belgië

RDS-220 – Hell is truth seen too late III & IIII

Enkele maanden na de overrompelende release van delen I en II slaan de heren John M. en Siegried H. met delen III en IIII van hun “Hell is truth seen too late” reeks genadeloos hard terug. Het concept is ongewijzigd gebleven: met andere woorden zijn het opnieuw twee tapes vol ziedende black metal met één song op elk kant en telkens een andere gastzanger per tape. Op de eerste cassette verzorgt Paulo Rui van de Portugese grindcore band Besta de vocalen en op deel IIII horen we de Fransman Dehn Sora van Throane en Treha Sektori. Hoewel beide heren niet echt een black metal-achtergrond hebben, leveren ze een voortreffelijke prestatie. “Numbers delight” klinkt razend en woest zoals we ondertussen van de band gewend zijn en de geprogrammeerde drums ratelen als een bezetene. In vergelijking met delen I en II is de helse bak lawaai op deel III met iets meer industrial en machinale invloeden doorspekt (“Lost god“). Het acht minuten durende “Onction” bevat tussen al het grof geschut door ook mid-tempo riffs, enkele futuristisch aandoende effectjes en een melodieuze gitaarsolo die voor een welgekomen afwisseling blijven zorgen want eenmaal de band op dreef is, hakken de militaristisch aandoende staccato-drums er genadeloos hard op in. Ook “Des bris dans une prisme” heeft naast al het geweld meer oog voor melodie waardoor deel IIII duidelijk het meest melodieuze is. Maar laat u niet misleiden want eens de laatste tonen uitgestorven zijn, worden de helrode striemen die de geselende riffs hebben nagelaten duidelijk zichtbaar in onze ziel. Liefhebbers van razendsnelle black à la Marduk of Mysticum of andere industrial-black metal bands moeten dit zeker eens een kans geven. Maar wees snel, want er zijn opnieuw slechts 50 stuks beschikbaar.

JOKKE: 82/100

RDS-220 – Hell is truth seen too late III & IIII (Svart Blod Records 2018)
Tape 3 – Chapter III
A – Numbers delight
B – Lost god
Tape 4 – Chapter IIII
A – Onction
B – Des bris dans une prisme

Advertenties

Onrust – De oogst

Een tijdje terug viel vanop de verre parking – euh, Antwerpen – een zilveren schijfje op mijn West-Vlaamse deurmat. Het bleek het debuutalbum van onze landgenoten Onrust te zijn. Een tijdje terug begon helaas ook een zeer hectische examenperiode en moest er ook een thesis ineengeflanst worden, dus kwam van reviewen helaas even niet veel in huis. Driewerf hoera want ik ga een lange zomer tegemoet, kan terug in mijn pen kruipen én Onrust wist me danig te verrassen! Nadat de door u allen beminde Jokke zijn drumstokken helaas moest opbergen tijdens het schrijfproces van het debuutalbum “De oogst” werd vervanging gezocht en gevonden (Sam Wouters) en kon de band lustig verder musiceren. Dat Onrust er niet zo’n positief mens- en wereldbeeld op nahoudt wordt al snel duidelijk na een blik te werpen op de bevreemdende en afstootwekkende (en da’s positief bedoeld!) albumcover en het doornemen van de titels: “Verderf” en “Progeria” bijvoorbeeld roepen niet bepaald beelden op van een zomerse strandwandeling op. Deze eerstgenoemde track knalt het album meteen op gang en brengt een zwaar post-metalgeluid ten gehore, waarbij de hese zang van Ruben Birrell bijwijlen aan een minder rauwe versie van Kirk Windstein (Crowbar) doet denken. U hoort het al: geen zuivere black metal review van mijn hand deze keer, wel recht-voor-de-raap sludge met tal van elementen die we ook bij post-black metal en post-hardcore terugvinden, een mix die mij wel vaker weet te bekoren. “Progeria” zet de trend verder en wisselt agressieve, in-your-face passages af met bezwerende heldere gitaarlijnen die voor de welkome rustpunten zorgen. Bewust of onbewust slopen er ook enkele invloeden van het gerevereerde Fall of Efrafa in het album, iets wat op “Het nest” vooral duidelijk wordt (ook het gebruik van de Obama-sample als intro is hieraan debet), terwijl het titelnummer dan weer enkele knipogen richting Amenra bevat. Onrust weet een duidelijke rode draad doorheen het vijfenvijftig minuten durende album te trekken en levert een zeer sterk samenhangend werk af. Als debuutalbum kan dat wel tellen. Het volledige plaatje klopt: muzikaal is het album bijzonder coherent en de troosteloosheid en zweem van misantropie vinden een sterke echo in de songtitels en albumhoes. Dat de mix werd verzorgd door Bo Engelen, het eigenlijke meesterbrein achter de groep, verdient enkel maar pluspunten: de plaat klinkt bijzonder dynamisch en wordt gekenmerkt door een vol geluid waarbij elk instrument goed tot zijn recht komt. Onrust had duidelijk een heldere visie voor ogen bij het schrijven en opnemen van dit eerste wapenfeit, en weet deze bijzonder vlot over te brengen. Helaas moesten ze hun optreden in Gent van vorige week afzeggen, want ik was benieuwd of een live vertolking van “De oogst” even intens zou zijn. Simpel gezegd: Onrust brengt ons dit jaar één van de interessantse albums van Belgische bodem, waarbij een klemtoon op gevoel in plaats van techniciteit gelegd wordt en die je bijna een uur lang in vervoering weet te brengen. Het zilveren schijfje draaide al meerdere rondjes en het ziet ernaar uit dat het dat nog een tijdje zal blijven doen. Knap!

