The Black Heart Rebellion – Beeldend schrijven

T.B.H.R. ofte The Black Heart Rebellion ontpopt zich met hun derde langspeler “People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning” tot één van de meeste originele acts van onze vaderlandse muziekscene. Met reeds enkele succesvolle releaseshows in de rugzak zetten ze hun veroveringstocht langs binnen- en buitenlandse podia verder. Zelf was ik getuige van hun recente passage in Het Bos waarbij ze me meermaals in trance brachten (enkel die klote rookdetector deed me enkele keren abrupt terug naar het aardse keren; doe daar eens iets aan beste Het Bos-medewerkers!). Tijd om met de heren eens even stil te staan bij de nieuwe plaat. (JOKKE)

theblackheartrebellion

Gegroet! Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik ben erg onder de indruk van jullie nieuwe plaat. In tegenstelling tot “Har nevo” weet de nieuweling me meteen bij mijn nekvel te grijpen en niet meer los te laten. Als ik de voorganger nu echter in retrospectief plaats en herbeluister, vallen ook daar de puzzelstukjes op hun plaats. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de vrij drastische koerswijziging die jullie destijds doorvoerden tussen de screamo postcore van jullie debuut en “Har nevo” waardoor niet iedereen meteen mee was met de nieuw ingeslagen richting. Mij leek het destijds een iets té krampachtige poging om inventief uit de hoek te komen. Hoe kijken jullie enkele jaren later terug op de voorganger?
Pieter: Voor ons voelde “Har nevo” net héél spontaan en natuurlijk aan. Dit was echt wat we wouden doen, de muziek reflecteerde perfect hoe wij als persoon of muzikant geëvolueerd waren na ons debuut album “Monologue“. In eerste instantie schrijven wij nog steeds voor onszelf. Met ons krampachtig voordoen als iets wat we niet zijn, houden we ons niet bezig. Waar ik wel akkoord mee kan gaan, is dat er in “Har nevo” misschien nog wat twijfel te horen is. Het is correct dat we een grote sprong namen, maar misschien hadden we gerust nog wat verder mogen springen, zodat we de “twijfelzone” verder achter ons konden laten. Hoewel ik nog steeds heel tevreden ben met de koerswijziging van “Har nevo“. Ik denk dat het de beste plaat was die wij op dat moment konden schrijven. En zo hadden we met de nieuwe plaat meteen aanknopingspunten om verder te gaan uitwerken.
Tim: We merken zeker dat een deel van het publiek conservatief reageert. Zowel toen bij “Har nevo” als vandaag. Ook nu zijn er nog enkele eenzame stemmen die verlangen naar de “Monologue“-tijd. Mijn reactie is steeds: leg het aan de kant, geef het wat tijd, probeer binnen enkele maanden opnieuw. Als ik er nu naar terug kijk denk ik dat “Har nevo” de noodzakelijke tussenstap was van “Monologue” naar “People…“. En ik ben dankbaar dat we bij “Har nevo” enorm veel positieve reacties kregen op de plaat zelf maar ook op de durf om iets anders te gaan doen.

Van het debuut “Monologue” worden bij mijn weten live geen songs meer vertolkt, hoewel ze ontegensprekelijk deel uitmaken van jullie verleden. Is het té moeilijk geworden om deze songs in the flow van een setlist met nieuwe nummers te laten inpassen of hebben jullie het wel een beetje gehad met die plaat en het postcore geluid?
Monologue” blijft een heel bijzondere plaat, het waren onze eerste stappen als muzikanten. De sound mag dan wel drastisch veranderd zijn, maar de aanpak, onze visie over muziek blijft nog steeds hetzelfde. Live is het voor ons uiterst belangrijk om één geheel te verzorgen. Voor de luistereraar, maar ook voor onszelf. Dan voelen we ons het best in ons vel. Nummers van “Monologue” in de huidige live set zouden die bepaalde sfeer die we opbouwen wel eens grondig doorheen kunnen schudden.

