arcturus

Dødsengel – Interequinox

Het duo Malach Adonai en Kark slaat onder de noemer Dødsengel reeds tien jaar lang de handen in mekaar om de mensheid met haar theatrale vorm van black metal te bestoken. Als de twee Noren met een nieuwe langspeler op de proppen komen, krijg je als luisteraar steeds waar voor je geld. Zo klokte de dubbele voorganger “Imperator” vijf jaar geleden nog op 150 minuten af. Op het nagelnieuwe “Interequinox” werd het overtollige vet weggesneden, hoewel de elf nummers toch nog een klein uurtje in beslag nemen. Het avangarde/theatrale kantje van Dødsengel manifesteert zich voornamelijk door het brede scala aan zangstijlen waarmee gegoocheld wordt, waardoor we bijwijlen met een occulte black metal opera te maken lijken hebben. In het verleden haakte ik af op de falsetto heavy metal uithalen en ook nu werken deze bij ondergetekende als een tang op een varken. Bij opener “Pangenetor” is het spijtig genoeg al meteen prijs. Wanneer Kark zijn stembanden in “Prince of ashes” of het gothrock-achtige “Rubedo” meer Urfaust-gewijs inzet, vallen de cleane vocalen al een pak beter te pruimen. Positief punt voor een progressieve black metal band is dat de productie verre van gelikt klinkt, waardoor recht-door-zee songs zoals “Værens korsvei“, “Opaque” en “Ved alltings ende” best nog grimmig voor de dag komen. Het lijkt er echter op dat Dødsengel te veel van twee walletjes probeert te eten in plaats van ofwel volop te experimenteren ofwel honderd procent voor grimmigheid te gaan. Experimenteerdrift met een rem op als het ware, waardoor niet alle kunst-en-vliegwerk even geslaagd klinkt. Fans van Arcturus, Fleurity of Ved Buens Ende gaan hier veel meer plezier aan beleven dan ik doe.

JOKKE: 66/100

Dødsengel – Interequinox (Debemur Morti Productions 2017)
1. Pangenetor
2. Prince of ashes
3. Værens korsvei
4. Emerald earth
5. Opaque
6. Illusions
7. Palindrome
8. Ved alltings ende
9. Rubedo
10. Gloria in excelsis deo
11. Panphage

Advertenties

Eïs – Bannstein

In een Oostenrijkse bespreking van “Bannstein” komt de Eïs’ vijfde langspeler er niet ongeschonden uit. In een verder uiterst correct schrijfsel worden de heren ervan beschuldigd weeral hetzelfde liedje te brengen. Laat het nu net dát zijn wat voor fronsende wenkbrauwen zorgt. Voor het eerst in al die jaren wijkt Eïs met mondjesmaat af van het gekende recept. Let op, niemand dient angstvallig in foetushouding tegen de grond te gaan, want de vrienden van Merkel spelen niet ineens funky jazz vermengd met Afrikaanse tribal. Uitgesponnen melodieën gesprokkeld van ijskoude Scandinavisch klinkende black metalakkoorden vormen wie immer de basis van “Bannstein“. De lange nummers zijn erg doordacht, variëren erg in tempo en zijn tevens erg zorgvuldig opgebouwd. Nog steeds doet Eïs me denken aan een meer black metalversie van Helrunar. Wellicht zit de typische productie van Studio E er voor wat tussen, evenals passages gesproken in het Duits. De openingsdeuntjes van “Ein letztes Menetekel” bevestigen dit uitstekend. Op de nieuweling staan klaarblijkelijk geen instant hits zoals “Helike” of “Mann aus Stein“, maar het is onmiddellijk duidelijk dat “Bannstein” wat meer tijd nodig heeft. Deze keer ligt er een beetje minder nadruk op het gitaarwerk en zorgen alle arrangementen voor sfeer. Het totaalplaatje is ietsje belangrijker geworden. De keyboards krijgen daarom ook een belangrijkere rol toebedeeld. Zo doet een niet mis klinkend “Im noktuarium” denken aan het oudere werk van Dimmu Borgir of Arcturus – mede door de sfeervolle keyboards die het nummer inkleden. “Fern von jarichs Gärten” zou zelf veel van zijn charmes verliezen, moesten de fantastische blazers wegvallen. Daar waar op een “Wetterkreuz” de nadruk lag op intense nummers, wordt nu ook het trage (en mid-tempo) werk niet geschuwd, wat impliceert dat er meer variatie ten gehore wordt gebracht. Kortom, ondanks het hoge easy listening gehalte, werkt “Bannstein” niet onmiddellijk euforische feromonen op – wat voordien wel het geval was. Je merkt wel direct dat het een klasseschijf is en enkele luisterbeurten verder volgt de onvermijdelijke bevestiging. Eïs stelt nooit teleur.

