Maand: maart 2015

Katatonia – Sanctitude – Live at Union Chapel

Katatonia houdt ervan om haar fans tussen studio albums door te verwennen met live albums. “Sanctitude” is reeds de vierde live registratie die op CD/DVD uitkomt, maar ditmaal werd er niet gekozen om een regulier optreden voor het nageslacht vast te leggen. “Sanctitude” is het relaas van het akoestische optreden dat Katatonia op 16 mei 2014 gaf in het Londense Union Chapel naar aanleiding van hun tournee voor het album “Dethroned & uncrowned”, een herwerking van “Dead end kings”. Er werden zeventien nummers in een gestript en herwerkt jasje gestoken, die samen goed zijn voor tachtig minuten ontroering en kippenvel. Hierbij wordt door alle albums sinds “Brave murder day” gegrasduind. Natuurlijk passeren enkele hits zoals “Teargas”, “Tonights music” en “Evidence” de revue, maar er worden ook songs gespeeld die aan hun live première toe waren, zoals het oudje “Day”, het (sublieme) B-kantje “Unfurl”, het minder bekende“Gone” en “The one you are looking for is not here” waarbij de band wordt bijgestaan door Silje Wergeland van The Gathering. Het woord “band” is hier een fragiele term, want vlak voor deze tournee trokken long time member en super drummer Daniel Liljekvist en gitarist Per “Sodo” Eriksson vriendschappelijk de deur achter hun dicht. Op korte tijd vonden ze gelukkig Bruce Soord van The Pineapple Thief, die reeds met Jonas had samengewerkt voor Wisdom Of Crowds, bereid om hen bij te staan op gitaar, zang en keyboards. Ook rhythmic monkey JP Asplund werd aangetrokken om zijn kunsten te laten zien via subtiele percussie. Katatonia legt de lat op muzikaal, visueel en auditief vlak steeds erg hoog voor zichzelf, waardoor er ook nu weer niets op aan te merken valt bij deze live registratie. De sfeerbeelden in de prachtige locatie die Union Chapel is, worden op een rustige en serene manier weergegeven (een stereotiepe metal ADHD-montage zou ook compleet belachelijk zijn geweest in deze intieme setting). Een jaar of tien geleden liet de zang van frontman Jonas Renkse misschien nog wel eens te wensen over, maar man, wat heeft die toch een evolutie doorgemaakt de afgelopen jaren! Als een charismatische, doch nog steeds ietwat schuchtere, frontman zorgt hij zelfs voor wat bindteksten tussen de nummers door. De songs worden loepzuiver gezongen en wat ben ik fan van zijn timbre. Ook Anders Nyström en Bruce Soord laten zien dat ze begenadigde zangers zijn die ons met hun prachtige stem zalven. Dat onze Zweedse vrienden weten hoe ze een beklijvend nummer moeten schrijven, bewijzen ze nog maar eens opnieuw op “Sanctitude”. Ook in een gestripte versie blijven de songs moeizaam overeind. Ik betrapte me er niet alleen op dat ik de nummers enthousiast zat mee te kelen (tot ergernis van de buren) maar dat ik gewoon ook mee begon te applaudisseren als een nummer erop zat. De drumbreaks ontbreken natuurlijk maar die luchtdrum ik er zelf wel bij. De mindere nummers van “Dead end kings” zoals “Ambitions” en “Undo you” komen in hun nieuwe jasje beter tot hun recht. Volop genieten geblazen dus, want nergens wordt het te melig of kakt de boel in. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik deze tournee aan mij voorbij heb laten gaan.

