immortal

Solbrud – Vemod

Het in 2009 opgerichte Deense Solbrud is een degelijke middenklasser in het atmosferische black metal genre en is met “Vemod” ondertussen aan haar derde langspeler toegekomen. Net zoals op de voorgangers “Solbrud” en “Jærtegn” wordt de traditie van vier lange nummers in ere gehouden: voldoende ruimte voor uitgesponnen epiek, zinderende spanningsbogen, meanderende melancholie en catharsische climaxen met andere woorden. “Det sidste lys” komt echter traag op gang middels een intro die haar doel volledig mist, want in plaats van de luisteraar meteen in de juiste mood te brengen, wordt hier vooral mijn slaapmodus getriggerd. Zodra alle instrumenten invallen horen we een black metal geluid dat wat rauwer is uitgevallen dan in het verleden maar waarin de sporen van jaren ’90 Noorse black overduidelijk aanwezig zijn. Met dertien minuten speeltijd is de openingstrack meteen een hele boterham en het valt me moeilijk om de aandacht er voortdurend bij te houden. Gelukkig bevat het daaropvolgende “Forfald” wel een lading kippenvel opwekkende riffs, want daar staat of valt dit genre toch wel mee. De eerste twee Wolves In The Throne Room platen staan duidelijk in de platenkast van de heren, maar daar malen we hoegenaamd niet om. Een letterlijke vertaling van de titel “Vemod” bestaat er niet echt, maar het woord omschrijft een soort van mijmerend gevoel over het verleden en deze emotie stralen de melodieuze riffs van deze track ook absoluut uit! “Menneskeværk” is met haar zestien-en-een-halve minuut speeltijd de langste track die Solbrud tot hiertoe heeft geschreven en kent een ambient intro en akoestische outro met daartussen natuurlijk het nodige geweld, maar opnieuw kan de rit niet de hele tijd boeien. Nadat de akoestische tonen stilaan wegebben, lijkt het afsluitende “Besat af mørke” een stijlbreuk in te houden door de oi/punk-achtige drumintro (ik dacht even dat ze Immortal’s “Sons of northern darkness” gingen coveren), maar al snel wordt terug naar melodieuze repetitieve en atmosferische black overgeschakeld waar gelukkig terug wat pakkende riffs in te bespeuren vallen en zelfs een heuse solopartij. Ik raad de Denen aan om de songs niet nodeloos te rekken just for the sake of it want het is weinigen gegeven om keer op keer kolossale tracks te schrijven die de aandacht weten vast te houden. Solbrud trekt weldra de hort op met het Zuid-Afrikaanse Wildernessking en doet daarbij ook Antwerpen en Utrecht aan tijdens het laatste weekend van juli. Wie niet met zijn of haar luie reet op één of ander exotisch strand ligt te bakken, raad ik aan om toch eens een kijkje te gaan nemen.

JOKKE: 78/100

Solbrud – Vemod (Vendetta Records 2017)
1. Det sidste lys
2. Forfald
3. Menneskeværk
4. Besat af mørke