Flp: 90/100

Eïs – Bannstein (Lupus Lounge 2015)
1. Ein letztes Menetekel
2. Im Noktuarium
3. Über den Bannstein
4. Fern van jarichs Gärten
5. Im Schoez der welken Blätter

Saille – Eldritch (re-inter-view)

Saille en Addergebroed hebben altijd een speciale band gehad. Het hoe en waarom zoeken jullie zelf maar uit, hieronder gaan we het hebben over hun nieuwe zilverling “Eldritch“. Op de derde plaat van Saille toont de band wederom haar wereldklasse. Samen met keyboardspeler Dries kwam dit re-inter-view tot stand. Bovengenoemde voorzag me van allerlei opmerkingen die misbruikt werden in de review. Lees!

Saille - promopic1

Emerald
Dries: Dit nummer was voor ons duidelijk de opener wegens de mysterieuze intro. Het nummer bevat ook een mooi overzicht van wat er nog komen zal, handig voor mensen die enkel het eerste nummer van een plaat beluisteren. De piano die werd gebruikt is de prachtige pianola die Reinier ooit op de kop kon tikken, ze staat net genoeg vals om extra sfeer aan het nummer toe te voegen.

De cleane zang die je hoort is de stem van Jonathan, de eerste zanger van Saille, nu de gitarist en medecomponist.

Addergebroed: Dries vat het hier mooi samen allemaal. Naast het mysterieuze aspect knalt “Emerald” ook behoorlijk hard en komen vintage Mortifer (de oude band van Dries en Jonathan) invloeden de kop op duiken. De semi-cleane zang die Dries aanhaalt doet erg Keep of Kalessin aan en nu we toch aan het name-droppen zijn, dient ook Arcturus aangehaald te worden bij bepaalde pianopassages.

Walpurgis
Dries: Het snelste en kortste nummer van de plaat, gewoon even alle registers open. Onze vrouwen Petra Gryson en Niki Dierickx verspreiden ook hun zoetgevooisde klanken over dit nummer.

Qua artwork werkten we samen met Colin van Rain Song design, hij schreef dit neer : “Wanneer Saille me contacteerde over het “Eldritch” artwork, hadden ze een aantal grote lijnen voor me uitgewerkt qua sfeer, toon en natuurlijk ook tekstueel. Buiten dit kreeg ik min of meer carte blanche over de inhoud van het artwork. Ik had enkele ideetjes, en speelde met enkel basis schetsen, om uiteindelijk tot een sterk idee te komen wat de hoes voor het album zou vormen. De band vroeg een duistere illustratie, met horror verwijzingen, dus ik besloot om het werk statisch en groots te maken. In het begin van de samenwerking was er een hint naar een oude bibliotheek en occulte bewakers ervan, dus ik nam dit als startpunt en maakte een grote duistere structuur gebouwd in een grotachtige rotsformatie. Het was belangrijk om de kleurtoon en sfeer duister en mysterieus te houden, met een bijna onopmerkbare figuur aan de ingang van de structuur, interpreteerbaar naar wens. Het extra artwork in het booklet maakte ik in verbinding met de hoes, door in gedachten de omgeving van de structuur te gaan verkennen. Ik wilde dat het artwork niet alleen de muziek weerspiegelde, maar ook de verschillende invloeden die Saille ondergaat en gebruikt, en ik hoop dat ik daar in geslaagd ben“.

Addergebroed: “Walpurgis” is inderdaad de peer op je mule van het album. Deze track zorgt in zijn eentje dat niets meer overeen blijft. Kort maar krachtig blaast het nummer als een orkaan en daar waar Saille in het verleden steevast het gaspedaal indrukte, is “Eldricht” in het algemeen wat trager en sfeervoller. Wat geen negatief punt hoeft te zijn.

The great god Pan
Dries: Onze vrienden van Winterfylleth Simon en Chris zorgden voor de spoken words op dit nummer. Voor het eerst werkten we ook met echte hobo.

Nieuwe drummer Kevin De Leener had ook een grote impact bij het schrijven van de nummers. Zijn input vanuit drumperspectief was groter dan wat we gewoon waren, en deze factoren, nummers gebaseerd op drum en gitaren, vormden een solide basis voor onze melodische black metal. We wilden natuurlijk ook onze beste plaat ooit schrijven, de composities van de vorige platen proberen overstijgen door een verschillende aanpak qua songwriting, en ik vind dat we daarin alvast geslaagd zijn.

