Maand: december 2015

Jaarlijst 2015

Jaarlijst Flp:

Addergebroed bestaat ondertussen net iets langer dan 4 jaar. We hebben een 40-tal volgers. Dat is een aantal om te huilen! Geen mens interesseert zich voor deze blog, doch is dat ook nooit ons opzet geweest. In de tijd dat internetmagazines nog booming business waren, schreef ik voor Vampire Magazine. Dat was een toonaangevend Nederlands e-zine. Met Addergebroed wilde ik alleen maar schrijven en bespreken wat ik zelf wilde. Wilde ik alleen maar interviewen wie ik zelf wilde spreken. Geen druk van deadlines en platenmaatschappijen, enkel puur schrijfplezier. Met Jokke heb ik een perfecte partner gevonden die muziek inademt en uitzweet. Bedankt man! Het mag raar klinken dezer dagen, maar niet alles moet een succes zijn om het graag te doen. Wat je op Addergebroed leest, komt uit het hart. Daarom geloof ik ook dat onze reviews de beste zijn en onze interviews de interessantste! En daarom ook dat onze top 10 echt wel een top 10 waardig is. Een resem albums vielen net naast deze top. Ik denk aan Bathsheba (enkel en alleen omdat ze ook geen full uit hadden), Monolithe, Eïs, Dark Buddha Rising, Torturerama, The Black Heart Rebellion, Mono,… Maar kiezen is altijd ook een beetje verliezen. Aanschouw!

Nummer van het jaar, tevens van het album op de eerste plaats. De sfeer, dat keyboardlijntje,… Hemels…

1. Mgła– Exercises in futility
Je vindt ze in haast alle eindejaarslijstjes en het is verdorie terecht! “With hearts toward none” verpulverde alle competitie die ook maar in de buurt trachtte te komen. Maar desondanks vond ik dat album wat aan kracht inboeten vergeleken met zijn voorganger “Groza“. Mijn vrees voor “Exercises in futility” bleek echter ongegrond. Ondanks het aarzelende begin slaat de plaat snoeihard terug. Mgła’s herkenbare stijl herken je zo. Als één uit de duizend koppelen ze sterke melodieën aan repetitieve patronen. Geen ander doet het hen na. Ze herhalen deze formule al op verschillende platen, maar de verveling slaat alles behalve toe. Toch ben ik erg benieuwd of ze hetzelfde trucje nog eens kunnen waarmaken op een volgende album.

2. Macabre Omen – Gods of war – At war
Tien jaar wachten op seks, dat kan niet goed aflopen. Gelukkig mondde het tien jaar wachten op nog eens een Macabre Omen niet uit op een slappe janus. Vanaf de eerste tonen klinkt “Gods of war – At war” vertrouwd in de oren. Een soort Scandinavische sfeer wordt ingedompeld in een oeroude Griekse black metalsound. Hoe pakkend Alexandros zijn hymnen ook mogen zijn,  er zit voldoende diepgang in om boeiend te blijven als de melodieën al mening maal door je hersenpan geslingerd zijn. En hoe herkenbaar Alexandros zijn hymnen ook mogen zijn, ze komen erg fris en geïnspireerd voor de boeg. Hopelijk gaat de kuisheidsgordel niet voor nog eens tien jaar aan.

3. Leviathan – Scar sighted
Whitehead is niet enkel full time schooier, hij kan wel een aardige bak herrie maken. In het verleden was de output nogal wisselvallig, maar met “Scar sighted” worden de demonen onverstoorbaar voortgestuwd. Leviathan klinkt bevreemdend en duisterder dan het holst van de nacht. Niet betreden paden worden bewandeld en Leviathan komt met een van de meest innovatieve black metalalbums van het jaar op de proppen. Vervelende experimenten worden geschuwd, evenals ongepaste progressieve elementen worden geweerd, maar een vreemde ongemakkelijk gevoel bekruipt je tijdens de één uur durende luistertrip. Zwart. Pekzwart.

4. Sulphur Aeon – Gateway to the antisphere
De dagen dat death metal hier met regelmaat uit de boxen knalde zijn al lang geteld. Laat staan dat de stereo nog nieuw spul inslikt. Sulphur Aeon is de grote uitzondering op de regel. Alleen al het verbluffende artwork van “Gateway to the antisphere” verdient een instant erection. Maar ook de muziek scheert hoge toppen. De jongens zelf kregen rode kaken toen ik ze zei dat ze het niveau van Nile en Behemoth overstegen. Woorden die wegen als een baksteen rond je nek op de bodem van het kanaal, maar recht uit het hart. “Gateway to the antisphere” doet het een pak beter dan zijn minder geïnspireerde voorganger en Sulphur Aeon zal de volgende jaren uitgroeien tot een echte topper. Mark my words!

5. Wiegedood – De doden hebben het goed
Surfen op het succes van Amenra en een flauw afkooksel brengen van Wolves in the Throne Room – Een opmerking die ik deze maand nog te horen kreeg. Jazeker, de link naar Amenra legt Wiededood geen windeieren, maar de hele Church of Ra kliek werkt minstens 25 uren per dag en dat 8 dagen per week. Succes wordt duidelijk afgedwongen en valt niet zomaar uit de lucht. De link naar de bomenknuffelaars is er ook, maar Wiegedood klinkt een pak heftiger dan hun Amerikaanse collega’s. De schone contrasten tussen poepsimpele akoestische riedels en alles verscheurende blastbeats maken “De doden hebben het goed” een interessante plaat. De opvolger zou al lang geschreven zijn; ongetwijfeld wordt het een bom!

6. Helrunar – Niederkunfft
Helrunar is een zekerheid als het aankomt op jaarlijstjes. Sinds dubbelaar “Sól” uit 2011 werd hun middelmatige  black metal meer en meer achterwege gelaten en kwam een ijskoude tragere variant naar voren. Met “Niederkunfft” gaat Helrunar op hetzelfde elan verder. Ondanks de volle en zware sound, snijden de gitaren zoals een Arctische storm op je gelaat. Helrunar heeft een godenstatus in eigen land en verdient dat ook buiten de grenzen. Maar hun eigenzinnige en terughoudende aanpak maakt het hun niet makkelijker. Waarvoor extra respect. Ook hier ben ik benieuwd naar wat de toekomst brengt. Ondanks een zeer sterk “Niederkunfft” lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat de band nieuwe wegen wil inslaan.

