belgië

Cult Of Erinyes – Tiberivs

Het Romeinse rijk heeft al menig metalband inspiratie gebracht, zo ook ons eigenste Cult Of Erinyes dat op haar nieuwe derde langspeler de periode van de heerschappij van Tiberius Iulius Caesar Augustus bezingt en muzikaal in kaart brengt. Het is een heerlijke vijfenvijftig minuten durende rituele black metal trip geworden waarin heel wat interessants te beleven valt en tal van (gast)muzikanten een bijdrage leveren zoals de Zweedse bassist Alex (Craft, Hypothermia) die goed hoorbaar de dikke snaren bespeelt in de intro “Achaea, 41 B.C.“. Cult Of Einyes is nog steeds het geesteskind van Corvus die op deze plaat door heel wat broeders van zijn andere bands (Psalm, Wolvennest) wordt bijgestaan. De vinnige, snijdende, maar bij momenten ook pakkende en meeslepende black – check die geweldige opener “Nero (divine providence)” waarin al deze facetten reeds aan bod komen – wordt door zanger Mastema met zijn uitbundige en variërende vocalen naar een nóg hoger niveau getild. Spijtig dat het zijn zwanenzang is geworden maar toch ook benieuwd hoe Déhà het er voortaan zal afbrengen als opvolger. Dit multi-talent is geen onbekende voor de band aangezien hij op “Tiberivs” ook al keyboard en gitaarpartijen verzorgde evenals de drumprogrammering, wat er trouwens écht niet aan te horen is (live zal de drummer van LVTHN en Kosmokrator achter de drumkruk kruipen). Déhà nam tevens de erg geslaagde mix en mastering – waarbij voldoende ademruimte werd gegeven voor de gelaagdheid van de muziek – voor zijn rekening nam. “Tiberivs” is duidelijk een conceptplaat die je in zijn geheel dient te ondergaan maar zijn geheimen slechts mondjesmaat prijsgeeft. De bijwijlen complexe songstructuren en licht progressieve invalshoek zijn hier debet aan, hoewel er ook voldoende furieuze recht-door-zee blastfestijnen te beleven vallen. Na een paar luisterbeurten springt de wolf, die op het cover artwork te zien is, uit de dichte mist om je bij je nekvel te grijpen en je mee te sleuren in deze overdonderende historische flashb(l)ack. “Germanicvs” is halfweg de plaat nog zo’n toptrack waarin met verschillende tempo’s gespeeld wordt en enkele killer riffs én solo’s de revue passeren, maar waarin ook ruimte voor atmosfeer behouden blijft. Afsluiten doet Cult Of Erinyes in stijl met het epische elf minuten durende “For centuries to come” dat in het beklijvende melancholische middenstuk meermaals aan het Zweedse Shining doet denken. “Tiberivs” is een plaat waarop old én new school black broederlijk hand in hand gaan en die weinig black metal liefhebbers onberoerd zal laten.

JOKKE: 88/100

Cult Of Erinyes – Tiberivs (Code 666 2017)
1. Achaea, 41 B.C.
2. Nero (divine providence)
3. Casus belli
4. Bred for war
5. Loner
6. Germanicus
7. First of Men
8. Damnatio memoriae
9. For  centuries to come

