engeland

Esben And The Witch – Older terrors

Het is mede dankzij de geslaagde gastbijdrage van Rachel Davies op het laatste Ultha album dat mijn aandacht nog eens op het Engelse – maar tegenwoordig vanuit Berlijn opererende – Esben And The Witch gevestigd werd, de band waar deze uitstekende muzikante als zangeres/bassiste het gezicht van vormt. Het wondermooie “A new nature” dateerde alweer van 2014 maar blijkbaar verscheen afgelopen zomer met “Older terrors” een opvolger…via Season Of Mist dan nog wel. Blijkbaar reikt de marketingcampagne van een groot label toch niet altijd even ver…ik bracht mijn zomer dan ook op de godverlaten doch zonovergoten parelwitte stranden van Antwerpen Linkeroever door. Met elk nieuw album dat het trio – naast frontvrouw Rachel aangevuld met Thomas Fisher (gitaar) en Daniel Copeman (drums, electronica) – schrijft, drijven ze verder weg van hun initiële electronic dubstep soundscapes sound waarbij de elektronische elementen meer en meer achterwege blijven ten voordele van een meer rock geörienteerde sound. De koers die op “A new nature” werd ingezet, wordt met andere woorden verder gezet en in de diepte uitgewerkt wat resulteert in vier lange songs die elk de magische tien-minuten-grens overschrijden. Goodbye pop/rock-song approach! En hoewel de songlengtes anders doen vermoeden, met ook een pak minder pure shoegaze. Rachel schittert als frontdame en zuigt alle aandacht naar zich toe middels haar pakkende, onderhuidse-rillingen-veroorzakende zangprestaties. Alleen de manier al waarop de dertien minuten van opener “Sylvan” je adem doen stokken, rechtvaardigen de aanschaf van dit album. Dit is muziek om je ziel aan te verwarmen tijdens de lange, eenzame winteravonden. “The reverist” zalft mijn gehavend hart met haar pakkende zang en grandiose shoegaze vibe. Luisterbeurt na luisterbeurt geven de vier tracks meer van hun geheimen prijs en vallen tussen de verschillende texturen en kleuren – zoals het prairiegevoel dat “Making the heart of a serpent” uitademt – de nodige subtiele details op. “The wolf’s sun” neigt dan weer naar indie-rock, vooral door de ritmische drive van de song om alsnog in een drone-eruptie uit te barsten. Maar ondanks het mozaïekvormige klankenpallet laat Esben And The Witch de songs wel schitteren in hun puurheid. Elke noot op deze plaat is er één die noodzakelijk was om de flow en dynamiek – gaande van een frêle ingetogenheid tot aan een explosieve catharsis en al wat daartussen zit – te capteren. Minder bombastisch vergeleken met hoe collega Chelsea Wolfe de dingen aanpakt, maar minstens even emotioneel overdonderend. Dit moet absoluut ook liefhebbers van Siouxsie and the Banshees, PJ Harvey, Daughter, Portishead, Swans, Mogwai of Lanterns On The Lake kunnen aanspreken. “Older terrors” is de volgende stap in de muzikale zoektocht van Esben And The Witch en klinkt allerminst als de eindbestemming. Begin 2017 trekt het trio erop uit en doen ze onder andere de Gentse Charlatan en Roadburn aan. Ga dat live aanschouwen!

JOKKE: 92/100

Esben And The Witch – Older terrors (Season Of Mist 2016)
1. Sylvan
2. Making the heart of a serpent
3. The wolf’s sun
4. The reverist

Advertenties

Ellorsith/Mannveira – Split

Voor deze split hebben het voor mij onbekende Canadese (of is het Engels?) death metalgezelschap Ellorsith en het IJslandse Mannveira de handen in mekaar geslagen om zevenentwintig minuten sonisch geweld op tape vast te leggen, waarbij beide bands twee tracks voor hun rekening nemen. De Canadezen trekken het zaakje op gang met hun duistere, occult klinkende death metal, waarin bij momenten wat black metal franjes te bespeuren vallen. Dissonante gitaarpartijen en midtempo drumwerk kenmerken “Jerome I”, hoewel er naar het einde nog een spurtje getrokken wordt. “Jerome II” schiet dan weer meteen een pak sneller uit de startblokken met afwisselend bruut zagend en dissonant gitaarwerk, maar weet mij niet over de gehele lijn te overtuigen: de diepe grunts zijn vrij eentonig en voor mij mag dit soort doodsmetaal nog wel iets smeriger en orthodoxer uit de boxen knallen, zoals een Grave Miasma dat overtuigend weet te doen. En de inleidende samples brengen daar niet echt verandering in. Liefhebbers van de band kunnen gerust de eerder opgenomen EP “1959” ook eens opsnorren. De twee nummers die Mannveira ons brengt, liggen in het verlengde van de “Von er eitur” demo uit 2014. Nog steeds kan Mannveira tot op zekere hoogte als het kleine broertje van Svartidauði en Sinmara beschouwd worden, hoewel ze voor een meer directe en eerder rechtlijnige aanpak kiezen en het dissonante op een track als “I augum hans sá ég dauðann” wat naar de achtergrond verdwenen is. Het grotendeels midtempo “Óður til einskis” weet dan weer te verstikken en een beknellend gevoel op te wekken maar heeft ook oog voor de nodige melodie. Bandleider Illugi heeft ondertussen vier extra mankrachten gerekruteerd zodat ze tijdens hun aanstaande tour met Wormlust de buitenlandse podia onveilig kunnen maken. De bassist en beide gitaristen zijn weggeplukt bij stoner/sludge act Naught en drummer Orlygur knuppelt onder andere ook bij Naðra. Achter de studioknoppen zat D.G. ondertussen welbekend van Misþyrming, Naðra, Skáphe en Martröð. Persoonlijk ligt de black metal van Mannveira me iets beter dan de death metal van Ellorsith, maar dat zou voor jou natuurlijk best wel eens andersom kunnen zijn. Leuke split!

JOKKE: 77/100 (Ellorsith: 74/100 – Mannveira 80/100)

Ellorsith/Mannveira – Split (Dark Descent Records 2016)
1. Ellorsith – Jerome I
2. Ellorsith – Jerome II
3. Mannveira – I augum hans sá ég dauðann
4. Mannveira – Óður til einskis

Bossk – Audio noir

Bossk,… Het doet ons steeds denken aan het haast gelijknamige merk voor boormachines, maar de Engelse band heeft zijn naam ontleent aan een karakter uit Star Wars. Eentje waarvan we nog nooit hebben gehoord om eerlijk te zijn. Haast idem voor de band Bossk, maar zelfs zonder een rits aan albums en uitgebreide tours heeft de band zich toch een opmerkelijke status bezorgd. Sinds 2005 hebben ze een resem mini’s en een split uitgebracht. Bossk stak ook enkele jaren onder de grond om gereïncarneerd te worden in 2012. Dit jaar zag hun allereerste full album “Audio noir” het levenslicht. En jongens, wat een knaller! Deathwish Inc. had dat ook door. En er zijn nog meer parallellen, daar Bossk’s bassist Tom manager is van Converge. Bon. De muziek. Die is goed. Uitstekend zelfs. “Audio noir” is een multigelaagd werkje geworden bestaande uit een bonte mengelmoes van stoner doom (zoals “Heliopause“) en post-rock/metal (zoals “Relancer“). Zie het gerust als een of andere mix tussen The Ocean, Godspeed You! Black Emperor en Cult of Luna. Opgepast: grootspraak! “Audio noir” laat zelfs een Cult of Luna ongeïnspireerd klinken. Het hele schijfje staat bol van de verrassingen (gaande van vreemde delays, tribal drumming, agressieve screams tot dromerige gitaarriedels) zodat de schijf in één ruk uitgeluisterd kan worden. Het poppy psychedelisch startende “Kobe” eindigt in een georchestreerde chaos om nadien weer een andere emotie tevoorschijn te toveren. Alle tracks vloeien ook mooi in elkaar over en nergens valt een leegte. Gelaagde synths werken alles uit tot in de details en ondanks dit veelvoud aan prikkels klinkt “Audio noir” nergens vreemd, vervelend avantgarde of té fel out of the box. Wel durven we stellen dat Bossk apart klinkt en een erg ruim publiek kan en zal aanspreken. Wij zijn overtuigd en we twijfelen er niet aan dat de rest van de wereld snel zal volgen. Voorlopig dé plaat van het jaar.

