The Secret – Lux tenebris

Na een dag waarop alles tegensteekt en de negatieve energie lichaam en geest dient te verlaten, grijp ik soms terug naar “Solve et coagula” en “Agnus dei“, twee hondsbrutale platen van The Secret die de perfecte soundtrack vormen om bovenstaand doel te vergemakkelijken. Ik dacht dat de Italianen de pijp ondertussen aan Maarten hadden gegeven, maar plotsklaps liet het kwartet na een afwezigheid van zes jaar en enkele jaren radiostilte tussen de bandleden een teken van leven zien middels enkele live shows en een nieuwe drie songs tellende EP getiteld “Lux tenebris” die een ode vormt aan de eeuwigdurende nacht die ons na het leven en de dood te wachten staat. The Secret kennende zou dat kleinood er met slechts drie songs op een tiental minuten wel opzitten dacht ik, maar ik kom toch bedrogen uit want de nieuwe nummers tikken allemaal boven de vijfenhalve minuut af. De primordiale destructieve agressie waarvoor de band gekend stond, is nog wel aanwezig maar de minimalistische aanpak van de hierboven vermelde platen heeft ruimte gemaakt voor meer gelaagd gitaarwerk waarin verschillende texturen hoorbaar zijn. Gitarist Michael Bertoldini (tevens labeleigenaar van Argento Records en live-gitarist van Verwoed) hanteerde ook synthesizers om de sound aan te dikken hoewel dat erg subtiel gebeurde in o.a. “Cupio dissolvi“. Het instrumentale “Vertigo” bijt de spits af en is een traag beukende sloophamer die bij elke mokerslag een stukje absolute duisternis in je kop ramt. Niet alleen de riffs maar ook de zwaar ronkende lage tonen van Lorenzo Gulminelli (ook actief in Hierophant) doen de prut uit de oren spatten. In “The sorrowful void” mag schreeuwlelijk Marco Coslovich voor het eerst voluit gaan en slaat de band alles een bezetene om zich heen. We horen de gekende explosieve mix van black metal en grindcore hoewel de song nadien ook weer wat gas terug neemt maar nog steeds even vernietigend klinkt. Aan het einde van het nummer stijgt een apocalyptisch klinkende melodie uit boven de Zweedse kettingzaagsound die dikke boomstammen in flinterdunne plankjes zaagt. In “Cupio dissolvi” mag drummer Tommaso Corte laten zien welke verpulverende snelheden hij uit zijn armen en benen kan persen maar opnieuw duiken de heren even later terug naar lager gelegen doomregionen waarbij een repetitieve black metalgetinte gitaarriff de toon zet. Die dynamische aanpak loont en doet de snelle partijen nog meer overrompelend klinken. De alles vermorzelende sound werd vastgelegd door Steve Scanu en gemastered door Boatright in de Audiosiege Studio waar wel meer Southern Lord bands passeren. Deze EP maakt deel uit van een achtdelige vinylserie die naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van het label uitgebracht zal worden. De andere bands zijn The Want, Toadliquor, Thorr’s Hammer, Sunn O))), Rein Sanction en nog twee nader te bepalen acts. Interessant voor de liefhebbers en verzamelaars. De donkerste en meest destructieve band van Italië is in elk geval terug en hoe! Nu snel een langspeler per favore!

JOKKE: 85/100

The Secret – Lux tenebris (Southern Lord 2018)
1. Vertigo
2. The sorrowful void
3. Cupio dissolvi

