Maand: februari 2017

Unearthly Trance -Stalking the ghost

Na een afwezigheid van vijf jaar is het New Yorkse sludge/doom monster Unearthly Trance uit de doden herrezen. Eigenlijk vond de wederopstanding al twee jaar geleden plaats, maar we hebben nog even moeten wachten op een comeback-plaat die in de vorm van “Stalking the ghost” eindelijk een feit is. Tijdens de inactiviteit van Unearthly Trance hebben de drie heren echter niet stilgezeten, want in samenwerking met Tim Bagshaw (ex-Electric Wizard, ex-Ramesses, With The Dead) werden nog twee (middelmatige) langspelers uitgebracht onder de noemer Serpentine Path. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en door het samenstellen van de “Ouroboros“-compilatie, die heel wat van hun B-kantjes en ander obscuur materiaal bevat, werd de band getriggerd om de draad terug op te pikken. “Stalking the ghost” – langspeler nummer zes ondertussen – laat geen wereldschokkende nieuwe dingen horen, maar bevestigt wel waar het trio tot toe in staat is, namelijk een heerlijke, dampende pot doom/sludge/drone-soep voorschotelen. Dit is geen Royco Minute-instant ding, maar een stevige maaltijdsoep die je honger tweeënvijftig minuten stilt. Vanaf de vrij rechttoe-rechtaan opener “Into the spiral” tot aan afsluiter “In the forest’s keep” worden acht uppercuts uitgedeeld die je beetje bij beetje murw beuken. De drummokerslagen in “Dream state arsenal” zijn in staat seismische golven op te wekken en “Scythe” combineert rauwe, furieuze sludge met melodieuze doom leads. “Lion strength” en “The great cauldron” zijn meer uitgesponnen van karakter hoewel hier bij momenten ook een heuse krachtmeting plaats vindt. Tussen al dat forsbolgerol en krakende feedback is echter ook plaats voor enkele meer ingetogen passages en creepy noise zoals in de bonus track. Unearthly Trance stelde in het verleden nooit teleur en bewijst met “Stalking the ghost” nog steeds meer dan relevant te zijn in een overbevolkte scene. Welkom terug heren!

JOKKE: 83/100

Unearthly Trance – Stalking the ghost (Relapse Records 2017)
1. Into the spiral
2. Dream state arsenal
3. Scythe
4. Famine
5. Lion strength
6. Invisible butchery
7. The great cauldron
8. In the forest’s keep (bonus track)

Emptiness – Not for music

Emptiness, die mannen gaan al een eeuwigheid mee. En het was blijkbaar ook al een eeuwigheid geleden (sorry) dat ik ons Brussels geweld had gehoord. De eigenzinnige death metal ten tijde van “Oblivion” is alles behalve representatief voor wat Emptiness heden ten dage brengt. Het kantje eraf is meer dan ooit vertegenwoordigd en extreme metal wordt quasi achterwege gelaten. “Not for music” is langspeler nummer 5 en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat Emptiness de verzadigde scène nieuw leven kan inblazen. Beangstigend en onheilspellend zijn de kernwoorden die als een rode draad doorheen de plaat lopen. Vreemde gitaarpartijen domineren een synth ondersteund donker sfeertje, als ware de perfecte soundtrack voor een creepy griezelfilm. Een beetje zoals ook Terra Tenebrosa dat kan. Het metalelement verdwijnt soms volledig. “Your skin won’t hide you” en “Ever” klinken erg soft en laatste neigt zelfs naar eighties pop. And I fucking love it! Het geheel wordt aan mekaar gezongen, eerder gefluisterd, door Jeremies sfeervolle (ja, hoe noem je dat) fluistergrunts. Enerzijds geeft dit alles een originele touch, maar anderzijds mist het variatie. “Not for music” is een erg duister en innovatief album. Eentje waarnaar je echt kunt luisteren. Maar hem oneindig keren per dag laten draaien, lukt me niet, daarvoor ligt hij te zwaar op de maag. Seaons of Mist heeft dit alles ook gemerkt en Emptiness onderdak geboden. Sterk bezig!

Flp: 83/100

Emptiness – Not for music (Season of mist 2017)
1. Meat heart
2. It might be
3. Circle girl
4. Your skin won’t hide you
5. Digging the sky
6. Ever
7. Let it fall

Ultha – Overweldigende somberheid

Het Duitse Ultha bestaat amper vier jaar, maar heeft ons sinds die tijd met haar releases absoluut weten te overtuigen van de klasse die in de band huist. Vooral de laatste langspeler “Converging sins” laat horen dat het onheilige black metal vuur verschroeiend brandt diep in het binnenste van de vier bandleden. Met de releaseshow vlak achter ons en enkele mooie vooruitzichten op de planning, werd het tijd om eens een stand van zaken op te maken met Ralph Schmidt (gitaar, zang) en Chris Noir (zang, basgitaar). (JOKKE)

Here is a link to the English version of the interview: addergebroed-interview-ultha

ultha

Hallo heren! Jullie bandnaam werd afgeleid van de stad “Ulthar” die voorkomt in de verhalen van H.P. Lovecraft. Tenzij ik me schromelijk vergis, zie ik echter geen verwijzingen naar zijn werk in jullie muziek. Waarom dan de keuze voor deze bandnaam? Is het omdat er reeds een Amerikaanse Ulthar rondloopt dat jullie besloten om de “R” aan het einde maar te laten vallen?
RS: Er zijn verschillende bands die Ulthar heten en er is ook het label Ulthar Records. Ons idee achter de bandnaam was niet meteen om er een Lovecraftian metal band van te maken – en je hebt gelijk dat er geen tekstuele connectie is met zijn werk – maar onze muziek voelt (althans voor ons) verstrengeld met de onderliggende gevoelens van zijn werk: overweldigende somberheid, melancholie, teleurstelling en hopeloosheid evenals het geloof dat “een groter iets” de miserie in ieders leven controleert. De naam op zich is een verwijzing naar een stad waar katten heersen. En hoewel ik gek ben op poezen, is dat niet de reden waarom we voor Ultha kozen. Het ging hem eerder om symmetrie. We wilden geen complexe of té cliché bandnaam, en vermits we enkele bandlogo’s voor ogen hadden die we heel cool vonden, besloten we dat het woord Ultha perfect was voor een logo.

