mayhem

Angrenost – Nox et hiems

Ik hou wel van bands die voortdurend in ontwikkeling zijn en herhalingsoefeningen proberen vermijden. Het Portugese (er loopt ook een Poolse naamgenoot rond) Angrenost produceerde op haar knappe debuut “Planet muscaria” uit 2014 symfonische, steriel klinkende, spacey black metal met subtiele electronica-toets. Al dan niet door het toetreden van gitarist W.uR (Israthoum, Monte Penumbra, Ab Imo Pectore) ligt de focus op de opvolger op rituele, mystieke en occulte black metal met een veel ruwere en grimmigere sound, doch met duidelijk hoorbare stuwende basgolven. Bovendien hebben de elektronische drums plaats geruimd voor een slagwerker van vlees en bloed en zijn de keyboards tot een minimum herleid. Meer dan een uur lang produceert Angrenost een hermetische black metal duisternis waarbij de eerste vijf songs gevoelsmatig tot het hoofdstuk “nox” (nacht) behoren en de andere vier eerder tot “hiems” (winter). Doorgaans mid-tempo van aard, hoewel een versnelling niet geschuwd wordt zoals in het sinistere “Lightless soul” waarin zanger Pursan laat horen een begenadigd, veelzijdig vocalist te zijn. Hij zou best bij opperstrot Aldrahn (ex-Dødheimsgard) in de leer geweest kunnen zijn. In het tergend trage begin van “Ophiucus” doet de zagende, slepende gitaarsound denken aan het onvolprezen Throne Of Katharsis, een referentie om trots op te zijn. Het draait bij Angrenost niet om agressie, maar om gitzwarte sfeerzetting waarin het gevaar voortdurend sluimert. Aan het einde van “Of granite, night and cold” duiken serene akoestische gitaarklanken op. Het contrast met “Lupus in fabula” kan haast niet groter zijn, want hier mag Lamoth – interim-drummer van dienst – even alles uit de kast halen. Ook in “Poço negro“, dat het tweede luik inluidt, steelt Pursan de show en kan je er niet naast kijken dat Attila Csihar zijn held is en Mayhem’s meesterwerk “De mysteriis dom sathanas” ongetwijfeld grijsgedraaid werd (bij wie niet?). Hij weet dat Portugees best beangstigend te doen klinken. De titeltrack klinkt lekker vertrouwd en gaat erin als zoete koek om tenslotte in het instrumentale “Lua negra” de complete gure duisternis op te zoeken. In beide black metal sub-genres heeft Angrenost een erg overtuigende plaat afgeleverd. Benieuwd of dit pad in de toekomst verder bewandeld zal worden of we ons opnieuw aan een koerswijziging mogen verwachten. De tijd zal het uitwijzen.

JOKKE: 85/100

Angrenost – Nox et hiems (Altare Productions 2017)
1. Basaltos da arga escura
2. Lightless soul
3. Ophiucus
4. Of granite, night and cold
5. Lupus in fabula
6. Poço negro
7. Estrela d’alva
8. Nox et Hiems
9. Lua negra

