carpe noctem

Naðra – Allir vegir til glötunar

De beste frieten komen uit België, de beste olijfolie uit Italië en de beste black metal lijkt de laatste tijd uit IJsland te komen. Misþyrming was ongetwijfeld de sensatie van 2015 en ook binnen Naðra spelen deze vier jonkies een belangrijke rol. De band werd oorspronkelijk opgericht door gitarist Tómas Ísdal (Carpe Noctem, Misþyrming en O) en schreeuwlelijk Örlygur Sigurðarson (Mannveira, O, ex-Abacination, ex-Dysthymia) waarna ze de demo “Eitur” opnamen die meteen een vulkaanafdruk in het black metal landschap naliet. Daar de band ook live potten wou gaan breken (ze staan onder andere op Roadburn) werd de line-up verder aangevuld met gitarist Dagur Gonzales (Misþyrming-mastermind, O, Martröð en het lichtjes fantastische Skáphe), bassist Gústaf Evensen (Misþyrming, Urhrak) en drumbeer Helgi Rafn Hróðmarsson (Misþyrming, Carpe Noctem). Wie de algebra doet, ziet al snel dat Naðra = Misþyrming + andere zanger. Het bestaansrecht van Naðra wordt echter meer dan gerechtvaardigd want, behalve in de heropgenomen demosong “Fjallið”, klinkt de band allesbehalve als een doorslagje van onze favoriete IJslanders. Deze openingssong wordt gekenmerkt door een op-het-randje-van-het-vals-zijnde gitaarsolo die meteen van wal steekt en hierdoor wat met het licht chaotische karakter van Misþyrming lijkt te flirten. In “Sál” en het veertien minuten durende “Falið” wordt het tempo teruggeschroefd en wordt de licht melodische black metal meermaals ondersteund door een subtiele nevellaag aan heroïsche cleane zang. De geest van de oude Noorse goden waart dan ook voortdurend rond in deze meer epische songs. De klassieke intro van “Sár” zet je welgeteld twaalf seconden op het verkeerde been, want meteen daarna gaat het er terug wat heftiger aan toe en perst frontman Örlygur Sigurðarson heel wat verschillende keelklanken uit zijn strot. Een sample waar ik geen jota van versta maakt een einde aan deze knappe song. Ook in hekkensluiter “Fallið” verkeert de band in topconditie want akoestische passages en heroïek gaan hand-in-hand met verpulverende black metal en een lange slepende gitaarsolo die de finale inluidt. In net geen veertig minuten worden vijf paden bewandeld die je de complete vernieling inleiden (weet je ook meteen waar de IJslandse titel voor staat). Ze flikken het weer daar in IJsland! Lees ik bovendien eerder deze week dat geen enkele jongere daar in God lijkt te geloven. Mijn verhuisdozen staan gereed.

JOKKE: 89/100

Naðra – Allir vegir til glötunar (Vánagandr / Fallen Empire / Signal Rex 2016)
1. Fjallið
2. Sál
3. Falið
4. Sár
5. Fallið

Advertenties

Misþyrming – Söngvar elds og óreiðu

Telkenmale ik de geniale line-up van de opkomende (en tevens laatste) editie van het Nidrosian Black Metal Festival in Magasin 4 in december bekijk, resulteert dat in een instant plakbroek. Daar waar Roadburn het mekka is voor de doom, stoner en sludge liefhebber, is dit festival zowat het Tomorrowland voor de black metal aficionados. Naast vele andere kleppers is het vooral uitkijken naar de IJslandse drievuldigheid Svartidauði (hoera!) – Sinmara (tweemaal hoera!) – Misþyrming (driewerf hoera!). Wat deze jonge IJslandse band op debuutplaat “Söngvar elds og óreiðu” laat horen, belooft veel goeds voor de toekomst. De kern van Misþyrming bestaat uit Dagur (zang, gitaar en bass), die ook actief is in Naðra en O, en Helgi Rafn Hróðmarsson (drums), die bijklust bij Carpe Noctem. Voor live rituelen laten ze zich bijstaan door huurlingen van Nornahetta en Carpe Noctem. Op “Söngvar elds og óreiðu” krijgen we driekwartier lang erg duistere, maar avontuurlijke én melodieuze black metal voorgeschoteld, waarbij (vanzelfsprekend) enkele parallellen kunnen getrokken worden met Svartidauði, hoewel dit eigenlijk enkel maar voor de eerste helft van de plaat opgaat. Er worden voor de verandering ook eens andere paden betreden. Het einde van “Endalokasálmar” is opgesmukt met spooky piano en gaat over in de sinistere ambient track “Frostauðn” waarbij de luisteraar even naar adem kan happen. Het daaropvolgende korte, overwegend instrumentale, midtempo “Er haustið ber að garði” zorgt op het eerste gehoor voor een stijlbreuk met de eerste helft van de plaat. Het melodieuze gitaarwerk ruikt hier immers naar het Oekraïense Drudkh en de schaarse vertellende cleane zang geeft de song een epische pagan toets. Eigenlijk doet deze song dienst als intro voor “Friðþæging blýþungra hjartna” (deze titel tienmaal zonder haperen uitspreken zou een mooi opgave voor het WK tongworstelen zijn), waar het er terug wat steviger aan toe gaat. “Söngur uppljómunar” bevat vreemde melodieuze gitaar leads, die minder scoren bij ondergetekende en de song een technischer karakter geven. Persoonlijke favoriet “Ég byggði dyr í eyðimörkinni” klinkt bij aftrap nog schatplichtig aan Svartidauði maar gaat, naarmate de song vordert, de epische toer op met Noors aandoend riffwerk. De grandeur van de finale van dit nummer klinkt alsof er een duiveltje op je tong pist. Hulde voor deze jonge wolven die met hun debuut meteen hoge ogen gooien en (vooral op de tweede helft van de plaat) een eigenwijze twist hebben gegeven aan het door ons zo geliefde black metal genre.

JOKKE: 90/100

Misþyrming – Söngvar elds og óreiðu (Terratur Possessions / Fallen Empire Records 2015)
1. Söngur heiftar
2. …Af þjáningu og þrá
3. Endalokasálmar
4. Frostauðn
5. Er haustið ber að garði
6. Friðþæging blýþungra hjartna
7. Söngur uppljómunar
8. Ég byggði dyr í eyðimörkinni
9. Stjörnuþoka

Naðra – Eitur

There’s something rotten in the state of Iceland”. We hebben bij Addergebroed al menig IJslands ondergrondsmetaal gereviewd en daar gaat de komende tijd geen verandering in komen met releases die op til staan van o.a. Misþyrming en Abominor. Op het Vánagandr label zagen in 2014 echter ook een aantal obscure releases op tape (trve ende kvlt) het noorderlicht. Naðra is een band samengesteld uit leden van Carpe Noctem, Dysthymia en Abacination en “Eitur” is een eerste twee songs tellende demo. “Fjallið” gaat meteen van start met een (op het randje van valse) solo, die me gek genoeg aan iets van oude Agalloch doet denken. Met deze band zit ik wel meteen op het goede continent om de sound van Naðra te omschrijven. Het is hier immers niet het te verwachten orthodoxe pad dat bewandeld wordt, zoals we dat kennen van landgenoten Sinmara en Svartidauði , maar eerder een cascadiaans aandoende vorm van black metal met een “punky edge”. De vocalist kan precies wel een keelpastille gebruiken. Verder ramt de drummer er in overdrive op los (zalige ride sound) en is het geluid verdomd lekker voor een demotape. Het dertien minuten durende “Falið” is de betere song van de twee. Na iets meer dan twee minuten maakt de felle black metal plaats voor een doomy sludge partij, maar na nog eens een minuut of twee gaat de zweep er terug op, om enkel naar het einde toe wat te gaan vervelen. Hoewel nog een beetje op zoek naar hun eigen sound en stijl kan ik dit Naðra wel smaken.

JOKKE: 75/100

Naðra – Eitur (Vánagandr 2014)
1. Fjallið
2. Falið

Carpe Noctem – In terra profugus

Ijsland en black metal. Dan denken we onvermijdbaar aan Svartidauði. Mijn hoofd eraf als deze vergelijking niet in elke bespreking van Carpe Noctems debuut “In terra profugus” voortkomt. Want niet alleen hun afkomst delen ze met team Þórir, ook hun voorliefde voor obscure dissonante black metal. Louter verwijzen naar Svartidauði is verwijzen is Deathspell Omega oneer aandoen, aangezien “First prayer” al eens gerecycleerd werd door die andere band. Met heel veel grote woorden beschrijft de promosheet Carpe Noctem als een van Ijslands grootste black metalacts. Nu goed, de scene daar stelt geen hol voor, maar dan nog is deze grootspraak niet nodig. Carpe Noctem haalt niet het niveau van beide bands eerder vernoemd hierboven. Ze spelen weliswaar goed onderbouwde nummers, maar vaak overstijgen ze niet de grijze middelmaat. Uitschieter is wat mij betreft “VITRIOL”, zijnde nummer 3. Zij noemen het nummer 1, want, ik kopieer het Engels (dat bekt beter): “the order of the songs count down at first, and then upwards, signifying the initial descent into the earth, into the dream or afterlife, and the subsequent transformation and resurrection”. Weer onnodige grootspraak. “VITRIOL” was dan ook het nummer dat me deed watertandend deed verlangen meer te horen. Het obscuur sfeertje is alom vertegenwoordigd op “In terra profugus”, doch zijn er heus wat death metalinvloeden te horen, zoals de upbeat drumstukken in “Metamorphoses maleficarum”. En ook de sound leunt meer aan bij death metal. Op zich is “In terra profugus” geen onaardig schijfje, maar waarom naar de B-kant van Svartidauði luisteren? Ik had wat meer verwacht.

FLP: 79/100

Carpe Noctem – In terra profugus (Code666 2013)
1. III. Odium somniferum
2. II. Ars moriendi
3. I. VITRIOL
4. II. Metamorphoses maleficarum
5. III. Hostis humani generis