Maand: april 2018

Ováte – Verloren gegane tradities moeten terug verkend worden

Op 1 juni laat Soulseller Records het “Selftitled” debuut van Ováte op de mensheid los. De Noorse band is het geesteskind van een zekere Aindiachaí, die we vooral kennen als live gitarist van Taake. Samen met diens live-drummer Brodd richtte hij de band op waarbij de vocalen uit handen werden gegeven aan enkele bevriende zangers. Dusdanig onder de indruk van deze eerste langspeler die opzwepende black metal met een pagan invalshoek laat horen, vroeg ik Aindiachaí om verdere tekst en uitleg. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

booklet2

Opzoekwerk wees uit dat een “Ovaat” een Keltische priester of natuurfilosoof is. Heb ik het bij het rechte eind?
Een “Ovaat” is een soort druïde. De Druïdische Orde was van nature uit een tripartite bestaande uit de Ovaten, de Barden en de elite Druïden die als voorzitter van de Orde fungeerden. Het doel van deze Orde was niet zozeer het afdwingen van hiërarchie maar eerder het verzekeren van het feit dat enkel de “zuiveren” toegang hadden tot deze geheime kennis. Het woord “Ovate” of “Vate” komt van het Ierse “Faidh” waarvan de Engelse woorden “fate” en “faith” afgeleid zijn. De woorden “Veda“, “Vedic” en “Edda” zijn eveneens te herleiden tot dit woord. De Druïden/Ovaten waren legale autoriteiten, rechtsprekers, wakers over kennis, medische experts en politieke adviseurs. Ze interpreteerden alles wat met de natuur te maken heeft en stonden ook bekend als de “Serpent Priests“. Van in het begin was het duidelijk dat “Ováte” de vlag was die de lading duidelijk dekte.

De mysterieuze figuur op de albumcover lijkt eerlijk gezegd op een combinatie van een duivelse kerstman met het gewei van Rudolph. Stelt dit een Ovaat voor en wie creëerde de tekening?
Er is geen enkele link met de kerstman of de saturnaliën. Het betreft een afbeelding van Cernunnos, de gehoornde (herten)god die ook bekend is als Herne, Herme, Thoth en Mercurius. Hij was de Keltische god van de inwijdingen en de poorten tussen de verschillende rijken. De afbeelding op zich is terug te dateren tot 8.000 voor Christus en wordt nog steeds gebruikt op bijvoorbeeld elke pagina van het Ierse paspoort. Zowel Brodd als ikzelf hadden de idee om deze figuur op de cover te plaatsen maar het was Phil Robinson van de Níðhöggr Studio die een excellente job leverde met het tekenen van de hoes.

ovate_cover

Je lijkt een grote interesse te hebben in de oude Keltische cultuur, niet?
Ik vind het eigenlijk vanzelfsprekend dat je als mens interesse toont in je eigen geschiedenis en het werk van je voorvaderen. Ik vind het spijtig als mensen niet op zoek gaan naar hun eigen erfenis en ontdekken hoe hun voorvaderen leefden.

Recent zag ik de driedelige BBC documentaire “The Celts: Blood, iron and sacrifice” met de antropologe Alice Roberts en archeoloog Neil Oliver. Heb je deze ook gezien? Ik was erg onder de indruk van de figuren Vercingetorix en Boudicca waarover ik veel bijleerde. Wie zijn jouw favoriete Kelten?
Deze docu heb ik niet gezien en ben meer geïnteresseerd in zaken die zich veel vroeger afspeelden. De Kelten waren natuurlijk een formidabel volk met grootse krijgers die op een bepaald moment de mogelijkheid hadden het Romeinse Rijk te verslagen, maar door genade te tonen een cruciale fout maakten. Cú Chulainn, Brian Boru en Fionn Mac Cumhail zijn enkele legenden die me voor de geest komen hoewel de échte verhalen doorheen de jaren vertroebeld zijn door de incompetentie van het christendom.

Op de plaat verkennen jullie heidense thema’s. Kan je hier wat dieper op ingaan? 
Ten eerste gaat het album veel dieper dan enkel het heidens aspect en handelen de teksten eerder over de spirituele kant van de natuur en het universum. Verloren gegane tradities moeten terug verkend worden en geherintroduceerd en geïncorporeerd worden in de maatschappij. Natuurlijk zijn er slechts enkelen die deze ideologieën delen, waardoor dit nooit zal plaatsvinden.

