Maand: mei 2016

Wederganger/Laster – Split

Met deze zwoele temperaturen zou een banana split er wel ingaan. Omdat ik echter wat vakantiekilo’s wil kwijt geraken, opteer ik voor een andere split, eentje waarbij twee Nederlandse black metal acts de handen in mekaar slaan. Op kant A treffen we het Gelderse Wederganger aan met een song die op net geen kwartier afklokt en hierdoor meer ruimte laat voor uitgesponnen, instrumentale passages in vergelijking met het werk dat op het vorig jaar verschenen “Halfvergaan ontwaakt” te horen viel. Nu moet ik zeggen dat ik Wederganger beter vind klinken wanneer ze meer to the point tewerk gaan. Aan het begin van de song is het smullen van de afwisselende vocale strijd tussen woordenkrijser Botmuyl en de meer plechtige zang van Alfschijn, maar daarna maakt het gekende receptuur plaats voor een nietszeggende terughoudende passage, die de vaart uit het nummer haalt en plots een langgerekt middenstuk inluidt waarin de band de atmosferische hipster black tour opgaat. Ik hoop dat het bij een experiment blijft want Wederganger is een band die middels één langspeler echt wel reeds een eigen smoelwerk heeft weten te ontwikkelen dat hen beter afgaat. Door de aanpak van dit “Klaroenen van de dood” past het nummer wel goed bij “Vederlicht verraad”, de Laster song die zeventien minuten van kant B opeist. Het uit Utrecht afkomstige, achter artistieke maskers verscholen trio voelt zich meer als een vis in het atmosferische black metal water, hoewel ook zij niet de volledige rit boeiend kunnen houden. Wel blinken beide bands uit in het neerpennen van prozaïsche Nederlandstalige teksten en omdat deze in het geval van Laster een pak minder verstaanbaar zijn wil ik u volgende veelzeggende tekstregels niet onthouden: “Zij tekent cirkels in de sneeuw; kundig en volgens oude wijs. Zij vindt ze niet zo schoon als vroeger. Traag, niet gestaag, bewerk ik hier het ijs.”

JOKKE: 75/100 (Wederganger: 71/100 – Laster: 79/100)

Wederganger/Laster – Split (Vàn Records 2016)
1. Wederganger – Klaroenen van de dood
2. Laster – Vederlicht verraad