Advertenties

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer

Vorig jaar deed Kwade Droes ons met haar gelijknamige EP schuimbekkend watertanden naar meer van deze aanstekelijke duivelse kankerherrie. De symbiose tussen black metal en doom zoals we die horen in het zinnenprikkelende “De geile lokroep van gene zijde“, de rituele duisternis die de zeven songs uitdragen, de bezwerende psychedelica en het originele opzet van deze “De duivel en zijn gore oude kankermoer” bevestigen mijn vermoeden dat er serieuze Urfaust-inmenging is aan de muzikale zijde van deze uit de Gelderse drek opstijgende penetrante geluidsuitwasemingen. Over de bijwijlen hallucinogene kakofonie horen we veelzijdige vocale en prozaïsche vuilbekkerij die de grafstemming erin brengt. Hoor maar eens welke verscheidenheid aan schizofrene keelklanken we horen galmen in de ondergrondse krochten van “Lood om oud ijzer” dat halverwege qua riffs een heuse aderlating van het satanische bloed van een Von kent. De vocalen doen meermaals (o.a. in het krankzinnige “De Satan allerheiligst“) denken aan Mikka ten tijde van de eerste Impaled Nazarene-platen. De non-conformistische en punky attitude van sommige nummers is hier eveneens debet aan. “Drank is den duvel” horen we wel eens zeggen en het effect van gerstenat en andere gedistilleerde spiritualiën op de menselijke gemoedstoestand wordt in het orgastische, met piano en andere toeters en bellen opgeluisterde “Drankduivel” muzikaal perfect vertaald. Tijdens de aftrap van het bijzonder heavy “Misdaad loont” verkennen de doodsreutels diepere regionen en structuur is amper aanwezig in deze spastische zwartgeblakerde kneedboel. Ik kan de schadelijke muzikale uitstoot van dit zootje ongeregeld alleen maar toejuichen. De eerste langspeelplaat – ook al duurt ze maar een half uurtje – van deze vieze gore kankerdroezen is dan ook een schot in de roos!

JOKKE: 88/100

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer (Ván Records 2018)
1. De teerling is geworpen
2. Lood om oud ijzer
3. De wrange boodschap
4. Drankduivel
5. Misdaad loont
6. De geile lokroep van gene zijde
7. De Satan allerheiligst

Forbidden Temple/Ultima thule – Split

New Era Productions presenteert ons middels de samenwerking tussen Forbidden Temple en Ultima Thule een heuse derby der Lage Landen. Beide bandnamen deden bij ondergetekende geen belletje rinkelen; blijkt ook dat het twee relatief nieuwe spelers in het black metal-circuit zijn. Het uit Vlaamse velden ontsproten Forbidden Temple werd pas in 2017 door de heren Agaliarept en Tenebrae opgericht en bracht voorafgaand aan deze collaboratie reeds drie demotapes uit. De productie en uitvoering van hun old-school black metal, het rudimentaire zwart/witte artwork en de algemene instelling en présence van de band ademen underground uit (zonder al té lo-fi te zijn) en dat zal hoogstwaarschijnlijk ook in de toekomst (bewust) zo gehouden worden. Op ondersteunende keyboardlijntjes na, horen we geen franjes en moeilijkdoenerij, maar simpele riffs en drumpatronen die er desalniettemin in slagen om nostalgische gevoelens op te wekken naar een tijd waarin beide knapen nog niet geboren waren of op zijn minst nog in de luiers zaten. Het Nederlandse Ultima Thule heeft met de in 2017 verschenen demo “Enthralling lunar majesty” reeds één wapenfeit op haar palmares staan. Er vallen heel wat parallellen te trekken tussen beide bands want ook hier is een duo aan het werk dat old school primitieve black produceert waarbij – door velen verguisde maar blijkbaar terug van weg geweest zijnde – keyboards ingezet worden voor extra sfeer en gezelligheid. De sound is iets voller vergeleken met die van hun zuiderburen, de instelling een tikkeltje agressiever en de uitvoering verloopt wat vlotter. De heren hebben waarschijnlijk dan ook meer ervaring en jaren op de teller staan. Beide bands hebben mijn interesse weten wekken en hun toekomstige queesten zullen verder gevolgd worden. Voor liefhebbers van Graveland en consorten.

JOKKE: 74/100 (Forbidden Temple: 72/100 – Ultima Thule: 76/100)

Forbidden Temple/Ultima Thule – Split (New Era Productions 2018)
1. Forbidden Temple – Intro
2. Forbidden Temple – Call from the ancient woods
3. Forbidden Temple – Arrival of pagan flames
4. Forbidden Temple – Massacre winds
5. Ultima Thule – The howling fog
6. Ultima Thule – False light dies in their eyes
7. Ultima Thule – Silence and snow