CAS: 86/100

Onrust – De oogst (independent 2018)
1. Intro
2. Verderf
3. Progeria
4. Eindig
5. Het lege geloof
6. Beschadigd
7. Het nest
8. Onrust
9. The outcast

Forbidden Temple/Ultima thule – Split

New Era Productions presenteert ons middels de samenwerking tussen Forbidden Temple en Ultima Thule een heuse derby der Lage Landen. Beide bandnamen deden bij ondergetekende geen belletje rinkelen; blijkt ook dat het twee relatief nieuwe spelers in het black metal-circuit zijn. Het uit Vlaamse velden ontsproten Forbidden Temple werd pas in 2017 door de heren Agaliarept en Tenebrae opgericht en bracht voorafgaand aan deze collaboratie reeds drie demotapes uit. De productie en uitvoering van hun old-school black metal, het rudimentaire zwart/witte artwork en de algemene instelling en présence van de band ademen underground uit (zonder al té lo-fi te zijn) en dat zal hoogstwaarschijnlijk ook in de toekomst (bewust) zo gehouden worden. Op ondersteunende keyboardlijntjes na, horen we geen franjes en moeilijkdoenerij, maar simpele riffs en drumpatronen die er desalniettemin in slagen om nostalgische gevoelens op te wekken naar een tijd waarin beide knapen nog niet geboren waren of op zijn minst nog in de luiers zaten. Het Nederlandse Ultima Thule heeft met de in 2017 verschenen demo “Enthralling lunar majesty” reeds één wapenfeit op haar palmares staan. Er vallen heel wat parallellen te trekken tussen beide bands want ook hier is een duo aan het werk dat old school primitieve black produceert waarbij – door velen verguisde maar blijkbaar terug van weg geweest zijnde – keyboards ingezet worden voor extra sfeer en gezelligheid. De sound is iets voller vergeleken met die van hun zuiderburen, de instelling een tikkeltje agressiever en de uitvoering verloopt wat vlotter. De heren hebben waarschijnlijk dan ook meer ervaring en jaren op de teller staan. Beide bands hebben mijn interesse weten wekken en hun toekomstige queesten zullen verder gevolgd worden. Voor liefhebbers van Graveland en consorten.

