Auteur: addergebroed

Enslaved – E

Sommigen onder jullie zijn ongetwijfeld afgehaakt zodra het Noorse Enslaved rond de millenniumwissel begon te flirten met psychedelica en progressieve elementen en die stelselmatig haar viking/black-metal liet doordringen en overheersen. En ja ja, sommigen hielden het waarschijnlijk al voor bekeken na “Vikingligr veldi” of “Frost“, maar ik niet! Ik kan elke stijlperiode van Enslaved erg waarderen en vind het kwintet, waarbij zanger/bassist Grutle Kjelsson en gitarist Ivar Bjørnson reeds meer dan 25 jaar de spilfiguren zijn, één van de meest interessante bands van onze aardkloot. Voor het eerst sinds de “Isa“-plaat uit 2004 heeft er trouwens een nieuwe line-upwissel plaats gevonden aangezien keyboardspeler Herbrand Larsen het tourleven grondig beu was en meer tijd in zijn eigen studio wou doorbrengen als producer. Deze switch hield echter ook in dat de overgebleven bandleden op zoek moesten gaan naar een nieuw begenadigd zanger aangezien Herbrand ook instond voor de cleane vocalen die ondertussen niet meer weg te denken zijn uit de Enslaved-sound. Maar wie zoekt die vindt, en jonkie Håkon Vinje (voorheen actief in de progressieve rockband Seven Impale) werd ingelijfd om beide rollen op zich te nemen. Op het kakelverse “E” – langspeler veertien ondertussen waarvan de titel verwijst naar de fonetische waarde van de Ehwaz-rune maar die als een Latijnse M geschreven wordt – is het echter Grutle (in combinatie met co-producer Iver Sandøy) die de cleane zang nog vertolkt aangezien Håkon pas vrij laat aan boord kwam. O.a. in het korte, aanstekelijke en catchy “The river’s mouth” toveren de heldere vocalen kippenvel tevoorschijn. Van Håkon’s fantastische vintage toetsenwerk kan echter wel al volop genoten worden, de ene keer met een serieuze Deep Purple kwinkslag (“Sacred horse“), de andere keer bluesy à la Led Zeppelin (“Axis of the world“). Ondertussen heeft Enslaved een unieke sound die uit de duizenden herkenbaar is, maar de heren dienen toch op te letten dat ze zichzelf niet beginnen herhalen. Zo klinken de main riff en het ritmepatroon aan het begin van opener “Storm son” wel heel gerecycleerd. Toen ik deze elf minuten durende song – die als eerste nieuw nummer vrijgegeven werd – de eerste keer hoorde, was ik niet volledig overtuigd van de flow, maar ondertussen is het kwartje gevallen. Het kolossale nummer bevat zowat alle karakteristieke Enslaved-elementen: de wisselwerking tussen screams en cleane zang, proggy riffs, heftige black metal passages en uitstekend muzikaal vakmanschap. Enslaved levert met “E” dan ook een, enerzijds erg vertrouwd klinkende, plaat af die echter wel weer met kop en schouders boven de grijze massa uitsteekt. Het gaat er best erg progressief aan toe (zoals in het van tegendraadse ritmes aaneengeregen “Feathers of Eolh” en het met saxofoon ingekleurde “Hiindsiight“), maar er zijn nog steeds voldoende heftige passages aanwezig waardoor de contrasterende wisselwerking meermaals voor vuurwerk zorgt. De Röyksopp cover “What else is there?” ontbreekt spijtig genoeg op mijn bruine vinylplaten. Die zal ik dus on-line eens moeten opsnorren. Hulde aan Enslaved; vrijwel de enige Nuclear Blast band die ertoe doet!

