen uit het Griekse alfabet dikwijls gebruikt als “het begin” en “het einde” van alles wat is. Vergelijk het met de geboorte en de dood van een mens. Wij beginnen echter met “omega” en eindigen bij “alpha”.
De “omega-versie” staat voor de mannelijke/destructieve kracht van het universum. Dat is dus de versie zonder female vocals. Deze versie staat voor het begin van het einde, het begin van dit album waarbij alle songs als metgezellen kunnen worden gezien op pad naar het einde. Een pad waarop we constant worden beïnvloed door de blijkbaar tegengestelde krachten uit ons leven. Elk van ons kan op eigen kracht hierin de keuzes maken die hem/haar best lijken.
Uiteindelijk komen we echter allemaal uit bij “Satanas Rex Inferis“. Waarin de “Satanas”, bij definitie van zijn oorsprong, de grote uitvlakker der mensheid zou moeten zijn. Zoals we echter ook op die kant van de traykaart kunnen zien zijn de eerste letters van “Satanas Rex Inferis” in spiegelschrift opgetekend. S.R.I. wordt dus eigenlijk I.R.S. Dus als “Satanas Rex Inferis” (Satan Heer v.d. Onderwereld) eigenlijk Insanity Reigns Supreme (Waanzin Heerst Oppermachtig) is, dat kan het einde mogelijk ook iets anders betekenen dan het grote niets.
Zeven seconden na het einde van “Satanas Rex Inferis” (waarbij deze song eindigt op het achterstevoren fluisteren van Insanity Reigns Supreme) begint dan de “alpha-versie” die staat voor de vrouwelijke/scheppende kracht van het universum. Het leek ons een zeer goed idee om Claudia die scheppende kracht te laten benadrukken.
Het einde is dus niet meer dan een nieuw begin waarin elk van ons zichzelf opnieuw en ten beter dient uit te vinden.

Waar komt dan de titel “Serpent ov fire” vandaan? Dat heeft te maken met dat op de cd’s de data-info niet gelijktijdig in Latijns en Grieks schrift kon worden gecombineerd. Alle audio-toestellen die de namen van de songs tonen bij het afspelen of weergeven dienden hiervoor dus een andere oplossing te krijgen. We verkozen om de “omega-versie” gewoon als “Ov fire” te laten verschijnen en de “alpha-versie” als “Serpent ov fire” te laten verschijnen. Waarom “Serpent”? Wel, in veel mythologieën is de slang een verleider en daar Claudia de vrouwelijke/scheppende kracht van het universum op deze versie toon heeft gegeven leek het ons goed om die verleiding ook hier weer te geven. Ook dit kan gezien worden als een voorbeeld van de intensiteit en passie waarmee we over dit album hebben nagedacht. Niets op dit album is zomaar wat het op eerste zicht lijkt …

Oudgediende bassist Xris werd onlangs ingewisseld voor J. van Signs of Darknesss. Wat is het verhaal hierachter?
Tes Re Oth: Xris is met zijn Amerikaanse echtgenote naar de US verhuisd en zodoende kwam zijn plaats na 20 jaar vrij. We keken er eerlijk gezegd eerst enorm tegenop om een vervanger te zoeken. We hebben toen een oproep gedaan en verschillende reacties gekregen. Ook J. meldde zich, aanvankelijk eerst om enkel te helpen met de studio opnames. Al vanaf de eerste repetitie was echter duidelijk dat de menselijke component perfect passte binnen de band, want let wel, dit is voor ons als band de belangrijkste factor. Wij zijn geen verzameling muzikanten die af en toe eens samen optreden, maar een hechte groep vrienden die elke week bij mekaar komt, muziek speelt en wat biertjes gaat drinken. Kijk maar eens naar het nederlandse woord “band”, die moet er zijn vooraleer je kan werken als groep. Gaandeweg werd dan ook van beide zijden duidelijk dat J. een permanent lid ging worden van the Insane Cult of Doom.
Muzikaal gezien heeft dit nog een bijkomend effect gehad, aangezien “J. de eerste echte bassist is die we in lange tijd hebben gehad. Daardoor hebben we nu een hechtere ritmesectie en dat verschil kan je horen op de cd. Die diepgang heeft een nieuwe dimensie gegeven aan onze sound.
Deze nieuwe versie van de band hebben we dan ook vereeuwigd in een nieuw symbool. Waar we vroeger nog een pentagram gebruikten, hebben we nu voor het (unicursal) Hexagram gekozen, om duidelijk te maken dat dit de volgende evolutie van de band is.
Ook de schrijfwijze van “Ov fire” is bewust. Het is namelijk niet de letter V maar de Romeinse 5 en verwijst zo naar de nieuwe samenstelling. Verder spreekt het nummer ook over de innerlijke vonk van inspiratie, het vuur, wat tot uiting gebracht moet worden. Wat we met de release van deze cd dan ook doen.

