misthyrming

Vonlaus – Vonlaus

IJsland op je paspoort hebben staan als black metal muzikant, geldt dezer dagen bijna als een Beschermde Geografische Aanduiding die een kwaliteitsproduct aan een specifieke regio van oorsprong linkt. De nieuwe bands blijven maar uit de donkerste krochten van het geïsoleerde eiland naar boven kruipen. Natuurlijk kunnen niet alle nieuwkomers meteen de status van een Sinmara, Misþyrming of Svartidauði bereiken. Zo ook Vonlaus waarover – behalve het land van herkomst – niets gekend is. De eerste drie tracks die met de mensheid gedeeld worden, en binnenkort door Vánagandr en Mystískaos op cassette uitgebracht zullen worden, laten ruwe black metal horen waarbij een voorname rol is weggelegd voor een snerpende lead gitaar. Hierdoor kan de band als het kleine broertje van Naðra gelabeld worden. “Vistaránauð ” is mid-tempo en slepend van opzet, “Mein” bevat een zekere rock-vibe en ook in “Í blindbyl ótta og haturs” stijgt het tempo niet zienderogen tot aan de derde minuut, maar krijgen we wel pakkende riffs en melodieën te horen. De zanger weet met zijn veelzijdige keelklanken in elk geval wel al voldoende te imponeren en ook de productie waarin alle instrumenten duidelijk hoorbaar zijn, is een dikke plus. Vonlaus laat met haar self-titled demo een goede eerste indruk na, die veelbelovend klinkt voor de toekomst.

JOKKE: 75/100

Vonlaus – Vonlaus (Vánagandr & Mystískaos 2018)
1. Vistaránauð
2. Mein
3. Í blindbyl ótta og haturs

Advertenties

Óreiða – Demó II

IJslandse black metal bands…ze waren legio in 2016 en 2017. En met nieuw werk in de pijplijn van o.a. Sinmara, Svartidauði en Misþyrming zal er volgend jaar ook een zwaar offensief ingezet worden uit het geïsoleerde land. Eén van de acts die momenteel nog vanuit de allerdiepste krochten van de IJslandse undergroundscene opereert is het anonieme gezelschap Óreiða; tevens een label waaraan ook andere duistere spelers zoals Ónefnt, Grimmd, Skjálfti en Bömmer verbonden zijn. Óreiða heeft al een eerste demo en een split op haar naam staan en laat nu een tweede demo op de mensheid los (voorlopig nog in eigen beheer maar Signal Rex zal zich hoogstwaarschijnlijk wel over de fysieke release ontfermen). “Demó II” bevat slechts één song, maar die klokt wel op net geen twintig minuten af. Op zich is de rauwe, repetitieve trance die op de split met Holocausto Em Chamas gebracht werd nog steeds aanwezig in deze monsterlijke compositie, maar haar impact weet een pak minder door te dringen en daar is voornamelijk de productie debet aan. De gitaarsound is snerpender geworden waardoor de drums het erg moeilijk hebben om doorheen deze dikke bedwelmende gitaarlaag te snijden en ook naar de vocalen is het op zoek gaan met een stethoscoop. Het is waarschijnlijk de bedoeling van Óreiða om één coherente geluidsmassa te produceren waarbij alle instrumenten en zang samensmelten tot één niet aflatend geheel, maar op twintig minuten speeltijd mocht er toch wel iets meer afwisseling gebracht worden, want dit gaat al snel vervelen. Na elf minuten maakt de black metal razernij plaats voor allerlei onheilspellende ambient en noise klanken die je tot aan het einde van de track de kast opjagen. Grote teleurstelling vergeleken met het “Blindur“-nummer dat eerder dit jaar op de split-release verscheen.

