reviews

Enslaved – E

Sommigen onder jullie zijn ongetwijfeld afgehaakt zodra het Noorse Enslaved rond de millenniumwissel begon te flirten met psychedelica en progressieve elementen en die stelselmatig haar viking/black-metal liet doordringen en overheersen. En ja ja, sommigen hielden het waarschijnlijk al voor bekeken na “Vikingligr veldi” of “Frost“, maar ik niet! Ik kan elke stijlperiode van Enslaved erg waarderen en vind het kwintet, waarbij zanger/bassist Grutle Kjelsson en gitarist Ivar Bjørnson reeds meer dan 25 jaar de spilfiguren zijn, één van de meest interessante bands van onze aardkloot. Voor het eerst sinds de “Isa“-plaat uit 2004 heeft er trouwens een nieuwe line-upwissel plaats gevonden aangezien keyboardspeler Herbrand Larsen het tourleven grondig beu was en meer tijd in zijn eigen studio wou doorbrengen als producer. Deze switch hield echter ook in dat de overgebleven bandleden op zoek moesten gaan naar een nieuw begenadigd zanger aangezien Herbrand ook instond voor de cleane vocalen die ondertussen niet meer weg te denken zijn uit de Enslaved-sound. Maar wie zoekt die vindt, en jonkie Håkon Vinje (voorheen actief in de progressieve rockband Seven Impale) werd ingelijfd om beide rollen op zich te nemen. Op het kakelverse “E” – langspeler veertien ondertussen waarvan de titel verwijst naar de fonetische waarde van de Ehwaz-rune maar die als een Latijnse M geschreven wordt – is het echter Grutle (in combinatie met co-producer Iver Sandøy) die de cleane zang nog vertolkt aangezien Håkon pas vrij laat aan boord kwam. O.a. in het korte, aanstekelijke en catchy “The river’s mouth” toveren de heldere vocalen kippenvel tevoorschijn. Van Håkon’s fantastische vintage toetsenwerk kan echter wel al volop genoten worden, de ene keer met een serieuze Deep Purple kwinkslag (“Sacred horse“), de andere keer bluesy à la Led Zeppelin (“Axis of the world“). Ondertussen heeft Enslaved een unieke sound die uit de duizenden herkenbaar is, maar de heren dienen toch op te letten dat ze zichzelf niet beginnen herhalen. Zo klinken de main riff en het ritmepatroon aan het begin van opener “Storm son” wel heel gerecycleerd. Toen ik deze elf minuten durende song – die als eerste nieuw nummer vrijgegeven werd – de eerste keer hoorde, was ik niet volledig overtuigd van de flow, maar ondertussen is het kwartje gevallen. Het kolossale nummer bevat zowat alle karakteristieke Enslaved-elementen: de wisselwerking tussen screams en cleane zang, proggy riffs, heftige black metal passages en uitstekend muzikaal vakmanschap. Enslaved levert met “E” dan ook een, enerzijds erg vertrouwd klinkende, plaat af die echter wel weer met kop en schouders boven de grijze massa uitsteekt. Het gaat er best erg progressief aan toe (zoals in het van tegendraadse ritmes aaneengeregen “Feathers of Eolh” en het met saxofoon ingekleurde “Hiindsiight“), maar er zijn nog steeds voldoende heftige passages aanwezig waardoor de contrasterende wisselwerking meermaals voor vuurwerk zorgt. De Röyksopp cover “What else is there?” ontbreekt spijtig genoeg op mijn bruine vinylplaten. Die zal ik dus on-line eens moeten opsnorren. Hulde aan Enslaved; vrijwel de enige Nuclear Blast band die ertoe doet!

