mgla

Antzaat – The black hand of the father

Plots was daar Antzaat, een nieuwe speler aan het Belgische black metal firmament. Op basis van de visuele presentatie van de band waren we eerst behoorlijk sceptisch want het leek wel de zoveelste Mgła-kloon te zijn waarbij de tronies van deze Vlaamse lookalikes achter zwarte kappen verscholen zitten. Vooroordelen maar even aan de kant geschoven om de eerste EP “The black hand of the father” een kans te geven. En dat valt allesbehalve tegen! Antzaat, met in haar gelederen een gitarist van Ars Veneficium, tapt echter uit een ander muzikaal vaatje dan de Polen. Gure Noorse second wave black metal met een pagan ondertoon is wat deze vijf nummers tellende EP ons laat horen. Kampfar en Taake schieten meteen door mijn hoofd wanneer ik de tweeëntwintig minuten durende grimmige en bevroren melodieuze black tot mij neem. Het pakkende en lekker rockende “Rite of the new dawn” is hier misschien wel het beste voorbeeld van. De blast-partijen en tremolo-riffs worden sterk uitgevoerd en de productie heeft een lekker groezelig randje behouden hoewel de melo-black energiek door de boxen knalt.  Er is misschien wat weinig afwisseling tussen de onderlinge songs maar het betreft dan ook nog maar het eerste wapenfeit van onze landgenoten. Immortal Frost Productions heeft groot gelijk dat ze deze rakkers hebben ingelijfd want hier gaan we nog van horen!

JOKKE: 80/100

Antzaat – The black hand of the father (Immortal Frost productions 2017)
1. Disciples of the concrete temple
2. Rite of the new dawn
3. Circle of leeches
4. Hierarchy of the battered
5. The black hand of the father

Advertenties

Kaosophia – Serpenti vortex

Eén blik op het ronduit fantastische artwork van David Glomba en we weten wat voor vlees we in de kuip hebben met Kaosophia. Juist ja, van occultisme doordrongen black metal. Deze Oekraïners opereerden eerst onder de ietwat vreemde bandnaam Cotard Syndrome (zeldzame psychische aandoening waarbij iemand de waan heeft dat hij dood is, niet bestaat of dat zijn organen of bloed ontbreken). Sinds 2011 doen ze het echter als Kaosophia en met “Serpenti vortex” zijn ze toe aan een tweede langspeler. Het duurde vier jaar alvorens het kwartet – voor de opnames aangevuld met drummer Amorth – op de proppen komt met de opvolger van “The origins of extinction” en dat lange wachten wordt absoluut beloond want “Serpenti vortex” is een absolute aanschaf voor liefhebbers van onder andere Ascension, Blaze Of Perdition, Merrimack en Chaos Invocation. De melodieuze gitaarpartijen tillen de snelle occulte black metal naar een hoger niveau met “Fall into singularity” als kroonjuweel. Het majestueuze gevoel dat een band als Mgła weet neer te zetten, duikt ook in deze song op. Het stemgeluid van vocalist Morthvarg – die zijn teksten zowel in het Engels als Oekraïens schreeuwt – leunt bovendien dicht tegen dat van diens zanger M aan. In “Устремляясь к предвечному” zit subtiele koorzang verscholen waardoor Batushka even komt piepen, maar nergens wordt het zo bombastisch als bij deze Polen. Kaosophia rekt haar nummers nooit te lang uit wat resulteert in korte krakers zoals de titeltrack of “Прощение в крови“, dat op het einde van een swingende drumbeat voorzien is. Enkel het afsluitende “В могиле бытия” duurt met zes en een halve minuut wat langer en is ook de minst snelle song van de plaat. Akoestische gitaren geven deze track extra cachet alvorens het gaspedaal uiteindelijk toch terug tot aan het gaatje ingeduwd wordt voor haar zinderende finale. “Serpenti vortex” is voorzien van een uitstekend geluid dat maakt dat alle instrumenten duidelijk hoorbaar zijn en de snelle passages nergens in een geluidsbrij verzanden. Eigenlijk valt er maar één negatief puntje van kritiek aan te merken en dat is dat 33 minuten wat aan de magere kant is, maar het is wel een meer dan uitstekend half uur!