Je bent een Ier van geboorte, maar leeft al enkele jaren in Noorwegen. Hoe ben je daar verzeild geraakt en wat trekt je zo aan in het leven in Noorwegen?
Ik ben altijd al een grote natuurliefhebber geweest en Noorwegen is o.a. met haar grootse en surreële landschappen waarschijnlijk het mooiste land dat ik op dat vlak al gezien heb. Ik verhuisde er elf jaar geleden heel spontaan heen met de idee er een jaartje te blijven, maar door allerhande muzikale ontwikkelingen bleef ik er plakken. Ik woon momenteel in een ruraal gebied maar heb ook zes jaar in Bergen gewoond. Ik ben geen honkvast persoon en geraak al snel verveeld als een plaats niet datgene biedt wat ik er zoek.

Was het gemakkelijk om je aan te passen aan de Noorse manier van leven?
Ik vind het tegenwoordig moeilijk om je eender waar aan te passen. Ik zal nooit goed aarden in een door de mensheid opgezet systeem.

Zijn er grote verschillen tussen Ierse en Noorse heidense verhalen?
Ik denk dat er veel culturen zijn met gelijkaardige verhalen en goden, maar telkens met een specifiek cultureel aspect. Zo vertoont de Keltische zonnegod Lugh bijvoorbeeld veel dezelfde eigenschappen als Loki (de Noorse god van chaos en leugens; ADDERGEBROED). Etymologie speelt een belangrijke rol in het ontdekken van zulke zaken.

Heidendom impliceert over het algemeen polytheïsme en wordt dikwijls gebruikt als verwijzing naar mensen die niet in het christendom geloofden. Je alias Aindiachaí is een Iers woord voor een persoon die elk geloof in een godheid verwerpt. Ben je een atheïst?
Neen, zo zie ik mezelf niet. Ik hou van de vrijheid in staat te zijn de mysteries van het leven te ontdekken. Het is een lange weg waarbij ik zelfs nog niet halfweg ben. “Aindiachaí” kan letterlijk vertaald worden als “iemand die zonder God is” of “de goddeloze”, dus zelfs als er in ons uitgestrekte universum een grotere kracht bestaat, zal ik deze nooit aanbidden maar er in de plaats daarvan uiteindelijk een deel van worden.

Praktiseer je neo-heidendom of wicca?
Neen, daar ben ik niet mee bezig. Beelden primeren over woorden of acties. Genoeg hierover.

Ovate crop.JPG

Je bent waarschijnlijk het meest bekend als live-gitarist van Taake. Wanneer is de idee ontstaan om samen met Brodd Ováte op te richten?
De drang is er altijd al geweest maar de tijd niet. Ik heb altijd al muziek geschreven maar beschikte nooit over de juiste opportuniteit of de nodige tijd om deze op te nemen totdat ik rond 2014 aan deze plaat begon te werken. Alles kwam echter in een stroomversnelling toen ik de krachten bundelde met Brodd. Hij heeft op vele vlakken een grote invloed op dit project uitgeoefend en beschikt over de nodige technische vaardigheden om dit op de correcte manier te doen.

Elke song werd door een andere zanger ingezongen. Vanwaar deze werkwijze in plaats van de vocalen zelf te verzorgen? En wie schreef de teksten?
Ik liep al lange tijd met het concept en de idee van verschillende zangers rond. Ik ben erg tevreden over hoe het is uitgedraaid en zal op toekomstige releases ook met andere vocalisten samenwerken. Elke gastzanger schreef de teksten van het nummer dat hij vertolkte, behalve Hoest die een uitstekend Noors gedicht van Tor Jonsson getiteld “Song til ein orm” (“lied voor een slang”) gebruikte. Alle teksten passen heel goed bij de ideologie van de muziek, wat me enorm imponeerde.

Op de albumopener “Morgenstjerne” horen we V’Gandr, bekend van Helheim en Taake, en op de eerder aangehaalde song neemt Taake frontman Hoest de vocalen voor zijn rekening. Wie horen we op de andere nummers aan het werk? Had je elke zanger voor een specifieke song voor ogen?
Op “Illhug” horen we Eld van Aeternus, Gravdal en Krakow. “The horned forest king” werd ingezongen door Ødemark van The 3rd Attempt en “Inst i tanken” tenslotte door Ese van Slegest en ex-Vreid. Elke zanger past perfect bij het nummer dat hij vertolkt.

