dissection

Sheidim – Infamata

Even dacht ik de nieuwe Watain al in mijn handen te hebben, maar het betreft bij nader inzien wel degelijk de “Infamata” EP van het Spaanse Sheidim (Hebreeuws voor “demonen”), waarin onder andere de vellenmepper van Cruciamentum op de drumtroon zit. Het is mijn eerste kennismaking met dit kwintet, hoewel vorig jaar met “Shrines of the void” al een volwaardig debuut verscheen via Dark Descent Records, terwijl dit nieuwe werk op I, Voidhanger uitkomt (en de vinylversie via Me Saco Un Ojo Records). De melodieuze-black-metal-met-death-metal-randje-formule die Sheidim hanteert is zonder blikken of blozen gekopieerd van Watain en dus ook Dissection. Je kan je dan natuurlijk luidop afvragen wat het nut van deze band is? Aangezien Watain op “The wild hunt” enkel overtuigde met de a-typische nummers, hebben zij-die-samen-met-mij-teleurgesteld waren aan Sheidim natuurlijk een leuk alternatief. Tenzij Erik en zijn kompanen op het in januari te verschijnen nieuwe album terugkeren naar een conservatiever geluid. We shall see and hear. De productie en sound klinken op deze EP iets gepolijster dan op het debuut maar er blijven gelukkig nog voldoende grove randjes over. Van het kleine half uur dat “Infamata” duurt, neemt het afsluitende “Sister of sleep” één derde in beslag en het is deze song die wat mij betreft de aankoop van dit kleinood rechtvaardigt. Deze groots klinkende track bevat enkele venijnige riffs en gastzang van Teitanblood’s NSK en mondt via een lange hypnotiserende gitaarsolo uit in een desolaat einde. Op de uitvoering en instrumentbeheersing van deze mannen valt in elk geval niets aan te merken. Het is alleen aan jou om te beslissen of je nood hebt aan een zoveelste Watain-kloon of niet.

JOKKE: 80/100

Sheidim – Infamata (I, Voidhanger Records 2017)
1. Infamata
2. A dying sun
3. Underneath
4. Wings of the reaper
5. Sister of sleep

Ofermod- Sol nox

Na het zwaar tegenvallende “Taumiel” uit 2008 wist het Zweedse Ofermod zich op de “Serpents dance” EP uit 2014 toch al wat terug te herpakken. Nu is twee goede nummers schrijven natuurlijk een pak eenvoudiger dan een overtuigende langspeler in mekaar te boksen. Het heeft dan ook nog eens drie jaar geduurd om met full length nummer drie op de proppen te komen, maar dat is het wachten waard geweest want “Sol nox” is het meest overtuigende dat de band rond Mika Hakola aka Michayah Belfagor de afgelopen negen jaar heeft voortgebracht. Dat mag ook wel want ons elitair bazeke bazuint graag rond dat Ofermod boven het black metal-gepeupel staat. Als we de metalen archieven mogen geloven, hielden de andere muzikanten die op de plaat te horen zijn het ondertussen voor bekeken, maar Mika gaat ongetwijfeld stug door. “The alpha of the antichrist” zet meteen de toon voor het daaropvolgende half uur Zweedse black en laat een terugkeer naar het oude werk van de band horen: de tremolo-riffs vliegen om de oren, de sound ademt pure duisternis uit en de tergende cleane vocalen van de voorganger zijn in geen velden of wegen te verkennen…oef! Er wordt strak en sterk gemusiceerd waarbij ook het vinnige drumwerk van vellengeselaar Simon Samuelsson niet onvermeld mag blijven. Er is wel geen enkel nummer dat er écht met kop en schouders bovenuit steekt. Dit kan natuurlijk ook op consistentie wijzen want luisterbeurt na luisterbeurt nestelen de zeven nummers zich wel gestaag in je onderbewustzijn en geven ze mondjesmaat hun duistere geheimen prijs. Hierbij valt op dat de nummers sterker worden naarmate de plaat vordert. Fans van Watain, Dissection en Ondskapt kunnen hun slag slaan.

