dissection

Wode – Servants of the countercosmos

Het uit Manchester afkomstige Wode debuteerde vorig jaar sterk met haar eerste langspeler. Ondertussen werd Vendetta Records ingeruild voor Avantgarde Music en verscheen enkele weken geleden de opvolger getiteld “Servants of the countercosmos“. Deze was min of meer aan mijn aandacht voorbij gegaan maar dankzij Ondergronds werd ik op de release attent gemaakt vermits ze het Engelse kwartet wisten te strikken voor een show in de Antwerpse Music City. Tijdens de ontzettend strakke performance (wat een drummer!) viel me op dat Wode haar nummers live met een zekere gejaagdheid brengt – wat me op plaat niet opgevallen was – en dat er best wel wat war metal-invloeden in de sound verweven zitten. De nieuwe plaat telt opnieuw zes songs maar tikt toch op een kwartier minder speelduur af. Buiten het epische, negen minuten durende “Chaosspell” werd met andere woorden gekozen voor compacte songs waarin de black metal basis opgefleurd wordt met de nodige death en thrash metal riff-infusies waarbij grootheid Absu meermaals in mijn gedachten voorbij galoppeert. Het aanstekelijke “Celestial dagger” heeft dan weer meer weg van zwartgeblakerde punk terwijl in de titeltrack de Dissection-geest overduidelijk rondwaart. Vermeldenswaardig is dat er op en tijd en stond de nodige chaotische solo’s voorbijvliegen en dat de luisteraar door het moordend hoge tempo pas bij de akoestische klanken van het afsluitende “Undoing” de nodige rust gegund wordt. Wode is een band die in de overvolle underground reeds een eigen plaatsje heeft weten opeisen middels haar no-nonsense attitude en twee sterke platen.

JOKKE: 85/100

Wode – Servants of the countercosmos (Avantgarde Music 2017)
1. Crypt of creation
2. Celestial dagger
3. Temple interment
4. Servants of the countercosmos
5. Chaosspell
6. Undoing

Thy Darkened Shade/Chaos Invocation – Saatet-Ta apep

“The Left Hand Path is no fun, the LHP endangers the life and happiness of millions. You must stop, we appeal to the fake bands of today. Stop the madness, there are better things in life. Moloch will devour you anyway!” Duidelijk statement van twee bands uit de W.T.C.-stal die de handen in mekaar hebben geslagen voor een split 7″ EP. Het betreft hier het Griekse Thy Darkened Shade en het Duitse Chaos Invocation. Die eerste brengen met “Cascade of Nun” een solide, melodieuze, mid-tempo occulte black metal song zoals we die voortdurend te horen krijgen van meerdere van hun labelgenoten. Niets op aan te merken, maar het blaast me ook niet omver. Ik keek vooral uit naar de B-kant waarop voor het eerst in vier jaar nieuw werk van Chaos Invocation te beluisteren valt. “Cave allegory of the great desert void” klinkt tegelijkertijd catchy en melodieus (en verraadt nog steeds een zekere voorliefde voor Dissection), maar ook vurig en bevat de nodige eb-en-vloed dynamiek en occulte koorzang, wat maakt dat er heel wat afwisseling in deze ene track vervat zit. De nieuwe langspeler zou niet lang meer op zich mogen laten wachten. Benieuwd!

JOKKE: 82/100

Thy Darkened Shade/Chaos Invocation – Saatet-Ta apep (World Terror Committee 2017)
1. Thy Darkened Shade – Cascade of Nun
2. Chaos Invocation – Cave allegory of the great desert void

Acherontas – Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)