Black Cilice – Banished from time

Ondanks het feit dat het Portugese Black Cilice hoegenaamd geen spek voor ieders bek is, dook de doeltreffende platenhoes de afgelopen maanden voortdurend op op Instagram. Black Cilice is (over)actief – check de waslijst aan releases er maar op na – in de niche van lo-fi black metal en zal op basis van haar sound – of het ontbreken daarvan – al op voorhand door een heleboel mensen afgeschreven worden. Ook bij ondergetekende duurde het een tijdje alvorens het kwartje viel. Amper te geloven dat deze brok duisternis afkomstig is uit het zonovergoten Portugal. Ik dacht in het verleden dan ook dat het anonieme creatuur achter dit éénmansproject voor de coverfoto’s een hele dikke laag zonnecrème op zijn smoelwerk aanbracht, maar het bleek bij nader inzien wel degelijk om corpsepaint te gaan. Op de hoes van vierde langspeler “Banished from time” staat hij te friemelen met een schedel, wat hij waarschijnlijk van Mayhem’s Attila heeft afgekeken. Bon, bij Black Cilice draait het om een grimmiger-dan-grimmige sfeerzetting en vormen de gitaren, drums en zang – een basgitaar komt er in deze stijl niet dikwijls aan te pas – eigenlijk één waas die je als een stofzuiger meezuigt in een gitzwart vacuüm. Hoewel vijfennegentig procent van de bevolking dit waarschijnlijk geen enkele vorm van muzikaliteit toedicht, ontwaar je in deze beklemmende draaikolk wel degelijk gevoel voor melodie en emotionele uiting. Je zou dit zowaar als gitzwarte post-rock kunnen omschrijven. De repetitieve drumblasts meppen je in een staat van trance terwijl de gitaarriffs je hersenholtes binnendringen om met je limbisch systeem te flirten. En de tergende screams lijken van héél diep te komen, wat duidelijk maakt dat het menens is. Black Cilice lijkt me voor de schepper ervan een veel effectievere uitlaatklep voor het worstelen met de dingen des levens te zijn dan een bezoek aan de psychiater. Misschien is dat voor jou ook wel het geval?

JOKKE: 88/100

Black Cilice – Banished from time (Iron Bonehead Productions 2017)
1. Timeless spectre
2. On the verge of madness
3. Possessed by night spirits
4. Channeling forgotten energies
5. Boiling corpses

Limbonic Art – Spectre abysm

Het Noorse Limbonic Art beleefde haar hoogtepunt eind jaren negentig en dan vooral met haar eerste twee albums “Moon in the scorpio” en “In abhorrence dementia” die ongetwijfeld in de collectie zitten van de liefhebber van symfonische black metal. Vanaf de millenniumwissel raakte het duo het spoor bijster wat uiteindelijk leidde tot het vertrek van Morpheus na “The legacy of evil“. Daemon doet het sindsdien op zijn eentje en brengt met “Spectre abysm” na zeven jaar radiostilte zijn tweede “soloplaat” uit. Op de laatste albums nam agressie spijtig genoeg de bovenhand op de symfonische bombast; er werd meer vanuit de gitaarriff gecomponeerd dan vanuit keyboard-gedreven atmosfeer. Gelukkig laat het nieuwe werk een (gedeeltelijke) terugkeer horen naar de oude aanpak. De lange opener “Demonic resurrection” is met haar bombast, hyperspeed elektronische drums en demonische vocalen vintage Limbonic Art. De volgende nummers kunnen er ook best mee door hoewel het doorgaans meer van hetzelfde is doordat de tempotoets van de geprogrammeerde drums op eenzelfde BPM-instelling lijkt te haperen. In het sinistere “Disciplina arcani” wordt dan weer wel met dynamiek en spanningsbogen gejongleerd en valt daardoor positief op. Het is één van de weinige tracks waar er ruimte is voor melodieuze sfeerzetting zonder dat er gitaren en drums aan te pas komen. Vocale afwisseling tussen gefluister, helse screams en cleane zang, bombastische orgels, black metal agressie, tremolo picking riffs en een razende drumcomputer: alle klassieke Limbonic Art ingrediënten zijn aanwezig op “Spectre abysm“, maar het wordt nergens écht opzienbarend en de overdonderende theatraliteit van het oude werk ontbreekt gewoonweg. De intro van het afsluitende “Through the vast profundity obscure” lijkt verdomd hard op Mayhem’s “Silvester anfang” en sluit de plaat sterk, maar nogal abrupt af. Daar waar “Phantasmagoria” een kwartier te lang duurde, koos Daemon nu voor driekwartier speeltijd waardoor “Spectre abysm” één van de meest compacte Limbonic Art platen ooit is. Een goede keuze aangezien de weinige afwisseling die er te beleven valt. Al bij al is “Spectre Abysm” wel het beste Limbonic Art werk in achttien jaar tijd… maar ik grijp nostalgisch toch nog eens terug naar “Moon in the scorpio“.

