skaphe

Tchornobog – Tchornobog

Hoewel de bandnaam Tchornobog verwijst naar de Slavische “Zwarte God” draait het bij dit nieuwe project van Markov Soroka (Aureole, Slow) niet om idolatrie maar rond de verschillende metaforen van religie, psychologische wanorde, het begrijpen van het zelfbewustzijn en de betekenisgeving van ons leven. Dit debuut is maar liefst zeven jaar in de maak geweest en gedurende dit lange creatieproces heeft Markov steun gekregen van Svartidauði-drummer Magnús Skúlason en ook Greg Chandler (Esoteric) komt meermaals diep meegrommen op de vier monumentale tracks die samen op maar liefst vijfenzestig minuten speeltijd afklokken. Gedurende dit overrompelende uur komt zowat het hele spectrum aan extreme muziek voorbij geraasd: verstikkende black en dissonante death metal maar ook traag bulderende funeral doom worden tot één misselijkmakend geheel gebald waarin Markov voortdurend worstelt met zijn eigen demonen. Zelfs een tiental luisterbeurten is nog onvoldoende om alle details te ontwaren in dit beklemmende exorcisme. Zo wordt er in het geniale “Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)” gebruik gemaakt van saxofoon, trompet, piano en cello als aanvullend instrumentarium en mijn god, wat wordt er in deze song een beklijvende sinistere sfeer neergezet waarbij met momenten zelfs een klein lichtpuntje doorheen de gitzwarte duisternis lijkt te schijnen! Na een half uur extreme extravaganza kunnen onze reeds-aan-flarden-geblazen-trommelvliezen tijdens deze song even recupereren om daarna terug bloot gesteld te worden aan de zeventien minuten durende grand finale van “Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)”. Deze muzikale maalstroom is natuurlijk niet voor tere zieltjes weggelegd maar liefhebbers van Death Fetishist, Svartidauði, Skáphe of The Ruins Of Beverast kunnen hier simpelweg niet om heen. De visionaire grandeur die Markov met dit album heeft neerzet is immers overweldigend. Natuurlijk ook weeral een welgemeende “chapeau!” voor kwaliteitsleveranciers I, Voidhanger Records en Fallen Empire Records om ons te laten genieten van dit meesterwerk.

JOKKE: 90/100

Tchornobog – Tchornobog (I, Voidhanger Records 2017)
1. The vomiting tchornobog (Slithering gods of cognitive dissonance)
2. Hallucinatory black breath of possession (Mountain-eye amalgamation)
3. Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)
4. Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)

Advertenties

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar

De “Englaryk” demo ligt nog vers in het geheugen, maar het IJslandse Endalok kruipt reeds opnieuw uit haar krater met een nieuwe EP getiteld “Úr draumheimi viðurstyggðar” (vrij vertaald iets betekenend in de aard van “uit een droomwereld van gruwelen“). Vijfentwintig minuten lang krijgen we het muzikale equivalent te verwerken van de angst, opwinding of het tripperige gevoel dat gepaard gaat met dromen en hypnagogie, de staat van bewustzijn die ervaren wordt in de periode tussen het wakker zijn en in slaap vallen. De interne strijd en het vinden van vertrouwen in weerwil van hopeloosheid vormt de rode draad doorheen de vijf songs. Endalok bouwt verder met de bouwstenen van de demo, maar het eindresultaat is een nog meer verwrongen en complex bouwwerk van negativiteit, vervreemding, verrijzenis, schaduwdansen en dialoog met het bewustzijn. Met uitzondering van “Eldhaf“, dat boven de negen minuten afklokt en met haar ratelende drumsalvo’s, bakken echo en dissonantie galore een zenuwaanval op de prefrontale cortex vormt, vallen de overige songs vrij compact uit. “Ekkert varir að eilífu” vormt een naargeestig ambient-bruggetje naar het nogal abrupt eindigende “Holdgerving andskotans” waarin, net als in de openingssong, een directe confrontatie met de innerlijke demonen wordt uitgevochten. Skáphe, Wormlust en Ljáin kunnen opnieuw als tags ingegeven worden, maar ook een Death Fetishist of Aevangelist mogen als referentiekader gebruikt worden. Vreemd maar lekker spul!