JOKKE

Katatonia – Sanctitude – Live at Union Chapel (Kscope Music 2015)
1. In the white
2. Ambitions
3. Teargas
4. Gone
5. A darkness coming
6. One year from now
7. The racing heart
8. Tonight’s music
9. Sleeper
10. Undo you
11. Lethean
12. Day
13. Idle blood
14. Unfurl
15. Omerta
16. Evidence
17. The one you are looking for is not here

Advertenties

Storm Upon the Masses – Vengeance of madness

De oude zakken van Storm Upon the Masses gaan al jaren mee en als late dertigers hebben ze al heel wat waters doorzwommen in de vaderlandse extreme metalscene. Het is een allegaartje geworden van (ex-)leden van Ill Fares the Land (RIP), Gorath (RIP) en Crawlspace. Alhoewel Storm Upon the Masses klaarblijkelijk al een zestal jaren worsten draait, is het mini album “Vengeance of madness” hun eerste wapenfeit vereeuwigd op het zilveren schijfje. Het artwork, de titels en de teksten, je hoeft geen Sherlock Holmes te zijn om te weten wat op het menu staat. Toegeven, hondsbrutale death metal is voor mij niet meteen het genre waardoor viagra overbodig wordt, doch weet ik “Vengeance of madness” wel te smaken. Misschien omdat 10 minuten blastbeat te kort is om over verveling te kunnen spreken? Maar misschien ook omdat dit schijfje nostalgie opwekt naar de dagen dat dit soort kabaal hier dagelijks door de speakers knalde? Openingstrack “Storm upon the masses” is een regelrechte trip down memory lane waar de Braziliaanse antichrists van Rebaelliun hun vlag plantte in onze Europese contreien. Hetzelfde gevoel overvalt me bij “Vengeance of madness“, maar dan komt er nog een of andere Decapitated break opdraven. “The skin collector” voegt dan net weer het noodzakelijk stukje Cannibal Corpse toe. Veel namedropping en weinig gezever; veel meer valt er ook niet aan toe te voegen. De heren hebben zelf voor de opnames en productie gezorgd, en hoewel je dat hoort, vind ik het zeker zijn charmes hebben. Ten tijde van “Burn the promised land” klonk death metal immers nog niet modern. Misschien dat de bass kicks iets te overheersend zijn, maar het is hun vergeven. Storm Upon the Masses brengt niks nieuws onder de zon. Bedankt daarvoor. Maar weet het genre als ware grootmeesters te beheersen. Iedereen die opgefokte blast death metal weet te appreciëren, zal hiervoor door de knieën gaan.

Flp: 78/100

Storm Upon the Masses – Vengeance of madness (eigen beheer 2015)
1. Storm upon the masses
2. The skin collector
3. Vengeance of madness

Leviathan – Scar sighted

Jef Whitehead hoort zeker thuis in het rijtje van beruchte en illustere (black) metal figuren. De controversiële Amerikaan is al meermaals met het gerecht in aanraking gekomen o.a. voor seksuele aanranding en huishoudelijk geweld. Deze, breed in de media uitgesmeerde vuile was resulteerde in het album “True traitor, true hore” (ik moet hier geen tekeningetje bij maken om je te vertellen aan wie dit album gericht was). De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik zijn solo band Leviathan natuurlijk wel kende, en links of rechts wel eens wat songs heb beluisterd, maar echt onder de indruk van ’s mans werk was ik nooit (hoewel er op de “Verrater” compilatie wel een paar vree wijze songs staan). Ook na het zien van de driedelige “One man metal” documentaire (die ook de clowneske einzelgängers Xasthur en Striborg volgde) bleek dat Wrest een naargeestig individu is, nog steeds worstelend met zichzelf en de fucked up world rondom hem. De veelbesproken Decibel cover waarop hij met zijn zoon poseert en het recente interview met Noisey, trokken echter mijn aandacht en besloten om zijn nieuwste plaat “Scar sighted” toch maar eens deftig te checken. Na een duistere intro dringen de verwrongen riffs van “The smoke of their torment” je hersenpan binnen. Dit is wel wat andere koek dan wat ik van Wrest gewoon was.  Doordat de beste man terug de liefde van zijn leven gevonden heeft en het vaderschap zijn volle aandacht vraagt, verwacht je als luisteraar misschien een toegankelijker album. No way José! De rauwe black metal heeft met momenten (en voornamelijk in de twee openingstracks) dan wel plaats geruimd voor een veel warmer death metal georiënteerd basisgeluid (think The Ruins Of Beverast), de smeltkroes van Deathspell Omega/Blut Aus Nord dissonantie en trippende rituele ambient blijven voor een behoorlijk onbehaaglijk gevoel en destructief sfeertje zorgen. Voor de vocale aanpak hanteert Wrest nog wel de rauwe zwartmetalen salpetervocalen, die afgewisseld worden met een diepe vervormde stem (en me dikwijls doet denken aan zo’n kermisattractie lokstem). In “Gardens of coprolite” gaat het er bij momenten heel DSO jazzy aan toe. Een verre van gemakkelijke song die na ettelijke luisterbeurten wel tot één van de hoogtepunten van de plaat uitgegroeid is. De eindeloze gelaagdheid van de nummers, het grillige verloop van de songstructuren en de in een wazige mist verstopte details maken van deze plaat een vette kluif voor wie geen hapklare brok extreme metal zoekt. De psychedelische madness van “A veil is lifted” zou zo van de “Instinct: Decay” plaat van landgenoot Nachtmystium kunnen komen en in de titelsong, waarin Whitehead het experiment nog verder doordrijft, wordt de link met het ter zielen gegane Twilight natuurlijk snel gelegd. Ook hier doemt The Ruins Of Beverast als referentiepunt op en doen de diepe verhalende vocalen me soms aan Diabolical Masquerade denken. Zonder de meer dan dertig releases van Leviathan allen gehoord te hebben, ga ik er prat op dat geen enkel van voorgaande albums zo’n emotionele impact op mij zal hebben als deze “Scar sighted”. Ik ben nu al benieuwd of Wrest de ingeslagen weg op volgende albums verder gaat zetten, maar in tussentijd ga ik nog verder op zoek naar de donkere geheimen van deze plaat.

JOKKE: 84/100

Leviathan – Scar sighted (Profound Lore Records 2015)
1. –
2. The smoke of their torment
3. Dawn vibration
4. Gardens of coprolite
5. Wicked fields of calm
6. Within thrall
7. A veil is lifted
8. Scar sighted
9. All tongues toward
10. Aphōnos

Devathorn – Vritra

Op economisch vlak mag het dan wel crisis alom zijn in Griekenland, daar is in hun underground scene niet veel van te merken, wan met recente releases van Acherontas, Varathron en nu ook deze Devathorn bruist het daar van de bedrijvigheid. Net als bij hun spitsbroeders Acherontas werd het nieuwe opus, getiteld “Vritra” eind februari via World Terror Committee op de mensheid losgelaten. Een vergelijking maken tussen beide bands lijkt dus voor de hand liggend en zal ik dientengevolge dan ook maken. Daar waar Acherontas hun orthodoxe black metal op hun laatste telg mixt met een serieuze portie occulte ambient, wijkt Devathorn geen duimbreed af van hun zwartmetalen bandgeluid dat werd neergezet op voorgaande releases (met enkel “Cantibus ad messorem, sanctus mor” en “Draco adligat mundials” als respectievelijke ambient intermezzo en outro) en dat naast een flinke scheut orthodoxe black metal ook de recente Franse, Poolse en Zweedse varianten van ons geliefkoosde genre omarmt. Devathorn heeft duidelijk de tijd genomen om haar nieuwe plaat tot in de kleinste details uit te werken (er verstreken maar liefst acht jaren sinds hun debuut “Diadema”) en dat werpt duidelijk zijn vruchten af. Conceptueel gezien put de band voor haar symboliek uit talloze mythologieën en religies (Kabbala, het Oude Testament, Griekse en Egyptische mythologie, Mesopotamische en Vedische religie en satanisme). Het artwork werd verzorgd door Daniel Rosten, die de meesten beter zullen kunnen onder zijn monniker Mortuus (Marduk). Verder draaft er Soulfly-gewijs een hele waslijst aan gastmuzikanten op die het mooie weer maken bij o.a. Acherontas, Temple Of Baal, Serpent Noir, Monk Adramelekh, Temple Of Algolagnia Chthonian Alchemy en Mother Of Millions. Tenslotte werd het plaatje gemastered in de befaamde Necromorbus Studio, hoewel dit niet het typische geluid oplevert dat we gewend zijn van Tore Stjerna. Hoewel er in de Griekse keuken al eens graag met een bord gesmeten wordt, breekt “Vritra” op het eerste gehoor niet echt potten. Het vraagt dan ook enkele dates met deze Griekse medusa alvorens de vonk overslaat en ik ze mee naar huis neem om te rampetampen. Zoals een vrijscène volgens het boekje wisselt Devathorn het tragere werk regelmatig af met intens gebeuk. De hoogtepunten (meerdere ja) vinden we terug op de tweede helft van de plaat, namelijk “Sapphires of Vritra” (mooi soleerwerk), “Verba inermis” dat aan ons eigenste Enthroned doet denken en het tien minuten overschrijdende “Promethean descent”. Het zijn niet toevallig die nummers waar de sacrale gezangen van Acherontas V. Priest voor afwisseling zorgen met de iets te droge grain van de scream van frontman Althagor.  Een vluggertje is deze plaat geenszins, want met zevenenzestig minuten speeltijd vraagt Devathorn heel wat van de luisteraar, waardoor je de kanttekening kan maken of het wel een goede zaak was om drie van de vier songs van de twee in tussentijd verschenen split releases opnieuw op te nemen. Dit is echter muggenziften want “Vritra” is een plaat waar ik nog de nodige pleziertjes aan zal beleven.

JOKKE: 81/100

Devathorn – Vritra (World Terror Committee 2015)
1. Veritas universalis
2. Doctrina fide
3. Cathedral of Set
4. Ars diabolic
5. Cantibus ad messorem, sanctus mor
6. Principles of chaos
7. Sapphires of Vritra
8. Verba inermis
9. The venomous advent
10. Promethean descent
11. Draco adligat mundi

Negură Bunget – Tău

Code666 pakt nog steeds uit met veel tralala als het gaat over “Om“, Negură Bungets vierde langspeler en een van de hoogtepunten van het label. Samen met diens voorganger behoort het album dan ook tot het pièce de résistance uit het oeuvre van de Roemenen. Nadien ging het bergaf en leek Negura Bunget meer een meer zigeunermuziek te maken met loslopende schapen, belletjes en ander vervelende fluitjes. Tijdens de vijf jaren tussen “Vîrstele pămîntului” en langspeler nummer zeven, “Tău” gedoopt, hebben de heren rond drummer Negru alvast geen allergie opgelopen voor hun gekende recept. De eerste twee nummers zijn nog erg spannend en vormen een goede mix tussen folklore en (black) metal. Maar op den duur lijken de etnische elementen het over te nemen. Maar laat dat nu net een goede vooruitgang zijn, want de metalinvloeden zijn om te huilen met de pet op. De grommende zang klinkt zo dof als oma’s jas die al jaren in de kast hangt. Muzikaal klinkt het gitaarwerk zo gedateerd en lukraak bijeen gesprokkeld, zodat je echt een zucht van opluchting slaakt eens de snarenplukkers hun bek houden. De gitaarsolo in “Împodobeala timpului” is nog niet een beetje misplaatst. “Tău” is aardig in elkaar geknutseld, maar er druipt geen passie vanaf. Goed doordacht? Zeker? Boeiend om naar te luisteren? Meestal wel. Zeker de metalvreemde stukken doen het goed. Ja, en dan? Wel ja, het niveau van “Om” wordt nooit gehaald en dat is jammer. Ik gun het Negură Bungets van harte. Zo doen steevast iets origineels en werken er keihard voor. Mijn respect krijgen ze, maar warm word ik er niet (meer) van.

Flp: 68/100

Negură Bunget – Tău (Lupus Lounge 2015)
1. Nămetenie
2. Izbucul galbenei
3. La hotaru cu cinci culmi
4. Curgerea muntelui
5. Tărîm vîlhovnicesc
6. Împodobeala timpului
7. Picur viu foc
8. Schimnicește

Helrunar – Niederkunfft

Hoewel Helrunar tot mijn meest geliefde bands behoort, ben ik altijd erg sceptisch tegenover Lupus Lounge releases. Elke release blinkt uit in packaging, geluidstechnische perfectie en wordt gedragen door een knap uitgedokterde marketingcampagne. Ja inderdaad, dat wordt van een goed label verwacht en Lupus Lounge (of Prophecy Productions, als u wilt) weet hoe de vork aan de steel zit. Op deze manier is het echter gemakkelijk om bands, die net boven de middelmaat uitsteken, een extrinsieke boost van jewelste te geven. Zeg nu zelf, Falkenbach haalt zijn niveau al even niet meer en een band als Farsot is wel oké, maar al het bovengaande buiten beschouwing gelaten, ook niet meer dan dát. Ook Helrunar wist me aanvankelijk niet te overtuigen met hun eerste releases. Het was pas ten tijd van tweeluik “Sól” dat de Germanen vlotjes boven de grijze middelmaat uitstaken. De lat werd hoog gelegd en werd tevens ingelost door opvolgend split-album met Árstíðir Lífsins. Destijds wist frontman Marcel Addergebroed te vertellen dat er een snuifje doom in de sound van het nieuwe album zou sluipen. Word! Al begint “Niederkunfft” erg typisch met het titelnummer. De onheilspellende melodie lijkt zo weggelopen uit “Sól”, alleen jammer van de koorzangen die op het randje van vals klinken. “Totentanz” heeft zo’n snuifje doom, waarover Marcel sprak, maar wijkt zeker niet fel af van het gekende stramien: loodzwaar, traag en duister. Soms klinkt Helrunar zelfs een beetje als Bolt Thrower, zoals het begin van “Magdeburg brennt“. En afsluiter “The Hiebner prophecy” is bij wijlen een dikke vette knipoog naar (de oude) Entombed! I kid you not! Voor het eerst weerklinkt hier ook een soort ruigere grunt – Wat we niet gewoon zijn van Helrunar. Het beste nummer is toch nog “Devils devils everywhere!“. Het mag dan wel iets meer rechtoe-rechtaan zijn, maar is des te beklijvend. Alsmede door de pakkende gezangen. En misschien ook omdat het het enigste Engelstalig nummer op “Niederkunfft” is? Al brengt dat een pijnpunt met zich mee, want de thematiek op de plaat lijkt erg interessant en doordacht te zijn. Maar enkel Duits zonder duiding is Chinees. Een beetje een gemiste kans. Net zoals het zwakke artwork. Holbein, Dürer en zielsgenoten zijn dan wel goddelijke meesters, hun oeuvre is al zo platgereden als de kat van de buren op straat. “Niederkunfft” is goed. Erg goed zelfs. Maar tipt (voorlopig) nog niet aan beide “Sól” albums.

Flp: 85/100

Helrunar – Niederkunfft (Lupus Lounge 2015)
1. Niederkunfft
2. Der Endchrist
3. Totentanz
4. Devils Devils Everywhere!
5. Magdeburg brennt
6. Grimmig Tod
7. Die Kirch ist umbgekehret
8. The Hiebner Prophecy

