Maand: juni 2016

With The End In Mind – Unraveling; arising

With The End In Mind wist me in 2013 danig te overtuigen met hun “Thresholder” EP. Nadien verdween de band – nou ja, Alexander Roland Freilich is het brein achter With The End In Mind en laat zich op plaat telkens bijstaan door enkele sessiemuzikanten – van mijn radar om nu plots uit de donkere dichtbegroeide bossen van Olympia terug op te duiken met een debuut, getiteld “Unraveling; arising”. Wie “Olympia” leest en weet dat deze band atmosferische black metal speelt zal al snel Wolves In The Throne Room als referentiepunt aanhalen. En dat is niet meer dan normaal want With The End In Mind wordt overduidelijk beïnvloed door hun heersende streekgenoten die eindelijk ook terug uit hun winterslaap ontwaakt lijken te zijn. Er vallen heel wat rustpunten te bespeuren tussen de snelle en woeste black metal uithalen, die vorm gegeven worden middels cleane gitaren, cleane zang (zowel mannelijke als vrouwelijke vocalen), keyboards en viool. De mistige keyboardgordijnen zijn misschien net iets té prominent aanwezig, hoewel er bij de mix duidelijk rekening mee werd gehouden om ze naar de achtergrond te sturen wanneer Noors aandoende gitaarmelodieën de aandacht van de luisteraar opeisen. Met een gemiddelde speelduur van twaalf minuten per song (de titeltrack even buiten beschouwing gelaten) wordt danig de tijd genomen om een spanningsboog te creëren en naar catharsische hoogtepunten toe te werken. De eerste paar luisterbeurten lijkt er niets wereldschokkend te gebeuren, maar eenmaal je de plaat wat aandachtiger beluistert en de tijd geeft om op je te laten inwerken, ontplooit er zich een wonderbaarlijk natuurfenomeen: de repetitieve snelle stukken voelen als een verfrissende stortbui die de hemel doet open barsten na een lange hiking tocht doorheen mysterieuze wouden wanneer je op de top van een berg van majestueuze panorama’s aan het genieten bent. Je adem begint te stokken en je hartslag neemt toe, wanneer de druppels op je blote huid vallen. Ik verkies de metalen erupties boven de sfeer scheppende rustigere passages, hoewel het afsluitende “Wheeling, endlessly wheeling” met feeërieke zang van Caitlin Fate absoluut weet te overtuigen. Donderende doomuithalen en postrock-achtige gitaarscreams luiden deze song in, maar wanneer je de uppercut verwacht zuigt Caitlin de aandacht naar haar toe om je even later, ondersteund door plechtig maar sereen vioolspel, in vervoering te brengen. De folky ondertoon doet wat aan SubRosa denken. Na zeven en een halve minuut is er dan die laatste zwartgeblakerde pandoering die je bij je nekvel grijpt en waar ook een Altar Of Plagues vanachter een boom komt loeren. Wat een song! Hoor ik hier trouwens ook subtiel hoorngeschal? In afwachting van nieuw plaatwerk van Wolves In The Throne Room ga je met dit debuut van With The End In Mind enkele leuke uurtjes kunnen doorbrengen. Schandalig dat er nog geen enkel platenlabel haar schouders onder deze band gezet heeft.

JOKKE: 84/100

With The End In Mind – Unraveling; arising (Eigen beheer 2016)
1. Sings the sky
2. Anguish symmetry
3. Unraveling; arising
4. From the true source
5. Wheeling, endlessly wheeling

 

 

 

Forteresse – Thèmes pour la rébellion

Het Canadese Sepulchral Productions is een draaischijf in hun vaderlandse (ambient) black metal scene. Nagenoeg alle noemenswaardige Canadese bands die in dit genre operationeel zijn, vinden er onderdak: Gris, Monarque, Sombre Forêts, Neige et Noirceur en mijn persoonlijke favoriet Forteresse. Met een vijfde volwaardige langspeler in tien jaar tijd kan je deze band onmogelijk van enige luiheid beschuldigen. Na de oorlogssample zet “Aube de 1837” meteen de fik erin (net zoals de huisjes op het overigens lelijke hoesontwerp). Het tempo op het nagelnieuwe “Thèmes pour la rébellion” heeft zelden zo verschroeiend hoog gelegen en op productioneel vlak heeft het kwartet nog nooit zo goed geklonken. Daar zit de productie van de Necromorbus Studio natuurlijk voor iets tussen, hoewel deze plaat absoluut niet het reeds gekende geluid laat horen dat je verwacht wanneer je met je band bij knoppentovenaar Tore Stjerna gaat bivakkeren. Voor ambient keyboardwaas is er minder plaats op deze plaat, maar je krijgt er overuren kloppende epische en melodische grandeurgitaarlijnen en bijna non-stop razende rechttoe rechtaan artilleriedrums voor in de plaats. De droogkorrelige vocale rasp van frontman Athros heeft wat weg van Nag (Tsjuder) en ook tijdens meer rockende passages moet ik wel eens aan dit Noors trio denken. Hoewel het geluid gestoeld is op de Noorse klanken die ons zwartgeblakerde hart eind jaren negentig harder deden slaan, eert Forteresse op tekstueel vlak de geschiedenis en het culturele erfgoed van Quebec. Een blik op enkele songtitels (“Le sang des héros”, “Par la bouche de mes canons”) zegt wat dat betreft genoeg. Hoewel ik het niet zo begrepen heb op nationalisme, gaat het voor zo ver ik weer nergens de foute tour op. Puntje van kritiek is dat de songs door het voortdurend hoge tempo en de immer gierende en scheurende gitaarmelodieën onderling inwisselbaar worden, hoewel het wel genieten geblazen is van de snijdende ijsriffstorm. “Thèmes pour la rébellion” gaat voorlopig de muzikale analen in als het beste wapenfeit van Forteresse.

