Maand: januari 2017

Sinmara/Misþyrming – Ivory stone/Hof

Zowel Sinmara als Misþyrming wisten met hun debuutplaten – respectievelijk “Apothic womb” en “Söngvar elds og óreiðu” – heel wat indruk te maken en black metal zieltjes voor zich te winnen. Voornamelijk Misþyrming surfte op de overrompelende tsunami aan IJslandse black die door Svartidauði in gang gezet werd en is dé band waar alle ogen op gericht zullen zijn wanneer die tweede belangrijke plaat later op het jaar zal uitkomen. Ook bij Sinmara zijn we benieuwd of ze haar sterke debuut zal weten te overklassen. In afwachting van nieuw materiaal, trakteert Terratur Possessions ons alvast op één nieuwe song van beide bloedbroederschappen, netjes verdeeld over twee kanten van een 10 inch vinyl. Als Sinmara opnieuw een hele plaat kan schrijven als wat het kwintet hier op “Ivory stone” laat horen, wordt dat er één om duimen en vinger bij af te likken. Gitzwarte razernij in de vorm van dissonante Watain-klanken gaat hand-in-hand met een onderhuidse spanning en gevoel voor subtiele melodie, zij het in de vorm van indringende leads met een beklemmend sfeertje. Hoedje af trouwens voor drummer Bjarni Einarsson die de boel vakkundig bijeen mept. De intro van de song die Misþyrming ten gehore brengt zou zo van Metallica afkomstig kunnen zijn, maar eens de band losbreekt wordt een uitzinnige furie ontketend zoals we van het kwartet gewend zijn. De song klinkt gejaagd en een tikkeltje chaotisch en opgefokt ondanks de transparante productie waarbij de drums iets te veel vooraan in de mix staan. Misschien zitten er ook net iets té veel ideeën in de song verwerkt? Desondanks een geweldige split die het beste doet vermoeden voor de aankomende nieuwe langspelers van beide kwaliteitbands.

JOKKE: 85/100 (Sinmara: 88/100 –  Misþyrming: 82/100)

Sinmara/Misþyrming – Ivory stone/Hof (Terratur Possessions 2017)
1. Sinmara – Ivory stone
2. Misþyrming – Hof

Wiegedood – De doden hebben het goed II

Ik ben er zeker van dat velen met mij al lang aan het uitkijken waren naar Wiegedood’s opvolger op debuut “De doden hebben het goed” uit 2015. Het trio – bestaande uit leden van Amenra, Hessian, Oathbreaker en Rise And Fall – dropte met haar eersteling een klein bommetje in onze vaderlandse black metal scene. Daar waar een band als Amenra in mijn ogen vele nieuwe zieltjes naar de omvangrijke duistere muziekstijlen lokte, lijkt ook Wiegedood voor velen een soort van “instapband” te zijn naar black metal, wat niet negatief bedoeld is. Op het eerste zicht lijkt er niet veel gewijzigd te zijn op de nieuwe plaat: opnieuw zijn vier nummers voldoende om ons te overtuigen, een nieuwe intrigerende titel bedenken was blijkbaar te veel moeite (we gaan er dus maar van uit dat er een thematische link tussen beide releases zal zijn), aan een basgitaar heeft Wiegedood nog steeds een broertje dood en je gaat al een kenner van inheemse gras- en heidesoorten moeten zijn om op basis van de cover – opnieuw van de hand van meesterfotograaf Stefaan Temmerman – niet per ongeluk terug de eerste plaat aan te kopen. Wie echter goed luistert hoort toch wel enkele verschuivingen in de sound van het trio. Daar waar Wiegedood op het debuut nog eerder de mosterd haalde bij de atmosferische USBM (lees: cascadian) scene, is het nu een intensere ijskoude Noorse wind die doorheen de snelle tremelo picking riffs en blast drums waait. “Ontzieling” legt meteen de zweep erop en aan hoog tempo worden we mürw gebeukt door een frostbitten furie, terwijl de midtempo passages van de openingssong een zekere grandeur in zich dragen. Met haar elf minuten is “Cataract” de langst track van de plaat en tevens de song waarin het meeste ruimte is voor een dynamische spanningsboog. Zo vallen de hese screams van Levy Seynaeve pas na vijf minuten in. De titeltrack onderscheidt zich dan weer door haar bezwerend, repetitief karakter waarbij de vocalen eerder volgens een soort mantra of ritueel lijken te verlopen. Toen “Smeekbede” als teaser werd vrijgelaten was ik niet erg overtuigd van de palm muted riffs die een bijna kokhalzend chugachuga-gevoel opwekten (en nog steeds niet eigenlijk). Het is pas wanneer het akkoordenwerk openbreekt dat deze song overtuigend wordt. Daar waar de vorige plaat uitmondde in een Russische spoken word outro is het deze keer Levy die zijn hese stembanden nog een half minuutje mag laten doorklinken. De vocalen van de frontman zijn eigenlijk het enige punt waarop ik iets kan aanmerken (behalve het feit dat ik tweeëndertig minuten nogal aan de korte kant vind), vermits deze te vlak zijn qua bereik en nogal eentonig overkomen. Daartegenover staat dat qua productie voornamelijk de klank van de drums erop vooruit gegaan is (natuurlijkere en vollere sound) en overall is het geluid dynamischer geworden. Al bij al weet Wiegedood opnieuw een overtuigende plaat neer te zetten. Benieuwd of ook deze op het podium vertaald wordt in een gitzwarte draaikolk. Ik ben in elk geval present tijdens de albumpresentatie op vier februari in de Kortrijkse De Kreun.

