skaphe

Mahr – Antelux

Gelijktijdig met het zesde hoofdstuk in de Arkthinn saga verschijnt ook het eerste werk van Mahr waarachter onder andere één of meerdere leden van Arkthinn schuil gaan. Beide bands maken samen met het geweldige Voidsphere deel uit van het ПРАВА КОЛЛЕКТИВ ofte Prava Kollektiv. Als vanzelfsprekend komt de cassette uit via Fallen Empire Records, broodheer van dienst voor alle drie de acts. Wat meteen opvalt als de eerste tonen van “Apostasy” uit mijn boxen knallen is dat we een verstikkend geluid te verwerken krijgen waarbij beklemmende gitaarriffs, ratelende computerdrums, esoterische keyboardlagen en ijselijke/wanhopige dierlijke screams het mooi weer maken, al is dat laatste natuurlijk niet zo’n passend woordgebruik in geval van deze gitzwarte duisternis. Enige structuur die als houvast kan dienen bij het afzakken in deze vormloze afgrond is ver te bespeuren. Gelijkenissen met de eerder aangehaalde bands kunnen min of meer opgemerkt worden (de bombastische grandeur en het kosmische van Arkthinn en het dissonante en onnavolgbare van Voidsphere), maar ook met het geniale Skáphe kan er qua verstikkende maalstroom een parallel getrokken worden. Iets meer afwisseling had welgekomen geweest maar voor de rest is dit een ideale soundtrack voor de nachtelijke uurtjes…verwacht alleen nadien niet vredig als een roos in te slapen want deze angstaanjagende tonen kruipen diep onder je vel en creëren een onbehaaglijk gevoel dat je amper loslaat.

JOKKE: 80/100

Mahr – Antelux (Fallen Empire Records 2018)
1. Apostasy
2. Noctaeon
3. Onirism
4. Hypnophobia

Advertenties

Mûspellzheimr – Nidhöggr

Als de lijstjes van gelukkigste mensen ter wereld bekend worden gemaakt, staan de Denen doorgaans ergens bovenaan. Dat heeft onder andere te maken met de uitstekende werking van hun sociale zekerheid, de goede gezondheidszorg, het prima onderwijs en de manier waarop de arbeid is georganiseerd. Hierdoor blijft er voldoende tijd over voor “hygge“, de Deense manier van genieten van het leven, een modewoord dat de afgelopen twee jaar ook hier bij ons opdook. Haaks op die Deense gezelligheid en het creëren van fijne warmte staat de nieuwe, tweede langspeler van Mûspellzheimr. Denemarken heeft altijd al wat achterop gehinkt als we over Scandinavische black metal spreken, hoewel deze band (samen met Solbrud) bewijst dat er ook in het land van het smørrebrød en Carlsberg nog steeds héél degelijke black metal gespeeld wordt. Net zoals de tracklist van haar platen, baadt ook de line-up van Mûspellzheimr in één groot mysterie. Met een speeltijd van een half uurtje lijkt het nieuwe “Nidhöggr” misschien wat aan de korte kant te zijn, maar ik verzeker je dat je compleet uitgeteld zal zijn na het aanhoren van al deze angstaanjagende rauwe zwartgeblakerde klanken. De distorted gitaren creëren een verstikkende maalstroom aan verzengende vulkanische hitte – de bandnaam verwijst niet voor niets naar de Vuurwereld uit de Noordse mythologie – waar schrikwekkende hoge, ijle screams doorheen klieven. Waar de zanger het over heeft, is me een raadsel, maar afgaande op de albumtitel vermoed ik dat de nummers handelen over de draak of slang die eeuwig en altijd aan de wortels van de levensboom Yggdrasil knaagde. Een song zoals “II” springt eruit met haar repetitieve, trance-opwekkende karakter en penetrante duisternis en de snijdende leads van “V” ademen een triomfantelijk gevoel uit. Doorheen de dichte waas aan riffs en blasts zal het getrainde oor een goed verstopte sacraal aanvoelende ambient-laag ontwaren die desondanks haar subtiele karakter onlosmakelijk bijdraagt tot deze pikzwarte hoogmis. Mûspellzheimr is voer voor avontuurlijke black metal fanaten die hun favoriete muziek verre van gestroomlijnd, dun afgelijnd en fijn afgeborsteld willen hebben (denk aan Skáphe, maar ook aan bands als Predatory Light of Throne Of Katharsis). Waarmee ik niet wil zeggen dat de Denen een ongeleid projectiel zijn, want wie deze duisternis meermaals ondergaat zal na verloop van tijd de nodige houvast vinden in deze chaotische draaikolk. Nog even meegeven dat debuutplaat “Hyldest til trolddommens flamme” recent ook door Amor Fati terug op de markt werd gebracht. Aanschaffen die handel!