Waar kwam de nood vandaan om de band in 2014 op te richten? Wat heeft Ultha te bieden wat jullie voorgaande bands niet hadden?
CN: Ik denk dat de originele idee terug gaat naar Ralph en Jens (onze vorige gitarist) die al lang voordat we van start gingen met het plan rond liepen om een black metal band op te richten. Ik herinner me nog goed dat we, enkele maanden voor de oprichting van Ultha, samen naar Brussel reden om Ash Borer en Fell Voices te zien optreden. De intensie van die shows was zo surrealistisch (ik beaam dit volledig en kaartte dit ook aan met drummer Michael Rekevics van Fell Voices). Nadat onze drummer Manuel naar Keulen verhuisde kwam alles in een stroomversnelling terecht.
We luisteren allemaal al sinds de jaren negentig naar black metal en wilden ons al lange tijd via deze muziek uitdrukken, maar het is niet evident om de geschikte mensen te vinden (en zeker niet naarmate je ouder wordt). Dus toen we eindelijk samen in het repetitiekot terecht kwamen, klikte het meteen.
De melancholie en atmosfeer van black metal evenals de dreigende agressie ervan, is iets waar we ook wel in onze oude bands naar streefden, maar de emotionele expressie die black metal te bieden heeft, kent zijn gelijke niet in andere muziekstijlen.
RS: Jens en ik hadden enkele songs geschreven die we uitprobeerden met een andere drummer, maar hij was niet in staat om ze te spelen. Dus het hele idee van de band werd geparkeerd totdat Manuel in de buurt kwam wonen, zoals Chris vertelde. Hij is zo’n fenomenale drummer en ook 110% het type kerel dat in de band past.

Ralph, jou volg ik al geruime tijd. Waarom besloot je na al die jaren om black metal te spelen? Met je vorige band Planks was je meer actief in de blackened sludge scene. Ik hou enorm van deze band en vind het nog steeds spijtig dat Planks dood is. Zat de oprichting van Ultha hier voor iets tussen?
RS: Ik heb een hekel aan dit “blackened” adjectief. Het merendeel van deze zogenaamde bands zijn verschrikkelijk. Voor mij was Planks altijd al een erg luide dark-wave pop band die gewoon te stom was om popmuziek te spelen. In elk geval speelden we hoegenaamd niets dat als “blackened” gelabeled kan worden. Ik verkies eerder de associatie”gloomy“. Ik ben akkoord dat we black metal-invloeden in onze band verwerkten, maar dan eerder de methodologie en de harmonieën, maar we beschouwden ons op geen enkel moment als een black metal band. Na de opnames van “The darkest of grays” zagen we meer en meer bands blastbeats in hardcore of doom integreren. Toen we onze derde plaat “Funeral mouth” afgewerkt hadden, hadden we onze buik vol van deze trend en besloten we de zaken anders aan te pakken. Met “Perished bodies” kwam er een einde aan onze geplande trilogie en voelden we dat we niets meer te zeggen hadden. In die tijd woonden we erg ver van mekaar wat het regelen van shows en repetities steeds moeilijker maakte. Daarom besloten we op vriendschappelijke basis uit mekaar te gaan. Ultha was zeker een reactie op de frustratie dat het zo verdomd moeilijk was om te repeteren met Planks. Ik wou gewoon samen komen en plezier beleven aan het samen spelen. Ultha bood die mogelijkheid.

Hoewel er een omgekeerd kruis kan  gespot worden in het Ultha-logo positioneren jullie de band niet als satanisch of anti-religieus. Jullie teksten zijn eerder melancholisch, nihilistisch, somber en romantisch. Waar halen jullie inspiratie uit?
RS: We zijn geen satanische band en eerder anti-religieus, maar enkel omdat religieuze systemen juist zo’n bullshit zijn. Alle religies bezitten enkele goede filosofische ideeën, maar de meeste zijn doordrongen van dit stupide idee dat er een hogere kracht is die je beoordeelt in je doen en laten. Ik beoordeel me liever zelf en rechtvaardig mijn fouten voor mezelf. Het omgekeerde kruis is afkomstig van de eerder aangehaalde symmetrische logo’s die we aan Raoul, onze logo-ontwerper, gaven. Vermits Ultha ook een eerbetoon is aan de traditionele black en death metal esthetiek, gingen we ermee akkoord. Onze teksten zijn volledig persoonlijk en melancholisch van nature. Dit is het enige waar ik een drang naar voel om over te schrijven en ik zweerde bij mezelf dat ik enkel dingen zou zingen waar ik me mee verbonden voel.

ultha logo.jpg
Recent kozen jullie om van de song “You exist for nothing” van jullie debuut een bandsymbool te maken. Dat is een vrij nihilistische, negatieve en misantropische boodschap die bijna naar depressive/suicidal black metal neigt. Waarom ben je de mensheid zo beu?
RS: Het zijn gewoon lege woorden met een holle kern. Het grootse deel van mijn leven worstel ik al met depressies en ik zie inderdaad niet veel zin in het bestaan. Maar de slogan betekent voor ons eerder een reflectie op het menselijk gedrag in het algemeen. We zijn eigenlijk allemaal louter primaten die zichzelf zo verdomd serieus nemen en van zichzelf denken dat ze zo belangrijk zijn. Het draait altijd allemaal om macht en dominantie en om de betere of meer wijze persoon te zijn, maar waarom? We sterven, worden begraven en veranderen in stof. Wie kan het wat schelen, eerlijk gezegd? Ik denk dat je moet leven voor het moment en enkele momenten van eeuwige roem moet proberen vinden waarover je kan reflecteren op het moment dat je met de dood en de uiteindelijke waarheid geconfronteerd wordt.
CN: De mensheid op zich is gewoon belachelijk. Bijna alles wat we beschaving, cultuur en progressie noemen, is net het omgekeerde als je het van wat dichterbij bekijkt, of heeft zo veel negatieve kanten dat het zich vanzelf tegenspreekt. We zijn enkel een side joke van de evolutieminder dan een oogwenk in de eindeloze chaos van het universum, waar we zin proberen uithalen. Ik meen dus dat “You exist for nothing” niet enkel de harde waarheid is op individueel vlak, maar ook in het groter geheel. Als de volledige mensheid plots verdwenen zou zijn, zou het geen enkel fucking verschil maken.