Met “People…” hebben jullie nu wel degelijk jullie nichegeluid gevonden, alleen loert het gevaar om ook nu niet in herhaling te vallen. Het totaalgeluid is een mozaïek van post-rock, folk, americana, Oosterse tribal muziek en blues. Hoeveel platen denken jullie nog in deze stijl te kunnen maken? Het is immers weinigen gegeven om zich steeds opnieuw te blijven uitvinden.
Pieter: Ik maak mij daar weinig zorgen over. Ik denk niet dat we het voor onszelf snel te gemakkelijk gaan maken. De drang naar experiment en vernieuwing is iets wat ons altijd heeft aangesproken en volgens mij ook vanaf het begin aanwezig was. Zelfs toen we met “Monologue” een hardcore/screamo plaat gemaakt hadden, was het toch nog nét iets anders dan wat de stroming toen te bieden had.

Het kan natuurlijk enkel maar aangemoedigd worden wanneer een band op zoek gaat naar een eigen identiteit. In ons kikkerlandje lopen wel degelijk enkele bands rond met een frisse eigenwijze kijk op de zaken, denken we maar aan jullie collega’s van Alkerdeel of Lugubrum. Wat zou hier volgens jullie een verklaring voor kunnen zijn?
Creativiteit werkt aanstekelijk. Het feit dat veel muzikanten wel een goede band hebben met elkaar zal er ook wel voor iets tussen zitten. Misschien ergens een gedeeld geloof dat wij als underground muzikanten toch een tegengewicht kunnen bieden aan alle radiotroep, ook in België?

Wie de nieuwe plaat beluistert kan onmogelijk om de diverse Oosterse en Aziatische invloeden heen. Nu hebben jullie in het verleden reeds enkele malen in Japan gespeeld, dus veronderstel ik dat het land van de rijzende zon een grote invloed op jullie heeft gespeeld. Op welke andere manieren manifesteert jullie liefde voor deze cultuur zich in het dagelijks leven?
De tours in Japan waren een bijzondere ervaring. Het is écht een volledig andere cultuur, die bij ons toch wel een blijvende indruk heeft nagelaten. Japan is ook een land van extremen. Rond lopen tijdens de spits in centrum Tokyo is een regelrechte aanslag op al je zintuigen. Eenmaal in de metro staat iedereen dan weer netjes in de rij aan te schuiven, en zegt niemand nog een woord. Of hoe de sereniteit van hun badcultuur bijvoorbeeld in schril contrast staat met het idee rond seksualiteit in het algemeen. Fascinerend, op zijn minst.

Ook de imposante titel lijkt ontleend te zijn aan een Japans boek. Hoe zijn jullie bij de titel terecht gekomen en hoe staat deze in relatie tot de muziek en teksten?
Pieter: De titel komt uit een boek dat we ontdekten toen we laatst in Japan waren. Het is een heel beeldende titel, die toch een zekere vorm van waas rondom zichheen hangen heeft. Iets wat we met de muziek ook proberen te bekomen.
Tim: Dat beeldende is inderdaad heel belangrijk want dat is ook wat we met onze muziek op een manier proberen te doen. Dat ‘beeldend schrijven’ ontdekten we eigenlijk pas tijdens het maken van “Har nevo” en hebben we verder uitgewerkt tijdens het schrijven van “People…“. De dubbele bodem in het gedicht vonden we ook zeer goed passen. Wat je op het eerste zicht leest is maar een klein deel van wat de zen-priester op zijn sterfbed bedoelt terwijl hij zijn laatste woorden neerpent. Om het volledige verhaal te begrijpen moet je wat moeite doen om de context te kennen, je erin te verdiepen. Dat kwam overeen met hoe we naar de plaat keken.

Ook het artwork is enigszins apart en kunstzinnig te noemen en verdient een woordje uitleg.
Valentijn: Het artwork en het volledige beeldende luik rond T.B.H.R vinden we erg belangrijk. We besteden hier dan ook veel tijd aan. Wat niet betekent dat het een puur visuele verlenging van de muziek is of er letterlijk uit voortvloeit. Het zijn twee luiken die elkaar versterken. Al vroeg in de gesprekken omtrent “People…” begon ook het gesprek rond het artwork. Door middel van synesthesie kwamen we steeds terug bij de kleur goud uit. Snel volgde de keuze om onder andere te werken met een erts, een oermateriaal, die in zijn materialiteit en kleur juist aanvoelde.
Het album zien we als een platform—een soort tentoonstellingsplek—die voor het grootste deel is ingevuld met de muziek uiteraard. Maar je vindt er meer terug. De foto’s die Mirjam Devriendt maakte — hoe zij het erts en de andere materialen voor ons in kaart bracht — krijgen een zeer prominente plaats. Daarnaast gaat er opmerkelijk veel aandacht naar credits. Alle keuzes, samenwerkingen en materialen voor dit album zijn zeer bewust gebeurd. We hoeven dan ook niets te verstoppen of er mysterieus rond te gaan doen. Zo zit er ook steeds een deel van de “making-of” in het geheel verwerkt. (Zie de clip “Near to fire for bricks“). We hebben op alle vlakken met “People…” open kaart gespeeld.

