satyricon

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Advertenties

Whoredom Rife – Dommedagskvad

De gelijknamige debuut EP van het Noorse Whoredom Rife liet een diepe indruk na, niet alleen bij ondergetekende, maar bij een zeer groot deel van mijn black metal minnende broeders en zusters. De verwachtingen voor de met veel grootspraak aangekondigde eerste volwaardige langspeler zijn dermate hooggespannen dat dit ook wel de nodige risico’s inhoudt op een mogelijke teleurstelling. De nummers “Beyond the skies of god” en “Svik” werden als eerste vrijgegeven en lieten eigenlijk toen al meteen horen dat “Dommedagskvad” een serieuze pandoering in het gezicht zou worden. Ook de vier andere “songs of doom” zijn om duimen en vingers bij af te likken, althans voor wiens zwartgeblakerde hart sneller gaat slaan bij op-en-top Noorse, strak uitgevoerde, goed klinkende en adrenaline pompende black metal met melodieuze kippenvel opwekkende riffs en symfonische keyboard ondertonen. Whoredom Rife doet niet aan hipstergedoe, orthodoxe grootspraak of atmosferisch boomgeknuffel, maar doet de gloriedagen van de Noorse jaren negentig herleven. Nog steeds hoor ik veel, maar dan ook héél veel oude Keep Of Kalessin terug in de Whoredom Rife sound en zou “Dommedagskvad” dan ook als de toenmalige – overtreffende – opvolger van diens onderschatte debuut “Through times of war” hebben moeten uitkomen. Hoewel ontkend wordt dat er een link is tussen beide bands, durf ik mijn hand er voor in het vagevuur steken dat de (oude) Keep Of Kalessin-leden Ghash en Vyl achter de illustere heren K.R. en V. Einride schuil gaan. Maar wat doet het er eigenlijk toe? Black metal draait voor een groot stuk om mysterie, n’est-ce pas? Een andere referentie is ontegensprekelijk Satyricon (beluister “Winged assassin” maar eens) ten tijde van “Nemesis divina” en zeshonderdzesenzestig keer overtuigender en kwaadaardiger dan de platte troep die ze de laatste jaren hebben uitgebracht. Bij overrompelende muziek hoort natuurlijk ook bijpassend magnifiek artwork, in dit geval van de hand van kunstenaar Jose Gabriel Alegría Sabogal. Benieuwd om weldra de LP-versie in mijn handen te houden en de geur van het puike ongecensureerde drukwerk te ruiken. Je zou kunnen lopen ouwehoeren dat de plaat met zes nummers en zevenendertig minuten wat aan de korte kant is, maar nu is het wel all killer, no filler! Als Whoredom Rife “Dommedagskvad” begin jaren negentig had uitgebracht, zouden ze ondertussen ongetwijfeld tussen de allergrootsten vertoeven. Nu schudden ze de Noorse scene echter ook duchtig wakker en leveren hoogstwaarschijnlijk dé plaat van 2017 af.

JOKKE: 95/100

Whoredom Rife – Dommedagskvad (Terratur Possessions 2017)
1. Intro (Bells of doom)
2. Beyond the skies of god
3. Cursing the storm to come
4. Spir
5. Svik
6. Winged assassin
7. Pilgrim

Whoredom Rife – Whoredom Rife

Naar aanleiding van Prague Death Mass kondigde Terratur Possessions met veel bombarie zeven (nieuwe) releases aan. Eén van deze zwarte pareltjes is het gelijknamige debuut van Whoredom Rife. Deze band uit Trondheim (Nidaros) vormt een nieuwe kwalitatieve toevoeging aan de reeds allerminst misselijk makende Nidrosian black metal scene die vorm gegeven wordt door o.a. Vemod, One Tail One Head, Dark Sonority, Black Majesty, Mare en Celestial Bloodshed. Zoals wel meer het geval is bij acts die met Terratur Possessions de ideale broodheer gevonden hebben, primeert ook hier de muziek en is er niet veel méér geweten over het duo V. Einride (alle instrumenten – wat kan die man spelen zeg!) en K.R. (zang). Over naar de muziek dan maar! Zelf zegt de band voornamelijk geïnspireerd te zijn door de oude klassieke Noorse black metal scene. Dat ga ik allerminst ontkennen, maar zou hier toch ook de nodige Zweedse invloeden van bijvoorbeeld een Ondskapt (duisterheid) en zelfs Dark Funeral (snelheid) aan willen toevoegen. Luister maar eens naar het sublieme melodieuze gitaarwerk (inclusief solo’s) van bijvoorbeeld “Gitt til Odin“. De eerste twee songs zijn voornamelijk full force and speed ahead, maar op kant B wordt wat gas terug genomen voornamelijk in de laatste track dan. In “Thought and memory” doen de subtiele keyboards en de kille sfeer me aan het machtige debuut “Through times of war” van Keep Of Kalessin denken. De afsluiter is echter het prijsbeest van deze EP. Een song waarnaar je je als band vernoemt, vraagt natuurlijk net dat beetje meer aandacht want deze representeert toch min of meer wel waar je als band voor staat. De rollende basdrums en melodieuze, doch kille en tikkeltje industrieel aanvoelende gitaren, refereren aan Satyricon ten tijde van “Volcano“. Deze prachtig vorm gegeven 12” LP is een knaller van een eerste visitekaartje. Dat belooft voor de toekomst!