JOKKE: 86/100

Wiegedood – De doden hebben het goed II (Consouling Sounds 2017)
1. Ontzielling
2. Cataract
3. De doden hebben het goed II
4. Smeekbede

Fides Inversa – Rite of inverse incarnation

Collega Flp blijkt fan te zijn van het Italiaanse Fides Inversa zoals we kunnen lezen in zijn recensie van de tweede plaat “Mysterium tremendum et tascinans” die in 2014 verscheen. Drie jaar later komen de Italianen met een nieuwe EP op de proppen waar twee nummers op prijken die beide afklokken op een kleine tien minuten. Drie jaar lijkt lang om slechts twee songs aan te leveren, maar zoals we weten heeft drummer/(zanger) Omega A.D. (Gionata Potenti) allesbehalve een zittend gat (tenzij op de drumkruk bij een twintigtal bands en projecten waar hij zijn diensten aan verleent). Samen met kompaan Void A.D. vond hij het echter tijd voor verandering en alzo besloot Gionata zijn plaats achter het microfoonstatief af te staan aan Wraath (aka Luctus) waarmee hij reeds een bloedbroederschap was aangegaan voor het geweldige Darvaza. Ook de basdiensten werden ditmaal uitbesteed en wel aan Unhold, de labeleigenaar van W.TC. Productions. Nu vond ik Fides Inversa op haar tweede langspeler maar zo-zo klinken. Een goede middenmotor in een obese black metal scene. Deze “Rite of inverse incarnation” weet echter meer gevoel bij ondergetekende los te wekken zoals ook hun ijzige debuut dat kon. Het duurt even voor “First congress” op gang komt maar na een orthodox aandoende intro vol rituele zang en een minder geslaagde gitaarsolo knalt de band uit de startblokken en worden snel riffwerk op duivelse wijze en midtempo groove mooi afgewisseld waarbij ook meer rustigere atmosferische passages niet uit het oog verloren worden. Ik snap niet vanwaar de vergelijkingen met Deathspell Omega steeds komen, want voor dissonant meesterschap is hier geen plaats. Ik vind dit eerder naar een Watain neigen maar dan met meer ruimte voor experiment. Ook de titeltrack weet door de grote afwisseling qua drumritmes en vocale invulling de gedachten tien minuten lang bij de les te houden. Na één stap achteruit gezet te hebben, worden er met deze EP terug twee in de goede richting gezet.

JOKKE: 82/100

Fides Inversa – Rite of inverse incarnation (World Terror Committee 2017)
1. First congress
2. Rite of inverse incarnation

