Maand: oktober 2015

The Fifth Alliance – Death poems

Onze Noorderburen komen momenteel bijzonder sterk uit de hoek op het gebied van black metal. Dat er echter ook andere orkestjes rondlopen bewijst The Fifth Alliance, een kwintet uit Breda dat actief is in sludge en post-metal. Nu is muziek verre van een wedstrijdje “om ter beste” omdat het natuurlijk een subjectief gegeven is, maar zonder blikken of blozen durf ik te beweren dat wij Belgen in deze niche toch sterker uit de hoek komen. Denk maar aan de vele Church of Ra-exploten en alle andere sterke bands die niet tot dit collectief behoren. Het verbaast me dan ook niet dat het Gentse Consouling Sounds, dat natuurlijk sterk verweven is met Amenra en consoorten, zijn schouders onder de release van het nieuwe album van The Fifth Alliance zet. Het is een bandnaam die ik al regelmatig heb zien passeren, maar het is pas met dit tweede volwaardige album dat de heren en dame me voor het eerst ter ore komen. Vier tracks en een kleine veertig minuten speeltijd hebben ze om me te proberen overtuigen. “Your abyss” trapt ingetogen af waarbij frontvrouw Silvia Berger haar ingetogen zang over de tokkelende gitaren drapeert. Al snel loopt het echter mis wanneer ze haar screams uit haar handtas tovert. Deze weten immers niet de hele plaat te overtuigen, vooral omdat ze nogal “hardcore” van uitvoering zijn en daar hou ik helemaal niet van. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen vrouwelijke screams (Caro van Oathbraker is bijvoorbeeld een uitstekende frontvrouw en zangeres) maar hier neigen de vocalen eerder naar een Candace Kucsulain van Walls Of Jericho, waardoor het geheel onder de noemer postcore te categoriseren valt. Ik zie dan ook voortdurend moshende jongeren voor mijn ogen als Silvia haar schurende strot opentrekt, en dat is iets wat ik niet meteen met deze stijl van muziek associeer. Op muzikaal vlak wordt er goed gemusiceerd en ook het geluid van de plaat is top notch. Alleen hebben we dit allemaal reeds tientallen keren beter en pakkender gehoord bij Light Bearer, Musth (RIP), Amenra en ga zo maar door. Zo zijn de harde stukken vrij voorspelbaar en weten de kalmere passages me niet bij mijn nekvel te grijpen. De enige passage die me bij blijft is de finale van “Dissension” die wel overtuigend over komt. Wie deze scene al heel wat jaren volgt, zal niet van zijn of haar sokken geblazen worden van deze release. Wie net om de hoek komt piepen en ook hardcore kan smaken, zal wel plezier beleven aan dit plaatje.

JOKKE: 70/100

The Fifth Alliance – Death poems (Consouling Sounds 2015)
1. Your abyss
2. Fall of taira
3. Death poems
4. Dissension

Mono/The Ocean – Transcendental

The Ocean op tour met Mono. Dat moet gevierd worden. Dat moet gevierd worden met en hoera en met een split release! Heer Staps, Neptunus van dienst, staat tevens aan het roer van Pelagic Records en is aldus ook broodheer van de verre familie van Stereo. Een link tussen sushi en braadworst kan misschien wat gefronste wenkbrauwen toegeworpen krijgen, maar de gelijkenissen zijn treffend, aldus Staps. Beide bands bestaan al langer dan 15 jaren en planten hun muzikaal zaad in alle vochtige contreien op onze zandbol. Beide bands zijn verliefd op dubbelaars en hebben beiden een cineastische aanpak in het uiten van hun creaties. De twee tracks voorgeschoteld op “Transcendental” zijn exclusief uitgebracht om hun Europese tour te spijzen. The Ocean wist mij enkel te bekoren met “Aeolian” en “Precambrian“. Daarna deed de prog klinkende zang de band de das om. Voor mij toch. The Ocean kon me sindsdien niet meer boeien. Zo, het is eruit. “The quiet observer” weet me echter wel te overtuigen door zijn introvert karakter. De band postte een stukje van hun repetitie online en het nummer week erg af van het meer bekende (beuk-)werk. “The quiet observer” is dan ook een volledig rustig nummer met cleane zang die eerder chill dan proggy klinkt. Kortom, The Ocean weet zeker te overtuigen met deze track. De Japanse goden van Mono stellen nooit teleur. Ze zijn de keizers van de post-rock en ook live knalt deze band erop los. Wat een energie! Toch is ook “Death in reverse” een eerder rustig nummer dan niet zo afwijkend is van het gekende Mono oeuvre. U weet wel, sfeervol en intiem inzetten en opbouw na opbouw na opbouw werken naar een climax. Mono doet het voortreffelijk en “Death in reverse” kan naadloos aansluiten bij “The last dawn/Rays of darkness“. Extra punten voor de sfeervolle outro. “Transcendental” is een leuk EP’tje van twee bands die keihard werken en altijd kwaliteit op de plank brengen, of je nu fan bent of niet.