JOKKE: 90/100

Enslaved – E (Nuclear Blast 2017)
1. Storm son
2. The river’s mouth
3. Sacred horse
4. Axis of the worlds
5. Feathers of Eolh
6. Hiindsiight
7. Djupet

Advertenties

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Desolate Shrine – Deliverance from the godless void

Hoewel de Finnen van Desolate Shrine er met vier langspelers op zeven jaar tijd best een naarstig werktempo op na houden, is het nog geen al te bekende act. Dat heeft mogelijks te maken met het feit dat de band amper op podia te zien is in onze contreien. Op basis van hun discografie zou daar echter snel verandering in moeten komen want het trio laat met “Deliverance from the godless void” opnieuw horen dat het best een aardige pot doomy death metal met een gitzwart randje kan spelen. Op voorganger “The heart of the netherworld” werd de tien-minuten grens al eens met de voeten getreden. Dat is nu niet meer het geval, maar toch is het woord “episch” nog steeds van toepassing op de acht monsterlijke songs die samen een klein uurtje in beslag nemen. Opener “The primordial one” geeft je meteen een pandoering met haar overwegend snelle death metal uithalen, hoewel er ook de nodige tragere beukpartijen in de song ingebouwd zijn. Multi-instrumentalist LL heeft voldoende afwisseling ingebouwd tussen up-tempo werk (zoals het met blast beats doorspekte “Demonic evocation prayer“, waarbij het Zweeds aandoende hakwerk meer dan eens aan Bloodbath doet denken) en tragere songs. Zo is “Unmask the face of false” misschien wel het zwaarste en traagste nummer dat hij ooit geschreven heeft voor Desolate Shrine. “…Of hell” luidt met haar omineuze, zwaar bulderende metalen doemdonderslagen, die ondersteund worden door plechtstatige orgelklanken, het einde van een erg overtuigende plaat in.

JOKKE: 83/100

Desolate Shrine – Deliverance from the godless void
1. The primordial one
2. Lord of the three realms
3. Unmask the face of false
4. The waters of man
5. The graeae
6. Demonic evocation prayer
7. The silent star
8. … Of hell

 

Natvre’s – Early cvlts

Er kan er maar één de hardste zijn. En in het geval van Griekse extreme metal bands is dat ongetwijfeld Natvre’s. Twee jaar geleden blies het Helleense blackened power trio me al van mijn sokken met debuutplaat “Wrath” en zelden sloeg een albumtitel de nagel ook zo hard op de kop. Onder het motto “No useless complexity, no hocus-pocus, and no black metal traditionalism” laat de rauwe brok energie die in de negen songs van het nieuwe “Early cvlts” vervat is, geen spaander heel van de conventionele black metal ideologie. Hoewel het vertrekpunt ontegensprekelijk black metal is, worden de mid-tempo riffs serieus gedowntuned en op smaak gebracht met een destructieve punk vibe. Drummer Saathield lijkt eerder boomstammen dan drumstokjes te hanteren, de basstonen van Aethiᴙ raggen en ploeteren dat het een lieve lust is en de cirkelzaagriffs en maniakale overstuurde vocalen van frontman Foedraan maken het gitzwarte doembeeld dat geschetst wordt compleet. Het tekstuele plaatje is een collage van natuurfenomenen, koud realisme en de hoop dat de mensheid zich snel de verdoemenis inpleurt. De negatieve energie van “Death of the earth” en vooral het snellere “Prototype II” ontketent een haatvolle maalstroom aan terreur en gecontroleerde chaos. Burzum waart op één of andere manier nog steeds doorheen de gesatureerde sound, hoewel deze invloed er absoluut niet vingerdik bovenop ligt. Hetzelfde geldt voor een post-punk band als Killing Joke. Er mocht misschien net iets meer afwisseling ingebouwd worden in de zes reguliere tracks want enkel het inleidende “Tundra” en “Prehistoric technology” en “Speleogenesis” aan het einde van de plaat vormen de experimentele (industrieel klinkende) buitenbeentjes. Hoewel het overdonderende verrassingseffect er wat af is, produceert Natvre’s nog steeds de perfecte soundtrack voor elke demolition party.

