forgotten tomb

Numenorean – Home

Sinds (het door menigeen verguisde) Deafheaven op een succesvolle manier een brug wist te slaan tussen black metal en shoegaze/post-rock, zijn tal van bands in hun kielzog beginnen opereren, waarbij sommige nóg meer het slachtoffer werden van het haters gonna hate-theekransje, denken we maar aan een band als Ghost Bath. Met het in Canada residerende Numenorean is deze scene weer een band rijker. Ik kende ze niet – en u waarschijnlijk ook niet – maar daar zal de promomachine van Season Of Mist wel verandering in brengen. Debuutplaat “Home” werd van een ietwat shockerende hoes voorzien, maar in plaats van op z’n goregrinds enkel een provocerend hoesplaatje te kiezen just for the sake of it zit er wel degelijk een verhaal achter de misselijkmakende cover. Het centrale thema, de muziek en het artwork van ‘Home’ handelen over een verlangen naar iets dat we als mens nooit zullen bereiken. We voelen ons als mens allemaal op één of andere manier leeg en gebroken, dus zoeken we voldoening in zaken zoals geld, seks, relaties, drugs, religie en een verscheidenheid aan andere dingen, maar uiteindelijk blijven we verstoken van het ware geluk. Waar we écht op zoek naar zijn, is de onschuld van een kind dat niets van deze wereld kent en omdat we niet in staat zijn dit ooit terug te krijgen, is de enige plek waar we dit comfort terug kunnen vinden onvermijdelijk de dood. Het meisje op de cover stelt deze laatste rustplaats voor ons voor. En de albumtitel verwijst naar het feit dat ze alle pijn en verdriet, die verbonden zijn aan volwassen worden, niet moet ervaren. Een zwaarwichtig thema, dat door Numenorean op pakkende wijze in vier uitgesponnen tracks en een interludium verpakt wordt. De muzikale expressie situeert zich tussen extreme, overwegend zinderende black metal en melancholische shoegaze/postrock, waarbij ook meermaals rock-georiënteerde passages de revue passeren. Metershoge golven aan pakkende screams en riffs overspoelen plots de ingetogen instrumentale intermezzo’s die als moment van zelfreflectie en bezinning fungeren. Noem het post-black, noem het DSBM, noem het blackgaze, ach als het kind maar een naam heeft. Erg origineel is het ondertussen ook allemaal niet meer, maar het geheel wordt wel sterk en overtuigend gebracht. Hierbij weet het vijftal meer dan eens de gevoelige snaar te raken, zonder dat het gebodene in een zeemzoete brij vervalt – verre van zelfs. Naast de eerder genoemde invloeden, zal Numenorean ook de liefhebbers van Forgotten Tomb, Woods Of Desolation, Alcest of Harakiri For The Sky weten te bekoren. Goed debuut! Luistertip: “Devour“.

JOKKE: 78/100

Numenorean – Home (Season Of Mist 206)
1. Home
2. Thirst
3. Shoreless
4. Devour
5. Laid down