Vele mensen zien Insanity Reigns Supreme nog als een echte doom band, terwijl dat al even niet meer zo is. Hoe kijken jullie terug op die oude periode?
Quo’Thar/Tes Re Oth: Als we het enkel over de muziek hebben dan is er voor ons eigenlijk niet iets veranderd dat we met opzet hebben veranderd. Wij zien het niet als afgesloten Doom-periode. Voor ons is het gewoon een evolutie binnen datgene wat we doen. Er zijn nog steeds heel wat elementen in onze muziek die men Doom zou kunnen noemen, het is alleen zo dat de niet Doom elementen (die we vroeger ook al hadden) nu meer in balans liggen met de rest. Bovendien zien wij Doom niet iets dat enkel door snelheid wordt bepaald. Het ligt in de sfeer van de muziek, in de energie, in de dreiging, in de 16 ton die constant aan een zijden draadje boven uw hoofd hangt. Maar uiteindelijk zijn we niet bezig met labels die anderen op ons plakken. Zelfs toen men ons als Doom bestempelden, vonden we het eerder Slow Death Metal. Dat trage heeft er altijd al ingezeten. Dat is ook niet verwonderlijk. Als je kijkt naar de begindagen van Death Metal, waarin wij ook zijn begonnen, met voorbeelden als o.a. Morbid Angel & Celtic Frost, dan was die ook niet snel.

Jullie zijn ook de oudste Belgische band actief in de extreme scène. Al sinds het eind van de jaren 80 weerklonk The Insane Cult of Doom in de diepste hellekrochten. Wat is de sleutel tot het succes van zo een langdurig bestaan?
Quo’Thar/Tes Re Oth : Ik denk dat we een heel goeie balans hebben gevonden tussen vriendschap, passie voor muziek en datgene wat we ermee wille bereiken. Muziek maakt deel uit van ons leven en alhoewel het een heel belangrijk deel van ons leven is, is het niet heel ons leven. We hebben de limieten waarbinnen we ons hierin wensen te begeven voor onszelf heel goed afgebakend. Die limieten waren al heel snel duidelijk en we houden ze ook nu in ere. We doen het voornamelijk voor de muziek. Niet voor de roem en al zeker niet voor het geld. We hebben al heel wat bands kapot zien gaan bij het nastreven van irreële doelstellingen. De basis zal altijd die hechte band binnen de groep blijven. Daarom komen wij samen, om als vrienden samen dingen te ondernemen. Daarboven meten wij ons aan onze eigen normen, niet aan wat anderen ons willen opleggen. Platenverkoop, toeren in dit of dat land of met die of de andere band, maakt ons allemaal niet uit. We komen samen en moeten muziek maken, die zit in ons en moet eruit. Elke week is de repetitie onze creatieve uitlaatklep en het moment waar we onze innerlijke demonen de vrije loop kunnen laten gaan. Alles wat daarbovenop komt is dan een leuke extra. Is het fijn als we erkenning krijgen? Jazeker, maar daarvoor gaan we ons niet in gekke bochten wringen. We hebben altijd ons eigen ding gedaan en blijven dat doen. Hebben we dan in de ogen van anderen misschien niet genoeg bereikt? Dat zal wel. Maar wij staan er na 25 jaar nog altijd en maken nog relevante muziek. Momenteel waarschijnlijk zelfs de beste muziek van onze hele carrière. Misschien komt verstand inderdaad pas met de jaren.

