Dark Funeral

Nightbringer – Terra damnata

“Does size matter?” In het geval van Kyle Spanswick in elk geval niet, want hoewel de Amerikaan klein van gestalte is, weet hij grootse dingen te doen met zijn Nightbringer. Op plaat nummer vijf bestaat het internationale gezelschap naast zanger/gitarist Kyle aka Naas Alcameth (Akhlys, Bestia Arcana) uit de Zweedse zanger ar-Ra’d al-Iblis (o.a. ex-Acrimonious), zanger/gitarist Ophis – je hoort inderdaad drie schreeuwlelijkerd aan het werk – Gitarist VJS (o.a. Adaestuo en Sargeist) – yep, ook drie gitaristen –  de Portugese drummer Menthor (o.a. Enthroned en Lucifyre) en met bassist Norgaath (o.a. Coldborn en Grimfaug) is er tenslotte zelfs een Belgische connectie. Allemaal jongens die het klappen van de zweep kennen en dus niet op een foutje te betrappen zijn. Voorganger “Ego dominus tuus” uit 2014 vond ik het toenmalige hoogtepunt uit de carrière van de band omwille van het lager gehalte aan enerverende tremolo picking leads ten opzichte van het ouder materiaal, wat me dus beter afging. Er werd wel grondig leentjebuur gespeeld bij Dark Funeral (zanglijnen) en in mindere mate Emperor en Dimmu Borgir (het symfonische aspect). Zelf zegt de band op de nieuwkomer terug te keren naar het meer orthodoxe geluid van “Hierophany of the open grave” uit 2011 –  wat ik beaam – maar spijtig genoeg betekent dat ook wel terug een hogere dosis volcontinu high pitched leads waar ik bij momenten onrustig van wordt – maar is dat eerlijk gezegd ook niet de bedoeling van black metal? In opener “As wolves amongs ruins” worden de snerpende leads zo verschroeiend heet als een laser waarmee foute tribal tattoos uitgewist kunnen worden om plaats te ruimen voor één of ander hip occult symbooltje. Naast moeilijker te verteerbare songs staan er ook een heleboel klassenummers op “Terra damnata” zoals “Midnight’s crown” waarbij de wisselwerking tussen de drie vocalisten vuurwerk geeft en “Let silence be his sacred name“, met haar dynamische en expansieve sound waarbij trage partijen afgewisseld worden met hyperspeed blasts die een meditatieve state of mind creëren. Referenties naar Emperor’s barokke “IX equilibrium“-periode zijn nog steeds aanwezig, zoals te horen is in de mid-tempo track “Inheritor of a dying world“. Het trage, slepende maar bombastische “The lamp of inverse light” springt het meest in het alziend oog met haar spoken word-sample, ontleend aan een interview met Julius Evola (Italiaanse filosoof, schilder en esotericus die hier spreekt over The Left Hand Path). In hekkensluiter “Serpent song” laat Nightbringer nog eens horen waarom ze qua complexe, symfonische black metal momenteel zo wat de absolute top in het genre zijn. Op grafisch vlak heeft de Mexicaanse kunstenaar David Herrerias zich weer eens mogen uitleven, want het cover artwork, vol occulte verwijzingen, is erg intrigerend. Deze jongens nemen hun spirituele overtuigingen uitermate serieus, wat bovendien respect afdwingt.

JOKKE: 86/100

Nightbringer – Terra damnata (Season Of Mist 2017)
1. As wolves amongst ruins
2. Misrule
3. Midnight’s crown
4. Of the key and crossed bones
5. Let silence be his sacred name
6. Inheritor of a dying world
7. The lamp of inverse light
8. Serpent sun

