oostenrijk

The Negative Bias/Golden Dawn – Split

De Oostenrijkse black metal scene heeft me eigenlijk nooit wat gedaan. Er zijn slechts enkele Abigor-platen waar ik wat mee kan aanvangen en ook de rest van de scene is/was me doorgaans te bombastisch. Oostenrijk had destijds haar “Austrian Black Metal Syndicate” waar de bands Pervertum, Trifixion, Pazuzu, Knechte des Schreckens, Vuzem (de voorganger van Hollenthon) en Golden Dawn deel van uitmaakten. Deze laatste band werd reeds in 1992 opgericht door Stefan Traunmüller (Wallachia en Rauhnåcht) en bracht met “The art of dreaming” in 1996 een degelijke plaat uit, maar het latere werk vond ik tenenkrommend slecht. Op deze split met landgenoten The Negative Bias levert Golden Dawn het nummer “Lunar Serpent” aan dat al uit 2010 dateert maar geremixt werd voor deze release en gelukkig een terugkeer naar de dagen van het debuut laat horen waarbij atmosfeer primeert over bombast en complexiteit. Doorheen de elf minuten durende compositie loopt een Burzum-achtig keyboard melodietje, dat op de vier minuten grens eventjes solo gaat en dan een newbeat-achtige richting uitgaat. Het gefrons van de eerste luisterbeurt maakte de keren nadien plaats voor verlangen naar dit catchy kantelpunt in de song. Naar het einde toe nemen melodieuze black metal elementen terug de overhand. Best genietbaar! The Negative Bias zag pas in 2016 het levenslicht en werd opgericht door I.F.S. (ex-Alastor) waarbij hij de hulp kreeg van de eerder aangehaalde Stefan Traunmüller. De band bracht eind vorig jaar haar debuut “Lamentation of the chaos omega” uit en reikt voor deze split één song aan die eveneens boven de elf minuten aftikt. “Temple of cruel empathy” trapt dreigend en groots af en laat symfonische black metal horen die modernistisch in plaats van nostalgisch klinkt. The Negative Bias klinkt middels de nodige blastbeats extremer dan Golden Dawn, incorporeert cleane zangkoren in haar muziek evenals (helaas pindakaas) metalcore-achtige breaks en riffs. Tevens komt het geheel wat te veel als knip-en-plakwerk over wat de flow niet ten goede komt. Golden Dawn scoort dus als de betere van de twee. Wel nog even meegeven dat beide songs voorzien zijn van een zéér moderne sound waardoor deze split voor de liefhebbers van underground-spul hoogstwaarschijnlijk té gelikt is. Voor mij is dit in de regel ook te modern en mist de sound karakter, maar ik amuseerde me toch lekker met “Lunar serpent“.

JOKKE: 76/100 (The Negative Bias: 70/100 – Golden Dawn: 82/100)

The Negative Bias/Golden Dawn – Split (Séance Records 2018)
1. Temple of cruel empathy
2. Lunar serpent

