Maand: maart 2017

The Great Old Ones – A true Lovecraftian experience

The Great Old Ones is bezig met een steile opmars doorheen Europa. Ze hebben zopas een tourtje gedaan doorheen het Avondland. Ze hebben zopas een dijk van een 3de album, “The Esoteric order of Dagon: a Tale of dark legacy“, uitgebracht en ze tekenden zopas bij een van de grotere underground labels van Europa. Hierover en nog meer spreekt gitarist/zanger Benjamin Guerry, het creatieve brein achter de oudjes. (FLP)

tgoo
Dag heren. Een nieuw album, het gaat The Great Old Ones best wel voor de wind. Jullie moeten wel erg gelukkig zijn nu.
Hallo! Jazeker. Momenteel zijn we echt wel tevreden met de reviews van de pers en de reacties van het publiek. We hebben keihard gewerkt aan dit album en hopelijk kunnen we hierdoor een hele rits nieuwe landen aandoen.

Zowel Xabi en Sébastien hebben de band verlaten vlak na de opnames. Watskebeurd?
Dit hadden ze al beslist voordat we zouden gaan opnemen. Xabi wou geen grote tours maken en Sébastien voelde zich niet erg lekker met de werking van de band. In beide gevallen is het best te begrijpen en hebben we ook respect voor hun keuze. Samen hadden we al alle songs ingeoefend, dus was het niet meer dan logisch dat Xabi en Sébastien ook de opnames voor hun rekening zouden nemen. Dus nu hebben we Aurelien Edouard op gitaar, een ongelooflijke muzikant die ook soleerde op “In screams on flames” van het laatste album. Jérôme Charbonnier verzorgt nu het baswerk. We kennen hem al vele jaren. En naast het bepotelen van de viersnaar, is hij tevens een begenadigd grafisch ontwerper. Hij is verantwoordelijk voor de layout van “Esoteric order of Dagon“.

Op Facebook las ik een comment waar iemand aan het zeuren was over de moderne productie van “EoD“. Hij zei dat jullie beter klonken op de vorige releases.
Als je wat veranderd aan je sound zijn er altijd mensen die het niet goed vinden. Maar de productie is onze eigen keuze. We wilden een meer hevige sound, passend met de duisternis van de nieuwe tracks. En eerlijk gezegd, “EoD” klinkt niet als een technisch death metalalbum. Er is zeer veel sfeer en het is immer a true Lovecraftian experience.

Ik vraag me steeds af: hoe belangrijk is het gebruik van 3 gitaren? Maakt het echt dat verschil live? Ik denk vooral aan rommelige monitormixen, extra gewicht om mee te sleuren, extra tijd nodig om te soundchecken,…
Wanneer ik startte met het componeren van de nummers voor ons eerste album “Al azif“, schreef ik onmiddellijk telkens 3 gitaarpartijen. En uiteraard is dat nog steeds het geval zo. Op deze manier kan ik een meer complexe atmosfeer creëren, door epische lagen te maken met effecten of door bepaalde stukken extra heavy te maken. Zodoende is dit nu een deel van onze eigen sound. Vanzelfsprekend is de organisatie hiervoor wat uitdagender, maar het resultaat mag er wezen.

De “Esoteric Order of Dagon” is een of andere religie in Lovecrafts fantasiewereld. Vertellen jullie eigenlijk een volledig verhaal, of een stukje ervan? Ik ben niet zo bekend met Lovecraft.
EoD” beslaat een sequel van H.P. Lovecrafts kortverhaal “The shadow over Innsmouth“. Een nakomeling van de protagonist van het originele verhaal gaat naar Innsmouth om uit te vinden wat er gebeurd is met zijn voorvader. Onvermijdelijk, wordt zijn lichaam en geest op de proef gesteld.

Het volgende zou al jaren geleden gevraagd kunnen worden. Maar waarom die voorliefde voor Lovecraft. Staan jullie nog helemaal achter de keuzes van destijds. Ik bedoel maar; belemmert die beperkte invalshoek jullie creativiteit niet?
Zowel voor sommige leden als voor mij is Lovecraft een auteur die ons achtervolgt sinds onze tienerjaren. Hij heeft een zeer samenhangend universum gecreëerd, een mythe bevolkt door charismatische entiteiten. Dit maakt het mogelijk oneindige verhalen te vertellen en nu is Lovecraft zelfs een volledig lid van de band. Zeg nooit nooit. Later zullen we misschien geïnspireerd worden door een andere schrijver, momenteel is Lovecraft de hoeksteen van ons werk.