Advertenties

ColdWorld – Autumn

En de prijs voor knapste albumhoes gaat dit jaar voorlopig naar “Autumn”, de nieuwe plaat van het Duitse ColdWorld. De foto van Witchsister Photography weet immers perfect de gevoelens van wanhoop, rouw, verval en verderf vast te leggen die gepaard gaan met de herfst alvorens deze uitmondt in een eindeloze winter. Georg Börner, het meesterbrein achter deze eenmansband, heeft maar liefst acht jaar nodig gehad om met een opvolger op de proppen te komen voor het destijds, door de suicidal/depressive black metal scene, goed ontvangen “Melancholie2”. Ik had eerlijk gezegd de hoop al lang opgegeven ooit nog nieuw plaatwerk te ontvangen van ColdWorld. Zo zie je maar: nooit alle hoop laten varen hé suïcidale vriendjes en vriendinnetjes onder ons. Hoewel de albumtitel van de nieuweling een seizoen vooruitloopt, slaagt de muziek erin om de huidige tropische temperaturen een graad of dertig terug te dringen. Wanneer opener “Scars” uit de startblokken schiet, valt meteen op dat er veel aandacht besteed werd aan de productie, die in handen was van T.H. van landgenoten Farsot. De productie (of het ontbreken van een productie tout court) van het oude werk, categoriseerde ColdWorld resoluut in het straatje van ijskoude depressieve black metal en ambient Burzum worship. Doordat de muziek nu krachtiger klinkt, ontsnapt ColdWorld uit deze niche om zich eerder in het vakje post-black metal te nestelen (productioneel gezien dan toch, want qua thematiek wordt je nog steeds absoluut niet vrolijk van deze plaat). Wat gelukkig wel gebleven is, is de aanwezigheid van violen om de muziek een nog meer melancholisch geladen karakter te geven. Doet bij momenten wat denken aan het oude werk van A Forest Of Stars, zonder het progressieve element van die band dan welteverstaan. Dat er ook veel post-rock elementen in de sound geïncorporeerd worden, bewijst ondermeer het lichtjes fantastische “Void”, een nummer dat grotendeels rond één repetitieve melodie opgebouwd lijkt, totdat in de finale van de song vrouwelijke zang opduikt en de kippenvelfactor in het rode gestuwd wordt. Normaal gezien ben ik niet zo’n fan van vrouwelijke vocalen, maar hier voegen ze écht iets toe aan het nummer (geen idee wie de zangeres is, maar ik haal me plots het Noorse Bloodthorn ten tijde van hun “In the shadow of your black wings” plaat voor de geest – hoewel de kans zeer klein is dat we Kristine op dit album ook horen). De cleane mannelijke vocalen weten echter niet altijd voor de volle honderd procent te overtuigen (zoals in “Womb of emptiness”), maar gelukkig zijn de getormenteerde screams van Georg in de meerderheid. De somberheid druipt van het ingetogen instrumentale “The wind and the leaves” af en vormt een ideale inleiding voor het droevige maar heftige “Climax of sorrow”, dat heel wat aan-oude-Katatonia-en-Forgotten-Tomb-schatplichtig-gitaarwerk bevat. Wanneer het tempo stijgt, nemen ook de black metal elementen toe en hoor je ook wel wat Ghost Bath voorbijkomen. In “Nightfall” neemt de grandeur, middels het inzetten van ondersteunende keyboardklanken en zangkoortjes, toe om met het afsluitende “Escape II” terug heel wat post-rock invloeden op te nemen, hoewel hier de”ooohooohooohooo’s” wel achterwege mochten blijven. Na tweeënvijftig minuten blikken we echter meer dan tevreden terug op deze soundtrack voor het herfstgebeuren en haar melancholie. ColdWorld is helemaal van weg geweest en levert met “Autumn” een misschien nog wel grotere mijlpaal voor het DSBM-genre af dan indertijd met het debuut.

JOKKE: 86/100

ColdWorld – Autumn (Cold Dimensions 2016)
1. Scars
2. Void
3. Womb of emptiness
4. Autumn shades
5. The wind and the leaves
6. Climax of sorrow
7. Nightfall
8. Escape II

Drawn Into Descent – Drawn into descent

Het druilerige winterweer dat zich aan de andere kant van mijn al-lang-niet-meer-gewassen ramen voltrekt, wordt binnenshuis versterkt wanneer de intro van het gelijknamige debuut van Drawn Into Descent door de woonkamer knalt. Deze inleiding, bestaande uit een cleane gitaarpartij die zich doorheen donderwolken klieft, zou je verwachten op één of ander melancholisch doom metal album. Nu zitten er wel wat doomy invloeden in de muziek van deze Mechelaars, vermits hier allesbehalve snelheidsrecords verbroken worden, maar de screams doen het totaalplaatje toch eerder richting black metal opschuiven. Echter voor een keer eens niet de hondsdolle satanische variant, maar eerder de atmosferische en dromerige mid-tempo sub-stroming die aangevoerd wordt door een Alcest of Lantlos. Soms met een licht-suïcidaal/depressief sfeertje à la Forgotten Tomb of een Noors aandoende versnelling (“The realm of unbecoming”). Bij het schrijven van de muziek kijkt het kwartet niet op een minuutje meer of minder, want sommige songs flirten met de tien minuten grens. Hierdoor ademen de nummers en krijgen ze volop de kans zich te ontpoppen tot een meeslepend en pakkend geheel, waarbij de gitaarleads (al dan niet met een postrock invalshoek) een prominente rol opeisen in het kippenvel verschijningsproces. De rockende riffs aan het einde van “Gallows” creëren een heuse Agalloch vibe ten tijde van hun meesterwerk “Ashes against the grain”. Het organische warme geluid van de productie draagt bij aan de sfeerschepping en maakt het optimaal genieten met het beklijvende “Pariah” als hoogtepunt van de plaat. Puik debuut!

