black metal

Vilkacis – Beyond the mortal gate

We kennen Michael Rekevics van Yellow Eyes, Fell Voices, Vanum en Vorde maar natuurlijk ook van zijn soloproject Vilkacis waarmee hij na vier jaar met een opvolger voor “The fever of war” komt. “Beyond the mortal gate” werd het beestje gedoopt en draagt de spirituele oorlogsvoering uit die volgens Michael de essentie van black metal is. “Life lived in defiance, love illuminated by flame. War, war of the spirit. The winds shall remember my name.” en even later “The heavens will crumble and the masters will kneel, as I spit on the angels who beg at my feet.” horen we hem in “Defiance” uitschreeuwen. In een gesprek dat ik enkele jaren geleden met dit drumbeest had, gaf hij aan dat Vilkacis van al zijn projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte is, met de nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Doorheen de simpele maar effectieve melodieën schemert een soort van gewelddadige romantiek die aanleunt bij de Canadese en Oekraïense black metal scene, minus de nationalistische gevoelens, vooral door de gitaren die meermaals als triomfantelijke blaasinstrumenten klinken. En in de riffs van “Spiritual retribution” horen we ook wel wat oude Sargeist terug. Innovatie of evolutie zijn begrippen die niet van toepassing zijn op Vilkacis waarbij alles draait om de ruwe en gepassioneerde expressie van elementaire back metal. En wie ben ik om hem tegen te spreken? Het oerkarakter van zijn muziek komt des te sterker over door de analoge opnames die “Beyond the mortal gates” een primitief karakter meegeven, zij het een tikkeltje properder dan het debuut en met de vocalen iets prominenter in de mix geplaatst. De lycantropische identiteit van Vilkacis uit zich niet alleen in het artwork en de teksten (“Wolf-eyed and feverish. With an unflinching stare. A vision beyond limits, unbound and free. Guided by blood red will.” aldus de meer dan tien minuten durende titeltrack) maar ook in de intensiteit van de black metal die Michael als een bezeten wolf brengt. Dat hij enerzijds een belezen man is die zorgvuldig met het schrijven van teksten omgaat en anderzijds erg serieus met zijn kunst bezig is (aanschouw dat maar eens live), wordt ook duidelijk met de tekstregels “Cut from the flesh of eternity, a rib torn from the flank of time. Stolen moments of will, desire, intention. Manifest immortality.” die voorbijkomen in “Boundless spell of realization” en waarbij er een duidelijke verwijzing is naar Genesis en de schepping van de mens. Het debuut was misschien nog net iets overweldigender en ongerepter, maar “Beyond the mortal gate” zal hier toch ook nog gretig aftrek vinden. Michael Rekevics moet zijn eerste slechte plaat nog maken, dat is duidelijk. En volgens mij gaat die er ook nooit komen.

JOKKE: 89/100

Vilkacis – Beyond the mortal gate (Psychic Violence Records 2018)
1. Snowfall by torchlight
2. Defiance
3. Sixty three
4. Spiritual retribution
5. Boundless spell of realization
6. Beyond the mortal gate