JOKKE: 85/100

Ofermod – Sol nox (Shadow Records 2017)
1. The alpha of the Antichrist
2. The awakening
3. Smaiut n set
4. Sol nox
5. Sun of dead seasons
6. El-Ehra – The thistle creed
7. To dare the tower

Wode – Servants of the countercosmos

Het uit Manchester afkomstige Wode debuteerde vorig jaar sterk met haar eerste langspeler. Ondertussen werd Vendetta Records ingeruild voor Avantgarde Music en verscheen enkele weken geleden de opvolger getiteld “Servants of the countercosmos“. Deze was min of meer aan mijn aandacht voorbij gegaan maar dankzij Ondergronds werd ik op de release attent gemaakt vermits ze het Engelse kwartet wisten te strikken voor een show in de Antwerpse Music City. Tijdens de ontzettend strakke performance (wat een drummer!) viel me op dat Wode haar nummers live met een zekere gejaagdheid brengt – wat me op plaat niet opgevallen was – en dat er best wel wat war metal-invloeden in de sound verweven zitten. De nieuwe plaat telt opnieuw zes songs maar tikt toch op een kwartier minder speelduur af. Buiten het epische, negen minuten durende “Chaosspell” werd met andere woorden gekozen voor compacte songs waarin de black metal basis opgefleurd wordt met de nodige death en thrash metal riff-infusies waarbij grootheid Absu meermaals in mijn gedachten voorbij galoppeert. Het aanstekelijke “Celestial dagger” heeft dan weer meer weg van zwartgeblakerde punk terwijl in de titeltrack de Dissection-geest overduidelijk rondwaart. Vermeldenswaardig is dat er op en tijd en stond de nodige chaotische solo’s voorbijvliegen en dat de luisteraar door het moordend hoge tempo pas bij de akoestische klanken van het afsluitende “Undoing” de nodige rust gegund wordt. Wode is een band die in de overvolle underground reeds een eigen plaatsje heeft weten opeisen middels haar no-nonsense attitude en twee sterke platen.

JOKKE: 85/100

Wode – Servants of the countercosmos (Avantgarde Music 2017)
1. Crypt of creation
2. Celestial dagger
3. Temple interment
4. Servants of the countercosmos
5. Chaosspell
6. Undoing

Thy Darkened Shade/Chaos Invocation – Saatet-Ta apep

“The Left Hand Path is no fun, the LHP endangers the life and happiness of millions. You must stop, we appeal to the fake bands of today. Stop the madness, there are better things in life. Moloch will devour you anyway!” Duidelijk statement van twee bands uit de W.T.C.-stal die de handen in mekaar hebben geslagen voor een split 7″ EP. Het betreft hier het Griekse Thy Darkened Shade en het Duitse Chaos Invocation. Die eerste brengen met “Cascade of Nun” een solide, melodieuze, mid-tempo occulte black metal song zoals we die voortdurend te horen krijgen van meerdere van hun labelgenoten. Niets op aan te merken, maar het blaast me ook niet omver. Ik keek vooral uit naar de B-kant waarop voor het eerst in vier jaar nieuw werk van Chaos Invocation te beluisteren valt. “Cave allegory of the great desert void” klinkt tegelijkertijd catchy en melodieus (en verraadt nog steeds een zekere voorliefde voor Dissection), maar ook vurig en bevat de nodige eb-en-vloed dynamiek en occulte koorzang, wat maakt dat er heel wat afwisseling in deze ene track vervat zit. De nieuwe langspeler zou niet lang meer op zich mogen laten wachten. Benieuwd!

