Maand: juli 2017

Black Cilice – Banished from time

Ondanks het feit dat het Portugese Black Cilice hoegenaamd geen spek voor ieders bek is, dook de doeltreffende platenhoes de afgelopen maanden voortdurend op op Instagram. Black Cilice is (over)actief – check de waslijst aan releases er maar op na – in de niche van lo-fi black metal en zal op basis van haar sound – of het ontbreken daarvan – al op voorhand door een heleboel mensen afgeschreven worden. Ook bij ondergetekende duurde het een tijdje alvorens het kwartje viel. Amper te geloven dat deze brok duisternis afkomstig is uit het zonovergoten Portugal. Ik dacht in het verleden dan ook dat het anonieme creatuur achter dit éénmansproject voor de coverfoto’s een hele dikke laag zonnecrème op zijn smoelwerk aanbracht, maar het bleek bij nader inzien wel degelijk om corpsepaint te gaan. Op de hoes van vierde langspeler “Banished from time” staat hij te friemelen met een schedel, wat hij waarschijnlijk van Mayhem’s Attila heeft afgekeken. Bon, bij Black Cilice draait het om een grimmiger-dan-grimmige sfeerzetting en vormen de gitaren, drums en zang – een basgitaar komt er in deze stijl niet dikwijls aan te pas – eigenlijk één waas die je als een stofzuiger meezuigt in een gitzwart vacuüm. Hoewel vijfennegentig procent van de bevolking dit waarschijnlijk geen enkele vorm van muzikaliteit toedicht, ontwaar je in deze beklemmende draaikolk wel degelijk gevoel voor melodie en emotionele uiting. Je zou dit zowaar als gitzwarte post-rock kunnen omschrijven. De repetitieve drumblasts meppen je in een staat van trance terwijl de gitaarriffs je hersenholtes binnendringen om met je limbisch systeem te flirten. En de tergende screams lijken van héél diep te komen, wat duidelijk maakt dat het menens is. Black Cilice lijkt me voor de schepper ervan een veel effectievere uitlaatklep voor het worstelen met de dingen des levens te zijn dan een bezoek aan de psychiater. Misschien is dat voor jou ook wel het geval?

JOKKE: 88/100

Black Cilice – Banished from time (Iron Bonehead Productions 2017)
1. Timeless spectre
2. On the verge of madness
3. Possessed by night spirits
4. Channeling forgotten energies
5. Boiling corpses

Advertenties

Israthoum – Channeling death and devil

Kan iemand mij eens uitleggen wat er aan de hand is met Daemon Worship Productions? Het krioelde daar van de uitstekende bands, maar er lijkt de laatste tijd een heuse leegloop bezig aangezien de acts uit hun rooster hun nieuwe werk nu één voor één op andere labels uitbrengen. Zo ook het Portugees/Nederlandse Israthoum, een black metal band die al heel wat jaartjes op de teller heeft staan. De vorige langspeler “Black poison and shared wounds” dateert al uit 2012 en was een aardige schijf. In tussentijd zat de band echter niet stil want er verschenen nog twee splits en één EP en nu is het met “Channeling death and devil” tijd voor full length nummer drie. De albumtitel is er in elk geval boenk op want achtenveertig minuten lang kanaliseert Israthoum duivelse dood middels negen uitstekende songs waar de duisternis van afspat. De sound is organisch en de sfeer mysterieus en grimmig en het zijn de vele cleane gitaarpartijen en occulte rituele gezangen die het zaakje interessant en boeiend weten te houden en ervoor zorgen dat je je niet snel gaat vervelen. Ook op gebied van dynamiek heeft Israthoum haar zaakjes op orde want snelle en trage passages wisselen elkaar mooi af zonder voorspelbaar te klinken. In een mid-tempo song zoals “Laceration of the pliant” horen we soms wat Svartsyn terug, zij het voornamelijk door de voortreffelijke hese doodsrochels van zanger/bassist VxInfr die sterk op die van Ornias gelijken. Het korte “Drudges of ruinations” klinkt haast als één of andere hypnotische bezwerende rite, waarna het opzwepende “Walls of penitence” je uit je trance haalt en VxInfr laat horen welke veelzijdige keelklanken hij wel niet kan produceren. Naar het einde van de song zorgen oosters aandoende gitaarklanken voor een mystiek sfeertje. Iets wat min of meer herhaald wordt in “A bleak fulgency in splendour“. Naarmate de plaat haar einde nadert, lijkt het occulte nóg prominenter naar voor te komen en dan popt een Acherontas al snel als referentiekader op. Eigenlijk is elke song het bespreken waard, maar ga het vooral zelf ontdekken. “Channeling death and devil” is een héél overtuigende plaat geworden van een band die duidelijk weet waar ze mee bezig is. Het Portugese Altare Productions brengt het album zowel op CD, vinyl als cassette uit; voor ieder wat wils dus. Aanschaffen die handel!

