Maand: april 2018

Panchrysia – Dogma

Onze landgenoten Panchrysia draaien al heel wat jaartjes mee in de Belgische black metal scene, maar tot een internationale doorbraak naar het grotere publiek is het nooit echt gekomen, hoewel hun oudere albums zeker gehoord mogen worden en het nodige potentieel in zich hadden. De vorige langspeler “Massa damnata” dateert alweer uit 2011 en eigenlijk had ik de band al lang opgegeven tot ze vorig jaar plots op de affiche van een gig met Wederganger en Djevel in de Antwerpse concertzaal Het Bos opdoken. Via Facebook werd gelost dat Panchrysia in de studio zat en enkele maanden later, ligt “Dogma” hier haar rondjes te draaien. Panchrysia is altijd al beïnvloed geweest door de grotere Noorse (lees Satyricon qua muziek) en Zweedse (lees Marduk qua vocalen) namen en die invloed kan op de nieuwe plaat ook moeilijk weggestoken worden. Het nieuwe Russische label Satanath raadt het album ook aan aan liefhebbers van Bell Witch, maat wie dat schreef had duidelijk te veel vodka gedronken, want met de tergend trage funeral doom van dit duo hebben de zwartmetalen klanken van Panchrysia toch bitter weinig te maken hoor. “Each against all” begint aanvankelijk nog tamelijk rustig in de stijl van de meest recente Satyricon platen, maar eens de vocalen invallen wordt het al gauw spannender dan wat de Noren ons tegenwoordig voorschotelen. De opener klinkt heel melodieus inclusief mooie solo en door de semi-cleane/semi-raspende zang hangt er ook een occult sfeertje over de song gedrapeerd. “Salvation” trekt de lijn van het eerste nummer grotendeels verder, maar klinkt minder geïnspireerd en kan me pas naar het einde toe bekoren. Geef me dan maar een songs als “Gilgamesh” waar een Mortuus-vibe in de vocalen van Zahrim zit, hoewel het tempo een pak lager ligt dan in de doorsnee Marduk-song. Spoken-word samples zorgen bovendien voor een moderne toets. Gelukkig wordt het gaspedaal na de melodieuze intro van “Kairos” toch even dieper ingetrapt, want anders zou de verveling wel beginnen toeslaan. Halverwege het nummer slaat de balans echter opnieuw over naar de melodieuze kant en een trager tempo en volgt een Watain-achtige melodieuze solo. Als je een nummer de titel “War with heaven” meegeeft verwacht je daadkrachtige muziek en dat is gelukkig wel het geval in deze song evenals in “Never to see the light again” dat opnieuw samples en sneller werk laat horen. Het hieronder geposte “28 steps” is lekker opzwepend en is wat mij betreft één van de beste songs van de plaat. Afsluiten doet Panchrysia met het sterke en overtuigende “Rats“, dat aanvankelijk met een jazzy intro-sample van start gaat en waarin later – bewust of onbewust – een serieuze knipoog naar Emperor wordt gegeven want enkele riffs uit de finale van het nummer lijken wel héél hard op die uit “Into the infinity of thoughts“. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo duidelijk lager en heeft het venijn plaats geruimd voor de nodige melodie. Hierdoor heeft Panchrysia een gelijkaardige evolutie als een Satyricon doorgemaakt, hoewel onze landgenoten toch een stuk overtuigender uit de hoek weten te komen dan Satyr en Frost.

