acherontas

Israthoum – Channeling death and devil

Kan iemand mij eens uitleggen wat er aan de hand is met Daemon Worship Productions? Het krioelde daar van de uitstekende bands, maar er lijkt de laatste tijd een heuse leegloop bezig aangezien de acts uit hun rooster hun nieuwe werk nu één voor één op andere labels uitbrengen. Zo ook het Portugees/Nederlandse Israthoum, een black metal band die al heel wat jaartjes op de teller heeft staan. De vorige langspeler “Black poison and shared wounds” dateert al uit 2012 en was een aardige schijf. In tussentijd zat de band echter niet stil want er verschenen nog twee splits en één EP en nu is het met “Channeling death and devil” tijd voor full length nummer drie. De albumtitel is er in elk geval boenk op want achtenveertig minuten lang kanaliseert Israthoum duivelse dood middels negen uitstekende songs waar de duisternis van afspat. De sound is organisch en de sfeer mysterieus en grimmig en het zijn de vele cleane gitaarpartijen en occulte rituele gezangen die het zaakje interessant en boeiend weten te houden en ervoor zorgen dat je je niet snel gaat vervelen. Ook op gebied van dynamiek heeft Israthoum haar zaakjes op orde want snelle en trage passages wisselen elkaar mooi af zonder voorspelbaar te klinken. In een mid-tempo song zoals “Laceration of the pliant” horen we soms wat Svartsyn terug, zij het voornamelijk door de voortreffelijke hese doodsrochels van zanger/bassist VxInfr die sterk op die van Ornias gelijken. Het korte “Drudges of ruinations” klinkt haast als één of andere hypnotische bezwerende rite, waarna het opzwepende “Walls of penitence” je uit je trance haalt en VxInfr laat horen welke veelzijdige keelklanken hij wel niet kan produceren. Naar het einde van de song zorgen oosters aandoende gitaarklanken voor een mystiek sfeertje. Iets wat min of meer herhaald wordt in “A bleak fulgency in splendour“. Naarmate de plaat haar einde nadert, lijkt het occulte nóg prominenter naar voor te komen en dan popt een Acherontas al snel als referentiekader op. Eigenlijk is elke song het bespreken waard, maar ga het vooral zelf ontdekken. “Channeling death and devil” is een héél overtuigende plaat geworden van een band die duidelijk weet waar ze mee bezig is. Het Portugese Altare Productions brengt het album zowel op CD, vinyl als cassette uit; voor ieder wat wils dus. Aanschaffen die handel!

JOKKE: 86/100

Israthoum – Channeling death and devil (Altare productions 2017)
1. Channeling death and devil
2. Laceration of the pliant
3. Between the maze and the turmoil
4. Drudges of ruination
5. Walls of penitence
6. A bleak fulgency in splendour
7. Well of bitterness
8. Acquiescas fata
9. Turn stone to ash