Advertenties

Nahtrunar – Mysterium tremendum

Voor velen leek 2015 het jaar van Mgła te zijn, dat toen het gevierde “Exercises in futility” uitbracht. Echter hoorden we dat jaar nog albums die ervoor zorgden dat het haar in onze nek overeind stond vanaf de eerste noot. Één daarvan was “Symbolismus”, van de hand van een onbekende, maar verre van onbeminde Oostenrijker. Het album kwam uit het niets maar blies vriend en vijand omver met ijskoude black metal die eigenlijk enkel uit het Noorwegen van de jaren negentig afkomstig kon zijn. Nahtrunar was echter niet enkel in staat om de traditie in ere te houden, maar ook om de luisteraar een staaltje enorm meeslepend gitaarwerk voor te schotelen waarin je werd meegezogen en waarbij de vocals je meteen terug katapulteerden naar the good old days. Na  opvolger “Existenz” komt nu uit het niets “Mysterium tremendum” op ons afgevuurd, naar goede gewoonte zonder promotie en met een simpele upload op Bandcamp. Alvorens we naar de laatste worp overgaan dient gezegd te worden dat Nahtrunar met “Existenz” wat aan het gekende “second album syndrome” leed: een tweede langspeler amper een jaar na de eerste uitbrengen zorgt er wel vaker voor dat de kwaliteit van een minder niveau is. Benieuwd dus wat “Mysterium tremendums” ons biedt: een album dat niet de meest originele titel kreeg toegekend (denk maar aan het oeuvre van bands als Fides Inversa en Medico Peste). Nahtrunar biedt ons exact dezelfde formule als waarmee de band begon: no-nonsense black metal met meeslepende, vaak repetitieve riffs, waarbij de nummers traditioneel gescheiden worden door akoestische passages. IJskoud, doch ingenieus gitaarspel wordt steeds begeleid door drumwerk dat niet steeds origineel, maar telkens doeltreffend en precies is. Qua geluid blijft de beste man teren op wat hij met “Symbolismus” uitbracht. Nahtrunar blijft trouw aan de basisprincipes die deze stijl van black metal in acht moet nemen: een zuivere maar ongelikte productie gecombineerd met melodieuze tremolo picked riffs en een vorm van primitivisme waar elke ninteties-liefhebber zijn vingers bij af zou moeten likken. Maar… Er is steeds een maar, en in dit geval ligt die helaas voor de hand: Nahtrunar lijdt niet enkel aan een second, maar ook aan een third album syndrome. Misschien werd “Mysterium tremendum” te snel geschreven of wie weet zit het feit dat dit album niet meer door Altare Productions wordt uitgebracht er voor iets tussen. Nahtrunar brengt een album dat geen centimeter afwijkt van de gekende formule, maar weet amper nog sfeer te creëren. In vergelijking met het magistrale “Symbolismus” klinken de riffs minder creatief, en lijkt het volledige album wat geforceerd aan te doen. Nahtrunar zegent ons opnieuw met een degelijke prestatie, zoals het dat steeds heeft gedaan, maar mijn focus blijft vastgespijkerd op het debuut dat elke collectie waardig is en telkens opnieuw een magische sfeer weet te scheppen, zonder aan beide opvolgers nog veel aandacht te besteden.

CAS: 78/100

Nahtrunar – Mysterium tremendans (independent, 2018)
1. Mysterium tremendum
2. Dar Verstummen der götter
3. Instrumental I
4. Hagalaz, das kalte kreuz
5. Wilder flug
6. Instrumental II
7. Im flehen aschener zungen