JOKKE: 65/100

Óreiða – Demó II (Eigen Beheer 2018)
1. Hvað sem eftir af mér er

Svartidauði – Depleted pathways

Flesh cathedral” – debuutplaat van het IJslandse Svartidauði – zette de internationale black metal scene in 2012 op haar kop. In het kielzog van dit vierkoppig monster schoten de vele volgers als geisers uit de incestueuze ondergrond naar boven. Ondertussen zijn we vijf jaar verder en wordt het toch stilaan tijd voor die langverwachte opvolger hoor jongens! Om het wachten echter dragelijker te maken besloot de band – recent gereduceerd tot een trio na het vertrek van gitarist Nökkvi – om de tijd te doden met een derde EP op rij. Doordat Svartidauði voor de eerste keer sinds haar debuut geen gebruik maakte van de Emissary Studio’s, maar ging opnemen in de Gryfjan Studio van Misþyrming’s D.G. krijgen we toch een lichtelijk ander geluid te horen. Beide songs klinken immers wat ieler, luchtiger en minder zwaar dan in het verleden. Denk nu niet dat deze IJslanders plots liefelijke liedjes zijn gaan pennen, maar het geheel komt toch minder overrompelend over nu. De dissonante gitaarpartijen zijn gelukkig dan weer wel nog overvloedig aanwezig zo getuige onder andere de knoert van een dissonante hypnotiserende en repetitieve riff waarrond “Erultation” is opgebouwd. Hoewel de drie EP’s zeker hun bestaansrecht hebben, weten deze songs me toch niet zó hard omver te blazen als het debuut. Benieuwd wat de tweede langspeler gaat geven!

JOKKE: 78/100

Svartidauði – Depleted pathways (Ván Records 2017)
1. Depleted pathways
2. Erultation

Sinmara – Within the weaves of infinity

De heilige drievuldigheid op gebied van IJslandse black heeft haar onderdak bij het Noorse Terratur Posssessions. Het zwarte, dissonante monster Svartidauði brak het ijs en in haar kielzog volgden onder andere het onvolprezen Misþyrming en het (onterecht) soms als kleine broertje van die eerste afgeschilderde Sinmara, waarbij de laatste twee onlangs nog de handen in mekaar sloegen voor een uitstekende split. Buiten het feit dat Svartidauði en Sinmara gitarist Þórir Garðarsson als gemene deler hebben, vallen er nog amper gelijkenissen te trekken tussen beide bands, zeker wat betreft het nieuwe werk. Daar waar debuut “Aphotic womb” eveneens uit de nodige dissonantie opgetrokken was, is er op de nieuwe EP “Within the weaves of infinity” veel meer ruimte voor harmonie en melodie. Natuurlijk beuken de riffs nog steeds als torenhoge golven tegen de kustlijn, maar doorheen die orkaan aan woestenij, breken epische en majestueuze gitaarpartijen meermaals het wolkendek open – telkens met de nodige portie kippenvel als resultaat en het in de moedertaal gezongen “Ormsunga” als hoogste punt van extase. Ik smaak deze ge(s)laagde ontwikkeling wel. Meesterdrummer Bjarni Einarsson ( Slidhr, Wormlust) stuwt de kolkende herrie ongekende hoogtes in en brulboei Ólafur Guðjónsson voorziet de muziek van gepaste intense vocalen. De drie in-mekaar-over-vloeiende songs mogen dan slechts een kleine twintig minuten duren, toch ben ik erg in mijn nopjes met deze EP. “Within the weaves of infinity” ziet op 24 augustus samen met enkele andere lekkernijen het levenslicht als deel van een nieuw offensief dat Terratur Possessions inzet. Hou nog maar een stukje vakantiegeld opzij, want het gaat weer de moeite zijn!

JOKKE: 89/100

Sinmara – Within the weaves of infinity (Terratur Possessions 2017)
1. Within the weaves of infinity
2. Ormsunga
3. Nine halls

