belgië

Soul Dissolution – Stardust

Het enkele jaren geleden terziele gegane Agalloch is een band die wereldwijd de nodige zieltjes wist te veroveren en ook tal van bands inspireerde om een gelijkaardig atmosferisch black metal pad te bewandelen. Zo ook Soul Dissolution, de band van Jabawock en Acharon, die we ook kennen van L’Hiver En Deuil en Marche Funèbre. Hun debuutplaat “Pale distant light” wist twee jaar geleden reeds te imponeren, maar laat ons maar meteen met de deur in huis vallen en verklappen dat opvolger “Stardust” nog beter in de smaak valt…en zo hoort het ook want stilstand is achteruitgang. Op zich geen wereldschokkende wijzigingen in de sound van de band die nog steeds atmosferische black metal speelt met elementen van oude Forgotten Tomb, Alcest, oude Katatonia en Agalloch. “Stardust” klokt af op achtendertig minuten en is daardoor compacter uitgevallen dan zijn voorganger. “Vision” fungeert als intro en bewijst dat songschrijver Jabawock, naast metal, ook een voorliefde voor klassieke muziek heeft, enkel spijtig dat deze niet verder uitgewerkt werd want met amper iets meer dan één minuut speeltijd had hier veel meer kunnen inzitten. Met “Circle of torment” begint het échte werk en worden we meteen getrakteerd op een catchy melodie zoals oude Forgotten Tomb of Harakiri For The Sky die ook weten te brengen terwijl de symfonische toets van de intro ook nog aanwezig is. Naast het dieper uitspitten van haar melodieuze kant, trekt Soul Dissolution vooral harder van leer dan ooit te voren en worden regelmatig blastbeats uit de kast gehaald die perfect uitgevoerd worden door interim drummer Forge Stone (Norse, Somnium Nox, ex-The Amenta). De titeltrack is hier een mooi bewijs van. Naast het ruwe van black metal werden ook naar post-rock neigende melodieën in de song verweven die naar de hoogdagen van Alcest ten tijde van “Ecailles de lune” verwijzen. De vocalen van Acharon klinken iets heser en minder rasperig dan voorheen maar worden nog steeds met voldoende emotie vertolkt. De weemoed en melancholie die van “The last farewell” afdruipen, weten dan ook onder je huid te kruipen. En de subtiele symfonische elementen stuwen de kippenvelfactor nog meer de hoogte in. Middels de knappe afsluiter “Far above the boiling sea of life” laat het duo nogmaals horen wat de sterkte is van Soul Dissolution: pakkende, goed in het gehoor liggende melodieuze black metal met een mooie wisselwerking tussen hevige uitbarstingen en atmosferische grondlagen. Goed bezig heren!

JOKKE: 87/100

Soul Dissolution – Stardust (Black Lion Records 2018)
1. Vision
2. Circle of torment
3. Stardust
4. Mountain path
5. The last farewell
6. Far above the boiling sea of life

