Maand: juni 2015

Torturerama – Close encounters of the morbid kind

Sinds Nicke Andersson naar België geëmigreerd is, bleef de beste man niet met de pakken zitten. Samen met enkele onfrisse kornuiten werd “Close encounters of the morbid kind” in elkaar gebokst. Na enkele mini albums: hoezee, het debuut van Torturerama. Met titels als “Bonesawer” en flarden tekst zoals “Zombie pills incenerated, so they won’t resurrect” wordt we terug naar de jaren negentig gezapt. Torturerama speelt old school Swedish sounding death metal – U weet wel; met HM-2 pedaal settings op maximum +1. En daarmee is eigenlijk alles gezegd. Het eerder verschenen “Flesh ripping sounds” zou instantly op dé klassieker van Entombed kunnen staan. Het melodieuze “Reduced to fecal splatter” klinkt dan weer als een recenter nummer van Dismember. En in o.a. “Down with the crowbar” (mét heerlijk refrein) wordt ons de obligatoire D-beat niet weerhouden. De gepresenteerde grafrochel klinkt superdroog en haast in ontbinding verkerend dof. Laat dat het enigste hekelpunt op dit album zijn. Misschien dat wat andere vocale invalshoeken de beperkte gruntkleur kunnen camoufleren? Nu het woord kleur gevallen is, kan vermeld worden dat het onmiskenbaar schitterende artwork nichterig paars kleurt. Al hoeft dat niet een euvel zijn, daar Massacre destijds zelfs een roze cover had. “Close encounters of the morbid kind” zal nooit naast “Like an ever flowing stream” of “Left hand path” komen te staan, maar laten we niet flauw doen, dat kan geen enkele release. Torturerama levert hier een uitstekend product af dat mensen nostalgisch doen terugdenken aan de oude gloriejaren van Zweedse death metal. Mijn ziel hebben ze alvast gewonnen!

Flp: 85/100

Torturerama – Close encounters of the morbid kind (GodEater 2015)
1. Bonesawer
2. Don’t incinerate the dead
3. Revel in disgust
4. Flesh ripping sounds
5. Down with the crowbar
6. Total dragdown
7. Funeral earth
8. Reduced to fecal splatter
9. Smiles of the undead
10. Cursed under a red moon

Advertenties

Blaze Of Perdition – Near death revelations

Life on the road can be hard”. Niet alleen dienen bands soms honderden kilometers in aftandse busjes af te leggen wanneer ze op tour zijn en zorgen pannes, monsterfiles, diefstal, corrupte douaniers, gore slaapplekken, maffiose concertorganisatoren en meer van dat onheil voor stress (en bijbehorend avontuur natuurlijk), soms resulteert dit spijtig genoeg ook tot roadkill, denken we maar aan Metallica of Decapitated. Ook die andere Poolse band Blaze Of Perdition kreeg met deze nachtmerrie af te rekenen toen op 2 november 2013 hun busje betrokken was bij een ongeval waarbij bassist 23 het leven liet en frontman Sonneillon en drummer Vizun ernstig gewond raakten. Na een verwerkings- en revalidatieproces werd duidelijk dat de mannen niet bij de pakken zouden blijven zitten en werd beslist om met de band verder te gaan, wat nu resulteert in de release van de derde volwaardige plaat “Near death revelations”. Bij de titel van het album hoef ik dus geen tekeningetje meer te maken (dat deed graficus Mentalporn reeds). Net zoals op de twee voorgangers staat de nieuwe plaat weer tot aan het gaatje vol met kwaliteitsvolle (orthodoxe) Zweedse stijl black metal met oog voor detail, prachtig artwork, goed geschreven songs, krachtige heldere, maar toch rauwe productie, uitstekende instrumentbeheersing en artistieke bandpresentatie. Daar waar de invloeden van een Watain in het verleden veel duidelijker aanwezig waren, heeft de band nu meer aan een eigen sound gewerkt en gevonden. Blaze Of Perdition heeft altijd wat in de schaduw van landgenoten Behemoth en Mgła gestaan, maar verdient het absoluut om door meer metalheads gehoord en ontdekt te worden . Deze Poolse duivelaanbidders spelen geen repetitieve of atmosferische black metal, waardoor er heel wat gebeurt in de nummers die afklokken op zeven à twaalf minuten (op “The tunnel” na dat een aanloopje op en woordspeling met het afsluitende “Of no light” vormt). Interessant en pakkend riffwerk, melodieuze solo’s, moordende drumtempo’s,  creepy intermezzo’s, experimentele vocalen, …you name it. Blaze Of Perdition weet van genoeg hout pijlen te maken om via de spanningsboog, die voortdurend gespannen staat, met dodelijke precisie op ons af te vuren. Check het in het Pools gezongen openingsnummer of het sterke “Into the void again” er maar al eens op na. Liefhebbers van Ascension, Merrimack of Valkyrja moeten deze band zeker eens een kans geven. Knappe plaat die de twee voorgaande albums (“Towards the blaze of perdition” uit 2010 en “The hierophant” uit 2011) zelfs nog overtreft. “What does (not) kill you, makes you stronger!