JOKKE: 87/100

Whoredom Rife – Whoredom Rife (Terratur Possessions 2016)
1. Fyrstens land
2. Gitt til Odin
3. Thought and memory
4. Whoredom rife

 

 

Awe – Providentia

Wie op zoek is naar een snelle hap is bij het Griekse Awe aan het verkeerde adres. Hun eerste langspeler “Providentia” is immers een heus driegangenmenu dat voor sommigen waarschijnlijk zwaar op de maag zal liggen. De drie mastodonten van nummers klokken tezamen boven de vijftig minuten af en behandelen een conceptuele ideologie van een niet aflatende gewelddadige revolutie van de mens in het zicht van een absurd en zinloos bestaan in het universum. Dit alles wordt prachtig vormgegeven door de Griekse illustrator Konstantinos Psichas (Viral Graphics). “Actus primus” kan als voorgerecht al meteen tellen. Tergend traag en hypnotiserend bouwt deze kolos van twintig minuten langzaam op waarbij men vanuit ondergrondse doomregionen naarboven kruipt om na een zestal minuten met een orthodoxe black metal eruptie uit te pakken. Deathspell Omega duikt meteen als referentiekader op, zowel qua muzikale benadering (hoewel iets minder chaotisch) als qua vocale aanpak. Als opwarmer (die wel een tikkeltje te langdradig is) weet deze track je maag uit te rekken om het daaropvolgende machtige “Actus secundus”, waarop het tempo een pak hoger ligt, te kunnen verteren. Dissonante gitaarriedels, geselende drums, eigenzinnige bastonen en talloze tempowissels (die wel wat weg hebben van een Satyricon ten tijde van “Rebel extravaganza”) worden in je maag gesplitst en zullen bij heel wat luisteraars een misselijk gevoel opwekken. “Actus purus” is een behoorlijk toetje om duimen en vingers bij af te likken. Heerlijk opzwepende tempo’s, af en toe naar black ’n roll neigend, maar voor de rest full spead ahead  met vette knipoog naar Watain. Ik kan me inbeelden dat sommigen onder u een gaviscon of twee zullen nodig hebben om hun brandend maagzuur te verhelpen, maar ondergetekende heeft hier enorm van gesmuld. Om te weten wie er achter de maskers van dit Awe schuilgaat zullen we een telefoontje naar Anonymous moeten plegen, hoewel ik een sterk vermoeden heb dat er een uitwisselingsprogramma is met leden van Vacantfield en End waar eerder dit jaar een split met werd uitgebracht. Feit is dat de band niet het stereotiepe Griekse black metal geluid weet te herkauwen, maar best een eigen draai geeft aan hun enigmatische mix van black, doom en death metal. Af en toe weet het Indonesische Pulverised Records nog eens een kanjer te strikken. Vorig jaar deden ze dat met het Zweedse Nidsang en dit jaar met Awe.

JOKKE: 88/100

Awe – Providentia (Pulverised Records 2015)
1. Actus primus
2. Actus secundus
3. Actus purus