JOKKE: 79/100

Limbonic Art – Spectre abysm (Candlelight records 2017)
1. Demonic resurrection
2. Ethereal traveller
3. Omega doom
4. Requiem sempiternam
5. Triumph of sacrilege
6. Disciplina arcani
7. Through the vast profundity obscure

 

Dodecahedron – Kwintessens – Through bodies measureless to man

Collega Flp was vijf jaar geleden uitermate kritisch voor het debuut van het Nederlandse Dodecahedron dat uit het niets op het grote Season Of Mist verscheen. Ik had er ergens niet meer op gehoopt dat er ooit nog een vervolg zou verschijnen, maar met opvolger “Kwintessens – Through bodies measureless to man” slaat het kwintet nu keihard terug. Al wie de integriteit van de band destijds in vraag stelde, krijgt ferm lik op stuk. Nog steeds worden de grilligheid van Deathspell Omega en de donkere chaos van Mayhem’s “Ordo ad chao” als uitgangspunt genomen om een furieuze draaikolk aan progressieve en technisch black metal uit te spuwen. Op inhoudelijk vlak draait “Kwintessens  – Through bodies measureless to man” rond Verlichting, het streven naar perfectie en megalomane visies die uit de hand lopen met een tragische afloop tot gevolg. Dit vertaalt zich in een niet aflatende stroom aan atonale duisternis en wringende dissonanten, hoewel de plaat wel meer coherent, gestroomlijnd en gefocust klinkt. De technische hoogstandjes worden minder uitgesproken in de spotlights gezet – hoewel “Tetrahedron – The culling of the unwanted from the earth” nog wel een epileptische start kent – en het muzikale kunnen staat nu meer in dienst van de songs. “Dodecahedron – An ill-defined air of otherness” vormt de perfecte symbiose tussen agressie en rituele ambient/drone waarbij frontman Michiel Eikenaar (ex-Nihill) hier op vocaal vlak tot het uiterste gaat en de woorden “The death of your body” meermaals vervaarlijk uit zijn vitriole strot perst. De eigenzinnige sound en gitzwarte atmosfeer van dit meesterwerk onttrekken alle zuurstof uit mijn woonkamer en creëren een vacuüm toestand waardoor de poriën van de hipster air plants die in geometrische vormen aan mijn muur hangen geen zuurstof meer krijgen en bruin uitslagen. De donkere energie die “Kwintessens – Through bodies measureless to man” uitstraalt, is dan ook niet van deze wereld.

JOKKE: 92/100

Dodecahedron – Kwintessens – Through bodies measureless to man (Season Of Mist 2017)
1. Prelude
2. Tetrahedron – The culling of the unwanted from the earth
3. Hexahedron – Tilling the human soil
4. Interlude
5. Octahedron – Harbinger
6. Dodecahedron – An ill-defined air of otherness
7. Finale
8. Icosahedron – The death of your body

Cornigr – Funereal harvest

De “Funereal harvest” EP van het Finse Cornigr zwerft hier reeds enkele maanden rond ten huize Jokkemans, maar het heeft even geduurd alvorens de review aan een on-line leven kan beginnen. Zo lang zelfs, dat de band ondertussen onder de zoden ligt en een nalatenschap achterlaat onder de vorm van een demo, een langspeler ‘Relics of inner war” en deze EP. Cornigr was het éénmansproject van Vainaya, die ingewijden wel zullen kennen van onder andere Horna, Sargeist en Saturnian Mist. Weet je meteen ook in welke hoek Cornigr gesitueerd kan worden. Exact ja, oncompromisloze en ongekunstelde black metal die terugkeert naar de jaren negentig toen Mayhem’s “De mysteriis dom sathanas” de toon bepaalde en de troon bezette. De drie meedogenloze tracks die de EP telt blazen een dikke ondoordringbare zwavelmist doorheen je huiskamer. Vainaya slaagt met verve in zijn opzet, want met heimwee wordt je back in time gekatapulteerd. Die sound! Die atmosfeer! Vooral dat naargeestig sfeertje dat in “Devils church” wordt neergezet kruipt onder je vel. Vierentwintig minuten lang vuurt de gitaar van Vainaya dissonante en onderdrukkende akkoorden af die een dodendans dansen over sterk uitgevoerde afwisselende drumlijnen en waarbij zijn mid-range growls satanische teksten evoceren. Kunstzinnig is het allemaal niet, effectief des te meer. Het checken waard indien je de band niet kende.

