Maand: november 2016

RID – Lightning wheel

Less is more” zou het opschrift moeten zijn om op de achterkant van de shirts of longsleeves (met armprint! Eat that Fenriz!) van het Britse RID te prijken. Eén schedelsplijtende riff per nummer, vergezeld van een onverbiddelijk doorrazende monotone (computergestuurde?) blastbeat die werkelijk zero zero zero zero zero variatie bevat, is immers voldoende om je murw te beuken. Het uit Nothingham afkomstige trio Ordal (Die van het water? Indien hij de zanger van dienst is, lijkt hij me eerder salpeterzuur te drinken), Galgast, en Isensaur speelt naar eigen zeggen “English animist black metal” waarbij hun auditief geweld het geluid van verrotte gewassen, vergiftigde rivieren en stervende bossen belichaamt. Animisme – moest u het niet weten – is namelijk een filosofisch, religieus of spiritueel concept waarbij zielen of geesten niet alleen bestaan in mensen en dieren, maar ook in planten, stenen of natuurlijke fenomenen. Het verschroeiende tempo, repetitieve karakter en noisy raamwerk van de zes tracks die “Lightning wheel” vormen, geven deze old-school Darkthrone on speed ook wel een industrieel kantje. Een vergelijking met Mysticum is daarom niet zo hard uit de lucht gegrepen, hoewel het er bij RID wel minimalistischer aan toe gaat. Met achtentwintig minuten speeltijd, heeft dit intense plaatje bovendien de perfecte speeltijd. Rest in darkness!

JOKKE: 81/100

RID – Lightning wheel (White Horse 2016)
1. Red grain
2. RID
3. Who is this who is coming?
4. White walls
5. Lightning wheel
6. Solve

Advertenties

Natvre’s – Wrath

Moeder Natuur kan zich manifesteren als een kabbelend beekje dat uitmondt in een rustiek heidemeertje waar de bloemetjes in bloei staan, de vogeltjes zingen en de witte konijntjes rond dartelen. Moeder Natuur kan echter ook de vorm aannemen van een allesverwoestende tsoenami, kolkende modderstroom of donderende sneeuwlawine. Het zijn eerder deze beelden die mij voor ogen komen bij het beluisteren van de debuutplaat van Natvre’s, een trio dat in 2014 in Thessaloniki opgericht werd. “Wrath” werd oorspronkelijk in 2015 in eigen beheer uitgebracht, maar sinds ze een krabbel tekenden op een Argento-contract wordt het debuut – in afwachting van nieuw werk – op dit sympathieke label heruitgebracht. Het black metal geweld dat op “Wrath” te beluisteren valt, kan amper vergeleken worden met de zwartmetalen klanken die we gewend zijn uit Griekenland te horen. Doorheen de hoge snerpende gitaarklanken waart de geest van Burzum rond, maar in de lage regionen is het eerder bulderende sludge die we in onze maag gesplitst krijgen waarbij de maagwand doorboord wordt door gitarist Foedraan’s maniakale krijsende vocalen die serieus door de effectmolen gedraaid werden. Wanneer de band het trage beukwerk achter zich laat en zijn demonen de vrije loop laat, valt ook een crust-kantje te ontwaren – niettemin door drummer Saathield die enorm energiek het stof van zijn drumvellen mept. Bij dit soort ragherrie eist de basgitaar van Aethiᴙ een bijna even prominente plaats als de gitaarriffs op in de mix. Je hoeft je stereo trouwens maar één streepje open te draaien, of de kalk valt al uit het plafond naar beneden. Wanneer de band halverwege de plaat middels “Hinterland” de repetitieve ambient/drone-richting opgaat, kunnen we even naar adem happen en popt Vargje opnieuw op. “The woven art” is dan weer eerder opzwepend van aard met een rockende riff die me om één of andere reden aan “The wait” van Killing Joke doet denken. Moeder Natuur is kwaad, ontzettend kwaad, en met haar toorn (“In an other life. We’ll be trees again. In an other life. Peace will not have a chance.”) veegt ze heelder beschavingen van de kaart. Zo destructief, duister, koud en psychotisch weten weinig Noorse bands het nog te brengen dezer dagen. Verrassing van de maand!

JOKKE: 85/100

Natvre’s – Wrath (Argento records 2016)
1. Lazarines
2. Narcissus
3. Prototype
4. Hinterland
5. Wrath
6. The woven art
7. Endless
8. Natvre’s war

Ordo Omegae Absolutae – Eclectische appreciatie van het occulte en het obscure

Begin twintigste eeuw liepen er in ons Belgenlandje een heleboel no-nonsense underground black metal bands rond (Aguynguerran, Gotmoor, Histoire Noire, Verloren, Paragon Impure, Grimfaug, Iconoclasm, Ghremdrakk, …), die enkele jaren later van de aardbol verdwenen (leken te) zijn. Hierdoor lijdt onze vaderlandse scene op vlak van ongenuanceerde black al enige tijd aan bloedarmoede. Met de Ordo Omegae Absolutae-cirkel is in 2014 echter een nieuw rauw black metal collectief uit de Aalstse/Dendermondse ondergrond naar boven gekropen. Afgelopen september verscheen via Altare Productions een soort compilatie getiteld “Compendium ordinis” waarop we kennis kunnen maken met vijf bands van de cirkel zijnde Odibilis Signatus, Morkenatten, De Vermis Mysteriis, Necrosophia en Sepulchrum. Het collectief lijkt echter in een dichte mist gehuld te zijn waardoor de “Jambers” in mezelf naar boven kwam: Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen? Aan het woord is Frater E. (JOKKE)

ooa_sigil_2

Ave! In navolging van Frankrijk (Les Légions Noires) en Noorwegen (Black Metal Inner Circle), hebben we met Ordo Omegae Absolutae nu ook onze eigen cirkel. Hoeveel leden zitten er schuil achter het collectief en vanwaar de beslissing om jullie als een “circle” te profileren? Door je op deze manier te presenteren, kan het allemaal al snel arrogant, pretentieus en hoogmoedig klinken, niet? Waarvoor staat Ordo Omegae Absolutae?
Het geheel is vrij organisch gegroeid toen een stel wilde ideeën in een stroomversnelling terecht kwam ergens in de zomer van 2014. MKS had op dat moment al even zijn Morkenatten gedefinieerd en De Vermis Mysteriis was dan net in zijn ruwe vorm gesticht. Naast die twee oerprojecten kwam er door middel van improvisaties en enkele tablaturen ruimte voor de drie andere projecten die uiteindelijk op “Compendium ordinis” kwamen te staan. Dat alles klinkt vrij impulsief – en toegegeven – zo is het ook.
Omwille van de incestueuze kant van al die projecten (de line-up bestaat namelijk telkens uit dezelfde vier personen) leek het ons relevant om een gemene deler af te bakenen waarbinnen we alles konden kaderen. We wisten uiteraard dat die methode niet zonder vragen zou zijn – de labels “pretentieus” of “arrogant” zijn al gevallen, maar we zijn daarin vrij nuchter. Tegenkanting is noodzakelijk om volharding en zelfreflectie te faciliteren. Toch moet ik zeggen dat enige hybris wel nodig is om door te zetten: onze ambitie is wat de O.O.A. heeft gehard tegen schadelijke invloeden die menig andere beginnende band uit elkaar zouden hebben getrokken.
Om even terug te keren naar het gemeenschappelijk raamwerk na deze parenthesis: de O.O.A. staat voor een eclectische appreciatie van het occulte en het obscure. Dit gebeurt in de eerste plaats muzikaal, in de tweede tekstueel door middel van invloeden die we halen uit lectuur, evenals persoonlijke ervaringen en gedachtegangen. We zijn in beide aspecten zelf vrij kritisch en enigszins snobistisch, maar blijven streven naar “echtheid” zonder de toer op te gaan van belerende pdf-warriors of salon-occultisten.

Niet enkel met de benaming van het collectief, maar ook met enkele van de bandnamen en de slagzin “Lauda obscuritas et adora lumen verum” lijken jullie een serieuze voorliefde voor Latijn te hebben. Vanwaar de keuze voor deze taal en welke boodschap schuilt er achter deze leuze?
Latijn is gedurende lange tijd de taal geweest van de geleerden en heeft tot op de dag van vandaag zijn waarde – niet in het minst door zijn evocatieve weerklank. Ik heb een zekere affiniteit met de eigenheden van de taal en heb er samen met de rest van de O.O.A. op aangestuurd om het gebruik ervan een onderdeel te maken van onze “huisstijl” als je het zo wilt noemen.
De spreuk is geenszins vrijblijvend of licht gekozen en staat voor dualisme. In zekere zin kun je het een verwijzing noemen naar de tweevoudige functie van de entiteit Lucifer: enerzijds als Prins der Duisternis, anderzijds als “Morgenster” (dus de Brenger van Licht). Nieuw licht zoekt altijd naar de duisternis om de schatten daarbinnen kenbaar te maken, waardoor het licht op het eerste zicht verward kan worden met die duisternis. Aangezien we streven naar een stabiele neer- en verderzetting van ons collectief en naar een verdere (zelf)verwerkelijking en kennisopbouw (de ware kennis die men moet afbakenen binnen de duisternis) moesten we een lijfspreuk hebben die dat kenbaar maakte.

