black metal

Serpents Lair – Perpetual hunger

Het fantastische Fallen Empire Records verblijdde ons recent met een nieuwe worp aan talrijke interessante releases waaronder een nieuwe EP van Serpents Lair waarmee Denmark’s finest drie jaar – en met een heleboel technische vertragingen – na haar geweldige debuutlangspeler “Circumambulating the stillborn” nogmaals keihard toeslaat. De EP is een eerbetoon aan de fundamentele ontologische premisse voor al het leven (“We will all die with dry throats, in attempt to sate the thirst for life. Life is finite, the will to life is infinite” zo horen we in de titeltrack) en een hommage aan de grote pessimist en zijn volger en liefhebbende verrader: de dionysische optimist (zie Nietzsche). Doomier dan voorheen, maar nog steeds zo zwart als de nacht, bekruipt een onbehaaglijk gevoel je wanneer je deze EP tot jou neemt. IJslandse dissonantie, uiteenlopende vocalen (woest, clean, raspend), doomy beukwerk, snerpende solo’s en felle uitbarstingen passen voor het anonieme kwartet allemaal te rijmen binnen één en dezelfde song (zoals we horen in “Din afgrund, min frelse” of “Jouw afgrond, mijn redding” in het Nederlands) wat voor onvoorspelbare wendingen zorgt en het zaakje luisterbeurt na luisterbeurt pittig en interessant houdt. Zo worden in het overwegend snelle “Sepulchral visions” ook nog rituele gezangen en een ingetogen, maar dreigend klinkende, passage toegevoegd. Lekker, heel lekker! Oproep aan Throne Fest: probeer deze band te boeken!

JOKKE: 87/100

Serpents Lair – Perpetual hunger (Fallen Empire records 2018)
1. Perpetual hunger
2. Din afgrund, min frelse
3. Sepulchral visions

Advertenties

Soul Dissolution – Stardust

Het enkele jaren geleden terziele gegane Agalloch is een band die wereldwijd de nodige zieltjes wist te veroveren en ook tal van bands inspireerde om een gelijkaardig atmosferisch black metal pad te bewandelen. Zo ook Soul Dissolution, de band van Jabawock en Acharon, die we ook kennen van L’Hiver En Deuil en Marche Funèbre. Hun debuutplaat “Pale distant light” wist twee jaar geleden reeds te imponeren, maar laat ons maar meteen met de deur in huis vallen en verklappen dat opvolger “Stardust” nog beter in de smaak valt…en zo hoort het ook want stilstand is achteruitgang. Op zich geen wereldschokkende wijzigingen in de sound van de band die nog steeds atmosferische black metal speelt met elementen van oude Forgotten Tomb, Alcest, oude Katatonia en Agalloch. “Stardust” klokt af op achtendertig minuten en is daardoor compacter uitgevallen dan zijn voorganger. “Vision” fungeert als intro en bewijst dat songschrijver Jabawock, naast metal, ook een voorliefde voor klassieke muziek heeft, enkel spijtig dat deze niet verder uitgewerkt werd want met amper iets meer dan één minuut speeltijd had hier veel meer kunnen inzitten. Met “Circle of torment” begint het échte werk en worden we meteen getrakteerd op een catchy melodie zoals oude Forgotten Tomb of Harakiri For The Sky die ook weten te brengen terwijl de symfonische toets van de intro ook nog aanwezig is. Naast het dieper uitspitten van haar melodieuze kant, trekt Soul Dissolution vooral harder van leer dan ooit te voren en worden regelmatig blastbeats uit de kast gehaald die perfect uitgevoerd worden door interim drummer Forge Stone (Norse, Somnium Nox, ex-The Amenta). De titeltrack is hier een mooi bewijs van. Naast het ruwe van black metal werden ook naar post-rock neigende melodieën in de song verweven die naar de hoogdagen van Alcest ten tijde van “Ecailles de lune” verwijzen. De vocalen van Acharon klinken iets heser en minder rasperig dan voorheen maar worden nog steeds met voldoende emotie vertolkt. De weemoed en melancholie die van “The last farewell” afdruipen, weten dan ook onder je huid te kruipen. En de subtiele symfonische elementen stuwen de kippenvelfactor nog meer de hoogte in. Middels de knappe afsluiter “Far above the boiling sea of life” laat het duo nogmaals horen wat de sterkte is van Soul Dissolution: pakkende, goed in het gehoor liggende melodieuze black metal met een mooie wisselwerking tussen hevige uitbarstingen en atmosferische grondlagen. Goed bezig heren!

