Maand: oktober 2017

Almyrkvi – Umbra

Met “Pupil of the searing maelstrom” leverde Almyrkvi vorig jaar reeds een veelbelovend visitekaartje af, maar nu is het tijd voor het echte werk. Ván Records presenteert ons immers het volwaardige debuut “Umbra” van de IJslanders Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson, beiden gekend van ondermeer Sinmara en Slidhr. Daar waar het gros van de IJslandse scene de voorliefde voor het Franse Deathspell Omega niet onder stoelen of banken steekt en met haar dissonante black metal aan de slag gaat om er een eigen draai aan te geven, leunt Almyrkvi dichter tegen die andere invloedrijke Franse band aan: Blut Aus Nord. Op “Umbra” prijken zes meer-dan-zes-minuten-durende-songs waarin spacey soundscapes gecreëerd worden die de luisteraar trachten mee te sleuren in de melancholische duisternis van de kosmos. Hoewel opener “Vaporous flame” enkele snelle partijen bevat, raast de met-industrial-geïnjecteerde-zwartgeblakerde metal niet tegen lichtsnelheden voorbij zoals bij een Darkspace, maar deint ie mid-tempogewijs uit in de weidsheid van het heelal. Doorheen”Stellar wind of the dying star” waait een post-metal feel en er passeren hevig beukende sludgy aandoende riffs. De cleane samenzang die in enkele nummers opduikt, creëert meermaals een plechtig en triomfantelijk gevoel en wanneer de grootse start van “Cimmerian flame” uit de boxen knalt, klinkt die zó onheilspellend dat het haast lijkt alsof je door een gigantisch zwart gat gaat opgezogen worden. Verslavend plaatje!

JOKKE: 83/100

Almyrkvi – Umbra (Ván Records 2017)
1. Vaporous flame
2. Forlorn astral ruins
3. Severed pillars of life
4. Stellar wind of the dying star
5. Cimmerian flame
6. Fading hearts of umbral nebulas

Advertenties

(Dolch) – III – Songs of happiness, words of praise

Dezelfde stem die tijdens de meest recente Mayhem tour voorafgaand aan de show vroeg om geen foto’s te maken en de smartphones achterwege te houden, trapt de derde EP van het Duitse (Dolch) in gang met een dienstmededeling waarbij onder andere wordt meegegeven dat de zesde track van de plaat achterstevoren kan afgespeeld worden, tenminste als je een platenspeler hebt. Beetje vreemd om een album op dergelijke manier in gang te zetten, zeker voor een band waarbij atmosfeer en een serene sfeerschepping centraal staan. Daarna volgt een korte intro met pauken en trompetten – zoals de titel zonder rond de pot te draaien weergeeft – en kan het album met “The river” eindelijk tot de kern van de zaak komen. Gedurende acht minuten weten de dame en heer complete duisternis op te roepen met hun fuzzy zwartgeblakerde doom met een industrieel randje, die soms wel wat aan Urfaust verwant is. De titel van de plaat is behoorlijk “tongue in cheek” want een mens geraakt van het melancholische geluidlandschap dat gecreëerd wordt, in combinatie met de droevige vocalen en neerslachtige teksten, nu niet bepaald in een vrolijke mood. Maar dat is natuurlijk de doelstelling niet van het Duitse duo. “Siren” doet haar naam alle eer aan want het repetitieve karakter van de song en de bezwerende lokroep van de zangeres zuigen je mee de dieperik in. “Hydroxytryptamin baby I” is bedwelmend in al haar glorieuze tristesse. Niet moeilijk als je weet dat deze neurotransmitter (ook gekend als serotonine) een invloed heeft op het geheugen, stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust en een rol speelt bij de verwerking van pijnprikkels. Op kant B prijkt enkel het achttien minuten durende “100000 days” dat ook erg repetitief en hypnotiserend van opbouw is, maar al snel verzandt in één langgerekte noise-partij. In vergelijking met de eerste twee EP’s vallen de songs – eigenlijk dekt de term “compositie” beter de lading – nu een pak moeilijker onder de noemer “occult ambient rock” te catalogiseren en blijven ze eerlijk gezegd niet bepaald hangen omdat de catchiness van het oude werk simpelweg ontbreekt. Ook tijdens het recente optreden van de tour met King Dude en The Ruins Of Beverast bleek overduidelijk dat de oudere nummers het beter doen. Oh ja, die zesde track is niets meer dan wat applaus en kort gebrabbel dat ik nog niet weten ontcijferen heb.

JOKKE: 70/100

(Dolch) – III – Songs of happiness, words of praise (Ván Records 2017)
1. Opening speech
2. Intro mit Pauken und Trompeten
3. The river
4. Siren
5. Hydroxytryptamin baby I
6. Track six
7. 100000 days

Ultha/Paramnesia – Split

Zowel het Duitse Ultha als het Franse Paramnesia zijn graag geziene gasten hier bij Addergebroed. Ook tussen beide bands is de liefde wederzijds wat resulteerde in een split die echter heel wat voeten in de aarde heeft gehad. Na twee jaar is het eindelijk zo ver en ziet de samenwerking het levenslicht via een tripartiete waarbij elk label voor een andere fysieke drager instaat (Vendetta Records verzorgt de vinylversie, Tartarus brengt de cassette uit en Les Acteurs de l’Ombre staat in voor de CD). Wie beide bands volgt, weet dat ze de mosterd bij de USBM zijn gaan halen en traditiegetrouw niet op een minuutje speeltijd meer of minder kijken. Ook nu weer want hoewel elke band “slechts” één song aanlevert, klokt het geheel op net geen veertig minuten af. Een hele kluif dus en daar zijn we verdomd blij mee. De Duitsers sieren kant A en blijven zich release na release overtreffen, wat absoluut geen evidentie is gezien hun reeds geweldige laatste langspeler “Converging sins“. “The seventh sorrow” past met haar woeste black metal passages, pakkende riffs, lange blastfestijnen en atmosferische opbouw dan ook perfect in het verlengde van deze prachtplaat. Paramnesia tapt grotendeels uit hetzelfde vaatje, hoewel bij Ultha het gebruik van keyboards nog voor een extra – zij het subtiele – sfeervolle laag zorgt. Ondanks hun meer gestripte sound weten de Fransen echter minstens even diep tot je door te dringen met hun catharsis opwekkende black metal razernij en hysterisch schreeuwende uithalen. Toprelease van twee uitstekende ondergewaardeerde bands!

JOKKE: 85/100 (Ultha: 86/100 – Paramnesia: 84/100)

Ultha/Paramnesia – Split (Vendetta Records/Tartarus Records/Les Acteurs de l’Ombre 2017)
1. Ultha – The seventh sorrow
2. Paramnesia – VI

Svartidauði – Depleted pathways

Flesh cathedral” – debuutplaat van het IJslandse Svartidauði – zette de internationale black metal scene in 2012 op haar kop. In het kielzog van dit vierkoppig monster schoten de vele volgers als geisers uit de incestueuze ondergrond naar boven. Ondertussen zijn we vijf jaar verder en wordt het toch stilaan tijd voor die langverwachte opvolger hoor jongens! Om het wachten echter dragelijker te maken besloot de band – recent gereduceerd tot een trio na het vertrek van gitarist Nökkvi – om de tijd te doden met een derde EP op rij. Doordat Svartidauði voor de eerste keer sinds haar debuut geen gebruik maakte van de Emissary Studio’s, maar ging opnemen in de Gryfjan Studio van Misþyrming’s D.G. krijgen we toch een lichtelijk ander geluid te horen. Beide songs klinken immers wat ieler, luchtiger en minder zwaar dan in het verleden. Denk nu niet dat deze IJslanders plots liefelijke liedjes zijn gaan pennen, maar het geheel komt toch minder overrompelend over nu. De dissonante gitaarpartijen zijn gelukkig dan weer wel nog overvloedig aanwezig zo getuige onder andere de knoert van een dissonante hypnotiserende en repetitieve riff waarrond “Erultation” is opgebouwd. Hoewel de drie EP’s zeker hun bestaansrecht hebben, weten deze songs me toch niet zó hard omver te blazen als het debuut. Benieuwd wat de tweede langspeler gaat geven!

JOKKE: 78/100

Svartidauði – Depleted pathways (Ván Records 2017)
1. Depleted pathways
2. Erultation