Flp: 82/100

Mono/The Ocean – Transcendental EP (Pelagic Records 2015)
1. Mono – Death in reverse
2. The Ocean – The quiet observer

Hades Almighty – Pyre era, black!

Na veertien jaar radiostilte heeft het duo Jørn Inge Tunsberg en Remi Andersen hun drakkar terug van stal gehaald om een nieuwe plundertocht in te zetten. Onder de noemer Hades stonden ze middels hun EP “Alone walkyng” uit 1993(!) en de twee daaropvolgende platen (“…Again shall be” uit 1994 en “The dawn of the dying sun” uit 1997) samen met kompanen Enslaved, Helheim, Windir en Kampfar aan de wieg van de hele pagan/viking beweging binnen de Noorse black metal scene. In 1998 dient noodgedwongen de suffix Almighty aan de bandnaam toegevoegd te worden en wordt lichtjes van koers gewijzigd op de twee daaropvolgende platen. Weg zijn de viking/pagan invloeden om in plaats daarvan een progressievere en meer futuristische richting uit te gaan. Weg interesse! Iedereen had de band ondertussen waarschijnlijk opgegeven tot er nu plots een nieuwe EP komt aanspoelen in afwachting van een nieuwe langspeler die in 2016 het licht zal zien. Middels het toevoegen van nieuwbakken frontman Ask Ty (die we ook kennen als slagwerker bij Kampfar en Krakow) werd het schip terug zeevaardig gemaakt en na hun passage op Aurora Infernalis aanschouwd te hebben, mag ik zeggen dat deze zich met verve van zijn taak kwijt. De aanstekelijke epische melodie van de titeltrack zet meteen de fik erin (zoals Jørn ook met de  Åsane kerk deed in 1992) zonder dat we hier met van die hoempapa jolige metal te maken hebben. Denk dus eerder aan met heidense dramatiek doordrenkte epische black die (gelukkig terug) in het straatje ligt van de reeds eerder aangehaalde bands. “Funeral storm” is een dreigende midtempo stamper met melodische solo’s maar het epische hoogtepunt ligt overduidelijk in het negen minuten durende “Bound” waarin Ask Ty meermaals als de kleine broer van Alan Nemtheanga van Primordial klinkt (terwijl Jørn, met zijn lange blonde manen die vanonder zijn zwart potske komen gluren, een tweelingbroer van Tom G. Warrior zou kunnen zijn). Duidelijk dat de nieuwe frontman een serieus potje kan zingen. De afsluitende folky gitaarmelodie is er één om dagen mee in je hoofd te blijven rondlopen. Meer van dat op het komende album graag!

JOKKE: 82/100

Hades Almighty – Pyre era, black! (Dark Essence Records 2015)
1. Pyre era, black!
2. Funeral storm
3. Bound

http://metalhammer.teamrock.com/features/2015-10-16/viking-metal-pioneers-hades-almighty-return-from-the-wilderness

Creeping – Revenant

Als een doorwinterde boer, ploeg ik op tijd en stond doorheen de ondergrond van mijn patattenveld en stoot ik daarbij, zoals mijn collega’s uit de westhoek, regelmatig op explosief materiaal, zoals nu het geval is met Creeping. De band uit Nieuw-Zeeland was een voor mij tot nog toe nobele onbekende, maar blijkt eerder reeds een EP, een split met Glorior Belli en twee full albums uitgebracht te hebben. “Revenant”, langspeler nummer drie betreft dus de eerste kennismaking met dit trio. Middels vijf songs krijgen we een half uur lang, smerige en beklemmende doomy black metal met occulte death metal inslag in onze maag gespietst, een variant van de zwartgeblakerde plaag die je helaas pindakaas niet zo vaak tegen komt. Hoewel het gaspedaal wel al eens ingedrukt wordt (“Scythes over my grave”) heeft deze band geen intentie om geflitst te worden aan adembenemende snelheden. “Cold soil” neigt zo zelfs naar vuile sludge. Het ietwat simplistische, maar hypnotiserende en effectieve riffwerk van “Drear” creëert een gevoel van onbehagen dat nog meer versterkt wordt door de in reverb gedompelde black/death grunts. Bands als (een trage) Malthusian, Primitive Man, Forn of Emptiness komen aardig in de buurt van deze obscure kiwi grafdelvers. Leuk plaatje en een aangename kennismaking!