Vorde / Predatory Light – Split

Split records, you love them or you hate them. Je maakt onmiddellijk een vergelijking tussen de participerende bands en zelden zijn ze van hetzelfde niveau. De split-release van de twee Amerikaanse bands Vorde en Predatory Light wekte in eerste instantie mijn interesse voor de Vorde-kant, want van hun debuutplaat uit 2014 was ik danig onder de indruk. Echter is het hier het voor mij tot dusver onbekende Predatory Light dat me lichtjes van mijn sokken blaast. Dit kwartet gaat nog maar een viertal jaartjes mee en bevat Kyle Morgan (Ash Borer mastermind) in de gelederen. De invloeden van Ash Borer klinken wel enigszins door in de USBM maar het tempo ligt over het algemeen toch wel een pak lager. Wat deze band volop genieten maakt zijn de soms iele gitaarleads die je echt bij je nekvel grijpen en de kippenvelfactor progressief doen toenemen. De twee songs op deze split zijn eigenlijk een heruitgave van de “Death essence” demo uit 2014 en de gelijknamige song is echt een regelrechte bom. De ene fenomenaal-pakkende-en-atmosfeer-in-twee-snijdende melodie is nog maar net achter de rug of de gitaristen toveren al een volgende uit hun hoed. De lichtjes sacrale cleane zang op de achtergrond, die een symbiose vormt met de ijselijke black metal screams, vormt de kers op de taart. Negative Plane doemt als referentiekader op en de eindmelodie heeft wel wat weg van prehistorische Satyricon in een nummer als “Taakeslottet”. Vorde (één van de bands van Fell Voices drummer Michael Rekevics) borduurt met haar twee songs verder op haar debuutplaat en garandeert creepy en beklemmende black metal voornamelijk door de Attila Csihar-achtige vocale invulling. Het tempo ligt overigens beduidend hoger dan op hun debuut. Met zevenendertig minuten play time biedt deze split-LP waar voor je geld en Predatory Light vormt de ontdekking van de maand!

JOKKE: 87 (Predatory Light: 92/100 – Vorde: 82/100)

Vorde / Predatory Light – Split (Psychic Violence Records / Fallen Empire Records 2015)
1. Predatory Light – Bathed in tongues
2. Predatory Light – Death essence
3. Vorde – Seven forms
4. Vorde – Husks in cosmic afterbirth

Kjeld – Skym

Reeds meer dan tien jaar actief, en op een meer dan aardige EP uit 2005 na, komt debuutplaat “Skym” van het Friese Kjeld hier ten huize jokkeman vrij overdonderend binnen gefierljept. Deze Hollanders hebben ervoor gekozen om de lyriek van de plaat volledig in het Fries neer te pennen, wat nog steeds een officieel erkende minderheidstaal is bij onze noorderburen. De eerste keer dat ik de Friese taal in muzikale vorm tegen kwam, moet zo’n vijftien jaar geleden geweest zijn toen het duo Twarres de hitparade bestormde met hun popballade “Wêr bisto”. Op “Skym” echter geen popballades, maar elf knetterharde black metal songs die verhalen over de in Nederlandse folkloristische sagen besproken “witte wieven”, afschuwelijke geesten die ’s nachts in verraderlijke moerasgebieden ronddoolden en eenzame reizigers met zich mee lokten. De vijf schimmen die deel uitmaken van Kjeld zijn hier niet aan hun proefstuk toe, maar konden hun zwartgeblakerde hart reeds uitleven in acts zoals Lugubre, Salacious Gods en Gheestenland. Wie niet beter weet, zou zeggen dat Kjeld geografisch gezien nog Noordelijker door de bossen zou dwalen, want hun op een vrij hoog tempo doorrazende black metal is duidelijk Noors geënt. De aftrap van “Tuzen sinnen” situeert zich in het tijdperk waarin Satyricon met “Rebel extravaganza” nog spannende muziek maakte terwijl de grandeur van de synths zonder blikken of blozen naar het almachtige Emperor knipoogt. Zeker in “Gerlofs donia” roepen de blazers een soortgelijk triomfantelijk gevoel op als in “In the wordless chamber” van de Noorse keizers. Het is echter niet al Noors wat de klok slaat, want de slepende melancholie van de gitaarlead in “Us grun” refereert eerder aan “Instinct: decay” van het Amerikaanse Nachtmystium. Het titelnummer gaat erin als zoete koek en rockt bij momenten zoals ook de Zweden van Craft dat kunnen. Bij de salpetervocalen van Skier moet ik dan weer regelmatig aan het (in deze context minder voor de hand liggende) Franse Celeste denken. Het riffwerk in “Baduhenna” kent tenslotte een subtiele Svartidauði touch. Denk nu echter niet dat Kjeld hier schaamteloos de groten na-aapt want in plaats van “kopiëren” is hier eerder sprake van “eren”. “Ivich libben” vonden we ook op de eerste EP “De tiid hâldt gjin skoft” terug maar werd opnieuw onder handen genomen. De onderhuids verscholen melancholie van “Stoarm” doet rillingen over mijn ganse lijf lopen. De plaat wordt met het groots klinkende “Bern fan freya” op gepaste wijze afgesloten en mondt uit in een wegebbende akoestische gitaar. Zestig minuten kunnen soms heel lang duren, maar in het geval van “Skym” volstaat het een paar keer met je ogen te knipperen om daarna vast te stellen dat je weeral een uur dichter tegen je dood kan aankijken. In die tijdspanne heb ik echter onophoudelijk kunnen genieten van passioneel gebrachte en bovendien professioneel uitgevoerde (wat een sound met een duidelijk hoorbare basgitaar!) black metal. Ik kan zonder overdrijven zeggen dat dit met gemak dan ook zowat de beste Nederlandse black metal plaat in tijden moet zijn. Ondertussen is er zelfs nog een EP uitgebracht met landgenoten Cirith Gorgor, die ik ook al eventjes uit het oog verloren ben en dus dringend eens moet opsnorren.