Katatonia – The fall of hearts

Oneindig veel respect voor de heren Anders “Blakkheim” Nyström en Jonas Renkse, het duo dat reeds vijfentwintig jaar lang het kloppend hart en vaste kern van de “Zweedse heersers van de melancholie” Katatonia vormt. Het is immers niet elke band gegeven om met je elfde volwaardige langspeler (nog steeds) een dijk van een plaat af te leveren. De vraag is of dit een nieuw ijkpunt in hun discografie gaat worden net zoals de platen “Brave murder day” uit 1996 en “The great cold distance” uit 2006? Die eerste vormde het hoogtepunt uit de doom/death periode van de band, terwijl de andere het absolute meesterwerk is dat werd afgeleverd met de klassieke bezetting van de band met, naast de reeds eerder genoemde heren, ook de broertjes Norrman en drummer Daniel Liljekvist in de line-up. Na dit album werd de band geconfronteerd met het vertrek van enkele leden en had voornamelijk meneer Blakkheim last van een writers block. Met “Dead end kings” uit 2012 werd dan ook het minste album uit de carrière van de Zweden afgeleverd. Het kwintet probeerde hier té progressief uit de hoek te komen en er stond best een aantal zaaddodende songs op de plaat. Vervolgens deden ook my personal drum hero Daniel Liljekvist en gitarist Per “Sodo” Eriksson een stapje terug waardoor Anders en Jonas voortaan enkel nog met Sodo op de planken staan als ze van jetje geven met Bloodbath. Ik hoopte uit de grond van mijn hart dat de band niet nóg verder het progressieve pad zou bewandelen of – indien dit toch het geval zou zijn – de songs terug overtuigender zouden zijn. Welnu, inspiratie was er duidelijk voldoende tijdens het schrijfproces van “The fall of hearts”, want zelfs zonder de bonus tracks klokken de twaalf songs af op zevenenzestig minuten pure melancholie en pakkendheid. Bovendien staan er een vijftal songs op de tracklist die de zesminutengrens overschrijden, iets wat we de laatste vijftien jaar niet meer van hen gewend waren. Hoewel alle songs duidelijk de gekende Katatonia kwaliteitsstempel dragen en er links of rechts wel al eens een eigen oude melodie of zanglijn gerecycleerd worden, werd er wel voor voldoende afwisseling gezorgd waardoor de plaat geen seconde verveelt. De sound zit bovendien volgepropt met allerhande zangeffecten, ambientlagen, biepjes en bliepjes, percussie, akoestische gitaren, piano, keyboards, orgels en strijkers waardoor een erg rijk universum ontstaat dat de songs verdere inkleuring verschaft (denk nu echter niet met van die tenenkrommende symfonische metal te maken te hebben). In opener “Takeover” zorgen de postrockgitaren meteen voor een eerste portie kippenvel. Naast progressiever (maar niet geforceerd klinkend) werk zoals “Residual” of het afsluitende “Passer” staat er ook een aantal vlotter in het gehoor liggende nummers met pakkende melodie op het album (o.a. “Serein”, “Old heart falls” en “Last song before the fade”). In “Decima”, het Keltisch aandoende “Pale flag” en het mij-keer-op-keer-in-een-gelukzalige-state-of-mind-vervoerende “Shifts” wordt wat gas terug genomen, maar de groovende dubbele basdrums en zware gitaren in “Sanction”, “Serac” en “The night subscriber” bewijzen dat Katatonia toch nog steeds als metal band gecategoriseerd mag worden. Nieuwbakken drummer Daniel Moilanen (o.a. ex-Engel) laat zien een waardige (en eigenlijk nóg straffere) opvolger te zijn van de andere Daniel en timmert elk gaatje dicht met creatieve fill ins en avontuurlijk drumwerk. Gitarist Roger Öjersson (ex-Tiamat) vervoegde de band net te laat om nog actief aan het schrijfproces deel te nemen maar leverde toch nog enkele gitaarsolo’s aan op de opener, afsluiter en “Serac”. Tip: probeer de prachtig vormgegeven boxset te bemachtigen, dé enige manier om ook aan drie van de vier bonus tracks te geraken. Enkel de Judas Priest cover “Night comes down”, die exclusief voor de Jappen werd gereserveerd, ontbreek je dan. Zoals we van Katatonia gewend zijn, zitten tussen hun bonussongs of B-kantjes ook regelmatig regelrechte pareltjes, zoals deze keer het geval is met het in het Zweeds gezongen (primeur!) licht electronische “Vakaren”, iets wat van mijn part in de toekomst nog meer mag gebeuren, want hoe cool klinkt die taal niet?! Jonas zingt trouwens op de hele plaat weer de pannen van het dak; wat een innemende stem heeft die man toch. Kortom: na de tegenvallende voorganger is “The fall of hearts” een erg geïnspireerd en afwisselend album geworden waar ik zelfs tijdens de tiende luisterbeurt nog met open mond naar zit te luisteren! Gaat dit het nieuwe ijkpunt uit Katatonia’s progressieve periode worden of zouden ze dit album nog weten te overklassen in de toekomst?

JOKKE: 95/100

Katatonia – The fall of hearts (Peaceville Records 2016)
1. Takeover
2. Serein
3. Old heart falls
4. Decima
5. Sanction
6. Residual
7. Serac
8. Last song before the fade
9. Shifts
10. The night subscriber
11. Pale flag
12. Passer
13. Vakaren (bonus)
14. Sistere (bonus)
15. Wide awake in quietus (bonus)