Voor de “trve black metal kvlts“, is een satanisch imago of ideologie een noodzakelijkheid om black metal te kunnen spelen. Jullie lijken meer gemeen te hebben met atmosferische USBM-bands zoals Ash Borer, Wolves In The Throne Room en Weakling. Wat is jullie mening over de black metal puristen die alle black metal bands die niet satanisch zijn of geen corpse paint dragen als “hipster” bestempelen? Ik ben fan van beide scenes in het genre en zo lang de muziek oprecht is en recht uit het hart komt, kan het me geen hol schelen of het al dan niet als “hipster” gecategoriseerd wordt. Ik vind wat een band als Sun Worship of Ultha doet veel overtuigender dan sommige clowneske orthodoxe black metal bands.
RS: We krijgen deze vraag dikwijls gesteld en zeggen steeds hetzelfde: wie kan het wat schelen hoe je eruit ziet, zo lang je muziek oprecht is en met passie gebracht wordt en overeenstemt met wat je eerlijk voelt? Sun Worship krijgt heel wat shit over zich heen omwille van hun looks, maar waarom? Het zijn gewoon reguliere gasten die deze muziek geweldig vinden. En je hebt gelijk als je zegt dat ze zo veel beter zijn dan 98% van de bands die anderen beoordelen over hun looks. Hetzelfde geldt voor de bands die je aanhaalt: doodgewone mensen die weten hoe ze goede songs moeten schrijven en de muziek die ze geweldig vinden met oprecht passie spelen. Ik schrijf het merendeel van de muziek voor Ultha en de stijl en benadering van black metal door de US scene deden mijn interesse in deze muziek terug opwakkeren. Ik begon in 1993 naar black metal te luisteren maar geraakte het hele gebeuren enkele keren beu doordat de meeste bands Mayhem, Burzum en Darkthrone maar bleven herkauwen als pathetische rip-off. Maar ik luisterde nooit exclusief naar black metal, dus ik denk dat dat van mij dan al 25 jaar lang een “hipster sell-out” maakt. Darkwave en melancholische popmuziek zijn altijd minstens even belangrijk geweest voor mij.
Het hypnotiserende element waarvan veel USBM-bands gebruik maken, doet me heel veel. Ik heb dat ook met enkele (funeral) doom bands die een erg sterk gevoel voor melodie hebben en dat is iets wat ik ook nodig heb in “mijn black metal”. Ik geef geen zak om war black metal of andere strekkingen die enkel op brutaliteit gefocust zijn. Voor mij draait het om atmosfeer en somberheid. Daarom vind je zowel het repetitieve als de “dark wave- feeling en melodieën terug in onze muziek. En vermits het onmogelijk is om écht iets nieuws uit te vinden in deze scene, moet je je ideeën halen bij de dingen die je oprecht aanvoelt.
CN: Ik wil hedendaagse orthodoxe of eerder traditionele black metal niet perse degraderen. Er zijn bands zoals het Noorse Djevel en het Portugese Black Cilice die heel erg conservatief te werk gaan qua geluid, corpse paint, song-writing en dergelijke – allemaal héél old school. Maar beide bands creëren een emotionele, erg donkere atmosfeer op hun eigen kenmerkende manier, dus wie ben ik om een oordeel te vellen als ze gebruik maken van corpse paint tijdens hun live optredens? Het is gewoon zinvol voor wat ze doen. Maar wanneer sommigen beginnen met het definiëren van regeltjes over hoe je er wel of niet mag uitzien om black metal te spelen, wordt het een cliché, een lege doos, die zelfs nog minder werkt wanneer je zelfs niet in staat bent om één degelijke riff te schrijven. Maar het merendeel van de metalheads die zichzelf als “trve” beschouwen zijn gewoon al blij met de meest oneerlijke, ongeïnspireerde en saaie crap, zolang die gepaard gaat met een zeker imago en ze hun kinderlijke nood om te provoceren kunnen vervullen, wat sowieso erg pathetisch is.

Jullie album “Pain cleanses every doubt” uit 2015 was een goed debuut, maar op de opvolger “Converging sins” wordt alles echt naar een hoger niveau getild. Wat is voor jullie het grootse verschil tussen beide platen?
CN: Het grootste verschil zit hem waarschijnlijk in de song writing, die een grote stap voorwaarts heeft genomen op “Converging sins“. Hoewel het merendeel van de basiselementen en invloeden ook reeds op “Pain cleanses every doubt” aanwezig waren, is alles nu meer in elkaar verweven en daardoor overtuigender. Na de opnames van het debuut wisten we welke richting we verder uit wilden en welke elementen we daardoor dienden te verbeteren of overboord gooien om een diepere en meer boeiende atmosfeer te creëren. Dankzij Ralph’s bijna onstopbare song-writing modus nam de eerste song van “Converging sins” al vorm aan nog voor ons debuut uitkwam.

Op “Mirrors in a black room” horen we gastvocalen van de geweldige Rachel Davies van Esben And The Witch. Hoe kwamen jullie met haar in contact. Het is dankzij jullie dat ik ontdekte dat ze een geweldig nieuw album hadden uitgebracht in augustus van vorig jaar, wat compleet aan mij voorbij was gegaan. Dus bedankt daarvoor!
RS: Graag gedaan! Esben And The Witch is een geweldige band en hun reputatie spreekt voor zich. Fantastische band, ongelofelijke songs, mooie teksten en de meest aangename mensen die je je kan voorstellen. Ik ben blij dat ik hen nu als vrienden mag beschouwen. Ik leerde hen kennen op het Doom Over Leipzig festival van vorig jaar. Ze speelden daar en na afloop benaderde ik de band waarbij ik mijn idee voortelde en ze kenden Ultha zelfs. Rachel was geïnteresseerd dus startten we met het uitwisselen van tekstuele ideeën. Ze nam haar zang op in Berlijn met Felix van Sun Worship en maakte van een goede song een uitstekende.