JOKKE: 86/100

Kaosophia – Serpenti vortex (Lamech Records 2017)
1. Enter the devotion
2. Устремляясь к предвечному
3. Fall into singularity
4. Serpenti vortex
5. Прощение в крови
6. Event horizon
7. В могиле бытия

Dumal – The lesser God

Het is niet all cascadian style black metal wat de klok slaat daar aan de andere kant van de grote plas. Neem nu het uit Pennsylvania afkomstige kwartet Dumal bijvoorbeeld dat na een viertal EP’s toe is aan haar eerste langspeler “The lesser God“. Met een bandnaam ontleend aan Charles Baudelaire’s “Les fleurs du mal” en één blik op de gehoornde die op het hoesontwerp prijkt, weet je meteen ook waar de klepel hangt op gebied van tekstuele thema’s en invalshoeken: heilige huisjes worden ferm ingetrapt zoals onder andere blijkt uit “Abrahamic contagion” (“Invert – the trinity of liars / Pervert – the books that sustain them / Blaspheme – all names held there within / Desecrate – the temples built unto them / Deny – their prophet of ignorance / Tear down – the walls of paradise / Burn – all symbols of their faith / Destroy – the bloodline of Abraham“). De black metal die Dumal ons vijftig minuten lang voorschotelt, is een smeltkroes van invloeden uit de Noorse (Taake), Zweedse (Arckanum, Sacramentum), Poolse (Mgla) en Slavische scenes (Drudkh). De voorliefde voor die laatste wordt overduidelijk in het negen minuten durende “Ukrainia” waarvan de tekst ontleend is aan het werk van de Oekraïense dichter Taras Shevchenko en waarin vioolklanken een extra dosis weemoed toevoegen. Met voorsprong de meest opvallende track van de plaat. De gelaagdheid van de melodieuze riffs – indien nodig ondersteund door een subtiel keyboardlaagje –  weet mijn armhaartjes meermaals te erecteren en met de flow van de goed geschreven songs zit het meer dan snor. De instrumentale keyboardtrack “The wind demon” doet sterk aan Summoning denken en vormt een welgekomen rustpunt. Eigenlijk wist ik halverwege openingstrack “Fane of the clandestine” al dat Dumal haar zaakjes goed op orde heeft op “The lesser God“. Benieuwd wat deze band nog allemaal in haar mars heeft. Bedankt YouTube om dit Dumal op mijn muzikale pad te laten passeren!

JOKKE: 80/100

Dumal – The lesser God (Draigfflam Productions 2017)
1. Fane of the clandestine
2. Lost caverns
3. Abrahamic contagion
4. The path to the fortress is lined with statues
5. Serpents in the bramble
6. The wind demon
7. Ukrainia
8. Spring will never come

Deus Mortem – Demons of matter and the shells of the dead

Niet alleen met Prosternatur maar ook met Deus Mortem brengt Terratur Possessions de vinylversie uit van een underground parel die oorspronkelijk vorig jaar werd gereleased. De EP “Demons of matter and the shells of the dead” zag het levenslicht via het Poolse Malignant Voices en begint nu dus aan een tweede leven. Deus Mortem werd in 2008 boven de doopvont gehouden door twee heren die reeds beroemd en berucht waren in de Poolse scene, namelijk Necrosodom (o.a. Anima Damnata, ex-Azarath, ex-Shemhamforash, ex-Thunderbolt, ex-Throneum) en drumlegende Inferno (Behemoth, Azarath, ex-Damnation). Die laatste hield het voor bekeken na het uitstekende debuut “Emanations of the black light” dat – tweewerf hoera! – meteen ook maar door Terratur Possessions op vinyl wordt uitgegeven, en gaf zijn drumstokken estafettegewijs door aan Stormblast (o.a. ex-Thunderbolt, Infernal War). Verder werd de line-up tot een kwartet aangevuld met bassist Vomitor en gitarist Sinister. Twintig minuten kwaliteitsblack met catchy en goed in het gehoor liggende riffs, is wat “Demons of matter and the shells of the dead” te bieden heeft. In de korte en snelle opener “The higher sun” is dat straight to the point terwijl het tien minuten durende “Penetrating the veils of negativity” heel wat andere facetten aan bod laat komen: subtiele koorzang, licht epische en oosterse ondertoon, spanningsveld tussen intense razernij en plechtige, occulte stukjes. Wanneer Deus Mortem gas terug neemt zoals in “Olam haberiah” – hoewel halverwege de demonen ook even ontketend worden – hoor je onvermijdelijk stukjes Mgła terug en de finale van deze song zindert nog uren door. Voor wie een ander ijkpunt wil, kan ik het geweldige Darvaza aanhalen. Top EP! En nu snel een nieuwe langspeler graag.

