Maand: augustus 2015

Mgla – Exercises in futility

Het kan verkeren. Tien jaar geleden geboren als ruisende herriebak maar snel geëvolueerd tot heerser van de onderwereld. Mgla oogst respect van elke koffiedrinkende hipster tot zwart-wit doorverfde black metal fanatiekeling. Al jaren laten de mannen uit Krakau imago en muziek uitstekend hand in hand wandelen. Als de beste! Het feit dat ze blijven volharden in absolute nulcommunicatie en gezichtsloze entiteit kan immers niemand tegen de borst stoten. Mgla kan je niet betrappen op domme uitspraken of onnozel fotomateriaal. Duisternis is de kern van hun alles. En dat alles manifesteert zich des te meer in hun duivelse muziek. De mini’s en beide voorgaande albums zijn van buitenaardse kwaliteit en nieuweling “Exercises in futility” is – driemaal werf hoera – geen uitzondering daarop. Het gekende recept (u weet wel: geen titels, vunzige cover in grijswaarden en een gebrek aan randinformatie,…) wordt wederom herhaald en muzikaal stijgt het niveau net weer een tikkeltje meer. Pas op, hetzelfde lyrische gevoel overviel mij toen “With hearts towards none” verscheen, doch haalde “Groza” naderhand weer de bovenhand door haar surplus aan intensiteit. Op “Exercises in futility” lijkt echter geen vuiltje aan de lucht en Mgla brengt hun typische black metal – zoals geen ander dat kan – ten gehore. Als geen ander kunnen ze een simpele melodie zo uitpersen en oneindig laten klinken zonder dat de verveling toeslaat. Pompeuze, vaak mid-tempo drumbeats geven de nummers een oppeppend karakter. En de donkere rochel van opperpool M. maakt het simpelweg af. Meer subtiliteit is te vinden in het steeds technisch wordende drumwerk, wat zich uit in mooie roffels op cimbalen en een ware minisolo in “II“. Of het uiterst sfeervolle, en voor Mgla vernieuwend, synthlijntje op het einde van “V“. Ook het einde van de plaat is er eentje met de platte hand in het gezicht. Hear it yourself! Mgla, “Exercises in futility” – Alleen maar superlatieven.

Flp: 98/100

Mgla – Exercises in futility (Northern Heritage 2015)
Exercises in futility I
Exercises in futility II
Exercises in futility III
Exercises in futility IV
Exercises in futility V
Exercises in futility VI

Advertenties

Dødheimsgard – A umbra omega

Onvoorspelbaar. Eigenzinnig. Vreemd. Dødheimsgard. Al berustend in het feit dat dit Noorse ras uitgestorven was na het schitterende “Supervillain outcast” verschijnt weliswaar 8 volledige seizoenscyclussen later “A umbra omega“. Alvorens op bedevaart te trekken richting Oslo, dient album nummer 5 toch even met de nodige aandacht onder loep genomen te worden. De intro buiten beschouwing gelaten; “Aphelion void” start zoals de band destijds geëindigd was, maar meer dan ooit verandert de sfeer en feeling. In een tijdspanne van 15 minuten mag dat natuurlijk, maar het sijpelt niet vlotjes in de hersenpan op deze manier. Van verwoestende blastbeats naar jazzy intermezzo’s met blazers tot dissonant klinkende black metalakkoorden en romantische akoestische passages. Het komt allemaal voorbij! Al-le-maal! Het haast even lang durende “God protocol axiom” begin op haast exact dezelfde manier als zijn voorganger. Het lijkt alsof het erom gedaan is, want ook het nummer hierna, het Virus geïnspireerde “The unlocking“, lijkt aan te vangen als een kopie van het voorgaande. De invloeden van laatstgenoemde en Ved Buens Ende tekenen meer dan ooit present. Maar dan heftiger. Dødheimsgard staat tevens bekend om hun felle zanglijnen en apart stemgebruik. Op “A umbra omega” is dat niet anders en worden alle schreeuwregisters opengetrokken. In één woord: hysterisch. Maar deze keer nemen enkel Aldrahn en Vicotnic de honneurs waar. Geen Kvohst meer. Het klinkt waanzinniger dan ooit tevoren en dat is soms even wennen. In die mate zelfs dat het niet altijd even gemakkelijk luistert. Trop is te veel, u weet wel. Soms is het zelfs vervelend en mogen de heren hun klep eens houden. Dankjewel! Hij kan echt wel beter. Dødheimsgard klinkt op “A umbra omega” zeer geïnspireerd. Meer dan tevoren wordt furieuze (bij wijlen industrial aandoende) black metal afgewisseld met elektronische drums, pianostukken en sfeervolle koren. En dát in combinatie met overijverig gezang schotelt 2 conclusies voor: enerzijds: een puur technische luisterbeurt is een hemelse beleving. Er gebeurt steeds wat en tevens op een hoog niveau. Er is over nagedacht en het muzikale vakmanschap staat niet ter twijfel. Anderzijds: het van-de-hak-op-de-takgevoel met te enthousiaste zangers brengt geen rust, regelmaat en herkenningspunten. Dødheimsgard kan dit thans wel. Met dat in het achterhoofd weegt helaas de teleurstelling door. Judge yourself.