Volgend jaar vieren jullie het 25-jarig jubileum van de band. Staat er wat speciaals gepland?
Tes Re Oth: Wel, ik denk niet dat we het op een specialere wijze kunnen vieren dan met de release van dit nieuw album. Zoals jezelf hebt kunnen horen hebben we ervoor gezorgd dat de luisteraar een top plaat krijgt. Als extraatje krijgt de luisteraar de cd in een (tweevoudige) slipcase en met een zwarte cd. Niet als ultra gelimiteerde editie, maar als de standaard versie. Bijkomend hebben we onze live-show ook een grondige update gegeven en hebben verschillende artiesten (Anathema Photograpy, Jinx Dawson, Luciferian War Graphics) hieraan laten werken zodat het geheel in een nieuw pakket steekt. Afsluitend is er ook gloednieuwe merch ontworpen door Nèstor Avalos (Rotting Christ, Bloodbath) met unieke designs en gadgets. Op deze wijze vieren de fans echt mee!

Mag ik zeggen alsof het lijkt dat Insanity Reigns Supreme een gebrek aan ambitie heeft? Al die jaren blijft de grote doorbraak uit en dat terwijl jullie steeds een tot in de puntjes afgewerkt product afleveren. Maar echt prestigieuze shows of een hoger rendement willen maar niet volgen. Insanity Reigns Supreme raakt als het ware niet verder dan onder de kerktoren. Zie ik het fout of hoe bekijken jullie het?
Quo’Thar/Tes Re Oth : Mochten we inderdaad zelf ook op zoek zijn naar de irreële doelstellingen waar we het eerder in dit interview al over hadden dan zou uw indruk waarschijnlijk gerechtvaardigd zijn. Onze doelstelling is echter in de eerste plaats onze creatieve muzikale drang te bevredigen. Om dit te kunnen doen in een vriendschappelijke sfeer, gekoppeld aan goede optredens en de waardering van de mensen die ons echt begrijpen. We hebben bovendien al enkele shows gedaan die best wel prestigieus kunnen worden genoemd. No Mercy Festival in Praag, enkele jaren geleden, zal wat dat betreft wel een moeilijk te overtreffen piek blijven. Ook zien we eigenlijk niet in wat een “grotere doorbraak” zou kunnen betekenen?! We zijn gekend over heel de wereld, ons eerste album heeft terecht een cultstatus verworven in het Doom-wereldje en als we zouden willen dan kunnen we eender waar gaan spelen. Het is redelijk snel tot ons doorgedrongen dat succes, geld en roem in deze extreme niche héél relatief is. Dikwijls ten koste dan nog van de eigen waardigheid waarbij het inkopen in een tour alleen de reeds meer gekende bands ten goede komt. Maar voor al degenen die het langs die weg wensen te proberen : “bonne chance”!
De band in onze groep behouden is onze doelstelling en daar werken wij al 25 jaar met succes aan. We zijn dan ook van zin dit nog de volgende 25 jaar te blijven doen. Zoals we voordien al trachtten duidelijk te maken… We doen het op onze manier.

Over prestigieuze shows gesproken. Die van jullie zijn dan wel groots opgezet (podiumbekleding en -inrichting, kledij, props,…) maar lijken niet altijd te passen bij de kleinere locale shows. Het past beter bij GMM, Eindhoven Metal Meeting en dergelijke. Komt dit niet te carnavalesk over zo?
Tes Re Oth: Onze live attributen bestaan uit verschillende elementen die we kunnen aanpassen aan gelijk welke zaal. Staat het leuk op grotere podia? Jazeker. Maar ook in de kleinere clubs past het perfect. Het is voor ons belangrijk dat wij het podium van “ons” maken. Zo nodigen we live de bezoeker als het ware uit in onze wereld. We willen niet alleen de muziek live brengen, maar proberen alle zintuigen te bedienen. Zo wordt het een totale ervaring en niet enkel een groepje muzikanten die hun nummers live spelen. Tegelijkertijd helpt het ook onszelf in een andere mindset te brengen en zodoende net dat tikkeltje extra aan de liveversie te brengen. Dan krijg je de echte “Insane Cult of Doom” te zien, een op zich staande entiteit die meer is dan de som van zijn delen. Op Burgfest hebben we bovendien zonet tot ieders bewondering (quote) kunnen bewijzen dat onze moduleerbare stageshow eender welk podium tot onze wereld kan omtoveren.

