Maand: september 2015

Deafheaven – New bermuda

Nu Myrkur het nieuwe slachtoffer van scene bashing is geworden van de fanatieke black metal aanhangers, lijkt de storm van kritiek voor Deafheaven een beetje te zijn gaan liggen. Met het album “Sunbather” katapulteerde de band rond duo Kerry McCoy en George Clarke zich tot het uithangbord van de hipster post-black metal scene waarbij ze door de ene verguisd wen door de andere op handen gedragen werden. Zelf vond ik het wel grappig om te zien hoe velen steigerden alleen nog maar omwille van de Barbie roze platenhoes. Trendy boekskes en muzieksites pikten de band op en de populariteit van Deafheaven schoot peilsnel de hoogte in. Twee jaar na dit kantelalbum zijn er een paar zaken gewijzigd in het Deafheaven universum. Niet alleen hebben ze een nieuwe short gekocht (badabum tss!), songschrijver Kerry McCoy smijt nu zelf met stront naar een band als Ghost Bath die hij openlijk van plagiaat beschuldigt. Levert amusant internetgezeik op om de dode momenten mee te vullen! Deze keer geen gay kleuren op de albumhoes maar een stilistisch figuur die wat weg heeft van een trieste clown (of een van die percussieknakkers van Slipknot). Tevens trekt het vijftal (waarbij ieder bandlid wel op een karakter uit “The big bang theory” gelijkt) iets harder van leer dan dat we van ze gewend zijn. Kenmerkend voor hun sound is nog steeds dat ze op een eclectische manier shoppen in allerhande muziekstijlen om daar hun eigen geluid uit te puren. Zo horen we in opener “Brought tot he water” duidelijk black metal als leidraad, maar er passeert ook een Slayer-achtige riff, een tenenkrommende catchy melodieuze solo, een postrock crescendo en een klassieke piano. Nu jullie! Met het razende “Luna” hebben ze één van hun meest volwassen en beste songs uit hun oeuvre neergepend. Wat moet die drummer na tien minuten raggen uitgeput zijn. “Baby blue” is als songtitel natuurlijk weer not done en hoewel de song met een liefkozend postrock riedeltje aanvangt, schiet de snelheidsmeter toch weeral snel in het rode. Ook hier duikt halverwege een chugga chugga zagende riff op om de accenten toch weer net even anders te leggen. En dan spreek ik nog niet van het gezapige Sunday evening blues melodietje aan het eind van het nummer. In het van shoegaze-invloeden doordrenkte “Come back” laat drummer Dan Tracy zien dat hij meer kan dan enkel snelheidsrecords breken en volgen opnieuw een opmerkelijke gitaarsolo en Machine Head-achtige zaagriff. In het afsluitende “Gifts for the earth” wordt danig leentjebuur gespeeld bij Alcest (de melodie lijkt wel heel erg hard op “Summer’s glory” van “Les voyages de l’âme”), een band die ook al heel wat stront over zich gekregen heeft. Hoewel de productie vrij droog is en Clarke nogal monotoon klinkt, lijkt de nieuwe na enkele luisterbeurten “Sunbather” toch te overtreffen. Deafheaven laat zien dat ze van vele markten thuis zijn en hopelijk stopt dat gezeik over het al dan niet black metal zijn nu, want de band plaats zichzelf hoegenaamd totaal niet onder dit naambordje en dat zou hun cross-over stijl ook onrecht aandoen.

JOKKE: 81/100

Deafheaven – New bermuda (Anti Records 2015)
1. Brought to the water
2. Luna
3. Baby blue
4. Come back
5. Gifts for the earth