Op de “Dismal ruins” EP vervoegde Andy Rosczyk de line-up. Zijn electronica en keybaords voegden een vleugje Emperor toe aan jullie sound. Bovendien was hij ook verantwoordelijk voor de opnames en de mix van het nieuwe album. Is het belangrijk voor Ultha om zo onafhankelijk mogelijk te zijn? Geen nood aan het samenwerken met een externe producer?
CN: Andy heeft niet enkel het nieuwe album opgenomen, maar ook alle vorige Ultha releases, op de rehearsal demo na. Ik zou me eerlijk gezegd niet kunnen inbeelden hoe een Ultha-opname zou uitdraaien als we niet in Andy’s Goblin Sound Studio zouden kunnen werken. We zijn best wel waakzaam dat we het opnameproces niet tot in het oneindige uitrekken en dat we alles zo snel als mogelijk doen, maar deze situatie geeft ons het voordeel dat we de tijd kunnen nemen die nodig is om alle details goed te krijgen, vooral als het op mixen aankomt. Het is een echte luxe dat we ons niet hoeven te haasten in een geboekte studio om een langspeler in vier dagen op te nemen. En ik beschouw het ook als een voordeel dat Andy in de band speelt, omdat hij bij alles vanaf het begin betrokken is en er dus geen nood is om hem uit te leggen naar welke sound we op zoek zijn. Dus ja, onafhankelijkheid is erg belangrijk voor ons, en niet alleen op vlak van opnames.

De DYI-principes lijken heel belangrijk voor Ultha. Jullie verspreiden jullie muziek ook via Bandcamp en communiceren vrij actief op Facebook met jullie volgers. Vooral naar aanloop van jullie releaseshow in Keulen werden enkele statements gepost in verband met de zaal, de ticketprijs, de line-up en het evenement. In het verleden deden jullie ook enkele uitspraken aangaande anti-NSBM. Waarom is het voor jullie zo belangrijk om bepaalde zaken uit te klaren naar het publiek?
RS: Mensen beschouwen een band als Ultha of Sun Worship dikwijls als “hardcore people playing black metal” wat hoegenaamd niet het geval is. Niemand van ons is ooit actief geweest in echte hardcore bands. Maar we delen wel allemaal een DYI-underground achtergrond, wat ook erg politiek geladen is. De meeste van onze oude bands stonden vrij ver van hardcore, maar de ethiek en de mentaliteit uit deze scene zijn wel erg belangrijk voor ons. Daarom zullen we steeds verkiezen om een show te spelen in een autonoom centrum in plaats van een grote commerciële zaal – daarom zeiden we ook neen tegen enkele grotere labels die ons benaderden voor een multi-platendeal. Dat is gewoon niet ons ding. We houden ervan controle te hebben over de dingen die we wel of niet doen en hoe we ze doen. Deze band is een hobby en het is al moeilijk om de band levende te houden zoals ie nu is. Als we genoodzaakt zouden zijn om de regeltjes te volgen van grotere labels, al die pre-release promo teasing nachtmerrie moeten meedoen, op package deal tours dienen te gaan met bands waar we geen connectie mee voelen, et cetera zou onze band sneller gedaan zijn dan dat we begonnen zijn. We zijn ook van mening dat transparantie belangrijk is voor een eerlijke band – wat we hopen te zijn met Ultha –  omdat we dat ook verwachten van bands die wij goed vinden. We maken er geen geheim van een beetje geld te verdienen aan de verkoop van merch, maar we proberen de prijzen zo laag mogelijk te houden. We vragen nog steeds slechts een eerlijke fee voor een show, aangezien we weten hoe moeilijk het is om shows te financieren de dag van vandaag.
Onze releaseshow was een erg persoonlijk gebeuren voor ons, vandaar dat statement dat we de wereld instuurden. Keulen is een dure stad die heel veel doet om de underground cultuur te vernietigen, niet alleen binnen metal. We speelden onze eerste releaseshow in AZ en beslisten om de tweede daar ook te doen, vermits de stad er alles aan doet om het AZ te begraven en nieuwe fancy flatgebouwen neer te poten die onbetaalbaar zijn voor de meeste mensen. De show bracht best wel wat geld op dat onder andere naar de vier andere bands ging en grotendeels naar de zaal om toekomstige projecten te realiseren en te kunnen overleven. We voelen ons ook erg nauw verbonden met waar het AZ voor staat. De show was in een half uur uitverkocht, de meeste mensen begrepen de hele setting, kregen geweldige bands te zien voor een paar euro en hadden een leuke tijd. Natuurlijk vonden sommigen het cool om te provoceren en naar de show te komen in een Burzum shirt of andere dubieuze bandoutfit, maar zij werden buiten gezet, dus in het algemeen kunnen we van een succes spreken.
CN: De DYI-ethos (als je het zo wil noemen) is een cruciaal deel van onszelf en daardoor dus ook van de band. Natuurlijk zijn er enkele heel belangrijke mensen rondom de band die een grote rol spelen zoals Klose van Vendetta Records, Thomas Reitmayer die het merendeel van ons artwork verzorgt of Luc van Doomstar Bookings. Maar ook dat zou niet werken als we zelf geen controle zouden hebben over elke beslissing die we maken. Deze modus operandi is substantieel voor Ultha.
Ik sta dikwijls versteld van het feit hoeveel bands hulpeloos zijn als het aankomt op de meeste basis zaken. Er komt natuurlijk veel werk bij kijken, maar het geeft je wel volledige vrijheid en je zou vele opportuniteiten missen als je zou zitten wachten op een labelbaas met een grote zak geld die toevallig je repetitiekot zou binnen wandelen.

Ik baal ervan dat ik omwille van tinnitusproblemen, niet aanwezig kon zijn op jullie releaseshow. Met naast Ultha, ook Fyrnask, Lubbert Das, Ortega en Paramnesia op de affiche, was dit een killer line-up! Verliep alles zoals gepland? Ik keek er erg naar uit om Rachel te zien optreden met jullie. Zit er een mogelijkheid in dat dit in de toekomst nogmaals zou gebeuren?
CN: Zoals Ralph net zei, was de show zeker een succes. Er waren een paar kleine technische problemen hier en daar en een tijdschema dat niet 100% kon aangehouden worden, maar dat is vrij normaal bij het organiseren van een evenement zoals dit. Alle bands zetten een steengoede show neer, de zaal zat vol en iedereen had een geweldige tijd denk ik.
Met Rachel optreden as bijna surreëel voor mij. Ik bedoel: ik hou al lang van Esben And The Witch, heb hen zien optreden in verscheidene Europese steden en plots staat Rachel – de persoon met de meest mooie stem denkbaar – vlak naast mij op hetzelfde podium, dezelfde song te zingen als ik – hoe kan dat niet het beste ooit zijn? Dat was ontegensprekelijk het hoogtepunt uit mijn muzikale “carrière” tot dusver. Ik hoop echt dat we dit nogmaals kunnen overdoen in de toekomst, maar er is nog niets concreet momenteel.

