post-black

Au-Dessus – End of chapter

Au-Dessus; een naam die gestaag haar opmars maakt in de florerende ondergrondse muzikale catacomben. Je zou denken met een bende fransozen van doen te hebben, nochtans prijkt Litouwen op het paspoort van dit kwartet. “End of chapter” pikt met “VI” de draad op waar de debuut EP uit 2015 stopte. Driekwartier lang krijgen we intense post-black te verduren, die dankzij een moderne, doch ietwat gecompresseerde sound enorm krachtig uit de speakers knalt. De bandleden flirten qua outfit en symboliek met de orthodoxe stroming, maar de grootse en weidse melodieën die de blasts en de raggende betonriffs overstijgen, verraden ontegensprekelijk de nodige invloeden en inspiratie uit post-metal en sludge. De vocalen switchen tussen raspende screams en cleane partijen en komen de afwisseling ten goede. Met momenten gaat het er best vrij progressief aan toe; driekwart van de bezetting heeft dan ook een verleden in de technische brutale death metal band Paralytic. De laaggestemde gitaren in “VIII” vechten het uit met tremolo blackie riffs waarbij beide voortdurend meppen op je middenrif uitdelen. Wanneer we bij “XI” en haar repetitieve riffs aangekomen zijn, komt Amenra héél even héél hard vanachter de hoek piepen, maar ach, ze zijn niet de eerste en wellicht ook niet de laatste band die zich door onze landgenoten laat inspireren. Gitaristen Simonas en Jokūbas, zanger/bassist Mantas en drummer Šarūnas Bedulis weten duidelijk hoe ze interessante en dynamische songs moeten schrijven en de plaat klinkt bovendien compact en coherent. Met “XII” komt er een eind aan dit hoofdstuk, maar ik ben benieuwd wat deze Litouwers nog meer in hun mars hebben. Nog even meegeven dat voor het artwork Valnoir (Metastazis) werd ingeschakeld; dat zit dus zoals gewoonlijk ook wel snor. Een aanrader voor fans van moderne, trendy post-black à la Deluge, Der Weg Einer Freiheit of Celeste.

JOKKE: 82/100

Au-Dessus – End of chapter (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2017)
1.VI
2. VII
3. VIII
4. IX
5. X
6. XI
7. XII: End of chapter

Advertenties

Cepheide – Respire

Het Parijse Cepheide kwam al eerder op Addergebroed aan bod toen hun demo De silence et de suie onder de loep genomen werd. Ondanks de monotone vocalen hoorde ik wel het nodige potentieel in hun groezelige, doch atmosferische black metal. Nu het lichtjes fantastische Falen Empire Records het duo onder haar vleugels heeft genomen voor de vinylrelease van de reeds vorig jaar uitgebrachte EP “Respire” ben ik benieuwd te horen hoe Cepheide het er twee jaar na datum vanaf brengt. Beide Fransen – ondertussen zou de line-up verdubbeld moeten zijn zodat ze ook live aan het werk kunnen – schotelen ons twee erg uitgesponnen tracks voor van respectievelijk zeventien en negentien minuten speelduur, waardoor deze EP niet bepaald kort uitvalt. Nog steeds zijn de hysterische getormenteerde screams van zanger/drummer Gaetan even wennen, voornamelijk door de eentonigheid (ik vermoed nog steeds dat er geen échte lyrics aan te pas komen), maar het stoort me een pak minder. De monotone uithalen fungeren hier eigenlijk eerder als een extra laag/instrument in het atmosferische geheel dan dat ze een bepaalde boodschap willen uitdragen (alhoewel pijn en depressie nooit veraf lijken te zijn). Na een aanloopfase die wel ettelijke minuten in beslag neemt, krijgen we in “Le souffle brulânt de l’immaculé“ quasi voortdurend aan een hoog tempo voortrazende black metal te verteren die nog steeds een duidelijke link heeft met de Amerikanen van Fell Voices en Ash Borer, behalve op vocaal gebied dan waar eerder depressieve black metal paden verkend worden. De doomy ondertoon van de riffs in combinatie met de wanhoop van de zang, geven dit geweld een zekere tristesse mee. In “La chute d’une ombre” tapt Cepheide deels uit een ander vaatje, want deze song zwelt via sinistere ambient/drone en desolate gitaarecho’s, waarbij de spanning te snijden valt, gestaag aan tot een broeierige lavastroom aan majestueuze en epische black metal. Eens de opgekropte woede uit het systeem is, wordt de spanning middels post-rockachtige gitaren opnieuw opgebouwd om uiteindelijk te ontaarden in een broeierige apotheose waarin alle verkende stijlelementen samenvallen en je bij je nekvel grijpen. Op productioneel vlak werd lichte vooruitgang geboekt, hoewel het geheel nog steeds een overduidelijke underground waas en feel uitademt. Vrij onconventioneel voor dit type black metal is dat de basgitaar toch ook zijn plaatsje in het geheel opeist en deining in het gladde gitaaroppervlak veroorzaakt. Ook het begeesterende artwork mag niet onvermeld blijven. Zonder haar roots te verloochenen heeft Cepheide duidelijke stappen voorwaarts gezet en met “Respire” een meer dan interessante EP uitgebracht. Vooral de meer ambient/black benadering van de tweede song mag van mij in de toekomst verder uitgediept worden.