De Griek Acherontas V. Priest is een bezig bazeke. Met zijn hoofdband Acherontas is de zwaar getatoeëerde kaalkop ondertussen aan langspeler nummer zes aangekomen (acht als je de levensjaren onder de omstreden naam Stutthof meetelt), ééntje die de titel  “Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)” meekreeg. Dit tweede deel borduurt verder op “Ma-IoN (Formulas of reptilian unification)” dat twee jaar geleden verscheen. Een plaat van Acherontas gaat steeds met heel veel bombarie en grootspraak gepaard; ook nu weer. Tussen al het moeilijk doen door kunnen we afleiden dat de plaat draait rond de zonnetradities, magische krachten van de maan en traditionalisme als opstand tegen de moderne wereld én de moderne black metal scene, meer bepaald alle dertien-in-een-dozijn bands die fake rituele ambient aan hun sound toevoegen – iets wat Acherontas claimt als innovator op de kaart gezet te hebben. Op het vorige album was mijn kritiek dat de meditatieve rituele ambient de vaart uit de zeventig minuten muziek haalde; deze keer koos onze Griekse woordtovenaar voor een meer gebalde, straightforward aanpak met een album dat netjes rond de driekwartier afklokt en een terugkeer naar de roots van de band inluidt: een blend van jaren ’90 black metal en subtiele orchestrale synths van de hand van Nightbringer opperhoofd Naas Alcameth. Acherontas V. Priest en de rest van zijn coven musiceren strak en sterk en weten pakkende songs met knappe leads af te leveren zoals “Rosa andromeda” onder andere bewijst. De bijdrage van gitarist Indra (Naer Mataron) is niet gering: de melodieuze twin-gitaren doen meermaals aan Dissection denken, maar het gros is spannende occulte black met hier en daar sacrale zangpartijen en proclamaties. Zoals reeds gezegd is de ambient tot een absoluut minimum herleid, maar voor de liefhebbers is er natuurlijk nog zijproject Shibalba. Knappe plaat om het twintigjarig bestaan van de band mee in de zwarte verf te zetten.

JOKKE: 85/100

Acherontas – Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II) (World Terror Committee 2017)
1. Tablets of mercury
2. Schism of worlds
3. I-AM Ness – The tradition of EYE
4. Sopdet denudata
5. Yesod inversum
6. Rosa andromeda
7. Savikalpa samadhi
8. Amarta

Pillorian – Obsidian arc

Het nieuwbakken Pillorian – ontstaan uit de assen van het vergane Agalloch – wist ons met single “A stygian pyre” als appetizer gretig te doen watertanden naar de main course, die ons nu in de vorm van “Obsidian arc” wordt voorgeschoteld. De dark metal die met “By the light of a black sun” uit de boxen knalt, klinkt wel heel vertrouwd in de oren omwille van de veilige vintage Agalloch-sound die we voorgeschoteld krijgen, inclusief John Haughm’s rauwe vocalen die afgewisseld worden met gefluister, elektrische gitaren die het duel aangaan met hun akoestische broertje en epische leads die de gevoelige snaar moeten raken door een gevoel van mistroostige grandeur op te wekken. Ik had gedacht (en gehoopt) dat er meer black metal invloeden in het bandgeluid ingeslopen zouden zijn en dat is met “Archaen divinity” gelukkig het geval. Drummer Trevor Matthews (Uada, Infernus) pept de boel middels afwisselend drumwerk op en eens de dubbele basdrum begint te rollen en de elektrische gitaarlead ons bij de keel grijpt, ontwaken mijn armhaartjes uit hun slaapstand. “The vestige of thorns” bewandelt opnieuw veiligere paden met een van-melancholie-doordrongen-sound totdat “Forged iron crucible” opnieuw plaats maakt voor wat zwartgeblakerde agressie. Het reeds gekende “Stygian pyre” vormt met haar oude-Katatonia/Daylight Dies melancholische vibe en Dissection-invloeden het hoogtepunt van de plaat. Alvorens de tien-minuten durende afsluiter “Dark is the river of man” zich over ons meester maakt, zorgt een bijdrage van Alison Chesley (Helen Money) voor een duistere opbouw in “The sentient arcanum“, die naadloos overvloeit in het hekkensluitende epos waar John zijn stembanden afwisselend inzet om de juiste toon te zetten. Dat is er geen van joligheid, maar eerder van een wijd spectrum aan gevoelens in mineur. In de songs op “Obsidian arc”  worden elementen uit dark metal, black metal, folk, noise en avantgarde samengebald, en hoewel deze doorwinterde muzikanten over de gehele lijn kwaliteit afleveren, zijn het – naast de trage, slepende eindsong – de nummers waar het tempo en pit wat hoger liggen, die mij het meest bij de keel grijpen. De Agalloch-fans kunnen zonder aarzelen toehappen. Tot op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Pillorian – Obsidian arc (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. By the light of a black sun
2. Archaen divinity
3. The vestige of thorns
4. Forged iron crucible
5. A stygian pyre
6. The sentient arcanum
7. Dark is the river of man