7. Regarde les Hommes Tomber – Exile
Les Acteurs de l’Ombre Productions heeft een oog voor (vooral Frans) talent. Samen met The Great Old Ones (vorig jaar op de eerste plaats op mijn jaarlijstje) behoort Regarde les Hommes Tomber tot het labels beste exportproduct. De high-end mix van post-sludge en black metal wordt minutieus uitgevoerd en steevast wordt er veel power in de producties gestopt. De laatste jaren staat la République hoog aangeschreven als het op kwalitatieve extreme muziek aankomt. Regarde les Hommes Tomber is wederom een bewijs hiervan. Deze band gaat nog potten breken. Mark my words. Again!

8. Caspian – Dust and disquiet
Schande! Ik had nooit de moeite gedaan om deze grootmeesters in de post-rock degelijk te checken. Dat gebeurde dan toch tijdens hun fenomenaal optreden op Dunk! Fest eerder dit jaar. Geen zeemzoete mineurtoonladders en ellenlang gefriemel op de gitaar, maar sterke composities, zeer gevarieerd en onverwacht origineel. “Dust and disquiet” bewijst dat Caspian heerst in haar niche. Dit is mooie muziek die zowel metalheads als Jan en Mieke kan bekoren. Hetzij als easy listening achtergrondmuziek, hetzij al intensief luisterend naar de verschillende lagen. Keer op keer valt er wat te ontdekken op deze plaat met diepgang. “Dust and disquiet” verveelt nooit.

9. GY!BE – Asunder, sweet and other distress
Tussen al het extreem geweld dat op Addergebroed vertegenwoordigd wordt, is GY!BE toch wel het meeste punk. Een grote middelvinger naar onze hedendaagse samenleving en wars van alle trends en geen ruk aantrekkend van verwachtingen klinkt “Asunder, sweet and other distress” donkerder dan al hun voorgaand materiaal. De omgevingsgeluiden, die in het verleden erg aanwezig waren, zijn helemaal van het toneel verdwenen en zijn ingenomen door erg duister klinkende ambient drones. Het vergemakkelijkt alleszins het luisterplezier, maar net dat maakt GY!BE een klasseband.

10. With The Dead – With the dead
Op de valreep van het jaar kreeg Lee Dorian zin om Electric “Jus” Wizard eens droog in de kakker te nemen en met With The Dead een plaat uit te brengen waarop Wizard jaloers zou zijn. “With the dead” is dan ook een vieze, vuile en ongepolijste traditionele fuzz doom plaat geworden. Eentje om u tegen te zeggen. Er wordt simpel, doch effectief heavy uitgehaald en na een dikke 40 minuten staat werkelijk niks meer recht. Supergroep With The Dead bestaat uit gelauwerde muzikanten uit de scène en lost dan ook ruimschoots de hoge verwachtingen in. “Funeral skies, black mist, nuclear abyss”, heerlijk toch!

 

Jaarlijst Jokke:

2015 was een jaar dat gedomineerd werd door onrust, zowel op privé, mondiaal als muzikaal vlak. Gelukkig is muziek hét ideale middel om kracht uit te putten en met opgeheven hoofd 2016 in te gaan. Een eindejaarslijstje opstellen was een hele klus, want het regende kwaliteitsreleases het voorbije jaar. Daar de helft van mijn toppers (Caspian, Wiegedood, Leviathan, Mgła, Sulphur Aeon) overlappen met die van Flp, besloot ik deze uit mijn selectie te bonjouren om andere platen nog even in de schijnwerpers te kunnen plaatsen. Zelfs dan zijn er nog een hele resem topplaten uitgekomen die met spijt in het hart nét naast de boot vielen (Hope Drone, Enslaved, Mare Cognitum, Vanum, Lluvia, Minsk, Kampfar, Akhlys, …).

De song van het jaar is afkomstig van de split die Predatory Light en Vorde, twee USBM-bands, uitbrachten. Het ultieme bewijs dat ook splits of EP’s de moeite kunnen zijn! “Death essence”, tja de vlag dekt de lading: tien minuten ultieme beklemmende duisternis.

 

1. Misþyrming – Söngvar elds og óreiðu
Dat de IJslandse scene hot is, lijkt een understatement te zijn met geweldige acts als Svartidauði, Sinmara, Naðra, Solstafir, Mannveira, Dynfari en ga zo maar door. Maar dé band van het jaar is toch ongetwijfeld Misþyrming. Toen ik eind augustus een praatje aan het slaan was met Walter (Roadburn organisator) in de befaamde Noorse “Garage” club liet ie vallen dat hij Misþyrming het aanbod wou doen om “artist in residence” te worden tijdens de 2016-editie van Roadburn (een kans die de band overigens met beide handen greep, zoals iedereen ondertussen wel weet). Groot was echter mijn verbazing toen de band daar plots bij ons kwam staan. Het bleken drie ietwat sullige broekventjes te zijn (naast een beer van een drummer). Ongelofelijk dat deze jonkies in staat waren om zo’n vernieuwende black metal schijf op te nemen. Ik heb ze driemaal live mogen aanschouwen, waarvan één keer meer dan degelijk (Beyond The Gates), één keer wat ruwer en chaotischer (Aurora Infernalis) en 1 keer subliem (Nidrosian Black Mass). Het moge duidelijk zijn dat deze band nog héél wat potten gaat breken het komende jaar (de nieuwe plaat gaat dan immers uitkomen) en ik kijk dan ook reikhalzend uit naar de drie sets die ze op Roadburn gaan geven. Terechte hype!

2. Marduk – Frontschwein
Daar waar Misþyrming voor nieuw bloed in de black metal scene zorgt, heb je natuurlijk ook nog de oude rotten in het vak. De ongekroonde leider blijft voor mij toch ontegensprekelijk het Zweedse instituut Marduk. Ongetwijfeld de hardst werkende band in het genre met een voortdurende aaneenschakeling van eindeloze tourcycli en nieuwe platen…en dat al 25 jaar lang! Je moet het ze maar nadoen om met je dertiende album nog steeds een heel relevante plaat uit te brengen, die bovendien barst van de afwisseling. Velen vereenzelvigen Marduk met eendimensionaal geram, maar ze vergeten dat Morgan en kompanie ook heerlijke midtempo songs kunnen schrijven wat op “Frontschwein” onder andere bewezen wordt met het haast dansbare “The blond beast”. Tevens heeft Marduk nog nooit zo’n goede productie gehad en blijkt de nieuwe vellenmepper Fredrik Widigs een beest te zijn (misschien wel de beste trommelaar uit hun carrière). Respect is hier wel degelijk op zijn plaats voor deze pantserdivisie!