Jeffs artwork is absoluut uniek, met al zijn puntjes en bollen. Het past ook perfect met de muziek van The Great Old Ones. Ook elke albumcover is geschilderd door Jeff. Hij is duidelijk erg belangrijk voor de band. Zijn jullie van plan zijn talenten nog meer in de picture te zetten?
Sinds het begin van de band maakt Jeff al het artwork voor ons. Hij is een geweldige schilder en en hij vindt altijd een goede manier om onze muziek voor te stellen. Om dit te maken, vraagt hij mij eerst wat ik in van plan ben met mijn teksten. En dan improviseert hij. Voor het nieuwe album wilden we een stad in chaos, onder invloed van een Lovecraft entiteit. En zoals altijd is het perfect! (FLP: een boek met zijn artwork, een tentoonstelling, live projecties of grootse banners op het podium zou nog wat leuks geweest zijn.)

Jullie zijn overgeschakeld van Les Acteurs de l’Ombre naar Seasons of Mist. Op Les Acteurs waren jullie de hot shots. Op Seasons of Mist zal dat (nog) niet zo zijn. Is dit geen risico? En is er eigenlijk een groot verschil tussen beide labels?
Momenteel loopt alles gesmeerd met Seasons of Mist. Het is nog te vroeg om echt duidelijk op jouw vraag te antwoorden, maar het belangrijkste voor ons is om een goede relatie te hebben met de mensen waarmee we werken. We krijgen goede promotie en veel support. Uiteraard is het een risico, maar als band geraak je niet vooruit zonder een beetje risico te nemen.

Nu jullie op een groot label zitten, verwacht ik nog meer tours. Iets te vertellen hierover?
We werken keihard daarvoor. We willen echt overal heen. Momenteel is niks bevestigd, dus kan ik niet veel toevoegen hierover. Maar je mag er zeker van zijn dat we de terugkeer van de Esoteric order of Dagon over de hele wereld willen vieren!

Advertenties

Babylon Doom Cult Records – Een album uitbrengen waar ik zelf geen fan van ben, zie ik mezelf niet snel doen

Voor een bruisende muziekscene zijn steengoede bands een absolute vereiste. Maar zonder platform geraken die ook niet ver. Het belang van platenlabels, boekingskantoren, magazines, blogs, concertzalen, radioprogramma’s, etc. mag dan ook niet onderschat worden. Hier lopen mensen rond met een neus voor talent die bands soms net die extra push kunnen geven die ze nodig hebben om in de aandacht te komen. In de Antwerpse muziekscene loopt in de figuur van Jo Versmissen een notoir muziekliefhebber en -kenner rond die – naast voltijds baardaap – ook tal van andere functies op zijn cv mag schrijven: DJ, boekingsagent en sinds kort ook platenbaas. We zochten de heer Versmissen op om polshoogte te nemen van zijn plannen. (JOKKE)

BDC logo

Dag Jo! Vanwaar de idee om een platenlabel te beginnen?
Dag Johan! Eerst en vooral bedankt voor de interesse vanuit Addergebroed, een site waar ik met plezier reviews en interviews lees.
Bij het oprichten van mijn vennootschap (ik werk als freelance IT-consultant) heb ik destijds meteen in de statuten laten opnemen dat deze ook muziek mag uitbrengen, verdelen, verkopen, enz. Toentertijd was het niet meer dan een “Wie weet… ooit”-gegeven. De idee om destijds die mogelijkheid in te bouwen, was er omdat ik na 20 jaar intensief muziek luisteren, concerten afschuimen en zelf concerten organiseren het gevoel had dat de kennis wel aanwezig was om hier en daar knappe bands of releases uit te pikken en ze onder de aandacht te brengen in de vorm van een mooie, kwalitatieve release.

Heb je je er gewoon ingesmeten of ben je eerst ten rade gegaan bij meer ervaren personen/labels uit het wereldje. Ik vermoed dat er ook veel meer bij een label komt kijken dan je op het eerste zicht verwacht?
Hier verdient Mike van Consouling Sounds en Consouling Store een hele dikke vermelding. Op de website van Consouling had ik gelezen dat ze bands begeleiden bij het in eigen beheer uitbrengen van een album. Door de plannen waar ik toen mee rondliep, heb ik dat waarschijnlijk geïnterpreteerd als “een beginnend label begeleiden”. Ik heb Mike gecontacteerd en hem mijn vraag voorgelegd en zo ben ik op een mooie dag bij hem aan de toog beland om een (erg lekkere) koffie te drinken en een gezellige en informatieve babbel te hebben. Daar ben ik heel wat wijzer uit geworden. Langsgaan bij Mike in de Consouling Store is trouwens nooit een straf, er zit altijd wel iets interessants in de bakken waardoor je er zelden of nooit met lege handen buitenkomt. Ook met de mensen van Hypertension, in het bijzonder Tom Vanuytrecht, heb ik een goed contact, bij hem heb ik ook wel eens virtueel aangeklopt.
Bij het uitbrengen van een album op zich, komt eigenlijk niet superveel kijken. De wettelijke omkadering (vennootschap) was er al, het contact met de band was er al en Mike heeft me de juiste richting gewezen wat betreft lp’s laten persen. Voor de eerste release heeft de band zelf dan nog eens het artwork verzorgd en met Maurice De Jong (o.a. Gnaw Their Tongues) die vinyl mastering gedaan heeft, had ik ook al contact. In dat opzicht is het misschien juister om te zeggen: als je de juiste mensen kent, valt een album releasen wel mee.