JOKKE: 82/100

Mûspellzheimr – Nidhöggr (Amor Fati Productions 2017)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI

Tchornobog – Tchornobog

Hoewel de bandnaam Tchornobog verwijst naar de Slavische “Zwarte God” draait het bij dit nieuwe project van Markov Soroka (Aureole, Slow) niet om idolatrie maar rond de verschillende metaforen van religie, psychologische wanorde, het begrijpen van het zelfbewustzijn en de betekenisgeving van ons leven. Dit debuut is maar liefst zeven jaar in de maak geweest en gedurende dit lange creatieproces heeft Markov steun gekregen van Svartidauði-drummer Magnús Skúlason en ook Greg Chandler (Esoteric) komt meermaals diep meegrommen op de vier monumentale tracks die samen op maar liefst vijfenzestig minuten speeltijd afklokken. Gedurende dit overrompelende uur komt zowat het hele spectrum aan extreme muziek voorbij geraasd: verstikkende black en dissonante death metal maar ook traag bulderende funeral doom worden tot één misselijkmakend geheel gebald waarin Markov voortdurend worstelt met zijn eigen demonen. Zelfs een tiental luisterbeurten is nog onvoldoende om alle details te ontwaren in dit beklemmende exorcisme. Zo wordt er in het geniale “Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)” gebruik gemaakt van saxofoon, trompet, piano en cello als aanvullend instrumentarium en mijn god, wat wordt er in deze song een beklijvende sinistere sfeer neergezet waarbij met momenten zelfs een klein lichtpuntje doorheen de gitzwarte duisternis lijkt te schijnen! Na een half uur extreme extravaganza kunnen onze reeds-aan-flarden-geblazen-trommelvliezen tijdens deze song even recupereren om daarna terug bloot gesteld te worden aan de zeventien minuten durende grand finale van “Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)”. Deze muzikale maalstroom is natuurlijk niet voor tere zieltjes weggelegd maar liefhebbers van Death Fetishist, Svartidauði, Skáphe of The Ruins Of Beverast kunnen hier simpelweg niet om heen. De visionaire grandeur die Markov met dit album heeft neerzet is immers overweldigend. Natuurlijk ook weeral een welgemeende “chapeau!” voor kwaliteitsleveranciers I, Voidhanger Records en Fallen Empire Records om ons te laten genieten van dit meesterwerk.

JOKKE: 90/100

Tchornobog – Tchornobog (I, Voidhanger Records 2017)
1. The vomiting tchornobog (Slithering gods of cognitive dissonance)
2. Hallucinatory black breath of possession (Mountain-eye amalgamation)
3. Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)
4. Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar

De “Englaryk” demo ligt nog vers in het geheugen, maar het IJslandse Endalok kruipt reeds opnieuw uit haar krater met een nieuwe EP getiteld “Úr draumheimi viðurstyggðar” (vrij vertaald iets betekenend in de aard van “uit een droomwereld van gruwelen“). Vijfentwintig minuten lang krijgen we het muzikale equivalent te verwerken van de angst, opwinding of het tripperige gevoel dat gepaard gaat met dromen en hypnagogie, de staat van bewustzijn die ervaren wordt in de periode tussen het wakker zijn en in slaap vallen. De interne strijd en het vinden van vertrouwen in weerwil van hopeloosheid vormt de rode draad doorheen de vijf songs. Endalok bouwt verder met de bouwstenen van de demo, maar het eindresultaat is een nog meer verwrongen en complex bouwwerk van negativiteit, vervreemding, verrijzenis, schaduwdansen en dialoog met het bewustzijn. Met uitzondering van “Eldhaf“, dat boven de negen minuten afklokt en met haar ratelende drumsalvo’s, bakken echo en dissonantie galore een zenuwaanval op de prefrontale cortex vormt, vallen de overige songs vrij compact uit. “Ekkert varir að eilífu” vormt een naargeestig ambient-bruggetje naar het nogal abrupt eindigende “Holdgerving andskotans” waarin, net als in de openingssong, een directe confrontatie met de innerlijke demonen wordt uitgevochten. Skáphe, Wormlust en Ljáin kunnen opnieuw als tags ingegeven worden, maar ook een Death Fetishist of Aevangelist mogen als referentiekader gebruikt worden. Vreemd maar lekker spul!

