lugubrum

Paragon Impure – Komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had

Paragon Impure mag misschien dan maar één volwaardig album uitgebracht hebben, het was een Belgische topper in het black metal genre en dat zal niet snel veranderen. De laatste jaren is er echter heel wat nieuws aangekondigd, maar dat alles stierf een stille dood. Hoe zit het nu eigenlijk met Paragon Impure? Aan het woord is bezieler Noctiz. (fLP)

Laten we onmiddellijk aanvallen met wat iedereen wil weten. Waarom heeft Paragon Impure er destijds de brui aan gegeven?
Na de opnames van “The fall of man” verloor ik de zin om verder tijd te investeren in Paragon Impure. Wat ooit aanvoelde als een monster van een geesteskind waarin ik visie, inspiratie en agressie kwijt kon, leek niets meer dan een ziek zorgenkindje te worden dat constant door het achterhoofd spookte en geen enkele voldoening meer gaf. Tevens had ik de voeling met de black metal scene volledig verloren en besloot bijgevolg definitief een punt te zetten achter mijn actieve bijdrage. Mijn creativiteit en (langzaam afnemende) drang om te musiceren kon ik kwijt bij Lugubrum (ADDERGEBROED: Noctiz speelt bas bij Lugubrum), en dat is nog steeds het geval. Paragon Impure komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had; of er uit de as ooit iets zal herrijzen zal de toekomst uitwijzen. Ik zou er echter mijn zinnen niet opzetten. Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik een andere mens geworden ben. Het vaderschap heeft een drastische invloed gehad op mijn visie en gemoedsgesteldheid, en omdat ik op professioneel vlak ook meer uurtjes klop dan toen ik 20 was rest me weinig vrije tijd om ongestoord te werken aan een album. Nogmaals, mijn passie voor black metal (in de vorm dat Paragon Impure het bracht) is zo goed als uitgedoofd en de schaarse momenten dat ik een instrument in handen neem opteer ik voor ontspanning en (bizar) vermaak (met Lugubrum).

Je hebt al erg lang “The fall of man” gereed, maar weigert die uit te brengen. Waarom? Muzikaal deed het me niet meer aan Paragon Impure denken, maar eerder aan bands zoals Ascension. Bang voor reacties van de doorwinterde black metal freak? Hoe kijk je nu terug op “To Gaius!“?
Bang voor reacties van de doorwinterde Black Metal freak? Hmm, je zou beter moeten weten. Ascension ken ik vaag, maar het is zeker geen band waarmee ik Paragon Impure zou relateren of vergelijken. Ik heb Paragon Impure zelf nooit vergeleken met een andere band. Wel moet ik toegeven dat ik ten tijde van “To Gaius!” verzot was op de sound van “Under a funeral moon“, met name op het gitaar- en stemgeluid. Darkthrone, één van de weinige bands waarvan ik het hele oeuvre nog steeds weet te appreciëren, heeft zo een onmiskenbare stempel gedrukt op het album. Ik was 17 toen ik “To Gaius!” schreef. Het was mijn eerste poging een album te creëren waarvan ik zelf écht fan van zou kunnen zijn, mocht het door een andere band uitgebracht worden. Het moest een waardig debuut worden. Een instant classic. Ruw, grim, eenvoudig doch boeiend van begin tot einde. Of ik daar in geslaagd ben laat ik over aan de luisteraar, maar To Gaius! is het enige album van eigen hand dat ik na al die jaren nog regelmatig beluister, en waarvan ik kan genieten ook al is mijn muzikale smaak sterk geëvolueerd. “The fall of man” moest mijn magnum opus worden. Zeker niet zomaar het tweede album van Paragon Impure. Het zou een plaat worden dat mij als artiest tot het uiterste van mijn kunnen zou drijven. Dé (black metal) plaat van mijn leven. Maar het liep mis…Om een lang verhaal kort te maken: toen het einde van het opnameproces in zicht was kreeg ik twijfels. Ik was niet tevreden genoeg. Het gaf me niet de kick dat “To Gaius!” leverde toen ik dat album voltooide. Met alle respect voor Henne, die ik altijd dankbaar zal blijven voor de steun en inspanningen die hij leverde voor Paragon Impure, de drumtracks waren niet van het niveau waarop ik gerekend had. Deels omdat ik te veeleisend was, deels omdat we gewoon te weinig geoefend waren voor de studio. Ik staarde me blind op details, ergerde me aan schoonheidsfoutjes, en ik verloor de hoop en zin om het project tot een goed einde te brengen. Zang heb ik zelfs niet meer opgenomen,… Spijtige zaak, maar de tijd heelt de wonden. Waarom gewoon niet herbeginnen? Enerzijds omdat ik de moed en tijd er niet voor heb, anderzijds omdat mijn muzikale smaak en visie te ver afwijken van de stijl en concept van “The fall of man“. Het zou aanvoelen als een huis renoveren waarin je niet meer wil wonen.

Tevens werd voor Under the Black Sun enkele edities geleden jullie zeer exclusief optreden gecanceld. Anticipeer!
Gebrek aan motivatie. Na het laatste optreden in Desselgem met DNS en Enthroned had ik het wel gehad. In de beginjaren leek ik wel bezeten op podium. Verheven. Ik ging echt volledig op in het moment, of ik nu voor 30 man speelde of een volle zaal. Dat overweldigende en verslavende gevoel ben ik kwijt geraakt. Live spelen met Paragon Impure heb ik nooit als “fun” of ontspannend ervaren. Het was altijd een uitputtende opdracht. Ik was achteraf kapot en blij dat ik naar huis kon. Aan zuipen en blijven plakken had ik op zo’n avond nooit behoefte, wel integendeel. Dus, tot grote spijt van de rest van de live bezetting, heb ik UTBS afgezegd en mezelf beloofd nooit nog op te treden met Paragon Impure. Het loonde gewoon de moeite niet. Tussen haakjes, met Lugubrum is dit een heel ander verhaal. Ik zou met hen elke week op een podium kunnen staan. Amusement gegarandeerd, gelijk onder welke omstandigheden. Vooral het recentere, zeer afwisselend materiaal is erg aangenaam om te spelen en komt live dan ook véél beter tot zijn recht dan de vrij monotone stijl van Paragon Impure.

In feite, ik kan me enkele optredens van jullie voor de geest halen, maar aangezien er nergens een opsomming te vinden valt, kan jij even meedelen waar en wanneer jullie overal gespeeld hebben als dat mogelijk is.
Ik heb geen zin om data op te zoeken of een opsomming te maken, maar de meest gedenkwaardige optredens moeten tijdens de minitour met Shining geweest zijn. Leuke anekdote: op de eerste avond in De Baroeg te Rotterdam liep het mis tijdens het openingsnummer van Shining. De toenmalige gitarist John Doe (Craft) was zodanig onder invloed dat hij zijn gitaar tijdens de eerste riffs volledig ontstemde en aan de knopjes van zijn effectenbox begon te draaien, tot grootste frustratie van frontman Niklas. Er ontstond op podium onderling wrevel en algauw sloeg John zijn Gibson SG aan diggelen, gevolgd door de Marshall amphead die wij voorzien hadden. Daar kon onze goede vriend en chauffeur Joeri niet mee lachen en vloog het podium op om John te “bedaren”, en te checken of de amp de klap overleefd had. Na het betere duw- en trekwerk vloog Joeri’s linkse richting de bezopen kop van John. End of story, althans, zo dachten we,… Shining verliet arrogant het podium en het publiek diende hen van terechte repliek. Joeri, die een beetje aangedaan leek, zocht ons op en vertelde twijfelend dat hij een probleempje had. Ik dacht al dat ik stront rook. Joeri had uit pure koleire zijn broek vol gescheten toen hij uithaalde naar John. Hij besloot dan ook wijselijk zijn onderbroek – of wat ervan over bleef – te verwijderen en op te hangen in de damestoiletten. De ochtend nadien zijn we met z’n allen gezellig gaan shoppen bij de lokale H&M voor een nieuwe jeans, ter vervanging van de besmeurde. Eens gearriveerd op onze volgende bestemming zochten de nuchtere poesjes van Shining ons met kleine oogjes op om het goed te maken, zij waren immers afhankelijk van onze backline. Verder een topavond gehad in Leeuwarden, zonder twijfel ons meest intense optreden ooit.

Zat je eveneens niet achter Target: Earth Productions? Waarom ben je daarmee gestopt?
Klopt. Toen ik 17 was heb ik Pestilence Records uit de grond gestampt, in alle eerlijkheid, om een oneerlijk centje bij te verdienen. Het duistere zaakje draaide goed en financierde allerhande folietjes. Later had ik geen zin meer om pakketjes te maken in mijn eentje en besloot ik een vriend te betrekken. We hadden een deal met Urfaust voor een split met Circle of Ouroborus  en we wouden het iets groter aanpakken. Pestilence Records werd Target:Earth Productions en een dik jaar later verloren we beiden onze goesting. De verkoop was trouwens gekelderd; ofwel waren hun centjes op, ofwel vonden black metal fans hun weg naar gratis digitale alternatieven. Ik was ondertussen gestopt met mijn studies en had geen nood meer aan een zure bijverdienste. That’s it.

Wat vind je trouwens van de hedendaagse black metal scene? Is er nog wat tussen wat je weet te appreciëren of ben je het hele gedoe wat beu? Destijds toen je in Verloren speelde, deden er ook heel wat verhalen de ronde, vooral over zanger Verderf en zijn nogal irritant gedrag. Voor mij komt integriteit van binnenuit en is uiterlijk vertoon niet de maatstaf. Hoe sta jij er tegenover?
Ik ben slecht op de hoogte van de black metal scene, zeker wat nieuwkomers betreft. Enkele ouwe getrouwen blijf ik wel volgen, de ene wat minder Black dan de andere: Craft, Dodheimsgard, Code, Behemoth, Shining, Bergraven, Blut Aus Nord, Deathspell Omega, Watain,… om het gros te noemen. Wat de twee laatstgenoemden betreft, het religieuze “devil worship” kantje laat me totaal koud. Het latere werk van DsO is (muzikaal) ronduit geniaal. Ongelooflijk complex en progressief, volgens mij uniek in het genre. Watain blijft vooral boeien door de toewijding waarmee ze hun muziek brengen. De band druipt van ambitie en overtuiging en dat kan je horen, zien en voelen sinds “Casus Luciferi“. Als er één band met corpse paint, bloed en vuur een performance kan neerzetten dat niet lachwekkend is, dan is het Watain wel. Ik hoop stiekem dat ze, in tegenstelling tot hun grote held J. Nödtveidt, met iets meer spektakel afscheid nemen van onze wereld als hun tijd gekomen is. Een realistischer scenario is echter dat Erik en de zijnen het bij een grote bek en stoer imago houden, en mettertijd tevergeefs in herhaling vallen en doorzichtbaar worden, of is dit reeds het geval? Traditionele, eenvoudige black metal zegt me al lang niets meer (op Darkthrone na). Het hoeft daarom niet per se vernieuwend te zijn, maar een vleugje originaliteit, een goede beheersing van de instrumenten en een aanvaardbare productie zijn vereisten geworden om op zijn minst mijn aandacht te trekken. Eén van de vernieuwers, voor mij dé band in jaren – eerder nog slechts vaag verbonden met de black metal scene – is voor mij Virus. “The agent that shapes the desert” is een mijlpaal, punt. Ere wie ere toekomt. Ik heb nooit oogkleppen gedragen, altijd een open-minded muziekliefhebber geweest. Mijn absolute favorieten zijn al jaar en dag The Doors, Led Zeppelin, The White Stripes, Pink Floyd, Portishead, Morbid Angel, Primus, My Dying Bride, Ulver, Marilyn Manson, QOTSA, Wolfmother, Radiohead, Eels, Cannibal Corpse (post-Barnes)…vorig jaar heb ik Meshuggah (her)ontdekt en recenter het latere werk van Tom Waits. (Na deze opsomming haast menig Black Metal puritein zich naar zijn rekje om “To Gaius!” te liquideren.) Om kort te reageren over Verloren: het imago van de band werd gemaakt en gekraakt door Verderf, meteen de reden waarom onze wegen zich scheidden. Verderf was, zowel op als naast het podium, een man van extremen. Laten we het daarbij houden. We hebben het op persoonlijk vlak later bijgelegd maar de band kon niet meer functioneren met hem, en wat bleek: ook niet zonder hem. Het vertrek van Lennert – hij werkt als manager voor InBev in Budapest – betekende de doodslag. Ik denk en hoop dat de eeuwige discussie over “true” en “posers” enkel wordt gevoerd door groentjes en minderbegaafden, net zoals wij groentjes en minderbegaafd waren in den beginne van Verloren, haha… Nota bene: integriteit siert de artiest, maar charisma en overtuigingskracht geven de performance een extra dimensie. Ter illustratie enkele notoire voorbeelden: Erik (Watain), Niklas (Shining), MkM (Antaeus), Mortuus (Marduk),…Verloren kon zich wat présence betreft geen betere frontman wensen dan Verderf.

Advertenties

Alkerdeel – Morinde

Alkerdeel is niet voor de fijngevoeligen onder ons. De Vlaandermensen hun tweede album is een juweeltje zo smerig als een beurt met een chlamydia besmette hoer. De rode plaat ziet er schitterend uit, maar vergis je niet, “Morinde” klinkt vuil, vies en ziekelijk. Als geen ander weet Alkerdeel een sfeertje neer te zetten waar menig black metal bands jaloers op zouden zijn. Meer nog, niet enkel hun atypisch imago overstijgt de zwarte scene; het 20 minuten durende (en dat is geen seconde te lang) “Du levande” staat bol van dreunende mokerslagen sludge en hypnotiserende gitaar riffs. Dit schouwspel loopt als een rode draad doorheen “Morinde”. Zo heeft “Hessepikn” een onmiskenbare Blut Aus Nord-vibe tijdens de openingsronde. En “Horsesaw” vlamt en knettert erop los als een ketterende black metal band, wat extra onderstreept wordt door Pede’s ziekelijk geschreeuw dat vooral op de achtergrond staat. Het geluid van “Morinde” is ondermaats en mist elke vorm van moderne opsmuk. And I love it! Het totaalplaatje klopt hier. Alkderdeel slaagt erin om de muziek, de productie en het artwork op elkaar af te stemmen en daardoor een uniek sfeertje teweeg brengt, iets waar bands als Urfaust, Lugubrum en Amenra ook erg goed in zijn. Alkerdeel mag dan ook met borst vooruit aan dit lijstje toegevoegd worden, want kwalitatief zijn ze zeker niet ondergeschikt aan bovengenoemden. Klasse!

fLP: 86/100

Alkerdeel – Morinde (ConSouling Sounds 2012)
1. Winterteens
2. Horsesaw
3. Hessepikn
4. Du levande