JOKKE: 86/100

Israthoum – Channeling death and devil (Altare productions 2017)
1. Channeling death and devil
2. Laceration of the pliant
3. Between the maze and the turmoil
4. Drudges of ruination
5. Walls of penitence
6. A bleak fulgency in splendour
7. Well of bitterness
8. Acquiescas fata
9. Turn stone to ash

Nornahetta – Synesthetic pareidolia

Voor de meest obscure bands die er in de IJslandse scene ronddolen (Endalok, Óreiða), moet je bij het Portugese Signal Rex label zijn. Zij brengen de nieuwe (ondertussen reeds vijfde) EP uit van het anonieme duo Nornahetta. “Synesthetic pareidolia” is het kleinood getiteld en bevat één song die wel zestien minuten in beslag neemt. Bij Nornahetta staat “improvisatie” centraal en het statement “No rehearsal / No writing / Only death” maakt duidelijk wat we kunnen verwachten: rauwe, lelijke underground black metal die piept en kraakt en de geest van het genre perfect weet te capteren. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo wat lager en het psychedelisch bezwerend karakter wat hoger. Het is dan ook de eerste keer dat Nornahetta ons zo’n lange “song” voorschotelt. We zijn net niet halfweg als het plots opduikende enerverende gitaarwerk ons aan het Duitse Katharsis doet denken. Na een kwartier herrie mondt “Synesthetic pareidolia” uiteindelijk uit in donkere noise. Wie dit wel kan smaken en de oude EP’s in één keer aan zijn of haar collectie wil toevoegen, kan het best op zoek gaan naar “The psilocybin tapes“-verzamelaar die alle vijftien songs bevat. Enkel voor de liefhebbers van écht underground spul.

JOKKE: 75/100

Nornahetta – Synesthetic pareidolia (Signal Rex 2017)
1. Synesthetic pareidolia

Sinmara – Within the weaves of infinity

De heilige drievuldigheid op gebied van IJslandse black heeft haar onderdak bij het Noorse Terratur Posssessions. Het zwarte, dissonante monster Svartidauði brak het ijs en in haar kielzog volgden onder andere het onvolprezen Misþyrming en het (onterecht) soms als kleine broertje van die eerste afgeschilderde Sinmara, waarbij de laatste twee onlangs nog de handen in mekaar sloegen voor een uitstekende split. Buiten het feit dat Svartidauði en Sinmara gitarist Þórir Garðarsson als gemene deler hebben, vallen er nog amper gelijkenissen te trekken tussen beide bands, zeker wat betreft het nieuwe werk. Daar waar debuut “Aphotic womb” eveneens uit de nodige dissonantie opgetrokken was, is er op de nieuwe EP “Within the weaves of infinity” veel meer ruimte voor harmonie en melodie. Natuurlijk beuken de riffs nog steeds als torenhoge golven tegen de kustlijn, maar doorheen die orkaan aan woestenij, breken epische en majestueuze gitaarpartijen meermaals het wolkendek open – telkens met de nodige portie kippenvel als resultaat en het in de moedertaal gezongen “Ormsunga” als hoogste punt van extase. Ik smaak deze ge(s)laagde ontwikkeling wel. Meesterdrummer Bjarni Einarsson ( Slidhr, Wormlust) stuwt de kolkende herrie ongekende hoogtes in en brulboei Ólafur Guðjónsson voorziet de muziek van gepaste intense vocalen. De drie in-mekaar-over-vloeiende songs mogen dan slechts een kleine twintig minuten duren, toch ben ik erg in mijn nopjes met deze EP. “Within the weaves of infinity” ziet op 24 augustus samen met enkele andere lekkernijen het levenslicht als deel van een nieuw offensief dat Terratur Possessions inzet. Hou nog maar een stukje vakantiegeld opzij, want het gaat weer de moeite zijn!