3. Chelsea Wolfe – Abyss
Mevrouw Wolfe overstijgt zichzelf op het donkere “Abyss” en bewijst dat je geen black metal moet spelen om duistere muziek te creëren (getuige bijvoorbeeld ook Muscle And Marrow of CHVE). Onheilspellend, hypnotiserend, mysterieus, fragiel en kwetsbaar zijn slechts enkele termen die in mij opkomen tijdens het beluisteren van dit meesterwerk. Ongetwijfeld één van de strafste madammen in het muziekwereldje!

4. Mgła – Exercises in futility
Het Poolse Mgła is de enige band van mijn rijtje dubbelaars, die ik toch maar in mijn top tien zet, want “Exercises in futility” blinkt opnieuw uit in klasse. Het magistrale “With hearts toward none” weten ze nét niet te overklassen, maar dat deert niet. Net zoals collega Flp aanhaalt kennen ze het trucje om catchy doch duistere black metal nummers te schrijven door en door (sommigen spreken dan ook al over Studio 100 black), zonder het zaakje (voorlopig toch) uit te melken. Live is de statische performance een dooddoener, maar op plaat blijven deze Poolse rakkers overtuigen!

5. Abyssal – Antikatastaseis
Die hele mikmak aan occulte old school death metal bands (Portal, Ævangelist, Cruciamentum, Antediluvian, Mitochondrion, Impetuous Ritual en consorten) zorgt ervoor dat er met de regelmaat van de klok terug death metal uit mijn boxen knalt. Hoewel ik het groengespikkeld schijt krijg van die overgeproduceerde übertechnische moderne death metal met blikken dozen drums, bewijzen eerdergenoemde bands dat complex doodsmetaal ook interessant kan klinken als je het maar op een duistere en oprechte manier weet te brengen. En Abyssal heeft het met “Antikatastaseis” klaar gespeeld om een vette, duistere, atmosferische en occulte death metal parel op te nemen die de ganse rit blijft boeien.

6. The Black Heart Rebellion – People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning
In ons kikkerlandje zijn het afgelopen jaar weer de nodige interessante platen uitgekomen. Het was dan ook moeilijk kiezen dewelke ik hier nogmaals wou aankaarten (Lugubrum, CHVE, Wiegedood, Deuil, …). Mijn keuze is op T.B.H.R. gevallen omdat zij met “People…” (prijs voor titel van het jaar nemen ze eveneens in ontvangst) een enorm beklijvende plaat hebben uitgebracht waar ik nog heel wat plezier aan ga beleven. Deze gasten hebben een overduidelijke eigen smoel gecreëerd en weten hoe ze intrigerende songs moeten schrijven. Ook live weten ze de kleinste details op een authentieke manier te reproduceren. We hoeven ons op internationaal gebied al lange tijd niet meer te schamen, want het talent van eigen bodem is onmiskenbaar. Bovendien, “People…” equals sexy time!

7. Terzij De Horde – Self
Ook onze noorderburen hebben er een kwaliteitsvol zwart jaar opzitten. Uit het ellenlange rijtje kanshebbers (Fluisteraars, Wederganger, Kjeld, Ibex Angel Order, Nihill, …) heb ik Terzij De Horde gekozen omdat ze met “Self” aan de buitenwereld laten zien dat black metal ook véél meer kan zijn dan hersenloos heilige huisjes intrappen. Deze conceptplaat laat een furieuze mix van black metal, screamo, hardcore en noise op de luisteraar los. Post-black voor de meerwaardezoeker!

8. Murg – Varg & björn
Deze Zweden kwamen uit het niets en sloegen er met “Varg & björn” in om de hoogdagen van de Scandinavische black metal te doen herleven. De originaliteitsprijs is voor andere bands weggelegd, maar de bevlogenheid waarmee ze tewerk gaan is bewonderenswaardig te noemen. Onmogelijk om niet meegesleept te worden door hun aanstekelijke licht-melodische black metal. Volgens mij kan geen enkele black metal liefhebber bij deze plaat onverschillig blijven. De ideale soundtrack tijdens een roadtrip door de Noorse fjorden.

9. Planks – Perished bodies
Ik heb altijd al een zwak gehad voor het Duitse Planks dat een aanstekelijke mix weet te brengen tussen sludge, hardcore en black metal. Spijtig genoeg is “Perished bodies” de zwanenzang van de band, maar afscheid nemen doen ze met een knal! Het bloed kruipt natuurlijk waar het niet gaan kan, want ondertussen bracht bandbrein Ralph reeds een plaat uit met nieuwbakken ensemble Ultha (“Pain cleanses every doubt”).

10. Paradise Lost – The plague within
Noooooooit gedacht dat een plaat van Paradise Lost in een jaaroverzicht zou belanden. Ik heb eigenlijk nooit iets met die band gehad in tegenstelling tot genre- en tijdsgenoten Katatonia, My Dying Bride en Anathema. Vorig jaar blies ome Nick me echter van mijn sokken toen ie bij Bloodbath de microfoon ter hand nam en liet horen wel degelijk nog een ferm potje te kunnen grunten. Ook Gregor Mackintosh had met Vallenfyre natuurlijk al een hardere uitlaatklep naast Paradise Lost, maar blijkbaar vonden beide heren het hoog tijd om de grunts en laaggestemde gitaren terug hun weg te laten vinden naarhet geluid van hun hoofdband. “The plague within” is een uiterst geslaagde collectie songs die treurt binnen een kader van melodieuze death metal, doom en gothic.