Je bent reeds meer dan tien jaar actief als live-gitarist bij Taake en sinds vorig jaar ook bij Gorgoroth. Is Ováte de eerste band waarvoor je songs componeerde?
Neen, ik schreef ook alle muziek voor een ouder project dat ik had (“Druid”) en ben momenteel ook aan het werken op een nieuw project, getiteld “Bard” om alzo de trilogie te vervolledigen. Ik heb ook nog nummers liggen voor enkele andere projecten waarvan nog niets werd uitgebracht en ander songs zijn door onvoorziene omstandigheden in de prullenmand beland.

Zijn er plannen om met Ováte op te treden en wie zal dan de microfoon in de hand nemen?
Het zou tof zijn om enkele speciale shows te doen met alle deelnemende zangers indien de opportuniteit zich voordoet. Het zal ervan afhangen hoe het album ontvangen wordt. Als er genoeg vraag naar is, wil ik het wel doen.

Hoe ben je bij Soulseller Records terecht gekomen? 
De afgelopen jaren hoorde ik veel positiefs over Soulseller Records vertellen en nu kan ik dat beamen. Het is een erg professioneel label om mee samen te werken en ik ben heel tevreden over deze collaboratie. Ze hebben ook enkele fantastische bands onder hun hoede waaronder Gorgoroth.

Om af te sluiten wil ik nog even terugkomen op de meest recente Amerikaanse tour van Taake die noodgedwongen geannuleerd diende te worden na aantijgingen van anti-semitische en anti-moslim acties die door Antifa opgerakeld werden. Het lijkt erop dat de fratsen van Hoest voor altijd als een schaduw boven Taake zullen blijven hangen. Nog iets van commentaar te geven op Antifa die steeds meer en meer hun pijlen richten op het boycotten van (black) metal optredens en bands?
Fuck Antifa en hun misleidende en bedrieglijke zaak. De idiotie van sommige mensen blijft me verbazen maar hun terreurbewind zal snel in tranen eindigen. Dit is slechts een onnozele, kinderlijke fase.

Advertenties

Vilkacis – Beyond the mortal gate

We kennen Michael Rekevics van Yellow Eyes, Fell Voices, Vanum en Vorde maar natuurlijk ook van zijn soloproject Vilkacis waarmee hij na vier jaar met een opvolger voor “The fever of war” komt. “Beyond the mortal gate” werd het beestje gedoopt en draagt de spirituele oorlogsvoering uit die volgens Michael de essentie van black metal is. “Life lived in defiance, love illuminated by flame. War, war of the spirit. The winds shall remember my name.” en even later “The heavens will crumble and the masters will kneel, as I spit on the angels who beg at my feet.” horen we hem in “Defiance” uitschreeuwen. In een gesprek dat ik enkele jaren geleden met dit drumbeest had, gaf hij aan dat Vilkacis van al zijn projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte is, met de nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Doorheen de simpele maar effectieve melodieën schemert een soort van gewelddadige romantiek die aanleunt bij de Canadese en Oekraïense black metal scene, minus de nationalistische gevoelens, vooral door de gitaren die meermaals als triomfantelijke blaasinstrumenten klinken. En in de riffs van “Spiritual retribution” horen we ook wel wat oude Sargeist terug. Innovatie of evolutie zijn begrippen die niet van toepassing zijn op Vilkacis waarbij alles draait om de ruwe en gepassioneerde expressie van elementaire back metal. En wie ben ik om hem tegen te spreken? Het oerkarakter van zijn muziek komt des te sterker over door de analoge opnames die “Beyond the mortal gates” een primitief karakter meegeven, zij het een tikkeltje properder dan het debuut en met de vocalen iets prominenter in de mix geplaatst. De lycantropische identiteit van Vilkacis uit zich niet alleen in het artwork en de teksten (“Wolf-eyed and feverish. With an unflinching stare. A vision beyond limits, unbound and free. Guided by blood red will.” aldus de meer dan tien minuten durende titeltrack) maar ook in de intensiteit van de black metal die Michael als een bezeten wolf brengt. Dat hij enerzijds een belezen man is die zorgvuldig met het schrijven van teksten omgaat en anderzijds erg serieus met zijn kunst bezig is (aanschouw dat maar eens live), wordt ook duidelijk met de tekstregels “Cut from the flesh of eternity, a rib torn from the flank of time. Stolen moments of will, desire, intention. Manifest immortality.” die voorbijkomen in “Boundless spell of realization” en waarbij er een duidelijke verwijzing is naar Genesis en de schepping van de mens. Het debuut was misschien nog net iets overweldigender en ongerepter, maar “Beyond the mortal gate” zal hier toch ook nog gretig aftrek vinden. Michael Rekevics moet zijn eerste slechte plaat nog maken, dat is duidelijk. En volgens mij gaat die er ook nooit komen.