Als eerste release koos je voor “De speenzalvinge, het debuut van Alkerdeel. Was het van meet af aan duidelijk dat je deze plaat absoluut wou uitbrengen?
De leden van Alkerdeel kende ik doordat ik een aantal keer een concert voor hen georganiseerd had. Toen Davy (naast mezelf de andere helft van het Babylon Doom Cult DJ team) en ik naar een concert van Wrekmeister Harmonies in de Magdalenakerk in Brugge gingen, vroeg Pede, de zanger van Alkerdeel, na afloop of we hem eventueel tot in Gent konden meenemen. Tijdens die autorit kwam het idee voor een label ter sprake waarop hij zei dat een Alkerdeel demo en het debuut nog niet op lp verschenen waren. Als fan van het eerste uur had ik daar wel oren naar en zo is de bal aan het rollen gegaan.
De idee om Alkerdeels “De speenzalvinge” uit te brengen was de directe aanleiding om Mike te contacteren. Aangezien die band al meerdere releases via Consouling uitgebracht heeft, heb ik het, toen ik bij hem langsgegaan ben, ook gewoon op tafel gegooid en gevraagd of het OK was om te doen. Niet dat zijn toestemming nodig is of zo, maar het is absoluut niet mijn bedoeling om bestaande relaties tussen een band en een label te verstoren. Gelukkig is Mike erg open-minded en staat de artiest centraal in zijn visie waardoor het voor hem geen probleem vormde.

Tevreden over het resultaat van je eerste release? Wat was de oplage en hoe loopt de verkoop?
Zeer, zeer tevreden. De plaat klinkt geweldig waardoor de groezelige sound van Alkerdeel extra goed uit de verf komt. Het artwork is (letterlijk) erg donker en er straalt een zekere, niet alledaagse klasse af. In dat opzicht gaat het (wat mij betreft) hand in hand met de muziek. Ook de typische Alkerdeel humor is aanwezig. Probeer de tekst aan de binnenkant rechts maar eens te ontcijferen. Er werden 350 stuks geperst. Tot nu toe is het geen stormloop wat betreft verkoop, al mag ik ook niet klagen. De dag van de release waren er onmiddellijk een aantal sales in de webshop maar daarna is dat wat stilgevallen. Er zijn wel best wat exemplaren verkocht aan vrienden en kennissen en, doordat het direct een mooie titel is, gaan er ook wel wat deuren open bij andere underground labels waardoor traden behoorlijk goed lukt en het aanbod in de webshop langzaam maar zeker uitbreidt.

Zijn er dingen die je onderschat hebt of zaken die je al meteen anders wilt aanpakken
Het is intussen duidelijk dat een noodzakelijke volgende stap een goed promotienetwerk op poten zetten is. Dat wordt een zoektocht naar hoe je dat best aanpakt. Naast promotie is ook distributie iets waar je als fan enkel met de kant van de klant bekend mee bent. De vraag is of er nog veel winkels zijn die releases uit de underground scene via een distributeur binnenhalen en of het loont om een aantal exemplaren op te sturen, rekening te houden met platen die retour komen enz. Verder zijn er kleine zaken als het op punt zetten van de shipping kost in de webshop. Dat klinkt misschien een beetje dom maar het is een heel werk om de interessantste opties voor je klanten uit te vissen en in een webshop in te bakken. Om terug te komen op je vraag of er veel komt kijken bij een label, na deze vraag moet ik misschien terugkomen op mijn eerder antwoord. Een release uitbrengen valt op zich wel mee, een release bekendheid geven en aan de man brengen, is een ander paar mouwen.

Doe je alles zelf binnen het label of doe je voor sommige zaken zoals PR, communicatie, webshop, social media, artwork, e.d. ook beroep op andere mensen?
Het artwork wordt tot hiertoe altijd door de bands zelf aangeleverd. Daar krijgen ze in principe vrij spel in, zolang het betaalbaar blijft en geen boodschap uitdraagt waar ik me als persoon niet in kan vinden of als label niet mee geassocieerd wil worden. Al de rest neem ik tot hiertoe zelf voor mijn rekening: PR, webshop, pakjes maken en versturen, social media, de releases naar andere labels verspreiden, …

Nog voor je eerste release een feit was, kondigde je al enkele andere platen aan die weldra het levenslicht zullen zien. Je laat er duidelijk geen gras over groeien. Wat kunnen we in de nabije toekomst nog verwachten qua releases?
Er is intussen één release uit (BDC001, Alkerdeel – “De speenzalvinge“), één testpersing goedgekeurd (BDC002: Northward – “IJsgang“), twee releases besteld (BDC003: Kozmotron – “Kozmotron” en BDC004: Witch Trail – “Thole“) en voor BDC666: Bütcher – “Bestial fükkin’ warmachine” is het mixen bezig en wordt, als alles goed gaat, eind maart aan de mastering begonnen. Er is een gesprek geweest met een Belgische band om een uitverkocht album te re-releasen. Of dat iets wordt, hangt af van het label dat de rechten op de muziek heeft. Hopelijk snel positief nieuws daarover!

Het lijkt erop dat je momenteel enkel vinyl zal uitbrengen. Is dat een bewuste keuze? Bestaat de mogelijkheid dat je ook CD’s of cassettes zal releasen? Of betreft het in het geval van nieuwe releases dan een samenwerking met een ander label?
Tot hiertoe is er enkel sprake van vinyl. Het is een formaat waar ik zelf van hou en wat ik zelf het meeste koop. De releases worden ook uitgebracht zoals ik ze zelf graag heb: zwart vinyl, 180 gram (niet dat ik denk dat die per se beter klinken maar het voelt prettiger aan en geeft instinctief toch meer het gevoel van kwaliteit), gewatteerde binnenhoezen en geseald. Als een band er zelf op aandringt, neem ik een cd versie in overweging. Voor Bütcher gaat dit bijvoorbeeld het geval zijn.

Zijn er welbepaalde guidelines die je jezelf hebt opgelegd om in zee te gaan met bands? Of zijn alle genres welkom op Babylon Doom Cult Records?
Een eerste, heel eenvoudige regel is: zou ik het zelf kopen, ben ik fan? Een album uitbrengen waar ik zelf geen fan van ben, zie ik mezelf niet snel doen. Van de eerste vier releases heb ik dan ook eerst de muziek gehoord vooraleer te beslissen om het uit te brengen. Van Bütcher had ik enkel nummers live gehoord. Die live uitvoeringen, gecombineerd met de drive en de visie die de band de afgelopen jaren heeft, waren de doorslaggevende factor om te vragen of ze het album via Babylon Doom Cult Records wilden uitbrengen. Ten tweede moet het contact met de bandleden vlot verlopen. Een band die moeilijk doet om moeilijk te doen… nee bedankt. Naar ik vermoed is dat het geval in beide richtingen maar dat zou je aan de verschillende bands moeten vragen.
Een band of album moet op een of andere manier ook opvallen in een overvol muzikaal landschap. Dat is natuurlijk voor een deel gevoelsmatig. Naar mijn gevoel hebben Alkerdeel en Witch Trail duidelijk een eigen gezicht. Ik kan me inbeelden dat niet iedereen het eens is met de stelling dat Northward, Kozmotron en Bütcher dat ook hebben. Bij mij weten ze alvast stuk voor stuk een aparte, eigen sfeer op te roepen.
Het genre speelt weinig rol in het wel of niet in aanmerking komen. Op zich kan er dus best een diverse catalogus ontstaan waar ergens toch een zekere gemeenschappelijke deler in zit. Vergelijk het met wat ik het “Roadburn gevoel” noem. Op één of andere manier klopt het perfect dat Coven, Wolves In The Throne Room, Magma, Bongzilla, Harsh Toke en Dälek op dezelfde affiche staan.

Is er naast het debuut van Alkerdeel nog een ander oudje dat je héél graag op Babylon Doom Cult Records zou willen uitbrengen?
Mensen die me kennen, weten dat ik een groot fan ben van het Finse rariteitenkabinet Circle. Opgelet, achter de rariteiten en verkleedpartijen zit wel een erg solide, strakke live band die verdomd goed weet hoe een song in elkaar zit. Ektro Records, het label van Jussi Lehtisalo, de bassist van Circle, is stelselmatig zelf de uitverkochte of nog nooit op vinyl verschenen albums aan het uitbrengen. Als ik er eentje voor mijn rekening zou mogen nemen…

De naam van je label verwijst ook naar het DJ-duo waar je deel van uitmaakt. Hiermee hebben jullie al op tal van concerten en festivals gedraaid. Wat is zowat het hoogtepunt tot nog toe uit jullie carrière als underground platendraaiers?
We hebben al heel wat leuke avonden beleefd maar het hoogtepunt was ongetwijfeld onze set op de zondag van Graspop 2015. Daarvan kan ik zonder overdrijven zeggen dat we de hele tent op zijn kop gezet hebben met een gezonde mix van metal classics en songs van Chris Isaak, Boney M en The Beatles. Hét tafereel wat me altijd zal bijblijven, ging als volgt: we zetten LA Woman van The Doors op voor een halfvolle tent waar best al wel wat gedanst werd. Ik moest even het podium verlaten voor een sanitaire stop en toen ik terugkwam, stond de tent bijna vol en bleef er volk binnenstromen. En werkelijk iedereen, van voor tot achter, stond te dansen en zichtbaar te genieten.
Daarnaast houden we ook van een wat vrijere setting, bv. een avond met drie of vier bands in pakweg Het Bos in Antwerpen aan elkaar draaien. Voor en tussen de shows hangt het wel of niet blijven van het publiek niet af van jou als DJ. Dat is de perfecte gelegenheid om minder bekend of zelfs ronduit obscuur materiaal op te leggen. Op zulke avonden krijgen we geregeld mensen aan de DJ booth om te vragen wat er opstaat. Vaak uit het publiek maar het gebeurt even goed dat een bandlid die zijn of haar spullen op het podium aan het opruimen is even opkijkt en komt vragen wat er op staat. Ik ga niet ontkennen dat zoiets voldoening geeft en je ego streelt.

