Veiled – Black celestial orbs

Soms is het nodig om het roer om te gooien en een nieuwe doorstart te maken. Dat dacht ook de Amerikaan Nathan Verschoor ofte Niðafjöll na het verschijnen van twee EP’s en een split van zijn band Gnosis of The Witch – die hij samen met drummer Swartadauþaz vormde – met het Zweedse Grá in 2015. De energie in de band veranderde en de nieuwe moniker Veiled werd gekozen. Dit resulteerde in de “Omniscient veil” demo die nog hetzelfde jaar verscheen en waarop de band mysterieuze en majestueuze black metal liet horen die eigenlijk bar weinig verschilde ten opzichte van de oude band. Ondertussen rekruteerde Niðafjöll de nieuwe Zweedse vellenmepper Dimman (Grá, Cursed 13, When Nothing Remains) en werkte het duo samen met  producer en engineer Heljarmadr (Dark Funeral, Grá, Cursed 13) aan het volwaardige debuut dat er nu in de vorm van “Black celestial orbs” ligt. Op geluidstechnisch niveau klinkt deze langspeler beter en moderner dan de demo maar op muzikaal vlak komt het woord “modernisme” niet in het woordenboek van de Amerikaan en de Zweed voor. Er wordt gemusiceerd met een dikke vette knipoog naar de tijdloze Scandinavische black metal van de vroege jaren negentig. Melancholische echo’s zinderen doorheen de trance-opwekkende repetitieve riffs (“Portal“), de niet aflatende stroom tremelo’s en de snelle knuppelpartijen waarbij deze luisterbeurt na luisterbeurt meer van hun geheimen prijs geven. Er is amper notie van afzonderlijke tracks waardoor het lijkt alsof er veertig minuten lang in crescendo wordt gewerkt wat uiteindelijk uitmondt in het epische tweeluik “Black celestial orbs” dat de plaat op gepaste wijze afsluit. Het tweede deel verzorgt de rol van outro waarbij clean gitaargepingel en een heldere sprekende mannenstem voor een zwaar gemoed zorgen…extreem passend bij het droevige regenweer van deze dagen. Hoewel hetzelfde kunstje heel de tijd lang aan de basis herhaald lijkt te worden weet Veiled ook verrassend uit de hoek te komen door de riffmaalstroom plots te laten voor wat het is. In opener “Luminous” resulteert dat in een stukje waarbij een zwaar overstuurde basgitaar en de drums even alle aandacht opeisen en in het eerste deel van de titeltrack in een jazzy aandoend intermezzo. Knap debuut van een band om in ’t oog te houden!

JOKKE: 83/100

Veiled – Black celestial orbs (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Luminous
2. Portal
3. Enshrouded
4. Omnipotent
5. Black celestial orbs I
6. Black celestial orbs II

 

 

Advertenties

Chaos Invocation – Reaping season, bloodshed beyond

Met bands als Acherontas, Ascension, Fides Inversa, Acrimonious en Inferno onder haar hoede kan je het Duitse World Terror Committee gerust als het Mekka voor occulte en/of orthodoxe black metal beschouwen. Misschien minder bekend dan de aangehaalde bands, maar daarom niet minder bemind, en toch al drie platen lang bij WTC gehuisvest, is het Duitse Chaos Invocation. Op debuutplaat “In bloodline with the snake” uit 2009 klonken onze oosterburen nog als het kleine broertje van Watain, maar met opvolger “Black mirror hours” uit 2013 wisten ze mijn zwartgeblakerde hart voorgoed te veroveren. Daarna bleef het echter verdacht stil rond de band totdat vorig jaar een eerste teken van leven verscheen middels de split met labelgenoten Thy Darkened Shade. De band rond A. (gitaar) en M. (zang) had zich lange tijd teruggetrokken in het repetitiehok om aldaar aan de blijkbaar moeilijke derde langspeler te werken. Ondertussen werden de troepen ook herschikt en treffen we nu drumheerser Gionata Potenti (deze man behoeft geen introductie meer) in de line-up aan die in zijn kielzog Darvaza- en Fides Inversa-collega Tumulash op basgitaar meebracht. De kwaliteit die op “Black mirror hours” te horen was, is gelukkig na al die tijd niet weggeëbd, wat bewijst dat Chaos Invocation nog steeds een duivelseskadron is om rekening mee te houden. De black metal wordt ter meerdere eer en glorie van de Gehoornde gebracht en is met een gezonde portie Dissection-melodie geïnfuseerd. Dat resulteert in pakkende songs zoals het catchy “Obsession is always the answer” en het creatieve “Menskindrums of doom” waarbij ritualistische en melodieuze passages hand-in-hand gaan. Is “Reaping season, bloodshed beyond” dan een herhalingsoefening van de vorige langspeler geworden? Niet helemaal, want de aandachtige luisteraar merkt toch op dat er iets meer progressieve elementen in de volwassen songstructuren geslopen zijn. De mannen van Chaos Invocation vertonen vakmanschap op gebied van songwriting waarbij er duidelijk oog is voor interessante bruggetjes en onverwachte wendingen. Tevens wordt er nog steeds geëxperimenteerd met cleane vocalen, een uitprobeersel dat echter niet altijd volledig in smaak valt bij ondergetekende. Zo zijn de cleane gezangen in “Blackmoon prayer” op het randje van tenenkrommend. Dit is echter een héél kleine smet op het blazoen van een voor de rest beresterke en overtuigende plaat.

JOKKE: 88/100

Chaos Invocation – Reaping season, bloodshed beyond (World Terror Committee 2018)
1. Where hearts shall not rest
2. Calling from Dudail
3. To fathom the bloodmist
4. Menskindrums of doom
5. Obsession is always the answer
6. The search of keys and gates
7. Blackmoon prayer
8. Luciferian terror chorale
9. Chaos invocation
10. Bloodshed beyond
11. Ajna assassins absolute

Eigenlicht – Self-annihilating consciousness

Wie bij de bandnaam Eigenlicht aan een Belgische of Nederlandse band denkt, komt bedrogen uit. De bakermat van Eigenlicht valt immers aan de overkant van de Grote Plas te situeren, meer bepaald in de donkere, overweldigende en mysterieuze bossen van Olympia, Washington. Deze geografische oorsprong, in combinatie met de achtergrond van de leden in bands als Fauna, Skagos en Sadhaka geeft dan ook meteen aan in welke hoek we de black metal van deze dames en heren moeten situeren: atmosferische USBM. Aan debuut langspeler “Self-annihiliating consciousness” ging drie jaar geleden de EP “Sacral regicide” vooraf en het moet gezegd worden dat er sindsdien de nodige vooruitgang werd geboekt. De composities klokken nog steeds boven de elf minuten af maar klinken overtuigender en pakkender en de verschillende gemoedstoestanden die in de lang uitdijende songs geëxploreerd worden, lopen vloeiender in mekaar over. De grote stappen die op productioneel vlak gezet werden, zijn hier eveneens debet aan. Zoals de titel suggereert schuilt er een diepere gedachtegang achter “Self-annihilation consciousness“, namelijk de exploratie van kennis en zelfontplooiing. Zelfreflectie en meditatie worden opgewekt via de tweestrijd tussen enerzijds etherische klanken die vaak een meditatief karakter hebben en anderzijds majestueuze en atmosferische black metal partijen die door de nodige synth-onderstroom meer body krijgen. In het indrukwekkende epos “Hagia Sophia” creëren orgelklanken zelfs een sacraal aandoende sfeer. Af en toe passeert er ook een fluit, maar laat je daar vooral niet door afschrikken. En hoewel met haar zalven-en-slaan aanpak het warm water zeker niet opnieuw uitgevonden wordt, weet Eigenlicht toch best een eigen smoelwerk te creëren met haar experimentele kijk op USBM. Op vocaal vlak valt er heel wat te beleven, want afhankelijk van de emotie die in de muziek vertaald wordt, horen we grunts, screams of cleane vocalen, maar enkel indien de muziek erom vraagt. En of het nu via beklijvende black metal uitbarstingen, meer doom-getinte passages of de epische proporties aannemende en klassiek getinte start van “Deifugal force” is, Eigenlicht weet steeds de gevoelige snaar te raken. Interessante plaat voor de avontuurlijke black metal liefhebber.

JOKKE: 81/100

Eigenlicht – Self-annihilating consciousness (Gilead Media/I, Voidhanger Records 2018)
1. There lies already the shadow of annihilation
2. Hagia Sophia
3. Labrys
4. Deifugal force
5. Berserker

Panphage – Jord

Na drie full lengths en een achttal demo’s houdt Fjällbrandt het na 13 jaar voor bekeken. Dertien, want hoewel ons teergeliefde Metal-Archives ons vertelt dat Panphage in 2017 gestopt is komt de allerlaatste langspeler “Jord” pas anno 2018 om het hoekje piepen. Ondanks vroeger artwork dat bol staat van de AK-47’s, de promoshots met bivakmutsen en enkele booklets waarin het enige lid van Panphage zijn verachting voor de hedendaagse black metalscene uitdrukt (en die algemeen gezien op het eerste zicht dus vooral aan een zoveelste war black metalproject doen denken), blijkt zijn muziek na al die jaren nog steeds een eigenzinnige, en vooral bijzonder catchy intensiteit te bezitten. Nummers als “A haugi” en “Skall & skallv” van de “Ursvöl” EP zorgden ervoor dat ik Panphage leerde appreciëren, en krakers als “Landrensningen” lieten me verliefd worden op de melodieuze Zweedse black metal die de einselgänger uitbrengt. Mysterieus genie Fjällbrandt wist te vertellen dat hij met Panphage alles heeft verwezenlijkt wat hij wilde bereiken, en dat “Jord” zijn zwanenzang zou zijn. Na een vrij uitgebreide discografie kan ik me hierin vinden: er zijn maar zoveel verdomd aanstekelijke riffs die een mens kan schrijven. Zijn finale uitgave bevat opnieuw, niks nieuws onder de zon, een bijna ridicuul aantal melodieën die enkele dagen na de eerste luisterbeurt opnieuw in je hoofd opduiken, zoals meteen duidelijk wordt in opener “Odalmarkerna”. Één van de meest opvallende kenmerken van het album (en het project tout court) komen vanzelfsprekend ook aan bod: de vocals verschillen amper van het eerder gepresenteerde materiaal (op een veel betere productie na), maar zijn met veel precisie bovenop de opzwepende gitaarlijnen geplaatst. Hoewel “Jord” amper een jaar na voorganger “Drengskapr” verscheen is hier geen sprake van een recyclage van materiaal. De nummers en bijbehorende riffs zijn iets repetitiever maar missen hun effect niet, en op zich ademt Panphage bij momenten nog steeds een vrij punky sfeer uit, zowel qua compositie als qua mix. Niks ‘afgelekt’, maar toch cleaner dan de demo’s die de man uitbracht. Wat me echter tegenvalt is de manier waarop de nummers in elkaar overlopen: deze komen over alsof een DJ op een middelbare schoolfuif twee nummers aan elkaar probeert te mixen, maar dit pas voor de eerste keer probeert. Fade-outs kan ik in bepaalde mate waarderen, maar op “Jord” laten de overgangen te wensen over. Gelukkig weet Fjällbrandt ons opnieuw een kleine veertig minuten te boeien omwille van zijn inventieve – durf ik zeggen unieke? – gitaarspel en dito vocals, waarbij de verschillende vocale lagen perfect tot hun recht komen en zelfs voor enkele meekweelmomenten zorgen – voor zij die de Zweedse taal machtig zijn. Voor fans van Panphage is “Jord” een interessante meerwaarde en geslaagde afsluiter van het eennmansproject, maar voor zij die het concept net leren kennen raad ik toch vooral “Drengskapr”, “Storm” of “Ursvöl” aan.

CAS: 83/100

Panphage – Jord (Nordvis Produktion 2018)
1. Odalmarkerna
2. Måtte dessa bygder brinna
3. Ygg (En visa om julen)
4. Skadinawjo
5. Den tyste åsen
6. Som man sår får man skörda
7. Osådda skall åkrarna växa (Outro)

Horna/Pure – Split

We zijn nog geen maand ver in het nieuwe jaar of de Finse beeldenstormers Horna zijn al aan hun tweede release toe. Na de “Kuolleiden kuu” EP is het nu tijd voor een brok duivelse muziek die het gevolg is van een bloedpact gesloten met het Zwitserse Pure, het (solo-)project van Ormenos die ingewijden zullen kennen van een resem topacts waarvan Borgne, Manii en Oculus de bekendste zijn. Maar alvorens deze muzikale duizendpoot zijn kunnen mag laten horen, krijgen we vier zweepslagen van Horna te verwerken. Het is het eerste werk waarop LRH op drums te horen is, nadat hij de band in 2016 vervoegde. Dat heeft lang geduurd als je weet dat deze vellenmepper de broer is van zanger Spellgoth die toch al sinds 2009 dood en verderf zaait bij Finlands meest productieve black metal band. Hoewel voorganger Vainaja ook best kon drummen, klinken de beats en tempo’s swingender en soepeler dan ooit tevoren en stelt het Horna in staat om middels opener “Nielkää tuhkaa!” en het snelle “Kielletyn tulen kantaja” met het beste werk in lange tijd over de brug te komen. En wat blijft dat Fins toch een mooie, maar onnavolgbare taal! Er wacht Ormenos een zware taak om de Finnen te evenaren en hoewel hij een begenadigd multi-instrumentalist is, heeft hij zich voor deze release toch laten bijstaan door Thorns (Darvaza en nog ontelbaar veel acts) op drums en Beast op bass. Pure klinkt scheller, snijdender en meer bezeten, vooral door de lading effecten die de screams nóg maniakeler uit de boxen doen schetteren. De band laat twee snelle en twee mid-tempo songs horen die, ondanks het verschil in beats, beide een serieuze impact hebben. Goed spul van enerzijds veteranen die op hun best klinken en anderzijds een band waarvan ik het oudere werk dringend ook eens moet opsnorren.