JOKKE: 82/100

Cepheide – Respire (Fallen Empire Records 2016)
1. Le souffle brulânt de l’immaculé
2. La chute d’une ombre

Numenorean – Home

Sinds (het door menigeen verguisde) Deafheaven op een succesvolle manier een brug wist te slaan tussen black metal en shoegaze/post-rock, zijn tal van bands in hun kielzog beginnen opereren, waarbij sommige nóg meer het slachtoffer werden van het haters gonna hate-theekransje, denken we maar aan een band als Ghost Bath. Met het in Canada residerende Numenorean is deze scene weer een band rijker. Ik kende ze niet – en u waarschijnlijk ook niet – maar daar zal de promomachine van Season Of Mist wel verandering in brengen. Debuutplaat “Home” werd van een ietwat shockerende hoes voorzien, maar in plaats van op z’n goregrinds enkel een provocerend hoesplaatje te kiezen just for the sake of it zit er wel degelijk een verhaal achter de misselijkmakende cover. Het centrale thema, de muziek en het artwork van ‘Home’ handelen over een verlangen naar iets dat we als mens nooit zullen bereiken. We voelen ons als mens allemaal op één of andere manier leeg en gebroken, dus zoeken we voldoening in zaken zoals geld, seks, relaties, drugs, religie en een verscheidenheid aan andere dingen, maar uiteindelijk blijven we verstoken van het ware geluk. Waar we écht op zoek naar zijn, is de onschuld van een kind dat niets van deze wereld kent en omdat we niet in staat zijn dit ooit terug te krijgen, is de enige plek waar we dit comfort terug kunnen vinden onvermijdelijk de dood. Het meisje op de cover stelt deze laatste rustplaats voor ons voor. En de albumtitel verwijst naar het feit dat ze alle pijn en verdriet, die verbonden zijn aan volwassen worden, niet moet ervaren. Een zwaarwichtig thema, dat door Numenorean op pakkende wijze in vier uitgesponnen tracks en een interludium verpakt wordt. De muzikale expressie situeert zich tussen extreme, overwegend zinderende black metal en melancholische shoegaze/postrock, waarbij ook meermaals rock-georiënteerde passages de revue passeren. Metershoge golven aan pakkende screams en riffs overspoelen plots de ingetogen instrumentale intermezzo’s die als moment van zelfreflectie en bezinning fungeren. Noem het post-black, noem het DSBM, noem het blackgaze, ach als het kind maar een naam heeft. Erg origineel is het ondertussen ook allemaal niet meer, maar het geheel wordt wel sterk en overtuigend gebracht. Hierbij weet het vijftal meer dan eens de gevoelige snaar te raken, zonder dat het gebodene in een zeemzoete brij vervalt – verre van zelfs. Naast de eerder genoemde invloeden, zal Numenorean ook de liefhebbers van Forgotten Tomb, Woods Of Desolation, Alcest of Harakiri For The Sky weten te bekoren. Goed debuut! Luistertip: “Devour“.