Craft – White noise and black metal

Het Zweedse Craft neemt sinds het fantastische “Fuck the universe” uit 2005 haar tijd als het op het uitbrengen van platen aankomt (kwaliteit boven kwantiteit weet je wel). Op “Void” dienden we destijds zes jaar te wachten en die plaat stelde allerminst teleur. Plots is daar na zeven jaar nu opnieuw een album getiteld “White noise and black metal” en we kunnen wel stellen dat door het lange wachten de verwachtingen hooggespannen zijn. Via nieuwe broodheer Season Of Mist werden in de aanloop naar de release drie singles vrijgegeven die mij telkens wel konden overtuigen, zij het pas na enkele luisterbeurten. Wat meteen opviel, was dat de sound van de Zweden een pak moderner klonk en dat er ook iets progressiever gemusiceerd werd. Vooral bij “Again” maakte ik me die bedenking want de riffs die we hier te horen krijgen, wijken toch wel af van het gekende Craft-geluid en doen eerder denken aan mid-tempo Inquisition (ook later op de plaat zal deze referentie nog opduiken). Met de fantastische bassist Phil A. Cirone (Hypothermia, ex-Shining) in de gelederen is het misschien niet te verwonderen dat Craft af en toe progressiever uit de hoek komt. Zo laat hij o.a. in het instrumentale “Crimson” en het dynamische “YHVH’s shadow” heel wat mooie basloopjes horen, maar ook het oudgediende gitaarduo Joakim Karlsson en John Doe speelt strak en vuurt enkele knappe riffs op de luisteraar los. Zo bevat het gitaarwerk van “Undone” heel wat moderne Immortal-invloeden en is het nummer enorm dynamisch door de afwisselend rollende en blastende basdrums van sessiedrummer Daniel Moilanen die we kennen van Katatonia, Runemagick en Heavydeath. Opener “The cosmic sphere falls” kent een twee minuten durende groots klinkende instrumentale aanloop maar zodra de salpetervocalen van Nox (Omnizide) invallen, hoor je overduidelijk dat hier Craft aan het werk is. Zoals steeds laat de frontman horen dat hij tot het clubje van beste black metal-zangers behoort. We krijgen meer blastbeats dan gewoonlijk op ons afgevuurd (check het met dissonante elementen flirtende “YHVH’s shadow“) maar middels de rock ’n roll-groove aan het einde van “Tragedy of pointless games” en de mid-tempo uppercut “Darkness falls” grijpt Craft ook terug naar het geluid van “Fuck the universe“. En de misantropie spat er nog steeds vanaf zoals we ondermeer horen in afsluiter “White noise“: “I despise all of you – I’m in some tedious level of hell. Meaningless points dressed in pointless words – Don’t let a lack of ideas hold you back. Let’s pay attention to what other people do, and let them know how it’s offensive to you. Let’s ignore what testimony show, let every dumb idea grow. Your world is not important to me. I couldn’t care any less about you.” Knap dat Craft (subtiel) nieuwe paden bewandelt zonder echter haar kerngeluid te verloochenen. En nu graag snel een vinyl heruitgave van “Terror propaganda” en “Total soulrape“!

JOKKE: 85/100

Craft – White noise and black metal (Season Of Mist 2018)
1. The cosmic sphere falls
2. Again
3. Undone
4. Tragedy of pointless games
5. Darkness falls
6. Crimson
7. YHVH’s shadow
8. White noise

Abhor – Occulta religio

De Italianen van Abhor timmeren al heel wat jaren aan de weg, maar ondanks het feit dat ze al 23 jaar op de teller hebben staan, is “Occulta religio” mijn eerste kennismaking met de band rond zanger Ulfhedhnir en snarenplukker Domine Saevum Graven die er beiden reeds vanaf het begin bij waren. Gitarist Kvasir en organist Leonardo Lonnerbach vervoegden de band respectievelijk in 2004 en 2014, die laatste om de overleden Errans Inferorum te vervangen. De invloed van Lonnerbach is niet gering in de esoterische horror black metal die ze zelf menen te spelen. En die omschrijving gaat best op. Het algemeen etiket dat op deze zevende langspeler kan gekleefd worden, is er één waarop in grote letters “vintage” geschreven staat. De sound van Abhor is noch regressief, noch progressief en combineert veelal mid-tempo black metal met een sinistere doomy atmosfeer en teksten die handelen over satanisme, occultisme, alchemie, hekserij, esoterie en donkere folklore. Doorheen de black metal-riffs schemeren echter ook wel de nodige rock-invloeden door. “Engraved formulas” is hier een mooi voorbeeld van en bevat hypnotiserende gitaarmelodieën. In het trage “Demons forged from the smoke” (mijn favoriet!) valt duidelijk te horen dat Black Sabbath een oude liefde van de bandleden is en in plaats van de drijvende kracht te zijn, wordt het orgel hier eerder ingezet om een bepaalde riff te ondersteunen. Frontman Ulfhedhnir bewijst hier tevens heel wat gevarieerde klanken, gaande van diepe gutturale borrels tot smerige en sappige screams, uit zijn stembanden te kunnen persen. Een song als “Exemplum satanicus” moet het dan weer hebben van haar headbangpartijen en simpele maar effectieve (doom)-riffs waarover de zanger als een satanische priester klinkt. Ondanks de grote invloed van het orgel in bijvoorbeeld “Black bat recalls” of de titeltrack waarin het instrument bijna als een lokkende sirene klinkt, valt de muziek van Abhor echter niet écht onder symfonische of theatrale metal te categoriseren. Fans van de oude Griekse en Italiaanse scene of oude Samael zullen dit misschien wel kunnen smaken.

JOKKE: 79/100

Abhor – Occulta religio (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Elemental conjuring
2. Fons malorum
3. Engraved formulas
4. Demons forged from the smoke
5. Exemplum satanicus
6. Black bat recalls
7. Occulta religio

Isenordal/Void Omnia – Split

Split-releases zijn nog altijd een ideale manier om via een gekende band een onbekende te ontdekken. Alzo geschiedde dat deze keer door de samenwerking die het door ons geliefde Amerikaanse Void Omnia aanging met haar landgenoten Isenordal, een naam die niet meteen een belletje deed rinkelen. Het sextet dat blijkbaar aan het begin van de maand haar tweede langspeler uitbracht, krijgt de eer om de boel op gang te trekken. Door de combo met Void Omnia had ik ergens black metal verwacht, maar ik blijk al gauw bedrogen uit te komen want het geluid van de band uit Seattle situeert zich in trage doomregionen, zij het met een pagan-, folk en black metal-invalshoek. “Eternal winter of the mind” kent een atmosferische start waarbij mannelijke en vrouwelijke samenzang de toon zetten over sereen gitaargetokkel waarna vioolklanken langzaamaan aanzwellen totdat iets na drie minuten speeltijd trage drums en diepe grunts invallen en de boel opentrekken. Als we doom en violen combineren is My Dying Bride natuurlijk nooit veraf en de sfeer schippert tussen dreigende, melancholische en hoopvolle klanken. Zangeres Marisa Kaye Janke eist een grote rol op en heeft – in tegenstelling tot wat haar familienaam doet vermoeden – best een goede stem die bij momenten aan Amy Lee (Evanescence) doet denken. Ik heb ooit eens één nummer van Draconian gehoord (“Death, come near me“) en dat geluid kan ook best als referentie dienen. Verderop in het nummer schakelt het sextet trapsgewijs enkele versnellingen hoger en wordt de sfeer geleidelijk aan zwarter, maar het geheel komt wat rommelig over doordat er plots te veel dingen tegelijk gebeuren. Wat mij betreft hadden de black metal-stukken dan ook weggelaten mogen worden in het nummer dat nu op een kwartier speeltijd afklokt. Laat het spelen van black metal maar over aan Void Omnia dat met haar tweede langspeler “Dying light” reeds op Addergebroed passeerde. Zoals we van het kwintet gekend zijn, vallen ze meteen met de deur in huis en razen ze ongenadig doorheen “The terror which traipse unseen in slumber” dat een typisch USBM Westkust geluid laat horen waarin ijle screams, vinnig en snel drumwerk en striemende riffs de toon zetten. Ook “Of oak and soil” geeft een fikse pandoering maar is iets dynamischer van opbouw. In “Disdain reprieve” duikelt het tempo naar beneden en schemert een Oost-Europees triomfantelijk gevoel doorheen de riffs. Niet slecht, maar Void Omnia vind ik dan weer meer overtuigen in het snelle en felle werk hoewel de korte instrumentale track uiteindelijk ook nog wel openbarst. Geen must have-split wat mij betreft, maar wel een interessante combinatie van stijlen.

JOKKE: 78/100 (Isenordal: 76/100 – Void Omnia: 80/100)

Isenordal/Void Omnia – Split Eternal Warfare Records/Vendetta Records 2018)
1. Isenordal – Eternal winter of the mind
2. Void Omnia – The terror which traipse unseen in slumber
3. Void Omnia – Of oak and soil
4. Void Omnia – Disdain reprieve

 

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night