JOKKE: 81/100

Cornigr – Funereal harvest (Terratur Possessions 2016)
1. Faust’s dictum
2. Devil’s church
3. Furnace of foundation

Kringa – Through the flesh of ethereal wombs

Het Oostenrijkse Kringa verscheen de eerste keer op mijn radar toen ze in Nederland de affiche deelden met de populaire grootmachten Mgła, Misþyrming en One Tail One Head. Ik was er zelf geen getuige van maar via de ondergrondse wandelgangen werd me ingefluisterd deze band eens op te snorren. Alzo geschiedde en vervoegde hun “Total mental desecration” 10” EP mijn verzameling. Zelf sprak de band van een full length, maar met vijfentwintig minuten speeltijd weiger ik dat als een volwaardige plaat te bestempelen. Zeker omdat het nieuwe “Through the flesh of ethereal wombs” op een minuutje langer afklokt en dan weer wel als EP beschouwd wordt, soit. Het audiogeweld dat ons middels de drie relatief nieuwe – want reeds in 2014 opgenomen – tracks geboden wordt, verschilt niet gek veel van hun ouder materiaal. Hoewel de bandnaam ontleend is aan een Kroatische stad waar Jure Grando – volgens geschiedenisbronnen de eerste vampier ooit – geleefd heeft, moet je hier geen gothisch romantische Twilight vampierenshit verwachten. Kringa houdt er immers een veel obscuurdere, meer occulte en groezelige aanpak op na. Dit is old school black voor mensen die rondlopen met – al dan niet door hun moeder – op de lederen jekker genaaide Mayhem, Darkthrone en Bathory patches. De Oostenrijkers snappen erg goed dat enkel raggen aan honderdtachtig per uur al snel eentonig wordt en leveren met het midtempo, licht psychedelische en twaalf minuten bestrijkende “Vibrant walls” meteen een binnenkomer van jewelste af. Op muzikaal vlak valt er deze keer minder Mayhem jatwerk te bespeuren, hoewel de sterke vocale invulling wel nog overduidelijk door deze band beïnvloed is. Waar Attila echter zelf instaat om de meest uiteenlopende rochels en screams uit zijn strot te persen, komen er bij Kringa onder de pseudoniemen Teeth en Spectres twee vitriole stembanden aan te pas. De bezwerende en tot waanzin drijvende finale van deze song is om duimen en vingers bij af te likken. In “Pearly gates, abhorrent ascent” is de aanpak eerder rechttoe rechtaan met een ijzingwekkende openingsriff. Enkel het “oohoo” meezingstukje aan het einde mocht achterwege gelaten worden. “Sanguine painter” tenslotte ademt een punky, black ’n roll en naar een vochtige, vol lege bierbakken riekende kelderwaas uit. Het schuimbekkend gepiep en gekraak doet vervlogen tijden herleven, maar in de eerste track weet Kringa middels de psychedelische insteek toch een eigen draai aan hun black te geven. Sterke en afwisselende EP van een collectief om in de gaten te houden!

JOKKE: 84/100

Kringa – Through the flesh of ethereal wombs (Terratur Possessions/Voidland Shelter/Daemon Worship Productions 2016)
1. Vibrant walls
2. Pearly gates, abhorrent ascent
3. Sanguine painter

 