JOKKE: 90/100

Enslaved – E (Nuclear Blast 2017)
1. Storm son
2. The river’s mouth
3. Sacred horse
4. Axis of the worlds
5. Feathers of Eolh
6. Hiindsiight
7. Djupet

Advertenties

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Desolate Shrine – Deliverance from the godless void

Hoewel de Finnen van Desolate Shrine er met vier langspelers op zeven jaar tijd best een naarstig werktempo op na houden, is het nog geen al te bekende act. Dat heeft mogelijks te maken met het feit dat de band amper op podia te zien is in onze contreien. Op basis van hun discografie zou daar echter snel verandering in moeten komen want het trio laat met “Deliverance from the godless void” opnieuw horen dat het best een aardige pot doomy death metal met een gitzwart randje kan spelen. Op voorganger “The heart of the netherworld” werd de tien-minuten grens al eens met de voeten getreden. Dat is nu niet meer het geval, maar toch is het woord “episch” nog steeds van toepassing op de acht monsterlijke songs die samen een klein uurtje in beslag nemen. Opener “The primordial one” geeft je meteen een pandoering met haar overwegend snelle death metal uithalen, hoewel er ook de nodige tragere beukpartijen in de song ingebouwd zijn. Multi-instrumentalist LL heeft voldoende afwisseling ingebouwd tussen up-tempo werk (zoals het met blast beats doorspekte “Demonic evocation prayer“, waarbij het Zweeds aandoende hakwerk meer dan eens aan Bloodbath doet denken) en tragere songs. Zo is “Unmask the face of false” misschien wel het zwaarste en traagste nummer dat hij ooit geschreven heeft voor Desolate Shrine. “…Of hell” luidt met haar omineuze, zwaar bulderende metalen doemdonderslagen, die ondersteund worden door plechtstatige orgelklanken, het einde van een erg overtuigende plaat in.

JOKKE: 83/100

Desolate Shrine – Deliverance from the godless void
1. The primordial one
2. Lord of the three realms
3. Unmask the face of false
4. The waters of man
5. The graeae
6. Demonic evocation prayer
7. The silent star
8. … Of hell

 

Cepheide – Muziek gedreven door het leven

Het Parijse Cepheide is waarschijnlijk voor velen nog een nobele onbekende, hoewel ze op basis van hun recent verschenen eerste langspeler “Saudade” veel meer aandacht verdienen. Een duwtje in de rug kan bijgevolg geen kwaad. De trve Satanic black metal warriors kunnen in plaats van verder te lezen beter hun spikes en bullet belts opblinken, want het kwartet houdt er een andere visie en insteek op na. De antwoorden komen van zanger/gitarist Gaetan (G), bassist Hugo (H) en gitarist François. (JOKKE)

The English version can be found here.

Cepheide 1

Hey mannen! Cepheide is een relatief nieuwe band, vandaar de cliché openingsvraag omtrent de oprichting van de band. Hoe is het allemaal begonnen?
G: Cepheide werd opgericht in 2013 nadat ik net naar Parijs verhuisd was en een nieuwe band wou oprichten als een soort verderzetting van mijn solo-project, maar waarbij er een menselijke aspect zou toegevoegd worden…iets wat een éénmansproject niet kan bieden. Hoewel de line-up reeds herhaaldelijk veranderde, blijft het project een zekere muzikale cohesie behouden en vindt er steeds een verrijking plaats door de personen die eraan meewerken.

Een cepheïde is een bepaald soort pulserende, veranderlijke ster die ritmisch uitzet en inkrimpt, wat blijkt uit het regelmatige patroon van helderheidsveranderingen als functie van tijd. Ik vind dit woord en de zinspeling op het veranderen van helderheid/intentie erg passen bij de muziekstijl die jullie spelen. Halen jullie veel inspiratie uit het universum en haar mysteries?
G: Een cepheïde is tevens een soort van gidsende ster zoals bijvoorbeeld de Poolster. Ik vond de parallel tussen de naam van deze soort sterren en wat de betekenis van muziek in ons dagelijks leven wel interessant. Ik heb geen échte interesse in astronomie of de geheimen van het universum, maar ben eerder gefascineerd in de onmetelijkheid ervan en de vergelijking met de menselijke nietigheid.