JOKKE: 80/100

Drawn Into Descent – Drawn into descent (Immortal Frost Productions 2015)
1. Prelude
2. Elude
3. Solitude
4. The realm of unbecoming
5. Pariah
6. Gallows

Dynfari – Vegferð tímans

Binnen de immens interessante IJslandse black metal scene is Dynfari min of meer een vreemde eend in de bijt. Ze spelen immers niet de meest woeste vorm van black metal, maar eerder een heel atmosferische en bijwijlen beklijvende naar doom metal neigende variant. Bassist Andri Björn Birgisson en gitarist Hjálmar Gylfason maken tevens deel uit van het fantastische Auðn en die eerste klust samen met frontman Jóhann Örn ook nog bij in de live bezetting van het Roemeense Negură Bunget. Met “Vegferð tímans” brengen ze reeds hun derde langspeler uit. Ik leerde het kwartet kennen met hun gelijknamig debuut uit 2011 dat reeds beloftevol klonk. Opvolger “Sem skugginn” is onder de radar gepasseerd en het zou doodzonde zijn als dat met dit derde album ook gebeurd zou zijn. “Vegferð tímans” betekent zoveel als “De reis van de Tijd” en handelt over de onvermijdelijke ondergang van de mens als een ooit levende en ademende materie die oplost in de grote leegte waar hij één wordt met het oneindig universum en de sterren. Deze interessante thematiek werd door Metaztasis (Watain, Behemoth, Blut Aus Nord) prachtig gevisualiseerd en door de band middels pakkende atmosferische black metal op muziek gezet. Akoestische gitaren, strijkinstrumenten, verhalende zang en zangkoren bezorgen de nummers extra cachet. Melancholie is het codewoord en wie wil kan de band min of meer tussen genregenoten als Woods Of Desolation, Shining, Forgotten Tomb of Nyktalgia plaatsen, zonder het suïcidale aspect wel te verstaan. Ook het dromerige van een Alcest of de pakkende melodie van oude Katatonia klinken niet zo gek als vergelijksmateriaal. Het epische “Hafsjór” is hier een mooi voorbeeld van. Het pronkstuk van deze langspeler is echter het monumentale “Vegferð”, waarvan de drie delen samen meer dan een half uur overspannen en waarin alle registers opengetrokken worden: kloeke cleane mannenzang, frêle vrouwelijke vocalen, ijskoude screams, subtiel gefluister, felle black metal, heroïsche epiek, ingetogen akoestisch gitaargetokkel, gitaarsolo’s, … Al deze stijlelementen vloeien naadloos in mekaar over zonder dat het een hannekesnest wordt. Het tweede deel heeft zelfs amper met metal te maken, maar is eerder dromerige shoegaze na een intieme aanloop te kennen. Omwille van het lage tempo in het hardere einde doemt de doommetal van het Duitse Ahab hier ook als vergelijk op. Heel knappe prestatie die Dynfari hier neerzet. Voor wie het niet voortdurend moet rammen en blazen, zal aan “Vegferð tímans” een vette kluif hebben.

JOKKE: 84/100

Dynfari – Vegferð tímans (Code 666 Records – 2015)
1. Ljósið
2. Óreiða
3. Sandkorn (í stundaglasi tímans)
4. Hafsjór
5. Fall hinna XCII og 2^57.885.161 – 1 sálna
6. Vegferð I – Ab terra
7. Vegferð II – Ad astra
8. Vegferð III – Myrkrið

Ultha – Pain cleanses every doubt

Zoals je in de review van de zwanenzang van Planks reeds kon lezen, stortte frontman Ralph zich onder de monniker Ultha al gauw in een nieuw avontuur om samen met gelijkgestemde zielen uit Goldust, Ghostrider en Atka, een brok allesvernietigende teringherrie op de mensheid los te laten. Vanaf de eerste tonen van “Crystalline pyre” wordt meteen duidelijk dat Ultha zich veel meer in het zwartmetalen spectrum bevindt dan Planks. Geselende riffs (met Zweedse inslag), razende blasts en twee zangers die hun gal en vitriool uitspuwen, waarbij bassist C voor een eerder high-pitched suicidal black metal scream kiest en Ralph zijn diepere Planks vocalen aanboort. Bij het aanhoren van de vier lange songs zou je de band als een speler in de USBM-scene bestempelen, ware het niet dat we hier met vier Oosterburen te maken hebben. Als we over USBM spreken, komt Wolves In The Throne Room onvermijdelijk naar voor en met momenten heeft Ultha wel wat weg van deze boomknuffelaars, maar dan eerder van de oudere wolven ten tijde van “Diadem of twelve stars”. Toch klinkt Ultha een pak harder, feller én vooral kwader (een songtitel als “You exist for nothing” spreekt daarbij boekdelen). Net zoals vele collega’s heeft ook Ultha in het snuitje dat een niet aflatende stroom van razernij nogal afstompend kan werken, en bouwt daarom de nodige ademruimte middels atmosferische ruststukken in haar epossen in. Zo heeft “Perpetual resurrection” een minuut of drie nodig om op gang te komen en haar duistere schoonheid over de luisteraar te laten neervallen. Een gelijkaardig stramien kent ook “Death created time to grow the things it kills” (coole songtitel), de song waarin Ultha het meeste gas terugneemt en mede door de midtempo passages aan een band als Forgotten Tomb refereert. De bij wijlen eentonige screams zijn hier mede debet aan en vormen het grootse werkpunt (meer wisselwerking met Ralph zijn vocalen had welkom geweest). “Pain cleanses every doubt” is nog maar een debuut maar laat al veel potentieel horen!

