Maand: januari 2016

A Thousand Sufferings – Burden

Tijdens de maandelijkse petanque-bijeenkomst besloten enkele oudgedienden uit de Belgische black metalscène, waarvan VEX en Verloren al even Maarten gepijpt hebben, hun instrumenten onder het stof te halen om een aardig potje herrie te maken. Alhoewel je niet dadelijk wat aardigs mag verwachten van een band die zichzelf A Thousand Sufferings doopt. Een jaartje geleden wist drummer Timo me te vertellen dat zijn herrezen muzikale activiteiten heil zouden zoeken in het doom en sludge genre. Maar bloed gaat waar het niet kruipen kan en dus speelt A Thousand Sufferings toch eerder een smerige vorm van trage black metal. Of noem het die desbetreffende doominvloeden als je wilt. Na een lange intro vangt “Red is redemption (Bloodletting)” aan met een overheersende trage, maar ook meer “swingende” Satyricon vibe (vanaf halverwege het nummer), maar in plaats van anaal gebleekt en gewaxt klinkt het hier met veel haar op, keel rochelend en ronduit vuil. Waarvoor dank! Smeerpoes PJ mag hiervoor extra in de bloemetjes gezet worden, want zijn fel keelgeschreeuw klinkt pijnlijn, gaat door merg en been en doet me soms wat denken aan drugged Willy ten tijde Hell Militia. Nummer twee, “Black is burden (Lamentation)“, lokt nog zo een eerder vreemde vergelijking op. Het middenstuk deed me namelijk onmiddellijk denken aan “The gate of Nanna” van Beherit. Googlen maar jonkies! Maar A Thousand Sufferings mag zeker niet van plagiaat beschuldigd worden, daar het betreffende stukje gewoonweg beter en tevens sfeervoller wordt ingezet. Afsluiter “A thousand sufferings – Blue is… (Remembering treasures)” is de traagste van de drie lange en uitgesponnen songs, maar vervalt voor geen moment in een My Saaing Bride-moment. Ongeacht of A Thousand Sufferings al dan niet orgineel is, hoor je dit soort smerige trage black metal niet zo vaak. Het wordt met veel overtuiging gebracht en het Russische Satanath Records had het onmiddellijk in de gaten. De helft van het volgende album zou alvast geschreven zijn en daar kan ik alleen maar vol verroeste smart op wachten. Een goede start, heren!

Flp: 79/100

A Thousand Sufferings – Burden (Satanath Records 2016)
1. Once in a blue moon
2. Red is redemption (Bloodletting)
3. Black is burden (Lamentation)
4. A thousand sufferings – Blue Is… (Remembering treasures)