Advertenties

Wiegedood – De doden hebben het goed III

Wiegedood is goed op dreef en lijkt onvermoeibaar door te gaan zowel qua touren als qua uitbrengen van nieuw plaatwerk. In een kleine drie jaar tijd hebben onze landgenoten, die ook voltallig terug te vinden zijn in de line-up van Oathbreaker, hun trilogie “De doden hebben het goed” afgerond. Delen I en II zijn ondertussen grijsgedraaid en ook het nagelnieuwe derde hoofdstuk dat via Century Media verschijnt, zal hier de komende jaren ongetwijfeld nog de nodige rondjes draaien. Zoals de traditie het wil, prijken er opnieuw vier songs op de tracklist en klokt het geheel op iets meer dan een half uur af. Ten opzichte van de voorganger vallen er geen wereldschokkende veranderingen te bespeuren of het moeten de diepe keelgezangen aan het einde van “Prowl” zijn. Het tempo ligt meermaals verschroeiend hoog (wat is drummer Wim toch een beest!), de riffs zijn bovengemiddeld sterk en de – zij het ietwat monotone – hese krijsen van Levy klieven doorheen de razernij. Enkel in “Doodskalm” en de meer dan twaalf minuten durende titeltrack wordt met een voor atmosferische USBM typerende eb-en-vloed dynamiek gespeeld zoals Wiegedood eerder hanteerde op haar debuut, maar waarbij het eindstuk van het eerst vernoemde nummer wel gevaarlijk dicht naar recyclage van eerder materiaal neigt (de titeltrack van het debuut om specifieker te zijn). In de andere songs klinkt het allemaal wat Noorser hoewel er in enkele breaks van “Doodskalm” en de tremolo riffs van “Parool” ook Zweedse elementen te bespeuren vallen (in de afsluiter hoorde ik wat Setherial ten tijde van “Nord…” voorbijkomen). Criticasters die beweren dat het succes van de band een gevolg is van de link met Amenra zullen er altijd wel zijn (en dat mag ook) en de duivel houdt zich hier mijlenver vandaan, maar voor mij bewijst Wiegedood toch dat ze deze razende pot black metal recht en diep vanuit het hart brengt en verre van een ééndagsvlieg is. Benieuwd naar de performance op Roadburn maar vooral ook naar de releaseshow in de Kreun waar het trio eenmalig de drie albums volledig in chronologische volgorde gaat spelen. Dat gaat vuurwerk geven!

JOKKE: 88/100

Wiegedood – De doden hebben het goed III (Century Media 2018)
1. Prowl
2. Doodskalm
3. De doden hebben het goed III
4. Parool

Grá – Väsen

Hoewel “Where shadows forever reign“, de laatste Dark Funeral plaat, eigenlijk best te pruimen was, ben ik meer fan van Grá, de band waar huidig Dark Funeral zanger Heljarmadr sinds 2010 actief mee is in de meer ondergrondse regionen van de black metal scene. De twee vorige langspelers (“Grá” uit 2011 en “Ending” uit 2015) vinden dan ook nog regelmatig hun weg naar mijn stereo. Het concept over de dood dat op de trilogie, bestaande uit deze twee platen en de “Helfärd” EP uit 2010, werd geëxploreerd is afgerond en met een nieuw logo onder de arm is het nu tijd voor Grá 2.0 dat in de vorm van “Väsen” een derde langspeler op de mensheid loslaat. Het cover artwork van de hand van Axel Torvenius (Art director van de video game “Wolfenstein II: The new colossus“) boezemde mij eerlijk gezegd angst in omdat het een meer gotische/horror/comic-achtige richting liet uitschijnen, maar daar is gelukkig niets van aan. Opener “Till sörjerskorna” windt er immers geen doekjes om met haar klassieke second wave black metal inclusief innemende melodieën – een kunstje dat het Zweedse kwartet al sinds haar begindagen goed onder de knie heeft. De felle openingsriff van “King of decay” deelt een heuse pandoering uit en vormt mede door de snelle blastbeats misschien wel de meest heftige passage van het album. Vanaf “Hveðrungs mær” begint het meer en meer op te vallen dat Grá keyboards aan haar instrumentarium heeft toegevoegd, hoewel deze gelukkig nergens té veel op de voorgrond treden. Met de eerste single “Krig” daalt het tempo zienderwijze en hoewel de demoversie nog langer en monotoner was, vind ik hier Grá op haar best klinken. De stilte die tussen het uitroepen van de tekstregels “ja stinker av hat” en “jag rustar för strid” valt is oorverdovend en bijzonder effectief. In dit nummer grijpen de Zweden ook het meest terug naar de begindagen van “Helfärd“. Dat “Väsen” de meest gevarieerde plaat is waarin ook ruimte voor experimenteerdrift gelaten wordt, bewijzen “Gjallarhorn” met haar futuristische intro en cleane vikingkoren, het rockende en rollende “Dead old eyes” waarin tel- en maatwissels de boel spannend houden en het militant aandoende “The devil’s tribe” waarin de keyboards voor een horrorachtig sfeertje zorgen. De titeltrack sluit de plaat met haar beklijvende zwarte en akoestische klanken waardig af. Hoewel ik hun selftitled nog steeds onovertroffen vind, laat Grá zien dat het heel wat in haar mars heeft en klaar staat om door te stoten naar de hoogste echelons van de black metal scene.