Advertenties

Manetheren – The end

Het Amerikaanse Manetheren – vernoemd naar één van de tien naties uit de boekenserie “The wheel of time” van de Amerikaanse auteur James Oliver Rigney – was bij ondergetekende in vergetelheid geraakt, hoewel “Time” uit 2012 best wist te overtuigen. Aan EP’s of splits doet deze band niet mee, want sinds haar oprichting in 2003, ligt de focus van Manetheren enkel op het gestaag uitbrengen van volwaardige langspelers, hoewel de kloof die tussen de platen gaapt wel steeds langer wordt. Tussen “Time” en het kakelverse “The end” liggen deze keer vijf jaren. Nu is daartussen wel heel wat gebeurd. Voor “Time” – wat eigenlijk een ge-update versie en herwerking van debuut “The seven realms of Manetheren” was – trok oprichter Gabe Jorgenson (aka Azlum) meesterdrummer Thorns aan (u wel gekend van ondermeer Darvazas, Blut Aus Nord, Martröð, Fides Inversa, Acherontas en ga zo maar door). Na de release van het album vervoegden bassist Davide Gorrini (Frostmoon Eclipse en een paar andere bands waar deze Italiaan samen met zijn landgenoot Thorns deel van uitmaakt) en zanger Eric Baker (Chaos Moon) de line-up. Met een fifty-fifty Italo-Amerikaanse constellatie, waarin bovendien enkele bezige bijtjes zitten, is het niet te verwonderen dat het schrijven en opnemen van een album de nodige tijd vraagt. Bovendien is Manetheren een band die geen hapklare nummers brengt, maar mastodonten van songs die rangeren tussen acht en vijftien minuten. Met 74 minuten was de voorganger wel aan de erg lange kant, wat naar het einde toe de aandacht deed verslappen doordat het te veel van hetzelfde werd. Op “The end” krijgt je als luisteraar met een vol uur atmosferische black metal nog steeds absoluut waar voor je geld, hoewel voor de meeste mensen een aandachtsspanne van een uur al héél veel gevraagd is. We hebben hier met een apocalyptisch en nihilistisch getint conceptalbum van doen waarbij de protagonist doorheen verschillende landen trekt terwijl het einde van de wereld aangebroken is. Hierbij beschrijft elke song de gebeurtenissen die zich afspelen tijdens dit vervalproces en naarmate het einde dichterbij komt beschouwt dit individu zich meer en meer als God of de Dood die heerst over de woestenij die overblijft. De USBM van Manetheren is er geen van de meest rauwe en agressieve soort, maar is wel extreem layered waarbij de atmosferische lagen elkaar opstapelen en de gitaar dikwijls klinkt alsof er samples of keyboards aan te pas zijn gekomen (niet dus). Tevens klinkt de productie waarvoor bassist D.G. en zijn BeastCave Studio optekenden, vrij transparant. Dit is een album om in één ruk te ondergaan, bij gedimde lichten, lang uitgerekt op de sofa en in gezelschap van een goede fles wijn, waarbij een song als “When all is still, there is nothing” je in vervoering brengt of “The end” je bij je stort grijpt en mee de abyss insleurt terwijl de majestueuze finale zich openbaart. Benieuwd of Manetheren na het verkassen van Debemur Morti naar Avantgarde Music meer aandacht zal krijgen en overtuigd kan worden om live de hort op te gaan.

JOKKE: 81/100

 

 

Manetheren – The end (Avantgarde Music 2017)
1. The sun that bled
2. And then came the pestilence
3. The ritual
4. When all is still, there is nothing
5. Darkness enshrouds
6. The end

Acrimonious – Eleven dragons

Hoewel het in Griekenland regelmatig bakken en braden is, stond het Helleense Acrimonious altijd al een beetje in de schaduw van Acherontas – volledig onterecht wat mij betreft. Tijdens de demo- en EP-dagen van de band brachten ze qua sound een hommage aan oude goden zoals Samael, Sarcofago, oude Mayhem, Tormentor, Nifelheim, maar vanaf debuut “Purulence” uit 2009 schoof het geheel meer richting Dissection en Watain uit. Na deze plaat vond oprichter Cain Letifer (Serpent Noir, Thy Darkened Shade, ex-Acherontas, ex-Nightbringer) in drummer C. Docre (met identiek dezelfde bands op zijn curriculum vitae) en gitarist Semjaza 218 (Nadiwrath, The Ashes, Thy Darkened Shade, ex-Kawir, ex-Nergal, ex-Ravencult) twee gelijkgestemde zielen en werd in 2012 “Sunyata” uitgebracht, wat het debuut op alle vlakken overklaste. Sindsdien is het stil geweest rond Acrimonious maar dat lange wachten wordt nu beloond met “Eleven dragons“, dat met elf nummers en 67 minuten speeltijd een plaat is geworden zoals er nog zelden verschijnen. Geen hapklaar tussendoortje dus, maar een werkstuk dat in zijn geheel moet ondergaan worden. “Incineration initiator” is met haar negen minuten meteen de langste song en krijgt met haar progressief karakter de eer om het zaakje af te trappen. Een iets avontuurlijkere song met meer eigen karakter wordt links en rechts afgewisseld met vintage Watain en Dissection-achtige tracks zoals “The northern portal“, “Damnation’s bell” en “Elder of the nashiym” waar de Zweedse melodieuze bloedspetters vanaf spatten. Het gitaargepingel in “Kaivalya” en de akoestische klanken van “Thaumitan crown” raken dan weer eerder de gevoelige snaar net zoals de uitdijende leadgitaar in “Stirring the ancient waters“. De mix en mastering van Stamos Koliousis (Sitra Ahra Studios) is uitmuntend qua transparantie (hoor die basgitaar ronken), maar klinkt toch knallend en ruw genoeg voor dit soort occulte necro black. Net zoals hun Tsjechische broeders Inferno verkaste ook Acrimonious het Poolse Agonia Records om onderdak te vinden bij het Duitse W.T.C. waar ze in goed gezelschap verkeren van een legioen gelijkgestemde zielen. Wat Watain betreft is het nog bang afwachten welke richting zij verder zullen uitgaan na het zwaar teleurstellende “The wild hunt“. The disappointed ones hebben aan Acrimonious in elk geval een zéér vette kluif, want “Eleven dragons” is allerminst een draak van een plaat geworden. De invloeden van de helden liggen er misschien iets té dik bovenop, maar de uitvoering is naadloos en de kwaliteit torenhoog.