JOKKE: 87/100

Soul Dissolution – Stardust (Black Lion Records 2018)
1. Vision
2. Circle of torment
3. Stardust
4. Mountain path
5. The last farewell
6. Far above the boiling sea of life

Demonomancy – Poisoned atonement

In Italië hebben ze het Vaticaan en de Paus en dat is al meer dan tien jaar lang niet naar de zin van de beeldenstormers en bestiale metalheads van Demonomancy. Doorheen haar carrière verschoof het geluid, dat een mix van Zuid-Amerikaanse invloeden, Beherit/Blasphemy worship en primitieve elementen à la Profanatica en Von liet horen, naar een meer death metal geörienteerd geluid dat nog steeds bestiaal, organisch en primitief genoeg klinkt voor de old school fans onder ons. Lekkere opzwepende riffs krijgen we ondermeer in “Archaic remnants of the numinous” (met een chaotische solo’s als bonus), de titeltrack (met een melodieuze Deströyer 666-achtige solo als bonus) en “The last hymn to Eschaton” voorgeschoteld. Het meerstemmige refrein in “The day of the lord” vraagt gewoon om luid mee te brullen terwijl in het mid-tempo “Fathomless region of total eclipse” dan weer het meeste ruimte gelaten wordt voor atmosfeer. Drie kwartier lang raggen de lage bastonen van A. Cutthroat – dikwijls ook op hun dooie eentje – lustig voort doorheen de demonische laaggestemde vunzigheden, waarvoor hulde. En ook frontman/gitarist Witches Whipping verdient een pluim in zijn bebloede aars voor de veelzijdige keelklanken die hij uit zijn strot weet te persen. In maart doen deze Italianen Gent en Amsterdam aan tijdens een tour met Arkhon Infaustus. Daar gaan wat heilige huisjes aan moeten geloven!

JOKKE: 79/100

Demonomancy – Poisoned atonement (Invictus Productions 2018)
1. Intro – Revelation 21.8
2. Fiery herald unbound (The victorious predator)
3. Archaic remnants of the numinous
4. The day of the lord
5. Poisoned atonement (Purged in molten gold)
6. The last hymn to Eschaton
7. Fathomless region of total eclipse
8. Nefarious spawn of methodical chaos

Balmog – Vacuum

Het Spaanse Balmog passeerde hier recent nog middels de split met Sartegos en klopt nu alweer op onze deur met de derde langspeler “Vacuum” onder de arm. “Svmma fide” uit 2015 draait hier regelmatig haar rondjes. Benieuwd of “Vacuum” dat ook zal doen. Aan de formule werd alvast amper gesleuteld –  zwartmetaal die het resultaat is van een kruisbestuiving tussen de Zweedse (Watain en consorten) en Franse scene (denk Merrimack) – en ook de obligatoire doodskop vinden we alvast op de cover terug. De nieuweling klinkt misschien net dat tikkeltje mysterieuzer dan haar voorgangers doordat er her en der rituele koortjes (“Gignesthai” en “…sed semper vivit occisus“) of gesproken vocalen in de songs verwerkt zijn. Zoals Balmog lopen er ondertussen tig bands rond op onze aardkloot maar qua uitvoering, songwriting, riffs die blijven hangen (“Hodegitria“), mooi soleerwerk (“Come to the pulpit“) en sound (opgenomen in de Moontowers Studio en gemastered in de Necromorbus Studio) valt hier niets op aan te merken waardoor het trio tot de bovenlaag van de submoot behoort. “Vacuum” zal haar weg naar mijn platenspeler dus wel vinden, hoewel ze het niet haalt ten opzichte van “Svmma fide“.