Advertenties

Possession – Exorkizein

Met de demo “His best deceit” en twee EP’s (“Anneliese” en “1585 – 1646“) op zak heeft het uit Namen afkomstige Possession al heel wat verdorven en bezeten black/death/thrash-metal zieltjes voor zich weten winnen. Na heel wat oefenruimteperikelen en een herschikking in de line-up, waarbij bassist V. Viriakh voortaan de microfoon ter hand neemt ter vervanging van de vertrokken Mestema en S. Iblis (ex-Maleficence) de dikke snaren voortaan zal bespelen, besmeurt het kwartet deze zonnige zondag met haar debuut “Exorkizein“. Possession geeft haar muziek steeds een historische insteek en in het geval van de nieuwe plaat is dat het leven en werk van eerwaarde Gabriele Amorth, de laatste exorcist van Rome die in september 2016 op 91-jarige leeftijd overleed. Op de tonen van Beethoven’s “Moonlight sonata“, waardoor ijselijke gillen van een in Griekenland uitgevoerd exorcisme weerklinken, wordt de juiste toon gezet voor zesendertig minuten opzwepende en primitieve black/death-metal met een flinke portie thrash-bevlogenheid à la oude-Bathory en Hellhammer. Hoewel de jongens volwassener geworden zijn, klinkt nog steeds een jeugdige bevlogenheid doorheen de songs. Dit is geen kernfysica of hogere wiskunde – en dat is ook absoluut geen vereiste bij dit soort bestiale herrie –  maar de repetitieve riffs en eentonig hakkende drumtempo’s weten niet over de gehele lijn te overtuigen. Wanneer we halverwege bij “In vain” aanbeland zijn, verdwijnt de voet van het gaspedaal en weet Possession meer te beklijven. Ook “Take the oath” en de bijna acht minuten durende afsluiter “Preacher’s death” – met overigens knap soleerwerk – zijn afwisselender en dynamischer, waardoor de tweede helft van het debuut me meer bevalt dan het begin. En hoewel V. Viriakh zich allesbehalve slecht van zijn nieuwe taak kwijt, was ik meer voor de occulte charmezang van Mestema te vinden. Op muzikaal gebied teert Possession op de old-school waarden van de extreme metalscene en ook op artistiek vlak werd naar aloude traditie gekozen voor een blasfemisch zwart-wit-ontwerp van Christophe Moyen (o.a. Archgoat, Incantation, Absu, Vader en zo veel meer bands) om de hoes van de plaat te sieren. Allesbehalve een slecht debuut, hoewel ik er net iets meer van verwacht had op basis van de sterke EP’s.

JOKKE: 79/100

Possession – Exorkizein (Iron Bonehead Productions/Invictus Productions 2017)
1. Intro
2. Sacerdotium
3. Infestation – Manifestation – Possession
4. Beast of prey
5. In vain
6. Take the oath
7. Preacher’s death

Heimat – Vrijbuiter

De boerenzonen van Heimat hebben hun schimmelschuur nog eens achtergelaten om hun riek, spade en pikdorser in te wisselen voor gitaren en een drumstel en de zwarte herrie die daar uit voortsproot vast te leggen voor het nageslacht. Hun demo uit 2004 staat netjes tussen oude CD’s van Hecate Enthroned en Helheim stof te vergaren, hoewel die destijds best te pruimen was. Nadien verscheen er met “Sibbevader” (2008), “Heem” (2012) en nu met “Vrijbuiter” om de vier à vijf jaar een nieuwe langspeler. Doorheen de jaren heeft de line-up enkele wijzigingen ondergaan, maar anno 2017 bestaat Heimat uit keler Strop (Gotmoor), snarenplukker Storm (Gotmoor, ex-Paragon Impure), vellenmepper Boër-Ka (ex-Theudho, ex-Bellator) en bassist Fenrir (ex-Finsternis, ex-Garmenhord, ex-Bellator). Ik dacht eerlijk gezegd dat Heimat al lang dood en begraven was maar met het fraaie “Vrijbuiter“-pakket, dat bestaat uit een CD, een vinyl, een tekstvel en enkele stickers, komt het kwartet plots uit het niets opgedoken en presenteert het zich alvast op een professionele manier. Qua ideologie bevindt de band zich op de schemerzone van de goede smaak, waardoor ik het verre van eens ben met tekstflarden zoals “Verzet – Gevangen in de samenleving – Die niet langer de mijne is – Waar de adem afgesnoerd wordt – Door de stank van vervreemding.” Laten we het dus maar bij de muziek houden. Ook hier laat Heimat zich van haar lelijkste kant (echter positief bedoeld nu) zien met een geluid dat het midden houdt tussen jaren negentig Noorse black met lichte pagan-invloed (think oude-Enslaved en Taake). Enkel in “De ondergang van mijn avondland” zorgen cleane zangkoren voor een strijdvaardig gevoel, want op de rest van de plaat staat vooral het re-creëren van een authentiek recht-voor-de-raap black-metal-zonder-franjes-gevoel voorop. Naar aloude traditie wordt ook nu weer een nummer van hun demo gerecycleerd, waarbij de eer nu aan muilpeer “Erfgoed” te beurt valt. In een kleine vijfendertig minuten zijn de negen nummers erdoor gejaagd en heeft dit plaatje best voor een adrenalinestoot weten zorgen.

JOKKE: 77/100

Heimat – Vrijbuiter (Heydensch Meetael 2017)
1. De ondergang van mijn avondland
2. Prooi
3. Verzet
4. Bloedwraak
5. Erfgoed
6. Een wolf in mij
7. Schandaal
8. Monddood
9. Woudvuren

Emptiness – Not for music

Emptiness, die mannen gaan al een eeuwigheid mee. En het was blijkbaar ook al een eeuwigheid geleden (sorry) dat ik ons Brussels geweld had gehoord. De eigenzinnige death metal ten tijde van “Oblivion” is alles behalve representatief voor wat Emptiness heden ten dage brengt. Het kantje eraf is meer dan ooit vertegenwoordigd en extreme metal wordt quasi achterwege gelaten. “Not for music” is langspeler nummer 5 en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat Emptiness de verzadigde scène nieuw leven kan inblazen. Beangstigend en onheilspellend zijn de kernwoorden die als een rode draad doorheen de plaat lopen. Vreemde gitaarpartijen domineren een synth ondersteund donker sfeertje, als ware de perfecte soundtrack voor een creepy griezelfilm. Een beetje zoals ook Terra Tenebrosa dat kan. Het metalelement verdwijnt soms volledig. “Your skin won’t hide you” en “Ever” klinken erg soft en laatste neigt zelfs naar eighties pop. And I fucking love it! Het geheel wordt aan mekaar gezongen, eerder gefluisterd, door Jeremies sfeervolle (ja, hoe noem je dat) fluistergrunts. Enerzijds geeft dit alles een originele touch, maar anderzijds mist het variatie. “Not for music” is een erg duister en innovatief album. Eentje waarnaar je echt kunt luisteren. Maar hem oneindig keren per dag laten draaien, lukt me niet, daarvoor ligt hij te zwaar op de maag. Seaons of Mist heeft dit alles ook gemerkt en Emptiness onderdak geboden. Sterk bezig!

Flp: 83/100

Emptiness – Not for music (Season of mist 2017)
1. Meat heart
2. It might be
3. Circle girl
4. Your skin won’t hide you
5. Digging the sky
6. Ever
7. Let it fall

Entartung – Baptised into the faith of lust

Niets is wat het lijkt. De black metal band Entartung staat algemeen gekend als zijnde een duo met heimat bij onze Oosterburen, maar wij bij Addergebroed weten wel beter. Voorganger “Peccata mortalia” ging er drie jaar geleden in als zoete koek, benieuwd wat de band op de nieuwe langspeler ten berde brengt. Veteranen Lykormas (gitaar en zang) en Vulfolaic (zang, bass, keyboards) lieten zich voor langspeler nummer drie bijstaan door een drummer van vlees en bloed en hoewel de geprogrammeerde drums op de voorgangers verre van storend waren, draagt Haistulf bij aan het organisch geheel. Dat de heren hun talen kennen, moge duidelijk wezen, want met songtitels in het Latijn, Engels, Zweeds, Hindi en Frans valt er heel wat te vertellen. Bovendien hebben ze tijdens de lessen geschiedenis, literatuur en filosofie ook goed opgelet want op tekstueel vlak verkennen de zeven songs de meer obscure kant van enkele historische gebeurtenissen, de waanvoorstelling die religie is en de schrijfselen van Fyodor Dostoyevsky, Selma Lagerlöf, Charles Baudelaire en Hermann Löns. Het cover artwork neemt bovendien een bizar loopje met orthodoxe iconografie. Over naar de muziek nu! Hoewel ik dus zo mijn twijfels heb over de Duitse achtergrond van het trio, klinkt de black metal die ze ons veertig minuten lang voorschotelen, wel über Germanisch, met in “Der werwolf” een dikke vette knippog naar een act als Farsot. Ook niet-Duitse bands à la Sargeist en Arckanum kunnen als referentiebron dienen. Het klinkt nét allemaal een tikkeltje ruwer en donkerder dan voorgaand werk en met akoestische of piano intermezzi wordt nu zuiniger omgesprongen (op “Agni kravyad” en “Hymne à la beauté” na). Hoewel de sound dus ietwat naar de essentie herleid is, blijven de songs wel goed in het gehoor liggen. Neem nu de melodie van “Vices of the prophet” bijvoorbeeld waar ik vanavond waarschijnlijk mee ga slapen. Echt gevaarlijk klinkt het echter allemaal niet en de ietwat vlakke zang zou wat meer diepgang mogen krijgen. De band opereert regelmatig in midtempo regionen, hoewel naar het einde van de plaat in “Der werwolf” en “Black dog of God” het gaspedaal wel eens langere tijd dieper ingedrukt wordt. Ik hoor Entartung dan ook het liefst met wat peper in hun reet. Al bij al een meer dan degelijke derde plaat hoewel ik toch een ietsiepietsie op mijn honger blijf zitten.

JOKKE: 80/100

Entartung – Baptised into the faith of lust (World Terror Committee 2017)
1. Resurrectio mortuorum  
2. Vices of the prophet
3. De sura frukterna
4. Agni kravyad
5. Der werwolf
6. Black dog of God
7. Hymne à la beauté

Wiegedood – De doden hebben het goed II

Ik ben er zeker van dat velen met mij al lang aan het uitkijken waren naar Wiegedood’s opvolger op debuut “De doden hebben het goed” uit 2015. Het trio – bestaande uit leden van Amenra, Hessian, Oathbreaker en Rise And Fall – dropte met haar eersteling een klein bommetje in onze vaderlandse black metal scene. Daar waar een band als Amenra in mijn ogen vele nieuwe zieltjes naar de omvangrijke duistere muziekstijlen lokte, lijkt ook Wiegedood voor velen een soort van “instapband” te zijn naar black metal, wat niet negatief bedoeld is. Op het eerste zicht lijkt er niet veel gewijzigd te zijn op de nieuwe plaat: opnieuw zijn vier nummers voldoende om ons te overtuigen, een nieuwe intrigerende titel bedenken was blijkbaar te veel moeite (we gaan er dus maar van uit dat er een thematische link tussen beide releases zal zijn), aan een basgitaar heeft Wiegedood nog steeds een broertje dood en je gaat al een kenner van inheemse gras- en heidesoorten moeten zijn om op basis van de cover – opnieuw van de hand van meesterfotograaf Stefaan Temmerman – niet per ongeluk terug de eerste plaat aan te kopen. Wie echter goed luistert hoort toch wel enkele verschuivingen in de sound van het trio. Daar waar Wiegedood op het debuut nog eerder de mosterd haalde bij de atmosferische USBM (lees: cascadian) scene, is het nu een intensere ijskoude Noorse wind die doorheen de snelle tremelo picking riffs en blast drums waait. “Ontzieling” legt meteen de zweep erop en aan hoog tempo worden we mürw gebeukt door een frostbitten furie, terwijl de midtempo passages van de openingssong een zekere grandeur in zich dragen. Met haar elf minuten is “Cataract” de langst track van de plaat en tevens de song waarin het meeste ruimte is voor een dynamische spanningsboog. Zo vallen de hese screams van Levy Seynaeve pas na vijf minuten in. De titeltrack onderscheidt zich dan weer door haar bezwerend, repetitief karakter waarbij de vocalen eerder volgens een soort mantra of ritueel lijken te verlopen. Toen “Smeekbede” als teaser werd vrijgelaten was ik niet erg overtuigd van de palm muted riffs die een bijna kokhalzend chugachuga-gevoel opwekten (en nog steeds niet eigenlijk). Het is pas wanneer het akkoordenwerk openbreekt dat deze song overtuigend wordt. Daar waar de vorige plaat uitmondde in een Russische spoken word outro is het deze keer Levy die zijn hese stembanden nog een half minuutje mag laten doorklinken. De vocalen van de frontman zijn eigenlijk het enige punt waarop ik iets kan aanmerken (behalve het feit dat ik tweeëndertig minuten nogal aan de korte kant vind), vermits deze te vlak zijn qua bereik en nogal eentonig overkomen. Daartegenover staat dat qua productie voornamelijk de klank van de drums erop vooruit gegaan is (natuurlijkere en vollere sound) en overall is het geluid dynamischer geworden. Al bij al weet Wiegedood opnieuw een overtuigende plaat neer te zetten. Benieuwd of ook deze op het podium vertaald wordt in een gitzwarte draaikolk. Ik ben in elk geval present tijdens de albumpresentatie op vier februari in de Kortrijkse De Kreun.

JOKKE: 86/100

Wiegedood – De doden hebben het goed II (Consouling Sounds 2017)
1. Ontzielling
2. Cataract
3. De doden hebben het goed II
4. Smeekbede

Bathsheba – Servus

Doom is een genre dat de laatste tijd slechts héél sporadische zijn weg vindt naar onze kritische pen. Er zijn niet veel bands die met kop en schouders boven de grijze massa uitsteken en na enkele nummers belanden we steevast in slaapmodus; weinig platen kunnen ons immers een hele rit lang boeien. Onze landgenoten van Bathsheba weten duidelijk waar de valkuilen uit het genre liggen en vermijden deze op hun eerste langspeler “Servus” vakkundig. Daar waar menig doom band een broertje dood heeft aan afwisseling en het principe “traag – trager – traagst” hanteert, laat Bathsheba verscheidene facetten van haar demonengezicht zien. Daar waar “Conjuration of fire” een mokerslag uitdeelt waarbij alle gekende ingrediënten van het genre (laag toerental, dreunende bas en gitaarrifs, donderdrums en pakkend refrein) ingezet worden, krijgen we de grootste verrassing te horen op “Ain soph” waarin de heren en dame op haast black metal en sludge-achtige wijze van jetje geven en waarbij het gebruik van sinistere saxofoonklanken (die Peter Verdonck van Wound Collector uit zijn toeter tevoorschijn tovert) een heel apart duister en intrigerend sfeertje weet neer te zetten. Wat een song! In “Manifest” wordt – na een intieme aftrap – dan weer de kaart van traditionele melodieuze doom getrokken en ontpopt een knappe gitaarsolo zich minutenlang tot een ontroerend hoorspel. Op vocaal gebied overtuigt frontvrouw Michelle  (ex-Serpentcult, Leviathan Speaks, Death Penalty) over de gehele lijn en laat ze menig andere zangeres een poepje ruiken. Ze wisselt met het grootste gemak af tussen bezwerende sirenelokroepen en kermende en screamende uithalen zoals in “Demon 13” waarbij haar keelklanken uit de diepste krochten van de Limburgse steenkoolmijnen lijken op te stijgen (ik moet regelmatig denken aan de Italiaanse Raffaella Rivarolo, gekend van Opera IX en Cadaveria). Natuurlijk zou deze she-devil niet zo kunnen schitteren, als haar bandmakkers Jelle (ex-Sardonis), Raf (ex-Gorath, Torturerama en Death Penalty) en Dwight (ex-Disinterred) niet de perfecte loodzware muzikale basis zouden neerleggen, die dankzij de Brusselse Blackout Studio (o.a. Emptiness en Enthroned) bijzonder vet uit de speakers knalt. “The sleepless gods” kennen we reeds van de in 2015 verschenen EP en ik blijf erbij dat Windhand een moord zou begaan om zulke song te kunnen schrijven. “I, at the end of everything” somt tenslotte nog eens alle kwaliteiten van de band op. De plaat klinkt de hele rit lang verleidelijk, spannend en gevaarlijk…een beetje zoals “seks met je ex”. “Servus” is dan ook zonder twijfel de beste doom-plaat die ik in lange tijd gehoord heb en Bathsheba staat hiermee tot dienst van alle liefhebbers van (occulte) doom. Het is nog tot 24 februari wachten alvorens ie fysiek uitkomt, maar het eerste hoogtepunt van 2017 is reeds een feit!

JOKKE: 91/100

Bathsheba – Servus (Svart Records 2017)
1. Conjuration of fire
2. Ain soph
3. Manifest
4. Demon 13
5. The sleepless gods
6. I, at the end of everything