Addergebroed: Kevin is gekend om zijn retestrak drumwerk met vele technische tierlantijntjes. Het past Saille perfect. Doch springt “The great god Pan” in het oog door die ene simpele riff met zijn straight forward drumbeat, iets wat Niko van team dramaqueen Shining ook met regelmaat uit zijn al dan niet bekraste polsen schudt.

Aklo
Dries: Alle koren, maar vooral deze werden gezamenlijk ingezongen door iedereen binnen Saille. Video’s komen er binnenkort aan. De cleane zang is opnieuw door Jonathan en Niki.

Net zoals de vorige opnamesessies hebben we opnieuw klassieke instrumenten toegevoegd aan de nummers (in plaats van hun midi-klonen). Deze instrumenten opnemen is niet makkelijk, maar zorgt voor een authentiek karakter en helpt om de sfeer die we willen creëren te vervolledigen. Na de opnames hadden we specialist Reinier Schenk in de rangen. Hij bereidde alle nummers voor op de eindmix en -mastering. Klas Blomgren (Zweden) nam dit voor zijn rekening, wij ontdekten hem door zijn uitstekend werk voor Svart, het project van Shining’s bassist Draug.

Addergebroed: “Aklo” begint met loodzware blazers (ja?) alvorens over te gaan tot een midtempo death metalriff. Deze death metalinvloeden komen ook vaker terug dan op beide vorige albums. De zangkoren doen erg Enslaved aan, maar vormen een mooi contrast met de zware onderliggende gitaarlijnen.

Cold war
Dies: Nummer in combinatie van piano-improvisatie en monsterrif van Jonathan. Filmsample komt uit “The Thing“. Er zijn heel veel sessies nodig geweest om correct te fluiten, niet makkelijk in black metal stijl.

Eldritch” verschilt nogal van onze vorige twee albums. We wilden dat de nieuwe nummers meer gitaargeörienteerd waren, met meer pit/edge. Daarom besloten we om onze basiswerkwijze aan te passen. Onze gitaristen Reinier Schenk en Jonathan Vanderwal startten nu met het schrijven van de nummers vanuit een gitaarperspectief, om daarna de keyboards en drums er aan toe te voegen. Op onze twee vorige platen “Ritu” en “Irreversible Decay” werden de nummers net andersom geschreven, vanuit een keyboard-drum perspectief.

Addergebroed: …en dat hoor je. De synths staan ook een beetje meer op de achtergrond in de mix en de gitaarcomposities bevatten meer details en meer soli. “Cold war” komt op gang met een soort melodieuze riff die niet zou misstaan in een outro, maar trekt na enkele minuten alle registers open. Dit nummer doet me het minste. De melodie blijft eindeloos doorgaan en het nummer mist net dat speciale wat ieder nummer laat opvallen op een of andere manier.

Eater of worlds
Dries: Persoonlijk mijn favoriet van de plaat, hopelijk lukt het om van deze een lyric video klaar te krijgen voor de releasedatum, maar we houden ons zoveel mogelijk weg van deadlines de komende tijden, dat werkt niet echt bevorderlijk, deze op “Eldritch” waren redelijk hectisch om te halen. De plaat komt opnieuw uit in een mooie digipak editie, dus besloten we om extra inspanning te doen om het extra interessant te maken. We zijn dan ook heel trots op het booklet, wat quotes bevat van alle schrijvers met toestemming van de auteurs zelf of hun erfgenamen. Zelfs Stephen King gaf z’n toestemming, het nummer “Eater of Worlds” is namelijk gebaseerd op het boek “It“. De quotes worden weergegeven naast de tekst, zodat een vergelijking /inspiratie makkelijk mogelijk is.

Addergebroed: Dries slaat hier de nagel op de kop. Toen “Eldritch” voor het eerst door mijn speakers knalde, gaf “Eater of worlds” me een instant oorgasme. De blazers klinken zeer heroïsch en hun klank is perfect. Ook mijn favoriet!

Red death
Dries: Voor deze plaat hebben we, aangezien Shumcot studio werd opgedoekt, alle opnames zelf voor onze rekening genomen. Ieder nam thuis zelf z’n instrumenten op. Zang en koren werden bij drummer Kevin opgenomen. Dit liep oorspronkelijk vlot, maar we hebben toch beslist om het voor de volgende plaat toch opnieuw allen samen in één studio te gaan doen. De hoeveelheid extra werk om alle files van alle nummers op de correcte plaats te zetten en aan te passen hadden we wat onderschat. Gelukkig waren we net na de release van “Ritu” gestart met het volledige pre-productieproces, waardoor de deadline niet in het gedrang kwam.