Advertenties

Doedsvangr – Satan ov suns

Als je de heren Shatraug (Sargeist, Horna, Behexen en een peloton andere bands), AntiChristian (o.a. Tsjuder en Isvind) en Doedsadmiral (Nordjevel) samen een potje muziek laat maken, weet je van tevoren al dat het resultaat geen balverschrimpelende power metal zal zijn, maar ouderwets klinkende black. Voor deze Noors/Finse-collaboratie zou in theorie het predicaat “superband” van onder de mottenballen gehaald mogen worden. In theorie, want de praktijk leert ons dat het samenbrengen van muzikanten die hun sporen al dubbel en dik verdiend hebben, toch niet altijd tot muzikaal vuurwerk leidt. In het geval van Doedsvangr valt het allemaal wel mee. Natuurlijk kennen de heren het klappen van de zweep en beheersen ze hun instrumenten tot in de puntjes, maar het wordt slechts zelden écht spannend op dit debuut. We horen veelal uptempo black à la Dark Funeral, hoewel het trio wel weet dat ze op tijd en stond ook eens wat gas moeten terugnemen (o.a. in de titeltrack), want dat een blastfestijn van meer dan vijftig minuten anders al snel gaat vervelen. Het dynamische “Black dawn” steekt met haar aanstekelijke riffs boven de middelmaat uit en ook “Black sun nimbus” weet te bekoren, maar dan zijn we spijtig genoeg reeds bij het laatste nummer aanbeland. Doedsvangr brengt zijn black te veel volgens de regels van het boekje en mede door de te proper en modern klinkende productie (o.a. machinaal klinkende bassdrums) en de eentonige doordeweekse screams van Doedsadmiral, is dat onvoldoende om boven de grijze massa uit te stijgen. Het surrealistische artwork spring dan weer wel in het oog. Hier had toch wel wat meer ingezeten als je het mij vraagt.

JOKKE: 75/100

Doedsvangr – Satan ov suns (Immortal Frost Productions 2017)
1. Our lord cometh!
2. Rituals
3. Doedsvangr
4. Black dawn
5. Northern watchtowers
6. Diaboli
7. Gnashing of teeth
8. Breath of lucifer
9. Throne of black illumination
10. Blood whores
11. Black sun nimbus

Arkona – Lunaris

De meest gekende Poolse bands die de second wave of black metal begin jaren negentig in gang staken, zijn ongetwijfeld Behemoth en Graveland. Vergeet echter Arkona niet dat sinds haar oprichting in 1993 al zeventien kogels uit de strak om-de-lederen-broek-gespannen kogelriem heeft afgeschoten. Met “Lunaris” als langspeler nummer zes, vuurt Arkona echter haar meest dodelijke kogel op de luisteraar af. Doorheen de jaren is het een komen-en-gaan van bandleden geweest met veteraan Khorzon (gitaar, bas en keyboards) als enige constante. En zelfs na de opnames van “Lunaris” blijft het een voortdurende position switch. Op plaat horen we Nechrist als tweede gitarist, Zaala als drummer/mitrailleursalvo en Necrosodom als sessiezanger. Die laatste werd recent vervangen door zanger/bassist Drac waardoor drie vierde van de huidige line-up uit leden van Taran bestaat. Het Arkona-geluid anno 2016 is een synthese van snelle op Zweedse leest (think Setherial, Dark Funeral) geschoeide straightforward black metal waarbij keyboards voor een donkere, neo-klassieke, romantische invalshoek zorgen. De heidense thematiek ligt er niet vingerdik bovenop zoals bij het type Аркона pagan/folk-band waarvan ik het groengespikkeld schijt krijg. Denk eerder richting Drudkh, vooral door de vocalen en onderhuidse pagan feel en – waarom niet – aan Falkenback zoals tijdens het begin van “Ziemia”. Het galloperende ritme en de drum rolls en fills uit de eerste helft van “Nie dla mnie litość” knipogen naar Dissection om nadien stillere wateren te verkennen waarbij de duistere symfonische klanken aan Limbonic Art doen denken. Hoewel “Lunaris” het hoogtepunt is uit de Arkona discografie en enkele pijnpunten uit het verleden, zoals de steriel klinkende (maar retestrakke) hyperblasts, verholpen zijn, heb ik toch nog wel enkele puntjes van kritiek. Zo klinken de snelle black metal passages bij momenten nogal standaard en inwisselbaar. Verder zal niet iedereen de keyboards kunnen smaken. Ik trek ze nog wel, hoewel ze halverwege opener “Droga do ocalenia” een ongewenste Bal-Sagoth déjà-vue oproepen. Het is niet zo dat de cinematografische toetsen- en orgelpartijen voortdurend de strijd met de tremoloriffs aangaan, ze fungeren eerder als aftrap of rustpunt in de vrij lange nummers, want het zijn de riffs die grotendeels voor het majestueuze karakter zorgen. Concluderend laat “Lunaris” niets nieuws onder de zon horen, maar is de plaat wel best te pruimen, vooral als je je kan vinden in voorgaande name droppings.

JOKKE: 80/100

Arkona – Lunaris (Debemur Morti Productions 2016)
1. Droga do ocalenia
2. Ziemia
3. Śmierć i odrodzenie
4. Nie dla mnie litość
5. Lśnienie
6. Lunaris

Whoredom Rife – Whoredom Rife

Naar aanleiding van Prague Death Mass kondigde Terratur Possessions met veel bombarie zeven (nieuwe) releases aan. Eén van deze zwarte pareltjes is het gelijknamige debuut van Whoredom Rife. Deze band uit Trondheim (Nidaros) vormt een nieuwe kwalitatieve toevoeging aan de reeds allerminst misselijk makende Nidrosian black metal scene die vorm gegeven wordt door o.a. Vemod, One Tail One Head, Dark Sonority, Black Majesty, Mare en Celestial Bloodshed. Zoals wel meer het geval is bij acts die met Terratur Possessions de ideale broodheer gevonden hebben, primeert ook hier de muziek en is er niet veel méér geweten over het duo V. Einride (alle instrumenten – wat kan die man spelen zeg!) en K.R. (zang). Over naar de muziek dan maar! Zelf zegt de band voornamelijk geïnspireerd te zijn door de oude klassieke Noorse black metal scene. Dat ga ik allerminst ontkennen, maar zou hier toch ook de nodige Zweedse invloeden van bijvoorbeeld een Ondskapt (duisterheid) en zelfs Dark Funeral (snelheid) aan willen toevoegen. Luister maar eens naar het sublieme melodieuze gitaarwerk (inclusief solo’s) van bijvoorbeeld “Gitt til Odin“. De eerste twee songs zijn voornamelijk full force and speed ahead, maar op kant B wordt wat gas terug genomen voornamelijk in de laatste track dan. In “Thought and memory” doen de subtiele keyboards en de kille sfeer me aan het machtige debuut “Through times of war” van Keep Of Kalessin denken. De afsluiter is echter het prijsbeest van deze EP. Een song waarnaar je je als band vernoemt, vraagt natuurlijk net dat beetje meer aandacht want deze representeert toch min of meer wel waar je als band voor staat. De rollende basdrums en melodieuze, doch kille en tikkeltje industrieel aanvoelende gitaren, refereren aan Satyricon ten tijde van “Volcano“. Deze prachtig vorm gegeven 12” LP is een knaller van een eerste visitekaartje. Dat belooft voor de toekomst!

JOKKE: 87/100

Whoredom Rife – Whoredom Rife (Terratur Possessions 2016)
1. Fyrstens land
2. Gitt til Odin
3. Thought and memory
4. Whoredom rife

 

 

Rorcal – Creon

De jongens van Rorcal zijn een bende eikeltjes die met hun arty farty packaging mij nooit echt weten te overtuigen. Zo heb ik in bezit: “Monochome” waarvan je niet weet wat de boven- en onderkant van de cd is. Of “Világvége” dat in een vreselijk piepschuim met lichtpaarse kaft zit. “Heliogabalus” zit dan weer in een soort enveloppe die haast scheurt als je alleen nog maar naar kijkt. Nieuweling “Creon” zit gelukkig in een stevige digipack en wie het Grieks niet machtig is, kan het boekje meteen bij het papierafval zetten, want dan valt er niks te lezen. Sommige mensen zullen het wel “vree neig” vinden, maar doe mij maar de klassieke formule. Bon, naar de kern van de zaak. “Creon” is goed. Heel goed. Meer nog, voor mij is dit Rorcals beste werk. Hun formule van knalharde core, gemengd met black metal en sludge is erg origineel. Het doet me steevast denken aan een betere versie van Celeste, die andere hippe band in het genre. De uitgesponnen tracks zijn werkelijk verstikkend. Je wordt met de keel genepen, en ongeacht of het tempo traag of snel is, de grip lost niet. Ook Celeste heeft zo’n wurgende sound, maar laten de metertjes altijd in het rood staan. Rorcal zorgt gelukkig wel voor voldoende dynamiek. Mede omdat er op “Creon” meer black metalinvloeden te horen zijn. Zo komt er in het eerste nummer een heerlijke ouderwetse Burzum klinkende riff voorbij. Het gros van deze hipsterbands gaan in de leer bij het sfeervol gejengel van Wolves in the Throne Room, wat zeker geen slechte band is. Maar Rorcal haalt haar mosterd eerder bij de kille Scandinavische scene uit de jaren negentig, maar dan met heftig en (minpunt) eenzijdig keelwerk. Hardcore gasten die black metal spelen, ik heb het er altijd moeilijk mee. Maar Rorcal staat als een huis en “Creon” klinkt beresterk! Wat een plaat! Fuck! Flp: 91/100

Rorcal – Creon (Bleak Recordings, Lost Pilgrims Records, Division Records, Dullest Records, We Are Grains of Sand, Long Legs Long Arms, Unquiet Records 2016)
1. Πολυνείκης
2. Ἀντιγόνη
3. Αἵμων
4. Εὐρυδίκη

Merci, Metal Archives!

Cirith Gorgor – Visions of exalted lucifer

Het is van “Unveiling the essence” uit 2001 geleden dat er nog eens wat kleur waar te nemen viel in een hoesontwerp van Cirith Gorgor. Het lijkt op het eerste zicht een stijlbreuk te zijn met het verleden hoewel de knappe creatie van Valnoir (Metastazis – zijn herkenbare stijl sierde ook reeds covers van Blut Aus Nord, Ascension, Paradise Lost, Secrets Of The Moon en menig andere band) wel perfect de huidige Luciferiaanse invulling die de band aan hun zwartmetaal geeft, weet weer te geven. Sinds een jaar of drie is de line-up van Cirith Gorgor min of meer stabiel te noemen, wat in het verleden wel al eens anders was getuige de lange waslijst aan ex-leden (enkel vellenmepper Levithmong is er reeds vanaf het begin bij, wat ook alweer twintig jaar geleden is). Het komen en gaan van bandleden heeft echter nooit een negatieve invloed gehad op de prestaties van deze Hollanders. Wie het oudere werk van de band weet te appreciëren en geilt op de snelle black van Marduk, Dark Funeral en Enthroned, kan dan ook blindelings tot de aanschaf van de nieuwe plaat overgaan. Toch zijn er enkele nieuwe elementen die de enigszins oerconservatieve sound van het vijftal opfrissen. Daar waar Cirith Gorgor erom bekend stond niet aan voorspel of enige subtiliteiten mee te doen maar meteen tot de daad over te gaan en onophoudelijk te beuken en te rossen (zo wordt de plaat met “Salvator” ook zonder aarzelen ingezet), bevat “Visions of exalted lucifer” toch ook de nodige momenten waarop de band wat gas terug neemt. Mijn persoonlijke favoriet “Rite of purification – Vanished from this world” is hier met zijn Noors-heidendom-aandoende-invalshoek (think Kampfar of Taake) een mooi voorbeeld van en bewijst dat de band ook overtuigend voor de dag kan komen als ze niet tegen 200 km/uur blasten. Allerminst een ouderdomskwaaltje dus. Een ander nieuwigheidje is de ritualistische aanpak in songs als “Of black dimensions…” en “Into the nameless void“ waarin de licht orthodoxe vocale invulling voor wat afwisseling zorgt vergeleken met de ietwat monotone screams van Satanael. Deze verrijking van de sound van Cirith Gorgor maakt van “Visions of exalted lucifer” de meest afwisselende plaat uit hun discografie en tevens ook de boeiendste.

JOKKE: 79/100

Cirith Gorgor – Visions of exalted lucifer (Hammerheart Records 2016)
1. Salvator
2. A vision of exalted lucifer
3. Of black dimensions…
4. …And demonic wisdom
5. Wille zur macht
6. Rite of purification – Vanished from this world
7. Into the nameless void

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens de laatste paar releases van Dark Funeral met gemak overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel