doom

(Dolch) – III – Songs of happiness, words of praise

Dezelfde stem die tijdens de meest recente Mayhem tour voorafgaand aan de show vroeg om geen foto’s te maken en de smartphones achterwege te houden, trapt de derde EP van het Duitse (Dolch) in gang met een dienstmededeling waarbij onder andere wordt meegegeven dat de zesde track van de plaat achterstevoren kan afgespeeld worden, tenminste als je een platenspeler hebt. Beetje vreemd om een album op dergelijke manier in gang te zetten, zeker voor een band waarbij atmosfeer en een serene sfeerschepping centraal staan. Daarna volgt een korte intro met pauken en trompetten – zoals de titel zonder rond de pot te draaien weergeeft – en kan het album met “The river” eindelijk tot de kern van de zaak komen. Gedurende acht minuten weten de dame en heer complete duisternis op te roepen met hun fuzzy zwartgeblakerde doom met een industrieel randje, die soms wel wat aan Urfaust verwant is. De titel van de plaat is behoorlijk “tongue in cheek” want een mens geraakt van het melancholische geluidlandschap dat gecreëerd wordt, in combinatie met de droevige vocalen en neerslachtige teksten, nu niet bepaald in een vrolijke mood. Maar dat is natuurlijk de doelstelling niet van het Duitse duo. “Siren” doet haar naam alle eer aan want het repetitieve karakter van de song en de bezwerende lokroep van de zangeres zuigen je mee de dieperik in. “Hydroxytryptamin baby I” is bedwelmend in al haar glorieuze tristesse. Niet moeilijk als je weet dat deze neurotransmitter (ook gekend als serotonine) een invloed heeft op het geheugen, stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust en een rol speelt bij de verwerking van pijnprikkels. Op kant B prijkt enkel het achttien minuten durende “100000 days” dat ook erg repetitief en hypnotiserend van opbouw is, maar al snel verzandt in één langgerekte noise-partij. In vergelijking met de eerste twee EP’s vallen de songs – eigenlijk dekt de term “compositie” beter de lading – nu een pak moeilijker onder de noemer “occult ambient rock” te catalogiseren en blijven ze eerlijk gezegd niet bepaald hangen omdat de catchiness van het oude werk simpelweg ontbreekt. Ook tijdens het recente optreden van de tour met King Dude en The Ruins Of Beverast bleek overduidelijk dat de oudere nummers het beter doen. Oh ja, die zesde track is niets meer dan wat applaus en kort gebrabbel dat ik nog niet weten ontcijferen heb.

JOKKE: 70/100

(Dolch) – III – Songs of happiness, words of praise (Ván Records 2017)
1. Opening speech
2. Intro mit Pauken und Trompeten
3. The river
4. Siren
5. Hydroxytryptamin baby I
6. Track six
7. 100000 days

Solar Temple – Rays of Brilliance

De debuutcassette van het Nederlandse Solar Temple telt welgeteld één song, maar weet ons gelukkig wel een kwartier lang bij de lurven te grijpen. Veel meer dan de afkomst is er over Solar Temple niet geweten, maar het feit dat de tape het levenslicht ziet via Haeresis Noviomagi en Fallen Empire Records, zegt genoeg voor wie de ondergrondse hellekrochten uitspit op zoek naar interessante, beklijvende gitzwarte pareltjes. Er valt heel wat te beleven in de vijftien minuten van “Rays of brilliance“. In het lange repetitieve, bezwerende karakter van de song lijk ik aannemelijke sporen te ontwaren van Turia, maar of er achter Solar Temple één of meer dezelfde bandleden verscholen zit(ten), komen we niet te weten. Urfaust lijkt eveneens nooit veraf te zijn, want net als deze twee heren weet Solar Temple atmosferische lo-fi black en psychedelische doom tot één geheel te vervlechten met een psychoactieve catharsis als eindbestemming: “Initiation into the Dionysian realms – Swallowed by the cosmic firmament“. Tegen de tijd dat u deze review leest, is de kans echter groot dat u al achter de mazen van het net aan vist om nog een fysieke tape op de kop te kunnen tikken (de cassette verscheen in een gelimiteerde oplage van 150 stuks), maar de track kan u zich gelukkig ook digitaal toe-eigenen via volgende link: https://solartemplehn.bandcamp.com/album/rays-of-brilliance.

JOKKE: 88/100

Solar Temple – Rays of Brilliance (Haeresis Noviomagi/Fallen Empire Records 2017)
1. Rays of brilliance