JOKKE: 79/100

Creeping – Revenant (Daemon Worship Productions/Iron Bonehead Productions 2015)

1. Death knell offering
2. Scythes over my grave
3. Cold soil
4. Drear
5. Revenant

Lubbert Das – Deluge

Welke bacterie er in de kaasbollen bij onze Noorderburen zit weet ik niet, maar dat de black metal scene daar momenteel overactief is, is nog een understatement. De band met het hoogste underground gehalte is hoogstwaarschijnlijk dit Lubbert Das, een trio uit Nijmegen waarvan de bassist ook bij Galg de snaren misbruikt. De bandnaam is ontleend aan het schilderij “De keisnijding” van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch, waarop een keisnijder te zien is. Deze verzonnen kwakzalver buitte de domheid uit van de eveneens verzonnen sukkel Lubbert Das, door hem wijs te maken dat hij van zijn domheid kon genezen door een kei uit zijn hoofd te halen (of in dit geval een bloem) wat symbool staat voor genezing van waanzin of dwaasheid. Interessant! Met “deluge” hebben ze nu een tweede demo uitgepoept na “Keye” uit 2013, opnieuw enkel op cassette als fysieke muziekdrager. De twee songs klokken netjes op vijfentwintig minuten af en weten beter te overtuigen dan de eerste demo. Hoewel nog steeds een charmant undergound karakter bezittend, zijn de nieuwe songs minder primitief, beter uitgewerkt en pakkender. Vooral door de langere speelduur krijgt de old school black metal de tijd om zijn weg te zoeken doorheen de atmosfeer. Hoewel de sound een tikkeltje dof klinkt, past dit natuurlijk wel bij de sfeer die de band wil oproepen en vervalt de herrie niet in hersenloos geruis. Wanneer de band de zaken iets atmosferischer aanpakt in “Forlorn ages” komt de cascadian scene om de hoek piepen (denk aan een Ash Borer). Veelbelovend en eentje om in ’t oog te houden. Wie niet over een cassettedeck beschikt, kan de demo downloaden via hun bandcamp: https://lubbertdas.bandcamp.com/

JOKKE: 77/100

Lubbert Das – Deluge (Haeresis Noviomagi 2015)

1. Stone, God’s blood
2. Forlorn ages

Caspian – Dust and disquiet

Postrock is een genre waarin reeds alles min of meer gezegd en gedaan is. “Gezegd” is natuurlijk niet het juiste woord aangezien het gros van de in deze scene opererende bands het puur instrumentaal houdt. De neofieten zijn afspiegelingen van de oude goden (TWDY, EITS, ITTCT, GY!BE, – laten we eens lekker cryptisch doen, Jakob en natuurlijk dit Caspian) en de oudjes hebben hun meesterwerk reeds allemaal stuk voor stuk afgeleverd. Jakob kwam eerder dit jaar met “Sines” net niet in de buurt om “Solace” te overtreffen. Nu is het de beurt aan Caspian die net album nummer vier “Dust and disquiet” hebben losgelaten. Het had trouwens niet veel gescheeld of deze plaat had er niet meer gekomen want tijdens de tour naar aanleiding van de release van “Waking season” uit 2012 kreeg de band de plotse dood van bassist Chris Friedrich te verwerken. Na een periode van rouw besloten de overgebleven leden echter dat de handdoek in de ring gooien niet de juiste keuze zou zijn. En daar ben ik blij voor. De sporen van deze tragedie zijn duidelijk hoor- en voelbaar op “Dust and disquiet”, onder andere in het bloedmooie, naar Sigur Ros neigende, “Sad heart of mine”. Als vanouds wordt er met een hard/stil-dynamiek gespeeld die de polariteit tussen donker en licht, leven en dood, rust en levendigheid exploreert. Middels hoorns en een strijkkwartet kabbelt de plaat ingetogen je huiskamer binnen. In plaats van meteen naar climaxen toe te werken, houdt ook het licht symfonische en met subtiele country gitaren aangezwollen “Rioseco” het kalmpjes aan. Rustgevend maar daarom niet minder mooi en pakkend. Caspian zou natuurlijk Caspian niet zijn als er toch niet een paar epische kippenvelkrakers op de plaat zouden staan. “Arcs of command” en “Dust and disquiet“ zijn de redenen waarom je dit album moet aanschaffen. In “Echo and abyss” horen we onverwacht zang en neigt de song daardoor naar een meer standaard rock gebeuren. Van mij had dit niet gehoeven. Bij een band als Long Distance Calling ging het ook alleen maar bergaf nadat er een zanger om de hoek kwam piepen. Omwille van hun rijke, gelayerde en expansieve sound worden lyrics (meestal) niet nodig geacht, maar wie zich in het Caspian universum laat onderdompelen hoort natuurlijk wel dat de band muzikale verhalen te vertellen heeft. “We’re wide awake now” is het statement dat de band in de akoestische ballade “Run dry” naar de wereld maakt. Hier is de emotionele zang wel degelijk een meerwaarde. Het intense, met percussie en subtiele elektronica opgeschmükte, Darkfield” doet zijn naam alle eer aan en heeft een eigenaardig buitenaards sfeertje over zich heen hangen. “Aeternum vale” gooit het met zijn klassieke gitaren opnieuw over een andere boeg en vormt een bruggetje naar de reeds eerder vermelde titeltrack, die de plaat op gepaste wijze afsluit. Caspian is een band die door heeft dat ook zij af en toe andere oorden dienen te verkennen en dat buiten de lijntjes kleuren nodig is om het postrock gebeuren interessant te houden. Met “Dust and disquiet” zijn ze er met grote onderscheiding in geslaagd!