Skáphe – Untitled

Het venijnige serpent dat onder de naam Skáphe doorheen de extreme ondergrond kronkelt, weet als geen ander de luisteraar te verstikken eens haar giftanden zich in je malse vlees nestelen. De lente is eindelijk daar, de konijntjes beginnen te huppelen en de eerste zonnestralen doen de knopjes aan platen en bomen weelderig groeien. Alex Poole en Dagur Gonzales – ik hoef beide heren ondertussen niet meer voor te stellen aan de trouwe volgelingen van onze blog – doen deze lentetaferelen echter als sneeuw voor de zon verdwijnen, want hun ultieme duisternis werpt een doodse sfeer op het eerste nieuwe leven. Een tweeëntwintigminuten durende “song” “VII” gaat verder waar “I” tot en met “VI” van “Skáphe²” ophielden. Gestroomlijnde partijen gaan hand in hand met ongecontroleerde chaos en jazzy improvisatie – zo lijkt het althans toch – en gitzwarte atmosfeer. En toch is er geen sprake van een ongeleid projectiel want er is een zekere flow ingebouwd die je stelselmatig een stapje verder het vacuum inzuigt. Ik kan hier echt hele dagen naar zitten luisteren, ook al gaat dit nog een stapje verder dan het alom geprezen Deathspell Omega, en krijgt de Studio 100 black metal-liefhebber hier waarschijnlijk een instant zenuwinzinking van. Deze EP verschijnt via het nieuwe, mysterieuze Mystiskaos cassettelabel en kan ook via Fallen Empire Records en haar gekende distributiekanalen opgepikt worden.

JOKKE: 85/100

Skáphe – Untitled (Mystiskaos/Fallen Empire Records 2017)
1. VII

Draugsól – Volaða land

Al wat dezer dagen vanuit Scandinavië onze kant opkomt, lijkt hot te zijn: design, crime series, hygge, lagom, …en IJslandse black metal natuurlijk. Het nieuwste speeltje van de maand luistert naar de naam Draugsól wat “geestenzon” zou betekenen en is afkomstig uit Reykjavík, broedplaats voor heel wat zwartmetalen talent. Anders dan vele landgenoten, benaderen ze ons geliefkoosd genre op het debuut “Volaða land” niet vanuit een orthodoxe invalshoek. Geen duivelsverheerlijking, esoterie of satanaanbiddende hymnes dus, maar een album dat draait om de existentiële crisis van de mens in een schijnbaar zinloze wereld, de zoektocht naar betekenis en verlichting, geestelijke angst en de absurditeit van het leven. Ook muzikaal gezien gaat het er minder woest en chaotisch aan toe dan bij een Sinmara, Svartidauði of Misþyrming (waar blijft die nieuwe plaat jongens?!). In de plaats daarvan krijgen we een kaleidoscopische sound die uit verschillende facetten samengesteld is waarbinnen plaats is voor drama en epiek (check de meerdere heroïsche gitaarleads in “Formæling“). Het trio heeft nog het meeste weg van scenegenoten Auðn, hoewel ze op tijd en stond ook enkele death metal riffs en Enslavediaanse progressieve elementen (aanhoor sleuteltrack “Bót eður viðsjá við illu aðkasti“) in hun sound injecteren. “Spáfarir og utisetur” pingpongt heen en weer tussen weemoedige akoestische gitaren en ijskoude furie en ook in “Váboðans vals” zorgen akoestische spanningsbogen voor de nodige dynamiek in deze meest agressieve song van de zes. “Holdleysa” ragt erop los, maar naar het einde toe geven The Vision Bleak-achtige cleane vocalen een plechtstatige wending aan deze hekkensluiter. Draugsól moet in de eerder vermelde collega’s nog even haar meerdere erkennen, maar weet met “Volaða land” toch een meer dan aardig debuut af te leveren. Hoewel er meer black metal bands dan sneeuwvlokken in IJsland lijken te zijn, moet ik de eerste échte teleurstelling nog tegenkomen.