Pillorian – A stygian pyre

Vorig jaar schrok ik me een hoedje toen personal favourite Agalloch besloot het bijltje erbij neer te leggen. Aan riooljournalistiek doen we hier niet mee, dus laten we het houden op een tegenstrijdige toekomstvisie van enerzijds mainman John Haughm en de andere drie bandleden. Er kwam geen rechtzaak van – zoals bij Gorgoroth en Immortal – over wie nu wel of niet aanspraak op de bandnaam kon maken. In plaats daarvan kondigde John al vrij snel aan dat hij met een nieuwe band zou verder gaan en dat hij in de vorm van Stephen Parker (Maestus, ex-Arkhum) en Trevor Matthews (Uada, ex-Infernus) twee gelijkgestemde zielen en doorwinterde muzikanten had gevonden. Volgende maand komt debuut “Obsidian arc” uit, maar in de vorm van (de reeds in pre-order uitverkochte) single “A stygian pyre” krijgen we al een amuse-bouche voor wat nog komen zal. Op basis van deze song zijn overduidelijk invloeden van Agalloch niet zo voor de hand liggend hoorbaar. Hoewel de band eveneens claimt dark/black metal te maken, neigt Pillorian toch veel meer naar de zwartmetalen hoek door dan Agalloch. “A stygian pyre” moet zelfs zowat de meest agressieve song zijn die John ooit gepend heeft! De uitstekende productie maakt het genieten van de donkere melodieën die leentjebuur spelen bij het legendarische Dissection en de kippenvel gitaarlead doet terugdenken aan de oude dagen van Katatonia. Op B-kantje “The ardor of scorn” laat Pillorian een andere kant van het obscure, melancholische spectrum zien. Deze ambient/drone song klinkt mysterieus dreigend, mede door de celloklanken van Helen Money’s Alison Chesley. En de andere Agalloch leden? Wel, drummer Aesop Dekker, gitarist Don Anderson en bassist Jason William Walton trokken Giant Squid-frontman Aaron John Gregory aan en vormden Khôrada. Zij werden op snelheid gepakt door Pillorian, maar vermits muziek geen wedstrijd is, kunnen we – in plaats van te rouwen om het heengaan van Agalloch – nu alleen maar hopen dat we er twee nieuwe uitstekende bands bij hebben. Pillorian weet hier alvast dubbel en dik te scoren. Laat dat debuut maar komen!

JOKKE:86/100

Pillorian – A stygian pyre (Eisenwald 2017)
1. A stygian pyre
2. The ardor of scorn