Jullie draaien een mix van doom, stoner, sludge, psychedelica en black metal maar zijn ook niet vies om er bij tijd en stond enkele “foute” oldies tussen te smijten. In hoeverre ligt op voorhand vast wat jullie zullen draaien? Is er plaats voor ingevingen van het moment?
Een set is meestal wel voorbereid maar het gebeurt zelden dat het uitgestippelde plan echt gevolgd wordt. Zie het eerder als een leidraad waar we, als het nodig zou zijn, op kunnen terugvallen. Je speelt toch altijd in op je publiek en werkt met de inspiratie van het moment.
Voor de party-sets (Graspop, aftershow van de laatste Bliksem gig, Desertfest pre-party of zelfs een trouwfeest), bouw je in de loop der jaren een verzameling nummers op waarvan je weet wanneer ze wel en niet werken. Zoals net vermeld doen bv. Chris Isaak of Boney M het goed bij een breed publiek. Bij een wat meer metal of rock getint publiek, heb je de optie om eens een Prong of Turbonegro te draaien en val je niet automatisch terug op namen als Metallica of AC/DC. Bij een wat meer stoner minnend publiek, is er dan weer ruimte om bv. Witchcraft of Lucifer’s Friend op te leggen. En zo weten we een DJ-set elke keer op onze eigen manier in te vullen. En zo heeft elke set zijn eigen accenten.
Voor sets tussen bands, hebben we meestal een vrij beperkt aantal platen bij, specifiek uitgekozen voor die show. We zijn een beetje allergisch aan het fenomeen dat er enkel black metal gedraaid wordt tussen black metal shows of enkel drone op een Sunn O))) gig en maken er een punt van telkens een gevarieerde set te draaien.

In het verlengde van je DJ-bezigheden draai ook al enige tijd op Radio Centraal waar je het programma Onder/Stroom hebt. Hoe ben je daar terecht gekomen?
Op een dag zei ik tegen Pi, de drijvende kracht achter Antwerp Music City, dat ik wel eens een radioprogramma zou willen maken waar ik gewoon draai waar ik op dat moment zin in heb. Hij antwoordde kurkdroog: “Dan moet je eens naar Radio Centraal gaan en voorstellen wat je wil doen.” En zo geschiedde. Na drie testafleveringen kreeg ik te horen dat het programma goed bevonden was en dat ik een vaste stek op de radio zou krijgen. In het begin was het onderwerp “extreme metal in al zijn vormen”, intussen is het genre wel wat verruimd. Zo kunnen The Doors, William Onyeabor of Funkadelic in hetzelfde programma zitten als Morbid Angel en Darkthrone. Het is ook al gebeurd dat ik een heel album van een band gespeeld heb. Allemaal vrijheden die je hebt bij Radio Centraal.

Wanneer valt dit programma te beluisteren en hoe bereid je een playlist voor
Momenteel is het programma tweewekelijks op zondag van 18:00 tot 20:00. De frequentie is 106.7 FM of je kan ook luisteren via http://streaming.radiocentraal.org/.

Valt het radioprogramma ook ergens na te beluisteren voor wie het gemist heeft?
Omdat ik die vraag meer en meer krijg, heb ik het eens nagevraagd maar momenteel is het blijkbaar moeilijk om me de opnames van de uitzending te bezorgen. Van de laatste show heb ik wel een spotify playlist gemaakt die hier te vinden is: https://open.spotify.com/user/116509933/playlist/4PIhi8y4y35vw39dbydzdk.
De playlists van elke show die ik tot hiertoe gedaan heb, is te vinden op https://www.facebook.com/onderstroom666/.

Last but not least maak je ook deel uit van OnderGronds. Dat lijkt de laatste tijd echt als een trein te lopen en jullie hebben best wel al enkele heel interessante affiches weten te strikken. Wat is jouw taak exact binnen OnderGronds?
OnderGronds bestaat uit zes leden. Elk lid is vrij om shows op poten te zetten, wat ik dan ook af en toe doe. We staan alle zes in voor de productie van shows. Afhankelijk van hoeveel volk we verwachten en in welke venue een show plaatsvindt, wordt bekeken hoeveel mensen van OnderGronds er best aanwezig zijn. De drijvende kracht achter OnderGronds is Jan Cassiers. Hij volgt de vele aanvragen op die we krijgen. Dat is intussen een quasi dagelijkse bezigheid geworden. Doordat hij de meeste shows boekt en daarom bijna elke keer aanwezig is, is hij zowat het gezicht van OnderGronds geworden. Zelf werk ik meestal andersom: ik heb een band of combinatie van bands in gedachte en bekijk of het haalbaar is om deze samen op hetzelfde podium te brengen.