Addergebroed: Gitarist Reinier heeft dit nummer op zijn conto staan en er is bewust geen blastbeat ingestoken. Het langzame en onheilspellende “Red death” kabbelt lekker voorbij. De productie komt ook het best tot zijn recht in de tragere nummers. En dat is zowat het enigste minpuntje van “Eldritch“; de productie. Het mag geweten worden dat ik een aversie heb voor steriele producties, maar dit soort atmosferische metal schreeuwt om een cleane aanpak. Dat begrijp ik. Toch gaat Saille deze keer net iets té ver. Met name de drums klinken zo bewerkt dat heel wat software digitale drums natuurlijker laten klinken dan wat hier voorgeschoteld wordt. Vooral de snaredrum blijkt een dooddoener te zijn. Tijdens snelle passages zuigt hij de rest van het geluid een beetje op. Een productie zoals die van “Nexus polaris” van Covenant zou Saille perfect passen.

Dagon
Dries: Alle teksten van de nummers op “Eldritch” werden geschreven door Sailles zanger Dennie en vinden hun oorsprong in horror literatuur, zowel klassiek, turn-of-the-20th-century als moderne verhalen en boeken. De teksten tonen de ware aard van horror zoals dit opgevat werd in verschillende tijden en vormen. Ze vervolledigen de nummers door er het ontastbare, onaangename en dus de horror aan toe te voegen op een organische manier. We hadden niet de bedoeling om een album te schrijven wat geïnspireerd werd door H.P. Lovecraft, maar zijn invloed is opnieuw opvallend over de gehele plaat en kan niet genegeerd worden. Sterker nog, de bron van elk nummer (behalve “Walpurgis” – gebaseerd op Goethes “Faust“) kan beschouwd worden als proto-, post- of volledig Lovecraftiaans.

Addergebroed: Dennie mag een dikke vette Oscar in ontvangst nemen voor zijn prestaties. Nog nooit, en ik heb Dennie al heel vaak mogen aanhoren, heeft de beste man zo goed geklonken. Zijn screams klinken natuurlijker dan ooit. Agressief en gevarieerd; Attila- geknor, diepere screams, Burzumesque-speenvarkensgekrijs en een heel scala aan cleane gezangen, op “Eldritch” hoor je het allemaal. Op “Ritu” was het van “Iä! Iä! Cthulhu Fhtagn“. Nu weerklinkt “Iä! Dagon“. Voor de die hards: wederom vintage Mortifer invloeden hier!

Carcosa
Dries: Ik ben nog nooit zo tevreden geweest van een plaat als van “Eldritch“, had al een goed gevoel vanaf de eerste basis van de pre-productie. De nummers staan als een huis, en de tegenslagen die we onderweg te verwerken kregen waren makkelijk op te vangen door het vertrouwen in de nummers. Misschien een minpunt is dat we iets te weinig tijd hadden goed over de eindmix na te denken, maar dit is aan de andere kant ook een pluspunt, gewoon op je gevoel afgaan en je brein in z’n hokje laten zitten.

Addergebroed: Saille heeft met “Ritu” al bewezen dat hun skills geen toeval waren. “Eldritch” bevestigt alleen maar. Enerzijds ga je nu een resem zeikerds tegenkomen die zeggen dat Saille steeds uit hetzelfde vaatje put en de nieuweling niks openbaarlijks tevoorschijn tovert. Anderzijds mag wel duidelijk vastgesteld worden dat Saille 3 maal na elkaar wereldklasse albums uitbrengt. Het is weinig bands gegeven. En los daarvan verschilt “Eldritch” wel op enkele subtiele vlakken: minder synths op de voorgrond, een meer dreigendere sfeer, nog meer gevarieerde gezangen en een habbeklats meer death metalinvloeden. Enkel de zwakke drumproductie is een hekelpunt, maar daar zal niet iedereen zich aan storen. Als Carach Angren wereldfaam oogst, mag onze Vlaamse (pardon, met een snuifje Amsterdam) Dimmu Borgir datzelfde doen. That is not dead which can eternal lie!

Flp: 86/100

Saille – Eldritch (Code666 2014)
1. Emerald
2. Walpurgis
3. The great god Pan
4. Aklo
5. Cold war
6. Eater of worlds
7. Red death
8. Dagon
9. Carcosa