People

Ondertussen maken jullie zowel op plaat als live gebruik van een erg uitgebreid instrumentarium waaronder een bouzouki en een Indisch harmonium. Hadden jullie deze instrumenten meteen onder de knie of heeft het enige tijd geduurd vooraleer jullie deze op de juiste manier konden inzetten om de sfeer te creëren die jullie voor ogen hadden?
Pieter: We hebben het gebruik van deze instrumenten uiteraard naar onze hand gezet. Dit werkt ook prima zo voor ons. We gebruiken geen Indisch harmonium om Indsiche muziek na te gaan spelen, maar wel om onze eigen ideeën te kunnen vertalen. En met het basis rock instrumentarium alleen werden we al snel te beperkt in de mogelijkheden.

Ik kan mij voorstellen dat jullie producer Koen Gisen wel eens achter zijn oren gekrabd zal hebben wanneer jullie alle verschillende instrumenten de studio insleurden. Is het opnameproces vlot verlopen? Zijn de songs volledig afgewerkt vooraleer jullie de studio induiken of is er tijdens de opnames nog plaats voor improvisatie en schrijven van nummers?
Pieter: De songs waren grotendeels af toen we in de studio trokken. Ook al is er steeds ruimte om ze verder in te kleuren. Bij Koen zaten we daarom wederom op de juiste plaats. Hij zal zelf nooit een experiment schuwen, integendeel. Hij laat ons nadenken over onze muziek op een manier waar wij niet bij stil stonden, dit echter zonder zijn mening door te drukken. Bij “Har nevo” hebben we tijdens de opnames nog veel meer aan de nummers geschaafd dan nu. Het was toen ook de eerste keer in de studie van Koen, en we waren nogal overweldigd door alle verschillende instrumenten die we konden uitproberen denk ik.

Het zou me verbazen als jullie muziek door één persoon als kant-en-klare songs afgeleverd wordt. Met een duidelijke cinematografische flow en onnoemelijk veel details lijkt het me eerder het resultaat te zijn van diverse jamsessies. Heb ik het juist of sla ik de bal volledig mis?
Pieter: Er is wel altijd een concreet idee voor we aan een nummer beginnen. Maar dat idee kan heel breed zijn. Een bepaald ritme, klank of instrument, of eerder vertrekkend van een sfeer of gevoel. Zomaar in het wilde beginnen jammen zou ons te snel afleiden. Het begin van een nummer kan wel door één iemand aangezet of uitgeprobeerd worden, maar dan gaan we effectief met ons vijf samen op zoek om dat idee op de juiste manier uit te werken.

Qua gastbijdragen doen Annelies Van Dinter (Echo Beatty) en Stef Heeren (Kiss The Anus Of A Black Cat) een duit in het zakje. Hoe zijn jullie bij hen terecht gekomen en zullen zij de songs live ook mee uitvoeren?
Pieter: Zowel bij Stef als Annelies voelen we een soort herkenbaarheid in omgang met muziek. Het zijn beiden muzikanten die heel veelzijdig zijn, en waarvan hun muziek ook moeilijk als een specifiek genre te labellen is. We delen ook een soort gemeenschappelijke zin om te experimenteren. Alles kan en mag, in teken van de muziek.