JOKKE: 87/100

Grá – Väsen (Carnal Records 2018)
1. Till sörjerskorna
2. King of decay
3. Hveðrungs mær
4. Krig
5. Gjallarhorn
6. Dead old eyes
7. The devil’s tribe
8. Väsen

Altar Of Perversion – Intra naos

Bij Addergebroed schrijven we een recensie pas na meerdere luisterbeurten zodat we de plaat in kwestie voldoende hebben kunnen absorberen. Als er dan een band – zoals in dit geval Altar Of Perversion – een plaat uitbrengt die op bijna twee uur afklokt, is het een heuse puzzelopdracht om voldoende tijd in de hectische agenda te vinden om heel het zaakje aandachtig te beluisteren. Zeventien jaar na het niet mis te verstane debuut “From dead temples (Towards the ast’ral path)” verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger (in tussentijd verschenen wel nog een split met Mordaehoth en een EP). Het feit dat het enigmatische The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli hun schouders onder het nieuwe werkstuk “Intra naos” zetten, maakt dat de verwachtingen alvast hooggespannen zijn. Qua thematiek maakt de plaat een reis doorheen de wereld van Pan-Europees satanisme zoals dat gedefinieerd wordt door “The order of nine angles“. Een interessant weetje is bovendien dat het album werd opgenomen op 432 hertz, een audiofrequentie waarvan de vermeende krachten lange tijd voer voor discussie zijn geweest in de muziekscene (voor wie meer wil weten, kan hier klikken). Met zo’n lange speelduur valt er gelukkig heel wat te beleven in het Altar Of Perversion universum. De muziek varieert voortdurend van tempo en atmosfeer, hoewel er niet echt buiten de lijntjes van het black metal genre gekleurd wordt. Een constante doorheen het album zijn de dissonante riffs en de treurende gitaarleads; opener “Adgnosco veteris vestigia flammae” staat er al bol van. Wanneer de Italianen Calus (zang en saren) en Laran (drums) mid-tempo musiceren, komt een Satyricon vanachter de hoek piepen, maar dan wel een pak beter dan wat we de laatste tien jaar van hen gewend zijn. Het sterkste vind ik het duo echter als er volle gas wordt gegaan zoals in “Behind stellar angles II“, dat met haar dertien minuten speelduur het “kortste” nummer is dat er op de plaat te vinden is. De andere songs flirten, op “She weaves abyssal riddles and Eorthean gates” na, met de twintig minuten grens en bevatten elk de nodige knappe momenten, hoewel natuurlijk niet elke riff die er gedurende twee uur passeert memorabel kan zijn. Altar of Perversion hanteert regelmatig een aanpak waarbij traag gitaarspel over snel drumwerk gedrapeerd wordt, wat een intens spanningsveld creëert. “Cosmic thule, inner temple” is hier een mooi voorbeeld van. Op zich is het héél gewaagd om in deze vluchtige tijden met zo’n lang opus over de brug te komen aangezien de gemiddelde aandachtsspanne van onze medemens die van een goudvis benadert. En ook voor de labels is het een dure affaire en risky business geworden om een dubbelalbum of trippel vinyl te releasen, hoewel The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli zich hier waarschijnlijk niet veel van aantrekken. De lange speelduur van de plaat maakt dat we hier niet met triviaal massa-entertainment te maken hebben, maar dat “Intra naos” enkel die meerwaardezoekers zal kunnen bekoren die nog tijd weten maken om op een diepere manier naar muziek te luisteren. Ik reken mezelf hierbij hoewel ik moet toegeven dat de plaat telkens in zijn geheel consumeren toch wel wat te veel van het goede gevraagd is. Desalniettemin hulde voor Altar Of Perversion!

JOKKE: 84/100

Altar Of Perversion – Intra naos (The Ajna Offensive/Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. Adgnosco veteris vestigia flammae
2. She weaves abyssal riddles and Eorthean gates
3. Behind stellar angles II
4. Cosmic thule, inner temple
5. Subcosmos archetypes
6. Through flickering stars, they seep

 

 