Advertenties

Secrets Of The Moon – Sun

Midden vorige week was mijn review van de nieuwste Secrets Of The Moon plaat “Sun” een feit, met een score die een pak lager lag dan het getal dat je nu onder mijn gezwets ziet staan. Diep teleurgesteld was ik. Hoe was het in satansnaam mogelijk dat een band die ervoor gekend stond spannende dingen te doen met zo’n flauwe plaat kwam aanhollen? Ik geef toe dat de twee voorgaande werkstukjes wel al niet meer konden tippen aan krakers als  “Carved in stigmata wounds” en “Antithesis” doordat ze hun zwartmetaal gingen combineren met een meer rock-getinte benadering van het genre à la Satyricon. Dat leverde nog wel een handvol goede songs op, maar aan de andere kant werd het soms een wat saaie en zaaddodende meug. Op “Sun” worden alle scherpe kantjes die er nog aanzaten op vakkundige wijze weggeslepen en het lijkt wel of de band zijn wilde haren kwijtgeraakt is. Dat is niet het enige wat onze Oosterburen verloren zijn. In 2013 verkoos bassiste LSK immers om het tijdelijke voor het eeuwige in te ruilen. Niet lang daarna besloot ook drummer Trawn Thelemnar om nieuwe oorden op te zoeken. Zo bleef bezieler sG achter met de intussen vastbenoemde Ar (o.a. Odem Arcarum en Ascension). Die vond tussen zijn Facebookvriendjes in de vorm van Naamah Ash en Erebor (Thulcandra) gelukkig vrij snel twee nieuwe strijdkrachten waarmee “Sun” kon ingeblikt worden. Zoals eerder gezegd valt er niet veel black metal meer te bespeuren, voornamelijk doordat sG zijn screams veilig opgeborgen houdt en zich de hele plaat lang uit middels (semi-)cleane vocalen. Ondanks de nodige zang coaching van Thomas Helm (Empyrium), blijkt sG geen wereldzanger te zijn, maar naarmate je het album meer beluistert, blijkt dit wel de correcte aanpak te zijn voor de songs die ze schreven (de vraag is enkel of hij live niet door de mand gaat vallen?). In tegenstelling tot het gitzwarte artwork is enkel in opener “No more colours” nog wat ouderwets zwart venijn geslopen en trekt de band nog eens hard van leer. In de overige songs horen we eerder een soort dark rock terug die meermaals doet denken aan Sentenced of het recente Anathema zoals in “Hole”, een song die wel elke luisterbeurt blijft groeien. Even wennen dus. Met het toegankelijke en ondermaatse “Dirty black” slaat “wennen” echter om in “wenen” want dit had ik toch echt niet verwacht van Secrets Of The Moon. Gelukkig bewijst het viertal op het magistrale “Man behind the sun”, waarin sG wél de pannen van het dak zingt en de gitaarslides de nodige kiekeboebelen opwekken, toch nog erg sterk voor de dag te komen. Op de limited edition staat naast ander bonusmateriaal nog een alternatieve versie van deze song met gastbijdragen van A∂albjörn Tryggvason (Solstafir) en Rayshele Teige. Je zou bijna denken in deze song met één of andere Amerikaanse stadion rockband te maken te hebben. Ongetwijfeld heiligschennis voor velen, maar het werkt wel! Ook in “Here lies the sun” komt het viertal héél Amerikaans voor de dag, wat nog bewerkstelligd wordt door de lelijke uitspraak van het Engels. Het lijkt soms allemaal op een iets killere versie van Alice In Chains, wat op het eerste zicht een rare link lijkt (hoewel de band in het verleden “Them bones” al eens door de mallenmolen gehaald heeft). Het afsluitende en enigszins vertrouwd klinkende uptempo “Mark of cain” laat toch nog het beste voor de toekomst vermoeden. “Sun” is ontegensprekelijk de moeilijkste plaat die ik het afgelopen jaar besproken heb. Enerzijds siert het de band dat ze het experiment niet uit de weg gaan. Stilstaan is achteruitgaan, weet je wel. Of dit een stap vooruit is, zal de toekomst ongetwijfeld uitwijzen. Dat “Sun” een héél toegankelijk album is geworden valt niet te ontkennen, maar ik geloof het viertal wel. Het voelt met andere woorden niet aan als een geforceerde knieval richting platte commerce. Anderzijds valt het af te wachten hoeveel fans van het eerste uur ze met deze plaat gaan kunnen overtuigen? Benieuwd dus of Secrets Of The Moon in de toekomst op de meer toegankelijke ingeslagen weg gaat blijven voortborduren (ik zou liever hebben dat sG via het middelmatige Crone deze richting uitgaat). Als dit een album met meerdere krakers zoals “Man behind the sun” oplevert en de zang nog wat bijgeschaafd wordt, moedig ik ze aan. Als het verder richting “plattekazenrock” evolueert, haak ik af. Ik gun ze dus voorlopig nog het voordeel van de twijfel omdat er tenslotte maar één echt slechte song opstaat. Ik raad iedereen aan de plaat meerdere luisterbeurten te gunnen, want de geheimen van de zon worden mondjesmaat prijsgegeven.

JOKKE: 78/100

Secrets Of The Moon – Sun (Lupus Lounge 2015)
1. No more colours
2. Dirty black
3. Man behind the sun
4. Hole
5. Here lies the sun
6. I took the sky away
7. Mark of cain

Borgne – Règne des morts

Dat de heersende Star Wars mania mij totaal gestolen kan worden, wil niet zeggen dat ik mijn metal – naast zwart – soms ook niet een tikkeltje galactisch lust. De industriële black van het éénogige Zwitserse monster Borgne doet me immers regelmatig aan een ruimtereis doorheen oneindige sterrenstelsels denken. Op muzikaal gebied dan toch, want de teksten (Frans, Engels en Grieks) handelen zoals van oudsher over eerder misantropisch gerelateerde onderwerpen. Bezieler Bornyhake lijkt het nog steeds niet zo op zijn medemens begrepen te hebben. Langspeler nummer zes is drie jaar in de maak geweest, maar Borgne verwent zijn aanhang op “Règne des morts” dan ook met een plaat die tot aan het gaatje gevuld is. Voor de luisteraar met weinig tijd zal een album van tachtig minuten niet altijd even gemakkelijk de weg naar de stereo vinden. Wie ’s nachts echter geen rekening hoeft te houden met slapende kinders raad ik aan om “Règne des morts” toch eens aan een nocturnale luisterbeurt te onderwerpen. Dat is immers het momentum waarop de lang uitgesponnen composities het best tot hun recht komen. Het industrieel karakter van Borgne zit hem vooral in de machinaal klinkende drums en allerhande keyboardgeluidjes en soundscapes die de, met momenten razende, black opfleuren. Niet zo theatraal als bijvoorbeeld een Limbonic Art, maar eerder zoals bij de collega’s en landgenoten van Darkspace waarbij de keyboards haast een extra melkwegstelsel creëren dat zich tegen lichtsnelheid een weg baant doorheen het zwarte universum. Bornyhake en kompanen hebben de klus niet alleen moeten klaren en hebben hulp gekregen van enkele gelijkgestemde zielen. Zo verzorgde Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved en ex-nog een heleboel Noorse bands) de tekst voor opener “Void Miasma” en deden de Finnen Spellgoth en Hex Inferi (beiden actief bij Horna) een duit in het zakje op “Abysmal existence”, het kroonjuweel van de plaat, dat je een ware “slap in the face” biedt na de melancholische aftrap, halverwege een hypnotiserende ambient-laag op je gemoed laat inwerken, om dan weer plots machinaal op je in te stampen. Toch moet ik toegeven dat het album een lange rit is, want om tachtig minuten te blijven boeien is het toch wel ietwat te veel van hetzelfde. Het is gelukkig niet zo erg als bij de eerder dit jaar verschenen dubbelaar van het gelijkaardige Midnight Oddysey, waarbij slechts de helft beklijvend was tegenover een overbodige andere helft, maar “Règne des mort” komt wat mij betreft pas echt op gang vanaf “Everything is a fallacy”, maar dan zijn we toch al meer dan een half uur aan onze ruimtereis bezig. De liefhebbers zal dit echter worst wezen en zullen hun hartje danig kunnen ophalen bij een verder degelijke plaat.