JOKKE: 89/100

Sinmara – Within the weaves of infinity (Terratur Possessions 2017)
1. Within the weaves of infinity
2. Ormsunga
3. Nine halls

Cult Of Erinyes – Tiberivs

Het Romeinse rijk heeft al menig metalband inspiratie gebracht, zo ook ons eigenste Cult Of Erinyes dat op haar nieuwe derde langspeler de periode van de heerschappij van Tiberius Iulius Caesar Augustus bezingt en muzikaal in kaart brengt. Het is een heerlijke vijfenvijftig minuten durende rituele black metal trip geworden waarin heel wat interessants te beleven valt en tal van (gast)muzikanten een bijdrage leveren zoals de Zweedse bassist Alex (Craft, Hypothermia) die goed hoorbaar de dikke snaren bespeelt in de intro “Achaea, 41 B.C.“. Cult Of Einyes is nog steeds het geesteskind van Corvus die op deze plaat door heel wat broeders van zijn andere bands (Psalm, Wolvennest) wordt bijgestaan. De vinnige, snijdende, maar bij momenten ook pakkende en meeslepende black – check die geweldige opener “Nero (divine providence)” waarin al deze facetten reeds aan bod komen – wordt door zanger Mastema met zijn uitbundige en variërende vocalen naar een nóg hoger niveau getild. Spijtig dat het zijn zwanenzang is geworden maar toch ook benieuwd hoe Déhà het er voortaan zal afbrengen als opvolger. Dit multi-talent is geen onbekende voor de band aangezien hij op “Tiberivs” ook al keyboard en gitaarpartijen verzorgde evenals de drumprogrammering, wat er trouwens écht niet aan te horen is (live zal de drummer van LVTHN en Kosmokrator achter de drumkruk kruipen). Déhà nam tevens de erg geslaagde mix en mastering – waarbij voldoende ademruimte werd gegeven voor de gelaagdheid van de muziek – voor zijn rekening nam. “Tiberivs” is duidelijk een conceptplaat die je in zijn geheel dient te ondergaan maar zijn geheimen slechts mondjesmaat prijsgeeft. De bijwijlen complexe songstructuren en licht progressieve invalshoek zijn hier debet aan, hoewel er ook voldoende furieuze recht-door-zee blastfestijnen te beleven vallen. Na een paar luisterbeurten springt de wolf, die op het cover artwork te zien is, uit de dichte mist om je bij je nekvel te grijpen en je mee te sleuren in deze overdonderende historische flashb(l)ack. “Germanicvs” is halfweg de plaat nog zo’n toptrack waarin met verschillende tempo’s gespeeld wordt en enkele killer riffs én solo’s de revue passeren, maar waarin ook ruimte voor atmosfeer behouden blijft. Afsluiten doet Cult Of Erinyes in stijl met het epische elf minuten durende “For centuries to come” dat in het beklijvende melancholische middenstuk meermaals aan het Zweedse Shining doet denken. “Tiberivs” is een plaat waarop old én new school black broederlijk hand in hand gaan en die weinig black metal liefhebbers onberoerd zal laten.

JOKKE: 88/100

Cult Of Erinyes – Tiberivs (Code 666 2017)
1. Achaea, 41 B.C.
2. Nero (divine providence)
3. Casus belli
4. Bred for war
5. Loner
6. Germanicus
7. First of Men
8. Damnatio memoriae
9. For  centuries to come