Advertenties

Deströyer 666 – Wildfire

Mijn favoriete Aussi band Deströyer 666 slaat na een afwezigheid van zeven jaar (de single “See you in hell” even niet meegerekend) keihard terug met het op alle fronten sublieme “Wildfire”. De term “Aussie” dekt echter de lading niet meer volledig vermits bandleider K.K. Warslut zich omringt met strijdgenoten die niet Australië, maar Zweden en Engeland als bakermat hebben, terwijl ons beste oorlogssletje al enkele jaren in Nederland woonachtig is. Wat ik zo fantastisch vind aan Deströyer 666 is dat hun opzwepende rechttoe rechtaan black/thrash/speed metal opgesmukt is met pakkende melodieën en meeslepende gitaarsolo’s die meermaals teruggrijpen naar Metallica ten tijde van “Kill ‘em all”. De balans woog met het uitzinnige “Traitor”, de titeltrack die uit één waanzinnig lange solo lijkt opgebouwd te zijn en het “gaan met die banaan”-gehalte van “Die you fucking pig” nog nooit zo sterk door naar de speed/thrash metal kant en hoewel ik doorgaans het groengespikkeld vliegend schijt krijg van die ballen-tussen-de-portier-van-de-porsche-hoge-uithalen komen Warslut en Co er verbazingwekkend goed mee weg wanneer deze (zij het spaarzaam) de revue passeren. Voorts ademt deze plaat seks, drugs & rock ’n roll uit. De geneugten des levens komen onder andere aan bod in “Hymn to dionysus” en “White line fever” en het rock ’n roll deel slaat natuurlijk op de aanstekelijke, meermaals meezingbare (“Live and burn”) ongebreidelde brok muzikaal geweld die op de luisteraar afgevuurd wordt. Het midtempo “Hounds at ya back” wisselt naar-grandeur-neigende-en-Immortal-riekende riffs af met een meerstemmig meebrulrefrein. De statische maar grootse melodielijn van “Hymn to dionysous” in afwisseling met full speed ahead metal maken van dit nummer het hoogtepunt van de plaat. Ook meer epische songs hebben hun weg naar de plaat gevonden in de vorm van het instrumentale “Artiglio del diavolo” en de met cleane zang (en aanstekelijke “oooo ohooo’s” die nog urenlang blijven nazinderen) doorspekte hekkensluiter “Tamam shud”, wat een Perzische uitdrukking voor “het einde” is. Hopelijk slaat dit niet op de activiteit van de band, want met “Wildfire” staat Deströyer 666 opnieuw vooraan de linie. Met net geen veertig minuten speeltijd is “Wildfire” misschien een mager beestje qua lengte (zeker na zo’n lange koelkastperiode), maar dat wordt qua uitzinnige en fantastische muziek volledig gecompenseerd. Laten we hopen dat het niet opnieuw zo lang wachten is vooraleer Destroÿer 666 met een opvolger op de proppen komt. Wat een zalige band blijft dit toch!

JOKKE: 90/100

Destroÿer 666 – Wildfire (Season Of Mist 2016)
1. Traitor
2. Live and burn
3. Artiglio del diavolo
4. Hounds at ya back
5. Hymn to dionysus
6. Wildfire
7. White line fever
8. Die you fucking pig
9. Tamam shud

Abbath – Abbath

Niets is eeuwigdurend. Lemmy is niet meer en ook Immortal bleek geen eeuwig leven beschoren te zijn. Nu ja, toen Abbath vorig jaar het nieuws naar buiten bracht dat hij Immortal had verlaten, was dat niet alleen een schok voor de (black) metalgemeenschap, maar leek hiermee het doek ook definitief over deze black metal pioniersband gevallen te zijn. Er bleek een serieuze zwartgeverfde haar in de boter te zitten tussen spitsbroeders Abbath en Demonaz Doom Occulta, en het vuil thermisch ondergoed werd buiten gehangen. De eerste werd verweten met een knoert van een alcohol- en drugsprobleem te kampen te hebben. Abbath was het op zijn beurt beu te moeten wachten op Demonaz en Horgh die volgens hem liever op hun luie krent zaten dan een nieuwe album te schrijven en bovendien achter zijn rug een claim hadden gelegd op de bandnaam. Zo lieten de achterblijvers na het vertrek van hun frontman dan ook weten de Noorse fjorden verder te zullen afvaren onder de Immortal vlag. Of dat gerechtvaardigd is, zullen we uitmaken wanneer hun nieuwe album verschijnt. Je kan er immers niet om heen dat Abbath véél meer dan alleen het gecorpsepainte gezicht van Immortal was. Dat een band echter niet altijd staat of valt met wie er achter de microfoon staat, bewezen eerder collega’s Mayhem, Marduk en Gorgoroth ook al. Ondertussen heeft het gelijknamige debuut van Abbath al een hele resem rondjes gedraaid en kan gerust besloten worden dat we blij zijn dat de boomlange Noor terug aan het front is. Hoewel zijn iconische zwart/wit geverfde smoelwerk op de cover van de plaat prijkt, weigert hij alsnog over een soloproject te spreken. Abbath liet zich omringen door bassist King ov Hell, die absoluut geen zittend gat heeft en ook in het verleden reeds deel uitmaakte van I, het soloproject van Abbath. Kanttekening is wel dat King, behalve met Gorgoroth en Sagh, nooit verder dan één album is geraakt met vele van zijn bands/projecten (getuige God Seed, Ov Hell en Jotunspor), dus benieuwd hoe lang het nu zal duren. Op de drumkruk hebben reeds enkele wissels plaatsgevonden. De jonge drumgod Baard Kolstad hield het al na een paar live shows voor bekeken en haalde het grote drugsgebruik (tja) binnen de band als reden aan. Daarna werd de Ier Kevin Foley (Benighted) aangetrokken om onder het pseudoniem Creature, en verscholen achter een masker, de plaat in te trommelen. Vlak voor de op til staande tournee met Behemoth vertrok deze echter ook met de noorderzon en werd zijn positie ingenomen door de Amerikaan Gabe Seeber. U volgt nog? Fijn! Laten we na deze lange intro maar snel overgaan tot de orde van de dag en dat is natuurlijk de veertig minuten muziek die Abbath op ons loslaat. “To war!” trapt het plaatje op een beukende en groovende metalmanier op gang en pas wanneer de uit-de-duizenden herkenbare raspende strot van Abbath invalt krijgt het geheel een extremer (black) kantje. Over het algemeen kan je zeggen dat deze plaat het dichtst aanleunt bij “Damned in black”, de Immortal-plaat uit 2000. De Bathory epiek die de laatste Immortal langspeler “All shall fall” kenmerkte, duikt nog wel op in de midtempo songs “Oceans of wounds”, “Root of the mountain” en “Winter bane“, een nummer dat met zeven minuten speeltijd tevens het langste van de plaat is, maar verder wordt het gaspedaal als vanouds terug regelmatig ingeduwd waardoor “Ashes of the damned” (met subtiel hoorngeschal) en het woest hakkende “Fenrir hunts“ vertrouwd in de oren klinken en de ‘grim and frostbitten’ tijden van “Battles in the north” ook even terug doen herleven. De woorden ‘Count the dead’ van de gelijknamige song worden in het begin precies door de reeds eerder aangehaalde en betreurde Lemmy in hoogsteigen persoon geroepen. Deze afwisselende song is misschien wel de beste van het album. “Abbath” klinkt heel herkenbaar (misschien dat in sommige songs net iets té veel oude riffs herkauwd werden), maar stelt allesbehalve teleur en ik ben dan ook heel benieuwd welke trukendoos Demonaz en Horgh zullen opentrekken om deze plaat op zijn minst te evenaren.

JOKKE: 88/100

Abbath – Abbath (Season of Mist 2016)
1. To war!
2. Winter bane
3. Ashes of the damned
4. Ocean of wounds
5. Count the dead
6. Fenrir hunts
7. Root of the mountain
8. Eternal

Chalice Of Blood – Helig helig helig

Sommige bands opteren meteen voor het uitbrengen van een full album, terwijl anderen het rustiger aan doen en kleinere releases opzetten, die meestal dan ook meer onder de radar blijven. Het Zweedse Chalice Of Blood is zo’n band die sinds haar ontstaan in 2005 al één demo, drie splits (met o.a. het Japanse Arkha Sva en het Portugese Israthoum) en nu dus ook een volwaardige EP op haar conto mag schrijven. Misschien ook maar beter zo. Niet dat we deze EP niet kunnen smaken, integendeel, maar een volledig album zou misschien wat gaan tegenzitten. We krijgen nu een kleine twintig minuten aan Noors/Zweedse black metal voorgeschoteld die, weliswaar niets toevoegt aan ieders platenkast die van dit soort teringherrie houdt, maar desalniettemin mijn buikpluisjes tot een hoopje as verschroeit. De ietwat scherpe sound van de ijskoude thrashy riffs doorklieft mijn trommelvliezen en past deze stijl als gegoten. De productie was in handen van Lars Broddesson (voormalig Marduk drummer) die hier aantoont dat hij meer kan dan trommelen. Liefhebbers van frosty Noors spul à la oude Immortal, Gorgoroth en Taake zullen hier wel plezier aan beleven. Qua thematiek zoeken ze het eerder in de orthodoxe richting, zoals zovelen tegenwoordig. “Helig” betekent in het Zweeds dan ook zoveel als “heilig”, “geheiligd”, gewijd”, “gezegend” of “sacraal”. Voer voor black metal puristen.

JOKKE: 73/100

Chalice Of Blood – Helig helig helig (Daemon Worship Productions 2015)
1. Hoor-paar-kraat
2. Nightside serpent
3. Shemot
4. The communicants
5. Transcend the endless