JOKKE: 79/100

Draugsól – Volaða land (Signal Rex 2017)
1. Volaða land
2. Formæling
3. Bót eður viðsjá við illu aðkasti
4. Spáfarir og utisetur
5. Váboðans vals
6. Holdleysa

 

 

Death Fetishist – Clandestine sacrament

De feestdagen beginnen al vroeg dit jaar voor eenieder die opgewonden raakt van naargeestige, complexe black en death metal. De nieuwe Deathspell Omega gaat één dezer dagen talrijke slachtoffers maken en ook Death Fetishist presenteert op deze dag dat we de doden herdenken een eerste volwaardige langspeler na eerder dit jaar twee veelbelovende digitale EP’s gelost te hebben (“Whorifice” en “Lucifer ascending“). Death Fetishist behelst een samenwerking tussen twee Amerikaanse heerschappen die het klappen van de zweep reeds kennen. Zanger/ snarenplukker Matron Torn is het meest bekend van Benighted In Sodom en het lichtjes geniale Ævangelist waarvan eerder dit jaar een erg onderhoudende samenwerking met Blut Aus Nord verscheen via Debemur Morti Productions, hetzelfde label dat zijn schouders nu ook onder Death Fetishist zet. Compaan G. Nefarious drumt in tal van bands waarvan Panzergod waarschijnlijk het meest een belletje doet rinkelen. Vijftig minuten lang is het genieten geblazen van de ietwat vreemde hersenkronkels van beide heren. Ziekelijk makende extremiteit gaat hand-in-hand met een latente schoonheid die onderhuids aanwezig is in de chaos en dissonantie en een overweldigend gevoel van existentiële wanhoop uitademt. Normaal gezien ben ik niet zo te vinden voor al te digitaal klinkende drums, maar net als bij Blut Aus Nord, past deze sound wel bij de claustrofobische en hypnotiserende cascade aan verstikkende hypnose met industriële toets die Death Fetishist ons voorschotelt. “The gifted medium” trapt deze duistere, sonische one way ride richting inferno af in de vorm van een gotisch aandoende intro met verhalende vrouwenzang waardoor er even voor Cradle’esque toestanden gevreesd wordt. Gelukkig bewijst “Astral darkness” daarna het tegendeel met haar verwrongen dissonant riffwerk dat me aan Negative Plane doet denken en het donkere, spacy ambient toetsentapijt. Om “Clandestine sacrament” in te blikken hebben deze Amerikanen enkele hulplijnen ingeschakeld. Zo neemt D.G. van Misþyrming, Naðra, Skáphe en Martröð-faam de vocalen voor zijn rekening op het navolgende “Voidtripper“, wat meteen ook het ecstatisch hoogtepunt van de plaat blijkt te zijn. Alles wat dit jonkie aanraakt lijkt wel in goud te veranderen en de IJslandse invloeden die hij met zich meebrengt, verspreiden zich als de zwarte dood ook in de andere songs. Dagur is echter niet de enige gastzanger die op deze plaat opdraaft. Doug Moore voorziet “Netherrealm” van diepere death metal vocalen, logisch aangezien hij de frontman is van Pyrrhon, een technische death metal band die mij verder geen hol interesseert. Op “Wreckage of the flesh” laat hij echter ook horen een ziekelijke black metal-twist aan zijn vocalen te kunnen geven. Op gebied van synths en keyboards werden enkele telefoontjes naar het Europese vasteland gepleegd. Zo is Jürgen Bartsch van het geschifte Bethlehem te horen op het Duitstalig getitelde “Verbrannt im altem morast“, dat een rustpunt op de plaat vormt, en Mories van Gnaw Their Tongues verzorgde een gastbijdrage op het afsluitende “Upturneth the chalice“, dat je een twaalf minuten durende laatste mindfuck verschaft. Deze knappe plaat is voorzien van uitmuntend bijpassend artwork van de hand van Andrzej Masianis. Ik ben in blijde verwachting van een extreem gelimiteerde en unieke package die rechtstreeks bij de band te bestellen was. Van een fetish gesproken die niet snel genoeg op de deurmat kan ploffen! Prachtplaat die perfect samengevat wordt middels de titel van het vijfde nummer.

JOKKE: 90/100

Death Fetishist – Clandestine sacrament (Debemur Morti Productions 2016)
1. The gifted medium
2. Astral darkness
3. Voidtripper
4. Netherrealm
5. Beauty from wretchedness
6. Verbrannt im altem morast
7. Wreckage of the flesh
8. Upturneth the chalice