Voor wie er niet bij was, hieronder een fragment van de show:

Gelukkig gaan jullie binnenkort op tour met het Amerikaanse Woe, waarbij jullie Het bos in Antwerpen en Roadburn in Tilburg zullen aandoen. Ik kijk alvast erg uit naar beide shows! Voor veel bands is op Roadburn spelen een hoogtepunt uit de carrière en sommigen pakken de zaken dan ook speciaal aan op dit festival. Gaan jullie een reguliere set spelen of hebben jullie ook iets speciaals in petto?
RS: We zullen twee songs van “Converging sins” spelen en het nummer van de split met Paramnesia die weldra zal uitkomen.

Enkele weken voor de release van jullie nieuwe album, brachten jullie een split-single met landgenoten Morast uit, waarop beide bands een nummer van het legendarische Bathory coverden. Wat betekent deze band voor jullie? Ik vind jullie versie van “Raise the dead” erg geslaagd, vooral hoe het contrast tussen de hoge en diepe vocalen werkt. Was het moeilijk om er één Bathory song uit te pikken?
CN: Haha, we krijgen deze vraag in bijna elk interview en we worden het nooit beu om te zeggen dat er zonder Bathory geen sprake zou zijn van black metal zoals we die vandaag kennen en dus ook geen Ultha. Elke fucking black metal band op deze planeet, ongeacht de sub-sub-stijl die ze denken te spelen, is schatplichtig aan Quorthon en Bathory. We houden allemaal heel erg veel van die band en ieder van ons heeft zijn persoonlijke favoriet (voor mij is dat “Under the sign of the black mark“), dus toen Cvlt Nation ons vroeg deel te nemen aan deze cover compilatie (want hiervoor werden beide songs oorspronkelijk opgenomen), hoefden we niet erg lang na te denken. Ralph stelde “Raise the dead” voor omdat het een meer up-tempo song is en hij had al een idee hoe hij de krankzinnigheid van Bathory kon omtoveren naar een Ultha-song, dus gingen we ervoor.

Hoewel velen natuurlijk al een Bathory song coverden in het verleden, namen jullie op de “Dismal ruins” EP een minder voor de hand liggend nummer onder handen, namelijk “Ghost walking” van Mighty Sphincter. Wie zijn idee was dat?
RS: Dat was ook mijn idee. Chris en ik zijn grote fans van darkwave en gothic muziek. Ik leerde Mighty Sphincter jaren geleden kennen via een cassette sampler. Het meeste van hun muziek klinkt anders dan “Ghost walking“, dus toen ik hun album kocht en dit nummer voor de eerste keer hoorde, werd ik omver geblazen. Het klinkt zo griezelig en donker. Daarna stootte ik op de muziekvideo toen Dwid van Integrity die uploadde en het is de beste muziekvideo ooit. Ik wist dat ik van deze song ooit een doomversie wou maken, maar bij Planks was dit nooit aan de orde. Tevens hadden we me Planks wel een gelijkaardige aanpak voor de The Cure klassieker “A forest“, maar die was niet echt heavy. Ultha was de perfecte band om deze cover te spelen en ik ben erg tevreden over het resultaat!

Jullie albums zijn verkrijgbaar op CD, cassette, vinyl en digitaal formaat. Wat is jullie mening over de revival van cassette en vinyl als populaire muziekdrager? Ik beschouw de vinyl-hype als een soort van escapisme waarbij de echte muziekliefhebber (terug) tijd neemt om platen te luisteren, van de goede geluidskwaliteit te genieten, de teksten te lezen, de details van het artwork te ontdekken, enzovoort. Maar tegenwoordig moet je snel handelen als je een vinylplaat wil scoren omwille van de erg gelimiteerde oplages of individuen die geen zak om de muziek geven maar enkel geïnteresseerd zijn in het doorverkopen aan absurde prijzen op Discogs.
CN: Persoonlijk heb ik de relevantie van vinyl nooit in vraag gesteld, dus ik haat al dat RSD-gedoe, het kunstmatig tekort van pressings, de rerelease policy van bijna elk groot label (waarom is het in godsnaam nodig een album opnieuw te persen op een dubbelaar als het vijftien jaar geleden op één plaat lukte?) en al dat gezever. Ik hou van gelimiteerde uitgaves, gekleurd vinyl en al die zaken, maar hoe het er momenteel aan toe gaat is absurd. Maar opnieuw, er zijn voldoende mensen die er in mee gaan, dus wat kan je eraan doen?
Ik ben blij dat we met een label werken dat weigert deel te nemen aan de money grabbing policy en onze releases aan eerlijke prijzen beschikbaar houdt zolang we dat wensen en er vraag naar is. Dat wil niet zeggen dat je geen verzamelobjecten kan uitbrengen, maar er is geen reden om ook geen reguliere versies aan een normale prijs aan te bieden aan mensen die niets geven om gelimiteerde platen en simpelweg willen luisteren naar een vinylplaat. Ik hoop echt dat deze trend zich niet verder zet naar cassettes (verder dan wat alvast aan de gang is), zodat ze de nerdy shit blijven die ik zo leuk vind.