Drummer Tim Bryon laat zien dat hij een enorm veelzijdige drummer is. Bij Kingdom deelde hij trage dreunende mokerslagen uit, bij Hessian raast hij als een bezetene over zijn kit en bij T.B.H.R. vormt hij met zijn tribal percussie de ruggengraat van het geheel. Welke manier van spelen vormt voor hem de grootste uitdaging?
Tim: De grootste uitdaging is om te begrijpen wat de sfeer die je probeert te scheppen echt nodig heeft op vlak van percussie of drums. Die overweging in combinatie met wat je technisch aan kunt en wat je zelf mooi vindt is een proces waar veel tijd over gaat, bij mij toch. Die beoordeling start bij het schrijven van elk nummer voor elke groep opnieuw. Het is daarbij niet altijd eenvoudig om écht opnieuw te beginnen in plaats van verder te bouwen op een stramien dat je eerder al had uitgewerkt. Ik merk dat ik vaak zo nadenk over drums, of het nu traag, snel, tribaal of nog wat anders klinkt. De groep bepaalt wel samen hoe ver je afwijkt van genre-conventies. Bij T.B.H.R. hadden we ten tijde van “Har nevo” al wat experimenteerruimte vrijgemaakt en die ruimte maakten we nog groter bij “People…“. Dat maakte de uitdaging ook groter om op een manier met percussie om te gaan die deze keuze benadrukte. De laatste afweging die ik maak, is hoe de balans van de instrumenten de muziek kleurt, en dan heb ik het over voorgrond/achtergrond. Bij sommige groepen is er duidelijk één instrument dat altijd overheerst, wat ook zeer goed kan werken trouwens, maar bij T.B.H.R. spelen we daar enorm mee. Het éne moment overheerst de gitaar en ondersteunt de drums, het volgende moment is het omgekeerd. Eigenlijk is de éne stijl niet uitdagender dan de andere want je moet overal bepaalde keuzes maken. Maar hoe meer vrijheid, hoe groter de keuzemogelijkheid en bij T.B.H.R. is die speelruimte misschien toevallig het grootst.

Om benza satto hung” is een erg intrigerende song met dito titel. Ik krijg steeds visioenen van één of ander duister indianenritueel bij het aanhoren van de beklijvende muziek. Waar staat deze song voor?
Pieter: Het is het nummer dat het meeste ruimte laat voor interpretatie denk ik, ook voor ons. Je zal nooit tweemaal dezelfde versie van dat nummer live horen. Met dit nummer merk je ook best dat we bij de nieuwe plaat voor de volle 100% ons eigen dingen hebben willen én kunnen doen. Waar ik op eerdere vragen antwoordde dat er met de vorige plaat misschien nog wat twijfel in de nummers zat, hebben we hier resoluut voor een bepaalde richting gekozen.
Tim: “Om benza satto hung” is voor ons het meest bevrijdende nummer op de plaat. Het is niet opgebouwd volgens een standaard aantal maten met een tempo, etc. Elke overgang wordt op het moment zelf ingezet door iemand die zo de rest meetrekt. Maar het is meer dan een jam want we zitten allen in dezelfde dynamiek en de opbouw is wel afgesproken. De manier van muziek schrijven en live uitvoeren verschilt heel erg van de andere nummers en het is de eerste keer dat we zoveel vrijheid binnenin een nummer toelaten. We kregen er zelf kippenvel van toen we de eerste jams van het nummer opnamen en live keren die steeds opnieuw terug. Of het indianen zijn weet ik zelf niet maar dat het een duistere plek is en de haren op je nek ervan recht komen te staan is zeker.

Om af te sluiten een vraag die jullie waarschijnlijk niet verwacht hadden. “People …” is met zijn onderhuidse spanningsopbouw, ingetogen sfeer, bloedmooie duet, emotionele uitbarstingen en mystiek naast een intrigerende luisterplaat eveneens dé ideale soundtrack voor een zwoele intense vrijpartij. Ik word altijd een beetje bronstig en hitsig als ik jullie plaat beluister haha. Wat zijn jullie favoriete platen om een nummerke op te doen?
Pieter: Eigenlijk wel fijn dit te horen. We proberen altijd muziek te maken die meer doet met de luisteraar dan wat je van een gewone luisterbeurt zou verwachten. En bij jou is dit klaarblijkelijk goed gelukt. Ik zou je de live plaat “Swans are dead 95-97” aanraden. Zeker de nummers met Jarboe. Enjoy!

Ga ik doen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s