JOKKE: 89/100

Vilkacis – Beyond the mortal gate (Psychic Violence Records 2018)
1. Snowfall by torchlight
2. Defiance
3. Sixty three
4. Spiritual retribution
5. Boundless spell of realization
6. Beyond the mortal gate

Ováte – Ováte

Het is nog even wachten tot het najaar vooraleer Taake samen met Bölzer en One tail One Head onze contreien aandoet in het teken van haar laatste plaat “Kong vinter“. In afwachting van de doortocht van deze interessante package presenteren Aindiachaí en Brodd, respectievelijk live-gitarist en live-drummer van Taake, ons hun eerste werk van hun nieuwe band Ováte waarmee ze een pagan black metal route bewandelen, zij het explosief, rockend en opzwepend; bijvoorbeeld zoals we het subgenre kennen van een Kampfar. Op vocaal gebied konden beide heren rekenen op de hulp van heel wat bevriende zangers. Zo leende V’Gandr (Helheim, Taake) zijn stembanden uit op “Morgenstjerne” waarbij hij screams afwisselt met sporadische cleane samenzang. Deze openingstrack bevat veel mooie, krachtige melodieën met een pakkend onderhuids heidens gevoel en is het meest epische nummer dat op de plaat te vinden is. “Song til ein orm” rockt dat het een lieve lust is en als mijn oorschelpen me niet bedriegen maakt de Taake frontman hier het mooie weer wat betreft vocalen. Opnieuw zit de pagan-inslag intrinsiek in de gitaarriffs vervat en worden we nog op een melodieuze solo getrakteerd. Andere hulplijnen die ingeschakeld werden zijn Eld (Krakow, Aeturnus, Gravdal), Ese (Slegest) en Ødemark (The 3rd Attempt) waarbij kan vermeld worden dat het afwisselen van zanger heel goed werkt op deze plaat, hoewel het verschil in raspende keelklanken nu ook niet wereldschokkend groot is. “Illhug” start aanvankelijk met de nodige blasts, maar schakelt al snel over naar een rockende modus inclusief spetterend gitaar- en soleerwerk en houdt het hoge niveau de volle acht minuten vol. Enkel “The horned forest king” wordt in het Engels uitgevoerd en de aandachtige luisteraar zal hier stoere, maar subtiele samenzang opmerken; het zit ‘em dikwijls in de details op deze plaat. In de negen minuten durende afsluiter zijn dat samples van barre natuurelementen zoals regen, donderslagen en huilende wind die doorheen de riffs gevlochten zijn. De krachtige, maar niet té gelikte productie zorgt er bovendien voor dat dit zwartmetaal als vuurwerk uit de boxen knalt. Met Deathcult’s “Cult of the goat” leverde Soulseller Records reeds een geweldige plaat af en met Ováte krijgen we zelfs nog een overtreffende trap aangeboden.

JOKKE: 89/100

Ovate – Ovate (Soulseller Records 2018)
1. Morgenstjerne
2. Song til ein orm
3. Illhug
4. The horned forest king
5. Inst i tanken