Flp: 69/100

Dødheimsgard – A umbra omega (Peaceville 2015)
1. The love divine
2. Aphelion void
3. God protocol axiom
4. The unlocking
5. Architect of darkness
6. Blue moon duel

Chelsea Wolfe – Abyss

De Amerikaanse singer-songwritster Chelsea Wolfe is ongetwijfeld één van de meest intrigerende madammen die er in het muziekwereldje rondlopen. Duidelijk niet voor één gat te vangen als je weet dat ze in haar muziek elementen van black metal, drone, ambient, psychedelica, goth en folk tot een interessant geheel verwerkt, ze reeds een film (“Lone”) heeft uitgebracht en haar muziek reeds gebruikt werd voor onder andere “Game of thrones” en “Fear the walking dead”. Ze houdt er tevens een naarstig werktempo op na want sinds haar debuutplaat “Soundtrack VHS” in 2010 verscheen, bracht ze bijna elke jaar een release uit, zij het een album, EP, collaboratie (King Dude) of gastbijdrage (Russian Circles). Op de eerste single “Carrion flowers” en tevens openingstrack van het nieuwe album “Abyss” wordt meteen duidelijk dat het album heavier, donkerder en mysterieuzer is uitgevallen dan “Pain is beauty” en de rest van haar oeuvre. Het album barst van de distorted guitaren en beukende drumslagen. Met momenten zorgen de dronende gitaarpartijen, die een torenhoge duisterheid doen oprijzen, voor magistrale contrasten met meer ingetogen fragiliteit en kwetsbaarheid, zoals in “Iron moon”. De drummer speelt zelden een steady beat maar kiest eerder voor een rituele invulling van het percussiegegeven. Mevrouw Wolfe klonk nog nooit zo veelzijdig als op de nieuwe langspeler. Regelmatig worden haar vocalen door de effectenmixer gehaald wat resulteert in onheilspellende en hypnotiserende zang zoals in het geniale “Dragged out”. Dat er geen dozijn zangeffecten nodig zijn om de luisteraar te beroeren bewijst ze in rustigere songs zoals “Maw” en “Simple death” en ook wanneer enkel vergezeld door een gitaar (“Crazy love”) weet ze tot het diepst van je ziel door te dringen. In deze song en “Survive” komt de donkere folk het meest uit de experimentele geluidsmuur naar de voorgrond getreden. In “After the fall” zorgt verwrongen gitaargedonder, doorspekt met subtiele elektronica en trip hop voor een onbehagelijk gevoel. “Color of blood” neigt met momenten dan weer meer naar experimentele industrial. Er staat werkelijk geen enkele mindere of overbodige track op “Abyss” wat getuigt van puur vakmanschap. De songs zijn het resultaat van een jarenlang gevecht met rare dromen en slaapproblemen en Wolfe gaat met momenten emotioneel erg diep. Straffe plaat van een straffe madam die by the way 666 keer duisterder en oprechter klinkt dan het gros van de black metal panda’s.