Met drie releases in 2016, was het een druk jaar voor Ultha. Wat kunnen we in 2017 verwachten behalve de op til staande tour met Woe en enkele festivals waar jullie zullen aantreden?
RS: Op het ogenblik zijn we vrij onproductief daar onze nieuwe repetitieruimte wordt omgebouwd tot een studio, wat absurd lang lijkt te duren. We hadden gehoopt dat de song voor de split met Paramnesia reeds zou opgenomen zijn, maar dat is niet het geval en dat zuigt. Ik heb al anderhalve nieuwe song geschreven en er zijn verschillende aanbiedingen voor een split-release. Maar op het ogenblik voelt het eerder aan dat we zullen beginnen werken aan langspeler nummer drie. We zullen enkele zomerfestivals aandoen en misschien een andere tour doen in oktober, maar er zijn nog geen concrete plannen. Maar ik heb twee of drie ideeën voor kleinere dingen die we zouden kunnen doen. We zullen zien.

woe_ultha_poster_bw_web-700x984

Pillorian – A stygian pyre

Vorig jaar schrok ik me een hoedje toen personal favourite Agalloch besloot het bijltje erbij neer te leggen. Aan riooljournalistiek doen we hier niet mee, dus laten we het houden op een tegenstrijdige toekomstvisie van enerzijds mainman John Haughm en de andere drie bandleden. Er kwam geen rechtzaak van – zoals bij Gorgoroth en Immortal – over wie nu wel of niet aanspraak op de bandnaam kon maken. In plaats daarvan kondigde John al vrij snel aan dat hij met een nieuwe band zou verder gaan en dat hij in de vorm van Stephen Parker (Maestus, ex-Arkhum) en Trevor Matthews (Uada, ex-Infernus) twee gelijkgestemde zielen en doorwinterde muzikanten had gevonden. Volgende maand komt debuut “Obsidian arc” uit, maar in de vorm van (de reeds in pre-order uitverkochte) single “A stygian pyre” krijgen we al een amuse-bouche voor wat nog komen zal. Op basis van deze song zijn overduidelijk invloeden van Agalloch niet zo voor de hand liggend hoorbaar. Hoewel de band eveneens claimt dark/black metal te maken, neigt Pillorian toch veel meer naar de zwartmetalen hoek door dan Agalloch. “A stygian pyre” moet zelfs zowat de meest agressieve song zijn die John ooit gepend heeft! De uitstekende productie maakt het genieten van de donkere melodieën die leentjebuur spelen bij het legendarische Dissection en de kippenvel gitaarlead doet terugdenken aan de oude dagen van Katatonia. Op B-kantje “The ardor of scorn” laat Pillorian een andere kant van het obscure, melancholische spectrum zien. Deze ambient/drone song klinkt mysterieus dreigend, mede door de celloklanken van Helen Money’s Alison Chesley. En de andere Agalloch leden? Wel, drummer Aesop Dekker, gitarist Don Anderson en bassist Jason William Walton trokken Giant Squid-frontman Aaron John Gregory aan en vormden Khôrada. Zij werden op snelheid gepakt door Pillorian, maar vermits muziek geen wedstrijd is, kunnen we – in plaats van te rouwen om het heengaan van Agalloch – nu alleen maar hopen dat we er twee nieuwe uitstekende bands bij hebben. Pillorian weet hier alvast dubbel en dik te scoren. Laat dat debuut maar komen!

JOKKE:86/100

Pillorian – A stygian pyre (Eisenwald 2017)
1. A stygian pyre
2. The ardor of scorn

Entartung – Afwijken van de norm

Je hebt bands die voortdurend in de spotlights staan en elke scheet die ze laten, vertalen in een post op sociale media. Entartung, daarentegen, heeft zich steeds vrij low profile weten opstellen, waardoor de band nog steeds in een soort van mistige waas gehuld is. Recent leek de nevel echter een beetje op te klaren en gaf Entartung een deeltje van haar mysterie vrij. Met de release van “Baptised into the faith of lust” voor de deur, besloot ik de heren Lykormas en Vulfolaic eens aan een kruisverhoor te onderwerpen. (JOKKE)

entartung_band-2016

Jullie hebben Entartung in 2011 in het leven geroepen. Welke visie hebben jullie met de band en is alles de afgelopen jaren gelopen zoals jullie oorspronkelijk voor ogen hadden?
Vulfolaic: Ons oorspronkelijk doel was black metal maken zoals we die zelf graag horen; i.e. black metal met een aanzienlijk “old school”-gehalte, ontdaan van alle “innovaties” die het genre teisteren sinds het midden van de jaren ‘90. Aan ons voornemen hebben we ons zeker  gehouden. Wat we origineel dan weer niet voor ogen hadden was meerdere albums maken en uiteindelijk zelfs live spelen. In dat opzicht zijn we zeker wat ontspoord, maar dat is alleen maar positief.

Welke filosofie schuilt er achter de bandnaam?
Vulfolaic: Entartung betekent zoveel als “ontaarding, een afwijken van de norm. Dat is allicht een term die perfect beschrijft hoe de massa het soort muziek dat wij maken, ziet.

Lykormas is een rivier uit de Griekse mythologie terwijl Vulfolaic uit de Germaanse mythologie afkomstig lijkt te zijn. Waarom kozen jullie specifiek voor deze aliassen
Vulfolaic: Dat klopt niet helemaal. Onze aliassen komen uit de Indo-Germaanse traditie van de “wolvenkrijgers”. In heel wat traditionele culturen, overal ter wereld, associeerden krijgers zich met specifieke dieren wiens kwaliteiten ze zich eigen wilden maken. In Afrika treffen we bijvoorbeeld de luipaard- en panterkrijgers, in Zuid-Amerika vinden we de “ocēlōtl” (jaguarkrijgers). In Europa bestaat de traditie eveneens en werd het eerst geattesteerd aan de hand van rotsschilderingen van 60.000 jaar geleden, met als uitlopers natuurlijk de bekende “berserkr en “ulfheðnar in de latere IJslandse middeleeuwse literatuur. “Vulfolaic en “Haistulf komen uit de Germaanse cultuursfeer, “Lykormas (“Wolf-gang”, afgeleid van “λύκος”, “wolf”.) uit de Griekse. Evocatie van dat primitieve oerkantje is natuurlijk perfect voor black metal, waar de wolf niet te vereenzelvigen valt met de kudde.