Jullie combineren het rauwe van black metal met de schoonheid en melancholie van shoegaze en post-rock. Als je Cepheide in een hokje wil duwen, kom je al snel bij het label “atmospheric post-black metal” uit. Voor sommigen is black metal onlosmakelijk verbonden met satanische onderwerpen en een occult imago, maar dat lijkt bij jullie niet het geval te zijn. Beschouwen jullie Cepheide eigenlijk zelf als black metal tout court?
G: Er is inderdaad geen connectie met een satanische ideologie, noch op visueel noch op intellectueel vlak, omdat we ons daar simpelweg niet mee verbonden voelen. Onze muziek helpt ons enkel bij het vertalen van onze dagelijkse emoties, zij het positief of negatief. Zoals je opmerkte, zijn er de nodige brutale en ruwe momenten, maar ook de vele melancholische en heldere passages in de nummers.
H: We geven inderdaad niet om het black metal imago of de thematiek, eerder om haar muzikale code. Ik ben fan van de moderne evolutie van black metal en geniet tot op zekere hoogte van haar ruwheid en gewelddadigheid en ik ben blij dat ik dat met Cepheide kan bereiken.
F: Ik hou niet zo van labeltjes. We creëren muziek die we graag delen met anderen, dat is het enige wat telt. Natuurlijk is onze muziek beïnvloed door bands die we goed vinden, maar we zouden verder moeten kijken dan labels en metal-genres en eerder focussen op wat we creëren, ongeacht het type muziek.

Ik was erg onder de indruk van de “Respire” EP die twee jaar geleden verscheen en waarop jullie een grote stap voorwaarts zetten in vergelijking met de demo. Op jullie nieuwe album “Saudade” perfectioneren jullie je sound nog een stapje verder. Het grootste verschil lijkt ‘em in de songlengte te zitten. De nummers zijn iets korter en meer to the point hoewel er nog steeds voldoende ruimte is voor spanningsopbouw, dynamiek en atmosferische stukken. Was dit een natuurlijke evolutie of zat er een groter plan achter het schrijven van de nieuwe nummers?
G: “Respire” is een conceptalbum dat erg doordacht was alvorens het geschreven werd zodat beide tracks onderling afhankelijk van mekaar zouden zijn. Voor “Saudade” wilden we terugkeren naar de ruwere tijd van “De silence te de suie” waardoor de nummers korter en sneller qua opzet zijn zonder echter aan atmosfeer te verliezen. We hechten ook veel belang aan onze identiteit qua sound en hebben ook hard gewerkt aan het verbeteren ervan.

Wat zien jullie als het grootste verschil tussen de EP en het nieuwe album?
G: Er zijn twee grote verschillen. De doelstellingen en condities waren niet hetzelfde. Zoals reeds gezegd was “Respire” een conceptalbum dat door twee mensen in een studio-omgeving geschreven werd. Het doel was om twee onlosmakelijk met elkaar verbonden nummers te schrijven, die moeilijker toegankelijk waren door de omvang van hun speelduur. “Saudade” ontstond op een meer spontane manier dankzij input van de volledige band en we legden onszelf geen beperkingen op tijdens het schrijven. Elk van ons bracht zijn eigen invloeden in met een rijker muzikaal geheel als resultaat.
H: Moeilijk te zeggen voor mij aangezien ik de band pas na “Respire“vervoegde, maar het voelt meer dan ooit aan als een groepsinspanning.
F: Ik ga akkoord met Hugo.

Saudade” is een staat van diep emotioneel, nostalgisch of melancholisch verlangen naar iets of iemand dat er niet meer is en wat geliefd was. Waar voelen jullie je melancholisch of nostalgisch door?
G: Eén van de terugkerende thema’s is de connectie met “tijd”, zoals bijvoorbeeld in het nummer “Madone“: “Les madones et les marbres s’émiettent” (“De madonna’s en het marmer brokkelen af”) wat het verval van ons lichaam symboliseert. Het beschrijft de observatie dat het leven zijn tol eist op het menselijk lichaam en de sterkte ervan langzaam verdwijnt. We vinden dit een belangrijk thema, maar dat maakt ons geen pessimisten. Het is eerder een gewaarwording.
F: Muziek wordt gedreven door het leven op zich en alle emoties die erbij gepaard gaan. Nostalgie of melancholie zijn slechts twee van de vele aspecten van het leven, maar wij voelen ons er wel tot aangetrokken omdat deze leiden tot de vreemde schoonheid, kwaadheid en mijmeringen die we hopen dat luisteraars voelen in onze muziek.