Abbath – Abbath

Niets is eeuwigdurend. Lemmy is niet meer en ook Immortal bleek geen eeuwig leven beschoren te zijn. Nu ja, toen Abbath vorig jaar het nieuws naar buiten bracht dat hij Immortal had verlaten, was dat niet alleen een schok voor de (black) metalgemeenschap, maar leek hiermee het doek ook definitief over deze black metal pioniersband gevallen te zijn. Er bleek een serieuze zwartgeverfde haar in de boter te zitten tussen spitsbroeders Abbath en Demonaz Doom Occulta, en het vuil thermisch ondergoed werd buiten gehangen. De eerste werd verweten met een knoert van een alcohol- en drugsprobleem te kampen te hebben. Abbath was het op zijn beurt beu te moeten wachten op Demonaz en Horgh die volgens hem liever op hun luie krent zaten dan een nieuwe album te schrijven en bovendien achter zijn rug een claim hadden gelegd op de bandnaam. Zo lieten de achterblijvers na het vertrek van hun frontman dan ook weten de Noorse fjorden verder te zullen afvaren onder de Immortal vlag. Of dat gerechtvaardigd is, zullen we uitmaken wanneer hun nieuwe album verschijnt. Je kan er immers niet om heen dat Abbath véél meer dan alleen het gecorpsepainte gezicht van Immortal was. Dat een band echter niet altijd staat of valt met wie er achter de microfoon staat, bewezen eerder collega’s Mayhem, Marduk en Gorgoroth ook al. Ondertussen heeft het gelijknamige debuut van Abbath al een hele resem rondjes gedraaid en kan gerust besloten worden dat we blij zijn dat de boomlange Noor terug aan het front is. Hoewel zijn iconische zwart/wit geverfde smoelwerk op de cover van de plaat prijkt, weigert hij alsnog over een soloproject te spreken. Abbath liet zich omringen door bassist King ov Hell, die absoluut geen zittend gat heeft en ook in het verleden reeds deel uitmaakte van I, het soloproject van Abbath. Kanttekening is wel dat King, behalve met Gorgoroth en Sagh, nooit verder dan één album is geraakt met vele van zijn bands/projecten (getuige God Seed, Ov Hell en Jotunspor), dus benieuwd hoe lang het nu zal duren. Op de drumkruk hebben reeds enkele wissels plaatsgevonden. De jonge drumgod Baard Kolstad hield het al na een paar live shows voor bekeken en haalde het grote drugsgebruik (tja) binnen de band als reden aan. Daarna werd de Ier Kevin Foley (Benighted) aangetrokken om onder het pseudoniem Creature, en verscholen achter een masker, de plaat in te trommelen. Vlak voor de op til staande tournee met Behemoth vertrok deze echter ook met de noorderzon en werd zijn positie ingenomen door de Amerikaan Gabe Seeber. U volgt nog? Fijn! Laten we na deze lange intro maar snel overgaan tot de orde van de dag en dat is natuurlijk de veertig minuten muziek die Abbath op ons loslaat. “To war!” trapt het plaatje op een beukende en groovende metalmanier op gang en pas wanneer de uit-de-duizenden herkenbare raspende strot van Abbath invalt krijgt het geheel een extremer (black) kantje. Over het algemeen kan je zeggen dat deze plaat het dichtst aanleunt bij “Damned in black”, de Immortal-plaat uit 2000. De Bathory epiek die de laatste Immortal langspeler “All shall fall” kenmerkte, duikt nog wel op in de midtempo songs “Oceans of wounds”, “Root of the mountain” en “Winter bane“, een nummer dat met zeven minuten speeltijd tevens het langste van de plaat is, maar verder wordt het gaspedaal als vanouds terug regelmatig ingeduwd waardoor “Ashes of the damned” (met subtiel hoorngeschal) en het woest hakkende “Fenrir hunts“ vertrouwd in de oren klinken en de ‘grim and frostbitten’ tijden van “Battles in the north” ook even terug doen herleven. De woorden ‘Count the dead’ van de gelijknamige song worden in het begin precies door de reeds eerder aangehaalde en betreurde Lemmy in hoogsteigen persoon geroepen. Deze afwisselende song is misschien wel de beste van het album. “Abbath” klinkt heel herkenbaar (misschien dat in sommige songs net iets té veel oude riffs herkauwd werden), maar stelt allesbehalve teleur en ik ben dan ook heel benieuwd welke trukendoos Demonaz en Horgh zullen opentrekken om deze plaat op zijn minst te evenaren.

JOKKE: 88/100

Abbath – Abbath (Season of Mist 2016)
1. To war!
2. Winter bane
3. Ashes of the damned
4. Ocean of wounds
5. Count the dead
6. Fenrir hunts
7. Root of the mountain
8. Eternal