Flp: 94/100

Bossk – Audio noir (Deathwish Inc. 2016)
1. The reverie
2. Heliopause
3. Relancer
4. Kobe
5. Atom smasher
6. Nadir
7. The reverie II

Deströyer 666 – Wildfire

Mijn favoriete Aussi band Deströyer 666 slaat na een afwezigheid van zeven jaar (de single “See you in hell” even niet meegerekend) keihard terug met het op alle fronten sublieme “Wildfire”. De term “Aussie” dekt echter de lading niet meer volledig vermits bandleider K.K. Warslut zich omringt met strijdgenoten die niet Australië, maar Zweden en Engeland als bakermat hebben, terwijl ons beste oorlogssletje al enkele jaren in Nederland woonachtig is. Wat ik zo fantastisch vind aan Deströyer 666 is dat hun opzwepende rechttoe rechtaan black/thrash/speed metal opgesmukt is met pakkende melodieën en meeslepende gitaarsolo’s die meermaals teruggrijpen naar Metallica ten tijde van “Kill ‘em all”. De balans woog met het uitzinnige “Traitor”, de titeltrack die uit één waanzinnig lange solo lijkt opgebouwd te zijn en het “gaan met die banaan”-gehalte van “Die you fucking pig” nog nooit zo sterk door naar de speed/thrash metal kant en hoewel ik doorgaans het groengespikkeld vliegend schijt krijg van die ballen-tussen-de-portier-van-de-porsche-hoge-uithalen komen Warslut en Co er verbazingwekkend goed mee weg wanneer deze (zij het spaarzaam) de revue passeren. Voorts ademt deze plaat seks, drugs & rock ’n roll uit. De geneugten des levens komen onder andere aan bod in “Hymn to dionysus” en “White line fever” en het rock ’n roll deel slaat natuurlijk op de aanstekelijke, meermaals meezingbare (“Live and burn”) ongebreidelde brok muzikaal geweld die op de luisteraar afgevuurd wordt. Het midtempo “Hounds at ya back” wisselt naar-grandeur-neigende-en-Immortal-riekende riffs af met een meerstemmig meebrulrefrein. De statische maar grootse melodielijn van “Hymn to dionysous” in afwisseling met full speed ahead metal maken van dit nummer het hoogtepunt van de plaat. Ook meer epische songs hebben hun weg naar de plaat gevonden in de vorm van het instrumentale “Artiglio del diavolo” en de met cleane zang (en aanstekelijke “oooo ohooo’s” die nog urenlang blijven nazinderen) doorspekte hekkensluiter “Tamam shud”, wat een Perzische uitdrukking voor “het einde” is. Hopelijk slaat dit niet op de activiteit van de band, want met “Wildfire” staat Deströyer 666 opnieuw vooraan de linie. Met net geen veertig minuten speeltijd is “Wildfire” misschien een mager beestje qua lengte (zeker na zo’n lange koelkastperiode), maar dat wordt qua uitzinnige en fantastische muziek volledig gecompenseerd. Laten we hopen dat het niet opnieuw zo lang wachten is vooraleer Destroÿer 666 met een opvolger op de proppen komt. Wat een zalige band blijft dit toch!