“Saudade” kan echter ook slaan op het het bitterzoete liefdesgevoel dat ontstaat wanneer je een geliefde verliest. Hebben jullie al met de dood te maken gekregen en hoe gaan jullie met verlies om?
G: “Saudade” heeft verscheidene vertalingen en juist daarom kozen we voor dit woord. Het is bijvoorbeeld de titel van een nummer van Cesaria Evora waar mijn moeder vroeger thuis veel naar luisterde. Op deze manier symboliseert het de nostalgie naar vroeger. Het heeft ook te maken met mijn trips naar Portugal met mijn vriendin die Portugese roots heeft. Ik denk dat iedereen zich wel met het woord kan verbinden omdat het zo’n universeel en sterk begrip is.
F: “Saudade” is inderdaad een complex en krachtig woord dat verscheidene betekenissen kan hebben zoals je zelf reeds beschreef. Verlies is onlosmakelijk verbonden met liefde en telkens we iemand of iets verliezen, laat dat een diepe indruk na. Muziek is erg persoonlijk, zowel voor de muzikant als de luisteraar, dus toen we “Saudade” componeerden, staken we er een stuk van onszelf en ons hart in.

Cepheide 2

Gaetan, je depressief klinkende uithalen lijken eerder een extra instrumentale laag te vormen dan écht iets te vertellen. Om eerlijk te zijn lijkt het niet alsof je echte woorden zingt.
G:  We wilden dat de vocalen in de mix zouden verdrinken zodat ze één homogeen geheel met de instrumenten vormden en alle afzonderlijke elementen gelijkwaardig zouden zijn. Er zijn teksten die bij elk nummer passen, maar doordat ik zingen nogal spontaan benader, zijn de teksten niet altijd in dezelfde vorm aanwezig. Vanuit dat perspectief klopt het inderdaad dat het als luisteraar nogal moeilijk te verstaan of te volgen kan zijn. Maar spontaniteit is erg belangrijk voor mij zodat ik de nummers zo instinctief mogelijk probeer te benaderen.
F: Je hebt absoluut gelijk. De zang klinkt erg apart en werd samen met alle instrument gemixt tot één etherische laag. Dat is de manier waarop we als band willen klinken en het vormt een belangrijk deel van onze atmosfeer en soundscape.

De vinylversie van “Respire” werd uitgebracht door het machtige Fallen Empire Records terwijl Monotonestudiorecords instond voor de cassetterelease en Ogmios Underground Records voor de digipack. Voor de tapeversie van “Saudade” werken jullie met Malleus Records. Gaat er ook een CD- en vinylversie verschijnen?
G: Wegens tijdsgebrek werd de digipack door onszelf uitgebracht. Wat vinyl betreft, is er een uitgave gepland, maar we wachten liever nog met deze aan te kondigen totdat alles in kannen en kruiken is.

Verkiezen jullie het werken met verscheidene kleinere underground labels boven het werken met één partner die instaat voor alle fysieke releases?
G: Dat hangt ervan af maar momenteel werken we inderdaad liever met kleinere labels die we persoonlijk kennen. Zo ken ik Mike Van Fallen Empire al verscheidene jaren en als de planning het toelaat, werken we samen maar dat moet voor elke release opnieuw bekeken worden. Qua CD’s hetzelfde voor Ogmios Records. We hebben nog steeds contact met hen en respecteren hun werk en misschien werken we voor de volgende release wel terug samen, ondanks we de CD nu in eigen beheer deden. Er staat nooit iets op voorhand vast; alles hangt af van de kalenders van de betrokken partijen.