Enslaved – E

Sommigen onder jullie zijn ongetwijfeld afgehaakt zodra het Noorse Enslaved rond de millenniumwissel begon te flirten met psychedelica en progressieve elementen en die stelselmatig haar viking/black-metal liet doordringen en overheersen. En ja ja, sommigen hielden het waarschijnlijk al voor bekeken na “Vikingligr veldi” of “Frost“, maar ik niet! Ik kan elke stijlperiode van Enslaved erg waarderen en vind het kwintet, waarbij zanger/bassist Grutle Kjelsson en gitarist Ivar Bjørnson reeds meer dan 25 jaar de spilfiguren zijn, één van de meest interessante bands van onze aardkloot. Voor het eerst sinds de “Isa“-plaat uit 2004 heeft er trouwens een nieuwe line-upwissel plaats gevonden aangezien keyboardspeler Herbrand Larsen het tourleven grondig beu was en meer tijd in zijn eigen studio wou doorbrengen als producer. Deze switch hield echter ook in dat de overgebleven bandleden op zoek moesten gaan naar een nieuw begenadigd zanger aangezien Herbrand ook instond voor de cleane vocalen die ondertussen niet meer weg te denken zijn uit de Enslaved-sound. Maar wie zoekt die vindt, en jonkie Håkon Vinje (voorheen actief in de progressieve rockband Seven Impale) werd ingelijfd om beide rollen op zich te nemen. Op het kakelverse “E” – langspeler veertien ondertussen waarvan de titel verwijst naar de fonetische waarde van de Ehwaz-rune maar die als een Latijnse M geschreven wordt – is het echter Grutle (in combinatie met co-producer Iver Sandøy) die de cleane zang nog vertolkt aangezien Håkon pas vrij laat aan boord kwam. O.a. in het korte, aanstekelijke en catchy “The river’s mouth” toveren de heldere vocalen kippenvel tevoorschijn. Van Håkon’s fantastische vintage toetsenwerk kan echter wel al volop genoten worden, de ene keer met een serieuze Deep Purple kwinkslag (“Sacred horse“), de andere keer bluesy à la Led Zeppelin (“Axis of the world“). Ondertussen heeft Enslaved een unieke sound die uit de duizenden herkenbaar is, maar de heren dienen toch op te letten dat ze zichzelf niet beginnen herhalen. Zo klinken de main riff en het ritmepatroon aan het begin van opener “Storm son” wel heel gerecycleerd. Toen ik deze elf minuten durende song – die als eerste nieuw nummer vrijgegeven werd – de eerste keer hoorde, was ik niet volledig overtuigd van de flow, maar ondertussen is het kwartje gevallen. Het kolossale nummer bevat zowat alle karakteristieke Enslaved-elementen: de wisselwerking tussen screams en cleane zang, proggy riffs, heftige black metal passages en uitstekend muzikaal vakmanschap. Enslaved levert met “E” dan ook een, enerzijds erg vertrouwd klinkende, plaat af die echter wel weer met kop en schouders boven de grijze massa uitsteekt. Het gaat er best erg progressief aan toe (zoals in het van tegendraadse ritmes aaneengeregen “Feathers of Eolh” en het met saxofoon ingekleurde “Hiindsiight“), maar er zijn nog steeds voldoende heftige passages aanwezig waardoor de contrasterende wisselwerking meermaals voor vuurwerk zorgt. De Röyksopp cover “What else is there?” ontbreekt spijtig genoeg op mijn bruine vinylplaten. Die zal ik dus on-line eens moeten opsnorren. Hulde aan Enslaved; vrijwel de enige Nuclear Blast band die ertoe doet!

JOKKE: 90/100

Enslaved – E (Nuclear Blast 2017)
1. Storm son
2. The river’s mouth
3. Sacred horse
4. Axis of the worlds
5. Feathers of Eolh
6. Hiindsiight
7. Djupet

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Desolate Shrine – Deliverance from the godless void

Hoewel de Finnen van Desolate Shrine er met vier langspelers op zeven jaar tijd best een naarstig werktempo op na houden, is het nog geen al te bekende act. Dat heeft mogelijks te maken met het feit dat de band amper op podia te zien is in onze contreien. Op basis van hun discografie zou daar echter snel verandering in moeten komen want het trio laat met “Deliverance from the godless void” opnieuw horen dat het best een aardige pot doomy death metal met een gitzwart randje kan spelen. Op voorganger “The heart of the netherworld” werd de tien-minuten grens al eens met de voeten getreden. Dat is nu niet meer het geval, maar toch is het woord “episch” nog steeds van toepassing op de acht monsterlijke songs die samen een klein uurtje in beslag nemen. Opener “The primordial one” geeft je meteen een pandoering met haar overwegend snelle death metal uithalen, hoewel er ook de nodige tragere beukpartijen in de song ingebouwd zijn. Multi-instrumentalist LL heeft voldoende afwisseling ingebouwd tussen up-tempo werk (zoals het met blast beats doorspekte “Demonic evocation prayer“, waarbij het Zweeds aandoende hakwerk meer dan eens aan Bloodbath doet denken) en tragere songs. Zo is “Unmask the face of false” misschien wel het zwaarste en traagste nummer dat hij ooit geschreven heeft voor Desolate Shrine. “…Of hell” luidt met haar omineuze, zwaar bulderende metalen doemdonderslagen, die ondersteund worden door plechtstatige orgelklanken, het einde van een erg overtuigende plaat in.

JOKKE: 83/100

Desolate Shrine – Deliverance from the godless void
1. The primordial one
2. Lord of the three realms
3. Unmask the face of false
4. The waters of man
5. The graeae
6. Demonic evocation prayer
7. The silent star
8. … Of hell