JOKKE: 90/100

Destroÿer 666 – Wildfire (Season Of Mist 2016)
1. Traitor
2. Live and burn
3. Artiglio del diavolo
4. Hounds at ya back
5. Hymn to dionysus
6. Wildfire
7. White line fever
8. Die you fucking pig
9. Tamam shud

Paradise Lost – The plague within

Laat ik maar meteen open kaart spelen en bekennen dat ik helemaal geen connaisseur ben van de back catalogue van het Britse Paradise Lost. Oudjes zoals “Gothic” of “Lost Paradise” staan bij menig metal fan geboekstaafd als onontbeerlijke meesterwerkjes voor de liefhebber van gothic/doom metal, die aan de wieg stonden van dit sub-genre. Hoewel ik links en rechts van elke plaat wel eens een nummer heb gehoord, heb ik nooit echt de moeite gedaan om me goed te verdiepen in hun repertoire. Ik kan me herinneren dat ik enkele jaren geleden uit verveling zelfs halverwege een live show ben opgestapt. Collega genregenoten zoals Katatonia, Anathema of My Dying Bride weet ik dan weer wel enorm te appreciëren. Na oprecht verbaasd te zijn van de vocale prestaties die frontman Nick Holmes wegzette op de laatste Bloodbath plaat en de goede kritieken die ik her en der zag verschijnen van het nieuwe werk, besloot ik “The plague within”, dan toch maar eens een kans te geven en aan een luisterbeurt te onderwerpen. Ondertussen zit ik op een weekje tijd aan ongeveer het tienvoudige qua toertjes draaien op de platenspeler, wat een goed teken is. Sleutelwoord op deze plaat is afwisseling. Ome Nick wisselt zijn grunts gedurende het hele album af met cleane zang, maar zijn ruwere strot beslaat toch wel het grootste deel van de vocale invulling. Qua gitaarwerk tovert Gregor Mackintosh de ene na de andere mokerriff (“Terminal”, “Punishment through time”, waarop de band met momenten naar Triptykon neigt, of het pure doomnummer “Beneath broken earth”) uit zijn instrument, maar gooit regelmatig ook melodieuze en melancholische leads in de strijd, om voor een mooi tegengewicht te zorgen (“Cry out” is hier een schoolvoorbeeld van). Een traag en door violen ondersteund nummer als “An eternity of lies” waarin Nick op zang wordt bijgestaan door Heather Thompson (die haar stem ook reeds uitleende voor eerdere Paradise Lost-albums) ligt vergeleken met een bommetje zoals het met momenten zwaar hakkende “Flesh from bone“ dan ook even ver uiteen als de twee benen van Hot Marijke als ze de horizontale samba danst. Het zou me niet verbazen als dit misschien wel de heftigste song uit hun oeuvre is. Het afsluitende “Return to the sun” zet nogal pompeus in met koorzang en blazers om nadien een aanstekelijke gitaarmelodie op je af te vuren, die nog dagen in je hoofd blijft rondspoken. Paradise Lost weet met “The plague within” in de vorm van tien donkere, pakkende, compacte, gevarieerde en goed geschreven nummers een uitstekende indruk op yours truly na te laten. Zal ik dan toch maar eens aan het oude werk beginnen?

JOKKE: 87/100

Paradise Lost – The plague within (Century Media Records 2015)
1. No hope in sight
2. Terminal
3. An eternity of lies
4. Punishment through time
5. Beneath broken earth
6. Sacrifice the flame
7. Victim of the past
8. Flesh from bone
9. Cry out
10. Return to the sun