Ik kwam via oudere buurjongens op erg jonge leeftijd in contact met metal-muziek. Eerst luisterde ik voornamelijk naar death metal maar toen ik in 1996 Cradle Of Filth’s “Malice through the looking glass” op Metalopis hoorde werd ik compleet weggeblazen door de atmosfeer en het mysterieuze karakter van black metal. Na Dimmu Borgir’s “Enthrone darkness triumphant” en “Emperor’s “Anthems to the welkin at dusk” ging ik steeds dieper en dieper in de underground graven en liet het merendeel van de grote bands voor wat het was. Jullie zijn een stuk jonger en groeiden op in internettijden waarbij de nieuwe Satyricon vrijwel even gemakkelijk toegankelijk is als een demo van een groezelige Roemeense black metal band. Via welke bands kwamen jullie in contact met het genre?
G: Aangezien ik oorspronkelijk een drummer ben, kwam ik via bands als Sepultura en SOulfly in contact met metal omdat ik hun drumpartijen zo interessant vond. Toen ik een band wou oprichten in Strasbourg, werd ik gecontacteerd door een atmosferische black metal band, een genre waar ik niets van afwist en het was een serieuze klap rond mijn oren. Dat project bestond ongeveer een jaar gedurende hetwelke ik veel muzikale kennis opdeed van de andere leden. De eerste bands waar ik naar luisterde waren Altar Of Plagues, Ash Borer, Krallice en The Arrival Of Satan.
F: Mijn eerste contact met black metal was via een kopie van “Puritanical euphoric misanthropia” van Dimmu Borgir en “At the heart of winter” van Immortal, die ik van een vriend kreeg toen ik vijftien jaar oud was. Op deze leeftijd bliezen de sound en de gewelddadigheid me compleet omver. Doorheen de jaren veranderde mijn muzikale smaak en kreeg ik meer interesse in verscheidene underground stijlen.
H: Ik was origineel eerder into progressieve metal maar een vriend liet me post-rock ontdekken. Hierdoor begon ik me eerder op de emoties van muziek in plaats van de techniciteit te focussen. Ik luisterde nog niet echt naar black metal toen, maar dat kwam op gang vanaf ik met Gaetan in een post-metal band ging spelen en zo zijn andere projecten Cepheide en Rance ontdekte. Zo kwam ik in contact met black metal, maar ik ben nog steeds erg beïnvloed door post-rock.

Zijn er interessante Franse underground metal bands die jullie kunnen aanraden? 
F: Check de laatste releases van Celeste en Blut Aus Nord. (Doen we zeker, maar deze bands zijn hopelijk geen onbekende meer voor onze lezers; JOKKE).
H: Het is moeilijk om er enkele uit te pikken maar ik kijk erg hard uit naar de nieuwe Glaciation release die er zit aan te komen.

In Frankrijk heb je de satanische en orthodoxe scene met onder andere Antaeus, Aosoth, Temple Of Baal en Merrimack. Jullie lijken eerder te connecteren met Time Lurker en Paramnesia. Maken jullie ook deel uit van een scene of opereren jullie op jullie eentje?
G: Hoewel we niet tot een specifieke scene behoren, sta ik erg afkering tegenover de satanische/religieuze kant van het genre of zelfs een zekere ideologie die met black metal geassocieerd wordt. Zo zullen we bijvoorbeeld nooit deelnemen aan een show waar ook bands met een dubieuze politieke ideologie bij betrokken zijn.
Het doet me wel plezier dat je Time Lurker en Paramnesia vermeldt, omdat ik hen nog persoonlijk ken van toen ik in Strasbourg woonde. Ik respecteer hun werk ook enorm. Ik weet niet of we tot eenzelfde scene behoren, maar ik kan me wel verbinden met hun muziek.

Jullie spelen precies niet veel shows. Zijn er tourplannen om de nieuwe plaat te promoten?
G: Wegens de vele line-up wissels hebben we nog niet voldoende tijd gehad om ons te concentreren op het spelen van shows hoewel we dat wel graag doen. Er is echter nog niets gepland.

Tot slot, welke doelen hebben jullie met Cepheide?
H: Ik denk niet dat we echte specifieke doelen hebben. We willen gewoon iets doen dat we graag doen!

