Maand: februari 2015

Ghost Bath – Moonlover

Deafheaven bashers aller landen verzamelt U, want met Ghost Bath biedt er zich een nieuwe schietschijf aan voor iedereen die het groengespikkeld schijt krijgt van deze door de hipster goegemeente op een  piëdestal aanbeden band. Deafheaven en black metal in één zin vernoemen, is volgens de trve black metal liefhebber dan ook pure heiligschennis. Ik vermoed dat Ghost Bath de komende weken dan ook heel wat internetgezeik over zich heen zal krijgen, maar ach, negatieve publiciteit is ook publiciteit. Zelfs in de diepste krochten van de underground, zijn vele bands momenteel niet vies van een beetje marketing. Denk maar aan de eigen kledinglijn van Urfaust, de aanpak van een band als AmenRa, orthodoxe black metal acts met hun over-the-top stage presentatie of bands waarvan de leden zich in een diepe ondoordringbare mist verhullen. Bij Ghost Bath is het niet alleen de identiteit die verscholen blijft, ook het land van herkomst roept meerdere vraagtekens op. Zo zou de band zijn oorsprong hebben in China, een land dat nu niet bepaald hoge ogen gooit als het aankomt op extreme metal. Alleen trekt de auteur van volgend artikel dit wel serieus in twijfel (http://noisey.vice.com/blog/ghost-bath-interview-stream). Interessant voer voor discussie dus, maar wat doet het er eigenlijk allemaal toe? Draait het immers niet allemaal om de muziek? Ja en neen. Voor ondergetekende is de kwaliteit van de muziek natuurlijk van primordiaal belang, maar als het visuele én artistieke plaatje ook klopt, vormen één en één soms drie. Deze truken van de foor aanwenden om muzikale onkunde te camoufleren is natuurlijk not done, maar die bands vallen meestal ook relatief snel door de mand. Met het hoesontwerp zit het in elk geval al snor want deze obscure artistieke foto van Luiz González Palma, die een duidelijke link legt met de titel van het album, wekte mijn interesse meteen. Over naar de muziek! Openingstrack “Golden number” is meteen het hitje van de plaat. De link met Deafheaven is zo klaar als een klontje, zeker als er in de snelle black metal maalstroom plots een über catchy gitaarriff opduikt die niet zou misstaan op een poppy punkrockplaat. De ene zal dit als cheesy en kinderachtig afdoen,  de ander zal ervan in extase geraken. Een titel als “Happyhouse” zet je als luisteraar op het verkeerde been, want vrolijk wordt je hier niet bepaald van. Deze song, net als de rest van de plaat overigens, grijpt muzikaal gezien meer terug naar hun vorige album “Funeral” dat nog maar een jaartje oud is en waarop de sound eerder omschreven kon worden als suicidal black metal met van die vreselijke hoge maniakale black metal screams die véélte hard op de voorgrond gemixt waren. Opmerkelijk wat voor een grote stap voorwaarts er in een relatief korte tijdspanne gezet wordt met dit “Moonlover”. De getormenteerde burzumesque uithalen vormen een veel beter geheel met wat er muzikaal geboden wordt. De productie en songwriting skills zijn een pak verbeterd, alleen is de sound met momenten weer iets té clean voor deze depressieve muziekstijl, maar soit. De sfeerzetting in het instrumentale “The silver flower pt. 1” is ontroerend mooi om in het tweede deel van de song naar een climax toe te werken middels kippenvelopwekkende gitaarleads. De melodie van het afsluitende “Death and the maiden” blijft nog dagenlang als mindfucker in je kop hangen. Ghost Bath is zonder twijfel de beste depressieve black metal band van het moment. Of noem het suicidal black metal want de bandnaam verwijst naar een manier om zelfmoord te plegen in water. Met momenten is er een dikke vette knipoog naar Deafheaven, maar de overheersende sound neigt toch eerder naar bands als Woods Of Desolation, Forgotten Tomb, Grey Waters of het oude Alcest. Ik ben verkocht (en controleer de komende dagen best de onderkant van mijn wagen alvorens ik instap)!