JOKKE: 78/100

Borgne – Règne des morts (Those Opposed Records 2015)
1. Void miasma
2. Eonious fovous
3. When swans are choking
4. Everything is a fallacy
5. Abysmal existence
6. Fear
7. L’odeur de la mort

The Black Heart Rebellion – Beeldend schrijven

T.B.H.R. ofte The Black Heart Rebellion ontpopt zich met hun derde langspeler “People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning” tot één van de meeste originele acts van onze vaderlandse muziekscene. Met reeds enkele succesvolle releaseshows in de rugzak zetten ze hun veroveringstocht langs binnen- en buitenlandse podia verder. Zelf was ik getuige van hun recente passage in Het Bos waarbij ze me meermaals in trance brachten (enkel die klote rookdetector deed me enkele keren abrupt terug naar het aardse keren; doe daar eens iets aan beste Het Bos-medewerkers!). Tijd om met de heren eens even stil te staan bij de nieuwe plaat. (JOKKE)

theblackheartrebellion

Gegroet! Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik ben erg onder de indruk van jullie nieuwe plaat. In tegenstelling tot “Har nevo” weet de nieuweling me meteen bij mijn nekvel te grijpen en niet meer los te laten. Als ik de voorganger nu echter in retrospectief plaats en herbeluister, vallen ook daar de puzzelstukjes op hun plaats. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de vrij drastische koerswijziging die jullie destijds doorvoerden tussen de screamo postcore van jullie debuut en “Har nevo” waardoor niet iedereen meteen mee was met de nieuw ingeslagen richting. Mij leek het destijds een iets té krampachtige poging om inventief uit de hoek te komen. Hoe kijken jullie enkele jaren later terug op de voorganger?
Pieter: Voor ons voelde “Har nevo” net héél spontaan en natuurlijk aan. Dit was echt wat we wouden doen, de muziek reflecteerde perfect hoe wij als persoon of muzikant geëvolueerd waren na ons debuut album “Monologue“. In eerste instantie schrijven wij nog steeds voor onszelf. Met ons krampachtig voordoen als iets wat we niet zijn, houden we ons niet bezig. Waar ik wel akkoord mee kan gaan, is dat er in “Har nevo” misschien nog wat twijfel te horen is. Het is correct dat we een grote sprong namen, maar misschien hadden we gerust nog wat verder mogen springen, zodat we de “twijfelzone” verder achter ons konden laten. Hoewel ik nog steeds heel tevreden ben met de koerswijziging van “Har nevo“. Ik denk dat het de beste plaat was die wij op dat moment konden schrijven. En zo hadden we met de nieuwe plaat meteen aanknopingspunten om verder te gaan uitwerken.
Tim: We merken zeker dat een deel van het publiek conservatief reageert. Zowel toen bij “Har nevo” als vandaag. Ook nu zijn er nog enkele eenzame stemmen die verlangen naar de “Monologue“-tijd. Mijn reactie is steeds: leg het aan de kant, geef het wat tijd, probeer binnen enkele maanden opnieuw. Als ik er nu naar terug kijk denk ik dat “Har nevo” de noodzakelijke tussenstap was van “Monologue” naar “People…“. En ik ben dankbaar dat we bij “Har nevo” enorm veel positieve reacties kregen op de plaat zelf maar ook op de durf om iets anders te gaan doen.

Van het debuut “Monologue” worden bij mijn weten live geen songs meer vertolkt, hoewel ze ontegensprekelijk deel uitmaken van jullie verleden. Is het té moeilijk geworden om deze songs in the flow van een setlist met nieuwe nummers te laten inpassen of hebben jullie het wel een beetje gehad met die plaat en het postcore geluid?
Monologue” blijft een heel bijzondere plaat, het waren onze eerste stappen als muzikanten. De sound mag dan wel drastisch veranderd zijn, maar de aanpak, onze visie over muziek blijft nog steeds hetzelfde. Live is het voor ons uiterst belangrijk om één geheel te verzorgen. Voor de luistereraar, maar ook voor onszelf. Dan voelen we ons het best in ons vel. Nummers van “Monologue” in de huidige live set zouden die bepaalde sfeer die we opbouwen wel eens grondig doorheen kunnen schudden.

Met “People…” hebben jullie nu wel degelijk jullie nichegeluid gevonden, alleen loert het gevaar om ook nu niet in herhaling te vallen. Het totaalgeluid is een mozaïek van post-rock, folk, americana, Oosterse tribal muziek en blues. Hoeveel platen denken jullie nog in deze stijl te kunnen maken? Het is immers weinigen gegeven om zich steeds opnieuw te blijven uitvinden.
Pieter: Ik maak mij daar weinig zorgen over. Ik denk niet dat we het voor onszelf snel te gemakkelijk gaan maken. De drang naar experiment en vernieuwing is iets wat ons altijd heeft aangesproken en volgens mij ook vanaf het begin aanwezig was. Zelfs toen we met “Monologue” een hardcore/screamo plaat gemaakt hadden, was het toch nog nét iets anders dan wat de stroming toen te bieden had.