Oranssi Pazuzu – Kevät / Värimyrsky

Oranssi Pazuzu gaat weldra de hort op met Cobalt en Aluk Todolo – van een kwijlaffiche gesproken! Naar aanleiding van deze tour brengen de Finse psychonauten een 10″ uit die enkel tijdens optredens te verkrijgen is – dat wordt weer tijdig aanwezig zijn om de merch stand te plunderen en een exemplaar op de kop te tikken. Wat Oranssi Pazuzu zo’n klasseband maakt, is dat ze de waanzin van hun albums live nog doodleuk weten te overtreffen. Altijd grappig om – tussen de trance door – het publiek even in ’t oog te houden. Daar waar bij menig sludge of post-metal band de mensenmassa synchroon op de cadans van de rifforkanen meebeweegt, lijkt elke toeschouwer van een Oranssi Pazuzu concert in de muzikale waanzin op zoek te zijn naar een eigen houvast om er daarna enige vorm van trippende spastische dans aan vast te koppelen. Grappig om zien! Van afwijkende maatsoorten en psychedelische hysterie is op deze EP echter geen sprake. “Kevät” (lente) is een erg donkere, trage en mooi-in-zijn-guurheid-zijnde atmosferische doomsong die een a-typisch geluid laat horen, maar daarom niet minder beklemmend is. Ik snap dat deze song voor een EP bewaard werd, want ik zie deze ook niet meteen op één van de laatste twee langspelers passen. “Värimyrsky” kent een lange aanloop, meer eens de song uitbarst, horen we een meer voor de hand liggend geluid waarbij de dissonante, doch catchy repetitieve melodie een terugkeer naar het toegankelijkere materiaal van doorbraakplaat “Valonielu” uit 2013 betekent en ook liefhebbers van psychedelica en krautrock zal aanspreken. Voor de fans van de band worden het drukke (en dure tijden) want naast deze gelimiteerde EP, komt er nog een EP (“Farmakologinen“) met oud materiaal uit evenals een repress van de eerste drie langspelers.

JOKKE: 85/100

Oranssi Pazuzu – Kevät / Värimyrsky (SVart Records 2017)
1. Kevät
2. Värimyrsky

Rebirth Of Nefast – Tabernaculum

Het is weinigen gegeven een bloedpact te mogen aangaan met het alom geprezen Franse Norma Evangelium Diaboli, maar de Ier Wann – geboren als Stephen Lockhart – is er met zijn Rebirth Of Nefast toch maar mooi in geslaagd. Naast het Ierse Slidhr – waarmee in 2008 een split verscheen –  en Haud Mundus, heeft Stephen vooral ook een sterke band met dat andere eiland dat zo tot de verbeelding spreekt en de voorbije jaren een heuse, frisse (of zeg maar gerust ijskoude) wind doorheen de black metal scene heeft laten waaien. Het gaat hier natuurlijk om IJsland, waar de man tegenwoordig de gerenommeerde Emissary recording studio runt waar al tal van tot de verbeelding sprekende namen over de vloer zijn geweest (Svartidauði, Sinmara, Zhrine, Abominor, Almyrkvi, Mannveira, Draugsól, Mortuus Umbra, Dysangelium en Slidhr). Daarnaast organiseert Stephen ook het Oration festival en maakte hij tot voor kort deel uit van Sinmara. Diens slagwerker Bjarni Einarsson leende zijn talent uit op het volwaardig debuut “Tabernaculum” dat elf jaar in de maak is geweest en inderdaad allesbehalve als een haastklus klinkt. Een uur lang zuigt Rebirth Of Nefast je mee in een zwavelstorm aan extremiteiten waarbij het oog van de orkaan gitzwarte black metal omvat die echter meer dan eens uitdijt in donkere en morbide doom, beukende drones,hypnotiserende riffs, dissonante chaos, beklijvende leads en sinistere ambient. De zes bouwstenen van dit sacramentshuis werden met atmosferische cement aan mekaar gelijmd zodat één lange luistertrip ontstaat die elke keer meer van haar mystieke geheimen prijsgeeft. Zo hoort de aandachtige luisteraar subtiele gotische vrouwenzang in “The first born of the dead” en dragen niet-standaard metal-instrumenten zoals cello, mandoline en bouzouki meermaals bij aan een rijkelijke sound. Akoestische passages, sacrale koorzang en ambient-golven vormen het laagtij, om even later over te gaan tot een springvloed aan verstikkende black metal zoals in “Alignment divine“. Rebirth Of Nefast levert met “Tabernaculum” een absoluut meesterwerk af dat beroert en zich als een godslasterende weerhaak aan je communiezieltje vastklampt. Ik kan deze plaat dan ook ten stelligste aan iedere zwarte meerwaardezoeker aanraden!

JOKKE: 90/100

Rebirth Of Nefast – Tabernaculum (Norma Evangelium Diaboli 2017)
1. The lifting of the veil
2. The first born of the dead
3. Alignment divine
4. Carrion is a golden throne
5. Magna – Mater – Menses
6. Dead the age of hollow vessels

