reviews

Apologoethia – Pillars

Javi Bastard (aka J.B.) is een bezig bazeke. Naast zijn werk als producer in de Moontower Studios, houdt de Spanjaard er met ondermeer Graveyard, Körgull the Exterminator, Krossfyre en Lux Divina nog ettelijke andere muzikale bezigheden op na. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, stampte Javi in 2012 ook nog eens Apologoethia uit de grond waarvan nu een eerste EP verschijnt via Invictus Records. In tussentijd is het oorspronkelijke solo-project na toevoeging van J.F. en L.O. uitgegroeid tot een volwaardige band. In de eerste vier songs die Apologoethia ons voorschotelt verkent het trio de donkere kant van de menselijke kennis op gebied van cultuur en religie van de afgelopen eeuwen. Het muzikaal equivalent van deze introspectie is een energieke brok extreme metal waarin invloeden van zowel death, black, thrash als heavy metal hand in hand gaan. Er gebeurt met andere woorden heel wat in het Apologoethia universum: tremolo riffs, blast beats, psychedelische melodieën, D-beat drumpartijen, klassieke heavy metal solo’s, Oosters aandoende gitaarklanken en ga zo maar door. Er is niet enkel oog voor agressie want er zijn voldoende atmosferische passages zoals aan het einde van “Pillar II (De humanae natura)” waarin triomfantelijke keyboardklanken vergezeld worden van plechtstatige koorzang of de akoestische gitaren en toetsen halfweg “Pillar IV (De aeterno praesentia)“. In vijfentwintig minuten speeltijd weet het fantastisch klinkende “Pillars” met haar amalgaam aan extreme klanken een overtuigende indruk na te laten.

JOKKE: 80/100

Apologoethia – Pillars (Invictus Productions 2017)
1.  Pillar I (De fundamenta spiritus)
2. Pillar II (De humanae natura)
3. Pillar III (De absentiae vitae)
4. Pillar IV (De aeterno praesentia)

Advertenties

Faceless Entity – In via ad nusqam

De band Faceless Entity doet haar naam alle eer aan want buiten het feit dat het hier om drie Noorderburen gaat, lijkt er niet veel geweten te zijn over deze gezichtsloze individuen. Na vier demo’s verscheen een paar maanden geleden debuut “In via ad nusquam” (Latijn voor “op weg naar nergens”) via een collaboratie aan labels. Ik was net te laat om de vinylversie te scoren dus wie mij hier nog aan een exemplaar tegen een deftige prijs kan helpen, verkrijgt eeuwige roem. Het trio draagt de DIY-spirit hoog in het vaandel want zowel de uitvoering (als vanzelfsprekend), als het artwork en de mix en mastering werden door de band zelf verzorgd. De sound is vrij lo-fi maar kan er grotendeels mee door voor dit type ruwe en grauwe black waarover een zekere Xasthur-vibe hangt. Getormenteerde uithalen doen elk lichaamshaartje recht veren terwijl de rauwe zwarte massa zich het grootste deel van de tijd traag een weg baant door je zenuwstelsel. “In via ad nusquam II” brengt je zo via een repetitief pulserende stroom in een staat van trance. Facelles Entity waagt zich af en toe ook aan snellere partijen (“In via ad nusquam I“) maar dan verzuipt het geheel toch wel wat in een ondefinieerbare brij. Over het geheel hangt een ambient-aandoend aura gedrapeerd hoewel er geen keyboards ingezet worden. Volledig de verdienste van het combo gure riffs, primitief slagwerk en caveman vocalen dus. Faceless Entity zal slechts een beperkt deel van de zwartgalligen onder ons kunnen bekoren: zij die niet vies zijn van het heel obscure ongepolijste spul.