 

Natvre’s – Early cvlts

Er kan er maar één de hardste zijn. En in het geval van Griekse extreme metal bands is dat ongetwijfeld Natvre’s. Twee jaar geleden blies het Helleense blackened power trio me al van mijn sokken met debuutplaat “Wrath” en zelden sloeg een albumtitel de nagel ook zo hard op de kop. Onder het motto “No useless complexity, no hocus-pocus, and no black metal traditionalism” laat de rauwe brok energie die in de negen songs van het nieuwe “Early cvlts” vervat is, geen spaander heel van de conventionele black metal ideologie. Hoewel het vertrekpunt ontegensprekelijk black metal is, worden de mid-tempo riffs serieus gedowntuned en op smaak gebracht met een destructieve punk vibe. Drummer Saathield lijkt eerder boomstammen dan drumstokjes te hanteren, de basstonen van Aethiᴙ raggen en ploeteren dat het een lieve lust is en de cirkelzaagriffs en maniakale overstuurde vocalen van frontman Foedraan maken het gitzwarte doembeeld dat geschetst wordt compleet. Het tekstuele plaatje is een collage van natuurfenomenen, koud realisme en de hoop dat de mensheid zich snel de verdoemenis inpleurt. De negatieve energie van “Death of the earth” en vooral het snellere “Prototype II” ontketent een haatvolle maalstroom aan terreur en gecontroleerde chaos. Burzum waart op één of andere manier nog steeds doorheen de gesatureerde sound, hoewel deze invloed er absoluut niet vingerdik bovenop ligt. Hetzelfde geldt voor een post-punk band als Killing Joke. Er mocht misschien net iets meer afwisseling ingebouwd worden in de zes reguliere tracks want enkel het inleidende “Tundra” en “Prehistoric technology” en “Speleogenesis” aan het einde van de plaat vormen de experimentele (industrieel klinkende) buitenbeentjes. Hoewel het overdonderende verrassingseffect er wat af is, produceert Natvre’s nog steeds de perfecte soundtrack voor elke demolition party.

JOKKE: 80/100

Natvre’s – Early cvlts (Argento records 2017)
1. Tundra
2. Night of the sun
3. Death of the earth
4. Early cults
5. Geometrical confuse
6. Prototype II
7. Something deeper that grows
8. Prehistoric technology
9. Speleogenesis

Arkhon Infaustus – Passing the nekromanteion

Dat de goudmijn die Frankrijk op vlak van black metal is verre van volledig is ontgonnen, staat als een paal boven water: het land voert nog steeds de dissonante boventoon. Ook de heer DK Deviant hield zich de laatste jaren niet onledig. Zo bracht hij met Osculum Infame in 2015 nog het fantastische “Axis of blood” uit. Wat menigeen, mezelf inclusief, zich echter al tijden afvroeg was wat er met zijn eigen geesteskind Arkhon Infaustus was gebeurd. Tien jaar na opus magnum “Orthodoxyn” krijgen we in de vorm van een EP eindelijk een antwoord op deze prangende vraag. Het onheilig kind werd “Passing the nekromanteion” gedoopt en voorziet ons van 33 veel te korte minuten blasfemie, gespreid over 4 nummers. Dat Arkhon Infaustus altijd al het project was waar DK Deviant de scepter zwaait, uit zich in het feit dat hij deze keer geen nieuwe bezetting heeft gezocht, behalve Temple Of Baal-vellenmepper Skvm die met veel bevlogenheid en precisie de drum systematisch naar de gort slaat. “Passing the nekromanteion” begint daar waar “Orthodoxyn” het tien jaar geleden voor bekeken hield, al is de gemiddelde speelduur van de nummers iets langer. Het moge duidelijk zijn dat de nieuwe EP, ons voorgeschoteld door het immer interessante Les Acteurs De l’Ombre Productions, opnieuw een torenhoog niveau haalt en ons voorziet van een groot halfuur beukende black/death metal. Na de onheilspellende intro knalt “Amphessatamine nexion” meteen uit de startblokken om het gaspedaal bijna zes minuten lang volledig ingedrukt te houden met riffs en vocalen die ook bij Dead Congregation niet zouden misstaan, ware het niet van het scherpe blackened randje. “The precipice where souls slither”, dat een tijd terug al werd vrijgegeven, gunt ons opnieuw geen ademruimte en zet vanaf de eerste seconde het mes op de keel met een verschroeiend tempo – wat kan die man drummen! – om halfweg pas voor het eerst op deze EP wat gas terug te nemen en ruimte te maken voor melodie. Dit rustpunt is echter van korte duur want “Yesh li el yadi moet het hebben van een loodzware atmosfeer waarin de nodige tijd wordt genomen een spanningsboog op te bouwen, om uiteindelijk kort maar explosief opnieuw te ontsporen. Instrumentale afsluiter “Corrupted epignosis” trekt deze lijn door en breekt volledig met de ‘alles kapot’-formule, experimenterend met feedback en voor het eerst enkele doom-invloeden. Naar mijn smaak wordt het nummer met zijn 10 minuten iets te lang uitgerokken, maar de dissonante gitaren, het bombastische drumwerk en het ritualistische karakter van de song zorgen voor een bedrukkende en tegelijk bezwerende sfeer. Waar de eerste nummers hier het meest in de smaak vallen – occulte death metal zoals het hoort te zijn – wordt afgesloten met een ferme brok atmosfeer die met momenten aan intensiteit inboet, maar nog steeds hetzelfde (lees: smerig) aanvoelt. Arkhon Infaustus is terug. En hoe!