Gevurah – Hallelujah

Na twee uitstekende demo’s en een EP (zie addergebroed archief) was de tijd rijp voor het duo Gevurah, waarachter de heerschappen A.L. en X.T. schuilgaan, om hun muzikale visie middels een eerste langspeler met de mensheid te delen. Het woordje “lang” slaat hier duidelijk nagels door de pols van onze lieveheer, want hoewel er “slechts” zeven songs op het volwaardige debuut prijken, beslaat het blasfemische geheel wel een speelduur die het uur overschrijdt. Hoewel het hier een Canadese band betreft, werd de Franse school als duidelijke blauwdruk genomen voor deze heftige portie black/death metal. De incorporatie van orthodoxe elementen zoals koorzang en sacrale tussenstukjes ademt Deathspell Omega uit, maar ook fransozenbands Aosoth en Hell Militia en oude Zweedse Watain gelden als voedingsbodem. De naamgeving van de derde track werd zelfs in de taal van de liefde gedoopt. Verschil met eerdere releases is dat de sound wat woester en ruwer werd gehouden – met een zwaar rammelende basgitaar en laag klinkende snare drum waardoor het samenspel met momenten niet altijd even strak lijkt – wat een bestial war metal randje aan het geheel voorziet. De ruwe, hese vocalen vind ik op deze plaat eentoniger dan in hun vorig werk, waardoor het instrumentale “Lifting the veils of Da’at” voor een welgekomen afwisseling zorgt. Middels akoestische gitaren en ingetogen percussie wordt de spanning langzaamaan opgebouwd maar een echte climax blijft uit in deze song. De slag op de wang neemt het daaropvolgende “Temple without form” op zich, maar het is in “Dies irae – Lacrimosa” dat we snijdend riffwerk voorgeschoteld krijgen dat het meest blijft hangen. Op de “Dialogue of broken stars” EP experimenteerde het duo met donkere ambient, maar daar zijn op “Hallelujah” amper sporen van terug te vinden. De afsluitende monoliet “הַלְּלוּיָהּ” (Hebreeuws voor de titel van de plaat) flirt met de twintig minuten grens en bevat halverwege de godslasterende razernij een plechtig en eerbiedig klinkend intermezzo dat opgetrokken is uit Latijnse kerkzang en orgelklanken, waarna een beklijvende apotheose wordt ingezet. De twee laatste nummers overtuigen het meest en nemen de helft van de totale speelduur voor zich, maar over de gehele lengte bekeken, blijf ik wat op mijn honger zitten en had ik meer verwacht van dit “Hallelujah”. Volgende keer graag iets meer memorabele riffs en afwisseling in de ruwe vocale invulling graag. De orthodoxe black metal vijver barst ondertussen uit zijn voegen en er zijn voldoende bands die het nét dat tikkeltje interessanter weten te houden.

JOKKE: 79/100

Gevurah – Hallelujah (Profound Lore 2016)
1. The fire dwelling within
2. Cosmic putrefaction
3. Un feu indomptable
4. Lifting the veils of Da’at
5. Temple without form
6. Dies irae – Lacrimosa
7. הַלְּלוּיָהּ

Glorior Belli – Sundown (The flock that welcomes)

Ten tijde van “Manifesting the raging beast” en “Meet us at the southern sign” wist Glorior Belli me als geen ander te bekoren. Hun orthodoxe black metal verkondigd door een zeer grimmige Infestvvs kende zijn gelijke niet. Ontelbare keren stonden deze platen op! De platen nadien konden me al een pak minder bekoren. Gelukkig worden de southern rock invloeden deze keer achterwege gelaten en komt Glorior Belli opzetten met een erg sterk “Sundown (The flock that welcomes)“. Infestvvs weet echt wel hoe hij nummers moet componeren. Dat staat buiten kijf. Glorior Belli weet als vanouds sublieme melodieën te combineren met haakse afwisselingen en uiterst catchy riffs. Deze nummers gaan er in als pap. Ogenblikkelijke voldoening! “Thrall of illusions” is een schoolvoorbeeld van hoe de nieuwe Glorior Belli klinkt: heerlijk dissonant beginnen, overschakelen naar een pakkende riff in een hogere versnelling en nadien weer enorm swingend, als deze term gebruikt mag worden in black metal middens. Meer dan ooit wordt het gaspedaal ingeduwd op “Sundown (The flock that welcomes)“. De nummers passeren aan een verschroeiend tempo. Meerdere malen doet het werk me denken aan een betere versie van Sargeist, je weet wel; wél geïnspireerd en muzikaal tientallen stappen hoger. Het zijn dan ook de hese en diepe screams van Infestvvs die de kerst op de taart vormen, daar zijn stem herkenbaar is uit de duizend en het allemaal net dat tikje gemener laat klinken. Het heeft eigenlijk geen zin enkele nummers apart toe te lichten, want er zijn geen zwakke punten te vinden. Of toch, maar dan niet op muzikaal vlak. Iets stoort me aan de drums – wie ze ook ingespeeld moge hebben – al valt niet goed te plaatsen wat er juist schort. Soms lijkt het of de hi-hats en rides te fel gegate zijn en vallen ze haast helemaal weg. Maar laat dat geen belemmering zijn, “Sundown (The flock that welcomes)” is een knap schijfje! Glorior Belli is back! Flp: 89/100

Glorior Belli – Sundown (The flock that welcomes) (Agonia 2016)
1. Lies-strangled skies
2. World so spurious
3. Rebels in disguise
4. Thrall of illusions
5. Sundown (the flock that welcomes)
6. Satanists out of cosmic jail
7. Upheaval in chaos waters
8. We whose glory was despised

Schammasch – Triangle

Eén album uitbrengen is al een hele klus. Schammaschs voorganger “Contradiction” was een dubbelaar, maar “Triangle” bevat zelfs 3 platen, waarvan elk exact 33:33 minuten duurt. Het is ook nog eens het 3de album van Schammasch. Het artwork is fantastisch en de duistere, kunstzinnige fotografie is van onmiskenbaar hoog niveau. Origineel! Even origineel is de aanduiding voor elk luik dat bestaat uit een zijde van de driehoek en is gekenmerkt door een bijhorende mandala. In het toegevoegd boekje staan alle mandala’s mooi over elkaar gedrukt, zodat ze een coherent geheel vormen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de muziek of de hoogstaande teksten. Maar als je dit al kunt voorleggen, dan heb je niet een armlengte voorsprong op de doorsnee black metalband, maar eerder de gehele bevolking van Botswana op elkaar gestapeld. Schammasch versus de rest van de wereld: 1-0. Uiteraard is dat iets wat Chris zijn Schammasch tot in de perfectie beheerst. “Crepusculum” zet alles in gang op een erg atonale wijze alvorens over te gaan in het duistere “Father’s breath“. Nog steeds hoor je dat de hoofdingrediënten komen van Secrets of the Moon en Deathspell Omega. De eerste is slappe pap geworden en de laatste staat al even levenloos langs de zijlijn te kijken. Schammasch mag terecht een stapje hoger op de ladder staan. Schammasch versus de rest van de wereld: 2-0. Ook het tempo gaat regelmatig een stapje hoger. “In dialogue with death” hamert als een machinegeweer door de speakers. Een gevoel dat wederkeert op “Awakening from the dream of life“. Toch heeft Schammasch het vooral van zijn trage en sfeervolle passages, dankzij her en der wat achtergrondgeluiden, percussie en een meervoud aan gitaarlagen en -effecten. Maar de hoofdrol is echter weggelegd voor het invullen van de zang. Chris heeft een diep klinkende demonische schreeuw, maar laat het hele scala aan geroep, gepraat en gezang passeren; volle koren, hese gastzang, soms haast Gojira-achtig geschreeuw en een wonderschoon pallet aan zware zuivere zang, zoals in “Metanoia“, komende van het 2de luik. Ik was trouwens op zoek naar het verschil tussen beide luiken, maar het is niet zo dat het 1ste deel sneller – of het tweede deel duisterder zou zijn. Er is in feite geen stijlbreuk waar te nemen. “The world destroyed by water” start erg duister en introvert, maar vervolgens duiken alle elementen op van het vorige deel, incluis het heerlijke tribal gedrum in “Satori“. Beide delen zijn kwalitatief even sterk en nergens, maar ook nergens krijg ik het gevoel een opvuller te moeten aanhoren. Het 3de luik, “The supernal clear light of the void” is wel wezenlijk anders. Het kan je duidelijk spreken van een stijlbreuk. De 5 tracks vloeien mooi over in elkaar en brengen een sfeervol ambient, bij wijlen neo-folk aandoend geheel. Elektrische gitaren en drums worden achterwege gelaten (tenzij in “The empyrean“), maar percussie brengt regelmatig wat schwung. Tevens zorgen enkele duistere Oosterse toonladers voor heel wat variatie. Dit lekker sfeervol luik is een echte meerwaarde na het uur totale duisternis van voorgaande delen. “What else will you see, by gazing into the reflection of your own countenance on the water’s surface, than a thousand empty eyes from a thousand empty faces of a thousand empty selfs, mirroring a thousand empty lifes?” Schammasch versus de rest van de wereld: 3 (hoe kan het anders)-0. Meesterwerk! Flp: 95/100

Schammasch – Triangle (Prosthetic Records 2016)
A: The process of dying
1. Crepusculum
2. Father’s breath
3. In dialogue with death
4. Diluculum
5. Consensus
6. Awakening from the dream of life