JOKKE: 75/100

Faceless Entity – In via ad nusquam (The throat/Nebular Carcoma Records/Altare Productions 2017)
1. Intro
2. In via ad nusquam I
3. In via ad nusquam II
4. In via ad nusquam III
5. In via ad nusquam IV
6. Outro 

Vhorthax – Nether darkness

Waartoe een nachtelijk meditatiesessie bij kaarslicht in een oefenbunker al niet leiden kan. In het geval van de Russen Morkh (zang), Nicholas-N.A.-I.I. (drums) en M.P. (gitaar en bas) was dit de katalysator tot het oprichten van Vhorthax. Blijkbaar hebben de heren aan hun andere band Abyssfire niet voldoende, want de nood aan primitieve duivelaanbidding middels het spelen van morbide black/death metal bleek enorm groot te zijn. Het trio sloot zich terug op in haar bunker en kwam naar buiten met een eerste EP, “Nether darkness” genaamd. Deze mini staat vol sinistere ritualistische extreme klanken die zwaar donderend uit de boxen schallen of de band nu hard en snel (“Thy foul graal“, “Crushing the vessels of trinity“) van leer trekt of traag beukend (“Stabat mater“) uit de hoek komt. De diepe grunts en hogere screams van frontman Morkh lijken amper teksten uit te braken en eerder als een extra vortex te fungeren. Qua sound komt Svartidauði af en toe vanachter de hoek piepen, hoewel de balans meer richting death metal doorslaat en dus ook een band als Grave Miasma als referentie kan dienen. Morkh maakt ook deel uit van Serpentrance waarvan een tijdje geleden het debuut “The besieged sanctum” besproken werd. Op zich ligt de stijl van beide bands niet zo gek ver uiteen, maar weet Vhorthax toch net dat tikkeltje meer te overtuigen.

JOKKE: 78/100

Vhorthax – Nether darkness (Iron Bonehead 2017)
1. Altar I – The mass
2. The levitating tomb
3. Stabat mater
4. Thy foul graal
5. Crushing the vessels of trinity
6. Altar II – The descent of the mar

:Nodfyr: – In een andere tijd

In mijn jeugdige jaren luisterde ik af en toe wel eens naar heidensmetaal à la Falkenback, Theudho of Månegarm terwijl deze stijl nu nog amper door mijn boxen knalt. Toch weten de epische klanken van nieuwe speler :Nodfyr: mij te bekoren, in de eerste plaats door de genietbare cleane zang van Joris Van Gelre, die centraal in de muziek van :Nodfyr: staat. Bij zijn andere band Wederganger zorgen zijn plechtstatige vocalen voor afwisseling met de vettige screams van zijn kompaan Botmuyl, maar hier staat de man solo in de schijnwerpers. De muziek van :Nodfyr: heeft niet veel met black metal te maken en neigt eerder naar Joris’ ex-band Heidevolk, maar dan zonder de overdreven folk-elementen en het opzwepende, irritante huppelend karakter van diens muziek. :Nodfyr: klinkt serener en volwassener. De Nederlandstalige zang wordt gedrapeerd over mid-tempo metal die geïnfuseerd is met viool- en pianoklanken en middels de gitaarsolo in “In een andere tijd” een heavy metal toets kent. Gitarist Mark kwint en keyboardspeler Jasper Strik (beiden van de band Alvenrad) zorgen voor epische achtergrondkoorzang, maar het is toch vooral Joris die alle aandacht naar zich toezingt. Inspiratie haalt de band uit de folklore, mythologie en natuur van geboortestreek Gelderland. De bandnaam verwijst naar de Germaanse heidense manier van vuur maken zoals die vermeld wordt in de uit de achtste eeuw stammende “Indiculus superstitionum et paganiarum” en is daarmee één van de oudste proto-Nederlandstalige woorden. Ik kan dit :Nodfyr: wel smaken en de interesse is gewekt naar meer materiaal van deze Nederlanders.