JOKKE: 87/100

Acrimonious – Eleven dragons (World Terror Committee 2017)
1. Incineration initiator
2. The northern portal
3. Damnation’s bells
4. Satariel’s grail
5. Elder of the nashiym
6. Kaivalya
7. Qayin rex mortis
8. Ominous visions of nod
9. Stirring the ancient waters
10. Litany of moloch’s feast
11. Thaumitan crown

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution)

Sommige bands verleggen de klemtoon in hun thematiek doorheen de jaren. Zeker wanneer je – zoals in het geval van het Tsjechische Inferno – reeds meer dan twintig jaar op de teller hebt staan. Lange tijd werden hun – grotendeels in hun moedertaal gezongen – teksten op een heidense manier ingekleurd. Langzaamaan begon de focus zich echter te verleggen naar satanisme en occultisme en nam de kwaliteit van het muzikaal gebodene exponentieel toe vanaf de “Black devotion“-plaat, wat in 2013 leidde tot Inferno’s voorlopige hoogtepunt “Omniabscence filled by his greatness“. Ik schrijf met opzet “voorlopig” want het nagelnieuwe “Gnosis kardias (of transcension and involution)” weet de voorganger zelfs nog te overtreffen. Rots-in-de-infernale-branding Adramalech is er sinds de oerdagen van de band bij en heeft door de jaren heen een sterke line-up rond zich weten scharen die perfect weet hoe ze spannende, duivelse klanken uit hun instrumenten moeten persen. De sterke, zij het minder typische en herkenbare Necromorbus-productie, geeft de plaat bovendien een eigenzinnig en mysterieus karakter. Op “Gnosis kardias (of transcension and involution)” portretteert de band de doordringende grootheid van krachten die zowel van binnenuit als van buitenaf op het individu inwerken. De verkenning van de hoogten van spirituele extase, maar evengoed van de abyssale diepten van het onbewuste, wordt perfect getransponeerd naar de dynamische, magische muziek die veel verder gaat dan een zwartmetalen invalshoek. Zo bevat “The innermost disillusion” bij aanvang de nodige psychedelische elementen die over een furieuze black metal basis – inclusief sacrale zang die op sommige nummers mee vertolkt wordt door Acherontas opperhoofd Acherontas V. Priest – gedrapeerd zijn. Halverwege deze song maakt de verzengende agressie echter plaats voor een hypnotiserende kalmte waarbij een eerder sludgy gitaarriff en vergezellende baspuls een totaal ander karakter aan het nummer geven. Think Sunset In The 12th House. De diepe proclamerende vocalen aan het einde van de song doen me dan weer aan het legendarische Diabolical Masquerade denken. Het inbouwen van progressieve partijen, die de dialoog aangaan met meer rechtoe-rechtaan stukken, spant de spanningsboog tot het uiterste op. Zo klinkt Inferno tijdens de rockende riffs in “Upheaval of silence” opnieuw enkele seconden als het zijproject van enkele Dordeduh leden (niet toevallig ook een band die Oost-Europese invloeen in haar muziek verwerkt) om de rest van de song toch voornamelijk zwartgeblakerde razernij tentoon te spreiden. Tijd om in te dutten tijdens de lange nummers is er met andere woorden niet. Aan het einde van “Abysmal cacophony” meen ik zelfs enige Oosters aandoende, orchestrale elementen waar te nemen. Het knappe aan “Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)” is dat grotendeels trage gitaarpartijen door hypersnelle drums ondersteund worden, vooraleer ook deze song zich even later aan occulte ambient en drone waagt om tenslotte in een oriëntaalse apotheose uit te monden. Die Oosterse invalshoek vinden we natuurlijk ook bij landgenoten Cult Of Fire terug, hoewel die nog een stapje verder gaan in hun adoratie voor India. “Gate-eye of fractal spiral” klokt op meer dan tien minuten af en manifesteert een laatste keer een allegaartje aan black metal, psychedelica, Oosterse sfeer, transcendentale ritmiek en symfonische grandeur. Wat zeker niet onvermeld mag blijven is het fe-no-me-na-le artwork van Jose Gabriel Alegría Sabogal, dat bijna onovertrefbaar lijkt qua details en symboliek. Het lijkt wel een deel van één of andere imposante plafondschildering te zijn. Aan de superlatieven die ik gebruik, merken jullie dat ik danig onder de indruk ben van deze zevende langspeler van Inferno. Het wordt hoogtijd dat ik ze ook live eens onderga.