JOKKE: 88/100

Deus Mortem – Demons of matter and the shells of the dead (Malignant Voices 2016 / Terratur Possessions 2017)
1. The higher sun
2. Penetrating the veils of negativity
3. Olam haberiah

Teloch – Thus darkness spake

Tijdens een door-Youtube-filmpjes-snuisterende-avond stootte ik op het Finse Teloch waarbij ik vooral aangetrokken werd door de schedel op de hoes van hun tweede album “Thus darkness spake“. De band, bestaande uit enkele leden van Blood Red Fog en Saturnian Mist, was mij onbekend, maar klonk verleidelijk in de oren. Het zeven jaar oude debuut “Morbid prayer” ook maar eens opgesnord en tegenover deze plaat wordt duidelijk dat er een shift heeft plaats gevonden waarbij de ijzige Noorse sound vol tremolo picking ingeruild werd voor een meer klassieke melodieuze Finse invalshoek vol donkere romantiek. Het mid-tempo “Obliteration” is hier een mooi voorbeeld van, waarbij de basgitaar een prominente rol toebedeeld krigt en de commanderende vocalen van zanger Odium regelmatig balanceren op het randje tussen screams en cleane zang. Ook het oudere werk van het razend populaire Mgła werd voor sommige nummers zoals “Ablution” als blauwdruk genomen, maar de Polen spelen toch nog wel een paar divisies hoger. “Towards perdition” wisselt dan weer blastbeats af met een rock-getinte black ’n roll groove. Het snelle, opzwepende en zeven minuten durende “Ascending thrones and stars” is één van de betere nummers en heeft halverwege een meer slepend karakter waarbij akoestische gitaren opduiken. De titeltrack valt dan weer op door de diepe narratieve vocalen. Ook voor donkere ambient is er plaats zoals we halverwege de lange afsluiter  “Hymni tulelle” opmerken. Ondanks deze verschillende afwisselende stijlelementen slaat de verveling na enkele luisterbeurten toe vermits het aan écht noemenswaardige memorabele melodieën ontbreekt. “Thus darkness spake” is een album dat de voorbije weken af en toe rondjes heeft gedraaid en ik wel kon smaken, maar daarna waarschijnlijk de vergetelheid in geraakt om binnen een paar jaar nog eens afgestofd te worden.

JOKKE: 70/100

Teloch – Thus darkness spake (Saturnal Records 2016)
1. Currents
2. Obliteration
3. Ablution
4. Towards perdition
5. Ascending thrones and stars
6. Thus darkness spake
7. Stirring fire
8. Hymni tulelle

Worsen/Whitewurm – Split

Tamelijk veel splits de laatste tijd bij Addergebroed. Deze keer is het de beurt aan twee éénmansbands die neuzekeneuzeke doen in de vorm van een op honderd stuks gelimiteerde cassette samenwerking. Worsen passeerde in 2014 reeds op uw geliefde blog en ik was toen erg onder de indruk van de “Blood” EP. De “Grey depravity” track die Rick Contes (Votnut, Young And In The Way en Ayr) voor deze split aanleverde laat een toch wel behoorlijk ander geluid horen dan op de debuut EP. Ten eerste is er de speelduur van deze song die met haar dertien minuten toch ruim twee à drie keer zo lang duurt dan wat ik gewend was van Worsen. Langere tracks staan meestal garant voor een meer uitgesponnen en atmosferisch geluid, wat ook hier absoluut het geval is. De Mgla-invloeden zijn met de noorderzon verdwenen en het totaalgeluid is een paar stappen richting suïcidale black à la Shining opgeschoven. Pas halverwege wordt, na een akoestische passage, het gaspedaal ingedrukt en we krijgen ook tot tweemaal toe een lange melodieuze solo te horen. De goed verstaanbare screams van Rick klinken erg overtuigend en op productioneel vlak vallen er geen opmerkingen te noteren. Puike prestatie en benieuwd of Worsen in de toekomst deze ingeslagen weg verder gaat bewandelen. Hierna is het de beurt aan Whitewurm, dat aan het brein van een zekere M. Landrum ontsprongen is. Zowel qua uitvoering, als qua sound en kwaliteit moet dit heerschap in Rick zijn meerdere erkennen, hoewel “Black datura” veel beter scoort dan “Heart of disparity”. Waar die laatste veel meer een toonbeeld is van middelmatige dertien-in-een-dozijn DSBM met eentonige screams en voortratelende computerdrums, is die eerste song veel “rockender” en gevarieerder van opzet en blijft de droeftoeter inslag hier achterwege ten voordele van een Zweeds geluid in de snelle passages. Voortaan dus graag verder borduren op de aanpak van “Black datura“. Momenteel is dit kleinood enkel op cassette verkrijgbaar, maar waarschijnlijk zal Atrum Cultus in de toekomst ook wel een vinyluitgave de wereld insturen.