Het kan natuurlijk enkel maar aangemoedigd worden wanneer een band op zoek gaat naar een eigen identiteit. In ons kikkerlandje lopen wel degelijk enkele bands rond met een frisse eigenwijze kijk op de zaken, denken we maar aan jullie collega’s van Alkerdeel of Lugubrum. Wat zou hier volgens jullie een verklaring voor kunnen zijn?
Creativiteit werkt aanstekelijk. Het feit dat veel muzikanten wel een goede band hebben met elkaar zal er ook wel voor iets tussen zitten. Misschien ergens een gedeeld geloof dat wij als underground muzikanten toch een tegengewicht kunnen bieden aan alle radiotroep, ook in België?

Wie de nieuwe plaat beluistert kan onmogelijk om de diverse Oosterse en Aziatische invloeden heen. Nu hebben jullie in het verleden reeds enkele malen in Japan gespeeld, dus veronderstel ik dat het land van de rijzende zon een grote invloed op jullie heeft gespeeld. Op welke andere manieren manifesteert jullie liefde voor deze cultuur zich in het dagelijks leven?
De tours in Japan waren een bijzondere ervaring. Het is écht een volledig andere cultuur, die bij ons toch wel een blijvende indruk heeft nagelaten. Japan is ook een land van extremen. Rond lopen tijdens de spits in centrum Tokyo is een regelrechte aanslag op al je zintuigen. Eenmaal in de metro staat iedereen dan weer netjes in de rij aan te schuiven, en zegt niemand nog een woord. Of hoe de sereniteit van hun badcultuur bijvoorbeeld in schril contrast staat met het idee rond seksualiteit in het algemeen. Fascinerend, op zijn minst.

Ook de imposante titel lijkt ontleend te zijn aan een Japans boek. Hoe zijn jullie bij de titel terecht gekomen en hoe staat deze in relatie tot de muziek en teksten?
Pieter: De titel komt uit een boek dat we ontdekten toen we laatst in Japan waren. Het is een heel beeldende titel, die toch een zekere vorm van waas rondom zichheen hangen heeft. Iets wat we met de muziek ook proberen te bekomen.
Tim: Dat beeldende is inderdaad heel belangrijk want dat is ook wat we met onze muziek op een manier proberen te doen. Dat ‘beeldend schrijven’ ontdekten we eigenlijk pas tijdens het maken van “Har nevo” en hebben we verder uitgewerkt tijdens het schrijven van “People…“. De dubbele bodem in het gedicht vonden we ook zeer goed passen. Wat je op het eerste zicht leest is maar een klein deel van wat de zen-priester op zijn sterfbed bedoelt terwijl hij zijn laatste woorden neerpent. Om het volledige verhaal te begrijpen moet je wat moeite doen om de context te kennen, je erin te verdiepen. Dat kwam overeen met hoe we naar de plaat keken.

Ook het artwork is enigszins apart en kunstzinnig te noemen en verdient een woordje uitleg.
Valentijn: Het artwork en het volledige beeldende luik rond T.B.H.R vinden we erg belangrijk. We besteden hier dan ook veel tijd aan. Wat niet betekent dat het een puur visuele verlenging van de muziek is of er letterlijk uit voortvloeit. Het zijn twee luiken die elkaar versterken. Al vroeg in de gesprekken omtrent “People…” begon ook het gesprek rond het artwork. Door middel van synesthesie kwamen we steeds terug bij de kleur goud uit. Snel volgde de keuze om onder andere te werken met een erts, een oermateriaal, die in zijn materialiteit en kleur juist aanvoelde.
Het album zien we als een platform—een soort tentoonstellingsplek—die voor het grootste deel is ingevuld met de muziek uiteraard. Maar je vindt er meer terug. De foto’s die Mirjam Devriendt maakte — hoe zij het erts en de andere materialen voor ons in kaart bracht — krijgen een zeer prominente plaats. Daarnaast gaat er opmerkelijk veel aandacht naar credits. Alle keuzes, samenwerkingen en materialen voor dit album zijn zeer bewust gebeurd. We hoeven dan ook niets te verstoppen of er mysterieus rond te gaan doen. Zo zit er ook steeds een deel van de “making-of” in het geheel verwerkt. (Zie de clip “Near to fire for bricks“). We hebben op alle vlakken met “People…” open kaart gespeeld.

People

Ondertussen maken jullie zowel op plaat als live gebruik van een erg uitgebreid instrumentarium waaronder een bouzouki en een Indisch harmonium. Hadden jullie deze instrumenten meteen onder de knie of heeft het enige tijd geduurd vooraleer jullie deze op de juiste manier konden inzetten om de sfeer te creëren die jullie voor ogen hadden?
Pieter: We hebben het gebruik van deze instrumenten uiteraard naar onze hand gezet. Dit werkt ook prima zo voor ons. We gebruiken geen Indisch harmonium om Indsiche muziek na te gaan spelen, maar wel om onze eigen ideeën te kunnen vertalen. En met het basis rock instrumentarium alleen werden we al snel te beperkt in de mogelijkheden.

Ik kan mij voorstellen dat jullie producer Koen Gisen wel eens achter zijn oren gekrabd zal hebben wanneer jullie alle verschillende instrumenten de studio insleurden. Is het opnameproces vlot verlopen? Zijn de songs volledig afgewerkt vooraleer jullie de studio induiken of is er tijdens de opnames nog plaats voor improvisatie en schrijven van nummers?
Pieter: De songs waren grotendeels af toen we in de studio trokken. Ook al is er steeds ruimte om ze verder in te kleuren. Bij Koen zaten we daarom wederom op de juiste plaats. Hij zal zelf nooit een experiment schuwen, integendeel. Hij laat ons nadenken over onze muziek op een manier waar wij niet bij stil stonden, dit echter zonder zijn mening door te drukken. Bij “Har nevo” hebben we tijdens de opnames nog veel meer aan de nummers geschaafd dan nu. Het was toen ook de eerste keer in de studie van Koen, en we waren nogal overweldigd door alle verschillende instrumenten die we konden uitproberen denk ik.

Het zou me verbazen als jullie muziek door één persoon als kant-en-klare songs afgeleverd wordt. Met een duidelijke cinematografische flow en onnoemelijk veel details lijkt het me eerder het resultaat te zijn van diverse jamsessies. Heb ik het juist of sla ik de bal volledig mis?
Pieter: Er is wel altijd een concreet idee voor we aan een nummer beginnen. Maar dat idee kan heel breed zijn. Een bepaald ritme, klank of instrument, of eerder vertrekkend van een sfeer of gevoel. Zomaar in het wilde beginnen jammen zou ons te snel afleiden. Het begin van een nummer kan wel door één iemand aangezet of uitgeprobeerd worden, maar dan gaan we effectief met ons vijf samen op zoek om dat idee op de juiste manier uit te werken.