Wiegedood – De doden hebben het goed III

Wiegedood is goed op dreef en lijkt onvermoeibaar door te gaan zowel qua touren als qua uitbrengen van nieuw plaatwerk. In een kleine drie jaar tijd hebben onze landgenoten, die ook voltallig terug te vinden zijn in de line-up van Oathbreaker, hun trilogie “De doden hebben het goed” afgerond. Delen I en II zijn ondertussen grijsgedraaid en ook het nagelnieuwe derde hoofdstuk dat via Century Media verschijnt, zal hier de komende jaren ongetwijfeld nog de nodige rondjes draaien. Zoals de traditie het wil, prijken er opnieuw vier songs op de tracklist en klokt het geheel op iets meer dan een half uur af. Ten opzichte van de voorganger vallen er geen wereldschokkende veranderingen te bespeuren of het moeten de diepe keelgezangen aan het einde van “Prowl” zijn. Het tempo ligt meermaals verschroeiend hoog (wat is drummer Wim toch een beest!), de riffs zijn bovengemiddeld sterk en de – zij het ietwat monotone – hese krijsen van Levy klieven doorheen de razernij. Enkel in “Doodskalm” en de meer dan twaalf minuten durende titeltrack wordt met een voor atmosferische USBM typerende eb-en-vloed dynamiek gespeeld zoals Wiegedood eerder hanteerde op haar debuut, maar waarbij het eindstuk van het eerst vernoemde nummer wel gevaarlijk dicht naar recyclage van eerder materiaal neigt (de titeltrack van het debuut om specifieker te zijn). In de andere songs klinkt het allemaal wat Noorser hoewel er in enkele breaks van “Doodskalm” en de tremolo riffs van “Parool” ook Zweedse elementen te bespeuren vallen (in de afsluiter hoorde ik wat Setherial ten tijde van “Nord…” voorbijkomen). Criticasters die beweren dat het succes van de band een gevolg is van de link met Amenra zullen er altijd wel zijn (en dat mag ook) en de duivel houdt zich hier mijlenver vandaan, maar voor mij bewijst Wiegedood toch dat ze deze razende pot black metal recht en diep vanuit het hart brengt en verre van een ééndagsvlieg is. Benieuwd naar de performance op Roadburn maar vooral ook naar de releaseshow in de Kreun waar het trio eenmalig de drie albums volledig in chronologische volgorde gaat spelen. Dat gaat vuurwerk geven!

JOKKE: 88/100

Wiegedood – De doden hebben het goed III (Century Media 2018)
1. Prowl
2. Doodskalm
3. De doden hebben het goed III
4. Parool

Grá – Väsen

Hoewel “Where shadows forever reign“, de laatste Dark Funeral plaat, eigenlijk best te pruimen was, ben ik meer fan van Grá, de band waar huidig Dark Funeral zanger Heljarmadr sinds 2010 actief mee is in de meer ondergrondse regionen van de black metal scene. De twee vorige langspelers (“Grá” uit 2011 en “Ending” uit 2015) vinden dan ook nog regelmatig hun weg naar mijn stereo. Het concept over de dood dat op de trilogie, bestaande uit deze twee platen en de “Helfärd” EP uit 2010, werd geëxploreerd is afgerond en met een nieuw logo onder de arm is het nu tijd voor Grá 2.0 dat in de vorm van “Väsen” een derde langspeler op de mensheid loslaat. Het cover artwork van de hand van Axel Torvenius (Art director van de video game “Wolfenstein II: The new colossus“) boezemde mij eerlijk gezegd angst in omdat het een meer gotische/horror/comic-achtige richting liet uitschijnen, maar daar is gelukkig niets van aan. Opener “Till sörjerskorna” windt er immers geen doekjes om met haar klassieke second wave black metal inclusief innemende melodieën – een kunstje dat het Zweedse kwartet al sinds haar begindagen goed onder de knie heeft. De felle openingsriff van “King of decay” deelt een heuse pandoering uit en vormt mede door de snelle blastbeats misschien wel de meest heftige passage van het album. Vanaf “Hveðrungs mær” begint het meer en meer op te vallen dat Grá keyboards aan haar instrumentarium heeft toegevoegd, hoewel deze gelukkig nergens té veel op de voorgrond treden. Met de eerste single “Krig” daalt het tempo zienderwijze en hoewel de demoversie nog langer en monotoner was, vind ik hier Grá op haar best klinken. De stilte die tussen het uitroepen van de tekstregels “ja stinker av hat” en “jag rustar för strid” valt is oorverdovend en bijzonder effectief. In dit nummer grijpen de Zweden ook het meest terug naar de begindagen van “Helfärd“. Dat “Väsen” de meest gevarieerde plaat is waarin ook ruimte voor experimenteerdrift gelaten wordt, bewijzen “Gjallarhorn” met haar futuristische intro en cleane vikingkoren, het rockende en rollende “Dead old eyes” waarin tel- en maatwissels de boel spannend houden en het militant aandoende “The devil’s tribe” waarin de keyboards voor een horrorachtig sfeertje zorgen. De titeltrack sluit de plaat met haar beklijvende zwarte en akoestische klanken waardig af. Hoewel ik hun selftitled nog steeds onovertroffen vind, laat Grá zien dat het heel wat in haar mars heeft en klaar staat om door te stoten naar de hoogste echelons van de black metal scene.