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split

Hij is lang in de maak geweest, maar uiteindelijk is de langverwachte split tussen Abigor, Nightbringer, Thy Darkened Shade en Mortuus een feit. Met respectievelijk Oostenrijk, de Verenigde Staten, Griekenland en Zweden als uitvalsbasis is de geografische spreiding van deze vier bands enorm uitgestrekt. En hoewel elk van deze black metal acts voor een eigen radicale interpretatie van “The Left Hand Path” staat en er een specifieke theologische achtergrond op nahoudt, is er toch een gemeenschappelijke deler tussen hen. Eigenlijk krijgen we één song te horen die op 42 minuten afklokt en waarbij elke participant een deel – simpelweg naar de uitvoerder vernoemd – voor zijn rekening neemt en de tekst doorheen de vier delen vloeit. Abigor bij de spits af. Ik heb het altijd al moeilijk gehad om deze Oostenrijkers te doorgronden en zelden viel het kwartje. Ook nu zijn ze duidelijk de meest avant-gardistische van de vier want wat ze twaalf minuten lang laten horen, springt echt van de hak op de tak: van jazzy en proggy stuff over theatraal gedoe tot krankzinnige black metal. Abigor klinkt hier bijna als een Opeth met een zwart randje. Dit gaat zowat overal naartoe behalve naar mijn gelukshormoon, want hier kan ik niet veel mee aanvangen. En hoewel Nightbringer ook een zekere theatraliteit en majestueusheid uitdraagt, klinkt hun bijdrage veel meer echt voor de raap en is hun blastende sinistere black meer dan welkom na het zenuwslopende Abigor. De snerpende gitaarleads klinken onmiskenbaar als Nightbringer en de innemende vocalen van Naas Alcameth blazen de tenenkrommende cleane zang die we bij Abigor hoorden aan frut. Benieuwd naar het nieuwe “Terra damnata” dat volgende maand zal verschijnen. Bij Thy Darkened Shade draait het om melodieus riffwerk dat met de nodige techniciteit uit de snaren getoverd wordt. De Griekse sound komt duidelijk naar voor en naast beukwerk is er ook plaats voor akoestische gitaren en een neo-klassiek piano-intermezzo. Naar het einde toe passeert er ook nog wat koorzang alvorens Mortuus een einde mag breien aan het geheel. Bij de Zweden gaat het tempo serieus de dieperik en krijgen we een bezwerend en repetitief, sacraal klinkend stuk muziek binnen. Er valt heel veel te beleven op deze split want elke band kleurt op zijn eigen manier buiten de lijntjes van het genre. Ieder zal hier natuurlijk zijn persoonlijke favoriet hebben. Voor ondergetekende trekt Abigor echter de gemiddelde score naar beneden. De bands brengen deze split in eigen beheer uit maar in Europa staan World Terror Committee en Avantgarde Music in voor de officiële distributie.

JOKKE: 77/100 (Abigor: 60/100 – Nightbringer: 80/100 – Thy Darkened Shade: 82/100 – Mortuus: 84/100)

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split (World Terror Committee/Avantgarde Music 2017)
1. Abigor
2. Nightbringer
3. Thy Darkened Shade
4. Mortuus

Kringa – Through the flesh of ethereal wombs

Het Oostenrijkse Kringa verscheen de eerste keer op mijn radar toen ze in Nederland de affiche deelden met de populaire grootmachten Mgła, Misþyrming en One Tail One Head. Ik was er zelf geen getuige van maar via de ondergrondse wandelgangen werd me ingefluisterd deze band eens op te snorren. Alzo geschiedde en vervoegde hun “Total mental desecration” 10” EP mijn verzameling. Zelf sprak de band van een full length, maar met vijfentwintig minuten speeltijd weiger ik dat als een volwaardige plaat te bestempelen. Zeker omdat het nieuwe “Through the flesh of ethereal wombs” op een minuutje langer afklokt en dan weer wel als EP beschouwd wordt, soit. Het audiogeweld dat ons middels de drie relatief nieuwe – want reeds in 2014 opgenomen – tracks geboden wordt, verschilt niet gek veel van hun ouder materiaal. Hoewel de bandnaam ontleend is aan een Kroatische stad waar Jure Grando – volgens geschiedenisbronnen de eerste vampier ooit – geleefd heeft, moet je hier geen gothisch romantische Twilight vampierenshit verwachten. Kringa houdt er immers een veel obscuurdere, meer occulte en groezelige aanpak op na. Dit is old school black voor mensen die rondlopen met – al dan niet door hun moeder – op de lederen jekker genaaide Mayhem, Darkthrone en Bathory patches. De Oostenrijkers snappen erg goed dat enkel raggen aan honderdtachtig per uur al snel eentonig wordt en leveren met het midtempo, licht psychedelische en twaalf minuten bestrijkende “Vibrant walls” meteen een binnenkomer van jewelste af. Op muzikaal vlak valt er deze keer minder Mayhem jatwerk te bespeuren, hoewel de sterke vocale invulling wel nog overduidelijk door deze band beïnvloed is. Waar Attila echter zelf instaat om de meest uiteenlopende rochels en screams uit zijn strot te persen, komen er bij Kringa onder de pseudoniemen Teeth en Spectres twee vitriole stembanden aan te pas. De bezwerende en tot waanzin drijvende finale van deze song is om duimen en vingers bij af te likken. In “Pearly gates, abhorrent ascent” is de aanpak eerder rechttoe rechtaan met een ijzingwekkende openingsriff. Enkel het “oohoo” meezingstukje aan het einde mocht achterwege gelaten worden. “Sanguine painter” tenslotte ademt een punky, black ’n roll en naar een vochtige, vol lege bierbakken riekende kelderwaas uit. Het schuimbekkend gepiep en gekraak doet vervlogen tijden herleven, maar in de eerste track weet Kringa middels de psychedelische insteek toch een eigen draai aan hun black te geven. Sterke en afwisselende EP van een collectief om in de gaten te houden!

