Monolithe – Progressieve doom op zijn best

De Parijse rots Monolithe bracht met “Epsilon aurigae” zopas een kanjer van een album uit. Ondanks hun vijftienjarig bestaan en menig zilveren schijfjes, bleef het redelijk stil rond de band van gitarist en bezieler van het eerste uur Sylvain Bégot. Er staat heel wat te gebeuren voor de band. Wie in 2016 nog niet van Monolithe gehoord heeft, mag onder zijn steen blijven wonen. Hier alvast een primeur. (Flp)

monolithe.jpg

Hoe zou je de nieuweling “Epsilon aurigae” vergelijken met het voorgaande spul?
Ik zou zeggen dat “Epsilon aurigae” een stap vooruit is, waarbij de band meer en meer buiten de genregebonden lijntjes kleurt. We ontdoen ons meer en meer van regeltjes en muzikaal voegen we toe of veranderen we naar eigen believen. Ook de vorige albums laten zich niet vastketenen aan één stijl, maar toch bleef het steeds veilig binnen het gangbare (van wat men doom metal noemt). Ongetwijfeld tastten we deze grenzen af in het verleden. En nog steeds. Ook al ligt alles diep geworteld in het doom metal genre, “Epsilon aurigae” bevat zoveel andere invloeden. Uiteraard zijn we geen reggaeband geworden, maar zware en duistere muziek heeft tegenwoordig zoveel verschillende invalshoeken dat het zonde zou zijn om ons te beperken tot slechts één formule – Wat makkelijk en lui zou zijn. Wellicht is het nieuwe album wat meer upbeat, meer progressief en meer catchy. Maar steeds aangedreven volgens een zeer zware, volle en rijke dark metal benadering.

De enige opmerking die ik heb over “Epsilon aurigae” (en nog meer over de oudere albums) gaat over de zuivere en gepolijste sound. Het klinkt wat te schoon voor dit soort (funeral) doom, dat toch wel mag klinken als… Een monoliet! Hoe zie jij dit?
Wel, het is moeilijk deze vraag te beantwoorden. Vooral omdat “zuiver en gepolijst” door iedereen anders waargenomen wordt, en dus kan verschillen van persoon tot persoon. De sound van Monolithe is altijd erg herkenbaar geweest. Vanaf dag één. Misschien is het dat wat je bedoelt? Maar tegelijkertijd is de sound ook erg vol en heavy, volgens mij toch. We houden ervan een sound te hebben die doorweegt, maar zeker niet modderig klinkt. De aparte riffs moeten duidelijk te onderscheiden zijn. We proberen altijd ervoor te zorgen dat de productie bij de muziek past. Zo simpel is het. Op de latere albums was het voor ons duidelijk dat we een meer dynamische sound wilden. We waren op de hoogte van het hedendaagse euvel inzake over-gecompresseerde muziek. Daardoor hebben wij een lager volume dan dat van de meeste hedendaagse albums (nu ja, behalve als je jouw stereo luider zet). Op deze manier blijft de beste kwaliteit behouden. Misschien zijn we te old school als het hierover gaat. Onze roots liggen in de traditionele doom metal, waarbij alles draait rond de riff en hem fatsoenlijk horen. Dat is niet zo in de moderne hardcore en sludge variant waar de filosofie toch wel anders is. Plus, voor mij is het niet zo dat iets moet zijn “als dit of als dat”. Het is de visie van de artiest die telt. Punt aan de lijn. Take it or leave it.

De drie nummers duren allemaal elk 15 minuten. Enkel een leuk idee of zit er meer achter?
Beide. Ik vind het plezant om te spelen met getallen. “Epsilon aurigae” is ons 5de full album (epsilon is 5 in het Grieks), 15 minuten kan je lezen als 1-5 (“Monolithe V“) en het album is uitgebracht in 2015. 3 keer 15 minuten is 45 minuten, wat in mijn beleving dé beste lengte is voor een album; niet te lang en niet te kort. Je weet het wellicht niet, maar feitelijk hebben we twee albums opgenomen in 2015. Het tweede deel, “Zeta recticuli“, zal uitgebracht worden in 2016 en zal ook 3 nummers bevatten. Dus 3 + 3 = 6, het aantal albums wat we dan uitgebracht zullen hebben, enz. En eigenlijk dacht ik ook wel dat het een tof gegeven zou zijn om een muzikaal verhaal af te werken in juist 45 minuten.

Voor het eerst ooit heb je meer dan één nummer geschreven voor een full album. En voor het eerst heb je geen Romeins cijfer toegekend aan de plaat. Waarom deze verandering? 
Het feit dat we afgestapt zijn van één-nummer-albums en Romeinse cijfers heeft alles te maken met het intreden van een nieuw (en afsluiten van een vorig) hoofdstuk in de bandgeschiedenis. “The great clockmaker” was in gang gezet op onze eerste 4 albums en 2 EPs. “Epsilon aurigae” (en zijn tweelingsbroer “Zeta reticuli“) is een vernieuwende en verfrissende aanpak. We wilden stoppen met telkens maar één nummer uit te brengen alvorens er slijt op de formule kwam. We wilden niet stagneren en daarom iets nieuws aanbrengen, zonder daarom het verleden te verloochenen. We waren ook sowieso van zin een dubbelaar uit te brengen (een persoonlijk hoogtepunt in mijn muzikale carrière), maar enkel als beide albums een eenheid zouden vormen in de hoofden van de luisteraars.

We hebben er al eens om gelachen, maar je moest toch echt wel doorhebben dat het ene stukje in “Synoecist” echt wel compleet hetzelfde klinkt als de soundtrack van Terminator!
Kom op zeg, met uitzondering van die archetypische slag op de toms, is er niet veel gelijkenis , ja toch? Het is eigenlijk wel amusant, daar ik gemakkelijk wat gelijkenissen kon vinden tussen de tekst van “Synoecist” en de Terminator mythologie.

Waarom heeft Debemur Morti Productions onlangs jullie ouder werk opnieuw uitgebracht?
De heruitgaven hadden als doel eerder gemaakte fouten recht te zetten. Het artwork van de eerste albums en EPs was niet zo goed, dus werd dat vernieuwd door Robert Høyem. Op deze manier lijkt onze hele discografie als een samenhangend geheel. “Monolithe II” was uitgebracht op Candlelight Records in 2005. Intentioneel hebben ze het artwork destijds naar de vaantjes geholpen (evenals het feit dat er zonder overleg een ander formaat dan het beloofde slim digipack uitgegeven werd). Tevens verkopen ze nog steeds hun versie van het album zonder ons ook maar ooit royalties betaald te hebben. Het leek ons veel eerlijker zelf een versie, waarover we meer controle hebben, uit te brengen. Het was eveneens een goede gelegenheid om alles te laten re-masteren en tevens onze 2 EPs (“Interlude premier” en “Interlude second“) voor het eerst op cd uit te brengen. Deze re-release valt onder de noemer “Monolithe zero“.

In 2012 zei je: “deze muziek past niet in een live situatie. Het zou de magie verpesten”. Wat heeft jou van gedacht doen veranderen? Voor het eerste in 15 jaren gaat Monolithe de planken betreden.
Wel, nu we al meer dan 4 maanden ons gereed aan het stomen zijn om live te spelen, denk ik er zo helemaal niet meer over! Ik denk dat de muziek geweldig klinkt als het live gebracht wordt. Het is erg krachtig en emotioneel. Eigenlijk was ik destijds gewoon nog niet gereed voor de massa werk dat erbij kwam kijken: de delen kiezen om live te spelen, ze in orde brengen voor een live band, muzikanten zoeken, ze de stukken aanleren, et cetera. En eerlijk gezegd was ik simpelweg niet geïnteresseerd omdat ik meer dan genoeg te doen had destijds. Maar dingen kunnen veranderen. Ik weet dat Benoît (ADDERGEBROED: gitarist) altijd te vinden was om live te spelen. Zowel de pers als fans hebben vaak gevraagd of we ooit live zouden spelen. Ik was nooit erg enthousiast, totdat de dag kwam dat mijn vrouw (die niks met muziek te maken heeft, en zelfs afgeschrikt wordt door mijn creaties) zei dat ik het moest doen. Klare taal. Dat was net nadat “Monolithe IV” was uitgebracht. Ondertussen was ik begonnen aan een werk van 3 jaren dat bestond uit het componeren van een dubbel album in 2014, het uitbrengen van het eerste deel, het klaarstomen van een liveset voor 2015, het uitbrengen van het andere deel en het spelen van een gelimiteerd aantal shows om ons vijftienjarig bestaan te vieren in 2016. We willen slechts enkele optredens doen om het speciaal te houden. We zullen geen tourband worden. Als het goed uitdraait, doen we enkele extra shows in de toekomst, als we gevraagd worden. Maar na de Europese optredens in 2016 concentreren we ons op Noord-Amerika (als we nog spelen), daar we er een goede fanbasis hebben.

Ben je iets speciaal van plan voor de shows?
De idee om Monolithe live te brengen is al erg speciaal op zijn minst. We hebben 3 gitaarlijnen nodig om onze harmonieën ten gehore te brengen. We werkten keihard een setlist samen te stellen voor zowel oude als nieuwe fans. We zijn van plan een adembenemende ervaring te voorzien voor de mensen die komen kijken, ongeacht of ze ons werk kennen of niet.

Eentje om af te sluiten. Ik weet niet of je zin hebt in een politieke vraag, want muziek en politiek gaan vaak niet goed samen. Aangezien jij in Parijs woont, wat laatst in het heetst van de strijd in het nieuws was, ben ik benieuwd hoe jij tegenover het conflict in Syrië staat.
Ik houd mijn kijk hierover liever privé. Vaak ben ik verontwaardigd door willekeurige mensen die hun ondoordachte mening moeten geven over alles en nog wat. Door de sociale media lijkt iedereen ineens een expert te worden over alles. De kuddementaliteit komt des te meer te boven als deze onderwerpen in de actualiteit komen. Ik had een instinctieve reactie tegen die belachelijke en domme “pray for Paris” banner die na de aanvallen overal verscheen. Maar nadien hield ik mijn vingers ervan af. Ik leef mee met slachtoffers van terrorisme en oorlog. Het is een zonde dat anno 2015 zulke zaken nog steeds bestaan in een tijd van prachtige wetenschappelijke ontdekkingen. Het beste eerbetoon wat we kunnen geven aan de onschuldige slachtoffers is stil blijven. De schoonste vorm van waardigheid.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s