Limbonic Art – Spectre abysm

Het Noorse Limbonic Art beleefde haar hoogtepunt eind jaren negentig en dan vooral met haar eerste twee albums “Moon in the scorpio” en “In abhorrence dementia” die ongetwijfeld in de collectie zitten van de liefhebber van symfonische black metal. Vanaf de millenniumwissel raakte het duo het spoor bijster wat uiteindelijk leidde tot het vertrek van Morpheus na “The legacy of evil“. Daemon doet het sindsdien op zijn eentje en brengt met “Spectre abysm” na zeven jaar radiostilte zijn tweede “soloplaat” uit. Op de laatste albums nam agressie spijtig genoeg de bovenhand op de symfonische bombast; er werd meer vanuit de gitaarriff gecomponeerd dan vanuit keyboard-gedreven atmosfeer. Gelukkig laat het nieuwe werk een (gedeeltelijke) terugkeer horen naar de oude aanpak. De lange opener “Demonic resurrection” is met haar bombast, hyperspeed elektronische drums en demonische vocalen vintage Limbonic Art. De volgende nummers kunnen er ook best mee door hoewel het doorgaans meer van hetzelfde is doordat de tempotoets van de geprogrammeerde drums op eenzelfde BPM-instelling lijkt te haperen. In het sinistere “Disciplina arcani” wordt dan weer wel met dynamiek en spanningsbogen gejongleerd en valt daardoor positief op. Het is één van de weinige tracks waar er ruimte is voor melodieuze sfeerzetting zonder dat er gitaren en drums aan te pas komen. Vocale afwisseling tussen gefluister, helse screams en cleane zang, bombastische orgels, black metal agressie, tremolo picking riffs en een razende drumcomputer: alle klassieke Limbonic Art ingrediënten zijn aanwezig op “Spectre abysm“, maar het wordt nergens écht opzienbarend en de overdonderende theatraliteit van het oude werk ontbreekt gewoonweg. De intro van het afsluitende “Through the vast profundity obscure” lijkt verdomd hard op Mayhem’s “Silvester anfang” en sluit de plaat sterk, maar nogal abrupt af. Daar waar “Phantasmagoria” een kwartier te lang duurde, koos Daemon nu voor driekwartier speeltijd waardoor “Spectre abysm” één van de meest compacte Limbonic Art platen ooit is. Een goede keuze aangezien de weinige afwisseling die er te beleven valt. Al bij al is “Spectre Abysm” wel het beste Limbonic Art werk in achttien jaar tijd… maar ik grijp nostalgisch toch nog eens terug naar “Moon in the scorpio“.

JOKKE: 79/100

Limbonic Art – Spectre abysm (Candlelight records 2017)
1. Demonic resurrection
2. Ethereal traveller
3. Omega doom
4. Requiem sempiternam
5. Triumph of sacrilege
6. Disciplina arcani
7. Through the vast profundity obscure

 

Tchornobog – Tchornobog

Hoewel de bandnaam Tchornobog verwijst naar de Slavische “Zwarte God” draait het bij dit nieuwe project van Markov Soroka (Aureole, Slow) niet om idolatrie maar rond de verschillende metaforen van religie, psychologische wanorde, het begrijpen van het zelfbewustzijn en de betekenisgeving van ons leven. Dit debuut is maar liefst zeven jaar in de maak geweest en gedurende dit lange creatieproces heeft Markov steun gekregen van Svartidauði-drummer Magnús Skúlason en ook Greg Chandler (Esoteric) komt meermaals diep meegrommen op de vier monumentale tracks die samen op maar liefst vijfenzestig minuten speeltijd afklokken. Gedurende dit overrompelende uur komt zowat het hele spectrum aan extreme muziek voorbij geraasd: verstikkende black en dissonante death metal maar ook traag bulderende funeral doom worden tot één misselijkmakend geheel gebald waarin Markov voortdurend worstelt met zijn eigen demonen. Zelfs een tiental luisterbeurten is nog onvoldoende om alle details te ontwaren in dit beklemmende exorcisme. Zo wordt er in het geniale “Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)” gebruik gemaakt van saxofoon, trompet, piano en cello als aanvullend instrumentarium en mijn god, wat wordt er in deze song een beklijvende sinistere sfeer neergezet waarbij met momenten zelfs een klein lichtpuntje doorheen de gitzwarte duisternis lijkt te schijnen! Na een half uur extreme extravaganza kunnen onze reeds-aan-flarden-geblazen-trommelvliezen tijdens deze song even recupereren om daarna terug bloot gesteld te worden aan de zeventien minuten durende grand finale van “Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)”. Deze muzikale maalstroom is natuurlijk niet voor tere zieltjes weggelegd maar liefhebbers van Death Fetishist, Svartidauði, Skáphe of The Ruins Of Beverast kunnen hier simpelweg niet om heen. De visionaire grandeur die Markov met dit album heeft neerzet is immers overweldigend. Natuurlijk ook weeral een welgemeende “chapeau!” voor kwaliteitsleveranciers I, Voidhanger Records en Fallen Empire Records om ons te laten genieten van dit meesterwerk.

JOKKE: 90/100

Tchornobog – Tchornobog (I, Voidhanger Records 2017)
1. The vomiting tchornobog (Slithering gods of cognitive dissonance)
2. Hallucinatory black breath of possession (Mountain-eye amalgamation)
3. Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)
4. Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)