JOKKE: 88/100

Ghost Bath – Moonlover (Northern Silence productions 2015)
1. The sleeping fields
2. Golden number
3. Happyhouse
4. Beneath the shade tree
5. The silver flower pt. 1
6. The silver flower pt. 2
7. Death and the maiden

Advertenties

Saturnalia Temple – To the other

 

Het Zweedse Saturnalia Temple gooide in 2011 hoge ogen in het doom wereldje met hun eerste volwaardige album “Aion of drakon”. We zijn vier jaar verder en het tweede album “To the other” is een feit. In tussentijd werd de “Impossibilum” EP nog als zoethoudertje uitgebracht. Redelijk onder de indruk van de eerste plaat, waren mijn verwachtingen voor de opvolger hoog gespannen. Kan gevaarlijk zijn. Om maar meteen to the point te komen: “To the other” is geen gemakkelijke rit. Het vraagt dan ook enkele luisterbeurten om deze plaat naar waarde te schatten. Er zijn twee wezenlijke verschillen met voorgaand werk. Ten eerste zijn de vocalen van zanger/gitarist en occult schrijver Tommie Eriksson een pak extremer van aard doordat hij opteert voor een naar black metal neigende scream. Hierdoor gaat de vergelijking met genregrootheden Electric Wizard of het populaire Windhand nu minder op. Een combinatie van cleane vocalen en screams zoals bijvoorbeeld Cough hanteert, had voor meer variatie gezorgd. Ten tweede bevat zowat elk nummer een heuse solo, die spijtig genoeg niet allemaal van hetzelfde niveau zijn (die aan het begin van “Black sea of power” is bijwijlen zelfs tenenkrommend vals). En waarom je nieuwe plaat misplaatst aftrappen met de zwakste gitaarsolo die er te horen valt? Voor mij een compleet raadsel. Lijkt een geïmproviseerde ingeving van het moment geweest te zijn. Voor de rest horen we in deze song ongeïnspireerde stoner doom terug. “To the other” is met zijn repetitieve karakter, slepend ritme en spiegedelisch gitaarspel (effectjes maken overuren in deze track) echter van een beduidend hoger niveau en zorgde niet alleen op plaat maar ook live, tijdens de recente passage in Het Bos, voor een psychedelische trip to the other side. De experimentele gitaarmasturbaties in “Snow of reason”, “March of gha’agsheblah” en het instrumentale ‘Void” zorgen dan weer wel voor het gewenste broeierige en geestverruimende effect. De repetitieve geluidsgolven van “Crownedwithseven” stuwen zich als een log nijlpaard door een zee van hallucinogene riffs voort. Wie de vinylversie aanschaft krijgt er met “The white shadow” nog een goede bonus track bij. “To the other” is zeker geen slechte plaat en kent bij momenten heerlijke passages, maar voor sommige solo’s verdient Tommy de nodige zweepslagen. Het ontbreken van heuse krakers à la “Black magic metal” en “Aion of drakon” en enkele ongeïnspireerde riffs zorgen ervoor dat deze plaat beduidend minder scoort dan zijn voorganger. Wel merk ik dat het album luisterbeurt na luisterbeurt steeds meer van haar geheimen prijs geeft.  Best mogelijk dat mijn score binnen enkele weken dan ook met gemak tien punten hoger ligt.

JOKKE: 77/100

Saturnalia Temple – To the other (Listenable Records 2015)
1. Intro
2. Zazelsorath
3. To the other
4. Snow of reason
5. March of gha’agsheblah
6. Black sea of power
7. Crownedwithseven
8. Void
9. The white shadow

Árstíðir Lífsins – Inhoud en kwaliteit gaan hand in hand

Stefán en de zijnen kwamen eind vorig jaar met een monumentale release op de proppen. Naar mijn mening overtreft “Aldafǫðr ok munka dróttinn” al zijn vorig werk met Árstíðir Lífsins. Conceptueel en muzikaal kent de Ijslandse band weinig te duchten concurrentie. Alles is sterk uitgevoerd en de composities hebben zoveel lagen dat een eerste luisterbeurt nietszeggend is. Volg maar mee…