JOKKE: 81/100

:Nodfyr: – In een andere tijd (Ván Records 2017)
1. In een andere tijd
2. Ode aan de IJssel

Yellow Eyes – Immersion trench reverie

De nieuwe vierde plaat van Yellow Eyes was bijna door de mazen van het net geglipt en dat zou heel spijtig geweest zijn, want ik smaak deze band rond de broers Will en Sam Skarstad wel. Net zoals op voorganger “Sick with bloom” zit drumbeest Michael Rekevics  (Fell Voices, Vanum, Vilkacis, Vorde, …) nog steeds op de drumkruk en de bass-snaren worden gegeseld door Alex DeMaria (Anicon, Obaku). De band heeft er recent een korte Europese doortocht met het Duitse Ultha opzitten, waarbij ik ze spijtig genoeg niet aan het werk kon zien. Hopelijk lukt dat bij hun volgende passage wel. Om inspiratie op te doen, trokken beide broers een maand naar Siberië. De winterse geluiden verbonden aan deze geïsoleerde regio hebben hun sporen duidelijk nagelaten in het geluid van “Immersion trench reverie“, de plaat die hieruit volgde. Zo horen we in de ijl klinkende USBM van opener “Old alpine pang“, het begeesterende mid-tempo startende “Shrillness in the heated grass“, de titeltrack en het tien minuten durende “Jubilat” ondermeer Russische flat bells terug. Ruw, somber, desolaat en grauw beschrijven de black metal van het kwartet het best met “Velvet on the horns” als extreme uitschieter. Hoewel er enkel ruimte lijkt te zijn voor verschillende zwart- en grijsschakeringen wordt het einde van “Blue as blue” en “Shrillness in the heated grass” ingekleurd met harmonieuze gezangen van een vrouwenkoor dat in een Siberisch stadje opgenomen werd en in de titeltrack maakt het geblaf van wilde honden haar opwachting. Het zijn deze elementen en het gebruik van akoestische gitaarpassages die nog nét dat tikkeltje meer sfeer weten creëren en van “Immersion trench reverie” de beste Yellow Eyes-release tot op heden maken.

JOKKE: 83/100

Yellow Eyes – Immersion trench reverie (Gilead Media 2017)
1. Old alpine pang
2. Blue as blue
3. Shrillness in the heated grass
4. Velvet on the horns
5. Immersion trench reverie
6. Jubilat

Ignis Haereticum – Autocognition of light

Als ik me niet vergis, heeft Ignis Haereticum de primeur om als eerste Columbiaanse band op Addergebroed besproken te worden. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de extreme metalscene uit Centraal- en Zuid-Amerika me nooit zo heeft kunnen boeien op een paar uitzonderingen na (LLuvia!!!). Ignis Haereticum komt echter op de “voortaan te volgen bands”-lijst uit dat continent te staan. Het duo heeft reeds een debuutplaat (“Luciferian gnosis” uit 2014) op haar conto staan evenals enkele kleinere releases en was in haar beginjaren actief als Demogorgon. Na het raadplegen van enkele recensies, bleek dat debuut destijds goed ontvangen te zijn en werd de band als veelbelovend bestempeld. Referenties aan Deathspell Omega doken in bijna elke review op. We weten ondertussen echter dat dat een link is die de dag van vandaag door bands en labels te pas en te onpas wordt gebruikt om nieuwe zieltjes aan te trekken. In het geval van deze Columbianen snap ik de vergelijking wel, hoewel het er bij onze favoriete Fransen toch nog een pak gecompliceerder en technischer aan toegaat. En de genialiteit van Deathspell Omega wordt – zoals zelden – niet geëvenaard. Veelal horen we in de muziek van Ignis Haereticum trage, verwrongen en dissonante riffs terug waaronder de snelle (geprogrammeerde?) drums voor een ritmisch contrast zorgen. “Ekstasis” lijkt halverwege de veertig minuten durende trip een ambient rustpunt te vormen, maar ontpopt zich toch nog tot een tergend trage – bijna funeral doom – apotheose. Ook in de blasts en de razernij van opener “Glorious wounds” en “Lifting the veil” blijkt er plaats te zijn voor doom-passages vergezeld van diepere grunts. Dit komt de afwisseling ten goede en een band als The Ruins Of Beverast kan hierdoor ook wel als vergelijkingsmateriaal dienen. Qua sound (maar ook stijl) moest ik tevens regelmatig aan Aosoth denken en toen bleek dat diens BST instond voor de mix en de mastering (en misschien ook wel het programmeren van de drums?), was dit dus geen foute gedachte. Wel valt op dat de plaat pas goed klinkt als de volumeknop serieus opengedraaid wordt. Met één blik op het knappe artwork en de tracklist weet je dat Ignis Haereticum uit een occult vaatje tapt. “Autocognition of light” bestaat uit twee delen waarbij het eerste draait rond spirituele zuivering en het tweede rond de eindfase van Verlichting waarbij al het materiële achtergelaten wordt. Ignis Haereticum heeft deze thematiek in zes knappe songs weten te vertalen die zich als één geheel dienen te laten beluisteren. De band bewijst dat de invloed van de Franse black metal scene een voedingsbodem is die zelfs tot aan de overkant van de Atlantische oceaan reikt. Hierdoor ontbreekt het Ignis Haereticum wel voor een stuk aan identiteit, maar het vakmanschap, de strakke uitvoering en afwisselende songs maken veel goed.