http://athousandsufferings.bandcamp.com

Lothorian – Beyond the astral mind

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad alvorens het debuut “Beyond the astral mind” van het Limburgse Lothorian op de mensheid kon losgelaten worden. Hun tweede EP “Welldweller” werd enkele jaren geleden goed ontvangen in de underground en werd uiteindelijk door Acid Cosmonaut Records op CD geperst. Er volgden talrijke optredens in binnen- en buitenland en vervolgens trok de van-een-kwartet-naar-een-trio-gereduceerde band naar Italië voor de opnames van het debuut. En dan begon de miserie (voor de details verwijs ik jullie door naar het weldra te verschijnen interview) waardoor na een lang(e) proces(sie van Echternach) het debuut uiteindelijk in eigen beheer wordt uitgebracht. En daar zijn we blij voor want het zou zonde zijn als deze brok muziek enkel op één of andere harde schijf zou zijn blijven staan. De zompige maar kolkende cocktail van stoner, doom en sludge van “Witchcunt” klinkt meteen vertrouwd in de oren, maar ook een beetje op veilig gespeeld, waardoor ik dit niet de ideale opener vind. “Blackhand” klinkt met zijn Your Highness-achtige schwung meteen een pak swingender en drummer Jurgen voorziet deze song tevens van vocalen. De Limburgers springen overigens spaarzaam om met zang en weten op de juiste moment hun keel open te trekken. Het is immers niet veel bands gegeven om een volledige plaat lang instrumentaal te blijven boeien. Het dreigende en cool bekkende “As the void absorbs all light” combineert donderende drums met dreunende riffs en trekt naar het einde toe een black metal spurtje. Misschien dat het daardoor mijn favoriet van de plaat is? Het vuile “Eternal smoke cloaks the night” is een ander hoogtepunt en zou niet misstaan op de laatste Tombs-plaat. Wat weet gitarist Thomas toch bere-riffs uit zijn gitaar te toveren om nekspiergymnastiek op te doen. “March of time” weet daarna te verrassen met zijn bezwerend psychedelisch gitaarriedeltje en ingetogen sjamanistische percussie. Tijdens “Forbanned” denk ik even naar Amenra’s nieuwste “Mass”-telg te zitten luisteren, maar al gauw maakt het trio het spannender dan wat voornoemde op hun laatste album liet horen. “Solitude” weet niet over de hele lijn te overtuigen waardoor de aandacht verslapt maar naar het einde toe roept de versnelling ons terug bij de les. Wanneer de melodische leadsolo in “Soothsayer” opduikt, moet ik aan het Nederlandse Herder denken, opnieuw een mooi compliment. Lothorian heeft met “Beyond the astral mind” een debuut uitgebracht om trots op te zijn. Het lijkt echter alsof de toekomst van de band aan een zijden draadje hangt… “Fingers crossed” dat ze doozetten.

JOKKE: 82/100

Lothorian – Beyond the astral mind (Eigen beheer 2016)
1. Witchcunt
2. Blackhand
3. As the void absorbs all light
4. Eternal smoke cloaks the night
5. March of time
6. Forbanned
7. Solitude
8. Soothsayer
9. Dance of death

Primeval Mass – To empyrean thrones

In de categorie “onbekend maakt onbemind” vinden we deze maand het Griekse Primeval Mass terug. De naam deed hier niet meteen een belletje rinkelen, maar links en rechts hoorde ik positief hoorngeschal. “To empyrean thrones” blijkt na een resem splits en demo’s reeds album nummer drie te zijn en verschijnt op het voor mij eveneens onbekende Katoptron IX Records, een obscuur Grieks underground label. Met Primeval Mass hebben ze wel een klepper in handen want “To empyrean thrones” is namelijk een dijk van een plaat. Onvoorstelbaar eigenlijk dat dit het werk is van slechts één man, genaamd Orth. Vorige releases waren het resultaat van groepswerk, maar nu werd de klus enkel door hem geklaard. Absoluut geen luie Griek dus! “To empyrean thrones” staat voor vijftig minuten vurige Griekse black/thrash razernij. Gord het zwaard, leder en die luchtgitaar maar al om want doorheen de plaat waart meer dan eens een serieuze Absu vibe! Het maniakale opgefokte drumwerk en de speed/thrash metal tsunami zijn hier debet aan. De vlammende riffs aan het begin van “For astral triumphs” en “Their eyes of the abyss”zetten de boel in lichterlaaie en duwen die gebalde vuist ostentatief de lucht in. Of het nu in drie minuten (“Hour of the stellarnaut”), twaalf minuten (“The mansions of night”) of alles daartussenin is, maakt niet veel uit. Het meer epische, slepende en instrumentale “Behind the watching shadows” vormt een welgekomen rustpunt dat mijn hartslag toelaat even terug tot onder 180 te zakken want sinds de eerste noten van “In fiery ascent” schoot die het rooie in. Daarna is het terug hakken en klieven tot op het bot. No mercy!  Hoewel de snelste stukken misschien iets te inwisselbaar zijn, blijft de plaat de volle vijftig minuten boeien. Als Orth beslist om toch eens live te gaan spelen, zou ons eigenste Witch Trail de perfecte opwarmer zijn voor deze heerlijke brok geweld. Ontdekking van de maand!

JOKKE: 83/100

Primeval Mass – To empyrean thrones (Katoptron IX Records 2016)
1. In fiery ascent
2. For astral triumphs
3. Their eyes of the abyss
4. Behind the watching shadows
5. With the emblem of the blackwinged
6. The grand ordeal
7. Hour of the stellarnaut
8. The mansions of night

Witch Trail – Nithera

De jonge wolven van het Antwerpse Witch Trail wisten me live reeds twee maal van mijn sokken te blazen met hun aanstekelijke en opzwepende mix van black metal en thrash. Als je hun debuut “Nithera” vergelijkt met de eerder verschenen digitale singles en EP’s merk je wel dat het thrash element iets naar de achtergrond verdwenen is. Waar de band op het ouder materiaal wel wat weg had van een Aura Noir, neigt de balans nu wat meer door naar de black metal kant, hoewel nog steeds op smaak gebracht met talrijke uitstapjes naar andere genres zoals classic rock of speed metal (de chugga chugga riffs in “The light spells doom”), stoner/sludge (dé riff van de plaat horen we terug op “Night”) en deathrock. Post-black noemen ze het zelf, hoewel ik bij deze term eerder aan bands als Altar Of Plagues of Deafheaven moet denken. Ook ligt het tempo héél af en toe wat lager dan in het verleden, hoewel het trio op haar best is wanneer ze beuken en swingen als een tiet (wat het merendeel van de speeltijd het geval is). Binnen de nummers wordt duchtig geëxperimenteerd met verschillende ritmes en tempo’s (“Altered state” switcht de snelste beats die we op de plaat te horen krijgen af met eerder Amenra-style sludgeriffs en hoemparitmes) en vellenmepper Laurens laat zich dan ook volledig gaan met inventief en effectief drumspel. Tevens wisselt hij het vocale gegeven af met gitarist Jeffrey, wat voor extra dynamiek zorgt. Ook bassist Hendrik laten we niet onvermeld, want zijn duidelijk-in-de-mix-aanwezige bas vormt het perfecte bindmiddel. Chapeau trouwens voor de organische en dynamische sound want er zijn veel platen van grotere bands die een pak slechter klinken. Je hoort tevens een gebeten en bezeten band aan het werk want het spelplezier spat van dit plaatje af. Hoewel “Nithera” aftrapt met een intro genaamd “Hiding”, hoeft Witch Trail zich allerminst te verstoppen of te schamen voor dit debuut. Behalve de korte speelduur (net geen half uur) heb ik hier weinig of niets op aan te merken.  Met “Nithera” op zak moet het deze jongens absoluut lukken een platenfirma te kunnen strikken!

JOKKE: 81/100

Witch Trail – Nithera (Eigen beheer 2015)
1. Hiding
2. Orlok
3. The light spells doom
4. Nithera
5. Night
6. Altered state

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens de laatste paar releases van Dark Funeral met gemak overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel

Drawn Into Descent – Drawn into descent

Het druilerige winterweer dat zich aan de andere kant van mijn al-lang-niet-meer-gewassen ramen voltrekt, wordt binnenshuis versterkt wanneer de intro van het gelijknamige debuut van Drawn Into Descent door de woonkamer knalt. Deze inleiding, bestaande uit een cleane gitaarpartij die zich doorheen donderwolken klieft, zou je verwachten op één of ander melancholisch doom metal album. Nu zitten er wel wat doomy invloeden in de muziek van deze Mechelaars, vermits hier allesbehalve snelheidsrecords verbroken worden, maar de screams doen het totaalplaatje toch eerder richting black metal opschuiven. Echter voor een keer eens niet de hondsdolle satanische variant, maar eerder de atmosferische en dromerige mid-tempo sub-stroming die aangevoerd wordt door een Alcest of Lantlos. Soms met een licht-suïcidaal/depressief sfeertje à la Forgotten Tomb of een Noors aandoende versnelling (“The realm of unbecoming”). Bij het schrijven van de muziek kijkt het kwartet niet op een minuutje meer of minder, want sommige songs flirten met de tien minuten grens. Hierdoor ademen de nummers en krijgen ze volop de kans zich te ontpoppen tot een meeslepend en pakkend geheel, waarbij de gitaarleads (al dan niet met een postrock invalshoek) een prominente rol opeisen in het kippenvel verschijningsproces. De rockende riffs aan het einde van “Gallows” creëren een heuse Agalloch vibe ten tijde van hun meesterwerk “Ashes against the grain”. Het organische warme geluid van de productie draagt bij aan de sfeerschepping en maakt het optimaal genieten met het beklijvende “Pariah” als hoogtepunt van de plaat. Puik debuut!