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes

De naam Djevelkult klinkt Noors en des duivels…en valt dus perfect te rijmen met black metal. Dit door Dødsherre Xarim in 2009 opgerichte duivelseskader draagt blasfemie hoog in het vaandel en verblijde vriend en vijand in 2014 met haar debuut “I djevelens tegn“. Na deze plaat hield drummer Ond het voor bekeken en ging de band verder met sessiedrumster Trish Kolsvart (Elände, Gestalte, Urarv en nog een resem bands). In 2014 en 2015 dook Xarim samen met gitarist Beleth en bassist Skabb de Gravkors Studios in om de funderingen van de opvolger vast te leggen. De opnames werden echter stilgelegd ten voordele van concerten en een tour met IXXI. Midden 2016 keerde Ond terug naar het oude nest en kon het album in de loop van 2017 verder afgewerkt worden in de Kirkebrann Studios waar de drums en zang voor het nageslacht vastgelegd werden. “Når avgrunnen åpnes” (of “As the abyss opens” in het Engels) was zo eindelijk een feit. De immens getalenteerde José Gabriel Alegría (o.a. Inferno, Whoredom Rife) voorzag de plaat van uitmuntend artwork en Kark (Dødsengel) stond in voor de mastering van het zaakje. Zodra Djevelkult haar ijskoude riffwerk middels opener “Atomic holocaust” uit de boxen laat knallen, weten we al dat het goed zit en duikt de naam Tsjuder als referentie op. “Condemned into eternal void” is bij aanvang eerder mid-tempo van insteek waarbij de groezelige sound van de gitaarmelodie een depressief sfeertje over de song drapeert. Nadien gaat het tempo de hoogte in en klieven de ijzige, maar iets te monotone screams de riffs met gemak in twee want echt memorabel klinken deze niet. De op-en-top Noors klinkende meloblack van de titeltrack zet het boeltje terug in lichterlaaie en in het daaropvolgende “En ny tid” levert gitarist Kleven (Liktjern, ex-Gravkors) een bijdrage en geeft hij het nummer middels zijn gitaarleads een Windir-vibe mee. “Døpt i helvetesild” neigt opnieuw heel hard naar Tsjuder terwijl “An evil unheard of” eerder thrashy van aard is met hakkend drumwerk van Invisius (Blodhemn), die de song tevens van een tekst voorzag en het boeltje ook inscreamde (en dat eigenlijk beter doet dan Xarim). Bij een titel als “Apocalypse (Hellspawn)” hoort geen liefelijk deuntje, maar desondanks haar felle aard is deze song ook eerder middelmatig, hoewel de solo van Ånneland aan het einde wel nog positief opvalt. Met “Vredeskvad“, waarvoor Draug van Kirkebrann de zang en tekst op zich nam, komt er echter een sterk einde aan een plaat die liefhebbers van pure Noorse black wel zal kunnen bekoren maar net wat tekortschiet om over de hele lijn te bekoren. En hierbij is het ook spijtig dat de twee gastzangers een betere prestatie neerzetten dan de bezieler van de band.

JOKKE: 77/100

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes (Saturnal Records 2018)
1. Atomic holocaust
2. Condemned into eternal void
3. Når avgrunnen åpnes
4. En ny tid
5. Døpt i helvetesild
6. An evil unheard of
7. Apocalypse (Hellspawn)
8. Vredeskvad

 