B: Metaflesh
1. The world destroyed by water
2. Satori
3. Metanoia
4. Above the stars of God
5. Conclusion

C: The supernal clear light of the void
1. The third ray of light
2. Catharitic confession
3. Jacob’s dream
4. Maelstrom
5. The empyrean

Psychonaut – Contrast en variatie zijn de pilaren van onze band

Het hardwerkende Mechelse trio Psychonaut is een band die het gaat maken, mark my words! Middels overtuigende live shows breiden ze hun fanbase gestaag uit. Met de release van hun steengoede tweede EP in het nakende vooruitzicht, wisselde ik even van gedachten met drumtalent Peter le Page. (JOKKE)

Psychonaut.jpg

(c) Sam Coussens

Hey mannen! Alvast proficiat met jullie nieuwe EP “Ferocious Fellowman”! Stiekem had ik wel gehoopt op een volwaardig album. Vanwaar de keuze om opnieuw voor een EP te gaan?
Vorige zomer hebben we alle drie onze verwachtingen voor de toekomst opgelijst. We zijn toen unaniem overeengekomen dat het tijd werd om geboorte te geven aan een opvolger voor “24 trips around the sun”. We hadden een zevental nieuwe nummers staan waarvan we tevreden waren en waarin we een duidelijke rode raad zagen. Er werd inderdaad aanvankelijk gespeeld met het idee om een full CD uit te brengen, maar na overleg vonden we het meer respectvol tegenover onze nummers om nog even bescheiden te blijven en voor een kortere EP te gaan. De knoop werd toen doorgehakt om vier nummers, die het beste samenhingen, te bundelen als het tweede deel van onze bibliotheek. We zijn heel streng voor onszelf en willen geen compromissen maken om “minder goede” nummers uit te brengen. Een nieuwe EP leek ons daarom de verstandigste keuze. Maar een eerste Psychonaut full CD zou er wel eens sneller aan kunnen komen dan je denkt.

Op het nieuwe werk laten jullie horen als band gegroeid te zijn in het songschrijven. Hoewel er best wel wat gebeurt binnen één song werd duidelijk over een goede flow gewaakt. Tevens zijn de nummers iets gebalder wat dan misschien wat ten nadele van de psychedelische instrumentale stukken gaat. Hoe zien jullie dit?
De idee achter deze vier nummers was om te schrijven in functie van onze live setlist. We waren best tevreden over onze shows maar wilden ons uitdagen om de set gevarieerder en interessanter te maken. Aangezien onze vorige EP vier nummers bevatte die heel psychedelisch en zweverig waren, leek het ons alleen maar logisch om te kijken hoe we deze nummers zouden kunnen aanvullen met iets meer rechtlijnige, to-the-point nummers. Via die filosofie is onze sound geëvolueerd en heeft deze een vernieuwende gedaante aangenomen. Het leek ons tenslotte niet nodig om een tweede “Psychedelic mammoth” of “Mantra” te schrijven, aangezien die nummers voor ons perfect zijn en om die reden niet uitgemolken dienen te worden. Contrast en variatie zijn de pilaren van onze band, vandaar deze evolutie.

Hoe komt een song tot stand bij Psychonaut? Is er één welbepaalde succesformule of durft de aanpak al eens verschillen van song tot song?
Dat varieert inderdaad per song maar in negen van de tien gevallen schrijven Stefan of Thomas eerst een basisriff of basisidee voor een nummer. Daarna zoeken we met zijn drieën naar een passende structuur en gaan we kijken hoe we dit tot een nummer kunnen kneden dat aansluit bij de rest van de setlist. Dit proces gebeurt via repetities, jams en avonden onder ons drie. Wanneer we het gevoel hebben dit doel bereikt te hebben, testen we het nieuwe nummer live om te zien wat voor effect het geeft op een podium. Tenslotte hakken we de knoop door of het nummer waardig genoeg is om op plaat te komen.

Het valt me ook op dat het aandeel cleane zang steeds groter lijkt te worden. Bewuste keuze naar een grotere toegankelijkheid van de band of denken jullie niet in termen van commercieel succes, toegankelijkheid en een breder publiek?
Daar houden we in alle eerlijkheid geen rekening mee. We houden van onze fans en we houden ervan om voor grote groepen mensen te spelen maar de gedaante van onze muziek zal nooit beïnvloed worden door de mening van anderen buiten de band. Zoals reeds gezegd, is het grotere aandeel van cleane zang een manier om meer contrast te creëren in onze muziek. Als er alleen maar geschreeuwd wordt, verliest de schreeuw van Stefan zijn waarde omdat die niet gebalanceerd wordt met de heldere stem van Thomas.

Voor de opnames kozen jullie te werken met Frank Rotthier. Wat hebben jullie uit die eerste samenwerking geleerd of anders aangepakt?
Het opnemen met Frank was een goede ervaring. Frank is iemand die heel geëngageerd is in de muziek en haast geobsedeerd is door zijn vak. Hij kon zich heel goed verplaatsen in de sfeer die we wilden creëren en heeft ons vervolgens ook zo doen klinken. We hebben zijn advies opgevolgd om de nummers live te tracken en er daarna extra lagen zang en gitaar over te gieten. Het effect hiervan is dat de live sfeer meer voelbaar is op de plaat en dat men zo meer het gevoel krijgt op een optreden te zijn in plaats van naar een opname te luisteren.

Psychonaut is als band héél actief in het live circuit. Het kwam ook wel meer dan eens voor dat jullie twee concerten op dezelfde avond speelden. Het siert jullie dat jullie alles uit de band willen lijken te halen, maar loert het risico ook niet om de hoek om jullie als band “kapot” te spelen of dat het publiek jullie beu zal geraken?
Onszelf kapotspelen is iets waar we ons geen zorgen over maken. We spelen inderdaad soms meerdere shows op een dag maar tot hiertoe hebben we daarna altijd de nodige tijd ingepland om uit te rusten en te recupereren. Tijdens periodes waarin we veel shows op korte tijd hebben, geraken we tevens in een soort bioritme waarin het heel natuurlijk aanvoelt om veel te spelen en we er eigenlijk geen fysieke klachten door krijgen. De adrenaline en het plezier overstijgen dit. We proberen vanaf heden onze shows wel zo veel mogelijk te verspreiden over verschillende steden en provincies om te vermijden dat we in herhaling vallen.

Misschien een vreemde vraag voor een vrij jonge band maar op welk moment ga je kunnen zeggen: “Nu is het welletjes geweest en kunnen we fier zijn op wat we met Psychonaut bereikt hebben.” Met andere woorden: wat staat er zoal op jullie bucket list?
Specifieke zalen of festivals staan niet echt op onze lijst. De visie is wel duidelijk: een zo groot mogelijk bereik halen met onze muziek en mensen inspireren. Iets brengen dat mensen niet herkennen als ‘een kopie van’. Onlangs waren we nog aan het lachen dat ons genre eigenlijk gewoon ‘Psychonaut’ zou moeten zijn. Laat dat voor zichzelf spreken wat betreft onze ambities.

Komende zondag staat jullie releaseshow in Trix op stapel. Ik kan er spijtig genoeg niet bij zijn. Zeg eens: wat ga ik missen?
Veel! Het wordt een avond met optredens van drie goeie bands. De lont wordt aangestoken door het Antwerpse Throatsnapper. Vervolgens zullen onze broeders van het Mechelse Pothamus het publiek overweldigen met hun psychedelische shoegaze/sludge. Daarna willen we met onze show een totaalervaring neerpoten met een lichtshow, visuele projecties en soundscapes. Een vernieuwd concept dat we vanaf dan zo vaak als mogelijk meenemen op de volgende shows. Tussen de optredens door zullen ook Johannes Genard (School is Cool) en Brutus platen draaien. Na onze show sluiten zij trouwens ook af met een afterparty. We kijken er enorm naar uit om onze nieuwe creatie los te laten op het publiek en transformeren graag samen met jullie de Trix Bar tot een psychedelische habitat.

 

Bossk – Drijvend door de ruimte

Na enkele jaren op inactief te staan is Bossk terug met “Audio noir“. Een beresterk album dat ergens het midden houdt tussen post-rock, stoner en progressieve metal. Bossk mikt dan ook op een internationaal publiek, aldus bassist Tom Begley. De beste man is een aardig druk baasje en heeft dan ook het een en het ander te vertellen over zijn passie. Al is hij wel wat kort van stof. Flp

bossk

Audio noir” is het eerste full album van Bossk, maar jullie hebben al een aardige reputatie opgebouwd. Zeg eens, wat heb ik gemist om het plaatje te snappen.
We tourden erg veel toen we startten. We kwamen van een erg kleine doom scene en er waren haast geen genregelijke bands om samen mee te spelen. Daarom begonnen we ook te spelen met hardcore en metalcore bands. Dit draaide goed uit en zo kwamen we te staan voor een groter publiek en andere bands in onze scene.

Eerst was ik niet zo onder de indruk van jullie artwork. Maar nu vind ik de heldere kleuren echt fantastisch. Bossk zingt niet vaak en teksten zijn ook niet toegevoegd. Het is me niet erg duidelijk wat het verhaal is achter het artwork en de titels.
We wilden de eerste 3 releases samenbinden voor dit nieuwe record. We waren erg te spreken over de iconisch ogende fotografische elementen van de eerste albums. “Audio noir” is begonnen als een concept over oneindig drijven doorheen de ruimte. Maar we willen dat mensen onze muziek en teksten interpreteren zoals ze willen. Alles heeft een diepere betekenis als je maar goed genoeg kijkt.

In mijn review zag ik “Audio noir” als een soort mix tussen GY! BE, The Ocean en Cult of Luna. Ik durf zelfs te beweren dat Bossk avontuurlijker en meer gevarieerd is dan een Cult of Luna. Je weet toch dat jullie een dijk van een album hebt gemaakt?
Bedankt. We zijn erg blij hoe het album uitgedraaid is. We wilden zoveel mogelijke gebieden te bestrijken, zonder al te veel af te wijken van onze initiële sound. Sommige stukken waren al lang geleden geschreven. Zo is “Nadir” een ongebruikt idee uit 2006. Het creatieve proces was dit maal erg vreemd, vergeleken met hoe we in het verleden werkten. Heel wat ideeën werden heen en weer gestuurd om aan demo’s en melodieën te werken.

Jullie broodheer Deathwish is een Amerikaans label. Er zijn voldoende mogelijkheden om de Europese markt aan te boren? Labels zoals Neurot en Southern Lord zijn dan wel legendarisch, hun Europees netwerk kan beter.
Samenwerken met Deathwish is geweldig, daar we nog nooit eerder een echt stevig label ons hadden staan. We willen geen Europese bad zijn. De idee is om ze ver mogelijk te geraken voorbij Europa. Een label, dat vooral is gesitueerd in de Verenigde Staten, gaat alleen maar helpen om onze fanbase ginds uit te breiden.

Volgens Metal Archives is de band helemaal opgedoekt in 2008 om met exact dezelfde line up terug te komen in 2012. Wat is het verhaal achter deze diepvriesactie?
Dat klopt. We kwamen terug samen om de “Maida Vale” sessie te spelen voor Dan P. Carter. We schreven een nieuwe song en beleefden er echt veel plezier aan! Het voelde goed aan om weer live te spelen. We zijn dan ook altijd goede vrienden gebleven. De bands is heeft zich nooit beter gevoeld dan momenteel, en het zal alleen nog maar beter worden.

Hoe staan jullie tegenwoordig tegenover live shows, want Bossk speelt niet erg veel.
We werken allen voltijds, dus dat beperkt al heel wat mogelijkheden. Maar we vinden dan we ons moeten focussen op de shows die we echt willen spelen, in plaats van diegene waarvan we denken dat het misschien moet. We willen niet enkel spelen om te spelen. We proberen wat meer selectief te zijn.

…al heb ik een Belgische show gezien, samen met All Pigs Must Die. Het is een stukje van een nader vrij te geven tour? Wat staat allemaal op het programma?
Momenteel is enkel die show booked. We werken aan meer shows voor juli momenteel. Het is plezant dat we niks hoeven te haasten. De zaken zijn natuurlijk gegroeid en we zijn niet gehaast dat te veranderen.

Een persoonlijke vraag om af te sluiten. Waar haal nog voldoende tijd om je op Bossk te concentreren? Je bent immers tour manager voor grote Amerikaanse bands (tegenwoordig Monster Truck en eerder Converge). Ik veronderstel dat je elk jaar toch geruime tijd in de States verblijft.
Het is best wel moeilijk inderdaad. Maar voor mijn job is het een goede vaardigheid meer dan één ding tezamen te kunnen doen. Ik ben erg trots op mijn bands en het is de extra stress en tijdsbesteding zeker waard.

Tot in Antwerpen!