Code – Live in the Netherlands

Twee stellingen kan je niet over het hoofd zien als je over het Engelse Code spreekt. Zelf mag er voor mij nog een derde, meer algemene stelling, bij. Laten we beginnen met: “Code is niet meer hetzelfde zonder Kvohst.” Ja, dat is zo. Maar daarom nodeloos sentimenteel gaan doen is flauw, want een monument opvolgen is niet evident. Vervanger Wacian doet het echter met verve. Zowel zijn geschreeuw als zuivere gezangen klinken uitstekend. Geen zwak moment te horen op “Live in the Netherlands“. Zeikerds zetten maar een plaatje op van Hexvessel of Grave Pleasures/Beastmilk. Stelling twee: “Code hun nieuwste albums klinken als progpop“. Ja, dat is zo. Enkel “Nouveau gloaming” en “Resplendent grotesque” kunnen mij bekoren. Wat daarna kwam liet mijn geluidsinstallatie meteen op nul db springen. Onterecht misschien, want ik heb dan ook geen moeite gedaan het luider te zetten. Gelukkig stammen de opnames van dit live album voor hun laatste plaat en ligt de nadruk op ouder werk. “The cotton optic“, “Smother the crones” (wat effe moeilijk te herkennen was) en het prachtige “Brass dogs“. Ze staan er allemaal op! Nummer drie: “waarom een live album?” Destijds waren “Live after death” en “Decade after aggression” ware kleppers voor ondergetekende. Het maakte het mogelijk om kennis te maken met een waaier aan nummers uit een groot oeuvre en het was een verzameling van hits. Geen van beide opmerkingen is van toepassing op Code. Wel kan gezegd worden dat het een sympathieke band is die niet beroerd is om in zee te gaan met de (black metal) underground. De band mag dan wel erg progressief voor de dag komen tegenwoordig, toch blijft leider Aort een voorliefde hebben voor felle extreme muziek en kleine, doch kwalitatieve zakenpartners. Dus verklaart ook de ongepolijste sound van “Live in the Netherlands“. Het klinkt echt en niet nog eens extra onder handen genomen door een team van producers. Het volgt het hart. Dit is een tof hebbedingetje voor de fans, maar nieuwe geïnteresseerde zielen zullen de band wellicht eerder checken via You Tube of andere kanalen.

Flp: 72/100

Code – Live in the Netherlands (Heidens Hart 2015)
1. The cotton optic
2. The rattle of black teeth
3. Becoming host
4. Glimlight tourist
5. Smother the crones
6. Possession is the medicine
7. The lazarus cord
8. White triptych
9. Brass dogs

Conan – Blood eagle

Je hebt zwaar, zwaarder, zwaarst en Conan. Deze trap is onmiskenbaar realiteit bij het aanhoren van oude krakers als “Krull“. Het trio uit de stad van Simon Mignolet (neen, en dát is niet Sint-Truiden) heeft als ware de kunst uitgevonden om tonen van aardbevingen om te toveren naar muzieknoten. Dit is menig ramptoerist niet ontgaan en de populariteit van Conan schoot hemelshoog. “Blood eagle” is de bands tweede full length en tevens de eerste voor het Oostenrijkse meidenlabel Napalm Records, die met deze na een heuse identiteitscrisis toch weer wat haar op de ballen aan het groeien is. Voorganger “Monnos” was een voltreffer van formaat en wees gerust, ook de nieuweling vaart dezelfde koers. Mokerslagen worden uitgedeeld en de oersimpele dreunende en laaggestemde akkoorden lenen zich uitstekend daartoe. In “Foehammer” wordt een versnelling hoger geschakeld en “Gravity chasm” stonert er lekker op los. Conan wisselt groovy uptempo stukken af met trage monsterdrones zoals in “Altar of Grief“. Het grootste kenmerk blijft echter het karakteristieke stemgeluid van Jon die relatief verstaanbaar schreeuwt. Vaak wordt meer body toegevoegd door lijntjes te dubben. Dit lijkt meer voor te komen dan op voorgaande releases. De productie is loodzwaar, clean, maar toch lekker fuzzy. De nummers staan als een huis. Wat zeg ik, als een bunker! Ze klinken vertrouwd, maar toch eigen gemaakt door de band. Het artwork trekt wederom op geen hol en los daarvan kan ik alleen maar superlatieven gebruiken om “Blood eagle” te bespreken. Zo heb je goed, beter, best en… Conan!

Flp: 92/100

Conan – Blood eagle (Napalm Records 2014)
1. Crown of talons
2. Total conquest
3. Foehammer
4. Gravity chasm
5. Horns for teeth
6. Altar of grief