JOKKE: 86/100

Chelsea Wolfe – Abyss (Sargent House 2015)
1. Carrion flowers
2. Iron moon
3. Dragged out
4. Maw
5. Grey days
6. After the fall
7. Crazy love
8. Simple death
9. Survive
10. Color of blood
11. The abyss

Sunset in the 12th House – Mozaic

Bij de inleidende tonen van “Seven insignia” moet ik meteen aan het magistrale “Om” van Negura Bunget denken. Niet verwonderlijk als je weet dat twee derde van de line-up op dat album ook de drijvende kracht achter dit Sunset in the 12th House vormt. We hebben hier m.a.w. met Hupogrammos en Sol Faur te maken, die het nodig vonden om nog een zijstapje te maken ten opzichte van Dordeduh, de band die beide heren oprichtten nadat het hommeles was met Negru (Negura Bunget’s drummer). Daar waar Dordeduh een logisch vervolgverhaal brengt op ‘Om”, is het met de band van de achtergebleven slagwerker sindsdien bergaf gegaan. Als je weet dat de rest van de line-up aangevuld wordt met meesterdrummer Sergio Ponti en bassist Mihai Moldoveanu, die beiden deel uitmaken van (de live bezetting van) Dordeduh, kan je je afvragen wat de meerwaarde dan mag wezen van deze nieuwe formatie? Wel ten eerste wordt hier toch duidelijk uit een ander vaatje getapt, want we krijgen hier overwegend instrumentale nummers voorgeschoteld die puzzelstukjes uit verscheidene genres bevatten en alzo een prachtig gekleurde mozaïek opleveren. De kwartier durende opener beweegt zich tussen spannende post-rockachtige partijen en de steeds terugkerende stevigere hoofdriff inclusief leuke standaardmaatafwijking. Rond de tienminutengrens krijg ik even de bibber van het galopperende progressieve metal ritme, maar dat wordt gelukkig al snel hersteld door groovende en meer hakkende gitaarpartijen. Het is vooral in het meer psychedelische gitaargefriemel en toetsenwerk dat de Roemeense invloeden van hun andere band doorschemert. Hoewel het kwartet op “Arctic cascades” in meer typische post-rock vervalt is het wel heerlijk wegdromen op de meanderende gitaarriedels. De invalshoek op “Paraphernalia of sublimation” is iets progressiever van aard en refereert met momenten aan moderne Enslaved. “Desert’s echaton” bulkt dan weer van de Oosterse invloeden qua instrumentarium en gezang en swingt de pan uit met zijn opzwepende ritmes en percussie. Dit is zo’n album waarbij je als recensent niet anders kan dan alle tracks afzonderlijk te bespreken, omdat in het uur dat het album duurt er talrijke mood swings afgedwongen worden door het karakter van de songs. Zo klinkt “Ethereal consonance” aanvankelijk mysterieus en dreigend en krijgt later een meer sacraal karakter door de mystieke cleane zang (soms knipogend naar New Wave) en etherische keyboards. Ik schrik me een hoedje als er grunts weerklinken in het afsluitende “Rejuvenation”, dat opnieuw meer riff-georiënteerd is en waarin alle muzikanten hun kunsten nog eens mogen etaleren. Ten tweede (ja, tien regels geleden ben ik een opsomming begonnen), is het weinig bands gegeven om met een eerste album meteen een eigen smoelwerk te creëren en zoveel kwaliteit af te leveren, maar we hebben hier dan ook met doorwinterde muzikanten en creatieve meesterbreinen te maken. Nóg progressiever hoeft het voor mij niet te worden en de grunts vormen hier geen echte meerwaarde, maar voor de rest heb ik geen klachten. Voer voor de open minded muziekliefhebber en het zou me niet verbazen als deze band volgend jaar op Roadburn zou staan.