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar

De “Englaryk” demo ligt nog vers in het geheugen, maar het IJslandse Endalok kruipt reeds opnieuw uit haar krater met een nieuwe EP getiteld “Úr draumheimi viðurstyggðar” (vrij vertaald iets betekenend in de aard van “uit een droomwereld van gruwelen“). Vijfentwintig minuten lang krijgen we het muzikale equivalent te verwerken van de angst, opwinding of het tripperige gevoel dat gepaard gaat met dromen en hypnagogie, de staat van bewustzijn die ervaren wordt in de periode tussen het wakker zijn en in slaap vallen. De interne strijd en het vinden van vertrouwen in weerwil van hopeloosheid vormt de rode draad doorheen de vijf songs. Endalok bouwt verder met de bouwstenen van de demo, maar het eindresultaat is een nog meer verwrongen en complex bouwwerk van negativiteit, vervreemding, verrijzenis, schaduwdansen en dialoog met het bewustzijn. Met uitzondering van “Eldhaf“, dat boven de negen minuten afklokt en met haar ratelende drumsalvo’s, bakken echo en dissonantie galore een zenuwaanval op de prefrontale cortex vormt, vallen de overige songs vrij compact uit. “Ekkert varir að eilífu” vormt een naargeestig ambient-bruggetje naar het nogal abrupt eindigende “Holdgerving andskotans” waarin, net als in de openingssong, een directe confrontatie met de innerlijke demonen wordt uitgevochten. Skáphe, Wormlust en Ljáin kunnen opnieuw als tags ingegeven worden, maar ook een Death Fetishist of Aevangelist mogen als referentiekader gebruikt worden. Vreemd maar lekker spul!

JOKKE: 86/100

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar (Signal Rex 2017)
1. Afskræming holds og sálar
2. Eldhaf
3. Jarðarfarasálmur
4. Ekkert varir að eilífu
5. Holdgerving andskotans

Turia – Dede kondre

We zijn midden januari en Turia opent haar tweede – mysterieus getitelde – langspeler “Dede kondre” (Surinaams voor “land van de doden”) met de titeltrack die meteen aast op een plaatsje in mijn “songs-van-het-jaar-lijstje” dat binnen elf maanden zal verschijnen. De hypnotiserende riffs van O (Galg, Iskandr, Lubbert Das) zwellen gemoedelijk uit hun feedback aan totdat drummer J zijn simpele maar effectieve groove inzet en T met haar ijle, pakkende screams de koude rillingen over mijn rug doet lopen…goed voor zeven minuten pure gitzwarte zelfexpressie.  Ook “Een poort van takken en loof” weet met dezelfde basisingrediënten een innemende song neer te zetten waar de geest van een Ash Borer nog wel doorheen waait, hoewel Turia toch steeds meer een eigen draai aan haar atmosferische muziek heeft weten geven. Zo valt “Houten tempel” positief op door de cleane gezangen aan het begin van de song en domineren slepende doomritmes met melodieuze uitwaaiers over de black metal aggressie om uiteindelijk te stranden in akoestische gitaren en noise. En halverwege “Waterzucht” menen mijn aandachtige oren zelfs een mondmuziekske waar te nemen. Positief is dat de vrij uitgesponnen songs – opgebouwd uit nochtans repetitieve drum- en gitaarpartijen – nergens lang aanvoelen en voorbij zijn voor je het weet. Eindigen doet Turia met het tergend trage, getormenteerd klinkende “De toorn der goden” dat op je gemoed inhakt zoals de regering op onze levensstandaard en je leeg en verweesd achterlaat eens ook hier de akoestische klanken en noise weggeëbd zijn. Over eersteling “Dor” was ik al lovend, maar op deze opvolger heeft het trio zich nog weten overtreffen. Zoals met de voorganger het geval was staat hun eigen Haeresis Noviomagi label in voor een gelimiteerde run op cassette en zal het Portugese Altare Productions de vinylrelease op zich nemen. Snel handelen zal de boodschap zijn!

JOKKE: 90/100

Turia – Dede kondre (Altare Productions/Haeresis Noviomagi 2017)
1. Dede kondre
2. Een poort van takken en loof
3. De houten tempel
4. Waterzucht
5. De toorn der goden

Endalok – Englaryk

Ik kan al bijna beter een IJslands toetsenbord installeren op mijn laptop want de toevloed aan releases uit het afgezonderde, mysterieuze eiland kent geen halt. Na Draugsól hebben we met Endalok opnieuw een kakelverse IJslandse black metal band voor ons liggen. Over de identiteit van de bandleden is geen hol geweten, maar het zou om een bende jonkies uit de scene moeten gaan. Als je de waanzin op hun eerste demo “Englaryk ” in je opneemt, kan je je amper voorstellen dat deze ongecontroleerde chaos het werk zou zijn van piepjonge muzikanten. Maar we mogen natuurlijk niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd van de bandleden van Emperor, Enslaved en tijdsgenoten ook aan de héél jonge kant was toen zij hun baanbrekende eerste platen vereeuwigden. Zó baanbrekend als bij de Noorse pioniers gaat het er niet aan toe, maar toch is dit een eigenwijze kijk op de edele kunst der zwarte metalen. De vier nummers die de demo telt, zijn geen spek voor ieders bek en neigen naar de vormloze, dissonante en desoriënterende gelaagde sound van een Skáphe, Wormlust of Ljáin. De galm over de instrumenten en ritualistische vocalen creëert een mystiek en esoterisch sfeertje en neigt met momenten bijna naar atmosferische ambient, zonder ambient pur sang te zijn. De achttien minten die “Englaryk” duurt zijn voldoende om psychologische schade aan te richten. Wie denk zich hier wel in te kunnen vinden kan dit kleinood misschien nog weten scoren op cassette of CD. In februari komt de tweede veelbelovende EP “Úr draumheimi viðurstyggðar” uit via Signal Rex. In de B-kant van de vinylversie zullen de sporen van deze eerste demo als extra gegraveerd zijn. De mijne is al onderweg!

JOKKE: 84/100

Endalok – Englaryk (Hellthrasher Productions/Signal Rex 2016)
1. Hræ guðs fargað
2. Óhugnaðurinn
3. Englaryk
4. Formlaust

Panphage – Drengskapr

De Zweed Fjällbrandt wist me met zijn promofoto voor zijn éénmansband Panphage serieus op het verkeerde been te zetten. De bivakmuts deed me eerst vermoeden dat ik met een soort van war/terror/bestial-metal band genre Nyogthaeblisz van doen had. Hij zou evenzeer voor een IS-strijder kunnen doorgaan, zij het niet dat hij een akoestische gitaar ter hand houdt in plaats van een decapitatiezwaard…hoewel een beetje googlen laat zien dat hij toch ook wel wat (gezonde?) interesse in vuurwapens heeft. Na een tiental demo’s en splits die via het obscure Ætergap Productions de wereld ingeknald werden, wist Nordvis Produktion de man in te lijven en verscheen in november vorig jaar album nummer twee getiteld “Drengskapr“. De plaat vertelt het verhaal van Grette Asmundsson, een gekende outlaw uit oude IJslandse sagen. Hoewel de sound gerust de labels “ruw” en “primitief” opgeplakt mag krijgen en de rammelende computerdrums in de opener even de wenkbrauwen deden fronsen, wringt een zekere oude folklore zich al snel doorheen de zwarte vervuilde poriën van de songs naar de oppervlakte. Hoewel hier geen grote gitaarcapriolen uitgehaald worden, schudt Fjällbrandt de ene na de andere hook uit zijn mouw en zorgen de plechtige vikinggezangen en folky melodieën voor meeneuriebare oorwürmen die dagenlang blijven nazinderen. Interlude “Glamsyn” is honder procent folk en de meanderende keyboards weten een soort van staat van rust te brengen. Dit gevoel voor melodie had ik dus in de verste verte niet zien aankomen afgaande op de visuele presentatie van de man. Fjällbrandt klinkt gemeend en overtuigend in zijn barbaarse vocalen en weet met het opzwepende “Utlagr” mijn hartslag enkele slagen te verhogen en opnieuw stuwen de woeste Bathory-esque koren mijn vuist de lucht in. De rock’n roll grooves hebben soms ook wel wat weg van een Windir of Vreid, terwijl de ijskoude riffs en blast beats van “Drangey” een duidelijke Arckanum-feel uitstralen. Ook bij de negen minuten overvalste Bathory heroïek van “Blodshämd” zit je onbewust mee te “ooohooohooo-en“. De jaren negentig herleven met deze plaat die overigens niet voor iedereen geschikt zal zijn, maar probeer doorheen de productie te luisteren en ontdek een boeiende, nostalgische trip down memory lane. Wie interesse heeft in het oude materiaal van de man – dat nóg ruwer van aard is – kan met de dubbele verzamelaar “Genom konst & krig” in één klap meer dan dertig nummers binnenhalen, goed voor meer dan twee uur luisterplezier. Is het trouwens al iemand opgevallen hoeveel het logo weg heeft van dat van Danzig?

JOKKE: 85/100    

Panphage – Drengskapr (Nordvis Produktion 2016)
1. Gettir Àsmundarsonar
2. Landrensningen
3. Glam rider husen
4. Glamsyn
5. Utlagr
6. Drangey
7. Blodshämd