3540315587_photo

Zelf was het keimoeilijk om “Aldafǫðr ok munka dróttinn” fatsoenlijk te beschrijven. Het werk van Árstíðir Lífsins heeft duidelijk heel wat luisterbeurten nodig om al zijn glorie te laten ontdekken. Hoe vergelijk jij hem met zijn voorgangers?
Het is zeker niet de meest gemakkelijke opgave om nieuw materiaal te vergelijken met oudere albums. Maar ik denk dat “Aldafǫðr ok munka dróttinn” veruit het meest interessante en best gecomponeerde materiaal is wat we tot op heden hebben uitgebracht. Met dit nieuwe album konden we ons eindelijk focussen op duidelijke en haalbare doelstellingen. Vergeleken met zijn voorgangers hebben we er dan ook een erg tevreden gevoel aan over gehouden.

Het hysterisch gekrijst is verdwenen! Wat is er gebeurd met Jorge Blutaar? Hij is al een tijde buiten beeld.
Georg (Jorge) heeft de band al verlaten in het begin van 2013. Hij had er nood aan zijn muzikale activiteiten te beperken tot een absoluut minimum.

Een snelle ja-neevraag: zijn de mannelijke koren 100% echt? Ze klinken belachelijk goed diep en laag!
Jazeker, alle gezangen op ons nieuw (en tevens ook oude) albums zijn helemaal natuurlijk. De zeer diepe stem waarover jij spreekt is hoofdzakelijk die van Árni. Hij heeft een buitengewoon goede en uiteraard ook erg ervaren basstem.

Het moge duidelijk zijn dat jullie enorm veel moeite steken in de muziek, het concept en de teksten. Dit staat echter in schril contrast met het toch wel erg simplistische artwork. Is dat niet een gemiste kans?
Het is de bedoeling dat de hele lay-out een samenhangende en originele indruk weergeeft van de (geschiedkundige) onderwerpen die we behandelen in onze teksten. Dit is de reden waarom we besloten om een origineel script type met originele afkortingen te gebruiken. Zowel het script type als de afkortingen zijn van een origineel 14de eeuwse Ijslands manuscript genomen. We gebruikten ook digitale beelden van originele lege folio bladen uit diezelfde tijd. Tevens kopieerden we historische initialen van dezelfde manuscripten. Deze initialen verwijzen altijd – nomen est omen – naar de tekstuele inhoud die ze in het leven roepen. Zoals heel wat Oud Ijslandse teksten overgebracht zijn in middeleeuwse noordse codes, was het voor ons een voor de hand liggende keuze om dezelfde oorspronkelijke stijl te gebruiken en onze versie daarop af te stemmen. De vertalingen en Ijslandse teksten zijn geschreven en onderworpen aan de moderne standaards van toch wel vergaand Oud Noors-Ijslands onderzoek. De miniatuur uit het Viking tijdperk, waarnaar jij verwijst, is direct gelinkt aan de tekstuele inhoud, net zoals diegene in het eerste deel van het boekje (het manuscript). Als je goed kijkt, zul je ontdekken dat min of meer alle miniaturen, behalve één, versierde slangen tonen. Dat is een typische vorm van (voor christelijke) Viking kunst. De slangen staan tegen het enige kruisfiguur dat je vindt in het begin van een nummer. Dit nummer beschrijft de (aanvankelijk) vergeefse poging van verschillende Noorse priesters om de Ijslanders te bekeren. Als je terugkijkt naar de frontcover, zal je snel opvallen dat het een visuele combinatie is van beide vormen van Scandinavische Viking kunst: een Christusfiguur met vele slangen er rond. In andere woorden: de lay-out en de cover vertegenwoordigen een gesloten structuur die zowel de teksten als afbeeldingen omvangen.