Op welke show ben je het meest trots dat je die mee hebt kunnen opzetten? Is er een primeur qua show die je Addergebroed kan toevertrouwen?
Een persoonlijk hoogtepunt was de avond met Urfaust, Lugubrum, Alkerdeel en A Thousand Sufferings. De eerste uitverkochte show met toppers uit het genre. Maar ook Aluk Todolo, Svartidaudi, Nihill, Sinmara, Dead Congregation, Oranssi Pazuzu, Pinkish Black, Bölzer of Altar Of Plagues zijn bands waar je terecht trots op mag zijn als je ze kan boeken. En de grootste band die we tot hiertoe weten te strikken hebben, Primordial, mag ook niet onvermeld blijven.
Ik kan je verklappen dat er voor dit najaar al enkele mooie concerten op het programma staan die ik echter nog niet bekend kan maken. Je zal het met een mop moeten stellen: Er waren eens een Zwitserse, een IJslandse en een Finse band…

Ondertussen is het nieuws echter al viraal gegaan…

concert

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split

Hij is lang in de maak geweest, maar uiteindelijk is de langverwachte split tussen Abigor, Nightbringer, Thy Darkened Shade en Mortuus een feit. Met respectievelijk Oostenrijk, de Verenigde Staten, Griekenland en Zweden als uitvalsbasis is de geografische spreiding van deze vier bands enorm uitgestrekt. En hoewel elk van deze black metal acts voor een eigen radicale interpretatie van “The Left Hand Path” staat en er een specifieke theologische achtergrond op nahoudt, is er toch een gemeenschappelijke deler tussen hen. Eigenlijk krijgen we één song te horen die op 42 minuten afklokt en waarbij elke participant een deel – simpelweg naar de uitvoerder vernoemd – voor zijn rekening neemt en de tekst doorheen de vier delen vloeit. Abigor bij de spits af. Ik heb het altijd al moeilijk gehad om deze Oostenrijkers te doorgronden en zelden viel het kwartje. Ook nu zijn ze duidelijk de meest avant-gardistische van de vier want wat ze twaalf minuten lang laten horen, springt echt van de hak op de tak: van jazzy en proggy stuff over theatraal gedoe tot krankzinnige black metal. Abigor klinkt hier bijna als een Opeth met een zwart randje. Dit gaat zowat overal naartoe behalve naar mijn gelukshormoon, want hier kan ik niet veel mee aanvangen. En hoewel Nightbringer ook een zekere theatraliteit en majestueusheid uitdraagt, klinkt hun bijdrage veel meer echt voor de raap en is hun blastende sinistere black meer dan welkom na het zenuwslopende Abigor. De snerpende gitaarleads klinken onmiskenbaar als Nightbringer en de innemende vocalen van Naas Alcameth blazen de tenenkrommende cleane zang die we bij Abigor hoorden aan frut. Benieuwd naar het nieuwe “Terra damnata” dat volgende maand zal verschijnen. Bij Thy Darkened Shade draait het om melodieus riffwerk dat met de nodige techniciteit uit de snaren getoverd wordt. De Griekse sound komt duidelijk naar voor en naast beukwerk is er ook plaats voor akoestische gitaren en een neo-klassiek piano-intermezzo. Naar het einde toe passeert er ook nog wat koorzang alvorens Mortuus een einde mag breien aan het geheel. Bij de Zweden gaat het tempo serieus de dieperik en krijgen we een bezwerend en repetitief, sacraal klinkend stuk muziek binnen. Er valt heel veel te beleven op deze split want elke band kleurt op zijn eigen manier buiten de lijntjes van het genre. Ieder zal hier natuurlijk zijn persoonlijke favoriet hebben. Voor ondergetekende trekt Abigor echter de gemiddelde score naar beneden. De bands brengen deze split in eigen beheer uit maar in Europa staan World Terror Committee en Avantgarde Music in voor de officiële distributie.

JOKKE: 77/100 (Abigor: 60/100 – Nightbringer: 80/100 – Thy Darkened Shade: 82/100 – Mortuus: 84/100)

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split (World Terror Committee/Avantgarde Music 2017)
1. Abigor
2. Nightbringer
3. Thy Darkened Shade
4. Mortuus

Woe – Hope attrition

Het Amerikaanse Woe timmert al tien jaar aan de weg en lijkt album na album meer zieltjes voor zich te winnen met haar kwaliteitsvolle USBM. Met debuut “A spell for the dead of man” uit 2008 liet Woe destijds een fris post-black geluid horen, wat ondertussen door een pak andere bands verder uitgemolken werd. Voor de twee volgende platen verkaste Woe naar Candlelight Records en ten tijde van “Quietly, undramatically” uit 2010, breide oprichter en mastermind Chris Grigg zijn geesteskindje uit tot een volwaardige band. Hoewel ik deze plaat onsamenhangend vond klinken, kwam de overstap naar het nieuwe label de naamsbekendheid ten goede. Twee jaar later verscheen dan “Withdrawal” waarop meer post-hardcore elementen in de sound geïncorporeerd werden. Sindsdien is er echter een vrij groot verloop aan bandleden geweest, maar dat krijgt Woe niet klein, want met “Hope attrition” verschijnt nu een nieuwe plaat op het Duitse Vendetta Records, een label dat perfect bij deze band past. Bij Woe draait het nog steeds om thema’s zoals angst, verlies, depressies, negativisme, geweld, wanhoop, falen en agressie, iets wat niet alleen duidelijk wordt uit de albumtitel en het grijze artwork maar ook bij de openingsscream “This is a failure!” die na drie minuten naar je kop geslingerd wordt. De hogere naar hardcore neigende screams van Chris worden meer en meer afgewisseld met de diepere vocalen van bassist Grzesiek Czapla, wat voor de nodige dynamiek en afwisseling zorgt en parallellen trekt met labelgenoten Ultha; beide bands trekken niet voor niets samen de hort op de komende weken. Een andere overeenkomst met deze Duitsers is hun afkeer voor NSBM wat duidelijk naar voor komt in “No blood has honor“. In “Drown us with greatness” lijkt de zinsnede “A man beyond a man – A man who bore a movement – Like a drill into the head of peace – A movement of god – For only god could wreak this vengeance” dan weer een sneer naar malloot Donald Trump te zijn. Er wordt sterk en strak gemusiceerd met extra complimenten voor drummer Lev Weinstein die we van onder andere Krallice kennen. De songs grijpen je bij de keel, zij het door de agressie die op je afkomt, zij het door het gevoel voor melodie dat allerminst uit het oog verloren wordt en zo van bijvoorbeeld “The din of the mourning” een heerlijke song maakt waarin beide aspecten samengesmeed worden, alleen weten de cleane vocalen niet volledig te overtuigen. De 48 seconden akoestische gitaren van “A distant epitaph” volgen al vrij snel als heel summier rustpuntje, maar had ik graag wat meer uitgewerkt gezien, want nu schieten ze aan hun doel voorbij. Voor de rest ligt het tempo verschroeiend hoog en kan je pas na drie kwartier terug wat adem happen. Met “Hope attrition” zal Woe ontegensprekelijk heel wat nieuwe zieltjes voor zich kunnen winnen. Het is hen gegund.

JOKKE: 84/100

Woe – Hope attrition (Vendetta Records 2017)
1. Unending call of woe
2. No blood has honor
3. A distant epitaph
4. The din of the mourning
5. The ones we lost
6. Drown us with greatness
7. Abject in defeat

Cult Of Fire – EP

Onze Tsjechische gemaskerde vrienden van Cult Of Fire zitten duidelijk in een EP-fase, want na “Čtvrtá symfonie ohně” uit 2014 en”Life, sex & death” uit 2016 verschijnt er nu een derde EP op rij, alleen bleek de inspiratie ver te zoeken zijn als het op het verzinnen van titels aankwam, want zowel de EP als de twee songs die erin gegraveerd zijn, gaan naamloos door het leven. Op de vorige EP namen de symfonische aspecten zulke enorme proporties aan dat het extreme metal element wat in het hoekje geduwd werd, iets wat op de twee nieuwe nummers duidelijk niet het geval is. Het tempo ligt een pak hoger, de drums rossen als een bezetene en de gitaren scheuren, natuurlijk nog wel steeds met een keyboardklankentapijt, waarvoor buitenstaander Zdeněk Šikýř instond, dat doorheen de riffs gedrapeerd is. Cult Of Fire keert met andere woorden terug naar het geluid van de eerste twee langspelers. Hoewel de songs meer dan degelijk zijn, weet het zaakje me echter niet echt te pakken en lijkt het een beetje een haastklus te zijn geweest. Het majestueuze en triomfantelijke gevoel en de kippenvelfactor ontbreken. Het feit dat er zoals gezegd ook geen titels zijn, versterkt dat gevoel nog meer. De verpakking en het artwork van David Glomba (Teitan Arts), die onder andere ook al voor Ascension, Inferno en Death Karma prachtig werk afleverde, zijn echter zoals steeds om van te smullen, maar het muzikale blijft natuurlijk primeren. Als je de drie EP’s beluistert, wordt het duidelijk waarom deze songs apart uitgebracht werden want, hoewel het telkens overduidelijk om Cult Of Fire gaat, heeft elke release toch wel duidelijk zijn specifieke eigenheid. Van een identiteitscrisis zou ik met andere woorden niet durven spreken, alleen benieuwd welke koers er op een nieuwe langspeler gevaren zal worden.