JOKKE: 80/100

Panchrysia – Dogma (Satanath Records 2018)
1. Each against all
2. Salvation
3. Gilgamesh
4. Kairos
5. War with heaven
6. Never to see the light again
7. 28 steps
8. Rats

Advertenties

Musmahhu – Formulas of rotten death

De muzikale exploitaties van black metal veteraan Swartadauþuz heb ik leren kennen via mijn kompaan Cas. Ik verdiepte me in verscheidene bands waarvan dit heerschap als mastermind bestempeld kan worden en beleefde zo al talrijke fijne uren met ondermeer  Bekëth Nexëhmü, Azelisassath, Gnipahålan, Daudadagr, Urkaos, Trolldom en Mystik. De gemende deler van al deze bands is begeesterende en mysterieuze black metal, maar de Zweed blijkt nog veel meer in zijn mars te hebben. Onder de moniker Musmahhu creëert de man death metal die – zoals te verwachten en in lijn met zijn zwartgallig werk – wervelend en verrot klinkt en waarbij het lijkt alsof die uit de diepste spelonken van deze aarde naar boven borrelt. De zware onaards klinkende gitaarriffs verraden de Zweedse afkomst van onze held maar werden op tijd en stond door een dissonante mangel gehaald en door de krachtige productie komen ze aan als een vuist in een overvolle maag. Het bulderende mid-tempo “Apocalyptic brigade of forbidden realms” dendert met zijn rollende dubbele bassen en diepe grunts door de woonkamer terwijl “Formulas of rotten death” sneller doodsmetaal laat horen waarbij de blasts en wervelwindriffs rond je oren vliegen. Swartadauþuz is duidelijk van meerdere extreme markten thuis en heeft hopelijk nog meer verrotte doodsformules in petto. Proberen scoren die 7 inch!

JOKKE: 85/100

Musmahhu – Formulas of rotten death (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Formulas of rotten death
2. Apocalyptic brigade of forbidden realms

Ováte – Verloren gegane tradities moeten terug verkend worden

Op 1 juni laat Soulseller Records het “Selftitled” debuut van Ováte op de mensheid los. De Noorse band is het geesteskind van een zekere Aindiachaí, die we vooral kennen als live gitarist van Taake. Samen met diens live-drummer Brodd richtte hij de band op waarbij de vocalen uit handen werden gegeven aan enkele bevriende zangers. Dusdanig onder de indruk van deze eerste langspeler die opzwepende black metal met een pagan invalshoek laat horen, vroeg ik Aindiachaí om verdere tekst en uitleg. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

booklet2

Opzoekwerk wees uit dat een “Ovaat” een Keltische priester of natuurfilosoof is. Heb ik het bij het rechte eind?
Een “Ovaat” is een soort druïde. De Druïdische Orde was van nature uit een tripartite bestaande uit de Ovaten, de Barden en de elite Druïden die als voorzitter van de Orde fungeerden. Het doel van deze Orde was niet zozeer het afdwingen van hiërarchie maar eerder het verzekeren van het feit dat enkel de “zuiveren” toegang hadden tot deze geheime kennis. Het woord “Ovate” of “Vate” komt van het Ierse “Faidh” waarvan de Engelse woorden “fate” en “faith” afgeleid zijn. De woorden “Veda“, “Vedic” en “Edda” zijn eveneens te herleiden tot dit woord. De Druïden/Ovaten waren legale autoriteiten, rechtsprekers, wakers over kennis, medische experts en politieke adviseurs. Ze interpreteerden alles wat met de natuur te maken heeft en stonden ook bekend als de “Serpent Priests“. Van in het begin was het duidelijk dat “Ováte” de vlag was die de lading duidelijk dekte.

De mysterieuze figuur op de albumcover lijkt eerlijk gezegd op een combinatie van een duivelse kerstman met het gewei van Rudolph. Stelt dit een Ovaat voor en wie creëerde de tekening?
Er is geen enkele link met de kerstman of de saturnaliën. Het betreft een afbeelding van Cernunnos, de gehoornde (herten)god die ook bekend is als Herne, Herme, Thoth en Mercurius. Hij was de Keltische god van de inwijdingen en de poorten tussen de verschillende rijken. De afbeelding op zich is terug te dateren tot 8.000 voor Christus en wordt nog steeds gebruikt op bijvoorbeeld elke pagina van het Ierse paspoort. Zowel Brodd als ikzelf hadden de idee om deze figuur op de cover te plaatsen maar het was Phil Robinson van de Níðhöggr Studio die een excellente job leverde met het tekenen van de hoes.

ovate_cover

Je lijkt een grote interesse te hebben in de oude Keltische cultuur, niet?
Ik vind het eigenlijk vanzelfsprekend dat je als mens interesse toont in je eigen geschiedenis en het werk van je voorvaderen. Ik vind het spijtig als mensen niet op zoek gaan naar hun eigen erfenis en ontdekken hoe hun voorvaderen leefden.

