cult of fire

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution)

Sommige bands verleggen de klemtoon in hun thematiek doorheen de jaren. Zeker wanneer je – zoals in het geval van het Tsjechische Inferno – reeds meer dan twintig jaar op de teller hebt staan. Lange tijd werden hun – grotendeels in hun moedertaal gezongen – teksten op een heidense manier ingekleurd. Langzaamaan begon de focus zich echter te verleggen naar satanisme en occultisme en nam de kwaliteit van het muzikaal gebodene exponentieel toe vanaf de “Black devotion“-plaat, wat in 2013 leidde tot Inferno’s voorlopige hoogtepunt “Omniabscence filled by his greatness“. Ik schrijf met opzet “voorlopig” want het nagelnieuwe “Gnosis kardias (of transcension and involution)” weet de voorganger zelfs nog te overtreffen. Rots-in-de-infernale-branding Adramalech is er sinds de oerdagen van de band bij en heeft door de jaren heen een sterke line-up rond zich weten scharen die perfect weet hoe ze spannende, duivelse klanken uit hun instrumenten moeten persen. De sterke, zij het minder typische en herkenbare Necromorbus-productie, geeft de plaat bovendien een eigenzinnig en mysterieus karakter. Op “Gnosis kardias (of transcension and involution)” portretteert de band de doordringende grootheid van krachten die zowel van binnenuit als van buitenaf op het individu inwerken. De verkenning van de hoogten van spirituele extase, maar evengoed van de abyssale diepten van het onbewuste, wordt perfect getransponeerd naar de dynamische, magische muziek die veel verder gaat dan een zwartmetalen invalshoek. Zo bevat “The innermost disillusion” bij aanvang de nodige psychedelische elementen die over een furieuze black metal basis – inclusief sacrale zang die op sommige nummers mee vertolkt wordt door Acherontas opperhoofd Acherontas V. Priest – gedrapeerd zijn. Halverwege deze song maakt de verzengende agressie echter plaats voor een hypnotiserende kalmte waarbij een eerder sludgy gitaarriff en vergezellende baspuls een totaal ander karakter aan het nummer geven. Think Sunset In The 12th House. De diepe proclamerende vocalen aan het einde van de song doen me dan weer aan het legendarische Diabolical Masquerade denken. Het inbouwen van progressieve partijen, die de dialoog aangaan met meer rechtoe-rechtaan stukken, spant de spanningsboog tot het uiterste op. Zo klinkt Inferno tijdens de rockende riffs in “Upheaval of silence” opnieuw enkele seconden als het zijproject van enkele Dordeduh leden (niet toevallig ook een band die Oost-Europese invloeen in haar muziek verwerkt) om de rest van de song toch voornamelijk zwartgeblakerde razernij tentoon te spreiden. Tijd om in te dutten tijdens de lange nummers is er met andere woorden niet. Aan het einde van “Abysmal cacophony” meen ik zelfs enige Oosters aandoende, orchestrale elementen waar te nemen. Het knappe aan “Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)” is dat grotendeels trage gitaarpartijen door hypersnelle drums ondersteund worden, vooraleer ook deze song zich even later aan occulte ambient en drone waagt om tenslotte in een oriëntaalse apotheose uit te monden. Die Oosterse invalshoek vinden we natuurlijk ook bij landgenoten Cult Of Fire terug, hoewel die nog een stapje verder gaan in hun adoratie voor India. “Gate-eye of fractal spiral” klokt op meer dan tien minuten af en manifesteert een laatste keer een allegaartje aan black metal, psychedelica, Oosterse sfeer, transcendentale ritmiek en symfonische grandeur. Wat zeker niet onvermeld mag blijven is het fe-no-me-na-le artwork van Jose Gabriel Alegría Sabogal, dat bijna onovertrefbaar lijkt qua details en symboliek. Het lijkt wel een deel van één of andere imposante plafondschildering te zijn. Aan de superlatieven die ik gebruik, merken jullie dat ik danig onder de indruk ben van deze zevende langspeler van Inferno. Het wordt hoogtijd dat ik ze ook live eens onderga.

JOKKE: 91/100

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution) (World Terror Committee 2017)
1. The innermost disillusion
2. Abysmal cacophony
3. Upheaval of silence
4. Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)
5. Gate-eye of fractal spiral
6. Orison for the baneful serpent

Advertenties

Batushka – Litourgiya

Het einde van het jaar nadert met rasse schreden en net als ik denk alle topreleases nu wel gehoord te hebben, stuit ik op Batushka (niet te verwarren met onze landgenoten van Bathsheba), die met debuut “Litourgiya” misschien wel dé meest originele vorm van black metal uitbrengen die ik dit jaar gehoord heb. Het gebodene houdt immers het midden tussen wervelende, doch goed in het gehoor liggende, black metal en beklijvende doom en dit alles doorspekt met religieuze, orthodoxe Slavonische gezangen. Theatraliteit en grootse epiek druipen van de acht nummers af. Wanneer het gaspedaal ingedrukt wordt, valt niet te ontkennen dat er, naast het lagergestemde riffwerk, heel wat elementen van de Zweedse school in de black metal doorgesijpeld zijn: striemende tremolo-picking gitaarmelodieën à la Naglfar en naar Dark Funeral neigende demonische screams. Je zou het ze op basis van deze stijlelementen niet aangeven, maar we hebben hier wel degelijk met een Pools collectief te maken, waarvan de leden echter anoniem wensen te blijven. Volgens de geruchtenmolen gaat het om muzikanten van (erg) bekende bands, hoewel ik de helse screamende vocalen nochtans niet meteen aan een andere Poolse band kan linken. Door de moderne productie waarin alle elementen duidelijk hoorbaar zijn (hoor die basgitaar ronken!), knalt het plaatje erg krachtig uit de speakers, met enig minpuntje dat de bassdrums soms wat té getriggerd klinken. Wanneer de kaart van de catchy melodie getrokken wordt (nummerke drie of vijf) komt een band als Deafheaven of Ghost Bath vanachter de hoek piepen, maar laat dat de haters vooral niet afschrikken. De meerwaarde van deze band ligt namelijk in de manier waarin de extremen opgezocht worden door felle blastpartijen te laten contrasteren met atmosferische en ritualistische doom (nummerke vier) en vooral door de erg intrigerende en pakkende diepe basstem, die de rituele kloostergezangen produceert (Galisische samoilka zang voor de geïnteresseerden), te laten samensmelten met duivelskrijsen. Je lijkt wel enkele honderden jaren terug in de tijd gekatapulteerd te worden naar één of andere duistere, sacrale middeleeuwse bijeenkomst. Je hoort duidelijk dat hier volbloed muzikanten aan het werk zijn, want de nummers, die alle mooi rond de vijfminutengrens aftikken, zitten héél goed ineen (check bijvoorbeeld nummerke zeven). Voor sommigen zal hier misschien dan ook wel té veel over nagedacht zijn of verliest de band, in vergelijking met bijvoorbeeld een Cult Of Fire, wat van haar mystieke charme door de moderne productie. Mijn kop er echter op IS-wijze af als Batushka, na Svartidauði, Bölzer en Misþyrming niet “the next big thing” in de underground scene gaat worden. Ideale band om op een Nidrosian Black Mass te zetten, ware het niet dat het doek over dit festival gevallen is. Ik ben fan!

JOKKE: 90/100

Batushka – Litourgiya (Witching Hour Productions 2015)
1. Yekteniya 1
2. Yekteniya 2
3. Yekteniya 3
4. Yekteniya 4
5. Yekteniya 5
6. Yekteniya 6
7. Yekteniya 7
8. Yekteniya 8

Serpent Noir – Erotomysticism

De groeicurve die het Griekse Serpent Noir sinds haar geboorte in 2010 heeft doorgemaakt is bijna zo steil als de wanden van de financiële put waar hun thuisland dient uit te klouteren. Dat deze Helleense muzikanten bovendien niet over één nacht ijs gegaan zijn met het ineen boksen van hun nieuwe plaat “Erotomysticism”, wordt al snel duidelijk als we een blik werpen op de lijst participanten op deze plaat. Het vijftal, dat is samengesteld uit muzikanten van Acrimonious, Embrace Of Thorns, Nefandus en Ofermod; do I need to say more over het genre dat we hier voorgeschoteld krijgen? ) heeft zich immers op tekstueel vlak laten bijstaan door Thomas Karlsson, oprichter van “Dragon Rouge”, auteur van “Qabalah, qliphoth and Goetic magic” en sinds jaar en dag tekstschrijver voor het (scusi – tenenkrullende) Therion. Op “Desert of azazel” neemt hij de lead vocalen voor zijn rekening en ook Christofer Johnsson, mastermind van het Zweedse Therion, leverde een muzikale bijdrage op Hammond orgel in het afsluitende “Mephistophelian pacts”. De mastering was dan weer in handen van Thomas Tannenberger van het Oostenrijkse Abigor. Ook al hangt er een ietwat doffe waas over het muzikale geheel, laat dat vooral geen domper op de feestvreugde zijn. Na een mystiek intro vol panfluiten (denk hier nu niet aan onze kleine Peruviaanse vrienden die vroeger op de zeedijk middels dit instrument kitscherige versies brachten van Céline Dion’s “My heart will go on” en andere muzikale gedrochten) is het tijd voor het echte werk. Dit is occulte black metal met een hoofdletter “O”. Hoewel de band muzikaal gezien op veel momenten niet als black metal te catalogiseren valt. Het veelvuldig gebruik van cleane gitaar- en keelklanken creëert immers meer dan eens een dark wave achtig sfeertje. Het draait bij Serpent Noir helemaal om het neerzetten van duistere sfeer en het creëren van transcendentale portalen naar parallelle universums. En qua tempo heeft deze band hoegenaamd geen interesse in het breken van snelheidsrecords. Sporadische uitbarstingen worden  groots ingeluid middels een gongslag en roepen (mede door de Oosters aandoende melodieën)  vergelijkingen op met Cult Of Fire. Op andere momenten worden rituele drums gebruikt (“The initiatrice of a’arab zaraq”) om donkere vibes en mysterieuze onheilspellende klanken te produceren. In “Ayahuasca” duiken oepternieft Latijns-Amerikaanse invloeden op. Niet zo vreemd, want sinds “Ja Jan” weet Jan en alleman dat ayahuasca (ofte “slingerplant van de ziel”) een hallucinogene plant uit Peru is, waarvan een soort thee getrokken wordt die door Indianenstammen ritueel gedronken wordt en tot één van de sterkste en meest bevreemdende trips leidt. Past dus perfect op deze plaat. Serpent Noir opereert in dezelfde niche als landgenoten Acherontas maar levert met “Erotomysticism” een kunstwerkje af dat het beter doet dan die laatste hun nieuwste.

JOKKE: 80/100

Serpent Noir – Erotomysticism (Daemon Worship Productions 2015)
1.
Path of the raven
2. The veritable red dragon
3. Ayin
4. Al runa
5. Desert of azazel
6. The initiatrice of a’arab zaraq
7. The dioscuri of darkness
8. Ayahuasca
9. Mephistophelian pacts

Death Karma – The history of death and burial rituals part I

Conceptplaten: ik heb er niets op tegen. Zeker niet als er zoveel bloed, zweet en tranen ingestoken wordt als het geval is bij de eerste full length van het Tsjechische duo Death Karma. De titel van de plaat spreekt boekdelen. Bandleider Vladimir Pavelka (aka Infernal Vlad van o.a. Cult Of Fire) is al zijn hele leven gefascineerd door de dood. “The history of death and burial rituals part I” is het eerste deel (nou moe!) van de vermuzikalisering (is dat een woord?) van postume rituelen en de perceptie van de dood in verschillende culturen en landen over de wereld. In tweeënveertig minuten tijd maken we een reis naar zes bestemmingen gaande van Midden-Amerika tot Azië en van Europa tot Afrika. Daar waar we op de EP “A life not worth living” een geluid voorgeschoteld kregen dat het midden hield tussen death en black metal, is het totaalgeluid op de nieuwe plaat nog meer richting de zwarte kant geëvolueerd, hoewel je afgaande op het concept eerder een shift naar de dode zijde zou verwachten. Vergeleken met de EP is de nieuweling duidelijk the next step in de ontwikkeling van Death Karma. We zijn slechts enkele seconden ver op onze muzikale reis en we moeten meteen aan Cult Of Fire denken (de naam was reeds gevallen), maar aangezien het feit dat ook drummer Tom Coroner deel uitmaakt van die band, moet je het dus niet al te ver gaan zoeken. De hamvraag blijft dan natuurlijk of Death Karma bestaansrecht heeft naast Cult Of Fire. Ik laat jullie nog even in spanning. De rauwe agressie van de EP heeft plaats geruimd voor een meer atmosferische inslag, wat natuurlijk een perfect fit is aangezien het emotionele aspect dat verbonden is aan doodsrituelen. De muziek bevat grootse en bij wijlen catchy melodieën (check opener “Journey of the soul”) en is doorspekt met hammondorgel geluiden, die regelmatig voor een sacrale toets zorgen (“First spell” van het Noorse Gehenna duikt hierdoor ook regelmatig op als referentie). Deze stijlelementen zorgden ervoor dat Cult Of Fire een uniek bandgeluid heeft weten te ontwikkelen binnen de drukbevolkte black metal scene, maar worden door het duo dus ook bij Death Karma gretig ingezet. Het iets ruwere karakter van “Famadihana” wordt ingekleurd door rituele koorgezangen, wat natuurlijk niet mag ontbreken op een dergelijke conceptplaat. “Chichén itzá” gaat van start met morbide en beangstigende vocalen ondersteund door tribal drums die een perfecte weergave vormen van ceremoniële bezweringen in het oude Mexico. Dit is dan ook de meest experimentele track van het album. In “Úmrlcí prkna” komt het thuisland van Death Karma aan bod en gaat de band met een groovende riff aan de slag om toch weer te eindigen met een zekere epiek.  In “Towers of silence” kiest de band voor een instrumentale aanpak en reizen we af naar India. We wisten reeds dat dit land en haar historische gebruiken een grote inspiratiebron vormden voor Vladimir. Gek genoeg doen de gitaar leads me meer dan eens aan het epische Bathory denken, maar er passeren ook speed metal riffs en solo’s. Het afsluitende “Hanging coffins” beschrijft de Chinese traditie waarbij doodskisten aan hoge rotsen gehangen worden in plaats van te begraven om alzo de vrede van de overledenen te garanderen. Weeral iets bijgeleerd! Wie meer wil weten over al deze gebruiken en riten kan aan de slag gaan met de bibliografie die vermeld werd. Interessant voer voor de meerwaardezoeker! De verpakking van de elpee is om duimen en vingers bij af te likken. Elk begrafenisritueel werd door S. Glomba via prachtige tekeningen geïllustreerd waardoor je dus niet alleen een muzikale maar ook visuele weergave krijgt van de behandelde doodspraktijken. Op productioneel gebied, is het eindresultaat misschien net iets té groezelig, om optimaal van alle melodieën te kunnen genieten en alle details te ontdekken, maar dat is natuurlijk een mes dat aan twee kanten snijdt. Wanneer het er té gelikt aan toe zou gaan, staat dit meestal gelijk aan inboeten op gebied van mystiek, atmosfeer en het underground karakter.  Hoewel de aanpak van Death Karma iets afwisselender en nóg experimenteler is dan bij Cult Of Fire, zijn er natuurlijk heel veel paralellen te trekken tussen beide acts. We kunnen dan ook nog uren aan den toog blijven lullen over het feit of deze plaat al dan niet onder de monniker Cult Of Fire had moeten verschijnen, maar feit is dat eenieder die de vuurkult weet te appreciëren, zich ook gretig zal amuseren met Death Karma. Laat deel twee maar snel komen!

JOKKE: 87/100

Death Karma – The history of death and burial rituals part I (Iron Bonehead Productions 2015)
1. Slovakia – Journey of the soul
2. Madagascar – Famadihana
3. Mexico – Chichén itzá
4. Czech Republic – Úmrlcí prkna
5. India – Towers of silence
6. China – Hanging coffins