JOKKE: 83/100

Sunset in the 12th House – Mozaic (Prophecy Productions 2015)
1. Seven insignia
2. Arctic cascades
3. Paraphernalia of sublimation
4. Desert’s eschaton
5. Ethereal consonance
6. Rejuvenation

All We Expected / Raum Kingdom – Split

Augustus lijkt de maand van de split-releases te worden. Deze keer is het de beurt aan de Ieren van Raum Kingdom en onze landgenoten in All We Expected. Beide bands zijn bevriend geworden met elkaar tijdens de Europese tour die de Ieren enkele maanden geleden hebben ondernomen. Het geflikflooi resulteerde tot een samenwerking middels deze split. Beide bands presenteren ons twee nummers die elk op een goede tien minuten afklokken. Beginnen doen we met de youngsters van All We Expected. Na een demo uit 2014 is dit hun eerstvolgende wapenfeit. De band was me tot voorheen onbekend en, hoewel het instrumentale postrock genre volledig uitgemolken is, mogen deze jonge honden zeker gehoord worden. Ze tappen uit het vaatje van de If These Trees Could Talk-clonen, wat wil zeggen dat er af en toe stevig gerockt wordt binnen het atmosferisch kader van de songs. En van mij mogen de distortion pedalen gerust nog langer en dieper ingedrukt worden, want tijdens de rustige stukken verzandt het soms in reeds platgereden en langdradige paden. Qua sound valt er niets aan te merken op beide songs, maar de zoektocht naar een eigen identiteit zal geen eenvoudige queeste worden als je wilt opvallen in de grote vijver aan postrock bands. Maar ze zijn nog jong natuurlijk dus benieuwd hoe ze gaan evolueren. Het potentieel is er alvast! Raum Kingdom is ook duidelijk aan hun muzikale zoektocht bezig want sinds de gelijknamige EP van begin dit jaar is er reeds een kleine evolutie merkbaar. In het trage sludge riffwerk zijn de overduidelijke Amenra-invloeden niet meer zo overduidelijk aanwezig. De cleane vocale invulling geeft de songs een Oosters cachet wat hen wel een eigen smoelwerk oplevert, hoewel de invloed van Colin van Amenra blijft doorschemeren. Tool’s Maynard James Keenan valt niet als rolmodel van de zanger te ontkennen, maar zijn niveau wordt onmogelijk gehaald. Soms komt het golvend aanhouden van de noten wat zagerig over, maar met enkele goed geplaatste en uitgevoerde uithalen weet hij toch de juiste snaar te geraken. De droge scream mist echter te veel power om je omver te blazen. Het in Dublin residerende kwartet is duidelijk aan een zoektocht bezig en heeft haar eigen niche gevonden. Benieuwd hoe ze dit op een volgende plaat nog dieper en pakkender verder zullen uitwerken. Deze split, die in een oplage van honderd stuks in eigen beheer werd uitgebracht, toont twee bands met duidelijk groeipotentieel. Mooi zo!

JOKKE: 77 (All We Expected: 74 / Raum Kingdom: 80)

All We Expected / Raum Kingdom – Split (Eigen Beheer 2015)
1. All We Expected – We’re not born to live like brutes
2. All We Expected – Flood
3. Raum Kingdom – Grace
4. Raum Kingdom – Lost in the hunt

Barbelith – Mirror unveiled

Hoewel de doorsnee black metal fan ruimdenkender is dan pakweg een decennium geleden, geldt voor velen een roze albumhoes nog steeds als not done binnen de codex van deze muziekstijl. In navolging van Deafheaven presenteert het eveneens Amerikaanse Barbelith ons met het artwork van “Mirror unveiled” eerder een gay-achtige discohoes (enkel de glitter ontbreekt nog), maar laat je niet misleiden, want het album staat garant voor met momenten moeilijk verteerbare post-USBM. Zeker openingstrack “Beyond the envelope of sleep” vormt met zijn triljoen beatverschuivingen en drumroffels een ware zenuwslopende binnenkomer. De drummer kan je gerust inschakelen om je huis energiebesparender te maken, want hij mept elk gaatje vakkundig dicht. Nadien gaat de song (gelukkig) over in een meer rechtlijnige blastbeat. Vier minuten ver maar de ingetogen post-rock achtige intro van het kwartier durende “Astral plane” vormt reeds een welgekomen verademing. Na een minuutje gaat alles echter weer in overdrive en passeren enkele passages waarin de roekeloze black metal worstelt met post-rock-on-speed, en de drummer soms misplaatste slagen in de chaos mept. In de songfinale klinkt Deafheaven onvermijdelijk als referentie door. “Black hole of fractured reflections” is een flirt tussen This Will Destroy You-soundscapes en Bosse-De-Nage post-black metal crescendo’s. In “Reverse fall” klinken dan weer poppy tremolo Deafheaven en Ghost Bath melodieën in de striemende black metal door. “Mirror unveiled” kwam vorig jaar reeds in een limited edition eco-wallet CD-versie en een limited edition cassette uit om nu wederom in een limited edition LP-versie uitgebracht te worden. Hipsters weten wat doen en zullen snel moeten handelen. Goede plaat van deze roze barbie, maar laat je niet misleiden door de chaotische intro.

JOKKE: 77/100

Barbelith – Mirror unveiled (Grimoire Records 2015)
1. Beyond the envelope of sleep
2. Astral plane
3. Black hole of fractured reflections
4. Reverse fall

Vorde / Predatory Light – Split

Split records, you love them or you hate them. Je maakt onmiddellijk een vergelijking tussen de participerende bands en zelden zijn ze van hetzelfde niveau. De split-release van de twee Amerikaanse bands Vorde en Predatory Light wekte in eerste instantie mijn interesse voor de Vorde-kant, want van hun debuutplaat uit 2014 was ik danig onder de indruk. Echter is het hier het voor mij tot dusver onbekende Predatory Light dat me lichtjes van mijn sokken blaast. Dit kwartet gaat nog maar een viertal jaartjes mee en bevat Kyle Morgan (Ash Borer mastermind) in de gelederen. De invloeden van Ash Borer klinken wel enigszins door in de USBM maar het tempo ligt over het algemeen toch wel een pak lager. Wat deze band volop genieten maakt zijn de soms iele gitaarleads die je echt bij je nekvel grijpen en de kippenvelfactor progressief doen toenemen. De twee songs op deze split zijn eigenlijk een heruitgave van de “Death essence” demo uit 2014 en de gelijknamige song is echt een regelrechte bom. De ene fenomenaal-pakkende-en-atmosfeer-in-twee-snijdende melodie is nog maar net achter de rug of de gitaristen toveren al een volgende uit hun hoed. De lichtjes sacrale cleane zang op de achtergrond, die een symbiose vormt met de ijselijke black metal screams, vormt de kers op de taart. Negative Plane doemt als referentiekader op en de eindmelodie heeft wel wat weg van prehistorische Satyricon in een nummer als “Taakeslottet”. Vorde (één van de bands van Fell Voices drummer Michael Rekevics) borduurt met haar twee songs verder op haar debuutplaat en garandeert creepy en beklemmende black metal voornamelijk door de Attila Csihar-achtige vocale invulling. Het tempo ligt overigens beduidend hoger dan op hun debuut. Met zevenendertig minuten play time biedt deze split-LP waar voor je geld en Predatory Light vormt de ontdekking van de maand!

JOKKE: 87 (Predatory Light: 92/100 – Vorde: 82/100)

Vorde / Predatory Light – Split (Psychic Violence Records / Fallen Empire Records 2015)
1. Predatory Light – Bathed in tongues
2. Predatory Light – Death essence
3. Vorde – Seven forms
4. Vorde – Husks in cosmic afterbirth