Qua gastbijdragen doen Annelies Van Dinter (Echo Beatty) en Stef Heeren (Kiss The Anus Of A Black Cat) een duit in het zakje. Hoe zijn jullie bij hen terecht gekomen en zullen zij de songs live ook mee uitvoeren?
Pieter: Zowel bij Stef als Annelies voelen we een soort herkenbaarheid in omgang met muziek. Het zijn beiden muzikanten die heel veelzijdig zijn, en waarvan hun muziek ook moeilijk als een specifiek genre te labellen is. We delen ook een soort gemeenschappelijke zin om te experimenteren. Alles kan en mag, in teken van de muziek.

Drummer Tim Bryon laat zien dat hij een enorm veelzijdige drummer is. Bij Kingdom deelde hij trage dreunende mokerslagen uit, bij Hessian raast hij als een bezetene over zijn kit en bij T.B.H.R. vormt hij met zijn tribal percussie de ruggengraat van het geheel. Welke manier van spelen vormt voor hem de grootste uitdaging?
Tim: De grootste uitdaging is om te begrijpen wat de sfeer die je probeert te scheppen echt nodig heeft op vlak van percussie of drums. Die overweging in combinatie met wat je technisch aan kunt en wat je zelf mooi vindt is een proces waar veel tijd over gaat, bij mij toch. Die beoordeling start bij het schrijven van elk nummer voor elke groep opnieuw. Het is daarbij niet altijd eenvoudig om écht opnieuw te beginnen in plaats van verder te bouwen op een stramien dat je eerder al had uitgewerkt. Ik merk dat ik vaak zo nadenk over drums, of het nu traag, snel, tribaal of nog wat anders klinkt. De groep bepaalt wel samen hoe ver je afwijkt van genre-conventies. Bij T.B.H.R. hadden we ten tijde van “Har nevo” al wat experimenteerruimte vrijgemaakt en die ruimte maakten we nog groter bij “People…“. Dat maakte de uitdaging ook groter om op een manier met percussie om te gaan die deze keuze benadrukte. De laatste afweging die ik maak, is hoe de balans van de instrumenten de muziek kleurt, en dan heb ik het over voorgrond/achtergrond. Bij sommige groepen is er duidelijk één instrument dat altijd overheerst, wat ook zeer goed kan werken trouwens, maar bij T.B.H.R. spelen we daar enorm mee. Het éne moment overheerst de gitaar en ondersteunt de drums, het volgende moment is het omgekeerd. Eigenlijk is de éne stijl niet uitdagender dan de andere want je moet overal bepaalde keuzes maken. Maar hoe meer vrijheid, hoe groter de keuzemogelijkheid en bij T.B.H.R. is die speelruimte misschien toevallig het grootst.

Om benza satto hung” is een erg intrigerende song met dito titel. Ik krijg steeds visioenen van één of ander duister indianenritueel bij het aanhoren van de beklijvende muziek. Waar staat deze song voor?
Pieter: Het is het nummer dat het meeste ruimte laat voor interpretatie denk ik, ook voor ons. Je zal nooit tweemaal dezelfde versie van dat nummer live horen. Met dit nummer merk je ook best dat we bij de nieuwe plaat voor de volle 100% ons eigen dingen hebben willen én kunnen doen. Waar ik op eerdere vragen antwoordde dat er met de vorige plaat misschien nog wat twijfel in de nummers zat, hebben we hier resoluut voor een bepaalde richting gekozen.
Tim: “Om benza satto hung” is voor ons het meest bevrijdende nummer op de plaat. Het is niet opgebouwd volgens een standaard aantal maten met een tempo, etc. Elke overgang wordt op het moment zelf ingezet door iemand die zo de rest meetrekt. Maar het is meer dan een jam want we zitten allen in dezelfde dynamiek en de opbouw is wel afgesproken. De manier van muziek schrijven en live uitvoeren verschilt heel erg van de andere nummers en het is de eerste keer dat we zoveel vrijheid binnenin een nummer toelaten. We kregen er zelf kippenvel van toen we de eerste jams van het nummer opnamen en live keren die steeds opnieuw terug. Of het indianen zijn weet ik zelf niet maar dat het een duistere plek is en de haren op je nek ervan recht komen te staan is zeker.

Om af te sluiten een vraag die jullie waarschijnlijk niet verwacht hadden. “People …” is met zijn onderhuidse spanningsopbouw, ingetogen sfeer, bloedmooie duet, emotionele uitbarstingen en mystiek naast een intrigerende luisterplaat eveneens dé ideale soundtrack voor een zwoele intense vrijpartij. Ik word altijd een beetje bronstig en hitsig als ik jullie plaat beluister haha. Wat zijn jullie favoriete platen om een nummerke op te doen?
Pieter: Eigenlijk wel fijn dit te horen. We proberen altijd muziek te maken die meer doet met de luisteraar dan wat je van een gewone luisterbeurt zou verwachten. En bij jou is dit klaarblijkelijk goed gelukt. Ik zou je de live plaat “Swans are dead 95-97” aanraden. Zeker de nummers met Jarboe. Enjoy!

Ga ik doen!

Grafvitnir – Necrosophia

Wie mij kent, weet dat ik niet altijd mee ben met de allernieuwste snufjes en trends. Hoewel ik ook niet voortdurend loop te ouwehoeren dat vroeger alles beter was, ben ik doorgaans toch vrij nostalgisch van aard. Het Zweedse Grafvitnir komt als geroepen voor wie in een nostalgische bui verkeert en de hoogdagen van Zweedse black metal wil herbeleven, zonder naar de oude grootmeesters terug te grijpen. Met reeds twee full albums op het palmares sinds 2012 en een derde, die weldra verschijnt via nieuwe broodheer Daemon Worship productions, kan je dit Grafvitnir best als een productieve entiteit beschouwen, hoewel de band mij onbekend was. Onbekend maakt onbemind, maar met “Necrosophia” hebben ze mijn pekzwarte zieltje alvast voor zich gewonnen. De zeven composities die het album vormgeven, handelen over de grote raadsels van het Onbekende en de opening van het oog van Lucifer. De voedingsbodem voor deze Scandinavische occulte black metal is overduidelijk het Zweedse Dissection, wat we vooral terug horen in de uitvoering van de leads zoals in opener “Kenaz”, hoewel de overall feel wel een pak primitiever is. Twee andere bands die voortdurend als referentiekader opduiken zijn het eveneens Zweedse Setherial ten tijde van hun debuut “Nord” en wat betreft de vocalen het Oostenrijkse Abigor. De vrij vooraan in de mix gezette sappige screams refereren bij wijlen aan Silenius op het (overigens vrij kut) album “Supreme immortal art”. Het mag dan misschien wel wat veel van hetzelfde zijn (er wordt amper van versnelling geschakeld) en de score voor vernieuwing is nul komma nul, toch is het driekwartier lang genieten geblazen van oerdegelijke Zweedse black metal anno jaren negentig. Grafvitnir zou de armpjes en beentjes ontegensprekelijk losschudden op een zwartmetalen versie van een “Prehistorie-fuif”. Uitschieters zijn de eerder vernoemde tien minuten durende opener, de knaller “Vessels of serpent fire” en het vertrouwd in de oren klinkende “Varulvsnatt”…ach, eigenlijk kan ik alle zeven songs aanraden. Buiten wil de temperatuur maar geen winterwaarden aannemen, “Necrosophia” daarentegen katapulteert je stantepede naar een berenkoude gitzwarte Zweedse winternacht.  Goei schefke!