JOKKE: 75/100

Ultha – Pain cleanses every doubt (Ecocentric Records 2015)
1. Crystalline pyre
2. Perpetual resurrection
3. Death created time to grow the things it kills
4. You exist for nothing

Ghost Bath – Moonlover

Deafheaven bashers aller landen verzamelt U, want met Ghost Bath biedt er zich een nieuwe schietschijf aan voor iedereen die het groengespikkeld schijt krijgt van deze door de hipster goegemeente op een  piëdestal aanbeden band. Deafheaven en black metal in één zin vernoemen, is volgens de trve black metal liefhebber dan ook pure heiligschennis. Ik vermoed dat Ghost Bath de komende weken dan ook heel wat internetgezeik over zich heen zal krijgen, maar ach, negatieve publiciteit is ook publiciteit. Zelfs in de diepste krochten van de underground, zijn vele bands momenteel niet vies van een beetje marketing. Denk maar aan de eigen kledinglijn van Urfaust, de aanpak van een band als AmenRa, orthodoxe black metal acts met hun over-the-top stage presentatie of bands waarvan de leden zich in een diepe ondoordringbare mist verhullen. Bij Ghost Bath is het niet alleen de identiteit die verscholen blijft, ook het land van herkomst roept meerdere vraagtekens op. Zo zou de band zijn oorsprong hebben in China, een land dat nu niet bepaald hoge ogen gooit als het aankomt op extreme metal. Alleen trekt de auteur van volgend artikel dit wel serieus in twijfel (http://noisey.vice.com/blog/ghost-bath-interview-stream). Interessant voer voor discussie dus, maar wat doet het er eigenlijk allemaal toe? Draait het immers niet allemaal om de muziek? Ja en neen. Voor ondergetekende is de kwaliteit van de muziek natuurlijk van primordiaal belang, maar als het visuele én artistieke plaatje ook klopt, vormen één en één soms drie. Deze truken van de foor aanwenden om muzikale onkunde te camoufleren is natuurlijk not done, maar die bands vallen meestal ook relatief snel door de mand. Met het hoesontwerp zit het in elk geval al snor want deze obscure artistieke foto van Luiz González Palma, die een duidelijke link legt met de titel van het album, wekte mijn interesse meteen. Over naar de muziek! Openingstrack “Golden number” is meteen het hitje van de plaat. De link met Deafheaven is zo klaar als een klontje, zeker als er in de snelle black metal maalstroom plots een über catchy gitaarriff opduikt die niet zou misstaan op een poppy punkrockplaat. De ene zal dit als cheesy en kinderachtig afdoen,  de ander zal ervan in extase geraken. Een titel als “Happyhouse” zet je als luisteraar op het verkeerde been, want vrolijk wordt je hier niet bepaald van. Deze song, net als de rest van de plaat overigens, grijpt muzikaal gezien meer terug naar hun vorige album “Funeral” dat nog maar een jaartje oud is en waarop de sound eerder omschreven kon worden als suicidal black metal met van die vreselijke hoge maniakale black metal screams die véélte hard op de voorgrond gemixt waren. Opmerkelijk wat voor een grote stap voorwaarts er in een relatief korte tijdspanne gezet wordt met dit “Moonlover”. De getormenteerde burzumesque uithalen vormen een veel beter geheel met wat er muzikaal geboden wordt. De productie en songwriting skills zijn een pak verbeterd, alleen is de sound met momenten weer iets té clean voor deze depressieve muziekstijl, maar soit. De sfeerzetting in het instrumentale “The silver flower pt. 1” is ontroerend mooi om in het tweede deel van de song naar een climax toe te werken middels kippenvelopwekkende gitaarleads. De melodie van het afsluitende “Death and the maiden” blijft nog dagenlang als mindfucker in je kop hangen. Ghost Bath is zonder twijfel de beste depressieve black metal band van het moment. Of noem het suicidal black metal want de bandnaam verwijst naar een manier om zelfmoord te plegen in water. Met momenten is er een dikke vette knipoog naar Deafheaven, maar de overheersende sound neigt toch eerder naar bands als Woods Of Desolation, Forgotten Tomb, Grey Waters of het oude Alcest. Ik ben verkocht (en controleer de komende dagen best de onderkant van mijn wagen alvorens ik instap)!

JOKKE: 88/100

Ghost Bath – Moonlover (Northern Silence productions 2015)
1. The sleeping fields
2. Golden number
3. Happyhouse
4. Beneath the shade tree
5. The silver flower pt. 1
6. The silver flower pt. 2
7. Death and the maiden