JOKKE: 84/100

Kringa – Through the flesh of ethereal wombs (Terratur Possessions/Voidland Shelter/Daemon Worship Productions 2016)
1. Vibrant walls
2. Pearly gates, abhorrent ascent
3. Sanguine painter

 

Amestigon – Thier

Het Oostenrijkse Amestigon is een black metal band die reeds twintig jaar op de teller heeft staan, maar nu pas met een tweede langspeler op de proppen komt. Eind jaren negentig werden enkele EP’s en splits uitgebracht en qua personeel was er een uitwisselingsprogramma met de vaandeldragers van de Oostenrijkse scene, u allen gekend als Abigor. Ik kende Amestigon wel van naam, maar had de muziek eigenlijk nooit deftig uitgecheckt. Nu de band bij het kwaliteitslabel W.T.C. Productions op stal staat, werd mijn interesse echter gewekt. Eerst maar eens even het oud spul opgesnord en daar werd ik nu niet bepaald warm of koud van, hoewel debuutplaat “Sun of all suns” uit 2010 nog wel zijn sterke momenten had. Een blik op de tracklist van nieuweling “Thier” doet een shift in aanpak en sound vermoeden, want we krijgen “slechts” vier songs te verwerken, echter elk met een double digit speelduur, waardoor het geheel op een uurtje afklokt. Het tempo op de plaat is wat teruggeschroefd en valt regelmatig te situeren in tragere doom- en sludge regionen met zwartgeblakerde basis. In openingstrack “Demiurg” duiken plots licht epische cleane vocalen op die een flash back oproepen naar het eveneens Oostenrijkse Raventhrone. Is even wennen, maar het werkt wel. Ook “358”,waarin het meest teruggegrepen wordt naar jaren ’90 black metal met een achtergrondtapijt van atmosferische keyboards, wordt afgesloten met cleane koorzangen op een repeterend psychedelisch stuk. De titelsong is een monoliet van twintig minuten waar een heleboel in te beleven valt. De high pitched raspende vocalen van Silenius wisselen af met geluister en spoken word samples. Er passeren melodieuze gitaarpartijen, noise, lichte psychedelica, blastpartijen, …voor ieders wat wils dus. De aanpak van een band als Secrets Of The Moon, Farsot of ons eigenste ter ziele gegane Gorath ten tijde van zwanenzang “Khiliasmos” duikt ook regelmatig als referentiekader op. In het afsluitende “Hochpolung” vloeit een lange melancholische instrumentale passage met het grootste gemak over in razende black metal en grauwe post-metal. Op conceptueel gebied wordt de fysische thematiek van “Sun of all suns” ingeruild voor het metafysische, want op “Thier” draait alles om creatie, magie en wilskracht. Amestigon heeft zich met dit album boven de grijze massa weten uitsteken door al haar invloeden te vervlechten tot een geheel dat een vrij eigen smoelwerk oplevert, wat absoluut geen evidentie meer is de dag van vandaag. Benieuwd wat dat op volgende platen gaat opleveren!

JOKKE: 81/100

Amestigon – Thier (World Terror Committee 2015)
1. Demiurg
2. 358
3. Thier
4. Hochpolung