JOKKE: 83/100

Grafvitnir – Necrosophia (Daemon Worship Productions 2015)
1. Kenaz
2. Awakening of the dragon
3. Vessels of serpent fire
4. Varulvsnatt
5. Fires of golachab
6. Elddop
7. Into the vast forever

Ibex Angel Order – I

Met de release van “I” komt er een einde aan een ongelofelijk sterk jaar qua black metal platen die ons vanuit Nederland bereikten. Het is goed mogelijk dat de naam Ibex Angel Order niet meteen een belletje doet rinkelen, zelfs als je opstaat en gaat slapen met black metal. De band is een voortzetting van Funeral Goat, die op haar beurt ontsproten is uit de zwartgeblakerde assen van het beruchte Sauron. Achter Ibex Angel Order gaan twee heerschappen schuil die al menig zwart watertje doorzwommen hebben. HRRDS (zang en gitaar) kennen we van onder andere Verbum Verus en Abysmal Darkening en de éénhandige trommelaar LDS zit of zat ook bij Sauron en Abysmal Darkening achter de drumkit. Ten opzichte van het “Mass ov destruction” album van Funeral Goat is er een verschuiving merkbaar van primitieve duivelsaanbidding (genre Beherit en Von) naar occulte black metal waar ze bij Daemon Worship Productions een patent op lijken te hebben. De naamsverandering wordt bovendien gejustificeerd doordat de inhoud van de teksten nu persoonlijker van aard is en gnostische en occulte thema’s bezongen worden met Abrasax als centraal element. Hoewel de sound iets verfijnder is vergeleken met hun vorig leven, laat de productie van Greg Chandler (Esoteric) het geheel goed tot zijn recht komen zonder te proper of afgelikt te klinken. Het zijn de mystieke achtergrondeffecten, hypnotiserende riffs en rituele gezangen (check de begeesterende afsluiter “Domedon doxomedon“) die positief opvallen op deze plaat. HRRDS beperkt zich niet alleen tot de standaard black metal scream maar zaait middels zijn sterke afwisselende vocalen en semi-cleane uithalen dood en verderf. Het riffwerk in uptempo stampers als “Unbegotten father” is vrij old school qua opzet, maar het zijn de eerdervernoemde details die wat extra leven in de brouwerij brengen. Ook een eerder slepende song als “Into pieroma” wordt niet geweerd en laat zien dat het duo heel wat in zijn mars heeft. In ”The terrible one” hakt LDS de repeterende midtempo basisriff aan mootjes met zijn kenmerkende snelle hakdrums. Afwisseling troef! “I” is een debuut om allerminst beschaamd om te zijn en dat gretig aftrek zou moeten vinden bij het legioen occulte black metal fanatiekelingen.

JOKKE: 85/100

Ibex Angel Order – I (Daemon Worship Productions 2015)
1. Intro
2. Beyond the seventh
3. Origin of spheres
4. Unbegotten father
5. Numberless am I
6. Serpent of assiah
7. The terrible one
8. Into pieroma
9. Unbroken idol
10. Domedon doxomedon

VVovnds – Descending flesh

Punk en powerviolence zijn genres die niet of nauwelijks de revue passeren op uw geliefde Addergebroed-blog. Laten we daar met “Descending flesh” van onze landgenoten VVovnds dan maar snel verandering in brengen. “Snel” is de muziek van dit kwartet hoegenaamd, maar ook “maniakaal”, “agressief”, “bijtend” en “verwoestend”  zijn adjectieven die van toepassing zijn op de raggende herrie die we in iets meer dan twintig minuten naar onze kop geslingerd krijgen middels elf tot-de-essentie-gestripte splinterbommen. Nu zijn er veel mensen die het nut van gebalde nummers onder of rond de één minuut grens ontgaat, maar bij zulke pokkeherrie passeren er dikwijls twee keer zoveel noten als menig doom metalband in tien minuten speelt. Tot tweemaal toe slaagt VVovnds erin om een nummer van boven de drieminutengrens neer te pennen. In deze songs (”The light” en “Peine forte”) wordt het tempo naar dat van beukende sludge mokerslagen teruggebracht en verschijnen bands als Planks of Thou in beeld en in mindere mate ook Amenra, waarvan bassist Kristof Mondy ooit nog mee aan de wieg heeft gestaan en waarmee reeds eerder een split werd uitgebracht in de befaamde “The abyss stares back” reeks. Voor de rest is het met een hondsdolle bezetenheid raggen en beuken geblazen (wat ik de sterkte van deze band vind) met een geluid dat het midden houdt tussen powerviolence, sludge, punk, noise, black metal, thrash en grindcore. De boodschap van “Descending flesh” is erdoor gejaagd vooraleer je het door hebt, maar in die tijd heb je wel eens goed uit je dak kunnen gaan en de buren de kast kunnen opjagen. In onze vaderlandse scene lopen met Cheap Drugs, Nervous Mothers, Hessian en Daggers heel wat gelijkgestemde orkestjes rond en VVovnds behoort zeker tot het peloton.

JOKKE: 81/100

VVovnds – Descending flesh (Hypertension Records 2015)
1. Never change
2. Descending flesh
3. A la lantern
4. Golgotha
5. The light
6. Coins
7. Equality in death
8. The whip
9. Falling back
10. Maleficia
11. Peine forte