Entartung is een band die enkel uit de diepte naar boven komt gekropen als er een nieuwe langspeler gereleased dient te worden. Met “Baptised into the faith of lust” is dat ondertussen zelfs album nummer drie. Wat maakt dit album het beste van de drie?
Lykormas: Is dit het beste album? Je kiest toch ook niet welk kind jouw favoriete gebroed is? Entartung heeft geen wereldschokkende veranderingen in hun sound. We zijn alle drie oude venten en hebben heel wat scene-ervaring. Het is niet zo dat Entartung nog een of ander groeiproces dient door te maken. Ons debuut “Krypteia” was misschien wel het zevende full length black metal-album dat ik geschreven heb. We weten wat we kunnen en we weten wat we willen. Er zijn zeker verschillen hoorbaar tussen alle albums en mij smaken ze alle drie even goed. “Über die Grenzen des Todes” is het allereerste Entartung nummer geschreven en dat bevalt me nog steeds. De nieuwe plaat klinkt natuurlijk het meest fris in de oren en ook het artwork ligt mij persoonlijk het beste. Ik klop me vooral op de borst over het feit  dat we dit album afgewerkt hebben als een trio en, los van Temple of Disharmony’s mastering, alles zelf hebben gedaan. Een werkje van bloed, zweet en tranen. In dat opzicht geeft “Baptised into the faith of lust” ons de meeste voldoening.

Alle drie de albums werden bij dezelfde broodheer uitgebracht. Vermits jullie de demofase overgeslagen lijken te hebben, vraag ik me af hoe jullie destijds bij World  Terror Committee terechtgekomen zijn?
Lykormas: Zoals dat meestal gaat. Destijds stuurden we “Krypteia” naar een handvol labels waarvan W.T.C. het meest geïnteresseerd was. We zijn geen band die op elke opportuniteit ingaat, noch het onderste uit de kan probeert te halen. We zijn tevreden met W.T.C. en zoals de dingen verlopen.

Het geluid van Entartung houdt het midden tussen de Duitse en Finse black metal sound. Welke bands beschouwen jullie zelf als de blauwdruk voor het bandgeluid
Lykormas: Ik denk dat je het zelf goed opmerkt en dat daarmee voldoende gezegd is. Entartung kijkt vooral naar zichzelf. We plaatsen geen andere bands op een voetstuk, noch kijken we minachtend neer op anderen. We maken muziek die uit ons hart vloeit en zijn er niet op uit om te innoveren. Ons creatief en spiritueel uiten staat voor ons boven originaliteit. Dat we daardoor gelinkt worden aan andere bands in het black metal-genre is niet meer dan logisch. Maar zelf boeit ons dat helemaal niet.

Op tekstueel vlak zoeken jullie inspiratie in de obscure kant van (religieuze) geschiedenis en in de schrijfsels van Fyodor Dostoyevsky, Selma Lagerlöf, Charles Baudelaire en Hermann Löns. De songtitels zijn bovendien in het Latijn, Engels, Duits, Frans, Zweeds en Hindi. Zijn de songs op een bepaalde manier met elkaar verbonden en hoe belangrijk is de inhoudelijke boodschap voor Entartung?
Vulfolaic: Er loopt geen rode draad doorheen de individuele nummers; de nummers refereren ook niet op een bepaalde manier naar mekaar. Natuurlijk maken we gebruik van genregebonden stilistische elementen die in elk nummer terug te vinden zijn, maar we willen zeker niet dat elk nummer klinkt als een semi-kopie van het nummer ervoor en erna. Omdat elke compositie zijn eigen identiteit heeft, vinden we het belangrijk om naar tekstuele onderwerpen op zoek te gaan die passen bij deze sfeer en eigenheid. Wanneer de sfeer geholpen wordt door die onderwerpen te bezingen in de taal waarin ze oorspronkelijk zijn ontstaan, dan onderzoeken we graag die optie. Zo komen we deze keer dus inderdaad uit op flarden tekst in een aantal vreemde talen.

Ook in het hoesontwerp is veel werk en detail geslopen. De afbeelding is een soort van parodie geworden van het negentiende-eeuwse schilderij “The vision of the youth Bartholomew” van de Russische schilder Mikhail Nesterov. Hoe verhoudt de cover zich tot de albumtitel en wie is verantwoordelijk voor het mooie ontwerp?
Vulfolaic: We waren op zoek naar een authentiek schilderij als hoes voor deze langspeler. Het probleem hierbij is echter dat er honderden bands in dezelfde “public domain”-vijver vissen en je dus vroeg of laat in een situatie komt waar een andere band hetzelfde kunstwerk op zijn hoes mikt. Voor ons vorig album gingen we op zoek naar Christelijke houtsnedes die we listig konden aanpassen en ombuigen naar de sfeer die wij wilden. We wilden dit echter niet zomaar herhalen en kwamen uiteindelijk uit bij de kunst van de Orthodoxe Kerk. Voor de illustraties binnenin gingen we aan de slag met een aantal iconen, voor de omslag dan inderdaad met het schilderij “Het visioen van de jonge Bartholomeus”.  In het verhaal waarvan het oorspronkelijke schilderij een illustratie is, ontmoet een ietwat simpele boerenzoon een monnik. Die monnik geeft hem de Orthodoxe variant van een hostie, wat zijn intellectuele capaciteiten zou moeten verhogen – vooral met betrekking tot interpretatie van de “Heilige Schrift”. Uiteraard stelt de monnik ook het dubieuze gebaar van de jongen te kussen.

entartung-baptised-into-the-faith-of-lust

In onze bewerking is de monnik in essentie een variant op de figuur “Pesta uit de reeks “Svarte dauen” van de Noorse volkskunstenaar Theodor Kittelsen. De monnik behoort tot de wereld van de doden, maar hij wandelt tussen de levenden. Hij plant als het ware de zaden van het verval in deze wereld; hij draagt de spirituele zwarte dood – die het Christendom is – met zich mee. De akkers op de achtergrond van het schilderij zijn dor geworden en zullen geen gewassen dragen die de bevolking van de nederzetting zullen kunnen voeden. Dit verwijst naar het bekende Mattheus-fragment (6:26):  “Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?” Uiteindelijk aanvaardt de achterlijke jongen ook het “lichamelijke geschenk” van de monnik – de aard van de geschenken die geestelijken uitdelen is ondertussen welbekend – en worden de kleuren van de dood en vergankelijkheid in zijn gezicht gegraveerd. Op dat moment is hij waarlijk gedoopt “in het geloof van de lust, een niet mis te verstane metafoor die we haalden uit een werk van de Zweedse schrijver P.O. Enquist.