JOKKE: 75/100

Cult Of Fire – EP (Beyond Eyes Productions 2017)
1. –
2. –

Heimat – Vrijbuiter

De boerenzonen van Heimat hebben hun schimmelschuur nog eens achtergelaten om hun riek, spade en pikdorser in te wisselen voor gitaren en een drumstel en de zwarte herrie die daar uit voortsproot vast te leggen voor het nageslacht. Hun demo uit 2004 staat netjes tussen oude CD’s van Hecate Enthroned en Helheim stof te vergaren, hoewel die destijds best te pruimen was. Nadien verscheen er met “Sibbevader” (2008), “Heem” (2012) en nu met “Vrijbuiter” om de vier à vijf jaar een nieuwe langspeler. Doorheen de jaren heeft de line-up enkele wijzigingen ondergaan, maar anno 2017 bestaat Heimat uit keler Strop (Gotmoor), snarenplukker Storm (Gotmoor, ex-Paragon Impure), vellenmepper Boër-Ka (ex-Theudho, ex-Bellator) en bassist Fenrir (ex-Finsternis, ex-Garmenhord, ex-Bellator). Ik dacht eerlijk gezegd dat Heimat al lang dood en begraven was maar met het fraaie “Vrijbuiter“-pakket, dat bestaat uit een CD, een vinyl, een tekstvel en enkele stickers, komt het kwartet plots uit het niets opgedoken en presenteert het zich alvast op een professionele manier. Qua ideologie bevindt de band zich op de schemerzone van de goede smaak, waardoor ik het verre van eens ben met tekstflarden zoals “Verzet – Gevangen in de samenleving – Die niet langer de mijne is – Waar de adem afgesnoerd wordt – Door de stank van vervreemding.” Laten we het dus maar bij de muziek houden. Ook hier laat Heimat zich van haar lelijkste kant (echter positief bedoeld nu) zien met een geluid dat het midden houdt tussen jaren negentig Noorse black met lichte pagan-invloed (think oude-Enslaved en Taake). Enkel in “De ondergang van mijn avondland” zorgen cleane zangkoren voor een strijdvaardig gevoel, want op de rest van de plaat staat vooral het re-creëren van een authentiek recht-voor-de-raap black-metal-zonder-franjes-gevoel voorop. Naar aloude traditie wordt ook nu weer een nummer van hun demo gerecycleerd, waarbij de eer nu aan muilpeer “Erfgoed” te beurt valt. In een kleine vijfendertig minuten zijn de negen nummers erdoor gejaagd en heeft dit plaatje best voor een adrenalinestoot weten zorgen.

JOKKE: 77/100

Heimat – Vrijbuiter (Heydensch Meetael 2017)
1. De ondergang van mijn avondland
2. Prooi
3. Verzet
4. Bloedwraak
5. Erfgoed
6. Een wolf in mij
7. Schandaal
8. Monddood
9. Woudvuren

Arkhtinn – IV

“Google man, ben je daar?” Blijkbaar niet, want buiten het feit dat Arkhtinn uit het noorden komt, is er niet veel geweten over deze (eenmans?)-band. Wat ik wel weet is dat deze act al vier “cassette-demo’s” lang ijzige, maar ook dromerige ambient black metal maakt waar mijn gelukshormoon van in overdrive geraakt. Naar aloude gewoonte krijgen we twee ongetitelde tracks te horen – de eerste in een metalen jasje gestoken en de tweede bestaande uit pure ambient – die elks op een minuutje of twintig afklokken en de luisteraar doorheen tijd en ruimte katapulteren waarbij het watertanden is op de dimensies die middels dichte keyboardlagen vorm krijgen. Eenmaal de drums en gitaren in ‘I‘ invallen, weten we dat het goed komt. Atmosferische gitaar- en keyboardtapijten worden doormidden gekliefd door een snaredrum die klinkt als een specht op speed en de militaristische cadans er stevig inhoudt. Hierover draperen de pakkende screams zich als een extra saus die alle openingen van de nochtans redelijk volgestouwde songs opvullen. Dit is spacecake voor aanhangers van Darkspace, Mysticum en Borgne. Na deze kosmische rollercoaster is het met “II” tijd om de ademhaling en hartslag – die ondertussen compleet in het rood staan – opnieuw onder controle te krijgen. Vergeet die meditatieve cd’s vol walvisgeluiden of kabbelende beekjes! Hier wordt een mens pas rustig van. “IV” is wederom een schot in de roos. Dat belooft voor “V” die ondertussen ook al in de intergalactische pijplijn zou zitten. Laat maar komen!

JOKKE: 82/100

Arkhtinn – IV (Fallen Empire Records 2017)
1. I
2. II