JOKKE: 78/100

Numenorean – Home (Season Of Mist 206)
1. Home
2. Thirst
3. Shoreless
4. Devour
5. Laid down

Wode – Wode

Het Verenigd Koninkrijk verblijde ons de afgelopen jaren middels Winterfylleth en Wodensthrone (RIP) met twee sterke black metal bands die een frisse wind bliezen doorheen de Engelse scene. Met Wode is er opnieuw een sterke en veelbelovende band opgestaan. Alfabetisch gezien bengelen de drie bands wegens hun beginletter ergens achteraan het alfabet, maar qua muzikale kwaliteit nemen ze een plekje in de voorste echelons in. Wode heeft duidelijk haar tijd genomen om die eerste volwaardige langspeler neer te pennen, als je ziet dat hun eerste en enige demo reeds vijf jaar geleden werd uitgebracht. De band serveert ons zes krachtige black metal tracks die samen afklokken op achtenveertig minuten speeltijd en die zonder al te veel overtollige franjes of poespas een terugkeer naar het Scandinavische – er wordt tussen de Noorse en Zweedse school heen en weer gepingpongd – basisgeluid uit de jaren negentig inluiden. Bekijk het als de twee reeds eerder aangehaalde bands minus de heidense invloeden maar met in plaats daarvan subtiele verwijzingen naar de post-black metal van een Altar Of Plagues of de sludge/black van een band als Ultha. De lekker zware productie met grimmige korrel doet deze plaat bovendien alle eer aan! Op het eerste gehoor lijken de songs onderling weinig te verschillen, maar eens de melodieën zich in je oorschelpen nestelen, ontdek je de pracht van dit album. Ook de dynamiek van het album ontplooit zich na meerdere luisterbeurten. Zo gaat “Cloaked in ruin” van start met een lompe doomriff om daarna in galop over te gaan tot raggende black metal geïnjecteerd met Zweedse Dissection melodieën en solo. Het rockende begin van “Spectral sun” tovert een glimlach op mijn gezicht om daarna weer in grimassen te vertrekken wanneer de venijnige black zich van mij heer en meester maakt. Deze eerste van Wode is een echt groeialbum…wat op termijn meestal de beste albums blijken te zijn.

JOKKE: 83/100

Wode – Wode (Broken Limbs Recordings 2016)
1. Death’s edifice
2. Trails of smoke
3. Cloaked in ruin
4. Spectral sun
5. Plagues of insomnia
6. Black belief

Witch Trail – Nithera

De jonge wolven van het Antwerpse Witch Trail wisten me live reeds twee maal van mijn sokken te blazen met hun aanstekelijke en opzwepende mix van black metal en thrash. Als je hun debuut “Nithera” vergelijkt met de eerder verschenen digitale singles en EP’s merk je wel dat het thrash element iets naar de achtergrond verdwenen is. Waar de band op het ouder materiaal wel wat weg had van een Aura Noir, neigt de balans nu wat meer door naar de black metal kant, hoewel nog steeds op smaak gebracht met talrijke uitstapjes naar andere genres zoals classic rock of speed metal (de chugga chugga riffs in “The light spells doom”), stoner/sludge (dé riff van de plaat horen we terug op “Night”) en deathrock. Post-black noemen ze het zelf, hoewel ik bij deze term eerder aan bands als Altar Of Plagues of Deafheaven moet denken. Ook ligt het tempo héél af en toe wat lager dan in het verleden, hoewel het trio op haar best is wanneer ze beuken en swingen als een tiet (wat het merendeel van de speeltijd het geval is). Binnen de nummers wordt duchtig geëxperimenteerd met verschillende ritmes en tempo’s (“Altered state” switcht de snelste beats die we op de plaat te horen krijgen af met eerder Amenra-style sludgeriffs en hoemparitmes) en vellenmepper Laurens laat zich dan ook volledig gaan met inventief en effectief drumspel. Tevens wisselt hij het vocale gegeven af met gitarist Jeffrey, wat voor extra dynamiek zorgt. Ook bassist Hendrik laten we niet onvermeld, want zijn duidelijk-in-de-mix-aanwezige bas vormt het perfecte bindmiddel. Chapeau trouwens voor de organische en dynamische sound want er zijn veel platen van grotere bands die een pak slechter klinken. Je hoort tevens een gebeten en bezeten band aan het werk want het spelplezier spat van dit plaatje af. Hoewel “Nithera” aftrapt met een intro genaamd “Hiding”, hoeft Witch Trail zich allerminst te verstoppen of te schamen voor dit debuut. Behalve de korte speelduur (net geen half uur) heb ik hier weinig of niets op aan te merken.  Met “Nithera” op zak moet het deze jongens absoluut lukken een platenfirma te kunnen strikken!

JOKKE: 81/100

Witch Trail – Nithera (Eigen beheer 2015)
1. Hiding
2. Orlok
3. The light spells doom
4. Nithera
5. Night
6. Altered state