Unearthly Trance -Stalking the ghost

Na een afwezigheid van vijf jaar is het New Yorkse sludge/doom monster Unearthly Trance uit de doden herrezen. Eigenlijk vond de wederopstanding al twee jaar geleden plaats, maar we hebben nog even moeten wachten op een comeback-plaat die in de vorm van “Stalking the ghost” eindelijk een feit is. Tijdens de inactiviteit van Unearthly Trance hebben de drie heren echter niet stilgezeten, want in samenwerking met Tim Bagshaw (ex-Electric Wizard, ex-Ramesses, With The Dead) werden nog twee (middelmatige) langspelers uitgebracht onder de noemer Serpentine Path. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en door het samenstellen van de “Ouroboros“-compilatie, die heel wat van hun B-kantjes en ander obscuur materiaal bevat, werd de band getriggerd om de draad terug op te pikken. “Stalking the ghost” – langspeler nummer zes ondertussen – laat geen wereldschokkende nieuwe dingen horen, maar bevestigt wel waar het trio tot toe in staat is, namelijk een heerlijke, dampende pot doom/sludge/drone-soep voorschotelen. Dit is geen Royco Minute-instant ding, maar een stevige maaltijdsoep die je honger tweeënvijftig minuten stilt. Vanaf de vrij rechttoe-rechtaan opener “Into the spiral” tot aan afsluiter “In the forest’s keep” worden acht uppercuts uitgedeeld die je beetje bij beetje murw beuken. De drummokerslagen in “Dream state arsenal” zijn in staat seismische golven op te wekken en “Scythe” combineert rauwe, furieuze sludge met melodieuze doom leads. “Lion strength” en “The great cauldron” zijn meer uitgesponnen van karakter hoewel hier bij momenten ook een heuse krachtmeting plaats vindt. Tussen al dat forsbolgerol en krakende feedback is echter ook plaats voor enkele meer ingetogen passages en creepy noise zoals in de bonus track. Unearthly Trance stelde in het verleden nooit teleur en bewijst met “Stalking the ghost” nog steeds meer dan relevant te zijn in een overbevolkte scene. Welkom terug heren!

JOKKE: 83/100

Unearthly Trance – Stalking the ghost (Relapse Records 2017)
1. Into the spiral
2. Dream state arsenal
3. Scythe
4. Famine
5. Lion strength
6. Invisible butchery
7. The great cauldron
8. In the forest’s keep (bonus track)

Bathsheba – Servus

Doom is een genre dat de laatste tijd slechts héél sporadische zijn weg vindt naar onze kritische pen. Er zijn niet veel bands die met kop en schouders boven de grijze massa uitsteken en na enkele nummers belanden we steevast in slaapmodus; weinig platen kunnen ons immers een hele rit lang boeien. Onze landgenoten van Bathsheba weten duidelijk waar de valkuilen uit het genre liggen en vermijden deze op hun eerste langspeler “Servus” vakkundig. Daar waar menig doom band een broertje dood heeft aan afwisseling en het principe “traag – trager – traagst” hanteert, laat Bathsheba verscheidene facetten van haar demonengezicht zien. Daar waar “Conjuration of fire” een mokerslag uitdeelt waarbij alle gekende ingrediënten van het genre (laag toerental, dreunende bas en gitaarrifs, donderdrums en pakkend refrein) ingezet worden, krijgen we de grootste verrassing te horen op “Ain soph” waarin de heren en dame op haast black metal en sludge-achtige wijze van jetje geven en waarbij het gebruik van sinistere saxofoonklanken (die Peter Verdonck van Wound Collector uit zijn toeter tevoorschijn tovert) een heel apart duister en intrigerend sfeertje weet neer te zetten. Wat een song! In “Manifest” wordt – na een intieme aftrap – dan weer de kaart van traditionele melodieuze doom getrokken en ontpopt een knappe gitaarsolo zich minutenlang tot een ontroerend hoorspel. Op vocaal gebied overtuigt frontvrouw Michelle  (ex-Serpentcult, Leviathan Speaks, Death Penalty) over de gehele lijn en laat ze menig andere zangeres een poepje ruiken. Ze wisselt met het grootste gemak af tussen bezwerende sirenelokroepen en kermende en screamende uithalen zoals in “Demon 13” waarbij haar keelklanken uit de diepste krochten van de Limburgse steenkoolmijnen lijken op te stijgen (ik moet regelmatig denken aan de Italiaanse Raffaella Rivarolo, gekend van Opera IX en Cadaveria). Natuurlijk zou deze she-devil niet zo kunnen schitteren, als haar bandmakkers Jelle (ex-Sardonis), Raf (ex-Gorath, Torturerama en Death Penalty) en Dwight (ex-Disinterred) niet de perfecte loodzware muzikale basis zouden neerleggen, die dankzij de Brusselse Blackout Studio (o.a. Emptiness en Enthroned) bijzonder vet uit de speakers knalt. “The sleepless gods” kennen we reeds van de in 2015 verschenen EP en ik blijf erbij dat Windhand een moord zou begaan om zulke song te kunnen schrijven. “I, at the end of everything” somt tenslotte nog eens alle kwaliteiten van de band op. De plaat klinkt de hele rit lang verleidelijk, spannend en gevaarlijk…een beetje zoals “seks met je ex”. “Servus” is dan ook zonder twijfel de beste doom-plaat die ik in lange tijd gehoord heb en Bathsheba staat hiermee tot dienst van alle liefhebbers van (occulte) doom. Het is nog tot 24 februari wachten alvorens ie fysiek uitkomt, maar het eerste hoogtepunt van 2017 is reeds een feit!

JOKKE: 91/100

Bathsheba – Servus (Svart Records 2017)
1. Conjuration of fire
2. Ain soph
3. Manifest
4. Demon 13
5. The sleepless gods
6. I, at the end of everything