JOKKE: 91/100

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution) (World Terror Committee 2017)
1. The innermost disillusion
2. Abysmal cacophony
3. Upheaval of silence
4. Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)
5. Gate-eye of fractal spiral
6. Orison for the baneful serpent

Shrine Of Insanabilis – Tombs opened by fervent tongues

Naar aanleiding van de lopende Dimensional Nomads tour met gelijkgestemde zielen Acherontas, Slidhr, Sinmara en Shrine Of Insanabilis verschijnt van die laatste een twee songs tellende EP. Hoewel het nog steeds gissen is naar de identiteit van deze Duitsers, is het wel meer dan duidelijk dat deze jongens – ik ga er gemakkelijkheidshalve maar even vanuit dat er geen leden van het vrouwelijke geslacht achter de hoodies schuil gaan – weten hoe ze een potje overtuigende black metal moeten spelen. Net zoals de Duitse autosnelwegen toelaten de snelheidsmeter uit te testen, raast ook Shrine Of Insanabilis er regelmatig aan een ziedend hoog tempo van door. Snelle Zweeds aandoende black dus, voorzien van de nodige occulte inslag die in het straatje ligt van Blaze Of Perdition en labelgenoten Ascension en Chaos Invocation en de kwaliteit van debuut “Disciples of the void” doortrekt. Hoewel ik wel vond dat ze op die plaat een iets meer uitgesproken identiteit hadden, en het nu wat generieker klinkt. Benieuwd of deze snelle black ook live als een huis zal staan.

JOKKE: 80/100

Shrine Of Insanabilis – Tombs opened by fervent tongues (World Terror Committee 2016)
1. Burning voice
2. Hamartia

Darvaza – The downward descent

Het debuut van Darvaza is reeds enkele maanden oud, maar verdient absoluut wat extra aandacht voor de Addergebroed adepten. Het betreft hier een Italiaans-Noorse collaboratie tussen twee sterke individuen die hun sporen reeds lang verdiend hebben in de black metal scene. De Italiaan van dienst is Gionata Potenti die, afwisselend onder de pseudoniemen Thorns en Omega, voornamelijk gekend is als drumhuurling (o.a. Blut Aus Nord, Manetheren, Acherontas, Glorior Belli en nog een leger aan bands), maar met zijn Darvaza laat zien op menig vlak een begenadigd muzikant te zijn. Voor de vocalen zocht hij zijn heil bij de Noor Wraath, beter bekend als Luctus (o.a. One Tail, One Head, Behexen, Dark Sonority en Mare). Vier nummers in een half uurtje zijn voldoende om mij overstag te doen gaan. Wat zeg ik? Na de openingsriff van “A hanging sword” weet ik al dat het snor zit met dit Darvaza. En als Wraath zijn schuur opentrekt is het feest helemaal compleet. Zoals bij de Nidrosian bands van de frontman het geval is, druipt het occulte van de beklemmende black metal af, niettemin door de enorm sterke vocale prestaties van Wraath. IJselijke screams, gefluister of cleane sacrale zang; met al zijn keelklanken scoort deze meneer een grote voldoende. “Derelict of passion” is hier het levende bewijs van. Ook qua stijl grijpt de black metal van Darvaza terug naar de Nidrosian scene. Dat hier een Italiaanse songwriter bezig is, hoor je niet bepaald terug (voor zover er al zoiets als een typisch Italiaanse black metal sound bestaat natuurlijk). “The barren earth” wordt met liturgische kerkzang afgetrapt om daarna de heilige huisjes met de grond gelijk te maken door er opgezweept en als een bezetene de zweep op te leggen. De rockgetinte eindriff van het nummer bekroont deze geweldige song. In het afsluitende “Tenebrae” worden duistere ambient paden bewandeld die rechtstreeks naar ondergrondse neerwaartse krochten afdalen. Dat Terratur Possessions een uitstekende neus voor talent heeft, is ondertussen ook wel nagenoeg bekend, waardoor Darvaza met dit label de geschikte broodheer te pakken heeft. Darvaza kan wat mij betreft niet snel genoeg met nieuw werk op de proppen komen! Voor deze herrie mogen ze me op elk moment van de nacht uit mijn bed sjotten.