JOKKE: 86/100

Caspian – Dust and disquiet (Big Scary Monsters 2015)
1. Separation No. 2
2. Rioseco
3. Arcs of command
4. Echo and abyss
5. Run dry
6. Equal night
7. Sad heart of mine
8. Darkfield
9. Aeternum vale
10. Dust and disquiet

Eïs – Bannstein

In een Oostenrijkse bespreking van “Bannstein” komt de Eïs’ vijfde langspeler er niet ongeschonden uit. In een verder uiterst correct schrijfsel worden de heren ervan beschuldigd weeral hetzelfde liedje te brengen. Laat het nu net dát zijn wat voor fronsende wenkbrauwen zorgt. Voor het eerst in al die jaren wijkt Eïs met mondjesmaat af van het gekende recept. Let op, niemand dient angstvallig in foetushouding tegen de grond te gaan, want de vrienden van Merkel spelen niet ineens funky jazz vermengd met Afrikaanse tribal. Uitgesponnen melodieën gesprokkeld van ijskoude Scandinavisch klinkende black metalakkoorden vormen wie immer de basis van “Bannstein“. De lange nummers zijn erg doordacht, variëren erg in tempo en zijn tevens erg zorgvuldig opgebouwd. Nog steeds doet Eïs me denken aan een meer black metalversie van Helrunar. Wellicht zit de typische productie van Studio E er voor wat tussen, evenals passages gesproken in het Duits. De openingsdeuntjes van “Ein letztes Menetekel” bevestigen dit uitstekend. Op de nieuweling staan klaarblijkelijk geen instant hits zoals “Helike” of “Mann aus Stein“, maar het is onmiddellijk duidelijk dat “Bannstein” wat meer tijd nodig heeft. Deze keer ligt er een beetje minder nadruk op het gitaarwerk en zorgen alle arrangementen voor sfeer. Het totaalplaatje is ietsje belangrijker geworden. De keyboards krijgen daarom ook een belangrijkere rol toebedeeld. Zo doet een niet mis klinkend “Im noktuarium” denken aan het oudere werk van Dimmu Borgir of Arcturus – mede door de sfeervolle keyboards die het nummer inkleden. “Fern von jarichs Gärten” zou zelf veel van zijn charmes verliezen, moesten de fantastische blazers wegvallen. Daar waar op een “Wetterkreuz” de nadruk lag op intense nummers, wordt nu ook het trage (en mid-tempo) werk niet geschuwd, wat impliceert dat er meer variatie ten gehore wordt gebracht. Kortom, ondanks het hoge easy listening gehalte, werkt “Bannstein” niet onmiddellijk euforische feromonen op – wat voordien wel het geval was. Je merkt wel direct dat het een klasseschijf is en enkele luisterbeurten verder volgt de onvermijdelijke bevestiging. Eïs stelt nooit teleur.

Flp: 90/100

Eïs – Bannstein (Lupus Lounge 2015)
1. Ein letztes Menetekel
2. Im Noktuarium
3. Über den Bannstein
4. Fern van jarichs Gärten
5. Im Schoez der welken Blätter