JOKKE: 85/100

Blaze Of Perdition – Near death revelations (Agonia Records 2015)
1. Królestwo niczyje
2. Into the void again
3. When mirrors shatter
4. Dreams shall flesh
5. Cold morning fears
6. The tunnel
7. Of no light

Kjeld – De meedogenloosheid van bittere kou

Het album “Skym” van de Friese black metal band Kjeld is ongetwijfeld één van de sterkste black metal platen die de afgelopen jaren van bij onze noorderburen is komen overwaaien. De interessante geschiedkundige thematiek van het album, haalde de history nerd in ondergetekende naar boven en vormde de aanleiding voor een gesprek met gitarist Kâld. (JOKKE)
Kjeld 2

Heil! Mijn eerste insteek voor dit interview was dat ik jullie mijn vragen wou laten beantwoorden in het Fries. Na de teksten gelezen te hebben op de inlay van de vinylversie, moet ik echter concluderen dat het Fries toch niet zo verstaanbaar blijkt te zijn. De betekenis van sommige woorden kan je in hun context wel achterhalen, maar een volledige tekst begrijpen lijkt toch niet zo evident. Als je de taal geschreven ziet, lijkt ze wel wat weg te hebben van het Deens of Noors. Wikipedia leert ons dat het Fries een officiële minderheidstaal is in Nederland. Hoe vertaalt zich dat in de praktijk? Spreken jullie in het dagelijks leven Fries of gebruiken jullie deze taal enkel voor de teksten van Kjeld?
Hey Jokke, bedankt voor dit interview! De Friese taal is historisch gezien vooral verwant aan het Oudengels. Door de geografische ligging en het gemak waarmee talen elkaar beinvloeden, is het Fries ook verwant aan het Deens, Duits en Nederlands. Het Fries zoals wij dat spreken wordt ongeveer door zo’n half miljoen mensen gesproken. In een regio in Duitsland wordt door een handjevol mensen nog het Oostfriese dialect gesproken, en in een regio in Denemarken nog Noordfries. Binnen de band spreken Tsjuster, Skier en ik zelf onderling Fries. Swerc en Fjildslach spreken geen Fries maar verstaan het prima.

Naar analogie met “Cascadian black metal”, “Nidrosian black metal” of “true Norwegian black metal” doopten jullie jullie stijl als “Frisian black metal”. Willen jullie hier enkel op geografisch vlak een standpunt mee maken of zijn er ook typische stijlelementen die karakteristiek zijn om over “Frisian black metal” te kunnen spreken? Is er eigenlijk überhaupt sprake van een Friese muziekscene en black metal scene in het bijzonder?
Omdat Friesland niet zo groot is, is er ook niet echt sprake van een grootschalige scene waarin de bands een vergelijkbare sound hebben. De term “Frisian black metal” slaat dan ook vooral op onze eigen Friese achtergrond. Of dat nu geografisch is of op een andere manier wordt geïnterpreteerd, is mij om het even.