JOKKE: 80/100

Natvre’s – Early cvlts (Argento records 2017)
1. Tundra
2. Night of the sun
3. Death of the earth
4. Early cults
5. Geometrical confuse
6. Prototype II
7. Something deeper that grows
8. Prehistoric technology
9. Speleogenesis

Arkhon Infaustus – Passing the nekromanteion

Dat de goudmijn die Frankrijk op vlak van black metal is verre van volledig is ontgonnen, staat als een paal boven water: het land voert nog steeds de dissonante boventoon. Ook de heer DK Deviant hield zich de laatste jaren niet onledig. Zo bracht hij met Osculum Infame in 2015 nog het fantastische “Axis of blood” uit. Wat menigeen, mezelf inclusief, zich echter al tijden afvroeg was wat er met zijn eigen geesteskind Arkhon Infaustus was gebeurd. Tien jaar na opus magnum “Orthodoxyn” krijgen we in de vorm van een EP eindelijk een antwoord op deze prangende vraag. Het onheilig kind werd “Passing the nekromanteion” gedoopt en voorziet ons van 33 veel te korte minuten blasfemie, gespreid over 4 nummers. Dat Arkhon Infaustus altijd al het project was waar DK Deviant de scepter zwaait, uit zich in het feit dat hij deze keer geen nieuwe bezetting heeft gezocht, behalve Temple Of Baal-vellenmepper Skvm die met veel bevlogenheid en precisie de drum systematisch naar de gort slaat. “Passing the nekromanteion” begint daar waar “Orthodoxyn” het tien jaar geleden voor bekeken hield, al is de gemiddelde speelduur van de nummers iets langer. Het moge duidelijk zijn dat de nieuwe EP, ons voorgeschoteld door het immer interessante Les Acteurs De l’Ombre Productions, opnieuw een torenhoog niveau haalt en ons voorziet van een groot halfuur beukende black/death metal. Na de onheilspellende intro knalt “Amphessatamine nexion” meteen uit de startblokken om het gaspedaal bijna zes minuten lang volledig ingedrukt te houden met riffs en vocalen die ook bij Dead Congregation niet zouden misstaan, ware het niet van het scherpe blackened randje. “The precipice where souls slither”, dat een tijd terug al werd vrijgegeven, gunt ons opnieuw geen ademruimte en zet vanaf de eerste seconde het mes op de keel met een verschroeiend tempo – wat kan die man drummen! – om halfweg pas voor het eerst op deze EP wat gas terug te nemen en ruimte te maken voor melodie. Dit rustpunt is echter van korte duur want “Yesh li el yadi moet het hebben van een loodzware atmosfeer waarin de nodige tijd wordt genomen een spanningsboog op te bouwen, om uiteindelijk kort maar explosief opnieuw te ontsporen. Instrumentale afsluiter “Corrupted epignosis” trekt deze lijn door en breekt volledig met de ‘alles kapot’-formule, experimenterend met feedback en voor het eerst enkele doom-invloeden. Naar mijn smaak wordt het nummer met zijn 10 minuten iets te lang uitgerokken, maar de dissonante gitaren, het bombastische drumwerk en het ritualistische karakter van de song zorgen voor een bedrukkende en tegelijk bezwerende sfeer. Waar de eerste nummers hier het meest in de smaak vallen – occulte death metal zoals het hoort te zijn – wordt afgesloten met een ferme brok atmosfeer die met momenten aan intensiteit inboet, maar nog steeds hetzelfde (lees: smerig) aanvoelt. Arkhon Infaustus is terug. En hoe!

CAS: 86/100

Arkhon Infaustus – Passing the Nekromanteion (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2017)
1. Amphessatamine nexion
2. The precipice where souls slither
3. Yesh li el yadi
4. Corrupted epignosis