JOKKE: 87/100

Grá – Väsen (Carnal Records 2018)
1. Till sörjerskorna
2. King of decay
3. Hveðrungs mær
4. Krig
5. Gjallarhorn
6. Dead old eyes
7. The devil’s tribe
8. Väsen

Ihloosuhree – Bedrieglijk en nihilistisch

We hebben het Antwerpse Ihloosuhree al een paar keer live aan het werk gezien en waren telkenmale onder de indruk van wat deze (vrij nieuwe) black metal band ons vanop de bühne liet horen. Op 18 mei verschijnt debuutplaat “Analysis paralysis” via Babylon Doom Cult Records waarop het gezelschap veelbelovend uit de hoek komt. Een gesprek met Ihloosuhree drong zich op. (JOKKE)

Ihloosuhree 1

Met zo’n mysterieuze bandnaam valt de openingsvraag niet te vermijden. Welke betekenis schuilt er achter het woord “Ihloosuhree”?
Ihloosuhree lijkt op het eerste gezicht moeilijk uit te spreken, maar het is gewoon de fonetische schrijfwijze van “illusory“, een Engels adjectief voor iets dat denkbeeldig, bedrieglijk of imaginair is en dus een illusie veroorzaakt. Velen, onder wie tot op heden zelfs sommige bandleden, slagen er niet in het uit te spreken zoals het bedoeld is. Iets wat ik ondertussen eerder amusant dan irritant vind. De cirkel is rond.

Ik dacht eerlijk gezegd dat jullie een vrij nieuwe band waren, maar Metal Archives vertelt me dat Ihloosuhree toch al sinds 2011 bestaat. Is de samenstelling van de band in tussentijd gewijzigd?
Klopt, ik (keel) en de gitarist hebben de band opgericht in 2011, met het idee aan een gelaagd studioproject te werken. Na twee jaar schrijven, en een sessiedrummer voor de opnames ingehuurd te hebben, kwam onze eerste demo tot stand. Nadien hadden we beiden het verlangen om een echte band op te richten waarbij alles in één keer gespeeld en vooral sterker gevoeld kon worden. Het heeft even geduurd eer we daarvoor de gepaste muzikanten vonden, met de juiste mindset en een chemistry die werkt. Een drummer hadden we redelijk snel. Een tweede gitarist ging wat stroever en moesten we laten gaan. Ook een passende bassist lukte niet van de eerste keer. Uiteraard veranderde dat alles behoorlijk wat aan Ihloosuhree.

Tenzij ik me vergis, zijn jullie vorig jaar pas begonnen met het spelen van concerten, nietwaar?
Wel, ons eerste optreden dateert toch al van 5 april 2016. Dat was met Addaura en Antlers in de Antwerpse Music City. Buiten de straplock van de gitaar die loskwam, is die ontmaagding vrij goed verlopen. We hebben het podium ondertussen ook al mogen delen met Infinity, Hetroertzen, Dødheimsgard, Wildernessking en Solbrud. Onze vijf concerten hebben we te danken aan de steun van Ondergronds, voor wie wij onze hoeden afdoen.

Hoewel jullie tronies live niet achter kappen of een laag corpse paint verscholen zitten en het bijgevolg niet al te moeilijk is om jullie identiteit op te zoeken, verkiezen jullie toch om heel weinig info over de band en haar leden naar buiten te brengen. Vanwaar die keuze?
De Mgła-achtige kappen zijn tegenwoordig zowat de corpse paint van de jaren ’90 geworden, waarmee ik niet wil zeggen dat een nieuwe band niet nog steeds met een van beide kan wegkomen. Wij zijn daar gewoon niet één van. Het zou niet juist, fake en zelfs belachelijk aanvoelen mochten we daarmee beginnen. We laten dus het verkleedfeestje aan ons voorbijgaan. We houden het bij een donkere show met liefst een minimale belichting. In Ihloosuhree is geen plaats voor persoonlijke aandacht, ondanks het feit dat ieders bijdrage even belangrijk is. Ihloosuhree zou één identiteit moeten zijn. De focus ligt op de muziek zelf, niet op de individuen. Maar als het zo belangrijk is wie we zijn, dan kan je inderdaad altijd onze lelijke snuiten live bewonderen.

In 2013 hebben jullie ook al een demo uitgebracht. Valt Collapsing truths & absurd transformations” nog ergens te beluisteren en is er een groot verschil met wat we te horen krijgen op Analysis paralysis”?
Die demo is verleden tijd en heeft muzikaal zo goed als niets met “Analysis paralysis” te maken. Om die reden hou ik hem in het duister. In die tijd vertrok alles vanuit de riffs. Op sommige momenten ontstonden er zelfs drie gitaarlijnen of twee baslijnen tegelijkertijd, zonder dat er nog maar één drumbeat bestond. Toen waren we een tweemansstudioproject, nu zijn we echt een band die bestaat uit vier leden met elk hun eigen inbreng.