De titel van de nieuwe plaat “Skym” verwijst naar de in Nederlandse folkloristische sagen besproken “witte wieven”, afschuwelijke geesten die ’s nachts in verraderlijke moerasgebieden ronddoolden en eenzame reizigers met zich mee lokten. Dit onderwerp leent zich natuurlijk perfect voor een black metal band. Hoe zijn jullie op dit onderwerp uitgekomen? Een titel als “Bonifatius Malifatius” lijkt tevens ook een historische achtergrond te hebben. Heb ik hier met een bende geschiedenis freaks van doen?
Voor dit album hebben we inderdaad geprobeerd verschillende historische en mythische thema’s te belichten. Maar niet elke tekst is gebaseerd op geschiedenis. Een aantal zijn ook zeer abstract of algemeen.

Wie of wat is een “kjeld” eigenlijk? Om het de medemens moeilijk te maken loopt er nog een tweede (en bovendien Friese) black metal band Kjeld rond, weliswaar later ontstaan dan jullie. Leidt dit nooit tot verwarrende taferelen? “Kjeld” is het Friese woord voor “koude” of “kou”. Wat dat betreft is het niet vreemd dat er meerdere bands met deze naam opduiken. Kjeld was voor ons niet alleen de naam, maar ook de stijl waarin wij onze muziek wilden schrijven. De meedogenloosheid van bittere kou, maar ook de pracht die deze met zich mee kan brengen. Wat betreft de andere Kjeld – volgens mij was dit een kortstondig project. Ze lijken in ieder geval niet actief na hun demo.

Jullie hebben reeds meer dan tien jaar op de teller staan, maar zijn op een EP na, met “Skym” pas aan jullie debuutplaat toegekomen. Is er hier sprake van enige luiheid of eerder van een doorgedreven perfectionisme? Ik zie dat de opnames dateren van 2012 en 2013. Toen werd ook reeds een videoclip op de mensheid losgelaten voor het nummer “Baduhenna”.  Waarom is de plaat er nu pas?
Ik denk dat we hier rustig kunnen spreken van doorgeslagen perfectionisme. Wij geloven in kwaliteit en niet in kwantiteit. We schrijven muziek die absolute aandacht vraagt van de luisteraar terwiijl wij hen meetrekken naar de diepste spelonken van onze ziel, zonder daarbij in te boeten in termen van brutaliteit of atmosfeer. Wij blijven net zo lang aan onze nummers sleutelen totdat wij hier alle vijf achter staan. Dat er zo’n lange tijd zat tussen de opnames en het uitbrengen van de plaat komt omdat wij in eerste instantie de plaat zelf wilden mixen. Hier hebben we na een (veel te lange) tijd toch maar vanaf gezien. En dat is maar goed gebleken ook!

Jullie zijn ook actief in andere bands zoals Salacious Gods, Lugubre, Gheestenland, enz. Beschouwen jullie Kjeld daardoor eerder als een zijproject of is er hier echt wel sprake van een volwaardige band? Zou trouwens zonde zijn indien het de eerste optie zou zijn.
Kjeld is in geen enkele zin een zijproject, al moet het zo nu en dan wijken voor werk en privézaken. Het is natuurlijk altijd puzzelen wanneer je in meerdere bands speelt, maar tijdens de productie van “Skym” stonden Lugubre en Salacious Gods op een relatief laag pitje.

De vinylversie van “Skym” is uitgekomen op het Nederlandse label Hammerheart Records dat na jaren van afwezigheid plots weer enkele interessante releases doet. De nieuwe split EP met oud-strijders Cirith Gorgor komt echter uit via Aratron Productions. Vanwaar deze werkwijze?
Dat is niet zo moeilijk. Aratron bestaat uit leden van Kjeld en Cirith Gorgor, dus was het niet meer dan logisch om de live split via die weg uit te brengen. Overigens is die split een collaboratie van Aratron en Heidens Hart Records. “Skym” wilden we naar een groter niveau tillen. We hebben “De tiid hâldt gjin skoft” in eigen beheer uitgebracht, in samenwerking met Heidens Hart Records, maar we vonden dan “Skym” het verdiende om grootschaliger te worden uitgebracht. Zeker na alle tijd die wij in deze plaat hebben gestoken.