JOKKE: 86/100

Kjeld – Skym (Hammerheart Records 2015)
1.
Tuzen sinnen
2. Skym
3. Gerlofs donia
4. Gjin ferjouwing
5. Us grun
6. Bonifatius
7. Baduhenna
8. Brek en bran
9. Ivich libben
10. Stoarm
11. Bern fan freya

The Deathtrip – Deep drone master

Laat je niet misleiden door het woordje drone uit de albumtitel. Wie sonisch geweld genre Sunn O))) verwacht is eraan voor de moeite. “Deep drone master is a black metal dish best served cold”. Het is slechts weinigen gegeven om dezer dagen nog een black metal album af te leveren dat de trve spirit kan oproepen van de Noorse second black metal wave. De laatste twee Isvind platen waren erg goede en geslaagde pogingen en laat ik maar meteen de clue van deze recensie verklappen: The Deathtrip slaagt er met “Deep drone master” als geen ander in om de luisteraar terug te katapulteren naar de tijd waarin de eerste black metal platen zich vanuit de Scandinavische ondergrond als de pest over de mensheid verspreidde. De Engelse gitarist Host laat zich op deze ijskoude brok metal bijstaan door niemand minder dan Noors cultfiguur Aldrahn. Dit heerschappij verleende zijn raspende strot in het verleden onder andere aan Dødheimsgard, Old Man’s Child, Zyklon B en het legendarische Thorns, vooral die eerste en laatste hebben toch wel de nodige impact gehad op vele genregenoten. De jonge lezer dient vooral “Kronet til konge”, het ongekroonde meesterwerk uit 1995 van Dødheimsgard op te snorren. En over moustachen gesproken. Thorns mastermind Snorre W. Ruch opereerde als mixer bij de opnames van dit debuut en verleende zijn hulp bij het vastleggen van de vocalen. Op drums worden Host en Aldrahn bijgestaan door Dan “Storm” Mullins, die vooral bekend is van Bal-Sagoth en My Dying Bride. Nostalgie maakt zich heer en meester van ondergetekende wanneer hij de tien nummers inclusief intro met kakelende kippen, over zich heen laat komen. Deze Noors-Engelse collaboratie weet als geen ander de ene na de andere ijzingwekkende bevreemdende melodie uit zijn hoed te toveren. Vintage jaren negentig black metal riffs, ontdaan van alle franjes, vormen het skelet van de songs. Host heeft een gouden zet gedaan door Aldrahn te kunnen strikken voor de vocale invulling. In “Making me” laat de Noor horen waarom hij tot de allergrootste black metal zangers hoort. De wanhopige emotie waarmee hij “I open up my heart for the devil” uit zijn stembanden wringt, komt vanuit de tippen van zijn tenen. Hier wordt een mens ijzig stil van. Elk woord dat hij op je afvuurt, klinkt gemeend en oprecht én verstaanbaar (behalve het zeven minuten durende afsluitende “Syndebukken” dat in het Noors wordt gebracht ). Ook in “A foot in each hell” gaat hij op vocaal gebied tot aan het gaatje, met zijn door merg en been gaande screams.  Ik moet bij het beluisteren van de plaat regelmatig denken aan “Ravishing grimness” van Darkthrone of het oude werk van Satyricon en natuurlijk ook Dødheimsgard. De ene keer slepend traag (“Dynamic underworld”, “Making me”, “Something growing in the trees” of het met hypnotiserend gitaarwerk opgesmukte “Syndebukken”), de andere keer venijnig uptempo (check de striemende riffs van “Cosmic verdict“ of het geselende “Sewer heart”). “Deep drone master” is zo’n koude plaat dat ze kan gebruikt worden om voetwratten te bevriezen. Nu maar hopen dat er ook snel nieuw werk van Thorns aankomt!

JOKKE: 90/100

The Deathtrip – Deep drone master (Svart Records 2014)
1. Intro
2. Flag of betrayal
3. Dynamic underworld
4. Making me
5. Cosmic verdict
6. Sewer heart
7. A foot in each hell
8. Cocoons
9 Something growing in the trees
10. Syndebukken