Advertenties

Regarde les hommes tomber – Exile

Kijk, de mannen vallen! Figuurlijk. Want vallen doen ze niet echt. Integendeel zelfs. Na hun debuut “Regarde les hommes tomber” uit 2013 gaat het voor de band uit havenstad Nantes stijl omhoog. Grote Franse festivals, zoals Hellfest, en tevens ook Roadburn mogen van de bucketlist geschrapt worden. Hun aanzien steeg exponentieel. En verdorie terecht ook! Regarde les hommes tomber tovert niks nieuws uit hun mouwen. Opnieuw is het artwork erg geïnspireerd door Doré. Opnieuw weerklinkt een zeer stevige en volle moderne productie. De nieuwe zanger zijn stem is niet zo verschillend (minder diep, meer verb) dan zijn voorganger. En muzikaal borduurt alles verder op de uitstekende fond die enkele jaren geleden gelegd werd. Nieuweling “Exile” heeft eenzelfde pompende dynamiek zoals ook een Celeste dat heeft. Maar heel wat andere invloeden kneden een afwisselend geheel. Zo is er her en der wat post-rockgeriedel, wat soft djent- en hardcore-achtige beukwerk en de magistrale afsluiter “The incandescent march” vertoont een typische oude Burzum riff. Heerlijk! De nadruk ligt echter, en misschien toch wel een tikje meer dan bij de voorganger, op hevige black metal en sfeervolle slepende deuntjes. Regelmatig schiet de naam The great old ones me te binnen, al is dat niet zo vreemd daar de twee Franse hoofdmachten op hetzelfde label zitten. Echte minpunten zijn er niet op te merken. “Exile” is een sterke release en brengt gekende elementen op een verfrissende manier. Regarde les hommes tomber spreekt op deze manier een erg ruim publiek aan, gaande van de meer open-minded black metalfanaat (hoezo, een paradox) tot de hardcoreliefhebber tot fan van moderne metal en tot de zogenaamde hipsters uit de scène.

Flp: 93/100

Regarde les hommes tomber – Exile (Les acteurs de l’ombre 2015)
1. L’exil
2. A sheep among the wolves
3. Embrace the flames
4. They came…
5. …to take us
6. Thou shall lie down
7. The incandescent march

Shrine Of Insanabilis – Disciples of the void

Uit de grote gapende leegte is weeral een nieuwe ster aan het black metal firmament ontsproten. Buiten het feit dat deze rakkers Duits zijn is er niet veel geweten over deze constellatie. Debuutplaat “Disciples of the void” bevat zes songs (exclusief intro, intermezzo en outro) die getuigenissen vormen van het vurig streven naar Verlichting via ondoorgrondelijke leegte (in het Engels klinkt zo’n promopraatje toch altijd overtuigender vind ik). Het sublieme artwork van Teitan Arts (o.a. Ascension, Svartidauði, Cult Of Fire, Death Karma, Inferno) visualiseert de inhoud van de teksten perfect. Bij de dissonante openingsklanken vrees ik even met de elvendertigste Svartidauði-kloon te maken te hebben, maar die vlieger gaat gelukkig niet op eens de alles ontketende razernij van “Ruina” uit de boxen knalt en je oorschelpen aan frut schiet. De intense drumsalvo’s en lichtjes epileptische gitaarriffs refereren eerder aan Nightbringer, Akhlys of Dark Funeral zonder klakkeloos te kopiëren. Gelukkig heeft het kwartet door dat ze niet voortdurend op lichttempo hoeven te musiceren, want ik vind dat de band op haar sterkste is wanneer de ietwat houterige staccato blasts achterwege blijven en de muziek meer ademruimte krijgt (“Still of this earth”) of in de midtempo regionen groovend te keer gaat (“Acausal paths” of “Acerbus“). De manier waarop de vocalen door de effectenmolen gehaald worden, doet meermaals aan Dimmu’s Shagrath denken (waarbij ik betwijfel of deze band dat als een compliment zal beschouwen). “Invocation” is de absolute luistertip van deze plaat, want in deze song worden alle sterktes van de band gebundeld. De eerste helft bevat pakkende en snijdende tremolo riffs die zich een baan klieven door de drumtornado’s terwijl halverwege de stemming veel grimmiger en duisterder wordt wanneer de drummer op de rem gaat staan. Knoppendraaier Patrick W. Engel verdient trouwens hulde voor de manier waarop de basgitaar haar eigen plekje in het totaalgeluid opeist. Eigenlijk een voor ondergetekende vrij onbekende naam op mix- en producersvlak totdat ik de shitload aan releases eens bekeek die hij reeds voor zijn rekening nam en ik het woord knoppendraaier liever in knoppentovenaar verander (o.a. Katharsis, Wederganger, Sargeist, Dissection, Grave Miasma, Goat Torment, Chaos Invocation, …). En hoewel de mix misschien wat dynamiek mist, knalt het plaatje wel van begin tot einde en past dit perfect bij dit type black metal. Hoewel het merendeel aan bands dat onderdak vindt bij World Terror Committee in dezelfde vijver vist, weet ook dit Shrine Of Insanabilis toch weer te imponeren. Waar blijven ze ze toch vandaan halen?