JOKKE: 80/100

Drawn Into Descent – Drawn into descent (Immortal Frost Productions 2015)
1. Prelude
2. Elude
3. Solitude
4. The realm of unbecoming
5. Pariah
6. Gallows

Naðra – Allir vegir til glötunar

De beste frieten komen uit België, de beste olijfolie uit Italië en de beste black metal lijkt de laatste tijd uit IJsland te komen. Misþyrming was ongetwijfeld de sensatie van 2015 en ook binnen Naðra spelen deze vier jonkies een belangrijke rol. De band werd oorspronkelijk opgericht door gitarist Tómas Ísdal (Carpe Noctem, Misþyrming en O) en schreeuwlelijk Örlygur Sigurðarson (Mannveira, O, ex-Abacination, ex-Dysthymia) waarna ze de demo “Eitur” opnamen die meteen een vulkaanafdruk in het black metal landschap naliet. Daar de band ook live potten wou gaan breken (ze staan onder andere op Roadburn) werd de line-up verder aangevuld met gitarist Dagur Gonzales (Misþyrming-mastermind, O, Martröð en het lichtjes fantastische Skáphe), bassist Gústaf Evensen (Misþyrming, Urhrak) en drumbeer Helgi Rafn Hróðmarsson (Misþyrming, Carpe Noctem). Wie de algebra doet, ziet al snel dat Naðra = Misþyrming + andere zanger. Het bestaansrecht van Naðra wordt echter meer dan gerechtvaardigd want, behalve in de heropgenomen demosong “Fjallið”, klinkt de band allesbehalve als een doorslagje van onze favoriete IJslanders. Deze openingssong wordt gekenmerkt door een op-het-randje-van-het-vals-zijnde gitaarsolo die meteen van wal steekt en hierdoor wat met het licht chaotische karakter van Misþyrming lijkt te flirten. In “Sál” en het veertien minuten durende “Falið” wordt het tempo teruggeschroefd en wordt de licht melodische black metal meermaals ondersteund door een subtiele nevellaag aan heroïsche cleane zang. De geest van de oude Noorse goden waart dan ook voortdurend rond in deze meer epische songs. De klassieke intro van “Sár” zet je welgeteld twaalf seconden op het verkeerde been, want meteen daarna gaat het er terug wat heftiger aan toe en perst frontman Örlygur Sigurðarson heel wat verschillende keelklanken uit zijn strot. Een sample waar ik geen jota van versta maakt een einde aan deze knappe song. Ook in hekkensluiter “Fallið” verkeert de band in topconditie want akoestische passages en heroïek gaan hand-in-hand met verpulverende black metal en een lange slepende gitaarsolo die de finale inluidt. In net geen veertig minuten worden vijf paden bewandeld die je de complete vernieling inleiden (weet je ook meteen waar de IJslandse titel voor staat). Ze flikken het weer daar in IJsland! Lees ik bovendien eerder deze week dat geen enkele jongere daar in God lijkt te geloven. Mijn verhuisdozen staan gereed.

JOKKE: 89/100

Naðra – Allir vegir til glötunar (Vánagandr / Fallen Empire / Signal Rex 2016)
1. Fjallið
2. Sál
3. Falið
4. Sár
5. Fallið