Arkona – Lunaris

De meest gekende Poolse bands die de second wave of black metal begin jaren negentig in gang staken, zijn ongetwijfeld Behemoth en Graveland. Vergeet echter Arkona niet dat sinds haar oprichting in 1993 al zeventien kogels uit de strak om-de-lederen-broek-gespannen kogelriem heeft afgeschoten. Met “Lunaris” als langspeler nummer zes, vuurt Arkona echter haar meest dodelijke kogel op de luisteraar af. Doorheen de jaren is het een komen-en-gaan van bandleden geweest met veteraan Khorzon (gitaar, bas en keyboards) als enige constante. En zelfs na de opnames van “Lunaris” blijft het een voortdurende position switch. Op plaat horen we Nechrist als tweede gitarist, Zaala als drummer/mitrailleursalvo en Necrosodom als sessiezanger. Die laatste werd recent vervangen door zanger/bassist Drac waardoor drie vierde van de huidige line-up uit leden van Taran bestaat. Het Arkona-geluid anno 2016 is een synthese van snelle op Zweedse leest (think Setherial, Dark Funeral) geschoeide straightforward black metal waarbij keyboards voor een donkere, neo-klassieke, romantische invalshoek zorgen. De heidense thematiek ligt er niet vingerdik bovenop zoals bij het type Аркона pagan/folk-band waarvan ik het groengespikkeld schijt krijg. Denk eerder richting Drudkh, vooral door de vocalen en onderhuidse pagan feel en – waarom niet – aan Falkenback zoals tijdens het begin van “Ziemia”. Het galloperende ritme en de drum rolls en fills uit de eerste helft van “Nie dla mnie litość” knipogen naar Dissection om nadien stillere wateren te verkennen waarbij de duistere symfonische klanken aan Limbonic Art doen denken. Hoewel “Lunaris” het hoogtepunt is uit de Arkona discografie en enkele pijnpunten uit het verleden, zoals de steriel klinkende (maar retestrakke) hyperblasts, verholpen zijn, heb ik toch nog wel enkele puntjes van kritiek. Zo klinken de snelle black metal passages bij momenten nogal standaard en inwisselbaar. Verder zal niet iedereen de keyboards kunnen smaken. Ik trek ze nog wel, hoewel ze halverwege opener “Droga do ocalenia” een ongewenste Bal-Sagoth déjà-vue oproepen. Het is niet zo dat de cinematografische toetsen- en orgelpartijen voortdurend de strijd met de tremoloriffs aangaan, ze fungeren eerder als aftrap of rustpunt in de vrij lange nummers, want het zijn de riffs die grotendeels voor het majestueuze karakter zorgen. Concluderend laat “Lunaris” niets nieuws onder de zon horen, maar is de plaat wel best te pruimen, vooral als je je kan vinden in voorgaande name droppings.

JOKKE: 80/100

Arkona – Lunaris (Debemur Morti Productions 2016)
1. Droga do ocalenia
2. Ziemia
3. Śmierć i odrodzenie
4. Nie dla mnie litość
5. Lśnienie
6. Lunaris

Wode – Wode

Het Verenigd Koninkrijk verblijde ons de afgelopen jaren middels Winterfylleth en Wodensthrone (RIP) met twee sterke black metal bands die een frisse wind bliezen doorheen de Engelse scene. Met Wode is er opnieuw een sterke en veelbelovende band opgestaan. Alfabetisch gezien bengelen de drie bands wegens hun beginletter ergens achteraan het alfabet, maar qua muzikale kwaliteit nemen ze een plekje in de voorste echelons in. Wode heeft duidelijk haar tijd genomen om die eerste volwaardige langspeler neer te pennen, als je ziet dat hun eerste en enige demo reeds vijf jaar geleden werd uitgebracht. De band serveert ons zes krachtige black metal tracks die samen afklokken op achtenveertig minuten speeltijd en die zonder al te veel overtollige franjes of poespas een terugkeer naar het Scandinavische – er wordt tussen de Noorse en Zweedse school heen en weer gepingpongd – basisgeluid uit de jaren negentig inluiden. Bekijk het als de twee reeds eerder aangehaalde bands minus de heidense invloeden maar met in plaats daarvan subtiele verwijzingen naar de post-black metal van een Altar Of Plagues of de sludge/black van een band als Ultha. De lekker zware productie met grimmige korrel doet deze plaat bovendien alle eer aan! Op het eerste gehoor lijken de songs onderling weinig te verschillen, maar eens de melodieën zich in je oorschelpen nestelen, ontdek je de pracht van dit album. Ook de dynamiek van het album ontplooit zich na meerdere luisterbeurten. Zo gaat “Cloaked in ruin” van start met een lompe doomriff om daarna in galop over te gaan tot raggende black metal geïnjecteerd met Zweedse Dissection melodieën en solo. Het rockende begin van “Spectral sun” tovert een glimlach op mijn gezicht om daarna weer in grimassen te vertrekken wanneer de venijnige black zich van mij heer en meester maakt. Deze eerste van Wode is een echt groeialbum…wat op termijn meestal de beste albums blijken te zijn.

JOKKE: 83/100

Wode – Wode (Broken Limbs Recordings 2016)
1. Death’s edifice
2. Trails of smoke
3. Cloaked in ruin
4. Spectral sun
5. Plagues of insomnia
6. Black belief