JOKKE: 87/100

Darvaza – The downward descent (Terratur Possessions 2016)
1. A hanging sword
2. Derelict of passion
3. The barren earth
4. Tenebrae

Devathorn – Vritra

Op economisch vlak mag het dan wel crisis alom zijn in Griekenland, daar is in hun underground scene niet veel van te merken, wan met recente releases van Acherontas, Varathron en nu ook deze Devathorn bruist het daar van de bedrijvigheid. Net als bij hun spitsbroeders Acherontas werd het nieuwe opus, getiteld “Vritra” eind februari via World Terror Committee op de mensheid losgelaten. Een vergelijking maken tussen beide bands lijkt dus voor de hand liggend en zal ik dientengevolge dan ook maken. Daar waar Acherontas hun orthodoxe black metal op hun laatste telg mixt met een serieuze portie occulte ambient, wijkt Devathorn geen duimbreed af van hun zwartmetalen bandgeluid dat werd neergezet op voorgaande releases (met enkel “Cantibus ad messorem, sanctus mor” en “Draco adligat mundials” als respectievelijke ambient intermezzo en outro) en dat naast een flinke scheut orthodoxe black metal ook de recente Franse, Poolse en Zweedse varianten van ons geliefkoosde genre omarmt. Devathorn heeft duidelijk de tijd genomen om haar nieuwe plaat tot in de kleinste details uit te werken (er verstreken maar liefst acht jaren sinds hun debuut “Diadema”) en dat werpt duidelijk zijn vruchten af. Conceptueel gezien put de band voor haar symboliek uit talloze mythologieën en religies (Kabbala, het Oude Testament, Griekse en Egyptische mythologie, Mesopotamische en Vedische religie en satanisme). Het artwork werd verzorgd door Daniel Rosten, die de meesten beter zullen kunnen onder zijn monniker Mortuus (Marduk). Verder draaft er Soulfly-gewijs een hele waslijst aan gastmuzikanten op die het mooie weer maken bij o.a. Acherontas, Temple Of Baal, Serpent Noir, Monk Adramelekh, Temple Of Algolagnia Chthonian Alchemy en Mother Of Millions. Tenslotte werd het plaatje gemastered in de befaamde Necromorbus Studio, hoewel dit niet het typische geluid oplevert dat we gewend zijn van Tore Stjerna. Hoewel er in de Griekse keuken al eens graag met een bord gesmeten wordt, breekt “Vritra” op het eerste gehoor niet echt potten. Het vraagt dan ook enkele dates met deze Griekse medusa alvorens de vonk overslaat en ik ze mee naar huis neem om te rampetampen. Zoals een vrijscène volgens het boekje wisselt Devathorn het tragere werk regelmatig af met intens gebeuk. De hoogtepunten (meerdere ja) vinden we terug op de tweede helft van de plaat, namelijk “Sapphires of Vritra” (mooi soleerwerk), “Verba inermis” dat aan ons eigenste Enthroned doet denken en het tien minuten overschrijdende “Promethean descent”. Het zijn niet toevallig die nummers waar de sacrale gezangen van Acherontas V. Priest voor afwisseling zorgen met de iets te droge grain van de scream van frontman Althagor.  Een vluggertje is deze plaat geenszins, want met zevenenzestig minuten speeltijd vraagt Devathorn heel wat van de luisteraar, waardoor je de kanttekening kan maken of het wel een goede zaak was om drie van de vier songs van de twee in tussentijd verschenen split releases opnieuw op te nemen. Dit is echter muggenziften want “Vritra” is een plaat waar ik nog de nodige pleziertjes aan zal beleven.

JOKKE: 81/100

Devathorn – Vritra (World Terror Committee 2015)
1. Veritas universalis
2. Doctrina fide
3. Cathedral of Set
4. Ars diabolic
5. Cantibus ad messorem, sanctus mor
6. Principles of chaos
7. Sapphires of Vritra
8. Verba inermis
9. The venomous advent
10. Promethean descent
11. Draco adligat mundi