JOKKE: 74/100 (Forbidden Temple: 72/100 – Ultima Thule: 76/100)

Forbidden Temple/Ultima Thule – Split (New Era Productions 2018)
1. Forbidden Temple – Intro
2. Forbidden Temple – Call from the ancient woods
3. Forbidden Temple – Arrival of pagan flames
4. Forbidden Temple – Massacre winds
5. Ultima Thule – The howling fog
6. Ultima Thule – False light dies in their eyes
7. Ultima Thule – Silence and snow

Wolvennest – Void

De debuutplaat van ons eigenste Wolvennest hakte twee jaar geleden fameus op mijn ziel in. Gelijktijdig met het spelen van shows om dit meesterwerk op de bühne te vertolken, werkte deze roedel wolven naarstig aan een opvolger zodat we twee jaar later weeral mogen genieten van het spiksplinternieuwe “Void“. Het mooie aan Wolvennest is dat een allegaartje aan muzikanten uit verschillende “scenes” zoals alternatieve rock, metalcore, black metal en drone, binnen de band een vruchtvolle samenwerking aangaat wat resulteert in een begeesterende mix van krautrock, psychedelica, ambient, drones en stoner die baadt in het mysterieuze aura van black metal. Daar waar het gelijknamige debuut nog samen met enkele leden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand werd geschreven, hebben onze wolven en wolvin de klus nu helemaal zelf geklaard. Nog steeds straalt de muziek middels haar lange instrumentale passages, repetitieve dreunende ritmes en subtiele climaxopbouwen een bedwelmende en trance opwekkende gloed uit. Nieuw ingrediënt zijn de Oosterse invloeden die onder andere in het gitaarwerk van de fantastische opener “Silure” geslopen zijn. Pas vanaf “Ritual lovers” duiken de hypnotiserende ietwat sensuele vocalen van frontvrouw Shazzula op die je langzaamaan de dieperik mee insleuren. Als bovenop de zware onderstroom dan nog een psychedelische solo en de nodige synth-effecten opduiken, wordt de bedwelmende roes alleen maar groter en duurt het nadien ook even alvorens ik terug op deze wereldbol beland en merk dat het tijd is om kant B op te leggen van deze van-een-fantastische-hoes-voorziene dubbelelpee. De titeltrack bevat allerlei spookachtige effecten en Shazzula klinkt hier als een proclamerende heks die een occult ritueel opdraagt dat het einde der tijden lijkt in te leiden. Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik dan ook een mysterieus landschap opdoemen waaraan alle kleur en leven zich langzaamaan onttrekt totdat er één grote desolate leegte overblijft. De ondergang van het mensdom is op twaalf minuten in kannen en kruiken. “L’heure noire” is een lichtopvretende symbiose tussen psychedelica en onheilspellende black metal waarbij er zelfs blastbeats in de strijd gegooid worden. De mannelijke vocalen worden hier op gepaste wijze vertolkt door Alexander von Meilenwald die ingewijden zullen kennen van het geniale The Ruins Of Beverast. Net zoals de opener bevat ook “The gates” een oosterse insteek middels Arabische bezweringen die vertolkt worden door Ismail Khalidi en een duister samenspel vormen met de in het Frans vertolkte vrouwelijke zanglijnen. “Void” werd ingeblikt onder het alziend oog van duivel-doet-al Déhà die tevens ook de drums inspeelde en de zeventien minuten durende kolos “La mort” voorzag van piano en vocalen. “Void” is opnieuw een klepper van formaat geworden waarbij elke song haar eigen identiteit heeft en bijdraagt aan dit avontuurlijk en occult muzikaal ritueel dat een blik aan emoties bij de luisteraar weet open te trekken. Straffe bende!

JOKKE: 92/100

Wolvennest – Void (Ván Records 2018)
1. Silure
2. Ritual lovers
3. Void
4. L’Heure noire
5. The gates
6. La mort