Is jullie debuut langspeler Analysis paralysis” gemakkelijk tot stand gekomen? Door het technisch en druk karakter van de muziek, lijkt het me niet evident al jammend songs te schrijven.
Nee, het was echt wel een zoektocht die de nodige frustratie met zich meebracht. De plaat is een combinatie van twee werkwijzen. Sommige nummers hebben nog wat oude stuiptrekkingen, waarmee ik bedoel dat de gitarist daar vooral het trekpaard is. De nieuwere nummers zijn toch wel meer tot stand gekomen uit spontane jamsessies, waarna ieder achteraf zijn lijnen nog finetunet of zelfs verandert. We hebben zelden een vooropgesteld plan, idee of richting waar we naartoe willen werken. En als we dat proberen, dan faalt het ook gewoon en eindigen we toch met iets anders. Het moment zelf beslist meestal de skeletbouw.

Ihloosuhree 3

Is er een thema of groter geheel dat de nummers op Analysis paralysis” verbindt
De thematiek is vaak nihilistisch getint, als het gaat over de totale nutteloosheid en tijdelijkheid van alles. Anderzijds betreft het ook de fragiliteit en het ineenstorten van realiteiten, waarheden en overtuigingen. Dat kan enorm veel vormen aannemen en is nu misschien wat abstract. De teksten zitten bij de plaat en zijn redelijk duidelijk. Ze bestaan zeker niet uit onverstaanbaar, wetenschappelijk vakjargon.

Voor de songtitels hanteren jullie zowel Engels, Frans als Nederlands. Zijn de teksten ook in de taal van de songtitel en vanwaar deze keuze voor verschillende talen?
Rite de passage” en “Lichaam en geest” zijn beide in het Nederlands. Al de rest is in het Engels. Sommige woorden verliezen hun gevoel als je ze vertaalt naar het Engels. Nederlands en Engels zijn onze twee beste talen en soms werkt de ene beter voor iets dan de andere. Onze muziek en teksten worden tevens ook volledig los van elkaar en vaak in een andere periode gecreëerd.

Het nummer 21st century irrationality” wordt ingeluid middels een sample over zelfmoord. Wat is de relatie tussen het nummer en dit geluidsfragment? Hoe kijken jullie naar zelfdoding?
Zelfmoord is geen thema dat we rechtstreeks aankaarten. In een notendop: het geluidsfragment is een samenraapsel uit de initiatietapes die Marshall Applewhite, leider van de christelijk ufosekte “Heaven’s Gate”, uitbracht. Hij heeft samen met 39 gelovigen zelfmoord gepleegd vanuit de idee dat de aarde gerecycleerd zou worden. Ons lichaam zou slechts een voertuig zijn voor onze ziel die enkel op die manier door een ufo zou worden opgepikt om “the level above human” te kunnen bereiken. Dat idee is voor 99,9% van de bevolking op deze aardkloot absoluut gestoorde waanzin. Maar wat de 21ste-eeuwse dag van vandaag wel nog steeds aanvaard en blijkbaar gerespecteerd moet worden, zijn de leven-na-de-doodtheorieën van de abrahamitische religies die nog steeds percentueel gezien door enorm veel mensen effectief geloofd worden. Ik vind dat even gestoord als de opvattingen van “Heaven’s Gate”. De ontkenning van de definitieve dood moet altijd bestreden worden.

In mijn review schreef ik dat jullie invloeden er niet vingerdik opliggen, wat absoluut een pluspunt is. Zijn er bands die jullie met Ihloosuhree als voorbeeld nemen en waarvan er invloeden doorsijpelen in jullie sound?
Ieder individueel heeft zijn eigen favorieten, die niet per definitie gedeeld worden onderling, en dat zal ongetwijfeld de muziek op een of andere manier beïnvloeden. Het is zeker niet zo dat we samen een groot voorbeeld hebben dat we willen nabootsen. Om er een paar op te noemen: de gitarist en ik delen een Pink Floyd-passie. Op vlak van black metal hou ik enorm van bands zoals Skáphe en Misþyrming. Onze drummer is weg van oude Blut Aus Nord, Aluk Todolo en Chaos Echœs. De bassist luistert dan weer naar Town Portal en Saetia. Maar op welke manier dat Ihloosuhree precies beïnvloedt, is nog maar de vraag.