JOKKE: 86/100

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar (Signal Rex 2017)
1. Afskræming holds og sálar
2. Eldhaf
3. Jarðarfarasálmur
4. Ekkert varir að eilífu
5. Holdgerving andskotans

Endalok – Englaryk

Ik kan al bijna beter een IJslands toetsenbord installeren op mijn laptop want de toevloed aan releases uit het afgezonderde, mysterieuze eiland kent geen halt. Na Draugsól hebben we met Endalok opnieuw een kakelverse IJslandse black metal band voor ons liggen. Over de identiteit van de bandleden is geen hol geweten, maar het zou om een bende jonkies uit de scene moeten gaan. Als je de waanzin op hun eerste demo “Englaryk ” in je opneemt, kan je je amper voorstellen dat deze ongecontroleerde chaos het werk zou zijn van piepjonge muzikanten. Maar we mogen natuurlijk niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd van de bandleden van Emperor, Enslaved en tijdsgenoten ook aan de héél jonge kant was toen zij hun baanbrekende eerste platen vereeuwigden. Zó baanbrekend als bij de Noorse pioniers gaat het er niet aan toe, maar toch is dit een eigenwijze kijk op de edele kunst der zwarte metalen. De vier nummers die de demo telt, zijn geen spek voor ieders bek en neigen naar de vormloze, dissonante en desoriënterende gelaagde sound van een Skáphe, Wormlust of Ljáin. De galm over de instrumenten en ritualistische vocalen creëert een mystiek en esoterisch sfeertje en neigt met momenten bijna naar atmosferische ambient, zonder ambient pur sang te zijn. De achttien minten die “Englaryk” duurt zijn voldoende om psychologische schade aan te richten. Wie denk zich hier wel in te kunnen vinden kan dit kleinood misschien nog weten scoren op cassette of CD. In februari komt de tweede veelbelovende EP “Úr draumheimi viðurstyggðar” uit via Signal Rex. In de B-kant van de vinylversie zullen de sporen van deze eerste demo als extra gegraveerd zijn. De mijne is al onderweg!

JOKKE: 84/100

Endalok – Englaryk (Hellthrasher Productions/Signal Rex 2016)
1. Hræ guðs fargað
2. Óhugnaðurinn
3. Englaryk
4. Formlaust

Martröð – Transmutation of wounds

Met het ten grave dragen van het Amerikaanse Twilight na het verschijnen van hun derde langspeler en tevens zwanenzang “III: Beneath trident’s tomb“, kwam er een eind aan deze black metal supergroep. Met het nagelnieuwe Martröð is er echter een nieuw super black metal collectief ontstaan waarbij gerespecteerde en gerenommeerde individuen van verschillende continenten de handen in mekaar slaan. Bent u klaar voor een rondje name dropping? Hier gaan we. Op zang vinden we MkM terug die het meest bekend is van Aosoth en Antaeus. De gitaartandem bestaat uit H.V. Lyngdal (o.a. Wormlust) en A.P. (o.a. Krieg, Esoterica en Skáphe). Bij Skáphe werkte A.P. reeds samen met D.G. (o.a. Misþyrming en Naðra), die hier de bas in handen neemt. Enfant terrible Wrest (welbekend van ondermeer Leviathan en Lurker Of Chalice) voegde nog wat extra gitaar en ambient toe en drummer van dienst is Thorns (o.a. Blut Aus Nord, Darvaza, Manetheren, etc.). Kwijl! Met twee IJslanders, twee Amerikanen, een Italiaan en een Fransman is hier dus sprake van een bont internationaal allegaartje. De vraag die zich stelt, is natuurlijk of er één welbepaalde band het meest doorklinkt in het eindresultaat? De sound van de gitaren, drums en vocalen verwijzen overduidelijk naar Aosoth (zeker wanneer de herrie van “Draumleiðsla” zijn intrede doet), maar daar waar deze band nogal rechtlijnig tekeer gaat, wringt de black metal audioterreur van Martröð zich in veel meer bochten en staat de deur van de hel wagenwijd open voor experiment, voornamelijk in “Draumleysa” waar de invloed van Wrest overduidelijk vanaf druipt: horrortaferelen, mystiek die zich laagje per laagje opbouwt, onderhuidse spanning, dissonantie ten top en creepy noise. Dit is smullen voor wie van donkere, chaotische black metal zonder keurslijf houdt. Je zou kunnen beginnen leuteren dat het vrij voos is dat deze zestien (uitstekende) minuten muziek in een 12″ LP gegraveerd zijn, maar als we eens de optimist in plaats van de pessimist spelen, houdt dit in dat je op kant B nogmaals van deze overheerlijke songs kan genieten. Enig puntje van kritiek blijft dan dat de basgitaar amper hoorbaar is in deze chaotische duisternis. Desondanks is dit eerste wapenfeit een regelrechte voltreffer. Wel zou ik het fijn vinden als dit collectief op toekomstig werk nog meer de strijd met het experiment aangaat en de ingeslagen weg van “Draumleysa” verder zet.

JOKKE: 85/100

Martröð – Transmutation of wounds (Terratur Possessions/Fallen Empire Records 2016)
1. Draumleiðsla
2. Draumleysa

Ellorsith/Mannveira – Split

Voor deze split hebben het voor mij onbekende Canadese (of is het Engels?) death metalgezelschap Ellorsith en het IJslandse Mannveira de handen in mekaar geslagen om zevenentwintig minuten sonisch geweld op tape vast te leggen, waarbij beide bands twee tracks voor hun rekening nemen. De Canadezen trekken het zaakje op gang met hun duistere, occult klinkende death metal, waarin bij momenten wat black metal franjes te bespeuren vallen. Dissonante gitaarpartijen en midtempo drumwerk kenmerken “Jerome I”, hoewel er naar het einde nog een spurtje getrokken wordt. “Jerome II” schiet dan weer meteen een pak sneller uit de startblokken met afwisselend bruut zagend en dissonant gitaarwerk, maar weet mij niet over de gehele lijn te overtuigen: de diepe grunts zijn vrij eentonig en voor mij mag dit soort doodsmetaal nog wel iets smeriger en orthodoxer uit de boxen knallen, zoals een Grave Miasma dat overtuigend weet te doen. En de inleidende samples brengen daar niet echt verandering in. Liefhebbers van de band kunnen gerust de eerder opgenomen EP “1959” ook eens opsnorren. De twee nummers die Mannveira ons brengt, liggen in het verlengde van de “Von er eitur” demo uit 2014. Nog steeds kan Mannveira tot op zekere hoogte als het kleine broertje van Svartidauði en Sinmara beschouwd worden, hoewel ze voor een meer directe en eerder rechtlijnige aanpak kiezen en het dissonante op een track als “I augum hans sá ég dauðann” wat naar de achtergrond verdwenen is. Het grotendeels midtempo “Óður til einskis” weet dan weer te verstikken en een beknellend gevoel op te wekken maar heeft ook oog voor de nodige melodie. Bandleider Illugi heeft ondertussen vier extra mankrachten gerekruteerd zodat ze tijdens hun aanstaande tour met Wormlust de buitenlandse podia onveilig kunnen maken. De bassist en beide gitaristen zijn weggeplukt bij stoner/sludge act Naught en drummer Orlygur knuppelt onder andere ook bij Naðra. Achter de studioknoppen zat D.G. ondertussen welbekend van Misþyrming, Naðra, Skáphe en Martröð. Persoonlijk ligt de black metal van Mannveira me iets beter dan de death metal van Ellorsith, maar dat zou voor jou natuurlijk best wel eens andersom kunnen zijn. Leuke split!

JOKKE: 77/100 (Ellorsith: 74/100 – Mannveira 80/100)

Ellorsith/Mannveira – Split (Dark Descent Records 2016)
1. Ellorsith – Jerome I
2. Ellorsith – Jerome II
3. Mannveira – I augum hans sá ég dauðann
4. Mannveira – Óður til einskis

Ljáin – Endasálmar / Klofnar tungur

Nu zijn we heel wat gewend bij Addergebroed, maar bij wat het IJslandse Ljáin (het inschakelen van de google translate hulplijn levert ons “zeisen” als vertaling op) ons voorschotelt, moeten we toch even gaan zitten, want dit is allerminst een hapklare brok luistermuziek. Op een tijdspanne van anderhalve week, stuurde dit mysterieuze gezelschap vorige maand twee digitale releases de wereld in. Omdat mijn beschadigde gehoor amper verschil hoort tussen beide demo’s, worden ze voor de gemakzucht samen onder de loep genomen. Zelf plaatst de band de tags “occult” en “ritual” voor hun black metal, maar wie zwartmetaal à la Ascension, Acherontas, Blaze Of Perdition en consoorten verwacht, is eraan voor de moeite. Ten eerste klinken voornoemde bands qua productie bijna afgelikt vergeleken met de groezelige krochtklanken die Ljáin produceert. Ten tweede zorgen de bakken feedback/echo/ijswindeffect waar de vocalen in ondergedompeld zijn voor een heuse DSBM sfeer en denken we eerder aan bands als Xasthur en Leviathan. Wie zich in de leefwereld van Ljáin wil verdiepen, raad ik aan een paar schoenen met stevige grip aan te doen, want bij het afdalen in de diepste spelonken van deze onnavolgbare maalstroom aan zwartgalligheid, ontbreekt elke vorm van houvast. Het semi-IJslandse Skáphe kan ook als referentiekader dienen, vooral op gebied van grilligheid qua muzikale vorm, want in termen van productie en vocalen luistert die band toch een pak beter weg (hoewel de doorsnee metalliefhebber hier toch ook wel al wenkbrauwgefrons bij zal vertonen). De horrorachtige suspense en de subtiele – vreemd om dit woord te gebruiken bij deze band – keyboardwaas die van de demo’s afdruipen, maken dat dit luistervoer is voor de nachtelijke uurtjes. Benieuwd wie dit thuis als feel good muziekje opzet.

JOKKE: 70/100

Ljáin – Endasálmar / Klofnar tungur (Eigen beheer 2016)

Endasálmar
1. Eilíf þjáning
2. Svartigaldur
3. Hlekkir holdsins
4. Endasálmar

Klofnar tungur
1. Klofnar tungur
2. Úr vansköpuðum draumum
3. Með blóði þínu

Naðra – Allir vegir til glötunar

De beste frieten komen uit België, de beste olijfolie uit Italië en de beste black metal lijkt de laatste tijd uit IJsland te komen. Misþyrming was ongetwijfeld de sensatie van 2015 en ook binnen Naðra spelen deze vier jonkies een belangrijke rol. De band werd oorspronkelijk opgericht door gitarist Tómas Ísdal (Carpe Noctem, Misþyrming en O) en schreeuwlelijk Örlygur Sigurðarson (Mannveira, O, ex-Abacination, ex-Dysthymia) waarna ze de demo “Eitur” opnamen die meteen een vulkaanafdruk in het black metal landschap naliet. Daar de band ook live potten wou gaan breken (ze staan onder andere op Roadburn) werd de line-up verder aangevuld met gitarist Dagur Gonzales (Misþyrming-mastermind, O, Martröð en het lichtjes fantastische Skáphe), bassist Gústaf Evensen (Misþyrming, Urhrak) en drumbeer Helgi Rafn Hróðmarsson (Misþyrming, Carpe Noctem). Wie de algebra doet, ziet al snel dat Naðra = Misþyrming + andere zanger. Het bestaansrecht van Naðra wordt echter meer dan gerechtvaardigd want, behalve in de heropgenomen demosong “Fjallið”, klinkt de band allesbehalve als een doorslagje van onze favoriete IJslanders. Deze openingssong wordt gekenmerkt door een op-het-randje-van-het-vals-zijnde gitaarsolo die meteen van wal steekt en hierdoor wat met het licht chaotische karakter van Misþyrming lijkt te flirten. In “Sál” en het veertien minuten durende “Falið” wordt het tempo teruggeschroefd en wordt de licht melodische black metal meermaals ondersteund door een subtiele nevellaag aan heroïsche cleane zang. De geest van de oude Noorse goden waart dan ook voortdurend rond in deze meer epische songs. De klassieke intro van “Sár” zet je welgeteld twaalf seconden op het verkeerde been, want meteen daarna gaat het er terug wat heftiger aan toe en perst frontman Örlygur Sigurðarson heel wat verschillende keelklanken uit zijn strot. Een sample waar ik geen jota van versta maakt een einde aan deze knappe song. Ook in hekkensluiter “Fallið” verkeert de band in topconditie want akoestische passages en heroïek gaan hand-in-hand met verpulverende black metal en een lange slepende gitaarsolo die de finale inluidt. In net geen veertig minuten worden vijf paden bewandeld die je de complete vernieling inleiden (weet je ook meteen waar de IJslandse titel voor staat). Ze flikken het weer daar in IJsland! Lees ik bovendien eerder deze week dat geen enkele jongere daar in God lijkt te geloven. Mijn verhuisdozen staan gereed.

JOKKE: 89/100

Naðra – Allir vegir til glötunar (Vánagandr / Fallen Empire / Signal Rex 2016)
1. Fjallið
2. Sál
3. Falið
4. Sár
5. Fallið