Cepheide – Saudade

“Saudade” is een Portugees/Galicisch woord dat de mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde beschrijft. Het is een moeilijk vertaalbaar woord maar in het Nederlands komen termen als “heimwee”, “melancholie” of “weemoed” aardig dicht in de buurt. En in het geval van Cepheide is het een perfecte term om haar debuutplaat een naam te geven. De twee jaar geleden verschenen “Respire” EP kon hier al op heel wat bijval rekenen, zeker gezien de grote stap voorwaarts die gezet werd na de demo “De silence et de suie” uit 2014. Het uitgangspunt van het Parijse kwartet is nog steeds het combineren van de schoonheid en melancholie van post-rock en shoegaze met de ruwheid van black metal en bij elke release lijken ze de finesse van het master blenden beter in de vingers te krijgen. Op hun EP klokten beide songs nog boven het kwartier af, maar de vijf nieuwe nummers die op “Saudade” prijken, vertellen hun verhaal in gemiddeld een minuut of acht. Hoewel er natuurlijk nog steeds voldoende ruimte is voor een weidse atmosferische opbouw en spanningsbogen (zoals bij het afsluitende “Auréole“), komt Cepheide nu sneller tot de kern van de zaak – vooral voor zij die bij deze aanpak steeds smachtend zitten wachten totdat die black metal explosie er eindelijk aankomt – en het repetitieve hypnotiserende element werd ietwat achterwege gelaten. De vocalen blijven aan de eentonige kant, vormen eerder een extra instrumentale laag dan dat ze daadwerkelijk teksten lijken uit te braken en geven het black metal-element een depressief kantje. Doorheen de breed uitwaaierende crescendo post-rock tapijten die nergens zeemzoet klinken maar steevast “saudade” uitademen, ontwaart de aandachtige luisteraar subtiele bas-klanken die desondanks hun verdrongen positie toch hun steentje bijdragen aan de sfeerzetting. Bij een band als Cepheide is het nog moeilijk te zeggen of het nu black metal of post-rock is die de overhand neemt. Ik was al fan en blijf dat ook. By the way: Waar blijft de interesse van de platenlabels?

JOKKE: 84/100

Cepheide – Saudade (Eigen Beheer 2017)
1. Une nuit qui te mange
2. Madone
3. La lutte et l’harmonie
4. Le cinquième soleil
5. Auréole

Arckanum – Den förstfödde

Onze Zweedse vriend Shamaatae produceert reeds 25 jaar lang kwalitatieve black metal met zijn geesteskind Arckanum, waarbij ik voornameijk zweer bij “ÞÞÞÞÞÞÞÞÞÞÞ” uit 2009. Zijn vorige wapenfeit “Fenris kindir” ligt alweer vier jaar achter ons maar met “Den Förstfödde” krijgen we nu eindelijk nieuw materiaal – de negende langspeler reeds – voorgeschoteld. Platenlabel van dienst is deze keer Folter Records. “Den Förstfödde” (“De eerstgeborene”) is opgedragen aan Jörmungandr, de eerstgeboren zoon van Loki en Angrboða. Shamaatae mag gerust een kenner van de oud Noorse religie genoemd worden – hij schreef hier ook reeds verscheidene boeken over – en beschouwt de nieuwe volledig in het Zweeds vertolkte songs als gebeden, invocaties en magische formules gericht tot Jörmungandr en Ragnarök. De bijna tien minuten durende titeltrack is verhalend van opzet en doet met haar mid-tempo karakter regelmatig aan het Noorse Khold denken. Daarna volgt het langzame, instrumentale “Nedom etterböljorna” waarbij de gitaar alles zelf doet waardoor de plaat traag op gang komt. Een overbodige track in mijn opinie. Vanaf “Likt utgårds himmel” vallen de drums opnieuw in en gaat het tempo wat omhoog. Set Teitan, gekend van de live line-up Watain en Dissection, levert een gitaarsolo aan en duikt later ook nog op in “Ofjättrad” en “Låt fjalarr gala“. “Ginnmors drott” is opnieuw grotendeels instrumentaal maar weet wel te boeien door de subtiele vioollaag en rituele gezangen die de gitaarriff onderbouwen en voor een serene sfeer zorgen. “Du grymme smed” is een grimmige mid-tempo rocker en de ferme en snedige afsluiter “Kittelns beska” wordt opgefleurd met klanken van de “näverlur“, een van sparren- en beukenbast gemaakte natuurhoorn. Doordat het tempo in zijn geheel wat lager ligt dan normaal missen de songs hier en daar wat pit. We lazen dat “Den förstfödde” het laatste Arckanum album zou zijn en hoewel dit zeker niet de beste Arckanum plaat is, zou dat toch een jammere zaak zijn!

JOKKE: 79/100

Arckanum – Den förstfödde (Folter Records 2017)
1. Den förstfödde
2. Nedom etterböljorna
3. Likt utgårds himmel
4. Ofjättrad
5. Ginnmors drott
6. Låt fjalarr gala
7. Du grymme smed
8. Kittelns beska