The Negative Bias/Golden Dawn – Split

De Oostenrijkse black metal scene heeft me eigenlijk nooit wat gedaan. Er zijn slechts enkele Abigor-platen waar ik wat mee kan aanvangen en ook de rest van de scene is/was me doorgaans te bombastisch. Oostenrijk had destijds haar “Austrian Black Metal Syndicate” waar de bands Pervertum, Trifixion, Pazuzu, Knechte des Schreckens, Vuzem (de voorganger van Hollenthon) en Golden Dawn deel van uitmaakten. Deze laatste band werd reeds in 1992 opgericht door Stefan Traunmüller (Wallachia en Rauhnåcht) en bracht met “The art of dreaming” in 1996 een degelijke plaat uit, maar het latere werk vond ik tenenkrommend slecht. Op deze split met landgenoten The Negative Bias levert Golden Dawn het nummer “Lunar Serpent” aan dat al uit 2010 dateert maar geremixt werd voor deze release en gelukkig een terugkeer naar de dagen van het debuut laat horen waarbij atmosfeer primeert over bombast en complexiteit. Doorheen de elf minuten durende compositie loopt een Burzum-achtig keyboard melodietje, dat op de vier minuten grens eventjes solo gaat en dan een newbeat-achtige richting uitgaat. Het gefrons van de eerste luisterbeurt maakte de keren nadien plaats voor verlangen naar dit catchy kantelpunt in de song. Naar het einde toe nemen melodieuze black metal elementen terug de overhand. Best genietbaar! The Negative Bias zag pas in 2016 het levenslicht en werd opgericht door I.F.S. (ex-Alastor) waarbij hij de hulp kreeg van de eerder aangehaalde Stefan Traunmüller. De band bracht eind vorig jaar haar debuut “Lamentation of the chaos omega” uit en reikt voor deze split één song aan die eveneens boven de elf minuten aftikt. “Temple of cruel empathy” trapt dreigend en groots af en laat symfonische black metal horen die modernistisch in plaats van nostalgisch klinkt. The Negative Bias klinkt middels de nodige blastbeats extremer dan Golden Dawn, incorporeert cleane zangkoren in haar muziek evenals (helaas pindakaas) metalcore-achtige breaks en riffs. Tevens komt het geheel wat te veel als knip-en-plakwerk over wat de flow niet ten goede komt. Golden Dawn scoort dus als de betere van de twee. Wel nog even meegeven dat beide songs voorzien zijn van een zéér moderne sound waardoor deze split voor de liefhebbers van underground-spul hoogstwaarschijnlijk té gelikt is. Voor mij is dit in de regel ook te modern en mist de sound karakter, maar ik amuseerde me toch lekker met “Lunar serpent“.

JOKKE: 76/100 (The Negative Bias: 70/100 – Golden Dawn: 82/100)

The Negative Bias/Golden Dawn – Split (Séance Records 2018)
1. Temple of cruel empathy
2. Lunar serpent

Afsky – Sorg

Met Serpents Lair en Solbrud kreeg de Deense black metalscene er de laatste jaren twee sterke spelers bij. Aan dit rijtje mag ook Afsky – niet te verwarren met het Zweedse Avsky – toegevoegd worden. Afsky is het geesteskind van Ole Pedersen Luk, de zanger/gitarist van Solbrud die hier in sé solo opereert, hoewel hij nu ook de nodige sessiemuzikanten rond zich heeft verzameld om de nummers van zijn eerste langspeler “Sorg” ook live te vertolken. De muziek van Afsky valt in de kern te herleiden tot klassieke second wave black metal met de nodige melancholische en depressieve invalshoek, zonder al te droeftoeterig over te komen. De melodieën die we horen weten gevoelens van verdriet, verlies, verlangen en emotionele pijn perfect te verwoorden. Zo horen we bijvoorbeeld aan het einde van het nummer “Skær” een jammerende en treurende solo gitaarpartij haar ding doen. Ole hanteert bovendien een eb-en-vloed-aanpak waarbij het er in de crescendo momenten toch behoorlijk hard en stevig aan toe gaat. In het negen minuten durende “Sorte vand” waart ontegensprekelijk de geest van Wolves In The Throne Room rond want met haar pakkende, door subtiele keyboards ondersteunde, riffs, hese screams en blastbeats had deze song best op “Two hunters” kunnen prijken. Het nummer eindigt met een akoestische passage en naarmate de plaat vordert, sluipen er steeds meer folk invloeden in de songs (in de intro van het heftige “Vættekongen” horen we exotische folkinstrumenten) wat uiteindelijk uitmondt in het knappe, met violen opgesmukte “Oh måneløse nat” waarin Myrkur nog enkele lijntjes komt meezingen (Ole vertolkte ook akoestische gitaar op diens “Mareridt” album). “Stjernerne slukkes” is met haar tien minuten, de langste song van de plaat en vertelt haar verhaal op dynamische wijze. Het nummer bouwt gestaag op totdat het trage doom-tempo uitmondt in een black metal catharsis waarbij de rasperige vocalen je bij de strot grijpen en de melodieën je niet onberoerd laten. Het bijpassende artwork en de krachtige, maar niet te gelikte productie maken van “Sorg” een all-round geslaagd album.

JOKKE: 85/100

Afsky – Sorg (Vendetta Records 2018)
1. Jeg bærer deres lig
2. Skær
3. Sorte vand
4. Stjernerne slukkes
5. Vættekongen
6. Glemsomhedens elv
7. Oh måneløse nat