Draait het bij O.O.A. enkel om een clubje gelijkgestemde zielen op muzikaal gebied of kan het zoals bij dat ander Belgisch collectief, genaamd de Church of Ra, ook open getrokken worden naar vrienden en kunstenaars die dezelfde werkwijze en thematiek van de cirkel delen?
We sluiten navolging alleszins niet uit, al zal de kerngroep die de O.O.A. momenteel kenmerkt waarschijnlijk nog steeds iets an sich zijn. Het gaat inderdaad in de eerste plaats om de vier gelijkgestemde muzikanten die hun visie naar voren brengen, al hebben we ook enkele betrokkenen die ons steunen en hun mening met ons delen.

De “Compendium ordinis” compilatie die enkele maanden geleden uitkwam, geeft een dwarsdoorsnede van vijf O.O.A.-bands. Maken er nog andere bands/projecten deel uit van O.O.A.?
Er staan nog mogelijke projecten in de startblokken, maar we hebben momenteel onze handen vol met de vijf projecten die we op “Compendium ordinis” hebben gepresenteerd. Het is niet de bedoeling dat wat we hebben opgebouwd uit zijn voegen barst door onze aandachtspanne al te zeer te fragmenteren waardoor het eindresultaat aan kracht zou inboeten. Via mij is er ook een zekere associatie met een ander project dat ongeveer gelijktijdig met de O.O.A. ontstond: het Limburgse Adversus, maar dat is het in feite.
De O.O.A. is (momenteel) iets vrij geïsoleerd dat vooralsnog draait om vier vaste leden (mogelijks met sessiemuzikanten in de toekomst) en vijf afgebakende projecten. Ik geef bijkomend aan dat we “Compendium ordinis” eerder als een “superdemo” beschouwen dan als een échte compilatie, dit aangezien het doel een demonstratie en presentatie was van wat men in de toekomst van ons kan verwachten (zij het mogelijks in een aangepaste vorm).

Van De Vermis Mysteriis en Morkenatten verscheen in 2014 in eigen beheer en beperkte oplage van honderd exemplaren ook de “Ayin harsha”-split. Hoe werd deze ontvangen door de underground? Kwamen jullie via deze release in contact met Altare Productions voor de compilatie?
“Ayin harsha” was in de eerste plaats bedoeld om te netwerken binnen het selecte groepje van liefhebbers van échte underground black metal. Hoewel zeer low-profile (en zeker niet zonder ruimte voor verbetering) hebben we er veel contacten door opgedaan die ons van pas zijn gekomen voor een verdere groei en profilering. Om kort door de bocht te gaan: ja, zowel indirect als direct kreeg Altare lucht van ons, waarna er door middel van correspondentie een vruchtbare samenwerking werd gestart die voort zal duren met het oog op volgende uitgaven.

Als ik het goed voorheb, delen beide bands enkele leden hoewel er telkens verscheidene aliassen gebruikt worden. De volledige schuilnaam die bij Morkenatten gebruikt wordt, wordt bij De Vermis Mysteriis afgekort naar de beginletter, voorafgegaan door het prefix “frater”, wat Latijn is voor een katholieke theologiestudent of geestelijke die geen (hogere) wijding heeft ontvangen, maar die in een congregatie of een orde de drie kloostergeloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd. Hebben jullie binnen de O.O.A. ook een soort eed die afgelegd moet worden om opgenomen te worden in het collectief? Ik veronderstel dat armoede en kuisheid niet meteen aan de orde zijn?
Wij zijn geenszins asceten, eerder (cynische) hedonisten die elkaar gevonden hebben in een gelijkgestemde mindset en dezelfde passies en interesses delen. Vanwaar de verschillende aliassen? De oorspronkelijke dateren over het algemeen uit het verleden die we wegens persoonlijke redenen hebben behouden, they have history en zijn bijgevolg betekenisvol op een individueel niveau. De beslissing om ze af te korten kwam vrij snel, dit omwille van het uniformiteitsprincipe: het draait om de visie en de muziek, niet noodzakelijk om de ego’s. We kozen de titel van “Frater” omdat we adepten zijn van een eigen ontwikkelde visie binnen black metal en daarbuiten die we via de O.O.A. propageren. Daarnaast past het ook binnen de huisstijl die we ons eigen gemaakt hebben: de Latijnse namen en een goed ontwikkelde voorkeur voor het “oude”.

Werd er van Odibilis Signatus, Necrosophia en Sepulchrum ook reeds eerder werk naar buiten gebracht of vormen de nummers op de compilatie de eerste tekens van leven?
We beschouwen “Compendium ordinis” als het eerste échte teken van leven van de drie opgenoemde projecten. Voordien hebben we als statement enkele songs van Necrosophia en Sepulchrum (waarvan de songs later naar Odibilis Signatus zijn doorgestroomd wegens de stijlwissel naar occulte black/death) op floppy laten drukken. Waarom? Omdat we schijt hebben aan de Discogs-cultuur waarbij alle gelimiteerde muzikale uitgaven aan overdreven prijzen worden verkocht. Twintig exemplaren op een formaat dat elke geluidskwaliteit tart was bijgevolg een goed “schotschrift”: een welgemeende fuck off. Daarnaast was het ook een arrogante knipoog naar het Zweedse Wulkanaz, dat hetzelfde heeft gedaan (zij het waarschijnlijk zonder onze achterliggende redenen).

In mijn review geef ik aan niet al te veel verschil te horen tussen Odibilis Signatus, Morkenatten en De Vermis Mysteriis. Alle drie de bands puren uit de Finse school black metal bands genre Horna en Sargeist. Is het niet beter om alle pijlen op één band te richten in plaats van de drie projecten levend te houden? Wat zien jullie als voornaamste verschil en bestaansreden voor de drie bands?
Om eerlijk te zijn begrijpen ik, noch de andere leden waar je op doelt: voor ons zijn alle drie de projecten fundamenteel verschillend inzake sfeer, thematiek en opbouw. Morkenatten en Odibilis Signatus dragen inderdaad de Finse kiem dankzij de minor chord melodieën en hoge screams die kenmerkend zijn voor die stijl, maar inmiddels wel te extrapoleren zijn naar black metal in zijn totaliteit. Daarentegen staat dat Morkenatten eerder ruw, atmosferisch – hoewel MKS dat label haat om zijn stijl te omschrijven – en bedrukkend is, terwijl Odibilis Signatus getypeerd wordt door een aanpak die veeleer rechttoe, rechtaan en sterk riff-based is. Thematisch (en bijgevolg tekstueel) is er ook een immens verschil (waarvan het meest duidelijke opnieuw te maken heeft met directheid): een elitaire vorm van nihilisme en misantropie versus een vorm van negativisme die veeleer ambigu is. Ondanks de gelijkenis zijn de projecten voor ons zeker niet onderling inwisselbaar.
De Vermis Mysteriis is dan weer een totaal ander verhaal. Wat die kwestie betreft, kan ik eigenlijk nauwelijks een gelijkenis merken met de twee eerder opgenoemde projecten, dat naast het feit dat ik hoofdcomponist was voor de nummers van Odibilis Signatus en De Vermis Mysteriis. De Vermis Mysteriis is in de eerste plaats kwaadaardiger (onder invloed van abstracte horror) bedoeld en ook geschoeid op een totaal andere leest (al zal ik niet ontkennen dat er wel een paar Finse elementen zullen zijn). Mogelijks dringt wat we bedoelen beter door als elk project een geheel eigen release heeft gekregen.

ooa_band_2016

Hoewel alle bands onder de noemer “rauwe primitieve black metal” vallen, presenteren jullie je op de bandfoto en middels de gebruikte sigils eerder als een orthodoxe black metal band, zij het zonder het gegoochel met occulte moeilijkdoenerij. Hadden jullie geen zin om telkens een klodder witte en zwarte verf op jullie tronies aan te brengen, want bij dit type old school black metal verwacht ik eerder een bende gecorpsepainte individuen?
Corpsepaint was zeker aan de orde op een bepaald moment, ook al omdat het openlijk morbide en theatrale aspect ervan wel van toepassing was. Ik vermoed dat er dus ergens wel nog foto’s circuleren waarbij er daarvan sprake is. Uiteindelijk hebben we geopteerd voor een andere presentatie, die mijns inziens meer tot de verbeelding spreekt en de zekere anonimiteit die we binnen de band appreciëren goed neerzet. De weergave van gezichtsloze entiteiten, die bovendien een spaarzaam alias toebedeeld hebben gekregen, geeft de luisteraar de ruimte om meer aandacht te schenken aan de visie en minder aan de individuen achter de creaties. Het ego is door de uniformiteit minder van toepassing, dus dan zetten we onszelf ook neer als onderling inwisselbare figuren die op alle vlakken van functie kunnen schuiven.

Ik leerde O.O.A. kennen via een topic op het Zware Metalen forum. Er werden links naar enkele nummers gepost en ook op Facebook viel er een dedicated pagina te raadplegen. Enige tijd geleden werd plots grote kuis gehouden op sociale media waardoor er nog weinig info online te vinden is. Vanwaar deze tabula rasa en geheimdoenerij?
We zaten al even met enkele bedenkingen betreffende het sociale mediagebeuren. Enerzijds leek de al te duidelijke profilering geforceerd omdat ze niet verenigbaar was met waar we naartoe streefden (en streven), anderzijds was de aanwezigheid op diverse platformen voornamelijk bedoeld om geïnteresseerden aan te trekken die ons vooruit konden helpen.
Toen Altare interesse in ons toonde, begonnen die argumenten zwaarder door te wegen, deels omdat het label zelf spaarzaam omgaat met haar online-activiteit en voor een deel werkt met een need-to-know-basis. Mogelijks komt er nog een pagina (blog, website of wat dan ook) die alle projecten zal representeren, maar dat is momenteel niet aan de orde.

Toch besloten jullie om recent met een interview aan Zero Tolerance en nu ook Addergebroed in te stemmen. Druist dat dan niet in tegen de mystiek die jullie willen creëren? Kan ik binnen enkele maanden een mailtje ontvangen om het interview terug te verwijderen?
Er is een verschil tussen algemene informatieverspreiding en selecte, op een kwalitatieve manier. Omdat Nathan T. Birk een autoriteit is binnen het wereldje beschouwden we het als een eer dat hij interesse in ons toonde, daarnaast is de underground black metal-rubriek in Zero Tolerance (en de algemene aandacht voor het genre in het magazine) zeker de moeite. Toen we de kans kregen hebben we dus geen twee keer moeten nadenken of we erop zouden ingaan.
Addergebroed kennen we al jaar en dag, dus een in-depth interview op een platform dat aandacht heeft voor de underground leek ons een mogelijkheid om op een degelijke manier de informatie te presenteren die we willen vrijgeven. Daarnaast is jullie doelpubliek select genoeg om de Nederlandstalige niche te bereiken waar we op doelen.
Om de vraag af te sluiten wil ik nog even iemand citeren die betrokken is bij het collectief: “demystificatie maakt een diepere appreciatie mogelijk”.

Wat kunnen we nog meer verwachten van O.O.A. op gebied van aankomende releases en nieuwe bands/projecten?
Zoals ik even geleden zei was “Compendium ordinis” een zeer uitgebreide demo om aan te geven waar we heen willen de komende jaren. Nu alle vijf hoofdprojecten zijn neergezet (al dan niet in een voorlopige of primitieve vorm) is het tijd om de komende jaren te focussen op EP’s en full-length albums, en dat voor elk respectievelijk project.
Het staat buiten kijf dat we dus druk bezig zijn met schrijven en plannen, al zal de effectieve uitgave van die ideeën nog niet voor volgend jaar zijn. Dat beschouwen we ook niet als een ramp, zo kan “Compendium ordinis” nog even nazinderen. De samenwerking met Altare blijft sowieso behouden aangezien we beiden oog hadden op een duurzaam verbond.

Zijn er ook plannen om live op te treden met enkele bands?
Die kans zit erin aangezien verschillende leden een live-ervaring ambiëren. We zijn recentelijk begonnen met een live-set voor De Vermis Mysteriis, al is het nog afwachten wanneer het moment daar is (optreden brengt nu eenmaal verschillende logistieke problemen met zich mee die een studioproject niet heeft). Ik persoonlijk blijf afwachtend en beschouw de O.O.A. nog steeds voornamelijk als een entiteit binnen gesloten muren.

 

Grave Pleasures – Funeral party

Het kan soms hard gaan met een band. Neem nu het in 2010 door Mat “Kvohst” McNerney, Johan Snell, Valtteri Arino and Paile opgerichte Beastmilk. Met hun apocalyptische Finse death rock weten ze al snel talloze zieltjes voor zich te winnen en hun naam verspreidt zich razendsnel als een straal warme urine door een dik pak sneeuw. Na het succes van hun debuutplaat “Climax” staan de grote platenbonzen in rij om de gehypte Finnen in te lijven. De druk neemt toe en de band wordt een tikkende tijdbom wat resulteert in het vertrek van gitarist Johan “Goatspeed” Snell en drummer Paile. Met hen verdwijnt ook de naam Beastmilk en de achtergebleven leden maken een doorstart onder de naam Grave Pleasures, waarin de nieuwe gitaartandem Linnea Olsson (ex-The Oath) en Juho Vanhanen (Oranssi Pazuzu) evenals drummer Uno Bruniusson (ex-In Solitude) hun opwachting maken. In deze constellatie verschijnt in 2015 via Nuclear Blast het album “Dreamcrash” dat een deels ander geluid laat horen en hierdoor niet bij iedereen in goede aarde valt. Waar “Climax” bulkte van de opzwepende; dansbare goth rock oorwurmen, verkent de band nu meermaals rustigere meer rock-getinte wateren. In tussentijd werd opnieuw grote kuis in de line-up gehouden. Linnea en Uno vertrokken met de noorderzon en met het aantrekken van Kohu 63 gitarist Aleksi Kiiskilä en ex-Shining drummer Rainer Tuomikanto is de nieuwbakken line-up opnieuw voor de volle honderd procent in Finland gevestigd. In de vorm van de “Funeral party“seven inch – die via Mat’s eigen Secret Trees label verschijnt – laat Grave Pleasures nu een terugkeer naar de begindagen horen. Er wordt opnieuw op de apocalyps gesurft in twee songs waarin Mat zijn fascinatie voor het einde der tijden niet onder stoelen of banken steekt. Vooral “Deadenders” is met haar aanstekelijk jaren’80 surfritme een song waarvoor je je dansschoenen terug mag afstoffen. “Dance with the skeletons, there’s nothing left, dance with the skeletons, gasp for breath, raised up by the end, generation death, we’re dead ends, we’re dead ends.” Laten we dansen voordat de bom valt. De mensheid viert haar nihilisme terwijl ze als een zinkend schip ten onder gaat. In “Cold war funeral” lijken ze even van zichzelf te jatten om daarna eerder een mid-tempo doembeeld te schetsen van onze ondergang. Deze EP belooft het beste voor de later te verschijnen nieuwe langspeler. Laten we hopen dat die opnieuw gevuld is met catchy apocalyptische oorwurmen à la “Deadenders“.

JOKKE: 85/100

Grave Pleasures – Funeral party (Secret Trees 2016)
1. Deadenders
2. Cold war funeral

Ultha – Converging sins

Je hebt bands die er acht jaar over doen om met een nieuw album op de proppen te komen en je hebt er waarbij de inspiratiebron eerder like an everflowing stream is. Het Duitse Ultha behoort tot de laatste categorie en lijkt in een vat toverdrank gevallen te zijn want sinds hun oprichting in 2014 zijn ze erg actief met het afgelopen jaar zelfs drie releases op de teller. Eerst was er de “Dismal ruins” EP die een lichte sluier ophief over de nieuwe sound die ontwikkeld werd na toevoeging van keyboardspeler Andy Rosczyk, terwijl we kortelings daarna een split met Morast voorgeschoteld kregen waarop beide bands hun liefde voor Bathory in het zwarte wax beitelden. En nu is met “Converging sins” ook de tweede langspeler een feit. De Ultha leden namen in het verleden al ruim de tijd om hun zegje te doen, maar op de nieuwe plaat draaien ze hun hand niet om voor songs die het kwartier overschrijden. De voorliefde voor USBM was reeds hoorbaar in het oude werk, maar nu is de invloed van Ash Borer, Weakling, Wolves In The Throne Room en andere boomknuffelaars nog verder in de sound van het vijftal doorgedrongen en dat juich ik met open armen toe! “The night took her right before my eyes” is met zeventien minuten speeltijd niet meteen een Radio 2-hitje. Na een heel-erg-aan-Ash-Borer-schatplichtige intro met cleane gitaren worden alle registers open getrokken en vliegen de blasts en razende riffs ons rond de oren. Op vocaal gebied valt er voldoende afwisseling te bespeuren tussen de hoge, ijle screams van bassist Chris en de diepere stembandverkrachting van gitarist Ralph. De vrouwelijke zanglijnen die het veel rustigere, maar daarom niet minder intense “Mirrors in a black room” inkleuren, werden ingezongen door Rachel A. Davies van Esben and The Witch. ’t Is eens iets anders om haar vocalen in een metalen omgeving te horen opduiken in plaats van in de electronic dubstep soundscapes die we van het Britse trio gewend zijn. In het snelle, hypnotiserende “You will learn about loss” worden grote stukken dan weer door een bezwerende cleane diepe mannenstem gedragen. Met “Athame | Bane emanations” bewijst Ultha ook doomy slepende tracks te kunnen pennen. Sowieso draagt de wisselwerking tussen snelle en trage passages enorm bij aan de dynamiek van het werk. Hoewel de plaat over de gehele lijn erg sterk is, wordt met het massieve “Fear lights the path (Close to our hearts)” het beste voor het letste bewaard. Opnieuw een lang uitgesponnen track met een duidelijke knipoog naar de USBM-scene, waarin voortdurend met erg pakkende gitaarmelodieën en snijdende leads à la Predatory Light wordt uitpakt die nog een tijdje blijven nazinderen. Kippenvel galore! Nieuwkomer Andy bewijst een absolute meerwaarde te zijn en verrijkt niet alleen de sound met zijn electronics en keyboardklanken, maar nam meteen ook maar plaats achter de knoppentafel en hoewel de plaat in het repetitiekot van de band opgenomen werd, is de sound enorm krachtig, vuil en rauw. Zo horen we het graag! Met tweede gitarist Ralf Conrad werd Ultha opnieuw van vers zwart bloed voorzien, hoewel ook oudgediende Jens op “Converging sins” nog op gitaar te horen is. “Converging sins” is een major leap vooruit ten opzichte van debuut “Pain cleanses every doubt” en biedt een uur kwaliteitsmuziek waar ik de winter zeker mee ga doorkomen. Wat laat Ultha het in Keulen donderen met deze beest van een plaat zeg!

JOKKE: 92/100

Ultha – Converging sins (Vendetta Records 2016)
1. The night took her right before my eyes
2. Mirrors in a black room
3. Athame | Bane emanations
4. You will learn about loss
5. Fear lights the path (Close to our hearts)

Ordo Omegae Absolutae – Compendium ordinis

Het Portugese Altare Productions is een underground-label dat ondermeer interessante releases van Black Cilice, Névoa en Turia heeft uitgebracht. Met “Compendium ordinis” presenteren ze een dwarsdoorsnede van de Belgische Ordo Omegae Absolutae-cirkel, een groep jonge en hongerige wolven die er een heleboel bands op nahoudt waarbij het een incestueus uitwisselingsproject aan bandleden betreft die, afgaande op het merendeel van de bandnamen, samen Latijnse gevolgd lijken te hebben. We krijgen vijf bands gepresenteerd die elk middels twee songs een ander spectrum van hun visie op black metal laten horen, hoewel rauwe en ongecompliceerde black als gemene deler beschouwd mag worden. Telkens er een nieuw project aan zet is, wordt die voorafgegaan door een intro die als bindmiddel de coherentie van deze compilatie ten goede komt. Odibilis Signatus trapt de boel in gang met simpele recht-voor-de-raap black die je regelmatig uit Finland voorgeschoteld krijgt. De melo-black met oog voor groove haalt het niveau van een Horna of Sargeist nog niet, maar dit luistert wel lekker weg. Morkenatten is Noors voor “donkere nacht” en hoewel hun sound in het verlengde van de voorgaande band ligt, is er iets meer ruimte voor atmosfeer en dynamiek en zorgt de basgitaar voor een extra draagvlak in de muziek. Op productioneel vlak klinkt Morkenatten net iets doffer dan Odibilis Signatus, maar beide bands hebben wel wat last van een dertien-in-een-dozijn scream, waarbij de échte pijn, kwelling of haat gemist wordt. Bij De Vermis Mysteriis klinken de vocalen woester en is de sound ook terug scheller. Aangezien alle drie de bands in elkaars vaarwater zitten, ontgaat het me een beetje wat de meerwaarde van de ene act ten opzichte van de andere is. Misschien de pijlen beter op één band richten? Met Sepulchrum duikt er voor het eerst een andere sound op door de diepere death metal grommen, hoewel de basis ook hier rauwe en primitieve black metal is, zij het met een bestial randje. Necrosophia tenslotte is duidelijk het vreemde eendje in de bijt met getormenteerde vocalen die al eens naar Urfaust durven knipogen, maar waar ik niet altijd even goed gezind van wordt. De scherpe, iele en snerpende riffs weten mijn gehoorgang bijwijlen in plakjes te snijden, en dat is een compliment. Op vlak van primitieve no-nonsense black lijdt onze scene dezer dagen aan bloedarmoede. Hopelijk kunnen enkele projecten uit de Ordo Omegae Absolutae-stal ons daarom interessante dingen brengen in de toekomst. Er zijn nog wel wat werkpunten: soms is het nog vrij rommelig of middelmatig en het ontbreekt de eerste drie bands wat aan een eigen identiteit, maar dat zijn logische groeipijnen. De goede intenties zijn er in elk geval en voorlopig bezit Sepulchrum voor ondergetekende het meeste potentieel.

JOKKE: 70/100

Ordo Omegae Absolutae – Compendium ordinis (Altare Productions 2016)
1. Odibilis Signatus – Nihilistic reveries
2. Odibilis Signatus – A stain upon the shroud of eternity
3. Morkenatten – Mourning fixation
4. Morkenatten – Secrets within the natural facade
5. De Vermis Mysteriis – Tentacles from out of the ooze
6. De Vermis Mysteriis – From the loss of identity
7. Sepulchrum – Astral portal Pt. I
8. Sepulchrum – Astral portal Pt. II
9. Necrosophia – Necrosophic rituals Pt. I
10. Necrosophia – Necrosophic rituals Pt. II

Downfall Of Gaia – Atrophy

Het Duitse Downfall Of Gaia is een atmosferische sludge/post-black metal band die op een grote aanhang mag rekenen, getuige hun laatste passage waarbij ze samen met het Australische Hope Drone op een snikhete doordeweekse avond in augustus het Utrechtse DB’s best aardig gevuld kregen. Je oogst wat je zaait en in het geval van deze hardwerkende band is het niet meer dan verdiend. Middels de eerste langspeler “Epos” en enkele splits en EP’s die via kleinere underground-labels verschenen, speelden de vier Duitsers zich in de kijker van het grote Metal Blade Records dat de band binnenhaalde en waardoor “Suffocating in the swarm of cranes” in 2012 een breder publiek bereikte. Tijdens de aanloop naar “Aeon unveils the thrones of decay” uit 2014 werd drummer Johannes Stoltenberg vervangen door de Amerikaanse klassetrommelaar Michael Kadnar (Black Table), waardoor de black metal elementen die hun sound reeds waren ingeslopen nu verder uitgediept konden worden op een met momenten beenharde plaat. Crust- en hardcore kids die gaandeweg hun weg naar black metal vinden; het is een traject dat we zich de afgelopen jaren meermaals hebben zien voltrekken, maar in het geval van Downfall Of Gaia voelt het oprecht aan. De nieuwe derde langspeler “Atrophy” verschijnt eerstdaags en ook nu valt er een nieuw gezicht te spotten in de band. Gitarist Peter Wolff hield het voor bekeken en de Italiaan Marco Mazzola mocht zijn gitaar mee komen inpluggen naast oudgedienden Anton Lisovoj (bas en zang) en Dominik Goncalves dos Reis (gitaar en zang). Het nieuwe bandlid breidt het aantal nationaliteiten binnen de band opnieuw uit maar zorgt op muzikaal vlak deze keer echter niet voor een nieuwe invalshoek want ten opzichte van de voorganger vallen er geen grote veranderingen te bespeuren. Nog steeds belichaamt Downfall Of Gaia’s snoeiharde mix van sludge, black en post-metal hun visie op de mensheid die het zaakje hier op aarde vakkundig naar de kloten aan het helpen is. Aardse aggressie wordt afgewisseld met ingetogen atmosfeer en pakkende melodieën, wat een asgrauw en sombergrijs universum creëert. Door de bocht genomen ligt het tempo hoog en roffelen de drums stevig door maar op “Ephemerol“, waarvan jullie de clip hieronder kunnen zien, neemt de band gas terug en wordt een tragische sfeer neergezet. Met veertig minuten speeltijd is “Atrophy” eerder aan de korte kant voor Downfall Of Gaia begrippen, maar het levert wel een compacte, sterke plaat af die de voorganger echter niet overtreft.

JOKKE: 81/100

Downfall Of Gaia – Atrophy (Metal Blade Records 2016)
1. Brood
2. Woe
3. Ephemerol
4. Ephemerol II
5. Atrophy
6. Petrichor