Eén à anderhalf decennium geleden was er sprake van een bloeiende Nederlandse black metal scene met bands à la Cirith Gorgor, Unlord, Sauron en Liar Of Golgotha. Daarna ben ik deze bands uit het oog verloren (velen zijn ondertussen ook niet meer actief). De laatste jaren is er echter een heropleving merkbaar met Verbum Verus, Nihill, Terzij De Horde, Lugubre en natuurlijk ook Kjeld. Hoe zien jullie dit? Nog Nederlandse collega’s die we in het oog moeten houden?
De nederlandse “NLBM” scene bloeit in mijn ogen momenteel als nooit tevoren! Het is altijd een beetje gevaarlijk om namen te noemen, omdat je altijd wel een of twee gave bands vergeet. Hou in ieder geval Fluisteraars, Laster, Wederganger en Dodecahedron in het oog/oor.

Hoewel velen willen dat black metal zijn underground karakter niet mag verliezen en enkele “trve ende kult” figuren menen dat black metal enkel voor een bepaalde “elite” bestemd hoort te zijn, valt heden ten dage moeilijk te ontkennen dat black metal ontzettend populair is. Je hebt natuurlijk de grote commerciële bands à la Satyricon, Dimmu Borgir of Cradle Of Filth, maar ook in underground kringen zijn er enkele bands die “hot” zijn. Kijk maar naar de IJslandse scene met Svartidauði, Sinmara of Misþyrming of de hele resem orthodoxe black metal bands. Dat de vierdaagse finale editie van Nidrosian Black Metal Fest in Brussel in een drietalen minuten het bordje “sold out” kan bovenhalen, zegt bovendien ook meer dan genoeg. De zogenoemde hipster black metal bands zorgen er tevens voor dat, hoewel dikwijls veracht door de échte black metal liefhebber, er een toestroom van vers bloed in de scene is. Ook een festival als Roadburn schenkt meer dan ooit aandacht aan black metal. Merken jullie met Kjeld ook een toename qua opkomst op shows of qua verkoop van merchandising? Hoe sta jij tegenover het voortdurend populairder (en commerciëler) worden van black metal?
Wij merken inderdaad dat er altijd wel een redelijke opkomst is op shows. Ook qua merchverkoop hebben wij niet heel veel te klagen. Ik denk niet dat vers bloed per se een slecht ding is, ook niet als dit voortvloeit uit een trend. Ook binnen deze nieuwe stroom zullen zich nieuwe ‘echte’ black metal liefhebbers ontwikkelen. De eendagsvliegjes in deze stroom zullen vanzelf wel weer verdwijnen.

In mijn recensie haalde ik enkele grote namen aan zoals Emperor, Satyricon of Nachtmystium. Ik zou Kjeld echter niet van kopiëren willen beschuldigen, maar ik noem het eerder “eren” van de groten. Wie beschouwen jullie als jullie voornaamste inspiratiebronnen op muzikaal gebied?
Dat is een moeilijke vraag. Wij luisteren naar heel veel bands. Waarschijnlijk zorgt een combinatie van al deze invloeden, plus externe (non-muzikale) invloeden en een beetje creativiteit voor onze inspiratie. Ik denk dat het moeilijk is om een of meerdere voornaamste inspiratiebronnen aan te wijzen, maar ik kan wellicht een kleine opsomming maken van de bands waar wij veel naar hebben geluisterd tijdens het schrijven van de plaat. In willekeurige volgorde: Ulver, Drudkh, Ascension, Deathspell Omega, Blut Aus Nord, Dawn, Enslaved, Nagelfar, Ondskapt, en vele anderen.

Wat kunnen we komende tijd nog van Kjeld verwachten?
Meer muziek! We zijn druk aan het schrijven, en studiotijd aan het plannen. Details over wat of wanneer kunnen we helaas nog niet geven, maar het duurt in ieder geval geen tien jaar meer.

Abyssal – Antikatastaseis

Enkele weken geleden schreeuwde collega Flp dat het Duitse Sulphur Aeon met “Gateway to the antisphere” wellicht dé beste death metal plaat van 2015 had uitgebracht. Ik trad hem bij in zijn stelling. Maar kijk, we zijn een maandje later en met de release van “Antikatastaseis” pleegt het Engelse Abyssal (opgelet als je ernaar op zoek gaat want er lopen nog een zestal Abyssals rond!) een staatsgreep om het regerende Suplhur Aeon van haar troon in death metal land te duwen. Binnen de scene is Abyssal steeds enorm low profile gebleven. Geen live optredens, geen interviews en de eerste twee releases (“Denouement” en “Novit enim dominus qui sunt eius”) verschenen enkel digitaal en wie geïnteresseerd was, kreeg een kopie op een CDR. Het is op deze manier dat Profound Lore (who else?) Abyssal in de mot kreeg en meteen een goudhaantje rook, hoewel dit in het geval van hun complexe, brute en donkere atmosferische death metal natuurlijk met een serieuze emmer zout genomen dient te worden. De kwaliteit van het gebodene op “Novit enim dominus qui sunt eius” was reeds zodanig hoog, dat het maar een kwestie van tijd was vooraleer dit duo (!) een contract onder de neus geschoven zou krijgen (en gezien de hoeveelheid bagger die via labels verschijnt, zou het ook compleet van de pot gerukt zijn indien dit niet moest gebeurd zijn). Een uur lang is het genieten van zeven songs waarin bulderende vocalen, donkere rifforkanen, onderhuidse melodische spanningsbogen en complexe donderdrums je in staat van extase brengen en een donkere voorbode voor de ondergang van de mensheid lijken te vormen. “Katastaseis“ verwijst naar de climax van drama vlak voor een catastrofe plaats vindt. Abyssal zet hier echter het woordje “Anti” voor en afgaande op de songtitels zal hier dus wel een zekere filosofie of diepere gedachtegang achter schuil gaan. Climaxen vallen er echter genoeg te noteren op deze plaat. Multi-instrumentalist en zanger G.D.C. is een genie en een diepe buiging is hier op zijn plaats, want wat hij uit zijn instrumenten tovert doet mij meermaals naar adem happen. Trouwens de Finse sessie-drummer Timo Häkkinen verdient ook meerdere pluimen in zijn gat voor zijn briljante roffels en drumpatronen. De productie is zeker niet te clean, maar toch zijn alle instrumenten duidelijk hoorbaar in de mix (hoor die bas gaan!). Een hoogtepunt kiezen is een hele opgave. Het overrompelende “I am the alpha and the omega” dat meteen de toon zet voor het album? Het naar Nile riekende “The cornucopian” met tribal/ambient intro? Het epische met een repetitief piano riedeltje doorweven “Veil of transcendence”? Het woest aftrappende “Telomeric erosian” met post-rock achtige finale? Het sacrale “A casual landscape” dat iets meer naar black metal neigt (think Akhlys)? Het complexe en tegendraadse mid-tempo “Chrysalis”? Of de culminerende tongbreker “Delere auctorem rerum ut universum infinitum noscas” die zich op doomtempo voort sleept maar middels beklemmende uitbarstingen een aanval op je systeem uitlokt en naar een kippenvelopwekkende apotheose leidt totdat de out fadende storm gaat liggen en je verweesd achterblijf? Voilà, alle songs zijn hierbij vernoemd, ga het zelf maar uitzoeken. Wie hitsig wordt bij het horen van namen als Portal, Impetuous Ritual of Mitochondrion (niet toevallig drie labelgenoten) zal van dit Abyssal ook wel menig oorgasme krijgen. Lang geleden dat er nog zo veel death metal door mijn boxen knalde.

JOKKE: 93/100

Abyssal – Antikatastaseis (Profound Lore Records 2015)
1. I am the alpha and the omega
2. The cornucopian
3. Veil of transcendence
4. Telomeric erosion
5. A casual landscape
6. Chrysalis
7. Delere auctorem rerum ut universum infinitum noscas

https://profoundlorerecords.bandcamp.com/album/antikatastaseis

Vanum – Realm of sacrifice

Dat de Amerikaan Michael Rekevics ten huize Jokkemans een bescheiden heldenstatus aangemeten krijgt, is te wijten aan het feit dat elke band waar dit heerschap zich mee bemoeit, steeds meer dan de moeite waard is. Alsof onze vriend nog niet genoeg werk heeft met Fell Voices, Sleepwalker, Vilkacis of Vorde slaat hij nu ook nog eens de handen in mekaar met de bevriende Kyle Morgan van collega’s Ash Borer en tevens eigenaar van Psychic Violence Records (ook al zo’n kwijllabel). Als collaboratienaam koos het duo voor Vanum, maar het had echter ook perfect Ash Voices of Fell Borer kunnen zijn, want de sound ligt niet gek ver van de ruwe doch atmosferische black metal waar deze twee USBM bands voor gekend staan. Wat is het nut van Vanum dan hoor ik u denken? Wel: luister zelf maar! Zolang de projecten van deze heren resulteren in hoog kwalitatieve output zoals “Realm of sacrifice” blijf ik al likkebaardend verzot op deze herrie. Dat Michael van het betere knuppelwerk houdt weten we natuurlijk al, maar Vanum kiest soms ook voor een iets gematigder tempo, waarbij ze wat in het vaarwater van een Drudkh komen (check het einde van “In immaterial flame” er maar eens op na). Naar de begeesterende en meesterlijke song “Convergence” kan ik zonder enige moeite de hele nacht on endless repeat luisteren. Wat een atmosfeer! Wat een trip! De afsluitende titeltrack doet er zelfs nog een schepje bovenop. Puur auditief genot! Door de bocht genomen iets gepolijster dan de twee hoofdbands, maar daarom niet minder lekker. Dat “Realm of sacrifice” via Profound Lore uitkomt zegt trouwens ook al genoeg. Psychic Violence Records zal logischerwijs instaan voor de vinylrelease. Hebben hebben hebben…haba haba haba.

JOKKE: 91/100

Vanum – Realm of sacrifice (Profound Lore Records 2015)
1. Realm of ascension
2. In immaterial flame
3. Convergence
4. Realm of sacrifice

False – Untitled

Het Amerikaanse Gilead Media heeft de afgelopen jaren een goede reputatie opgebouwd als kwaliteitslabel aangaande US black, death, drone, post or whatever metal. Ze brachten immers releases uit van Fell Voices, Thou, Ash Borer, Barghest, Krallice, Inter Arma, Minsk, Alraune en nog meer van dat lekkers. Een niet te vergeten underground parel uit de Gilead Media stal is False. Wie het label volgt zal de uitstekende split met Barghest en de daaropvolgende EP wel kennen. Nu is het tijd voor het echte werk en is de eerste langspeler een feit. Het ding een naam geven, vonden ze blijkbaar niet nodig, want net zoals de vorige titelloze EP, draagt ook de nieuweling de uiterst creatieve titel “Untitled”. Het lijkt wel alsof het sextet hun creatieve ei al genoeg kwijt kon in de muziek (want met speelduren van negen tot vijftien minuten, valt er heel wat te beleven in de vijf songs,) en daardoor geen inspiratie meer over had voor een gepaste titel. Of ze laten het op deze manier voor de luisteraar open zodat hij of zij een eigen invulling aan de thematiek van de plaat kan geven. Wie het vorige werk kent weet dat de sound van False wel een héél vette knipoog is naar het Noorse Emperor. Hun bijdrage op de split met Barghest is pure onversneden “In the nightside eclipse” black. Hoewel de invloeden er op de daaropvolgende EP wat minder dik oplagen, doet aftrapper “Saturnalia” wel meteen een link leggen naar de Noorse keizers maar dan ten tijde van “Anthems to the welkin at dusk”, want deze song kent veel gelijkenissen met de knallers “Ye entrancemperium” en “The loss and curse of reverence”. Op de rest van de plaat wordt de Emperor adoratie wat subtieler aan de man gebracht. In de line-up van de band huist een vrouw, maar de onwetende luisteraar zal nooit verwachten dat die achter de microfoon staat. Mijn god, wat klinken de vocalen van frontvrouw Rachel heftig, hoewel ik ze hier wel monotoner en dieper vind klinken dan op het oudere werk. Daar waar False in het verleden wel al eens langdradig durfde zijn, is er nu meer afwisseling in de songs ingebouwd. Door de lange speelduur, maakt dit het dan weer geen gemakkelijke rit maar elke luisterbeurt ontdek je weer nieuwe lagen of sounds in het groter geheel (hoedje af voor klanktovenaar Kishel). Zo vormen de titeltrack (absurde woordkeuze in dit geval), hoewel soms wat chaotisch, en het triomfantelijke “Hedgecraft” de absolute hoogtepunten van de plaat. Chapeau trouwens ook voor het fascinerende artwork van de hand van Nicole Sara Simpkins. Fans van Emperor of licht symfonische black metal in het algemeen, moeten False zeker eens uitchecken. You will not be disappointed!