Ik gaf verder ook aan dat het lijkt alsof jullie nog wat zoekende zijn. Kunnen jullie je hierin vinden? Zijn jullie al nieuwe nummers aan het schrijven en zo ja, laten deze nieuwe invalshoeken horen?
Jazeker. Dat heeft opnieuw te maken met de verschillende werkwijzen, denk ik. Dat vinden we nu echter niet meer. Hou er ook rekening mee dat de plaat begin februari 2017 opgenomen werd. Dat lijkt voor ons echt al een hele tijd geleden. We hebben momenteel drie nieuwe nummers die zo goed als af zijn. Minder technisch, meer gevoel, harder, meer samenhang, beter.

Analysis paralysis” wordt op vinyl uitgebracht door Babylon Doom Cult Records. Was het moeilijk om Jo te overtuigen om een debuut meteen op vinyl uit te brengen?
Wel, Jo runt geen liefdadigheidsfonds. Als hij het niet goed vindt, dan brengt hij het niet uit. Simpel. Het is niet omdat je het met elkaar kan vinden in de scene, dat hij ineens ook je plaat uitbrengt. Maar, hij wist dat we bezig waren. We hebben hem weleens uitgenodigd op een repetitie. Hij heeft ons meermaals live gezien, maar pas na het horen van de opnames heeft hij zijn finale zegen gegeven waarmee we uiteraard extreem blij en vereerd zijn.

Zal de release ook nog op andere geluidsdragers uitgebracht worden?
Nee, dat zie ik niet snel gebeuren. Ik zie het nut er ook niet van in. We willen vooral vooruit.

Hebben jullie nog veel optredens op de planning staan om Analysis paralysis” te promoten?
Er staat in juni nog wel iets op de agenda waarover we momenteel nog niet veel kunnen zeggen.

 

 

Convocation – Scars across

Finland lijkt de laatste tijd een broeihaard te zijn voor trage en vuile death doom metal. Naast het experimentele en beminde Dark Buddha Rising verscheen vorig jaar “Deliverance from the godless void” van de hand van Desolate Shrine, het zwaar ondergewaardeerd geesteskind van Lauri Laaksonen (met behulp van enkele Sargeist-veteranen). Laaksonen, aka LL, vond voorgenoemde band precies nog niet traag en misantropisch genoeg en zodus wordt dit jaar “Scars across” uitgebracht: een eerste telg onder de noemer Convocation. Naar goede gewoonte zoekt onze Finse vriend de zuiderse zon op, waardoor het album uitgebracht wordt door het Italiaanse Everlasting Spew Records, dat zich naast de fijnere death metal releases ook over de tragere, rauwe kant van het genre ontfermt. Met behulp van de strot met Marko Neuman (MN), die we dus ook van Dark Buddha Rising kennen, poogt de Fin ons onder te dompelen in iets meer dan vijfenvijtig minuten gitzwarte death doom, waarbij de desolate sfeer van het black metal genre niet wordt geschuwd. Doorheen de vier kolossale tracks wordt hier en daar geflirt met de sound van death metal household names als Grave Miasma (“Ruins of ourselves”). Deze vergelijking gaat echter maar met momenten op; Convocation wil het liefst hebben van downtempo, slepende en repetitieve riffs waarbij de overweldigende zanglijnen het geheel verdomd verdoemd doen klinken. Waar Desolate Shrine een iets scherpere sound meekreeg is het eerste wapenfeit van het Convocation-verhaal zeer sterk gefocust op trage en zwaar distorted gitaarlijnen, waarbij de uitstekend gemixte basgitaar een extra melancholische dimensie aan het geheel toevoegt. Veel variatie valt er niet te vinden op “Scars across”, en laat dit nu net de grootste troef van het duo zijn. Net zoals Bell Witch met “Mirror reaper”, een lang album met een minimaal gehalte aan tempowisselingen, een subliem werk afleverde, weet ook Convocation die unieke, verstikkende sfeer te creëren die je quasi een uur lang leegzuigt. In het death doom, slash funeral doom genre is er zelden een hedendaags album dat mij de volledige speeltijd lang volledig in z’n ban kon houden (of het moet “Erroded corridors of unbeing” van Spectral Voice geweest zijn) en daarom alleen verdient Convocation misschien wel een plekje in de jaarlijst. Less is more, en dat blijken beide Finnen enorm goed begrepen te hebben.

CAS: 86/100

Convocation – Scars across (Everlasting Spew Records 2018)
1. Disposed
2. Ruins of ourselves
3. Allies POWs
4. Scars across