JOKKE: 82/100

Thy Darkened Shade/Chaos Invocation – Saatet-Ta apep (World Terror Committee 2017)
1. Thy Darkened Shade – Cascade of Nun
2. Chaos Invocation – Cave allegory of the great desert void

Acherontas – Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)

De Griek Acherontas V. Priest is een bezig bazeke. Met zijn hoofdband Acherontas is de zwaar getatoeëerde kaalkop ondertussen aan langspeler nummer zes aangekomen (acht als je de levensjaren onder de omstreden naam Stutthof meetelt), ééntje die de titel  “Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)” meekreeg. Dit tweede deel borduurt verder op “Ma-IoN (Formulas of reptilian unification)” dat twee jaar geleden verscheen. Een plaat van Acherontas gaat steeds met heel veel bombarie en grootspraak gepaard; ook nu weer. Tussen al het moeilijk doen door kunnen we afleiden dat de plaat draait rond de zonnetradities, magische krachten van de maan en traditionalisme als opstand tegen de moderne wereld én de moderne black metal scene, meer bepaald alle dertien-in-een-dozijn bands die fake rituele ambient aan hun sound toevoegen – iets wat Acherontas claimt als innovator op de kaart gezet te hebben. Op het vorige album was mijn kritiek dat de meditatieve rituele ambient de vaart uit de zeventig minuten muziek haalde; deze keer koos onze Griekse woordtovenaar voor een meer gebalde, straightforward aanpak met een album dat netjes rond de driekwartier afklokt en een terugkeer naar de roots van de band inluidt: een blend van jaren ’90 black metal en subtiele orchestrale synths van de hand van Nightbringer opperhoofd Naas Alcameth. Acherontas V. Priest en de rest van zijn coven musiceren strak en sterk en weten pakkende songs met knappe leads af te leveren zoals “Rosa andromeda” onder andere bewijst. De bijdrage van gitarist Indra (Naer Mataron) is niet gering: de melodieuze twin-gitaren doen meermaals aan Dissection denken, maar het gros is spannende occulte black met hier en daar sacrale zangpartijen en proclamaties. Zoals reeds gezegd is de ambient tot een absoluut minimum herleid, maar voor de liefhebbers is er natuurlijk nog zijproject Shibalba. Knappe plaat om het twintigjarig bestaan van de band mee in de zwarte verf te zetten.

JOKKE: 85/100

Acherontas – Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II) (World Terror Committee 2017)
1. Tablets of mercury
2. Schism of worlds
3. I-AM Ness – The tradition of EYE
4. Sopdet denudata
5. Yesod inversum
6. Rosa andromeda
7. Savikalpa samadhi
8. Amarta