JOKKE: : 82/100 (Horna: 83/100 – Pure: 81/100)

Horna/Pure – Split (World Terror Committee 2018)
1. Horna – Nielkää tuhkaa!
2. Horna – Kaaos
3. Horna – Kielletyn tulen kantaja
4. Horna – Kohti myrskyjen vuosia
5. Pure – Astral vanity
6. Pure – Imara
7. Pure – The black depths
8. Pure – Disclosure of knowledge

 

Evilfeast – Elegies of the stellar wind

De Pool GrimSpirit – ofte Jakub Grzywacz voor de vrienden – doet het met zijn Evilfeast al sinds 1998 op zijn eentje. Met “Elegies of the stellar wind” bracht hij afgelopen december zijn vijfde langspeler uit die (zoals we van hem gewend zijn) garant staat voor meer dan een uur durende grimmige black die echter veelvuldig door de nodige toeters en bellen wordt ingekleurd. “The second baptism… shores in fire and ice” begint met een bombastische intro zoals we die nog zelden horen dezer dagen. Bal-Sagoth duikt meteen als referentiekader op hoewel de black die na de inleiding volgt (gelukkig) een pak grauwer klinkt dan wat we van de Engelsen gewend zijn. De synths zwellen bij momenten nog wel stevig aan en gevaarlijk klinkt het allemaal niet (think “First spell“-era Gehenna). Filmisch is de muziek des te meer. En hoewel de keyboards soms cheesy of gedateerd klinken, weet GrimSpirit toch ook enkele keren de gevoelige snaar te raken met zijn cinematografische aanpak. In de lang uitgesponnen nummers, die meermaals boven de tien minuten afklokken, zit bakken melodie, dramatiek, gesproken passages, koorzang en epiek verweven om het boeltje interessant te houden voor de luisteraar. In de lange afsluiter “Inclinata resurgit… rebirth of my noble dark kingdom” nemen cleane vocalen de leiding wat maakt dat Evilfeast nog een pak minder “evil” klinkt dan dat de bandnaam laat uitschijnen. De écht straffe melodieuze black metal bands staan op het kruispunt waar de onderliggende schoonheid van het genre kruist met het rauwe en mysterieuze ervan. Evilfeast zit te veel op het enkelrichtingsbaanvak van romantische melodie waardoor het wat braafjes klinkt. Als onthaasting tussen al het dissonante black metal geweld dat op ons afkomt, is dit album een welgekomen verademing, hoewel ik niet denk dat de naald van mijn platenspeler nog dikwijls in de groeven van “Elegies of the stellar wind” zal afdalen.

JOKKE: 71/100

Evilfeast – Elegies of the stellar wind (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. The second baptism… shores in fire and ice
2. Winter descent’s eve… I become the journey
3. Lunar Rites… beholding the towers of Barad-Dur
4. From the northern Wallachian forest… tyranny returns
5. Archaic magic… a cenotaph below the cursed moon
6. Inclinata resurgit… rebirth of my noble dark kingdom

Void Eater – I

Soms doe je alles beter zelf. Dat moet ook Kristian Valbo aka RKV gedacht hebben. Bij uiteenlopende bands als Obliteration (death metal), Spectral Haze (psychedelische stoner/doom) en Black Magic (heavy/speed metal) bespeelt hij de potten en pannen en op het podium klust hij ook bij voor onder andere Aura Noir en Furze. Om zijn liefde voor bodemloze en ondoorgrondelijke black en death metal vorm te geven, richtte de Noor Void Eater op waarbij hij de zang en het volledig instrumentarium op zich nam. Dat resulteert op “I” in twee korte instrumentaaltjes en twee langere nummers waar echo’s van Grave Miasma en Negative Plane doorheen waaien. Geen afgelikte, modern klinkende en gepimpte toestanden hier, maar rauwe, eerlijke death metal die – zwart van hart – dood en verderf uitwasemt. Het gaat er bij momenten best technisch aan toe en de songs en structuren klinken progressief en daardoor weinig voorspelbaar, maar toch hangt er een zekere spontaneïteit over deze demo. De riffs klinken bij momenten opgejaagd en zenuwachtig, hebben dan weer een punky feel in zich, maar creëren even goed een psychedelisch sfeertje of hakken je ondersteund door staccato drumwerk tot mootjes. In twintig minuten weet Kristian ons warm te maken voor meer. Fijne kennismaking!

JOKKE: 79/100

Void Eater – I (Eigen beheer 2017)
1. Hollow
2. Glyph
3. Mephitic
4. Abyss