JOKKE: 82/100

Forteresse – Thèmes pour la rébellion (Sepulchral Productions 2016)
1. Aube de 1837
2. Spectre de la rébellion
3. Là où nous allons
4. Par la bouche de mes canons
5. Le sang des héros
6. Forêt d’automne
7. Vespérales
8. Le dernier voyage

Zhrine – Unortheta

Wie onze reviews van tijd tot tijd volgt, denkt misschien dat Addergebroed steekpenningen van de IJslandse ambassade ontvangt om dit magische land en hun al even magische metalscene te promoten en bewieroken. Het valt echter niet te ontkennen dat er heel wat interessante bands uit de IJslandse warmwaterbronnen naar boven borrelen. Deze keer is het de beurt aan death/black metal band Zhrine, voorheen actief als achtereenvolgens Gone Postal, Unortheta (weet je meteen waar de titel van de plaat vandaan komt), Shrine en tenslotte Zhrine. IJslandse bands staan bekend om het incestueus uitwisselen van bandleden.  Zo ook Zhrine, met in de line-up onder andere gitarist Nökkvi G. Gylfason (Svartidauði) en drummer Stefán A. Stefánsson (ex-Naðra). “Spewing gloom” speelt met zijn verstikkende zwarte atmosfeer overduidelijk leentjebuur bij Nökkvi’s andere band, maar Zhrine tapt grotendeels toch eerder uit een death metal vaatje (“The syringe dance”, “Empire”). De openingsklanken van “Utopian warfare” brengen je op een melancholisch post-rock dwaalspoor om na drieënhalve minuut je trommelvliezen te terroriseren met blastdrums en dissonante gitaarriffs. Nu staat de term “dissonantie” bijna steeds synoniem voor Deathspell Omega en ook bij Zhrine valt de invloed van deze Franse grootmeesters niet te ontkennen. De rustige post-rock invloeden passeren ook later op de plaat nog de revue, en hoewel meestal van korte duur dragen ze bij tot de algehele misantropische sfeerschepping die in de zeven nummers vervat zit. Zanger/gitarist Þorbjörn Steingrímsson perst zowel diepe doodrochels als venijnige screams uit zijn keelgat (waar in beide gevallen geen woord van te verstaan is), maar opvallend is dat hij zijn schuur enkel open trekt wanneer de song dit vraagt. Halverwege de plaat passeert het voor vijfennegentig procent instrumentale “World” waarvan de enige tekstregel “The world’s inborn nature has been lost” het thema van de plaat perfect verwoordt. Op productioneel vlak leunt het geluid naar Svartidauði’s “Flesh cathedral” (hoewel een tikkeltje transparanter) wat niet zo onlogisch blijkt daar producer Stephen Lockhart (Haud Mundus, Rebirth Of Nefast, Sinmara) bij het tot stand komen van beide platen achter de knoppen zat. Hoewel iets gemakkelijker te verteren dan Deathspell Omega en Svartidauði zullen liefhebbers van deze bands met Zhrine ook wel aan hun trekken komen.

JOKKE: 84/100

Zhrine – Unortheta (Season Of Mist 2016)
1. Utopian warfare
2. Spewing gloom
3. The syringe dance
4. World
5. Empire
6. The earth inhaled
7. Unortheta

Wode – Wode

Het Verenigd Koninkrijk verblijde ons de afgelopen jaren middels Winterfylleth en Wodensthrone (RIP) met twee sterke black metal bands die een frisse wind bliezen doorheen de Engelse scene. Met Wode is er opnieuw een sterke en veelbelovende band opgestaan. Alfabetisch gezien bengelen de drie bands wegens hun beginletter ergens achteraan het alfabet, maar qua muzikale kwaliteit nemen ze een plekje in de voorste echelons in. Wode heeft duidelijk haar tijd genomen om die eerste volwaardige langspeler neer te pennen, als je ziet dat hun eerste en enige demo reeds vijf jaar geleden werd uitgebracht. De band serveert ons zes krachtige black metal tracks die samen afklokken op achtenveertig minuten speeltijd en die zonder al te veel overtollige franjes of poespas een terugkeer naar het Scandinavische – er wordt tussen de Noorse en Zweedse school heen en weer gepingpongd – basisgeluid uit de jaren negentig inluiden. Bekijk het als de twee reeds eerder aangehaalde bands minus de heidense invloeden maar met in plaats daarvan subtiele verwijzingen naar de post-black metal van een Altar Of Plagues of de sludge/black van een band als Ultha. De lekker zware productie met grimmige korrel doet deze plaat bovendien alle eer aan! Op het eerste gehoor lijken de songs onderling weinig te verschillen, maar eens de melodieën zich in je oorschelpen nestelen, ontdek je de pracht van dit album. Ook de dynamiek van het album ontplooit zich na meerdere luisterbeurten. Zo gaat “Cloaked in ruin” van start met een lompe doomriff om daarna in galop over te gaan tot raggende black metal geïnjecteerd met Zweedse Dissection melodieën en solo. Het rockende begin van “Spectral sun” tovert een glimlach op mijn gezicht om daarna weer in grimassen te vertrekken wanneer de venijnige black zich van mij heer en meester maakt. Deze eerste van Wode is een echt groeialbum…wat op termijn meestal de beste albums blijken te zijn.

JOKKE: 83/100

Wode – Wode (Broken Limbs Recordings 2016)
1. Death’s edifice
2. Trails of smoke
3. Cloaked in ruin
4. Spectral sun
5. Plagues of insomnia
6. Black belief

Iskandr – Heilig land

Niet alleen het noodweer van de voorbije weken creëerde modderstromen waar het moeilijk aan ontkomen was. Ook de zwartmetalen maalstroom die zich van bij onze noorderburen een weg baant doorheen de Lage Landen, maakt de nodige slachtoffers. Zandzakjes zijn niet opgewassen tegen deze – als het ware – NWODBM. In de diepste krochten van hun enerzijds vruchtbare, anderzijds verrotte ondergrond schuilt het Haeresis Noviomagi label dat in alle obscuriteit enkele interessante titels op cassette – zij het in sterk gelimiteerde oplages – uitbrengt. Eén van de vier individuen achter het label en enkele van hun releases is meneer O, die opduikt bij onder andere Galg, Lubbert Das en Turia en nu met Iskandr opnieuw zwaar geschut op ons afvuurt. De term “iskandr” verwijst immers naar een Russische ballistische raket, hoewel het eveneens de Oosterse naamgeving voor Alexander De Grote is. Daar ik geen oorlogsverheerlijking bespeur, maar de vier songs handelen over donkere middeleeuwse atmosferen, een melancholisch verlangen en vorstelijke triomfen, lijkt de tweede verklaring voor de bandnaam aannemelijker. De veertig minuten die “Heilig land” opeisen zijn er waarbij je bevangen wordt in een bedwelmend net van zich traag voortslepende doomy black metal met suïcidale screams en repetitieve snellere uitbarstingen. Wanneer de voet op het gaspedaal gaat, loeren Ash Borer en Fell Voices doorheen het donkere struikgewas en wijkt het totaalplaatje amper een duimbreed af van het lichtjes fenomenale Turia. Begin nu niet te zeurenpieten over wat dan het bestaansrecht van Iskandr kan zijn, want de meerwaarde van deze laatste vinden we voornamelijk terug in de afwisseling tussen de repetitieve knuppeltranscendentie en het tragere doomy werk. De akkoordenprogressies in “Galgenveld” zijn van Oost-Europese inslag en dan voornamelijk Oekraïne, want de geest van grootmeesters Drudkh waart overduidelijk rond over deze afschrikwekkende executiepleinen. In de claustrofobische waanzin die we te verwerken krijgen, slaagt de basgitaar er toch in om de aandacht op te eisen. Voornamelijk in “Bottendael” zorgen de trage maar lage baspulsen voor een doomdenderende puls. De aftrap van “Wolfskuil” bevat dan weer die huiveringwekkende grandeur die een Fell Voices, Ash Borer of Vanum ook weten op te wekken met hun ijskoude riffwerk. Iskandr levert met “Heilig land” opnieuw een schot in de zwarte roos af en verdient het om bij meer dan vijfenvijftig gelukkige bezitters van een cassettedek terecht te komen.

JOKKE: 83/100

Iskandr – Heilig land (Haeresis Noviomagi 2016)
1. Berg en dal
2. Galgenveld
3. Bottendael
4. Wolfskuil