Recent zag ik de driedelige BBC documentaire “The Celts: Blood, iron and sacrifice” met de antropologe Alice Roberts en archeoloog Neil Oliver. Heb je deze ook gezien? Ik was erg onder de indruk van de figuren Vercingetorix en Boudicca waarover ik veel bijleerde. Wie zijn jouw favoriete Kelten?
Deze docu heb ik niet gezien en ben meer geïnteresseerd in zaken die zich veel vroeger afspeelden. De Kelten waren natuurlijk een formidabel volk met grootse krijgers die op een bepaald moment de mogelijkheid hadden het Romeinse Rijk te verslagen, maar door genade te tonen een cruciale fout maakten. Cú Chulainn, Brian Boru en Fionn Mac Cumhail zijn enkele legenden die me voor de geest komen hoewel de échte verhalen doorheen de jaren vertroebeld zijn door de incompetentie van het christendom.

Op de plaat verkennen jullie heidense thema’s. Kan je hier wat dieper op ingaan? 
Ten eerste gaat het album veel dieper dan enkel het heidens aspect en handelen de teksten eerder over de spirituele kant van de natuur en het universum. Verloren gegane tradities moeten terug verkend worden en geherintroduceerd en geïncorporeerd worden in de maatschappij. Natuurlijk zijn er slechts enkelen die deze ideologieën delen, waardoor dit nooit zal plaatsvinden.

Je bent een Ier van geboorte, maar leeft al enkele jaren in Noorwegen. Hoe ben je daar verzeild geraakt en wat trekt je zo aan in het leven in Noorwegen?
Ik ben altijd al een grote natuurliefhebber geweest en Noorwegen is o.a. met haar grootse en surreële landschappen waarschijnlijk het mooiste land dat ik op dat vlak al gezien heb. Ik verhuisde er elf jaar geleden heel spontaan heen met de idee er een jaartje te blijven, maar door allerhande muzikale ontwikkelingen bleef ik er plakken. Ik woon momenteel in een ruraal gebied maar heb ook zes jaar in Bergen gewoond. Ik ben geen honkvast persoon en geraak al snel verveeld als een plaats niet datgene biedt wat ik er zoek.

Was het gemakkelijk om je aan te passen aan de Noorse manier van leven?
Ik vind het tegenwoordig moeilijk om je eender waar aan te passen. Ik zal nooit goed aarden in een door de mensheid opgezet systeem.

Zijn er grote verschillen tussen Ierse en Noorse heidense verhalen?
Ik denk dat er veel culturen zijn met gelijkaardige verhalen en goden, maar telkens met een specifiek cultureel aspect. Zo vertoont de Keltische zonnegod Lugh bijvoorbeeld veel dezelfde eigenschappen als Loki (de Noorse god van chaos en leugens; ADDERGEBROED). Etymologie speelt een belangrijke rol in het ontdekken van zulke zaken.

Heidendom impliceert over het algemeen polytheïsme en wordt dikwijls gebruikt als verwijzing naar mensen die niet in het christendom geloofden. Je alias Aindiachaí is een Iers woord voor een persoon die elk geloof in een godheid verwerpt. Ben je een atheïst?
Neen, zo zie ik mezelf niet. Ik hou van de vrijheid in staat te zijn de mysteries van het leven te ontdekken. Het is een lange weg waarbij ik zelfs nog niet halfweg ben. “Aindiachaí” kan letterlijk vertaald worden als “iemand die zonder God is” of “de goddeloze”, dus zelfs als er in ons uitgestrekte universum een grotere kracht bestaat, zal ik deze nooit aanbidden maar er in de plaats daarvan uiteindelijk een deel van worden.