JOKKE: 86/100

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar (Signal Rex 2017)
1. Afskræming holds og sálar
2. Eldhaf
3. Jarðarfarasálmur
4. Ekkert varir að eilífu
5. Holdgerving andskotans

Endalok – Englaryk

Ik kan al bijna beter een IJslands toetsenbord installeren op mijn laptop want de toevloed aan releases uit het afgezonderde, mysterieuze eiland kent geen halt. Na Draugsól hebben we met Endalok opnieuw een kakelverse IJslandse black metal band voor ons liggen. Over de identiteit van de bandleden is geen hol geweten, maar het zou om een bende jonkies uit de scene moeten gaan. Als je de waanzin op hun eerste demo “Englaryk ” in je opneemt, kan je je amper voorstellen dat deze ongecontroleerde chaos het werk zou zijn van piepjonge muzikanten. Maar we mogen natuurlijk niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd van de bandleden van Emperor, Enslaved en tijdsgenoten ook aan de héél jonge kant was toen zij hun baanbrekende eerste platen vereeuwigden. Zó baanbrekend als bij de Noorse pioniers gaat het er niet aan toe, maar toch is dit een eigenwijze kijk op de edele kunst der zwarte metalen. De vier nummers die de demo telt, zijn geen spek voor ieders bek en neigen naar de vormloze, dissonante en desoriënterende gelaagde sound van een Skáphe, Wormlust of Ljáin. De galm over de instrumenten en ritualistische vocalen creëert een mystiek en esoterisch sfeertje en neigt met momenten bijna naar atmosferische ambient, zonder ambient pur sang te zijn. De achttien minten die “Englaryk” duurt zijn voldoende om psychologische schade aan te richten. Wie denk zich hier wel in te kunnen vinden kan dit kleinood misschien nog weten scoren op cassette of CD. In februari komt de tweede veelbelovende EP “Úr draumheimi viðurstyggðar” uit via Signal Rex. In de B-kant van de vinylversie zullen de sporen van deze eerste demo als extra gegraveerd zijn. De mijne is al onderweg!

JOKKE: 84/100

Endalok – Englaryk (Hellthrasher Productions/Signal Rex 2016)
1. Hræ guðs fargað
2. Óhugnaðurinn
3. Englaryk
4. Formlaust

Martröð – Transmutation of wounds

Met het ten grave dragen van het Amerikaanse Twilight na het verschijnen van hun derde langspeler en tevens zwanenzang “III: Beneath trident’s tomb“, kwam er een eind aan deze black metal supergroep. Met het nagelnieuwe Martröð is er echter een nieuw super black metal collectief ontstaan waarbij gerespecteerde en gerenommeerde individuen van verschillende continenten de handen in mekaar slaan. Bent u klaar voor een rondje name dropping? Hier gaan we. Op zang vinden we MkM terug die het meest bekend is van Aosoth en Antaeus. De gitaartandem bestaat uit H.V. Lyngdal (o.a. Wormlust) en A.P. (o.a. Krieg, Esoterica en Skáphe). Bij Skáphe werkte A.P. reeds samen met D.G. (o.a. Misþyrming en Naðra), die hier de bas in handen neemt. Enfant terrible Wrest (welbekend van ondermeer Leviathan en Lurker Of Chalice) voegde nog wat extra gitaar en ambient toe en drummer van dienst is Thorns (o.a. Blut Aus Nord, Darvaza, Manetheren, etc.). Kwijl! Met twee IJslanders, twee Amerikanen, een Italiaan en een Fransman is hier dus sprake van een bont internationaal allegaartje. De vraag die zich stelt, is natuurlijk of er één welbepaalde band het meest doorklinkt in het eindresultaat? De sound van de gitaren, drums en vocalen verwijzen overduidelijk naar Aosoth (zeker wanneer de herrie van “Draumleiðsla” zijn intrede doet), maar daar waar deze band nogal rechtlijnig tekeer gaat, wringt de black metal audioterreur van Martröð zich in veel meer bochten en staat de deur van de hel wagenwijd open voor experiment, voornamelijk in “Draumleysa” waar de invloed van Wrest overduidelijk vanaf druipt: horrortaferelen, mystiek die zich laagje per laagje opbouwt, onderhuidse spanning, dissonantie ten top en creepy noise. Dit is smullen voor wie van donkere, chaotische black metal zonder keurslijf houdt. Je zou kunnen beginnen leuteren dat het vrij voos is dat deze zestien (uitstekende) minuten muziek in een 12″ LP gegraveerd zijn, maar als we eens de optimist in plaats van de pessimist spelen, houdt dit in dat je op kant B nogmaals van deze overheerlijke songs kan genieten. Enig puntje van kritiek blijft dan dat de basgitaar amper hoorbaar is in deze chaotische duisternis. Desondanks is dit eerste wapenfeit een regelrechte voltreffer. Wel zou ik het fijn vinden als dit collectief op toekomstig werk nog meer de strijd met het experiment aangaat en de ingeslagen weg van “Draumleysa” verder zet.