Enslaved – In times

Wie wil zien hoe Vikingen Christelijke Engelse legers in de pan hakken of onderling een robbertje vechten, kan zijn of haar hartje ophalen bij tv-serie “Vikings”. Wie meer wil weten over het dagelijkse leven, de landbouwbezigheden van de Noormannen en het feit dat hun vrouwen eigenlijk de broek droegen, kon de afgelopen weken terecht op de Viking expositie in Tongeren. Wie echter geïnteresseerd is in de symboliek en mystiek van het Noorse godendom, zit bij Enslaved aan het juiste adres. Gedurende hun bijna vijfentwintigjarige carrière hebben spilfiguren Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson de nodige watertjes doorzwommen. Begin jaren negentig stonden ze aan de wieg van het viking subgenre binnen de opkomende black metal tsunami. Rond de eeuwwisseling geraakte de woeste viking/black op de achtergrond en gingen beide heren op zoek naar een nieuwe invalshoek voor hun extreme metal. Gedreven door hun voorliefde voor Rush, Pink Floyd en Tool sloeg de band een meer progressieve richting in. Sinds “Isa” uit 2004 vonden ze opnieuw een stabiele bezetting en hebben ze hun eigen niche sound album na album verder ontwikkeld, met enkel “Vertebrae” als schoonheidsfoutje in hun discografie. “In times” is alweer het dertiende full album van het kwintet en laat wederom horen waarom de band tot de ab-so-lu-te top van het progressieve extreme genre behoort. Elk van de zes songs heeft zijn eigen karakter en put toch uit de stijlelementen van hun gepatenteerde muziekstijl. Opener “Thurisaz dreaming” gooit meteen de zweep erop en laat horen dat Enslaved haar extreme oorsprong en blast beats nog niet verleerd is of verloochent. In plaats van echter heel de song door te razen, duiken de bezwerende cleane vocalen van toetsenist Herbrand Larsen halverwege op om te contrasteren met de felle en uit de duizenden herkenbare rochelkrijsen van Grutle en subtiele achtergrondkoorzang. Het contrast met het daaropvolgende rockende “Building with fire” kon niet groter zijn. De drums van Cato Bekkevold zorgen voor een pulserende beat, ondersteund door de solide bass van Grutle. In deze song treedt Herbrand nog meer in de spotlights en zijn hemelse keelklanken produceren hier een wel héél catchy oorworm, zonder ook maar één moment cheesy te klinken. Het contrast met de raspende vocalen wordt hierdoor nog meer in de verf gezet. De dag dat Herbrand de deur achter zich dicht trekt bij Enslaved, hebben ze een groot probleem. Hopelijk komt het nooit zo ver! Het moet volgens mij vanaf de song “Sigmundskvadet” van “Monumension” geleden zijn, dat er nog eens een authentiek vikingkoor in een Enslaved song opdook. Met het experimentele en progressieve “One thousand years of rain” is het nogmaals zo ver en wordt de samenwerking aangegaan met Einar Kvitrafn Selvik van Wardruna. Benieuwd wat hun collaboratie op Roadburn gaat geven! “Nauthir bleeding” is de meest vintage Enslaved song en leunt dicht aan bij het materiaal op voorganger “RIITIIR”. Ik noteer hier nog de mooie solo aan het einde van het nummer in mijn notitieboekje en hoor dat Ivar hier volledig uit zijn dak kan gaan. De titelsong is het levende bewijs van hun voorliefde voor Pink Floyd en is met zijn tempo- en maatwisselingen en dromerige space rock vibes de meest progressieve song van het album. De tonaliteit van het riffwerk in het afsluitende “Daylight” roept meer dan eens vergelijkingen op met Deftones. Nooit gedacht ik deze vergelijking nog eens zou maken. Een mens vraagt zich soms af hoe het in godsnaam mogelijk is om na zoveel jaren dienst nog steeds zo’n relevante albums uit te brengen. Een diepe respectvolle buiging voor Enslaved is hier op zijn plaats.

JOKKE: 91/100

Enslaved – In times (Nuclear Blast 2015)
1. Thurisaz dreaming
2. Building with fire
3. One thousand years of rain
4. Nauthir bleeding
5. In times
6. Daylight