JOKKE: 79/100

Balmog – Vacuum (War Anthem Records/Blackseed Productions/Pulverem Mortis Productions 2018)
1. Qui immolatus iam non moritur…
2. Eating the descendant
3. Hodegetria
4. Vigil of the blinds
5. Inde deus abest
6. Come to the pulpit
7. Gignesthai
8. …sed semper vivit occisus

RDS-220 – Hell is truth seen too late

RDS-220? Wikipedia to the rescue! Het blijkt de officiële naam te zijn voor de tsarenbom, een waterstofbom die op 30 oktober 1961 tot ontploffing werd gebracht door de Sovjet-Unie ten tijde van de Koude Oorlog. Met een kracht van 50 megaton was dit de krachtigste door mensen veroorzaakte explosie ooit: 10 keer de kracht van alle explosieven samen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt. Geschikte bandnaam voor explosieve ketelherrie dus! RDS-220 is ontsproten aan het brein van MPH en KJM die aan het componeren sloegen en twee vrienden vroegen om hun vocalen in dienst te stellen van hun composities die woeste black metal met punky ondertoon laten horen. De vier nummers die werden geschreven, worden door Svart Blod Records netjes over twee tapes verspreid in een fraai ogende box. Het eerste hoofdstuk van het niet mis te verstane getitelde “Hell is truth seen too late” bevat Jenci van VVovnds op zang. Na een dreigende introductie met oorlogssamples die rustige drums en opbouwende gitaren begeleiden, barst de hel in “L’Appel du vide” los middels blastende drumsalvo’s, snijdende gitaarriffs (die rond 5:30 ook een Zweedse pantserdivisie Marduk invalshoek laten horen) en de gepijnigde en getormenteerde uithalen van Jenci. Ook de mid-tempo riffs die ingebouwd zijn – we mogen toch nog enkele seconden naar verse lucht happen – missen hun doel niet. Wat een binnenkomer en wat een knetterharde sound! “Ashoka’s hell” klinkt opzwepender en minder rechttoe-rechtaan maar heeft ook een militaristisch kantje door het staccato drumwerk, hoewel de track naar het einde toe eentonig begint te worden. Het tweede deel, waarop Hans V (Liar) te horen is, moet allerminst onderdoen voor het eerste hoofdstuk, want het gaat er misschien nóg wel extremer aan toe met striemende gitaren en overstuurde vocalen, hoewel “Triumphant on the ruins of the world” ook cleane zang laat horen wanneer de muziek een epischer kantje aanneemt. In chapter II is “Nine” de track waar de Zweedse riffs prominenter aanwezig zijn, terwijl de drums ongenaakbaar blijven doorratelen. Na deze vier nummer ben je dan ook compleet murw geslagen. De bandnaam is dan ook niet verkeerd gekozen. Binnen afzienbare tijd zouden chapters III en IV ook het daglicht moeten zien. We zijn benieuwd!

JOKKE: 81/100

RDS-220 – Hell is truth seen too late I & II (Svart Blod Records 2018)
Tape 1: Chapter I
A – L’Appel du vide
B – Ashoka’s hell
Tape 2: Chapter II
A – Triumphant on the ruins of the world
B – Nine

 

 

Vonlaus – Vonlaus

IJsland op je paspoort hebben staan als black metal muzikant, geldt dezer dagen bijna als een Beschermde Geografische Aanduiding die een kwaliteitsproduct aan een specifieke regio van oorsprong linkt. De nieuwe bands blijven maar uit de donkerste krochten van het geïsoleerde eiland naar boven kruipen. Natuurlijk kunnen niet alle nieuwkomers meteen de status van een Sinmara, Misþyrming of Svartidauði bereiken. Zo ook Vonlaus waarover – behalve het land van herkomst – niets gekend is. De eerste drie tracks die met de mensheid gedeeld worden, en binnenkort door Vánagandr en Mystískaos op cassette uitgebracht zullen worden, laten ruwe black metal horen waarbij een voorname rol is weggelegd voor een snerpende lead gitaar. Hierdoor kan de band als het kleine broertje van Naðra gelabeld worden. “Vistaránauð ” is mid-tempo en slepend van opzet, “Mein” bevat een zekere rock-vibe en ook in “Í blindbyl ótta og haturs” stijgt het tempo niet zienderogen tot aan de derde minuut, maar krijgen we wel pakkende riffs en melodieën te horen. De zanger weet met zijn veelzijdige keelklanken in elk geval wel al voldoende te imponeren en ook de productie waarin alle instrumenten duidelijk hoorbaar zijn, is een dikke plus. Vonlaus laat met haar self-titled demo een goede eerste indruk na, die veelbelovend klinkt voor de toekomst.

JOKKE: 75/100

Vonlaus – Vonlaus (Vánagandr & Mystískaos 2018)
1. Vistaránauð
2. Mein
3. Í blindbyl ótta og haturs

Veiled – Black celestial orbs

Soms is het nodig om het roer om te gooien en een nieuwe doorstart te maken. Dat dacht ook de Amerikaan Nathan Verschoor ofte Niðafjöll na het verschijnen van twee EP’s en een split van zijn band Gnosis of The Witch – die hij samen met drummer Swartadauþaz vormde – met het Zweedse Grá in 2015. De energie in de band veranderde en de nieuwe moniker Veiled werd gekozen. Dit resulteerde in de “Omniscient veil” demo die nog hetzelfde jaar verscheen en waarop de band mysterieuze en majestueuze black metal liet horen die eigenlijk bar weinig verschilde ten opzichte van de oude band. Ondertussen rekruteerde Niðafjöll de nieuwe Zweedse vellenmepper Dimman (Grá, Cursed 13, When Nothing Remains) en werkte het duo samen met  producer en engineer Heljarmadr (Dark Funeral, Grá, Cursed 13) aan het volwaardige debuut dat er nu in de vorm van “Black celestial orbs” ligt. Op geluidstechnisch niveau klinkt deze langspeler beter en moderner dan de demo maar op muzikaal vlak komt het woord “modernisme” niet in het woordenboek van de Amerikaan en de Zweed voor. Er wordt gemusiceerd met een dikke vette knipoog naar de tijdloze Scandinavische black metal van de vroege jaren negentig. Melancholische echo’s zinderen doorheen de trance-opwekkende repetitieve riffs (“Portal“), de niet aflatende stroom tremelo’s en de snelle knuppelpartijen waarbij deze luisterbeurt na luisterbeurt meer van hun geheimen prijs geven. Er is amper notie van afzonderlijke tracks waardoor het lijkt alsof er veertig minuten lang in crescendo wordt gewerkt wat uiteindelijk uitmondt in het epische tweeluik “Black celestial orbs” dat de plaat op gepaste wijze afsluit. Het tweede deel verzorgt de rol van outro waarbij clean gitaargepingel en een heldere sprekende mannenstem voor een zwaar gemoed zorgen…extreem passend bij het droevige regenweer van deze dagen. Hoewel hetzelfde kunstje heel de tijd lang aan de basis herhaald lijkt te worden weet Veiled ook verrassend uit de hoek te komen door de riffmaalstroom plots te laten voor wat het is. In opener “Luminous” resulteert dat in een stukje waarbij een zwaar overstuurde basgitaar en de drums even alle aandacht opeisen en in het eerste deel van de titeltrack in een jazzy aandoend intermezzo. Knap debuut van een band om in ’t oog te houden!

JOKKE: 83/100

Veiled – Black celestial orbs (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Luminous
2. Portal
3. Enshrouded
4. Omnipotent
5. Black celestial orbs I
6. Black celestial orbs II