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum

Het Noorse Terratur Possessions heeft enkele van haar bands laten gaan, waardoor het nieuwste teken van leven van Prosternator bij Iron Bonehead opduikt. Het debuut “Abyssus abyssum invocat” van dit internationale gezelschap wist ons bij Addergebroed duidelijk te imponeren. Voor deze nieuwe split-release werd een partner in crime gevonden in een ander pan-Europees collectief genaamd Ancient Moon, waarachter individuen uit België, Frankrijk en Zwitserland zouden schuilgaan. Ook Ancient Moon heeft slechts één voorgaande release (“Vvltvre” die in 2015 via Sathanath Records verscheen) die ik dringend eens moet opsnorren, want wat ik hier te horen krijg, klinkt alvast duivels lekker. Ancient Moon leverde slechts één track aan voor deze collaboratie, maar “Hekas hekas este bebeloi” klokt wel meteen op achttien minuten af. In die tijdspanne horen we occulte black metal waarbij een repetitieve, hypnotiserende, ietwat lo-fi zoemende gitaarriff gedurende de eerste zeven minuten de ruggengraat van het nummer vormt, ondersteund door blastende drums en een gevarieerd vocaal klankenpallet waarbij demonische screams en sacraal aandoende cleane zang dikwijls simultaan de mystieke teksten verkondigen. Subtiele keyboards geven tevens een kosmische toets aan het geheel. Net voorbij de negen minuten grens volgt er een stukje dat wat aan mid-tempo Aosoth doet denken om vervolgens naar sacrale koorzang en een mix van ritualistische ambientklanken en black metal over te gaan. Tenslotte worden er tremolo picking riffs bijgehaald om dit epos van een beklijvende apotheose te voorzien. Prosternatur voorziet bijna evenveel minuten speelduur maar deelt haar verhaal wel op in drie afzonderlijke tracks. Hoewel de productie net iets beter en de densiteit voller is, passen beide bands wonderwel perfect bij mekaar. Van de drie mysterieus getitelde songs is het met cleane gitaren ingezette “Zi dingir isatum kanpa!” meer mid-tempo van aard terwijl het trio in de twee andere nummers het tempo opdrijft. Doorheen de razernij van “Ana harrani sa alaktasa la tarat” priemt zich een repetitieve gitaarmelodie en “Usella mituti” klinkt enerzijds lekker agressief en anderzijds creepy door de angstwekkende vocalen en duistere ambientintermezzo’s. Heerlijke split voor al wie kwijlt bij occulte, ritualistische black metal!

JOKKE: 84/100 (Ancient Moon: 82/100 – Prosternatur: 86/100)

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum (Iron Bonehead productions 2018)
1. Ancient Moon – Hekas hekas este bebeloi!
2. Prosternatur – Ana harrani sa alaktasa la tarat
3. Prosternatur – Zi dingir isatum kanpa!
4. Prosternatur – Usella mituti

Panchrysia – Dogma

Onze landgenoten Panchrysia draaien al heel wat jaartjes mee in de Belgische black metal scene, maar tot een internationale doorbraak naar het grotere publiek is het nooit echt gekomen, hoewel hun oudere albums zeker gehoord mogen worden en het nodige potentieel in zich hadden. De vorige langspeler “Massa damnata” dateert alweer uit 2011 en eigenlijk had ik de band al lang opgegeven tot ze vorig jaar plots op de affiche van een gig met Wederganger en Djevel in de Antwerpse concertzaal Het Bos opdoken. Via Facebook werd gelost dat Panchrysia in de studio zat en enkele maanden later, ligt “Dogma” hier haar rondjes te draaien. Panchrysia is altijd al beïnvloed geweest door de grotere Noorse (lees Satyricon qua muziek) en Zweedse (lees Marduk qua vocalen) namen en die invloed kan op de nieuwe plaat ook moeilijk weggestoken worden. Het nieuwe Russische label Satanath raadt het album ook aan aan liefhebbers van Bell Witch, maat wie dat schreef had duidelijk te veel vodka gedronken, want met de tergend trage funeral doom van dit duo hebben de zwartmetalen klanken van Panchrysia toch bitter weinig te maken hoor. “Each against all” begint aanvankelijk nog tamelijk rustig in de stijl van de meest recente Satyricon platen, maar eens de vocalen invallen wordt het al gauw spannender dan wat de Noren ons tegenwoordig voorschotelen. De opener klinkt heel melodieus inclusief mooie solo en door de semi-cleane/semi-raspende zang hangt er ook een occult sfeertje over de song gedrapeerd. “Salvation” trekt de lijn van het eerste nummer grotendeels verder, maar klinkt minder geïnspireerd en kan me pas naar het einde toe bekoren. Geef me dan maar een songs als “Gilgamesh” waar een Mortuus-vibe in de vocalen van Zahrim zit, hoewel het tempo een pak lager ligt dan in de doorsnee Marduk-song. Spoken-word samples zorgen bovendien voor een moderne toets. Gelukkig wordt het gaspedaal na de melodieuze intro van “Kairos” toch even dieper ingetrapt, want anders zou de verveling wel beginnen toeslaan. Halverwege het nummer slaat de balans echter opnieuw over naar de melodieuze kant en een trager tempo en volgt een Watain-achtige melodieuze solo. Als je een nummer de titel “War with heaven” meegeeft verwacht je daadkrachtige muziek en dat is gelukkig wel het geval in deze song evenals in “Never to see the light again” dat opnieuw samples en sneller werk laat horen. Het hieronder geposte “28 steps” is lekker opzwepend en is wat mij betreft één van de beste songs van de plaat. Afsluiten doet Panchrysia met het sterke en overtuigende “Rats“, dat aanvankelijk met een jazzy intro-sample van start gaat en waarin later – bewust of onbewust – een serieuze knipoog naar Emperor wordt gegeven want enkele riffs uit de finale van het nummer lijken wel héél hard op die uit “Into the infinity of thoughts“. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo duidelijk lager en heeft het venijn plaats geruimd voor de nodige melodie. Hierdoor heeft Panchrysia een gelijkaardige evolutie als een Satyricon doorgemaakt, hoewel onze landgenoten toch een stuk overtuigender uit de hoek weten te komen dan Satyr en Frost.

JOKKE: 80/100

Panchrysia – Dogma (Satanath Records 2018)
1. Each against all
2. Salvation
3. Gilgamesh
4. Kairos
5. War with heaven
6. Never to see the light again
7. 28 steps
8. Rats

Wiegedood – De doden hebben het goed III

Wiegedood is goed op dreef en lijkt onvermoeibaar door te gaan zowel qua touren als qua uitbrengen van nieuw plaatwerk. In een kleine drie jaar tijd hebben onze landgenoten, die ook voltallig terug te vinden zijn in de line-up van Oathbreaker, hun trilogie “De doden hebben het goed” afgerond. Delen I en II zijn ondertussen grijsgedraaid en ook het nagelnieuwe derde hoofdstuk dat via Century Media verschijnt, zal hier de komende jaren ongetwijfeld nog de nodige rondjes draaien. Zoals de traditie het wil, prijken er opnieuw vier songs op de tracklist en klokt het geheel op iets meer dan een half uur af. Ten opzichte van de voorganger vallen er geen wereldschokkende veranderingen te bespeuren of het moeten de diepe keelgezangen aan het einde van “Prowl” zijn. Het tempo ligt meermaals verschroeiend hoog (wat is drummer Wim toch een beest!), de riffs zijn bovengemiddeld sterk en de – zij het ietwat monotone – hese krijsen van Levy klieven doorheen de razernij. Enkel in “Doodskalm” en de meer dan twaalf minuten durende titeltrack wordt met een voor atmosferische USBM typerende eb-en-vloed dynamiek gespeeld zoals Wiegedood eerder hanteerde op haar debuut, maar waarbij het eindstuk van het eerst vernoemde nummer wel gevaarlijk dicht naar recyclage van eerder materiaal neigt (de titeltrack van het debuut om specifieker te zijn). In de andere songs klinkt het allemaal wat Noorser hoewel er in enkele breaks van “Doodskalm” en de tremolo riffs van “Parool” ook Zweedse elementen te bespeuren vallen (in de afsluiter hoorde ik wat Setherial ten tijde van “Nord…” voorbijkomen). Criticasters die beweren dat het succes van de band een gevolg is van de link met Amenra zullen er altijd wel zijn (en dat mag ook) en de duivel houdt zich hier mijlenver vandaan, maar voor mij bewijst Wiegedood toch dat ze deze razende pot black metal recht en diep vanuit het hart brengt en verre van een ééndagsvlieg is. Benieuwd naar de performance op Roadburn maar vooral ook naar de releaseshow in de Kreun waar het trio eenmalig de drie albums volledig in chronologische volgorde gaat spelen. Dat gaat vuurwerk geven!

JOKKE: 88/100

Wiegedood – De doden hebben het goed III (Century Media 2018)
1. Prowl
2. Doodskalm
3. De doden hebben het goed III
4. Parool