Los van het nieuwe dubbelalbum, brachten jullie ook ” Þættir úr sǫgu norðrs” uit. Een mini album van “enkel” maar 20 minuten. Alles samen heb je ongeveer 100 minuten muziek uitgebracht vorig jaar. Wat is de reden om 2 uitgaven te voltooien in 2014?
Gewoon, we hadden voldoende audio materiaal om het te doen. Daarnaast was ook het derde, en langste, nummer op de EP al opgenomen tijdens de opnamesessies van ons tweede album. Normaal zou dat nummer verschijnen op een split, die uiteindelijk nooit is uitgebracht. Helaas konden wij daar helemaal niets aan doen. Het leek gepast het nummer toch uit te brengen en zo ook ons nieuw opgenomen materiaal te promoten. Twee vliegen in één klap!

Zoals zoveel in de (black) metal scene wordt het verleden aanbeden. Met ogen vol nostalgie wordt gekeken naar vergane geromantiseerde eeuwen. In Europa weten we allemaal wel wat over de noordse erfenis. Maar laten we eerlijk zijn, het was niet zoals (pakweg) Vikings het portretteert op de tv. Hoe zag een doodgewone dag van de gemiddelde Ijslander eruit in de Middeleeuwen? Wellicht kennen wij enkel de populaire verhalen.
Een gewone dag uit het leven op Ijsland anno 10de of 11de eeuw was verre van zoals het tegenwoordig hier aan toe gaat. De Ijslanders , net zoals alle andere Scandinaviërs , waren relatief arme boeren die hun heel leven op het platteland woonden. Hun sociale interactie werd voornamelijk bepaald door het doen en laten van familieleden en lokale gebeurtenissen. Alleen de hoge adel was in staat tot de bekende Viking invallen. Dat terwijl het grootste deel van de Ijslanders op het eiland verbleven en een leven vol wrede en dodelijke gebeurtenissen leefden. Wat betreft de noordse erfenis, is het erg onduidelijk wat er hier allemaal afspeelde in voorchristelijke en heidense tijden. Deze onzekerheid vloeit voort uit het feit dat er weinig bewezen feiten zijn die voldoende informatie geven over de verering van heidense goden. Ook is deze erfenis geen eenzijdig fenomeen dat een nationale uitleg verschaft over de voorchristelijke religies in west Scandinavië. Op basis van wat we vandaag weten, is het nog steeds een wijd verspreid en erg onsamenhangend beeld van heidense verering. Dus het vaak erg geromantiseerd en modern beeld van de voorchristelijke Vikingtijd ligt erg ver van de echte waarheid. Dit beslaat ook de vele symbolen dat moderne heidense black metalbands gebruiken in hun lay-out, logo’s en teksten.

De westerse geschiedenis die wij hier leren op school is al enkele veranderd. Zo was Amerika niet ontdekt door Columbus, maar door de Vikings. Ook de oude Maya’s spraken over een bleke god met blauwe ogen, genaamd Votan. En, ik begeef me op dun ijs nu, sommigen zeggen dat niet alle mensen hun oorsprong vinden op het Afrikaanse continent. Blanke mensen zouden van elders komen. Weet jij nog meer van dit soort (al dan niet bewezen) feiten?
Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in dit onderwerp. Maar zoals ik het zie, lijkt deze etnologische benadering voornamelijk politiek geïnspireerd en vaak aangestuwd door neofascistische en andere extreme politieke standpunten.

Genoeg over het verleden. Nog drie vragen. Allemaal over de toekomst. Hoe zie jij de wereld evolueren de komende decennia?
De laatste jaren sloeg de wereld een erg catastrofale richting in. Ik hoop van harte dat alles terug de betere kant uit evolueert. Maar eerlijk gezegd, ziet de toekomst er niet echt rooskleurig uit. Ongeveer 10 jaren nu, wordt de omgeving meer en meer problematisch. Ook politieke acties worden meer en meer agressief en fatalistisch. Als de mensheid diezelfde weg gaat bewandelen, zoals het de laatste 10 jaren verliep, dan voorspel ik het einde van onze soort in niet meer dan 50 of 100 jaren.

En wat met Árstíðir Lífsins de komende jaren?
De vorige zomer namen we een EP op, getiteld ” Heljarkviða“. Deze bevat twee erg lange nummers van om en bij 23 minuten elk. We hopen dit erg zwaar werkje uit te brengen via Ván Records ergens in het tweede deel van 2015. Vervolgens schieten we in actie om de volgende langspeler te schrijven.

Om te eindigen wat wishfull thinking. Árstíðir Lífsins live! Wanneer? Violen en alle andere niet voor de hand liggende instrumenten: gebruik keyboards. Tijd? Zoek live muzikanten. Of wil je de magie rond de band niet vernietigen?
De idee om live te spelen met Árstíðir Lífsins is al zo oud als de band zelf is. Toch hebben we nog nooit een kans gehad om dit doel te bereiken. Momenteel leven we in drie verschillende landen en een enkele repetitie kost immens veel tijd en energie om iedereen erbij te betrekken. Het zou zeker wel passen om onze muziek live te brengen (enkele jaren geleden hadden we bijna een volledige line-up), maar het is niet mogelijk om alles op hetzelfde moment geregeld te krijgen. Het idee is alvast niet dood en begraven, maar de huidige situatie moet eerst veranderen alvorens we deze piste heropenen.

Dødsfall – Kaosmakt

De hoogdagen van het Franse Osmose Productions liggen ondertussen toch wel weeral een hele tijd achter ons. Midden en eind jaren negentig om precies te zijn. Het was een tijd waarin de toenmalige crème de la crème qua death en black metal platen gereleaset werd via dit label. Denken we maar aan kleppers zoals Marduk, Immortal, Enslaved, Absu, Angelcorpse, Impaled Nazarene en ga zo maar door. Dat Hervé toch nog steeds een goede neus voor undergroundkwaliteit heeft, bewijst hij met het aantrekken van het Noorse Dødsfall, niet te verwarren met hun landgenoten Dödsfall. Daar waar deze laatste als doom metal geregistreerd staat, is het bij Dødsfall de zwarte kaart die getrokken wordt. “Kaosmakt” staat garant voor veertig minuten old school black metal zonder al te veel franjes of poespas. Het duo Ishtar (gitaar en bas) en Adramalech (vocalen) laat zich op deze plaat bijstaan door huurling Jocke Wallgren, die de meesten wel zullen kennen als trommelaar bij het Zweedse Valkyrja. Net na de release van deze plaat hing Adramalech zijn micro echter aan de wilgen, voegde bassist Clandestine (Dødheimsgard) zich aan de rangen toe en neemt Dødsherre Xarim voortaan live de honneurs waar achter het microfoonstatief. Wat we op “Kaosmakt” te horen krijgen, klinkt allerminst verkeerd. Of dit vierde album muzikaal en kwalitatief gezien in lijn ligt met zijn voorgangers kan ik niet zeggen, want hun eerdere discografie is onontgonnen terrein voor yours truly. Aan de no nonsense stijl te horen, zullen er op muzikaal gebied naar alle waarschijnlijkheid geen al te grote wijzigingen doorgevoerd zijn. Ishtar schudt de ene na de andere lekkere riff uit zijn mauw en trakteert ons op “Heksenes natt” zowaar op een heuse gave solo. Vuist in de lucht en bangen! Ook “Ain” bevat naar het einde toe een mooie soleerpartij en is misschien wel de beste song van het album. Het tien minuten durende “Fit av kristus” is de perfecte afsluiter en verveelt geen minuut. Er vallen op “Kaosmakt” geen grote verrassingen of nieuwigheden te ontdekken, maar de black metal wordt wel op een erg hoog niveau uitgevoerd. Ishtar weet hoe hij goed in het gehoor liggende songs moet schrijven met een kop en staart. Vooral live moet deze band in staat zijn een waar feestje te ontketenen, want het is bijna onmogelijk om stil te blijven staan op deze energieke en rockende black metal. Nergens overdreven agressief maar wel lekkerrrrr. Echt lekkerrrr!

JOKKE: 83/100

Dødsfall – Kaosmakt (Osmose Productions 2015)
1. Merket I sjel og blod
2. Forakt for livet
3. Under fane av kosmisk hat
4. Kaosmakt
5. Heksenes natt
6. Ain
7. Fit av kristus

Death Karma – The history of death and burial rituals part I

Conceptplaten: ik heb er niets op tegen. Zeker niet als er zoveel bloed, zweet en tranen ingestoken wordt als het geval is bij de eerste full length van het Tsjechische duo Death Karma. De titel van de plaat spreekt boekdelen. Bandleider Vladimir Pavelka (aka Infernal Vlad van o.a. Cult Of Fire) is al zijn hele leven gefascineerd door de dood. “The history of death and burial rituals part I” is het eerste deel (nou moe!) van de vermuzikalisering (is dat een woord?) van postume rituelen en de perceptie van de dood in verschillende culturen en landen over de wereld. In tweeënveertig minuten tijd maken we een reis naar zes bestemmingen gaande van Midden-Amerika tot Azië en van Europa tot Afrika. Daar waar we op de EP “A life not worth living” een geluid voorgeschoteld kregen dat het midden hield tussen death en black metal, is het totaalgeluid op de nieuwe plaat nog meer richting de zwarte kant geëvolueerd, hoewel je afgaande op het concept eerder een shift naar de dode zijde zou verwachten. Vergeleken met de EP is de nieuweling duidelijk the next step in de ontwikkeling van Death Karma. We zijn slechts enkele seconden ver op onze muzikale reis en we moeten meteen aan Cult Of Fire denken (de naam was reeds gevallen), maar aangezien het feit dat ook drummer Tom Coroner deel uitmaakt van die band, moet je het dus niet al te ver gaan zoeken. De hamvraag blijft dan natuurlijk of Death Karma bestaansrecht heeft naast Cult Of Fire. Ik laat jullie nog even in spanning. De rauwe agressie van de EP heeft plaats geruimd voor een meer atmosferische inslag, wat natuurlijk een perfect fit is aangezien het emotionele aspect dat verbonden is aan doodsrituelen. De muziek bevat grootse en bij wijlen catchy melodieën (check opener “Journey of the soul”) en is doorspekt met hammondorgel geluiden, die regelmatig voor een sacrale toets zorgen (“First spell” van het Noorse Gehenna duikt hierdoor ook regelmatig op als referentie). Deze stijlelementen zorgden ervoor dat Cult Of Fire een uniek bandgeluid heeft weten te ontwikkelen binnen de drukbevolkte black metal scene, maar worden door het duo dus ook bij Death Karma gretig ingezet. Het iets ruwere karakter van “Famadihana” wordt ingekleurd door rituele koorgezangen, wat natuurlijk niet mag ontbreken op een dergelijke conceptplaat. “Chichén itzá” gaat van start met morbide en beangstigende vocalen ondersteund door tribal drums die een perfecte weergave vormen van ceremoniële bezweringen in het oude Mexico. Dit is dan ook de meest experimentele track van het album. In “Úmrlcí prkna” komt het thuisland van Death Karma aan bod en gaat de band met een groovende riff aan de slag om toch weer te eindigen met een zekere epiek.  In “Towers of silence” kiest de band voor een instrumentale aanpak en reizen we af naar India. We wisten reeds dat dit land en haar historische gebruiken een grote inspiratiebron vormden voor Vladimir. Gek genoeg doen de gitaar leads me meer dan eens aan het epische Bathory denken, maar er passeren ook speed metal riffs en solo’s. Het afsluitende “Hanging coffins” beschrijft de Chinese traditie waarbij doodskisten aan hoge rotsen gehangen worden in plaats van te begraven om alzo de vrede van de overledenen te garanderen. Weeral iets bijgeleerd! Wie meer wil weten over al deze gebruiken en riten kan aan de slag gaan met de bibliografie die vermeld werd. Interessant voer voor de meerwaardezoeker! De verpakking van de elpee is om duimen en vingers bij af te likken. Elk begrafenisritueel werd door S. Glomba via prachtige tekeningen geïllustreerd waardoor je dus niet alleen een muzikale maar ook visuele weergave krijgt van de behandelde doodspraktijken. Op productioneel gebied, is het eindresultaat misschien net iets té groezelig, om optimaal van alle melodieën te kunnen genieten en alle details te ontdekken, maar dat is natuurlijk een mes dat aan twee kanten snijdt. Wanneer het er té gelikt aan toe zou gaan, staat dit meestal gelijk aan inboeten op gebied van mystiek, atmosfeer en het underground karakter.  Hoewel de aanpak van Death Karma iets afwisselender en nóg experimenteler is dan bij Cult Of Fire, zijn er natuurlijk heel veel paralellen te trekken tussen beide acts. We kunnen dan ook nog uren aan den toog blijven lullen over het feit of deze plaat al dan niet onder de monniker Cult Of Fire had moeten verschijnen, maar feit is dat eenieder die de vuurkult weet te appreciëren, zich ook gretig zal amuseren met Death Karma. Laat deel twee maar snel komen!

JOKKE: 87/100

Death Karma – The history of death and burial rituals part I (Iron Bonehead Productions 2015)
1. Slovakia – Journey of the soul
2. Madagascar – Famadihana
3. Mexico – Chichén itzá
4. Czech Republic – Úmrlcí prkna
5. India – Towers of silence
6. China – Hanging coffins

These Mountains Are Ghosts – Legacy of war

Men noteert 2012: These Mountains Are Ghosts laat hun allesvernietigend debuut los op Jan en Mieke. Zelf heb ik, ik beken – tot zeven maal zeventig maal – weinig voeling met dit soort hybride vorm van metal en allerhande core splinterafwijkingen. Toch wisten de Bergen me te overtuigen en zelfs al moest dat niet het geval zijn, het stond als een paal boven water dat deze band het ver zou gaan schoppen. En zie, na de release van hun debuut “Demon horde” hebben de jongens heel wat van hun to-do list kunnen afvinken. Men noteert 2015: de EP “Legacy of war” ziet het daglicht; 5 nummers, 20 minuten en een epos over Hannibal op uitje door de Alpen. These Mountains Are Ghosts gaat een stapje verder dan ten tijde van hun debuut. Alles is tot in de perfectie uitgevoerd. Nog steeds geldt Mastodon als grootste inspiratiebron, maar daar waar de Amerikanen poeslieve schoothondjes geworden zijn, ontbrandt Limburg finest met zoveel vuur dat Hemelvaart enkele maanden eerder lijkt te vallen. Gitaargefriemel en beukwerk – met zelfs een verdwaalde blastbeat – wisselen elkaar mooi af en het muzikale staat steeds voorop; van vreemde tempo’s tot een overdaad aan wisselingen en het gekende druk drumgemep – Op “Legacy of war” hoor je het allemaal. Alles is nog net een beetje meer uitgekiend dan enkele jaren geleden. Destijds was de zang de zwakkere schakel in het geheel, maar kijk eens aan, dat euvel is helemaal van de baan. Het gekende hardcore gekeel wordt in elk nummer bijgestaan door zuivere gezangen van allerhande aard. Denk daarbij niet aan poppy singalong songs, maar catchy is het op zijn allerminst. “Born in the grave” speelt die kaart het best uit. Once in the head, blijft het zanglijntje dagen nazinderen. Deze grote vooruitgang verdient twee dikke duimen. Duimen rijmt op pluimen en dat verdient de hele band, want als ik het goed begrepen heb, is wederom alles DIY opgenomen en afgewerkt. Het resultaat mag er zijn. De volgende keer als de grote meneren uit het Westen op bezoek komen, eis ik dat These Mountains Are Ghosts erbij staat op de planken! Alle lof is verdiend.

Flp: 86/100

These Mountains Are Ghosts – Legacy of war (eigen beheer 2015)
1. Legacy of war
2. March of dead men
3. Born in the grave
4. Die a thousand deaths
5. Horns ablaze