Praktiseer je neo-heidendom of wicca?
Neen, daar ben ik niet mee bezig. Beelden primeren over woorden of acties. Genoeg hierover.

Ovate crop.JPG

Je bent waarschijnlijk het meest bekend als live-gitarist van Taake. Wanneer is de idee ontstaan om samen met Brodd Ováte op te richten?
De drang is er altijd al geweest maar de tijd niet. Ik heb altijd al muziek geschreven maar beschikte nooit over de juiste opportuniteit of de nodige tijd om deze op te nemen totdat ik rond 2014 aan deze plaat begon te werken. Alles kwam echter in een stroomversnelling toen ik de krachten bundelde met Brodd. Hij heeft op vele vlakken een grote invloed op dit project uitgeoefend en beschikt over de nodige technische vaardigheden om dit op de correcte manier te doen.

Elke song werd door een andere zanger ingezongen. Vanwaar deze werkwijze in plaats van de vocalen zelf te verzorgen? En wie schreef de teksten?
Ik liep al lange tijd met het concept en de idee van verschillende zangers rond. Ik ben erg tevreden over hoe het is uitgedraaid en zal op toekomstige releases ook met andere vocalisten samenwerken. Elke gastzanger schreef de teksten van het nummer dat hij vertolkte, behalve Hoest die een uitstekend Noors gedicht van Tor Jonsson getiteld “Song til ein orm” (“lied voor een slang”) gebruikte. Alle teksten passen heel goed bij de ideologie van de muziek, wat me enorm imponeerde.

Op de albumopener “Morgenstjerne” horen we V’Gandr, bekend van Helheim en Taake, en op de eerder aangehaalde song neemt Taake frontman Hoest de vocalen voor zijn rekening. Wie horen we op de andere nummers aan het werk? Had je elke zanger voor een specifieke song voor ogen?
Op “Illhug” horen we Eld van Aeternus, Gravdal en Krakow. “The horned forest king” werd ingezongen door Ødemark van The 3rd Attempt en “Inst i tanken” tenslotte door Ese van Slegest en ex-Vreid. Elke zanger past perfect bij het nummer dat hij vertolkt.

Je bent reeds meer dan tien jaar actief als live-gitarist bij Taake en sinds vorig jaar ook bij Gorgoroth. Is Ováte de eerste band waarvoor je songs componeerde?
Neen, ik schreef ook alle muziek voor een ouder project dat ik had (“Druid”) en ben momenteel ook aan het werken op een nieuw project, getiteld “Bard” om alzo de trilogie te vervolledigen. Ik heb ook nog nummers liggen voor enkele andere projecten waarvan nog niets werd uitgebracht en ander songs zijn door onvoorziene omstandigheden in de prullenmand beland.

Zijn er plannen om met Ováte op te treden en wie zal dan de microfoon in de hand nemen?
Het zou tof zijn om enkele speciale shows te doen met alle deelnemende zangers indien de opportuniteit zich voordoet. Het zal ervan afhangen hoe het album ontvangen wordt. Als er genoeg vraag naar is, wil ik het wel doen.

Hoe ben je bij Soulseller Records terecht gekomen? 
De afgelopen jaren hoorde ik veel positiefs over Soulseller Records vertellen en nu kan ik dat beamen. Het is een erg professioneel label om mee samen te werken en ik ben heel tevreden over deze collaboratie. Ze hebben ook enkele fantastische bands onder hun hoede waaronder Gorgoroth.

