Arckanum – Den förstfödde

Onze Zweedse vriend Shamaatae produceert reeds 25 jaar lang kwalitatieve black metal met zijn geesteskind Arckanum, waarbij ik voornameijk zweer bij “ÞÞÞÞÞÞÞÞÞÞÞ” uit 2009. Zijn vorige wapenfeit “Fenris kindir” ligt alweer vier jaar achter ons maar met “Den Förstfödde” krijgen we nu eindelijk nieuw materiaal – de negende langspeler reeds – voorgeschoteld. Platenlabel van dienst is deze keer Folter Records. “Den Förstfödde” (“De eerstgeborene”) is opgedragen aan Jörmungandr, de eerstgeboren zoon van Loki en Angrboða. Shamaatae mag gerust een kenner van de oud Noorse religie genoemd worden – hij schreef hier ook reeds verscheidene boeken over – en beschouwt de nieuwe volledig in het Zweeds vertolkte songs als gebeden, invocaties en magische formules gericht tot Jörmungandr en Ragnarök. De bijna tien minuten durende titeltrack is verhalend van opzet en doet met haar mid-tempo karakter regelmatig aan het Noorse Khold denken. Daarna volgt het langzame, instrumentale “Nedom etterböljorna” waarbij de gitaar alles zelf doet waardoor de plaat traag op gang komt. Een overbodige track in mijn opinie. Vanaf “Likt utgårds himmel” vallen de drums opnieuw in en gaat het tempo wat omhoog. Set Teitan, gekend van de live line-up Watain en Dissection, levert een gitaarsolo aan en duikt later ook nog op in “Ofjättrad” en “Låt fjalarr gala“. “Ginnmors drott” is opnieuw grotendeels instrumentaal maar weet wel te boeien door de subtiele vioollaag en rituele gezangen die de gitaarriff onderbouwen en voor een serene sfeer zorgen. “Du grymme smed” is een grimmige mid-tempo rocker en de ferme en snedige afsluiter “Kittelns beska” wordt opgefleurd met klanken van de “näverlur“, een van sparren- en beukenbast gemaakte natuurhoorn. Doordat het tempo in zijn geheel wat lager ligt dan normaal missen de songs hier en daar wat pit. We lazen dat “Den förstfödde” het laatste Arckanum album zou zijn en hoewel dit zeker niet de beste Arckanum plaat is, zou dat toch een jammere zaak zijn!

JOKKE: 79/100

Arckanum – Den förstfödde (Folter Records 2017)
1. Den förstfödde
2. Nedom etterböljorna
3. Likt utgårds himmel
4. Ofjättrad
5. Ginnmors drott
6. Låt fjalarr gala
7. Du grymme smed
8. Kittelns beska

Advertenties

Kenosis – Consecrationem

De term “kenosis” komt van het Griekse woord “κένωσις” ofte “kénōsis” en staat voor de leer die zegt dat Christus zichzelf ontledigde bij Zijn vleeswording. Bij de kenosis deed Christus afstand van Zichzelf. Ideale naam voor een nieuwe black metal band dachten de heren Tsel (Illuster) en Mysteriis (Galgeras). En alzo geschiedde…Onder de titel “Consecrationem” en in de vorm van een democassette verschijnt het eerste wapenfeit van het illustere duo. Nadat de inleidende tonen van “Solifugae” overgaan in “Abraham’s dagger” zijn mijn oren meteen gespitst want dit klinkt lekker, héél lekker. Kenosis katapulteert ons terug in de tijd met haar snelle, occulte op Zweedse leest geschoeide black metal die bovendien van een erg krachtige, moderne maar ruwe sound voorzien is. Het mid-tempo “Katharsis” is met haar repetitieve, hypnotiserende riff dreigender, mysterieuzer en ritualistischer van opzet. Ook “With open veins“, dat terug wat sneller geweld laat horen, weet te overtuigen en doet me aan het geweldige Darvaza denken. Kenosis laat niets nieuws horen en er lopen momenteel ettelijke soortgelijke bands rond, maar toch ben ik benieuwd naar meer werk van deze nagelnieuwe band want qua uitvoering, songwriting en sfeer zit dit al meteen goed.

JOKKE: 80/100

Kenosis – Consecrationem (Eigen beheer 2017)
1. Solifugae
2. Abraham’s dagger
3. Katharsis
4. With open veins

Serpentrance – The besieged sanctum

Echt nieuw kan je het debuut van het Russische Serpentrance niet noemen aangezien “The besieged sanctum” origineel in 2015 op cassette uitgebracht werd via Vault Of Dried Bones. Ondertussen heeft het trio, bestaande uit leden van Pseudogod, Ill Omened en Sickrites, echter onderdak gevonden bij Blood Harvest die het kleinood opnieuw uitbrengt, deze keer voorzien van de extra bonustrack “The funeral mass of the abhorrent“. Bij Serpentrance gaat het er heftig aan toe en je kan hun maalstroom aan ritualistische death en black metal dan ook in het hoekje van Irkallian Oracle, Vassafor en Spectral Voice plaatsen. Tempogewijs ligt de zweep er niet voortdurend op maar varieert Pseudogod met talrijke snelheden gaande van sub-atomische doomgolven tot bestiale blastbeats, en dit meestal allemaal binnen één en hetzelfde nummer. Soms is het geheel wat aan de modderige kant waarbij de nogal apart klinkende en van sloten echo voorziene snaredrum doorheen de dichte massa klieft. “Among the timeless tombs” beweegt zich op een slakkentempo voort en bevat rituele zang die samenloopt met de diep borrelende maar weinig afwisseling bevattende putgrunt van zanger A.M.S. Wanneer het tempo tergend traag is, kan de band mijn aandacht niet vasthouden. De blasts van “The tongueless oracle” zijn dus welgekomen na de bijna zeven minuten funeral doom van de voorgaande track. Serpentrance is niet de enige band die dezer dagen kiest voor deze structuurloze – soms lijkt het wel geïmproviseerde – mix aan black en death metal. Het is er echter weinigen gegeven het zaakje van begin tot eind spannend te houden. Ook Serpentrance lukt het met dit halfuur durende “The besieged sanctum” niet.

JOKKE: 72/100

Serpentrance – The besieged sanctum (Blood Harvest Records 2017)
1. Obeisance to the antiquity of sin
2. The aphotic temples
3. Amongst the timeless tombs
4. The tongueless oracle
5. The funeral mass of the abhorrent

 

Wolves In The Throne Room – Thrice woven

Wolves In The Throne Room is één van de weinig bands die kan zeggen dat ze aan de wieg stonden van een heus subgenre binnen het black metal gebeuren. In navolging van hun tweede langspeler “Two hunters” uit 2007, explodeerde het aantal atmosferische black metal bands dat de natuur als uitgangspunt nam in plaats van allerlei satanische fratsen en idolatrie. Onze favoriete boomknuffelaars lieten zich inspireren door de overweldigende natuurkrachten uit hun leefwereld Cascadia die zich in het Pacifische Noord-Westen van de Verenigde Staten uitstrekt. Cascadian black metal was een feit, de copy cats rezen als paddenstoelen uit de grond en zelfs bands met een gelijkaardige sound en thematiek, maar opererend aan de andere kant van de aardbol, kregen dit label opgespeld. Na het teleurstellende “Celestial lineage” uit 2011 bleek het heilige vuur echter gedoofd te zijn. De vrees zat er dan ook even in dat de broertjes Aaron en Nathan Weaver aan serieuze metaalmoeheid leden toen drie jaar later de zaaddodende ambient-herwerking “Celestite” uitkwam. Maar gelukkig kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Eerder dit jaar verraste de band met één van de coolste namen ooit ons al met een geweldig optreden op Roadburn waar ze – ondanks het grote podium – de (atmo)sfeer goed konden vasthouden en overbrengen naar het publiek. De verwachtingen voor de nieuwe plaat werden dan ook serieus omhoog gekrikt. Zes lange jaren na de vorige metalen plaat is “Thrice woven” eindelijk een feit. En laten we maar meteen tot de essentie komen: het doet enorm veel deugd om terug een geïnspireerde band aan het werk te horen. Nadat de inleidende akoestische gitaren wegebben, krijgen we in de vorm van “Born from the serpent’s eye” een hongerig trio – tweede gitarist Kody Keyworth is ondertussen tot de vaste kern van de band toegetreden – te horen met voldoende peper in de reet om te beklijven zoals ze dat in hun begindagen ook konden. Na één van hun meest agressieve riffs in jaren valt de razernij echter plots stil en creëren de feeërieke zangpartijen van de Zweedse Anna von Hausswolff een Enya-achtige sfeer. De openingstrack combineert meteen beide sterktes van de band: op Noorse leest geschoeide black metal furie en atmosferische diepgang. Ook het korte “Mother owl, father ocean” verderop het album wordt volledig door Anna’s zang gedragen en bevat tevens een bijdrage van de Turkse harpist Zeynep Oyku. Een andere gast die opdraaft, is Neurosis’ Steve Von Till die “The old ones are with us” inzet waarbij zijn diepe stem wordt begeleid door akoestische klanken en een knetterend haardvuur. Deze mid-tempo song is dreigender, mysterieuzer en slepender van aard en heeft een meditatief aura over zich heen gedrapeerd. Maar dan komt het almachtige, op Noordse mythen gebaseerde “Angrboda” in galop aangedraafd om ons met haar blasts en majestueuze gevoel helemaal plat te walsen. Waar veel andere bands de pakkende riff in het begin van het nummer tot treurens toe zouden herhalen, laten de wolven dit momentum slechts één keer passeren waardoor je steeds opnieuw naar de repeat-knop grijpt om dit triomfantelijke gevoel te herbeleven. De meer dan elf minuten durende afsluiter “Fires roar in the palace of the moon” vormt nogmaals een synthese van alle sterktes van Wolves In The Throne Room: een dynamische wisselwerking tussen groots klinkende black metal en meer introverte natuurmystiek. Welkom terug heren!

JOKKE: 90/100

Wolves In The Throne Room – Thrice woven (Artemesia Records 2017)
1. Born from the serpent’s eye
2. The old ones are with us
3. Angrboda
4. Mother owl, father ocean
5. Fires roar in the palace of the moon

Chelsea Wolfe – Hiss spun

Topwijven. Er lopen er ondertussen heel wat rond in de rock- en metalscene, maar de strafste van allemaal is ongetwijfeld Chelsea Wolfe. Plaat na plaat lijkt ze voor een meer donkere en zware sound te gaan die de soundtrack vormt voor haar relatie met haar innerlijke demonen. Het nagelnieuwe album “Hiss spun” overtreft hierin zelfs nog haar geweldige voorganger “Abyss” uit 2015. Wanneer de openingstrack uit de boxen dendert, krijgen we zelfs onversneden sludge te horen die enkele keren in overdrive gaat. De toon is gezet, de oorschelpen reeds opengereten en likkebaardend willen we de elf andere songs ondergaan. Hierin laat mevrouw Wolfe zoals gewoonlijk weer talrijke facetten van haar muzikale spectrum aan bod komen. Het pulserende “Vex” is waarschijnlijk één van de meest heavy dingen die we ooit op een Chelsea Wolfe plaat hebben gehoord. De term “sludge” was reeds gevallen en wordt nog extra in de verf gezet wanneer Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom, Mamiffer) in deze song zijn schuur opentrekt. En nu we toch bij de guest appearances zijn aangekomen, mag natuurlijk ook Troy Van Leeuwen niet onvermeld blijven. De van A Perfect Circle en Queens Of The Stone Age gekende gitarist geeft de eerste drie tracks middels zijn gitaarwerk extra kleur, voor zover grijs en zwart als kleuren gelden. Maar laten we ook het heavy drumwerk van slagwerkster Jess Gowrie niet onvermeld laten. De ene keer groovy beukend, de andere keer via subtiele percussie, maar steeds in dienst van het nummer. Ook live was ik van deze dame onder de indruk, van Chelsea’s volledige band trouwens. De rockende single “16 psyche” heb ik ondertussen al grijsgedraaid, maar blijft na de tigste keer nog steeds beklijven. Misschien wel het beste nummer dat ze ooit geschreven heeft! “Static hum” geldt als een gelijkaardige catchy up-tempo song en moet er amper voor onderdoen. De zalven-en-slaan-balans wordt middels het bezwerende “The culling“, het grotendeels feeërieke “Twin fawn” en “Offering” – dat dicht tegen het solowerk van dat andere topwijf Emma Ruth Rundle (Marriages, Red Sparowes) aanleunt – in evenwicht gehouden. “Particle flux” geldt dan weer als de duistere catharsis van de plaat. Enkel in het breekbare, akoestische “Two spirit” schemert het folky verleden nog door het dreigende dichtgepakte wolkendek door. In het melodramatische, loodzware, piepende, kreunende en dronende “Scrape” laat Chelsea Wolfe haar demonen nog een laatste keer de vrije loop. Plaat van het jaar? Ik dacht het wel! Vrouwen boven!

JOKKE: 95/100

Chelsea Wolfe – Hiss spun (Sargent House 2017)
1. Spun
2. 16 psyche
3. Vex
4. Strain
5. The culling
6. Particle flux
7. Twin fawn
8. Offering
9. Static hum
10. Welt
11. Two spirit
12. Scrape

Begerith – A.D.A.M.

Begerith – niet te verwarren met het Finse Beherith hé West-Vlaamse vriendjes – werd in 2003 opgericht in een uithoek in het oosten van Rusland, maar ondertussen resideren de leden in Polen. It makes sense, althans op basis van wat hun tweede langspeler “A.D.A.M.” laat horen, want de heftige black/death van het kwartet ligt in het vaarwater van Poolse grootheden Behemoth en Hate. Ook in de Hertz studio weten ze ondertussen wel hoe ze dergelijke extreme muziek uit de boxen moeten laten knallen (gelukkig niet té klinisch en steriel). “A.D.A.M.” is mijn eerste kennismaking met de band. Of er vooruitgang geboekt is ten opzichte van debuut “My way to the star…” dien ik met andere woorden schuldig te blijven. Achter het album gaan diepe filosofische gedachten schuil die grafisch knap werden weergegeven door Denis “Forkas” Kostromin en Valnoir Mortasonge (Metastazis): “And God went on to create the man in his image, in God’s image he created him and his name was Adam… How terrible and despotic our God is, sealed himself into a biological substance of rot and stench, giving the form to everything. Regurgitated himself to the Earth as a virus and locusts devouring and fucking everything on their path… Look into the eyes of everyone and try to call it your God… God rules your debauchery.” Hoewel hier topmuzikanten aan het werk zijn, wordt het gelukkig nergens té technisch, progressief en onoverzichtelijk. De nummers zijn gestroomlijnd en bevatten voldoende herkenningspunten zodat je niet verdwaalt in de blastende drums, het up-tempo riffwerk en blaffende vocalen. Tussen het brute geweld en de blasfemische teksten door is er plaats voor talrijke melodieuze accenten zoals de vele solo’s die in het rond vliegen, zij het echter nooit als een ongeleid projectiel. Het dynamische “A.D.A.M. V” is hier misschien wel het beste voorbeeld van. De oude thematiek wordt hier en daar onderstreept door epische synths – zij het héél subtiel – die voor een triomfantelijk gevoel zorgen. Af en toe kan ik wel eens van dit soort bands genieten. Eén van de betere platen in zijn genre.

JOKKE: 80/100

Begerith – A.D.A.M. (Minotauro Records 2017)
1. Nome fatas hiss mortus
2. A.D.A.M. I
3. A.D.A.M. II
4. A.D.A.M. III
5. A.D.A.M. IV
6. A.D.A.M. V
7. A.D.A.M. VI
8. A.D.A.M. VII
9. A.D.A.M. VIII
10. A.D.A.M. IX
11. A.D.A.M. X

Malokarpatan – Nordkarpatenland

Gelukkig bestaat er zoiets als de copy-paste functie of ik was wel even bezig geweest met het foutloos overtypen van de tracklist van “Nordkarpatenland“, de langverwachte opvolger van het twee jaar geleden verschenen debuut “Stridžie dni” van Malokarpatan. Het is nog steeds niet zo eenvoudig om het geluid van dit Slovaakse kwintet te omschrijven aangezien het een smeltkroes van black, heavy, speed en folk metal is zonder dat hierbij één van de omschreven subgenres overheerst. De erfenis van oude Oostblok bands zoals Master’s Hammer en Root is natuurlijk alom tegenwoordig maar Malokarpatan weet er een eigen draai aan te geven. De opnames vonden bovendien plaats in de studio waar Master’s Hammer’s demo “The mass” in 1989 werd vereeuwigd en dat resulteert in een betere productie vergeleken met de eersteling. Nadat de inleidende rurale klanken verdwenen zijn, schiet “V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína” met een aanstekelijke heavy metal riff uit de startblokken waarover zanger Temnohor met een duistere en diepe stem epische verhalen over Oost-Europese folklore scandeert. Plots valt de song stil om plaats te maken voor een folkloristisch intermezzo om nadien via een melodieuze solo terug in gallop te treden. Deze openingstrack is meteen een schoolvoorbeeld van het vermengen van stijlen waar Malokarpatan zo goed in is. De heavy metal elementen zijn misschien nét iets meer vertegenwoordigd nu want ook het kort maar krachtige “Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” zijn instant luchtgitaarmateriaal waarbij de trage riff in die laatste song wel héél hard naar Celtic Frost’s “Dethroned emperor” neigt. In “Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” laat Malokarpatan haar gevoelige kant zien waarbij de mid-tempo metal wordt ondersteund door een breed uitgesmeerd orgeltapijt en ijle vrouwelijke vocalen. Ook “V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva” klinkt bij aanvang alsof er een tekenfilm gaat beginnen om nadien gelukkig tot een soort “The blair witch project” te transformeren. Het bewijst dat de extremen nog meer opgezocht worden, maar waarbij de tragere stukken me toch net iets minder kunnen bekoren dan het up-tempo gitaargeweld. “Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú” sluit deze avontuurlijke en afwisselende plaat op aanstekelijk wijze met mooie gitaarleads af.

JOKKE: 80/100

Malokarpatan – Nordkarpatenland (Invictus Productions 2017)
1. Nordkarpatenland
2. V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína (In the provincial pond, a water goblin has been raging for centuries)
3. Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali (When old Bartolín was driven back home from the tavern on a wheelbarrow)
4. Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit (When will-o’-the-wisps begin to shine green in the bogs)
5. Nedlho po púlnoci opacha sa doplazila z dzíry (Not long after midnight, the abomination has crawled out of the hole)
6. V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva (Within the dense woods, the witch is hiding her hut on magpie legs)
7. Ked gazdovi upeleší sa v chyži nezdoba zmok (When a bugger kobold settles down in the farmer’s household)
8. V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa (In October’s solitude, silently the hunting chateau of the wolfish count is brooding)
9. Na horárni ve folvarku šafári rohatý jáger (A horned jaeger governs the gamekeeper’s lodge in the uplands)
10. Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú (Devils are playing whist at nights in the old water mill)