JOKKE: 85/100

Martröð – Transmutation of wounds (Terratur Possessions/Fallen Empire Records 2016)
1. Draumleiðsla
2. Draumleysa

Ellorsith/Mannveira – Split

Voor deze split hebben het voor mij onbekende Canadese (of is het Engels?) death metalgezelschap Ellorsith en het IJslandse Mannveira de handen in mekaar geslagen om zevenentwintig minuten sonisch geweld op tape vast te leggen, waarbij beide bands twee tracks voor hun rekening nemen. De Canadezen trekken het zaakje op gang met hun duistere, occult klinkende death metal, waarin bij momenten wat black metal franjes te bespeuren vallen. Dissonante gitaarpartijen en midtempo drumwerk kenmerken “Jerome I”, hoewel er naar het einde nog een spurtje getrokken wordt. “Jerome II” schiet dan weer meteen een pak sneller uit de startblokken met afwisselend bruut zagend en dissonant gitaarwerk, maar weet mij niet over de gehele lijn te overtuigen: de diepe grunts zijn vrij eentonig en voor mij mag dit soort doodsmetaal nog wel iets smeriger en orthodoxer uit de boxen knallen, zoals een Grave Miasma dat overtuigend weet te doen. En de inleidende samples brengen daar niet echt verandering in. Liefhebbers van de band kunnen gerust de eerder opgenomen EP “1959” ook eens opsnorren. De twee nummers die Mannveira ons brengt, liggen in het verlengde van de “Von er eitur” demo uit 2014. Nog steeds kan Mannveira tot op zekere hoogte als het kleine broertje van Svartidauði en Sinmara beschouwd worden, hoewel ze voor een meer directe en eerder rechtlijnige aanpak kiezen en het dissonante op een track als “I augum hans sá ég dauðann” wat naar de achtergrond verdwenen is. Het grotendeels midtempo “Óður til einskis” weet dan weer te verstikken en een beknellend gevoel op te wekken maar heeft ook oog voor de nodige melodie. Bandleider Illugi heeft ondertussen vier extra mankrachten gerekruteerd zodat ze tijdens hun aanstaande tour met Wormlust de buitenlandse podia onveilig kunnen maken. De bassist en beide gitaristen zijn weggeplukt bij stoner/sludge act Naught en drummer Orlygur knuppelt onder andere ook bij Naðra. Achter de studioknoppen zat D.G. ondertussen welbekend van Misþyrming, Naðra, Skáphe en Martröð. Persoonlijk ligt de black metal van Mannveira me iets beter dan de death metal van Ellorsith, maar dat zou voor jou natuurlijk best wel eens andersom kunnen zijn. Leuke split!

JOKKE: 77/100 (Ellorsith: 74/100 – Mannveira 80/100)

Ellorsith/Mannveira – Split (Dark Descent Records 2016)
1. Ellorsith – Jerome I
2. Ellorsith – Jerome II
3. Mannveira – I augum hans sá ég dauðann
4. Mannveira – Óður til einskis