JOKKE: 82/100

Shrine Of Insanabilis – Disciples Of The Void (World Terror Committee 2015)
1. End all
2. Ruina
3. Acausal paths
4. (……….)
5. Invocation
6. Still of this earth
7. Cycles and circles
8. Acerbus
9. Omega

Lluvia – Eternidad solemne

Eén van de vaandeldragers van de Mexicaanse black metal scene is ongetwijfeld Lluvia, het geesteskindje van Lord Vast ofte Nathan Luevano voor de vrienden. Op een kleine twee jaar tijd bracht dit heerschap reeds twee volwaardige platen en een split single met ons eigenste LVTHN uit. Mexico en black metal hoor ik u echter denken? Wel ik geef grif toe dat u bij dit Centraal-Amerikaanse land eerder aan tequila, sombrero’s, Mariachi’s of taco’s zal denken in plaats van aan ons geliefkoosde zwartgeblakerde genre, maar toch weet Lluvia (Spaans voor regen) op “Eternidad solemne” tot de kern van de zaak door te dringen wat black metal betreft. De Satans bejubelende teksten mogen dan wel achterwege blijven, het plaatje klinkt verdomd koud en grimmig (“Vientos de olvido”) en bevat een flinke portie duistere en ceremoniële melancholie (“Rito de melancolia”). Ten opzichte van het debuut “Premonicion de guerra” zijn er toch een paar zaken gewijzigd. Zo werden de lange songs (lees: speelduur meer dan twintig minuten) nu teruggebracht tot een gemiddelde minuut of zeven. Nog steeds voldoende ruimte om de nodige dynamiek, epiek en spanningsvelden te creëren natuurlijk, getuige de titelsong. En hoewel er nog steeds plaats is voor akoestische gitaarpartijen en samples van regen- en onweersbuien (“Enterramiento en la lluvia”), vind ik de nieuweling toch net iets gebalder over komen. De snelle knuppelpartijen blijven duidelijk te volgen (dankzij de goede mastering skills van Dan Swanö) wanneer de felle riffbuien de luisteraar doordrenken van weemoed en haat. Ook wanneer Lluvia gas terug neemt (“Hogando la luz”) weet ze met haar uitgesponnen melancholische duisterheid tot het diepste van je ziel door te dringen en dit met “Divinidad” als uiteindelijke catharsis. Ik ga me niet te veel aan name dropping schuldig maken, maar de prima vocale uitvoering verdient een extra pluim en heeft wel wat weg van de salpetervocalen van Naas Alcameth (Nightbringer, Akhlys). Ook een dikke duim voor Fallen Empire Records die zich meer en meer als een kwaliteitslabel in het undergroundgebeuren aan het profileren zijn.

JOKKE: 85/100

Lluvia – Eternidad solemne (Fallen Empire Records 2015)
1. Abertura
2. Vientos de olvido
3. Rito de melancolia
4. Eternidad solemne
5. Enterramiento en la lluvia
6. Hogando la luz
7. Divinidad
8. Clausura

Fluisteraars – Luwte

Wij Belgen veralgemenen onze kijk op onze Noorderburen soms als zijnde lange, jolige, luidruchtige fransen die met veel bombarie polonaises dansen op foute schlagermuziek. Gelukkig gaat die regel niet voor elke Hollander op. Het Gelderse trio dat opereert onder de naam Fluisteraars is het levende bewijs van het feit dat er ook Nederlanders bestaan die veel intelligenter, weemoediger en serieuzer in het leven staan. Bijna simultaan met hun streekgenoten Wederganger, brengen ze vers plaatwerk uit. Zowel de band- als albumnaam suggereren termen als “stilte” of “rust” en hebben een link met “wind”, maar verwacht nu geen ambient of postrock want het collectief speelt naar eigen zeggen “windswept black metal”. Toch doet Fluisteraars geen nieuwe wind door black metal land waaien. Is dat erg? Bijlange niet! De vier hymnen op “Luwte” spelen leentjebuur bij heidense acts als Agalloch en Fen, maar vooral de invloed van het Oekraïense Drudkh is duidelijk hoorbaar. Net zoals Roman Saenko en zijn kompanen grossiert Fluisteraars in lang uitgesponnen weidse zwartmetalen klanken met een donkergrauwe doch epische toets. De atmosferische black metal krijgt tevens de nodige tijd om zich gestaag te ontwikkelen van een luchtig briesje, over snedige instrumentale straalstromen tot heuse wervelwinden wanneer de screams de Nederlandse teksten uitblazen en de blastbeats de donderwolken doorklieven. Absoluut hoogtepunt is de song “Stille wateren” die een kwartier van je kostbare tijd vraagt en zich middels repetitieve gitaarriffs in je hersenpan nestelt. Na een tweetal minuten, duikt uit de diepe gronden een geselende riff van snarenplukker Mink Koops op die op het betere Taake plaatwerk niet zou misstaan. Rond de zes minuten grens krijgen we weer op-en-top sfeervol Drudkhiaans gitaarwerk te horen totdat de song langzaam uitsterft via samples van een stromend beekje en donkere soundscape-achtige drones. Ook in “Alles dat niets omvat” wordt rijkelijk uit het erfgoed van de Noorse jaren negentig black geput. Spijtig dat de wind na een kleine drie kwartier reeds gaat liggen, want dit smaakt absoluut naar meer! Ondanks de duidelijke invloeden een erg knappe plaat waarmee ik nog vele uurtjes zoet zal zijn. Snel dat debuut “Dromers” ook maar eens opsnorren dus.

JOKKE: 80/100

Fluisteraars – Luwte (Eisenwald Tonschmiede 2015)
1. De laatste verademing
2. Angstvrees
3. Stille wateren
4. Alles dat niets omvat

Wederganger – Iets dat dood is hoort niet terug te keren om de levenden de stuipen op het lijf te jagen

De Gelderse drekbodem lijkt momenteel een broeihaard te zijn voor een (relatief) nieuwe generatie black metal bands. Zo is er de tweede plaat van Fluisteraars die mij net nog van mijn sokken blies en ook Wederganger is met het sterke “Halfvergaan ontwaakt” aan haar debuutplaat toe. Tijd om schreeuwlelijk Botmuyl uit zijn walmend graf op te graven en aan de rotte tand in zijn stinkbakkes te voelen. (JOKKE)

Wederganger1

Heil Botmuyl! Gezien jullie nog een vrij relatief nieuwe band zijn, misschien eerst maar eens de obligatoire openingsvraag stellen. Wat vormde de aanleiding om Wederganger uit de dodenakkers te doen opstaan? Vermits jouw vorige bands Zwartketterij en Fluisterwoud alsook Mondvolland in de knekelhuizen liggen, vermoed ik dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan?
Gegroet Jokke! Mijn rol in Fluisterwoud was vrij kort, bij Zwartketterij heb ik live eens de microfoon ter knuist genomen en bij Mondvolland heb ik wat gasthondsdolheid op het nummer “Duivelshuis” mogen brengen. Alfschijn kwam aan onze lokale toog met het idee van een nieuw duister collectief op de proppen. Het bloed kruipt sowieso waar het niet gaan kan en spoedig klauwde Wederganger uit het slijk omhoog.

Zowel de bandnaam “Wederganger” als de titel van de plaat “Halfvergaan ontwaakt” verwijzen naar zombies of levende doden, maar het wordt op een poëtische manier verwoord (in tegenstelling tot een bandnaam als “Kutschurft”). Lang naar een passende bandnaam moeten zoeken en waar heb je inspiratie opgedaan? Zit de populaire serie “The Walking Dead” daar voor iets tussen?
De bandnaam was snel bedacht door Alfschijn en symboliseert het tegendraadse, het tegennatuurlijke. Iets dat dood is hoort niet terug te keren om de levenden de stuipen op het lijf te jagen. Die symboliek komt sterk overeen met de meeste sagen en legenden uit deze contreien waarover Wederganger als een uiteendruipende vermolmde troubadour verhaalt. Moderne series hebben daarin geen enkele rol vertolkt.

Jullie collega’s in Kjeld labellen hun muziek als “Frisian black metal” terwijl jullie over “Gueldrian undeath metal” spreken. Hiermee verwijzen jullie naar zowel jullie heimat als de bandnaam en tevens lijkt het me een kleine tongue-in-cheek reactie naar death metal. Maar zijn er ook typische stijlelementen die nodig zijn om over “Gueldrian undeath metal” te kunnen spreken?
We zingen in het Nederlands over voornamelijk Gelderse sagen en legenden. De naam Wederganger staat symbool voor ondood. De nummers zijn veelal midtempo en vertellen echt een verhaal. Het integreren van onze eigen provincie in teksten en stijlomschrijvingen is geen wedloop met andere provincieën maar geeft wel aan dat we een zeker koestering voor onze omgeving hebben die, naast mooie streken, zoveel mooie verhalen heeft opgeleverd.

Ik vind dat jullie een vrij unieke stijl hebben en kwam in mijn recensie dan ook niet verder dan een paar losse verwijzingen naar Urfaust (op vlak van aanpak qua cleane zang) en vergane Belgische bands zoals Heimat en Garmenhord. Ooit van hen gehoord? Welke artiesten beschouwen jullie als inspiratiebron?
Heimat ken ik niet qua muziek maar indertijd was ik zeer te spreken over Garmenhord’s “Langsch boschgheckweel ende tronckghecraeck”. Dat soort black metal zie je nog maar weinig. Gotmoor en Fluisterwoud brachten ook die verhalen van vroeger in sfeervolle teksten en in een scene die tegenwoordig voornamelijk meer de orthodox occulte hoek induikt is het bijna verfrissend te noemen om een band te horen die met gepaste teksten de lokale folklore van vroeger bezingt. Qua invloeden kan ik geen specifieke bands noemen, we zijn allemaal door de wol geverfd en alle eerste en tweede golf black metal bands zullen hun sporen hebben nagelaten.

De kern van Wederganger lijkt te bestaan uit het trio Botmuyl, Alfschijn en MJWW, maar op plaat en tijdens live rituelen doen jullie beroep op ingehuurde strijdkrachten. Vanwaar deze keuze? Is het omdat zij niet actief deelnemen aan het schrijfproces van muziek en teksten dat ze niet als volwaardig bandlid beschouwd worden?
Wij bedenken de thematiek, de onderwerpen en de muziek. Om dat te beschermen kiezen we ervoor om niet een democratie van zes leden te hebben met misschien afwijkende meningen. We willen op geen enkele wijze concessies doen aan ons grafgejammer. Dat neemt echter niet weg dat wij bijzonder tevreden zijn over de inzet en vakkundigheid van onze sessieleden. Misschien geen ‘volwaardige bandleden’ maar om ze af te doen als inwisselbare huurlingen doet deze vazallen te kort. We staan als één roedel onheilsbrengers op het podium!
Botmuyl

(c) Dennis Wassenburg Fotografie

Ik wil het aantal Vlaamse en Nederlandse black metal bands dat ervoor kiest om in hun moedertaal aan de slag te gaan, geen eten geven. Waarom hebben jullie voor deze optie gekozen?
Om Alfschijn te quoten: Dat is nooit een onderwerp van discussie, laat staan een keuze geweest. Onze taal is zeer rijk aan fraaie woorden en hoe kun je beter de sfeer en het verhaal brengen dan in de taal van het land waar deze ontstaan zijn?

Zelf neem je enkele teksten voor je rekening. Is het neerpennen van een goede songtekst iets waarvoor je in een bepaalde stemming dient te verkeren of kan je eender waar en wanneer aan het schrijven gaan?
Soms kies ik van tevoren een onderwerp maar je kunt ook wat tegenkomen in boeken. Een goede stemming is vaak wel beter. Met wat smeulende tabak en een goed glas vuurwater kan ik vrij snel wat verzen neerpennen. Soms word ik door inspiratie overvallen en moet ik dat snel even neerkrabbelen voor later gebruik. Er zit niet echt een vaste structuur in. Over het algemeen is de tekst wel in één schrijfsessie klaar.

Veel bands beschouwen teksten als een noodzakelijk kwaad omdat je tenslotte wel “iets” moet zingen. Bij de meeste black metal bands is het echter de ideale manier om hun ideologie naar buiten te brengen of de luisteraar een kijkje te gunnen in de interesses van de band. In plaats van te jongleren met ingewikkelde occulte namen en verwijzingen, bezingen jullie echter de Gelderse folklore. Vanwaar die keuze en zie je de thematiek op een bepaald punt wijzigen als de inspiratie uit sagen en fabels op moest zijn?
Het volkse element van onze teksten maakt dat deze juist veel beter een deur openzet naar een schimmig Gelderland van vroeger. Je hoeft geen academische graad in occultisme te hebben om te begrijpen waar de nummers op “Halfvergaan ontwaakt” over gaan. Dat wil niet zeggen dat wij letterlijk sagen één op één in een nummer drukken maar we halen er elementen uit die wij tot een geheel vormen en de essentie in alle vermolmde glorie naar buiten braken. Inspiratie, sagen en legenden zullen niet opraken. Naast alle verhalen zijn er nog zoveel bijgeloven en andere volksangsten die een eindeloos diepe beerput van zwarte roerselen vormen dat wij daar nog meer dan genoeg gitzwarte ellende uit kunnen dreggen.

Door te kiezen voor een rijmende schrijfstijl lijken je teksten wel iets weg te hebben van morbide poëzie. Beschouw je je eigen schrijfselen als poëtische teksten of gedichten met enige literaire waarde?
De teksten staan in dienst van de nummers en samen vormen ze een krachtig geheel denk ik. Beide zijn voor Wederganger zeer belangrijk. Of ze literaire waarde hebben laat ik aan mensen over die daar meer in thuis zijn, je kunt ze denk ik wel zien als een soort macabere nachtelijke poëzie.

Jullie demo “Gelderse drek” werd in eigen beheer uitgebracht, maar voor jullie debuut konden jullie meteen Ván Records strikken. Ik veronderstel dat jullie een klein beetje pipi in de broek deden van opwinding toen jullie vernamen dat dit kwaliteitslabel de handen met jullie in mekaar wou slaan?
Ván Records is een geweldig label dat kwaliteit van hun uitgaven zeer hoog in het vaandel heeft staan. Wij hebben hen als eerste benaderd en het stemt mij zeer tevreden dat ze graag met ons wilden samenwerken. De zilverling en de vinylplak zijn erg fraai geworden. Dat heeft echter niet tot incontinentie geleid.

Wederganger2

Hoewel velen willen dat black metal zijn underground karakter niet mag verliezen en enkele “trve ende kult” figuren menen dat black metal enkel voor een bepaalde “elite” bestemd hoort te zijn, valt heden ten dage moeilijk te ontkennen dat black metal ontzettend populair is. Je hebt natuurlijk de grote commerciële bands à la Satyricon, Dimmu Borgir of Cradle Of Filth, maar ook in underground kringen zijn er enkele bands die “hot” zijn. Kijk maar naar de IJslandse scene met Svartidauði, Sinmara of Misþyrming of de hele resem orthodoxe black metal bands. Dat de vierdaagse finale editie van Nidrosian Black Metal Fest in Brussel in een drietalen minuten het bordje “sold out” kan bovenhalen, zegt bovendien ook meer dan genoeg. De zogenoemde hipster black metal bands zorgen er tevens voor dat, hoewel dikwijls veracht door de échte black metal liefhebber, er een toestroom van vers bloed in de scene is. Ook een festival als Roadburn schenkt meer dan ooit aandacht aan black metal. Merken jullie met Wederganger ook een toename qua opkomst op shows of qua verkoop van merchandising? Ik heb deze vraag ook aan jullie landgenoten Kjeld voorgelegd, maar ben ook benieuwd hoe jij tegenover het voortdurend populairder (en commerciëler) worden van black metal staat?
We doen het goed qua merch en opkomst, al weet ik niet of dat aan de trend of populariteit van het genre te danken is. Ik zie ook nog steeds veel gezichten van vroeger. Aan de ene kant sta ik boven dat hele commerciële geneuzel waarbij alle authenticiteit uit het raam wordt geknikkerd en er allerlei inhoudsloze zij-instromers hun middelmatige inspiratieloze bagger opnemen en het genre ‘opnieuw uitvinden’. Aan de andere kant is dit genre een passie en het is soms tergend om te zien hoe mensen weglopen met bands die door grote labels en een slim marketingplan op alle glossy covers komen te staan en de angel uit black metal trekken. Goede gespreksstof voor een avond in een schemerige kroeg in ieder geval.

Wat kunnen we komende tijd nog van Wederganger verwachten?
Optredens en meer rabiës uit het graf!

Wederganger – Halfvergaan ontwaakt

Uit de Gelderse drek komt het driekoppige monster Wederganger naar boven geklauterd om haar eerste volwaardige album “Halfvergaan ontwaakt” (klinkt poëtisch ondanks de gortigheid die ermee bedoeld wordt) met de mensheid te delen. De wandelende doden die Wederganger gestalte geven, hebben reeds heel wat zwarte watertjes doorzwommen in acts als Zwartketterij, Fluisterwoud, Heidevolk en Mondvolland. Op plaat en tijdens live rituelen laten ze zich bijstaan door figuren met illustere namen zoals Quaetslagher, Mysteriis en Klavierendeler. Karakteristiek element in de sound van Wederganger is het samenspel tussen de cleane, met momenten plechtige vocalen van Alfschijn en de vettige screams van Botmuyl die samen de Nederlandstalige teksten uitspuwen. “Dwaallichtbezwering” en “Wera-wulfa” zijn hier mooie voorbeelden van. Onze eigenste terziele gegane Heimat en Garmenhord (wie herinnert ze nog?) kunnen her en der als referentiekader dienen. Het gaat hier met andere woorden niet om de meest brutale black metal die er op de aardkloot gemaakt wordt, maar eerder om de bezwerende, dikwijls midtempo variant. “Gueldrian undeath metal”, noemen ze het beestje zelf. Inspiratie wordt gehaald uit plaatselijke sagen en legenden waarin de boosaardigheid staat beschreven die vroeger in de Gelderse contreien rondspookte. Mooi voorbeeld van een song met een eigen smoelwerk is het (haast ballade-achtige) “Dodendans” dat een walsend drumritme bevat waarop je, mits wat zieke verbeelding, perfect een in staat van ontbinding wezend zombiekoppeltje een slowtje kan zien placeren. Liefhebbers van een band als Urfaust zullen met Wederganger ook wel aan hun trekken komen, omdat er tussen de aanpak van de cleane vocalen enigszins parallellen getrokken kunnen worden tussen beide bands. In “Vlammenvonnis” schittert Alfschijn immers, die als een duivelse schlagerzanger zijn ontroerende en bezwerende keelklanken ten berde brengt. Met de melodische solo die in het verder zwartgallige “Zwarte gedachten” voorbij komt, kent ook het einde van de plaat nog een klepper van jewelste. Grelliger dan “The walking dead”, neem dat van me aan. Het kwaliteitslabel Ván Records merkte terecht het talent van Wederganger op waardoor “Halfvergaan ontwaakt” ook in een prachtig vormgegeven vinyleditie te bemachtigen valt.

JOKKE: 81/100

Wederganger – Halfvergaan ontwaakt (Ván Records 2015)
1. Dwaallichtbezwering
2. Gelderse drek
3. Dodendans
4. Wera-wulfa
5. Vlammenvonnis
6. Schimmenspel
7. Walmend graf
8. Zwarte gedachten