JOKKE: 81/100

False – Untitled (Gilead Media 2015)
1. Saturnalia
2. The deluge
3. Untitled
4. Entropy
5. Hedgecraft

Paradise Lost – The plague within

Laat ik maar meteen open kaart spelen en bekennen dat ik helemaal geen connaisseur ben van de back catalogue van het Britse Paradise Lost. Oudjes zoals “Gothic” of “Lost Paradise” staan bij menig metal fan geboekstaafd als onontbeerlijke meesterwerkjes voor de liefhebber van gothic/doom metal, die aan de wieg stonden van dit sub-genre. Hoewel ik links en rechts van elke plaat wel eens een nummer heb gehoord, heb ik nooit echt de moeite gedaan om me goed te verdiepen in hun repertoire. Ik kan me herinneren dat ik enkele jaren geleden uit verveling zelfs halverwege een live show ben opgestapt. Collega genregenoten zoals Katatonia, Anathema of My Dying Bride weet ik dan weer wel enorm te appreciëren. Na oprecht verbaasd te zijn van de vocale prestaties die frontman Nick Holmes wegzette op de laatste Bloodbath plaat en de goede kritieken die ik her en der zag verschijnen van het nieuwe werk, besloot ik “The plague within”, dan toch maar eens een kans te geven en aan een luisterbeurt te onderwerpen. Ondertussen zit ik op een weekje tijd aan ongeveer het tienvoudige qua toertjes draaien op de platenspeler, wat een goed teken is. Sleutelwoord op deze plaat is afwisseling. Ome Nick wisselt zijn grunts gedurende het hele album af met cleane zang, maar zijn ruwere strot beslaat toch wel het grootste deel van de vocale invulling. Qua gitaarwerk tovert Gregor Mackintosh de ene na de andere mokerriff (“Terminal”, “Punishment through time”, waarop de band met momenten naar Triptykon neigt, of het pure doomnummer “Beneath broken earth”) uit zijn instrument, maar gooit regelmatig ook melodieuze en melancholische leads in de strijd, om voor een mooi tegengewicht te zorgen (“Cry out” is hier een schoolvoorbeeld van). Een traag en door violen ondersteund nummer als “An eternity of lies” waarin Nick op zang wordt bijgestaan door Heather Thompson (die haar stem ook reeds uitleende voor eerdere Paradise Lost-albums) ligt vergeleken met een bommetje zoals het met momenten zwaar hakkende “Flesh from bone“ dan ook even ver uiteen als de twee benen van Hot Marijke als ze de horizontale samba danst. Het zou me niet verbazen als dit misschien wel de heftigste song uit hun oeuvre is. Het afsluitende “Return to the sun” zet nogal pompeus in met koorzang en blazers om nadien een aanstekelijke gitaarmelodie op je af te vuren, die nog dagen in je hoofd blijft rondspoken. Paradise Lost weet met “The plague within” in de vorm van tien donkere, pakkende, compacte, gevarieerde en goed geschreven nummers een uitstekende indruk op yours truly na te laten. Zal ik dan toch maar eens aan het oude werk beginnen?

JOKKE: 87/100

Paradise Lost – The plague within (Century Media Records 2015)
1. No hope in sight
2. Terminal
3. An eternity of lies
4. Punishment through time
5. Beneath broken earth
6. Sacrifice the flame
7. Victim of the past
8. Flesh from bone
9. Cry out
10. Return to the sun