Om af te sluiten wil ik nog even terugkomen op de meest recente Amerikaanse tour van Taake die noodgedwongen geannuleerd diende te worden na aantijgingen van anti-semitische en anti-moslim acties die door Antifa opgerakeld werden. Het lijkt erop dat de fratsen van Hoest voor altijd als een schaduw boven Taake zullen blijven hangen. Nog iets van commentaar te geven op Antifa die steeds meer en meer hun pijlen richten op het boycotten van (black) metal optredens en bands?
Fuck Antifa en hun misleidende en bedrieglijke zaak. De idiotie van sommige mensen blijft me verbazen maar hun terreurbewind zal snel in tranen eindigen. Dit is slechts een onnozele, kinderlijke fase.

Vilkacis – Beyond the mortal gate

We kennen Michael Rekevics van Yellow Eyes, Fell Voices, Vanum en Vorde maar natuurlijk ook van zijn soloproject Vilkacis waarmee hij na vier jaar met een opvolger voor “The fever of war” komt. “Beyond the mortal gate” werd het beestje gedoopt en draagt de spirituele oorlogsvoering uit die volgens Michael de essentie van black metal is. “Life lived in defiance, love illuminated by flame. War, war of the spirit. The winds shall remember my name.” en even later “The heavens will crumble and the masters will kneel, as I spit on the angels who beg at my feet.” horen we hem in “Defiance” uitschreeuwen. In een gesprek dat ik enkele jaren geleden met dit drumbeest had, gaf hij aan dat Vilkacis van al zijn projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte is, met de nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Doorheen de simpele maar effectieve melodieën schemert een soort van gewelddadige romantiek die aanleunt bij de Canadese en Oekraïense black metal scene, minus de nationalistische gevoelens, vooral door de gitaren die meermaals als triomfantelijke blaasinstrumenten klinken. En in de riffs van “Spiritual retribution” horen we ook wel wat oude Sargeist terug. Innovatie of evolutie zijn begrippen die niet van toepassing zijn op Vilkacis waarbij alles draait om de ruwe en gepassioneerde expressie van elementaire back metal. En wie ben ik om hem tegen te spreken? Het oerkarakter van zijn muziek komt des te sterker over door de analoge opnames die “Beyond the mortal gates” een primitief karakter meegeven, zij het een tikkeltje properder dan het debuut en met de vocalen iets prominenter in de mix geplaatst. De lycantropische identiteit van Vilkacis uit zich niet alleen in het artwork en de teksten (“Wolf-eyed and feverish. With an unflinching stare. A vision beyond limits, unbound and free. Guided by blood red will.” aldus de meer dan tien minuten durende titeltrack) maar ook in de intensiteit van de black metal die Michael als een bezeten wolf brengt. Dat hij enerzijds een belezen man is die zorgvuldig met het schrijven van teksten omgaat en anderzijds erg serieus met zijn kunst bezig is (aanschouw dat maar eens live), wordt ook duidelijk met de tekstregels “Cut from the flesh of eternity, a rib torn from the flank of time. Stolen moments of will, desire, intention. Manifest immortality.” die voorbijkomen in “Boundless spell of realization” en waarbij er een duidelijke verwijzing is naar Genesis en de schepping van de mens. Het debuut was misschien nog net iets overweldigender en ongerepter, maar “Beyond the mortal gate” zal hier toch ook nog gretig aftrek vinden. Michael Rekevics moet zijn eerste slechte plaat nog maken, dat is duidelijk. En volgens mij gaat die er ook nooit komen.

JOKKE: 89/100

Vilkacis – Beyond the mortal gate (Psychic Violence Records 2018)
1. Snowfall by torchlight
2. Defiance
3. Sixty three
4. Spiritual retribution
5. Boundless spell of realization
6. Beyond the mortal gate

Ováte – Ováte

Het is nog even wachten tot het najaar vooraleer Taake samen met Bölzer en One tail One Head onze contreien aandoet in het teken van haar laatste plaat “Kong vinter“. In afwachting van de doortocht van deze interessante package presenteren Aindiachaí en Brodd, respectievelijk live-gitarist en live-drummer van Taake, ons hun eerste werk van hun nieuwe band Ováte waarmee ze een pagan black metal route bewandelen, zij het explosief, rockend en opzwepend; bijvoorbeeld zoals we het subgenre kennen van een Kampfar. Op vocaal gebied konden beide heren rekenen op de hulp van heel wat bevriende zangers. Zo leende V’Gandr (Helheim, Taake) zijn stembanden uit op “Morgenstjerne” waarbij hij screams afwisselt met sporadische cleane samenzang. Deze openingstrack bevat veel mooie, krachtige melodieën met een pakkend onderhuids heidens gevoel en is het meest epische nummer dat op de plaat te vinden is. “Song til ein orm” rockt dat het een lieve lust is en als mijn oorschelpen me niet bedriegen maakt de Taake frontman hier het mooie weer wat betreft vocalen. Opnieuw zit de pagan-inslag intrinsiek in de gitaarriffs vervat en worden we nog op een melodieuze solo getrakteerd. Andere hulplijnen die ingeschakeld werden zijn Eld (Krakow, Aeturnus, Gravdal), Ese (Slegest) en Ødemark (The 3rd Attempt) waarbij kan vermeld worden dat het afwisselen van zanger heel goed werkt op deze plaat, hoewel het verschil in raspende keelklanken nu ook niet wereldschokkend groot is. “Illhug” start aanvankelijk met de nodige blasts, maar schakelt al snel over naar een rockende modus inclusief spetterend gitaar- en soleerwerk en houdt het hoge niveau de volle acht minuten vol. Enkel “The horned forest king” wordt in het Engels uitgevoerd en de aandachtige luisteraar zal hier stoere, maar subtiele samenzang opmerken; het zit ‘em dikwijls in de details op deze plaat. In de negen minuten durende afsluiter zijn dat samples van barre natuurelementen zoals regen, donderslagen en huilende wind die doorheen de riffs gevlochten zijn. De krachtige, maar niet té gelikte productie zorgt er bovendien voor dat dit zwartmetaal als vuurwerk uit de boxen knalt. Met Deathcult’s “Cult of the goat” leverde Soulseller Records reeds een geweldige plaat af en met Ováte krijgen we zelfs nog een overtreffende trap aangeboden.

JOKKE: 89/100

Ovate – Ovate (Soulseller Records 2018)
1. Morgenstjerne
2. Song til ein orm
3. Illhug
4. The horned forest king
5. Inst i tanken

Wiegedood – De doden hebben het goed III

Wiegedood is goed op dreef en lijkt onvermoeibaar door te gaan zowel qua touren als qua uitbrengen van nieuw plaatwerk. In een kleine drie jaar tijd hebben onze landgenoten, die ook voltallig terug te vinden zijn in de line-up van Oathbreaker, hun trilogie “De doden hebben het goed” afgerond. Delen I en II zijn ondertussen grijsgedraaid en ook het nagelnieuwe derde hoofdstuk dat via Century Media verschijnt, zal hier de komende jaren ongetwijfeld nog de nodige rondjes draaien. Zoals de traditie het wil, prijken er opnieuw vier songs op de tracklist en klokt het geheel op iets meer dan een half uur af. Ten opzichte van de voorganger vallen er geen wereldschokkende veranderingen te bespeuren of het moeten de diepe keelgezangen aan het einde van “Prowl” zijn. Het tempo ligt meermaals verschroeiend hoog (wat is drummer Wim toch een beest!), de riffs zijn bovengemiddeld sterk en de – zij het ietwat monotone – hese krijsen van Levy klieven doorheen de razernij. Enkel in “Doodskalm” en de meer dan twaalf minuten durende titeltrack wordt met een voor atmosferische USBM typerende eb-en-vloed dynamiek gespeeld zoals Wiegedood eerder hanteerde op haar debuut, maar waarbij het eindstuk van het eerst vernoemde nummer wel gevaarlijk dicht naar recyclage van eerder materiaal neigt (de titeltrack van het debuut om specifieker te zijn). In de andere songs klinkt het allemaal wat Noorser hoewel er in enkele breaks van “Doodskalm” en de tremolo riffs van “Parool” ook Zweedse elementen te bespeuren vallen (in de afsluiter hoorde ik wat Setherial ten tijde van “Nord…” voorbijkomen). Criticasters die beweren dat het succes van de band een gevolg is van de link met Amenra zullen er altijd wel zijn (en dat mag ook) en de duivel houdt zich hier mijlenver vandaan, maar voor mij bewijst Wiegedood toch dat ze deze razende pot black metal recht en diep vanuit het hart brengt en verre van een ééndagsvlieg is. Benieuwd naar de performance op Roadburn maar vooral ook naar de releaseshow in de Kreun waar het trio eenmalig de drie albums volledig in chronologische volgorde gaat spelen. Dat gaat vuurwerk geven!

JOKKE: 88/100

Wiegedood – De doden hebben het goed III (Century Media 2018)
1. Prowl
2. Doodskalm
3. De doden hebben het goed III
4. Parool

Grá – Väsen

Hoewel “Where shadows forever reign“, de laatste Dark Funeral plaat, eigenlijk best te pruimen was, ben ik meer fan van Grá, de band waar huidig Dark Funeral zanger Heljarmadr sinds 2010 actief mee is in de meer ondergrondse regionen van de black metal scene. De twee vorige langspelers (“Grá” uit 2011 en “Ending” uit 2015) vinden dan ook nog regelmatig hun weg naar mijn stereo. Het concept over de dood dat op de trilogie, bestaande uit deze twee platen en de “Helfärd” EP uit 2010, werd geëxploreerd is afgerond en met een nieuw logo onder de arm is het nu tijd voor Grá 2.0 dat in de vorm van “Väsen” een derde langspeler op de mensheid loslaat. Het cover artwork van de hand van Axel Torvenius (Art director van de video game “Wolfenstein II: The new colossus“) boezemde mij eerlijk gezegd angst in omdat het een meer gotische/horror/comic-achtige richting liet uitschijnen, maar daar is gelukkig niets van aan. Opener “Till sörjerskorna” windt er immers geen doekjes om met haar klassieke second wave black metal inclusief innemende melodieën – een kunstje dat het Zweedse kwartet al sinds haar begindagen goed onder de knie heeft. De felle openingsriff van “King of decay” deelt een heuse pandoering uit en vormt mede door de snelle blastbeats misschien wel de meest heftige passage van het album. Vanaf “Hveðrungs mær” begint het meer en meer op te vallen dat Grá keyboards aan haar instrumentarium heeft toegevoegd, hoewel deze gelukkig nergens té veel op de voorgrond treden. Met de eerste single “Krig” daalt het tempo zienderwijze en hoewel de demoversie nog langer en monotoner was, vind ik hier Grá op haar best klinken. De stilte die tussen het uitroepen van de tekstregels “ja stinker av hat” en “jag rustar för strid” valt is oorverdovend en bijzonder effectief. In dit nummer grijpen de Zweden ook het meest terug naar de begindagen van “Helfärd“. Dat “Väsen” de meest gevarieerde plaat is waarin ook ruimte voor experimenteerdrift gelaten wordt, bewijzen “Gjallarhorn” met haar futuristische intro en cleane vikingkoren, het rockende en rollende “Dead old eyes” waarin tel- en maatwissels de boel spannend houden en het militant aandoende “The devil’s tribe” waarin de keyboards voor een horrorachtig sfeertje zorgen. De titeltrack sluit de plaat met haar beklijvende zwarte en akoestische klanken waardig af. Hoewel ik hun selftitled nog steeds onovertroffen vind, laat Grá zien dat het heel wat in haar mars heeft en klaar staat om door te stoten naar de hoogste echelons van de black metal scene.

JOKKE: 87/100

Grá – Väsen (Carnal Records 2018)
1. Till sörjerskorna
2. King of decay
3. Hveðrungs mær
4. Krig
5. Gjallarhorn
6. Dead old eyes
7. The devil’s tribe
8. Väsen