Pillorian – Obsidian arc

Het nieuwbakken Pillorian – ontstaan uit de assen van het vergane Agalloch – wist ons met single “A stygian pyre” als appetizer gretig te doen watertanden naar de main course, die ons nu in de vorm van “Obsidian arc” wordt voorgeschoteld. De dark metal die met “By the light of a black sun” uit de boxen knalt, klinkt wel heel vertrouwd in de oren omwille van de veilige vintage Agalloch-sound die we voorgeschoteld krijgen, inclusief John Haughm’s rauwe vocalen die afgewisseld worden met gefluister, elektrische gitaren die het duel aangaan met hun akoestische broertje en epische leads die de gevoelige snaar moeten raken door een gevoel van mistroostige grandeur op te wekken. Ik had gedacht (en gehoopt) dat er meer black metal invloeden in het bandgeluid ingeslopen zouden zijn en dat is met “Archaen divinity” gelukkig het geval. Drummer Trevor Matthews (Uada, Infernus) pept de boel middels afwisselend drumwerk op en eens de dubbele basdrum begint te rollen en de elektrische gitaarlead ons bij de keel grijpt, ontwaken mijn armhaartjes uit hun slaapstand. “The vestige of thorns” bewandelt opnieuw veiligere paden met een van-melancholie-doordrongen-sound totdat “Forged iron crucible” opnieuw plaats maakt voor wat zwartgeblakerde agressie. Het reeds gekende “Stygian pyre” vormt met haar oude-Katatonia/Daylight Dies melancholische vibe en Dissection-invloeden het hoogtepunt van de plaat. Alvorens de tien-minuten durende afsluiter “Dark is the river of man” zich over ons meester maakt, zorgt een bijdrage van Alison Chesley (Helen Money) voor een duistere opbouw in “The sentient arcanum“, die naadloos overvloeit in het hekkensluitende epos waar John zijn stembanden afwisselend inzet om de juiste toon te zetten. Dat is er geen van joligheid, maar eerder van een wijd spectrum aan gevoelens in mineur. In de songs op “Obsidian arc”  worden elementen uit dark metal, black metal, folk, noise en avantgarde samengebald, en hoewel deze doorwinterde muzikanten over de gehele lijn kwaliteit afleveren, zijn het – naast de trage, slepende eindsong – de nummers waar het tempo en pit wat hoger liggen, die mij het meest bij de keel grijpen. De Agalloch-fans kunnen zonder aarzelen toehappen. Tot op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Pillorian – Obsidian arc (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. By the light of a black sun
2. Archaen divinity
3. The vestige of thorns
4. Forged iron crucible
5. A stygian pyre
6. The sentient arcanum
7. Dark is the river of man

Pillorian – A stygian pyre

Vorig jaar schrok ik me een hoedje toen personal favourite Agalloch besloot het bijltje erbij neer te leggen. Aan riooljournalistiek doen we hier niet mee, dus laten we het houden op een tegenstrijdige toekomstvisie van enerzijds mainman John Haughm en de andere drie bandleden. Er kwam geen rechtzaak van – zoals bij Gorgoroth en Immortal – over wie nu wel of niet aanspraak op de bandnaam kon maken. In plaats daarvan kondigde John al vrij snel aan dat hij met een nieuwe band zou verder gaan en dat hij in de vorm van Stephen Parker (Maestus, ex-Arkhum) en Trevor Matthews (Uada, ex-Infernus) twee gelijkgestemde zielen en doorwinterde muzikanten had gevonden. Volgende maand komt debuut “Obsidian arc” uit, maar in de vorm van (de reeds in pre-order uitverkochte) single “A stygian pyre” krijgen we al een amuse-bouche voor wat nog komen zal. Op basis van deze song zijn overduidelijk invloeden van Agalloch niet zo voor de hand liggend hoorbaar. Hoewel de band eveneens claimt dark/black metal te maken, neigt Pillorian toch veel meer naar de zwartmetalen hoek door dan Agalloch. “A stygian pyre” moet zelfs zowat de meest agressieve song zijn die John ooit gepend heeft! De uitstekende productie maakt het genieten van de donkere melodieën die leentjebuur spelen bij het legendarische Dissection en de kippenvel gitaarlead doet terugdenken aan de oude dagen van Katatonia. Op B-kantje “The ardor of scorn” laat Pillorian een andere kant van het obscure, melancholische spectrum zien. Deze ambient/drone song klinkt mysterieus dreigend, mede door de celloklanken van Helen Money’s Alison Chesley. En de andere Agalloch leden? Wel, drummer Aesop Dekker, gitarist Don Anderson en bassist Jason William Walton trokken Giant Squid-frontman Aaron John Gregory aan en vormden Khôrada. Zij werden op snelheid gepakt door Pillorian, maar vermits muziek geen wedstrijd is, kunnen we – in plaats van te rouwen om het heengaan van Agalloch – nu alleen maar hopen dat we er twee nieuwe uitstekende bands bij hebben. Pillorian weet hier alvast dubbel en dik te scoren. Laat dat debuut maar komen!

JOKKE:86/100

Pillorian – A stygian pyre (Eisenwald 2017)
1. A stygian pyre
2. The ardor of scorn