Advertenties

RDS-220 – Hell is truth seen too late

RDS-220? Wikipedia to the rescue! Het blijkt de officiële naam te zijn voor de tsarenbom, een waterstofbom die op 30 oktober 1961 tot ontploffing werd gebracht door de Sovjet-Unie ten tijde van de Koude Oorlog. Met een kracht van 50 megaton was dit de krachtigste door mensen veroorzaakte explosie ooit: 10 keer de kracht van alle explosieven samen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt. Geschikte bandnaam voor explosieve ketelherrie dus! RDS-220 is ontsproten aan het brein van MPH en KJM die aan het componeren sloegen en twee vrienden vroegen om hun vocalen in dienst te stellen van hun composities die woeste black metal met punky ondertoon laten horen. De vier nummers die werden geschreven, worden door Svart Blod Records netjes over twee tapes verspreid in een fraai ogende box. Het eerste hoofdstuk van het niet mis te verstane getitelde “Hell is truth seen too late” bevat Jenci van VVovnds op zang. Na een dreigende introductie met oorlogssamples die rustige drums en opbouwende gitaren begeleiden, barst de hel in “L’Appel du vide” los middels blastende drumsalvo’s, snijdende gitaarriffs (die rond 5:30 ook een Zweedse pantserdivisie Marduk invalshoek laten horen) en de gepijnigde en getormenteerde uithalen van Jenci. Ook de mid-tempo riffs die ingebouwd zijn – we mogen toch nog enkele seconden naar verse lucht happen – missen hun doel niet. Wat een binnenkomer en wat een knetterharde sound! “Ashoka’s hell” klinkt opzwepender en minder rechttoe-rechtaan maar heeft ook een militaristisch kantje door het staccato drumwerk, hoewel de track naar het einde toe eentonig begint te worden. Het tweede deel, waarop Hans V (Liar) te horen is, moet allerminst onderdoen voor het eerste hoofdstuk, want het gaat er misschien nóg wel extremer aan toe met striemende gitaren en overstuurde vocalen, hoewel “Triumphant on the ruins of the world” ook cleane zang laat horen wanneer de muziek een epischer kantje aanneemt. In chapter II is “Nine” de track waar de Zweedse riffs prominenter aanwezig zijn, terwijl de drums ongenaakbaar blijven doorratelen. Na deze vier nummer ben je dan ook compleet murw geslagen. De bandnaam is dan ook niet verkeerd gekozen. Binnen afzienbare tijd zouden chapters III en IV ook het daglicht moeten zien. We zijn benieuwd!

JOKKE: 81/100

RDS-220 – Hell is truth seen too late I & II (Svart Blod Records 2018)
Tape 1: Chapter I
A – L’Appel du vide
B – Ashoka’s hell
Tape 2: Chapter II
A – Triumphant on the ruins of the world
B – Nine

 

 

Yhdarl – Loss

Via het interessante I, Voidhanger Records viel mijn oog en oor op het nieuwe album “Loss” van het tot dusver voor mij onbekende Yhdarl. Na nader onderzoek bleek deze band het geesteskind te zijn van onze landgenoot Déhà die ook actief is bij onder andere Clouds, Cult Of Erinyes en Ter Ziele. Met Yhdarl heeft de goede man al meer dan vijfentwintig (!) releases bijeen geschreven; van enige luiheid valt hij dus niet te beschuldigen. “Loss” is de achtste langspeler en telt drie kolossale tracks die elk tussen het kwartier en twintig minuten afklokken en een breed spectrum aan extreme muziekstijlen ten gehore brengen. Furieuze black metal partijen gaan hand in hand met dronende doom waarbij haast elke noot in een depressief, suïcidaal sfeertje baadt. De Franse Larvalis Lethæus schreeuwt alsof ze bij elk woord het laatste restje lucht uit haar longen perst en klinkt héél overtuigend. Ook multi-instrumentalist Déhà brult een woordje mee net zoals Old (Drohtnung), Daniel Neagoe (Eye Of Solitude, Clouds) en Dimholt-leden Todor Krasimirov en Yavor Dimov. Dèhà tekende tenslotte ook voor de productie (die staat als een kathedraal van een huis) in zijn eigen HHProductions. In opener “Ignite – Ashes” horen we invloeden terug van Shining (de zwartgalligheid rond de tien minuten grens) en oude Forgotten Tomb (het melodieuze gitaarwerk), twee onbetwiste pioniers voor de depressievelingen onder ons. “Despise – Pity” begint op doom-tempo maar barst na een tweetal minuten op een fantastische manier uit in een verwoestende zwarte kolkende maalstroom aan negativiteit. Er valt heel wat te beleven in deze kolossale track: beklijvende clean vocalen, plechtstatige doomriffs en heel wat zwartmetalen venijn. In “Sources – Nihill” transformeren loodzware beukende doom-partijen gestaag tot zwartgeblakerde bombast wanneer de snelle melo-black door het toevoegen van keyboards een symfonisch karakter krijgt. Op het hoogtepunt komt het geniale Emperor zelfs even vanachter de hoek piepen en de hoge iele screams doen luttele seconden aan Dani Filth denken. De distorted piano-klanken die we aan het einde van de plaat te horen krijgen, doen dan weer aan het Farsot-nummer “Thematik: Trauer” van “III” denken. Na het beluisteren van “Loss” ziet het er niet goed uit voor de mensheid want het laatste sprankeltje hoop dat nog restte is verschwunden als sneeuw voor de zon.

JOKKE: 84/100

Yhdarl – Loss (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ignite – Ashes
2. Despise – Pity
3. Sources – Nihil

Monads – IVIIV

Op de valreep van 2017 lossen onze landgenoten van Monads hun volwaardige debuut “IVIIV“. Het vorige teken van leven dateert alweer van een dikke zes jaar geleden toen hun veelbelovende demo “Intellectus iudicat veritatem” uitkwam. Het werktempo ligt dus bijna even laag als het tempo van de muziek want Monads staat voor funeral doom: een genre dat slechts sporadisch aan bod komt op Addergebroed omdat het me zelden (nog) kan boeien. De tergend slome tempo’s laten weinig ruimte voor inventieve drumlijnen of gitaargestoei en het is ook niet iedereen gegeven om de dikwijls ellenlange songs de hele rit boeiend te houden. Ook Monads slaagt daar in een song als “To a bloodstained shore” niet helemaal in, maar weet in de drie andere songs wel de aandacht bij de les te houden. Zoals aangehaald was de interesse in de band ten tijde van de demo al gewekt, maar wat het vijftal nu laat horen is simpelweg beklijvende funeral doom die op alle vlakken vooruitgang heeft geboekt, zonder daarbij echter vernieuwend te klinken. De vier lange nummers knallen voller en zwaarder uit de boxen (waardoor de impact van de heavy stukken na ingetogen passages des te indrukwekkender is), de melodieën zijn pakkender en de growlende vocalen van frontman Rob Polon klinken dieper en overtuigender. Hier geen cleane klaagzangen, zielepootgedoe, treurende violen of overdadig romantisch pianogepingel. Enkel de laatste noten van “The despair of an aeon” zijn van een piano afkomstig. En de groots klinkende uit de post-rock scene geleende partijen die we op de demo hoorden, hebben nu plaats geruimd voor een sporadische injectie black metal venijn zoals de versnellingen in de monolithische opener “Leviathan as my lament” en “Your wounds were my temple” duidelijk maken, iets wat de dynamiek en afwisseling absoluut ten goede komt. Met de black metal achtergrond van enkele leden in o.a. Toorn, Cult Of Erinyes, Hypothermia en Koester verbaast me deze kruisbestuiving dan ook niet echt. Misschien moet ik het genre nog maar eens terug wat dieper onder de loep nemen, want Monads heeft de interesse terug opgewekt.

JOKKE: 84/100

Monads – IVIIV (Aesthetic Death 2017)
1. Leviathan as my lament
2. Your wounds were my temple
3. To a bloodstained shore
4. The despair of an aeon

LVTHN – The spider goddess

Een kleine twee jaar na haar volwaardige debuut “Eradication of nescience” trakteert LVTHN haar volgelingen op nieuw werk in de vorm van de EP “The spider goddess“. Hoewel slechts mits twee songs vorm gegeven, staat dit kleinood wel garant voor vijfentwintig minuten kwaliteitsvolle black metal. Onze landgenoten blijven aan hun sound schaven want vergeleken met de eerste langspeler klinken de zwartmetalen klanken nu veel repetitiever en brengen de monotone riffs een zekere trance-vervoering met zich mee. De hoofdriff in het beginstuk van “Arachnidia” klinkt ongemakkelijk en verzengend en mist haar doel met andere woorden niet. Er wordt met verschillende tempo’s gespeeld en ook verderop in de song weten de gitaarpartijen zich als een beklemmend web over je heen te draperen. Positief ook dat de basgitaar daarbij een duidelijk plaats in de mix heeft meegekregen. De sacrale gezangen halverwege het monumentale zestien minuten durende “Akkawbishia” weten de juiste van-occultheid-doordrongen toon neer te zetten voor de zwarte mis die zich in de diepste krochten van je gehoorgangen afspeelt. Nadien schiet de band terug uit de startblokken voor een lange finale waarbij venijnige snelle stukken afgewisseld worden met meer melodieuze slepende passages. Afwisseling troef dus op deze avontuurlijke EP die ik tot het beste werk van LVTHN tot op heden uitroep.

JOKKE: 82/100

LVTHN – The spider goddess (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2017)
1. Arachnidia
2. Akkawbishia

Antzaat – The black hand of the father

Plots was daar Antzaat, een nieuwe speler aan het Belgische black metal firmament. Op basis van de visuele presentatie van de band waren we eerst behoorlijk sceptisch want het leek wel de zoveelste Mgła-kloon te zijn waarbij de tronies van deze Vlaamse lookalikes achter zwarte kappen verscholen zitten. Vooroordelen maar even aan de kant geschoven om de eerste EP “The black hand of the father” een kans te geven. En dat valt allesbehalve tegen! Antzaat, met in haar gelederen een gitarist van Ars Veneficium, tapt echter uit een ander muzikaal vaatje dan de Polen. Gure Noorse second wave black metal met een pagan ondertoon is wat deze vijf nummers tellende EP ons laat horen. Kampfar en Taake schieten meteen door mijn hoofd wanneer ik de tweeëntwintig minuten durende grimmige en bevroren melodieuze black tot mij neem. Het pakkende en lekker rockende “Rite of the new dawn” is hier misschien wel het beste voorbeeld van. De blast-partijen en tremolo-riffs worden sterk uitgevoerd en de productie heeft een lekker groezelig randje behouden hoewel de melo-black energiek door de boxen knalt.  Er is misschien wat weinig afwisseling tussen de onderlinge songs maar het betreft dan ook nog maar het eerste wapenfeit van onze landgenoten. Immortal Frost Productions heeft groot gelijk dat ze deze rakkers hebben ingelijfd want hier gaan we nog van horen!

JOKKE: 80/100

Antzaat – The black hand of the father (Immortal Frost productions 2017)
1. Disciples of the concrete temple
2. Rite of the new dawn
3. Circle of leeches
4. Hierarchy of the battered
5. The black hand of the father

Witch Trail – Thole

Het sympathieke Babylon Doom Cult Records heeft al enkele interessante releases op haar palmares staan en voegt daar met “Thole“, de nieuwe EP van ons eigenste Witch Trail, een puike uitgave aan toe. Hoewel qua speelduur langer dan debuut “Nithera“, beschouwt het trio “Thole” dus toch niet als een volwaardige langspeler. Het zij zo. Wat ik zo fijn vind aan Witch Trail is dat ze elementen van black, thrash, punk, en death-rock in één grote mengketel gieten en daar een vrij unieke en eigenwijze sound uit weten distilleren. “Fever pulse” en “New worlds for old” klinken als een kruisbestuiving tussen punky Darkthrone, rechttoe-rechtaan Aura Noir en een noisey variant van Pixies. Op plaat vind ik het black metal-aandeel zwaarder doorwegen dan tijdens live optredens, waar een no-nonsense attitude en een op het eerste zicht nonchalante punk-spirit de overhand nemen, hoewel de jongens best weten waar ze mee bezig zijn. “Splendour” is een mooi voorbeeld van een song die haast in ware goth-rock stijl aftrapt maar gaandeweg extremere oorden verkent waarbij er zowaar enkele blasts voorbijkomen en naar het einde een post-rock climax opdraaft. In het lange en loodzware “Unnatural caresses” ragt Hendriks bas als een tientonner door waarna opzwepend drumwerk en punky riffs het overnemen. Met vocalen wordt spaarzaam omgesprongen maar zowel drummer Laurens als gitarist Jeffrey verdelen de taak van het screamen met verve wanneer de songs erom vragen. De plaat klinkt dynamisch en heeft een rauw karakter wat uitermate past bij de ietwat chaotische muziek van het trio. Vooral naar het einde van de EP toe toont Witch Trail in het sludgy “Transe” haar voorliefde voor uitbundige noise-achtige chaos. In afwachting van de fysieke releases, die door een misprint en ellenlange vertragingen wel behekst lijken te zijn, valt de EP te beluisteren op de Bandcamp-pagina van de band. Allen daarheen en daarna richting Babylon Doom Cult Records voor een CD of vinyl!

JOKKE: 82/100

Witch Trail – Thole (Babylon Doom Cult Records 2017)
1. Fever pulse
2. New worlds for old
3. Splendour
4. Unnatural caresses
5. Thin
6. Transe