Insanity Reigns Supreme kiest wederom voor exact dezelfde werkwijze: Andy Classen achter de knoppen, Seth Siro Anton voor het artwork, Shiver Records als broodheer,… Vanwaar deze opmerkelijke keuze?
Quo’Thar/Tes Re Oth: De connectie met Seth is een bijzondere. Al vanaf de eerste uitwisseling was er een indruk van verwante zielen. Hij steekt dan ook veel meer in zijn artwork als op het eerste zicht duidelijk is. Hij zal ook niet gek opkijken als we met de meest waanzinnige voorstellen aankomen en zal er steeds voor trachten te zorgen dat deze duistere visioenen leven krijgen. Als je eens goed kijkt naar de slipcase kan je zien dat die zeer “Unorthodox” is, zelfs voor de metal wereld. Het is eerder een verwijzijng naar een stilleven van de Vlaamse klassiekers van de schilderkunst dan een typische metalhoes. Hij heeft heel veel tijd nodig als je een artwork wilt naar je eigen beschrijving, maar hij is het waard.
Het Andy verhaal hebben we zonet al verteld, maar ook de plaats waar de studio ligt helpt voor het bereiken van het beoogde resultaat. De studio ligt namelijk in het spreekwoordelijke niets. Er zijn dus geen externe inputs die je kunnen afleiden van wat je daar tracht te volbrengen. En we laten we ook toegeven dat samenwerken met iemand die erin slaagt nog een vettere productie neer te zetten dan de vorige cd geen slechte keuze kan zijn.
Wel, smaken kunnen natuurlijk verschillen, maar eenieder die een betere combinatie kan voorstellen dan Andy & Seth mag ermee voor de dag komen. We vrezen echter dat het geen gigantische toeloop van alternatieven gaat worden.

Jullie kiezen al enkele releases voor Shiver Records, een label dat meer dood lijkt dan levend. Oftewel zie ik niet dat het label keihard werk levert, oftewel leggen jullie de lat erg laag. Leg eens uit. Waarom deze keuze?
Quo’Thar: Oké, we konden rond de tafel gaat zitten met Seasons Of Mist om een deal uit te werken, maar het bleek al snel dat er, voor hun, terechte voorwaarden gesteld zouden worden waar we moeilijk aan tegemoet zouden kunnen of willen komen. Uitgebreid touren bijvoorbeeld zit er voor ons gewoon niet in, dat is iets dat we voor onszelf hebben moeten erkennen. Dat is misschien jammer, maar anderzijds, als we dat beseffen dan gaan we er ook niet over zeuren en dragen we de gevolgen ervan.
Met “Unorthodox” gaan we nu voor de tweede keer in zee met Shiver. Sinds ons vorig album zijn er binnen Shiver enkele dingen veranderd die zeker qua communicatie in hun voordeel spreken. We weten intussen ook wat we aan elkander hebben en er mag al eens duchtig van gedachte worden gewisseld zonder dat er daarbij dadelijk ego’s beschadigd raken.
Labels gelijkaardig aan Shiver hebben bovendien zowat gelijkaardige mogelijkheden en enkelen van hen hebben allemaal moeten erkennen dat we zelf al meer voor onszelf doen dan wat zij voor ons zouden kunnen betekenen. Het heeft dus geen zin om op dat niveau van label te veranderen.

Tenslotte nog eentje: wat zouden jullie nog graag verwezenlijkt zien met Insanity Reigns Supreme de komende 25 jaar?
Quo’Thar/Tes Re Oth: Dat de “Insane Cult of Doom” ook in de komende 25 jaar nog steeds relevante muziek mag blijven maken … en een dubbel live uitbrengen zoals dat de gewoonte was in de jaren 70 & 80! Hehe… “INSANITY REIGNS SUPREME … SIREFNI XE EVIL” !!!

Napalm Death – Apex predator – Easy meat

Het Britse grindcore instituut Napalm Death denkt nog lang niet aan ophouden. De band maakt al meer dan dertig jaar de grootste teringherrie, en hoewel ze nog wel ettelijke jaartjes van de pensioengerechtigde leeftijd verwijderd zijn, vraagt een mens zich soms af hoe ze het in godsnaam klaarspelen om na al die jaren nog steeds zo agressief uit de hoek te komen en de vloer aan te vegen met het gros van piepjonge bands. Zolang we met zijn allen maar verder blijven doen met moeder aarde naar de kloten te helpen en mekaar uit te moorden, blijft er een bloeiende voedingsbodem aanwezig voor de humane grindcore van het Britse gezelschap. Daar waar sommige genregenoten uitblinken in het adoreren van vunzige taferelen en gore troep zoals exploderende piemels of vleesetende clitorissen, is Napalm Death veeleer een band die humane en politieke topics in de lyrics aansnijdt (hoewel het album artwork voor een keer eens anders doet vermoeden). Hoewel ik vind dat er in muziek geen plaats is voor politiek, prefereer ik bands als Napalm Death, Rotten Sound en Nasum (rip) boven de porn grind orkestjes. Midden jaren negentig klonk de band iets gematigder en neigde men meer naar death metal, maar vanaf “Enemy of the music business” uit 2000 gingen ze er, met een gezonde portie peper in de reet, weer voluit voor, wat zelfs met hun voorgaande album “Utilitarian” resulteerde in één van hun beste platen. De energieke en dynamische grindcore raast als van oudsher als een bezetene (“Smash a single digit”, “Bloodless coup”, “Stunt your growth”, “One eyed”) maar is tegelijkertijd best experimenteel van aard (de industrial aandoende intro laat dit al vermoeden), getuige de met momenten catchy zijnde song “How the years condemn”, het doomy, met cleane zang opgesmukte “Dear slum landlord”, het horrorachtige “Beyond the pale” (dat me soms wat aan Lord Mantis doet denken), de orchestrale koorzang in “Hierarchies” of de naar Napalm Death normen bijna episch klinkende afsluiter “Adversarial – Copulating snakes”.  Oh ja, die geweldige door merg en been gaande screams van de gekortwiekte gitarist Mitch Harris (die recent om persoonlijke redenen een stapje terug zette, maar hopelijk snel naar het vertrouwde nest terug keert) blijven nog steeds de perfecte symbiose creëren met de bulderende vocalen van frontman Mark “Barney” Greenway. De bass van stoere knuffelbeer Shane Embury staat duidelijk in de mix en Danny Herrera timmert elk gaatje dicht. Hoewel ze ruim driehonderd songs in hun carrière uitgepoept hebben, blijven ze interessante nummers schrijven en relevante albums uitbrengen, waarvoor hulde!

JOKKE: 82/100

Napalm Death – Apex predator – Easy meat (Century Media records 2015)
1. Apex predator – Easy meat
2. Smash a single digit
3. Metaphorically screw you
4. How the years condemn
5. Stubborn stains
6. Timeless flogging
7. Dear slum landlord…
8. Cesspits
9. Bloodless coup
10. Beyong the pale
11. Stunt your growth
12. Hierarchies
13. One-eyed
14. Adversarial / Copulating snakes

https://soundcloud.com/centurymedia/napalm-death-how-the-years-condemn/s-kNTo6

Marduk – Frontschwein

Blink die helm op en scherp die bajonet, want Marduk is terug aan het oorlogsfront! Hoewel een mes op een geweer niet veel zal uithalen tegen deze allesverwoestende Zweedse pantserdivisie. Toen ik vernam dat het (weeral dertiende) full album van Morgan en zijn kompanen volledig over de Tweede Wereldoorlog zou handelen, vreesde ik in eerste instantie voor een eenzijdig (en eentonig) snel album als “Panzer division Marduk” uit 1999. Titeltrack “Frontschwein” (bijnaam voor de doorsnee soldaten aan het front die de vuile werkjes mochten opknappen of als kanonnenvlees dienden) is inderdaad nog wel de typische überschnelle opener zoals de traditie het wil, maar met “The blond beast”, dat handelt over de controversiële Reinhard Heydrich, worden echter al snel andere watertjes bevaren. Het is begot bijna swingend wat we hier te horen krijgen, maar gelukkig vind ik mijn dansschoenen niet meteen en blijft de sfeer wel uitermate grimmig. Onze Zweedse rakkers weten ondertussen wel dat voortdurend doorrazen afstompend werkt en volgen sinds een paar albums het stramien waarbij een snelle track steeds wordt afgewisseld met een langzamer nummer. Komt de dynamiek alleen maar ten goede! Hoewel Marduk tot in het oneindige geassocieerd zal worden met snelle Zweedse black metal, bewijzen ze sinds de komst van Mortuus in 2004 en de terugkeer van Devo Andersson dat hun sterkte meer en meer in de midtempo regionen ligt. Het reeds aangehaalde “The blond beast”, maar ook “Wartheland”,  “Nebelwerfer” en “503” springen er met hun slepende doomy karakter voor ondergetekende dan ook uit. Op het drumkrukje blijft het nog wel wat rommelen, want ondertussen is nieuwkomer Fredrik Widigs trommelaar nummer vijf. Dat hij weet hoe hij zijn drumvellen moet geselen staat echter buiten kijf. Flitsende drumsalvo’s of stampende mokerslagen, hij schudt het allemaal als een vanzelfsprekendheid uit zijn mouw. Check “Thousand-fold death” (met een bijna rappende Mortuus) of het ruim acht minuten durende “Doomsday elite” er maar eens op na. Hoewel ik ten tijde van het Legion tijdperk een behoorlijke Marduk-slet was, vormt dit achteraf bekeken de minste periode van deze Zweedse blekkies. Het uitstekende vorige album “Serpent sermon”  wordt zelfs nog overklast en ook de sound is beter, met vooral de basdrum die minder digitaal klinkt. In afwachting van de eerste officiële videoclip die volgende week verschijnt, zullen jullie het met de hieronder geplaatste teaser moeten doen. Zelfs met hun dertigste release blijft Marduk relevant voor de black metal scene en zwaaien ze er met de scepter. Respect!

JOKKE: 91/100

Marduk – Frontschwein (Century Media records 2015)
1. Frontschwein
2. The blond beast
3. Afrika
4. Wartheland
5. Rope of regret
6. Between the wolf-packs
7. Nebelwerfer
8. Falaise: Cauldron of blood
9. Doomsday elite
10. 503
11. Thousand-fold death
12. Warschau III: Necropolis

Rosetta – Audio/visual Original score

Het Amerikaanse Rosetta behoorde altijd al tot mijn favorieten in het overbevolkte post-metal/post-core/post-rock/post-whatever genre, met een grootse en wijdse sound die herkenbaar is uit de duizenden. De combinatie van de dromerige en zweverige gitaarpartijen van Matt Weed, ondersteund door samples en soundscapes van zanger Mike Armine, waarover de getalenteerde BJ McMurtrie letterlijk elk gaatje dicht mept met zijn jazzy drumgrooves en –fills, vormt de sterkte van deze band. BJ schittert echter in afwezigheid op de nieuwe release van Rosetta, genaamd “Audio/visual original score”. Zoals de titel reeds doet vermoeden is dit geen “standaard” plaat zoals de vier voorgangers. Het gaat hier echter om de soundtrack die Rosetta maakte bij de documentaire “Rosetta: Audio/visual” van Justin Jackson over de band. In deze docufilm wordt nogmaals duidelijk hoeveel toewijding en opofferingen je als band moet maken, al is het nog maar om zonder kleerscheuren een tour te overleven. Ook de haat/liefde-verhouding met het Translation Loss label vormt een rode draad doorheen het verhaal. We zien een samenwerking, ontstaan uit vriendschap, evolueren tot een zakelijk gebeuren, waardoor de band na de release van “A determinism of morality” besloot om voortaan de touwtjes zelf in handen te nemen. De onafhankelijke DIY-mentaliteit hield een groot risico in waardoor het voortbestaan van Rosetta aan een zijden draadje hing. Gelukkig voor hen (en voor ons) draaide de zelffinanciering, gekoppeld aan de financiering door hun wereldwijde fanbase, positief uit, en zag “The anaesthete” in 2013 het daglicht. Op deze soundtrack houdt Rosetta het puur instrumentaal. Op het tweede schijfje van hun debuutplaat “Galilean satellites” waagden ze zich ook reeds aan een instrumentaal avontuur. We krijgen een klein uur aan post-rock, ambient, soundscapes, noise en subtiele electronica te verwerken, waarop het heerlijk de ogen sluiten is en alzo weg te dromen naar galaxies far beyond. “Dunes “, “Waves”, “Estuary” en “Sedges“, toevallig de langere tracks, scoren hier het best. Verwacht deze keer dus geen screams, beukende drums en luide gitaren, maar ingetogen muziek. Zoals in al hun werk schuilt er ook nu weer een positieve kracht in. Deze release is enkel via hun bandcamp-site (https://theanaesthete.bandcamp.com/album/rosetta-audio-visual-original-score) te verkrijgen volgens het “pay what you want”-principe. Voor de (betalende) docu kan je op volgende link terecht: www.rosettaaudiovisual.com. You know what to do als je deze band wilt steunen.

JOKKE: 80/100

Rosetta – Audio/visual original score (Eigen beheer 2015)
1. Dunes
2. Talus
3. Stoma
4. Tape A
5. Lagoons
6. Waves
7. Alterne
8. Estuary
9. Bergmann’s rule
10. Sedges
11. Tape B
12. Maritimes