Entartung opereerde steeds als duo, maar op het nieuwe album lieten jullie je bijstaan door een drummer van vlees en bloed. Hoe zijn jullie bij Haistulf uitgekomen en is hij permanent tot Entartung toegetreden?
Lykormas: Om onze muziek live ten gehore te brengen, moesten we op zijn minst als trio aantreden. Om die reden heeft Haistulf zich bij Entartung aangesloten. Zelf heb ik al vele jaren samen met hem gespeeld en wist dat hij het uitstekend zou doen. Zijn drumwerk op de nieuweling zou ook een meerwaarde zijn, dus zijn we erg tevreden dat hij vast deel uitmaakt van de band. Al verandert dit niet veel voor Entartung. Vulfolaic maakt nog steeds al het artwork, concepten en teksten. En ik zorg nog steeds voor de muziek en tevens drumlijnen voor Haistulf. Zelf heeft laatstgenoemde de afgewerkte versie van “Baptised into the faith of lust ” nog niet gehoord. Hij wil daarmee wachten tot hij daadwerkelijk het fysieke eindproduct in handen heeft.

Buiten een exclusief optreden in 2015 op het Nederlandse Veneration of the Dead festival, lijken jullie een broertje dood te hebben aan op de planken staan. Hoe heeft de organisatie jullie zover gekregen om toch eens op het podium te kruipen? Gezwicht voor het grote geld?
Vulfolaic: Ik denk dat de meeste toeschouwers behoorlijk teleurgesteld zouden zijn, moesten ze de kans krijgen om een blik achter de schermen te werpen. Alles wat voor en na een optreden plaats vindt, is allesbehalve glorieus; de hele ervaring wordt al evenmin afgesloten door het ontvangen van een dikke enveloppe met bankbiljetten. Het concept van Veneration of the Dead sprak ons aan en kwam op een moment dat gunstig was voor de verschillende individuen in Entartung. Ondertussen liggen de kaarten alweer wat anders. De voorbije twee jaar was werken aan het nieuwe album de prioriteit. Alle podia van Europa afdweilen is dat niet.

Is er geen druk vanuit het label om het nieuwe album live te gaan promoten?
Vulfolaic: Neen, World Terror Committee geeft ons op alle vlakken totale vrijheid.

Ik veronderstel dat er toch wel wat voorbereiding aan te pas komt om plots op te treden. Kost het dan niet veel tijd en energie voor slechts een éénmalig gebeuren?
Lykormas: Ja, dat klopt helemaal. Als we rond die periode meer mogelijkheden tot spelen zouden gehad hebben, hadden we zeker meerdere shows gespeeld. Maar de enkele onnozele aanbiedingen die we toen kregen, deden ons onmiddellijk denken aan de redenen waarom we het vooral niet zouden doen. Uiteraard vallen de kansen niet zomaar uit de hemel, maar om een heel traject in volle overtuiging en toewijding te volgen om zo een  handvol lauwe shows te spelen, dat zagen we niet (meer) zitten. We hebben het live-gebeuren afgesloten. Maar zeg nooit nooit, aldus het bekende gezegde…

 

Entartung – Baptised into the faith of lust

Niets is wat het lijkt. De black metal band Entartung staat algemeen gekend als zijnde een duo met heimat bij onze Oosterburen, maar wij bij Addergebroed weten wel beter. Voorganger “Peccata mortalia” ging er drie jaar geleden in als zoete koek, benieuwd wat de band op de nieuwe langspeler ten berde brengt. Veteranen Lykormas (gitaar en zang) en Vulfolaic (zang, bass, keyboards) lieten zich voor langspeler nummer drie bijstaan door een drummer van vlees en bloed en hoewel de geprogrammeerde drums op de voorgangers verre van storend waren, draagt Haistulf bij aan het organisch geheel. Dat de heren hun talen kennen, moge duidelijk wezen, want met songtitels in het Latijn, Engels, Zweeds, Hindi en Frans valt er heel wat te vertellen. Bovendien hebben ze tijdens de lessen geschiedenis, literatuur en filosofie ook goed opgelet want op tekstueel vlak verkennen de zeven songs de meer obscure kant van enkele historische gebeurtenissen, de waanvoorstelling die religie is en de schrijfselen van Fyodor Dostoyevsky, Selma Lagerlöf, Charles Baudelaire en Hermann Löns. Het cover artwork neemt bovendien een bizar loopje met orthodoxe iconografie. Over naar de muziek nu! Hoewel ik dus zo mijn twijfels heb over de Duitse achtergrond van het trio, klinkt de black metal die ze ons veertig minuten lang voorschotelen, wel über Germanisch, met in “Der werwolf” een dikke vette knippog naar een act als Farsot. Ook niet-Duitse bands à la Sargeist en Arckanum kunnen als referentiebron dienen. Het klinkt nét allemaal een tikkeltje ruwer en donkerder dan voorgaand werk en met akoestische of piano intermezzi wordt nu zuiniger omgesprongen (op “Agni kravyad” en “Hymne à la beauté” na). Hoewel de sound dus ietwat naar de essentie herleid is, blijven de songs wel goed in het gehoor liggen. Neem nu de melodie van “Vices of the prophet” bijvoorbeeld waar ik vanavond waarschijnlijk mee ga slapen. Echt gevaarlijk klinkt het echter allemaal niet en de ietwat vlakke zang zou wat meer diepgang mogen krijgen. De band opereert regelmatig in midtempo regionen, hoewel naar het einde van de plaat in “Der werwolf” en “Black dog of God” het gaspedaal wel eens langere tijd dieper ingedrukt wordt. Ik hoor Entartung dan ook het liefst met wat peper in hun reet. Al bij al een meer dan degelijke derde plaat hoewel ik toch een ietsiepietsie op mijn honger blijf zitten.

JOKKE: 80/100

Entartung – Baptised into the faith of lust (World Terror Committee 2017)
1. Resurrectio mortuorum  
2. Vices of the prophet
3. De sura frukterna
4. Agni kravyad
5. Der werwolf
6. Black dog of God
7. Hymne à la beauté