setherial

Arkona – Lunaris

De meest gekende Poolse bands die de second wave of black metal begin jaren negentig in gang staken, zijn ongetwijfeld Behemoth en Graveland. Vergeet echter Arkona niet dat sinds haar oprichting in 1993 al zeventien kogels uit de strak om-de-lederen-broek-gespannen kogelriem heeft afgeschoten. Met “Lunaris” als langspeler nummer zes, vuurt Arkona echter haar meest dodelijke kogel op de luisteraar af. Doorheen de jaren is het een komen-en-gaan van bandleden geweest met veteraan Khorzon (gitaar, bas en keyboards) als enige constante. En zelfs na de opnames van “Lunaris” blijft het een voortdurende position switch. Op plaat horen we Nechrist als tweede gitarist, Zaala als drummer/mitrailleursalvo en Necrosodom als sessiezanger. Die laatste werd recent vervangen door zanger/bassist Drac waardoor drie vierde van de huidige line-up uit leden van Taran bestaat. Het Arkona-geluid anno 2016 is een synthese van snelle op Zweedse leest (think Setherial, Dark Funeral) geschoeide straightforward black metal waarbij keyboards voor een donkere, neo-klassieke, romantische invalshoek zorgen. De heidense thematiek ligt er niet vingerdik bovenop zoals bij het type Аркона pagan/folk-band waarvan ik het groengespikkeld schijt krijg. Denk eerder richting Drudkh, vooral door de vocalen en onderhuidse pagan feel en – waarom niet – aan Falkenback zoals tijdens het begin van “Ziemia”. Het galloperende ritme en de drum rolls en fills uit de eerste helft van “Nie dla mnie litość” knipogen naar Dissection om nadien stillere wateren te verkennen waarbij de duistere symfonische klanken aan Limbonic Art doen denken. Hoewel “Lunaris” het hoogtepunt is uit de Arkona discografie en enkele pijnpunten uit het verleden, zoals de steriel klinkende (maar retestrakke) hyperblasts, verholpen zijn, heb ik toch nog wel enkele puntjes van kritiek. Zo klinken de snelle black metal passages bij momenten nogal standaard en inwisselbaar. Verder zal niet iedereen de keyboards kunnen smaken. Ik trek ze nog wel, hoewel ze halverwege opener “Droga do ocalenia” een ongewenste Bal-Sagoth déjà-vue oproepen. Het is niet zo dat de cinematografische toetsen- en orgelpartijen voortdurend de strijd met de tremoloriffs aangaan, ze fungeren eerder als aftrap of rustpunt in de vrij lange nummers, want het zijn de riffs die grotendeels voor het majestueuze karakter zorgen. Concluderend laat “Lunaris” niets nieuws onder de zon horen, maar is de plaat wel best te pruimen, vooral als je je kan vinden in voorgaande name droppings.

JOKKE: 80/100

Arkona – Lunaris (Debemur Morti Productions 2016)
1. Droga do ocalenia
2. Ziemia
3. Śmierć i odrodzenie
4. Nie dla mnie litość
5. Lśnienie
6. Lunaris

Advertenties

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens de laatste paar releases van Dark Funeral met gemak overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel

Grafvitnir – Necrosophia

Wie mij kent, weet dat ik niet altijd mee ben met de allernieuwste snufjes en trends. Hoewel ik ook niet voortdurend loop te ouwehoeren dat vroeger alles beter was, ben ik doorgaans toch vrij nostalgisch van aard. Het Zweedse Grafvitnir komt als geroepen voor wie in een nostalgische bui verkeert en de hoogdagen van Zweedse black metal wil herbeleven, zonder naar de oude grootmeesters terug te grijpen. Met reeds twee full albums op het palmares sinds 2012 en een derde, die weldra verschijnt via nieuwe broodheer Daemon Worship productions, kan je dit Grafvitnir best als een productieve entiteit beschouwen, hoewel de band mij onbekend was. Onbekend maakt onbemind, maar met “Necrosophia” hebben ze mijn pekzwarte zieltje alvast voor zich gewonnen. De zeven composities die het album vormgeven, handelen over de grote raadsels van het Onbekende en de opening van het oog van Lucifer. De voedingsbodem voor deze Scandinavische occulte black metal is overduidelijk het Zweedse Dissection, wat we vooral terug horen in de uitvoering van de leads zoals in opener “Kenaz”, hoewel de overall feel wel een pak primitiever is. Twee andere bands die voortdurend als referentiekader opduiken zijn het eveneens Zweedse Setherial ten tijde van hun debuut “Nord” en wat betreft de vocalen het Oostenrijkse Abigor. De vrij vooraan in de mix gezette sappige screams refereren bij wijlen aan Silenius op het (overigens vrij kut) album “Supreme immortal art”. Het mag dan misschien wel wat veel van hetzelfde zijn (er wordt amper van versnelling geschakeld) en de score voor vernieuwing is nul komma nul, toch is het driekwartier lang genieten geblazen van oerdegelijke Zweedse black metal anno jaren negentig. Grafvitnir zou de armpjes en beentjes ontegensprekelijk losschudden op een zwartmetalen versie van een “Prehistorie-fuif”. Uitschieters zijn de eerder vernoemde tien minuten durende opener, de knaller “Vessels of serpent fire” en het vertrouwd in de oren klinkende “Varulvsnatt”…ach, eigenlijk kan ik alle zeven songs aanraden. Buiten wil de temperatuur maar geen winterwaarden aannemen, “Necrosophia” daarentegen katapulteert je stantepede naar een berenkoude gitzwarte Zweedse winternacht.  Goei schefke!

JOKKE: 83/100

Grafvitnir – Necrosophia (Daemon Worship Productions 2015)
1. Kenaz
2. Awakening of the dragon
3. Vessels of serpent fire
4. Varulvsnatt
5. Fires of golachab
6. Elddop
7. Into the vast forever

The Ugly – Decreation

Afgaande op de bandnaam zou je deze Zweden in het punk/crust-hoekje plaatsen terwijl het logo dan weer eerder op een thrash metal band zou wijzen, maar niets van dit alles is waar, want The Ugly is een black metal eskadron waarbij de kanonnen, mortieren en houwitsersalvo’s afgevuurd worden door Fredrik Widigs, de huidige Marduk drummer. Dit snelheidsmonster lijkt trouwens de nieuwe drumslet in black metal land te zijn want naast de eerdergenoemde bands heeft hij ook juist platen opgenomen met het Zweedse Kadaverdisciplin en het Noorse Nordjevel, twee beloftevolle black metal orkestjes die hier ten gepaste tijde wel zullen passeren. Een andere link met Marduk is diens bassist Magnus Devo Andersson die de plaat in zijn Endarker Studio mixte en zich hierbij goed van zijn taak kweet waardoor de voor 95 procent full speed ahead black metal goed te volgen is en stevig uit je speakers knalt. Het retestrakke Zweedse black metal geweld in opener “I am death” doet meteen al het oorsmeer uit je oren spatten. Het daaropvolgende “Black goat” zou niet misstaan op een plaat van 1349 maar Dark Funeral en Setherial gelden ook zeker als referentiekader. Dat Fredje een meer dan aardig potje kan drummen wisten we natuurlijk al van het geweldige “Frontschwein”, maar daar waar er bij Marduk op tijd en stond wat gas terug genomen wordt, ligt de nadruk bij The Ugly toch nog ietsje meer op het snelle blast- en hakwerk, waardoor de nummers onderling moeilijk te onderscheiden zijn en de plaat in zijn geheel wat te leiden heeft onder ééndimensionaal geram. Het lekkere “Cult of weakness” is veruit de traagste track, maar verwacht hier nu geen Bon Jovi ballad. Op tekstueel vlak draaien de nummers om de vernietiging van het universum en Lucifer. Of “Decreation” een meerwaarde is voor de ontelbare zwartmetalen platen die er reeds uitgebracht werden, mag je zelf bepalen. Voor mij niet althans. Snelheidsmaniakken mogen gerust een tiental punten bij de score optellen.

JOKKE: 72/100

The Ugly – Decreation (Vicisolum Records 2015)
1. I am death
2. Black goat
3. Legio mihi nomen est
4. Crawl
5. Cult of weakness
6. Slumber of the god
7. Decreation
8. Nibiru
9. Lögnerna till aska