JOKKE: 76/100 (Worsen: 82/100 – Whitewurm: 70/100)

Worsen/Whitewurm – Split (Atrum Cultus 2016)
1. Worsen – Grey depravity
2. Whitewurm – Heart of disparity
3. Whitewurm – Black datura

Kringa – Through the flesh of ethereal wombs

Het Oostenrijkse Kringa verscheen de eerste keer op mijn radar toen ze in Nederland de affiche deelden met de populaire grootmachten Mgła, Misþyrming en One Tail One Head. Ik was er zelf geen getuige van maar via de ondergrondse wandelgangen werd me ingefluisterd deze band eens op te snorren. Alzo geschiedde en vervoegde hun “Total mental desecration” 10” EP mijn verzameling. Zelf sprak de band van een full length, maar met vijfentwintig minuten speeltijd weiger ik dat als een volwaardige plaat te bestempelen. Zeker omdat het nieuwe “Through the flesh of ethereal wombs” op een minuutje langer afklokt en dan weer wel als EP beschouwd wordt, soit. Het audiogeweld dat ons middels de drie relatief nieuwe – want reeds in 2014 opgenomen – tracks geboden wordt, verschilt niet gek veel van hun ouder materiaal. Hoewel de bandnaam ontleend is aan een Kroatische stad waar Jure Grando – volgens geschiedenisbronnen de eerste vampier ooit – geleefd heeft, moet je hier geen gothisch romantische Twilight vampierenshit verwachten. Kringa houdt er immers een veel obscuurdere, meer occulte en groezelige aanpak op na. Dit is old school black voor mensen die rondlopen met – al dan niet door hun moeder – op de lederen jekker genaaide Mayhem, Darkthrone en Bathory patches. De Oostenrijkers snappen erg goed dat enkel raggen aan honderdtachtig per uur al snel eentonig wordt en leveren met het midtempo, licht psychedelische en twaalf minuten bestrijkende “Vibrant walls” meteen een binnenkomer van jewelste af. Op muzikaal vlak valt er deze keer minder Mayhem jatwerk te bespeuren, hoewel de sterke vocale invulling wel nog overduidelijk door deze band beïnvloed is. Waar Attila echter zelf instaat om de meest uiteenlopende rochels en screams uit zijn strot te persen, komen er bij Kringa onder de pseudoniemen Teeth en Spectres twee vitriole stembanden aan te pas. De bezwerende en tot waanzin drijvende finale van deze song is om duimen en vingers bij af te likken. In “Pearly gates, abhorrent ascent” is de aanpak eerder rechttoe rechtaan met een ijzingwekkende openingsriff. Enkel het “oohoo” meezingstukje aan het einde mocht achterwege gelaten worden. “Sanguine painter” tenslotte ademt een punky, black ’n roll en naar een vochtige, vol lege bierbakken riekende kelderwaas uit. Het schuimbekkend gepiep en gekraak doet vervlogen tijden herleven, maar in de eerste track weet Kringa middels de psychedelische insteek toch een eigen draai aan hun black te geven. Sterke en afwisselende EP van een collectief om in de gaten te houden!

JOKKE: 84/100

Kringa – Through the flesh of ethereal wombs (Terratur Possessions/Voidland Shelter/Daemon Worship Productions 2016)
1. Vibrant walls
2. Pearly gates, abhorrent ascent
3. Sanguine painter