CAS: 86/100

Arkhon Infaustus – Passing the Nekromanteion (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2017)
1. Amphessatamine nexion
2. The precipice where souls slither
3. Yesh li el yadi
4. Corrupted epignosis

Cepheide – Saudade

“Saudade” is een Portugees/Galicisch woord dat de mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde beschrijft. Het is een moeilijk vertaalbaar woord maar in het Nederlands komen termen als “heimwee”, “melancholie” of “weemoed” aardig dicht in de buurt. En in het geval van Cepheide is het een perfecte term om haar debuutplaat een naam te geven. De twee jaar geleden verschenen “Respire” EP kon hier al op heel wat bijval rekenen, zeker gezien de grote stap voorwaarts die gezet werd na de demo “De silence et de suie” uit 2014. Het uitgangspunt van het Parijse kwartet is nog steeds het combineren van de schoonheid en melancholie van post-rock en shoegaze met de ruwheid van black metal en bij elke release lijken ze de finesse van het master blenden beter in de vingers te krijgen. Op hun EP klokten beide songs nog boven het kwartier af, maar de vijf nieuwe nummers die op “Saudade” prijken, vertellen hun verhaal in gemiddeld een minuut of acht. Hoewel er natuurlijk nog steeds voldoende ruimte is voor een weidse atmosferische opbouw en spanningsbogen (zoals bij het afsluitende “Auréole“), komt Cepheide nu sneller tot de kern van de zaak – vooral voor zij die bij deze aanpak steeds smachtend zitten wachten totdat die black metal explosie er eindelijk aankomt – en het repetitieve hypnotiserende element werd ietwat achterwege gelaten. De vocalen blijven aan de eentonige kant, vormen eerder een extra instrumentale laag dan dat ze daadwerkelijk teksten lijken uit te braken en geven het black metal-element een depressief kantje. Doorheen de breed uitwaaierende crescendo post-rock tapijten die nergens zeemzoet klinken maar steevast “saudade” uitademen, ontwaart de aandachtige luisteraar subtiele bas-klanken die desondanks hun verdrongen positie toch hun steentje bijdragen aan de sfeerzetting. Bij een band als Cepheide is het nog moeilijk te zeggen of het nu black metal of post-rock is die de overhand neemt. Ik was al fan en blijf dat ook. By the way: Waar blijft de interesse van de platenlabels?

JOKKE: 84/100

Cepheide – Saudade (Eigen Beheer 2017)
1. Une nuit qui te mange
2. Madone
3. La lutte et l’harmonie
4. Le cinquième soleil
5. Auréole