JOKKE: 79/100

Ignis Haereticum – Autocognition of light (Goathorned Productions 2017)
1. Glorious wounds
2. Atonement of the faithful
3. Mors mystica
4. Ekstasis
5. Lifting the veil
6. Autocognition of light

Mûspellzheimr – Nidhöggr

Als de lijstjes van gelukkigste mensen ter wereld bekend worden gemaakt, staan de Denen doorgaans ergens bovenaan. Dat heeft onder andere te maken met de uitstekende werking van hun sociale zekerheid, de goede gezondheidszorg, het prima onderwijs en de manier waarop de arbeid is georganiseerd. Hierdoor blijft er voldoende tijd over voor “hygge“, de Deense manier van genieten van het leven, een modewoord dat de afgelopen twee jaar ook hier bij ons opdook. Haaks op die Deense gezelligheid en het creëren van fijne warmte staat de nieuwe, tweede langspeler van Mûspellzheimr. Denemarken heeft altijd al wat achterop gehinkt als we over Scandinavische black metal spreken, hoewel deze band (samen met Solbrud) bewijst dat er ook in het land van het smørrebrød en Carlsberg nog steeds héél degelijke black metal gespeeld wordt. Net zoals de tracklist van haar platen, baadt ook de line-up van Mûspellzheimr in één groot mysterie. Met een speeltijd van een half uurtje lijkt het nieuwe “Nidhöggr” misschien wat aan de korte kant te zijn, maar ik verzeker je dat je compleet uitgeteld zal zijn na het aanhoren van al deze angstaanjagende rauwe zwartgeblakerde klanken. De distorted gitaren creëren een verstikkende maalstroom aan verzengende vulkanische hitte – de bandnaam verwijst niet voor niets naar de Vuurwereld uit de Noordse mythologie – waar schrikwekkende hoge, ijle screams doorheen klieven. Waar de zanger het over heeft, is me een raadsel, maar afgaande op de albumtitel vermoed ik dat de nummers handelen over de draak of slang die eeuwig en altijd aan de wortels van de levensboom Yggdrasil knaagde. Een song zoals “II” springt eruit met haar repetitieve, trance-opwekkende karakter en penetrante duisternis en de snijdende leads van “V” ademen een triomfantelijk gevoel uit. Doorheen de dichte waas aan riffs en blasts zal het getrainde oor een goed verstopte sacraal aanvoelende ambient-laag ontwaren die desondanks haar subtiele karakter onlosmakelijk bijdraagt tot deze pikzwarte hoogmis. Mûspellzheimr is voer voor avontuurlijke black metal fanaten die hun favoriete muziek verre van gestroomlijnd, dun afgelijnd en fijn afgeborsteld willen hebben (denk aan Skáphe, maar ook aan bands als Predatory Light of Throne Of Katharsis). Waarmee ik niet wil zeggen dat de Denen een ongeleid projectiel zijn, want wie deze duisternis meermaals ondergaat zal na verloop van tijd de nodige houvast vinden in deze chaotische draaikolk. Nog even meegeven dat debuutplaat “Hyldest til trolddommens flamme” recent ook door Amor Fati terug op de markt werd gebracht. Aanschaffen die handel!

JOKKE: 82/100

Mûspellzheimr – Nidhöggr (Amor Fati Productions 2017)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI