vanum

Vilkacis – Beyond the mortal gate

We kennen Michael Rekevics van Yellow Eyes, Fell Voices, Vanum en Vorde maar natuurlijk ook van zijn soloproject Vilkacis waarmee hij na vier jaar met een opvolger voor “The fever of war” komt. “Beyond the mortal gate” werd het beestje gedoopt en draagt de spirituele oorlogsvoering uit die volgens Michael de essentie van black metal is. “Life lived in defiance, love illuminated by flame. War, war of the spirit. The winds shall remember my name.” en even later “The heavens will crumble and the masters will kneel, as I spit on the angels who beg at my feet.” horen we hem in “Defiance” uitschreeuwen. In een gesprek dat ik enkele jaren geleden met dit drumbeest had, gaf hij aan dat Vilkacis van al zijn projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte is, met de nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Doorheen de simpele maar effectieve melodieën schemert een soort van gewelddadige romantiek die aanleunt bij de Canadese en Oekraïense black metal scene, minus de nationalistische gevoelens, vooral door de gitaren die meermaals als triomfantelijke blaasinstrumenten klinken. En in de riffs van “Spiritual retribution” horen we ook wel wat oude Sargeist terug. Innovatie of evolutie zijn begrippen die niet van toepassing zijn op Vilkacis waarbij alles draait om de ruwe en gepassioneerde expressie van elementaire back metal. En wie ben ik om hem tegen te spreken? Het oerkarakter van zijn muziek komt des te sterker over door de analoge opnames die “Beyond the mortal gates” een primitief karakter meegeven, zij het een tikkeltje properder dan het debuut en met de vocalen iets prominenter in de mix geplaatst. De lycantropische identiteit van Vilkacis uit zich niet alleen in het artwork en de teksten (“Wolf-eyed and feverish. With an unflinching stare. A vision beyond limits, unbound and free. Guided by blood red will.” aldus de meer dan tien minuten durende titeltrack) maar ook in de intensiteit van de black metal die Michael als een bezeten wolf brengt. Dat hij enerzijds een belezen man is die zorgvuldig met het schrijven van teksten omgaat en anderzijds erg serieus met zijn kunst bezig is (aanschouw dat maar eens live), wordt ook duidelijk met de tekstregels “Cut from the flesh of eternity, a rib torn from the flank of time. Stolen moments of will, desire, intention. Manifest immortality.” die voorbijkomen in “Boundless spell of realization” en waarbij er een duidelijke verwijzing is naar Genesis en de schepping van de mens. Het debuut was misschien nog net iets overweldigender en ongerepter, maar “Beyond the mortal gate” zal hier toch ook nog gretig aftrek vinden. Michael Rekevics moet zijn eerste slechte plaat nog maken, dat is duidelijk. En volgens mij gaat die er ook nooit komen.

JOKKE: 89/100

Vilkacis – Beyond the mortal gate (Psychic Violence Records 2018)
1. Snowfall by torchlight
2. Defiance
3. Sixty three
4. Spiritual retribution
5. Boundless spell of realization
6. Beyond the mortal gate

Advertenties

Yellow Eyes – Immersion trench reverie

De nieuwe vierde plaat van Yellow Eyes was bijna door de mazen van het net geglipt en dat zou heel spijtig geweest zijn, want ik smaak deze band rond de broers Will en Sam Skarstad wel. Net zoals op voorganger “Sick with bloom” zit drumbeest Michael Rekevics  (Fell Voices, Vanum, Vilkacis, Vorde, …) nog steeds op de drumkruk en de bass-snaren worden gegeseld door Alex DeMaria (Anicon, Obaku). De band heeft er recent een korte Europese doortocht met het Duitse Ultha opzitten, waarbij ik ze spijtig genoeg niet aan het werk kon zien. Hopelijk lukt dat bij hun volgende passage wel. Om inspiratie op te doen, trokken beide broers een maand naar Siberië. De winterse geluiden verbonden aan deze geïsoleerde regio hebben hun sporen duidelijk nagelaten in het geluid van “Immersion trench reverie“, de plaat die hieruit volgde. Zo horen we in de ijl klinkende USBM van opener “Old alpine pang“, het begeesterende mid-tempo startende “Shrillness in the heated grass“, de titeltrack en het tien minuten durende “Jubilat” ondermeer Russische flat bells terug. Ruw, somber, desolaat en grauw beschrijven de black metal van het kwartet het best met “Velvet on the horns” als extreme uitschieter. Hoewel er enkel ruimte lijkt te zijn voor verschillende zwart- en grijsschakeringen wordt het einde van “Blue as blue” en “Shrillness in the heated grass” ingekleurd met harmonieuze gezangen van een vrouwenkoor dat in een Siberisch stadje opgenomen werd en in de titeltrack maakt het geblaf van wilde honden haar opwachting. Het zijn deze elementen en het gebruik van akoestische gitaarpassages die nog nét dat tikkeltje meer sfeer weten creëren en van “Immersion trench reverie” de beste Yellow Eyes-release tot op heden maken.

JOKKE: 83/100

Yellow Eyes – Immersion trench reverie (Gilead Media 2017)
1. Old alpine pang
2. Blue as blue
3. Shrillness in the heated grass
4. Velvet on the horns
5. Immersion trench reverie
6. Jubilat

Ash Borer – The irrepassable gate

Tijdens het gesprek dat ik eerder dit jaar met Michael Rekevics voerde, liet de trommelaar zich ontvallen dat er snel nieuw werk van het geniale Ash Borer zat aan te komen. Hij zit natuurlijk dicht bij de bron vermits hij samen met Kyle Morgan (Ash Borer’s zanger/gitarist) ook Vanum vormgeeft en nog een tijdje als live-sessie bassist fungeerde. In de periode 2010 tot 2013 werden we met de regelmaat van de klok op nieuw werk van de Amerikanen getrakteerd (zes releases in totaal), maar na het uitstekende “Bloodlands” moesten we drie jaar op onze honger blijven zitten. In tussentijd verschenen van genre- en bondgenoten Vanum, Vilkacis en Predatory Light natuurlijk ook de nodige knappe releases waar we onze tanden op kapot konden bijten. Maar toch is Ash Borer steeds mijn favorietje geweest binnen de atmosferische USBM-scene. De verwachtingen voor “The irrepassable gate” zijn met andere woorden hoog, torenhoog. En de twaalf minuten durende openingstrack waarbij een trage gitaarriff onderstuwd wordt door snelle drums – wat een knappe dynamiek oplevert-   lost deze meteen ook in. De overheersende lead guitar vervult haar rol als leidraad doorheen het nummer en wekt voortdurend ononderdrukbare emoties op. Niet alleen in dit openingsnummer maar ook in “Lacerated spirit” zit een soort onoverwinnelijk en triomfantelijk gevoel vervat dat door subtiel aangewende keys gecreëerd wordt. Het is tevens een grotendeels midtempo song waarop Ash Borer haar gekende sound verlaat en voorzichtig nieuwe paden betreedt – vooral in de eerste helft – want nadien krijgen we hun trademark snelle overrompelende atmosferische krachtpatserij terug te verwerken. “Grey marrow” is van begin tot eind op-en-top vintage Ash Borer met high pitched licks zoals we die ook kennen van Predatory Light, een andere band waar Kyle actief in is. Bassist R, die van een hele resem bands van het Vrasubatlat-label deel uitmaakt, neemt voor het eerst het gros van de vocalen op zich en kwijt zich goed van zijn taak. Ook met “Rotten firmament” consolideert Ash Borer haar vakmanschap als het aankomt op het schrijven van lang uitgerekte atmosferische black metal die geen seconde verveelt, maar je als luisteraar meermaals in vervoering brengt. Ongetwijfeld jaarlijstmateriaal!

JOKKE: 90/100

Ash Borer – The irrepassable gate (Profound Lore Records 2016)
1. The irrepassable gate
2. Lacerated spirit
3. Lustration I
4. Grey marrow
5. Rotten firmament
6. Lustration II

Predatory Light – Predatory Light

Vorig jaar verkoos ik “Death essence” van Predatory Light tot song van het jaar.  Na twee uitstekende releases (een demo en een split met Vorde) was het dan ook reikhalzend uitkijken naar het debuut van deze Amerikaanse band, die leden van Ash Borer, Vanum, Mania en tal van andere acts huisvestigt. Openingstrack “Laughing wound” laat meteen weer die snedige gitaarriffs en -sound horen, waarvoor ik deze band zo aanbid. Terwijl deze snijdende riffs in het verleden alle aandacht naar zich toe trokken, krijgt de ritmesectie nu ook wat meer adem- en speelruimte wat de afwisseling ten goede komt. “Lurid hand” en het schuimbekkende “Path of unbeing” zijn hier mooie voorbeelden van. Bovendien wordt de heftige black metal nu ook doorspekt met de nodige doom metal invloeden (check afsluiter “Born of the wrong blood”) zoals ook een band als Negative Plane deze aanpak hanteert en lijken de vocalen van L.S., die een puike prestatie neerzet, wat naar de death metal kant opgeschoven te zijn. Uit al deze stijlelementen heeft Predatory Light echter een unieke en herkenbare sound weten te kerven, die mijn hartslag in overdrive brengt. Bij elke track gaat mijn vuist de lucht in en roep ik dat dit het hoogtepunt van de plaat is. Om maar te zeggen dat Predatory Light de torenhoge kwaliteit eenenveertig minuten lang weet aan te houden. Wat zijn er dit jaar toch weer al een hoop knallers uit de USBM-scene voortgekomen zeg, met deze titelloze langspeler als absolute koploper. Voeg aan al dit lekkers nog puik artwork van Grady Gordon toe en we hebben hier een kanshebber op plaat van het jaar. Kom asjeblieft zo snel mogelijk onze contreien op, want dit maakt live slachtoffers!

JOKKE: 95/100

Predatory Light – Predatory Light (Psychic Violence Records/Invictus Productions 2016)
1. Laughing wound
2. Lurid hand
3. Path of unbeing
4. Membrane
5. Sacrum (Feral devotion)
6. Born of the wrong blood

Michael Rekevics – Prefereert eerlijkheid boven aanstellerij of pose

Een paar maanden  geleden ontmoette ik de Amerikaan Michael Rekevics in de Antwerpse Kavka toen hij op tour was met Yellow Eyes. Hoewel hij zijn identiteit niet verbergt achter een welluidend pseudoniem zoals Frost of Hellhammer, is hij toch een opmerkelijke drummer. Wat Michael van vele andere black metal drummers onderscheidt, is zijn ongetemde energie en rauwe, primaire en agressieve speelstijl. We vinden de Amerikaan op de drumkruk terug bij tal van USBM bands (Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes, Vanum, etc.), maar daarnaast is Michael ook een multi-instrumentalist, wat hij bewijst met zijn éénmansbands Sleepwalker en Vilkacis. Omdat interviews met zijn bands schaars zijn, leek het me de ideale gelegenheid om Michael eens wat vragen voor te schotelen omtrent al zijn bands en projecten. Daar hij zo’n bezige bij is, heeft het dan ook nog enkele maanden geduurd vooraleer zijn antwoorden in mijn mailbox terecht kwamen. (JOKKE)

michael1(c) Jack Crosbie

Hi Michael! Laten we van start gaan met Yellow Eyes, de in New York gevestigde black metal band, die je in de loop van vorig jaar vervoegde ter vervanging van drummer Jon Chamberlin. Je dook de studio in met de Skarstad broers wat resulteerde in de release van “Sick with bloom” (Gilead Media), meteen ook het hoogtepunt in de Yellow Eyes discografie. Hoe ben je bij de band terecht gekomen en hoe verlief de Europese tour?
Ik ben al geruime tijd bevriend met Yellow Eyes. Ze deelden regelmatig de affiche met Vorde, Vilkacis en Fell Voices waardoor een gemeenschappelijke band tussen ons ontstond op vlak van gevoel en benadering van kunst en muziek. We voelden ons een soort outsiders binnen de dominante metal “scene” en groeiden op een natuurlijke manier naar mekaar toe als samenwerkers. Toen Jon aankondigde dat hij naar Californië wou verhuizen, vroegen ze me initieel enkel om de drums in te spelen op “Sick with bloom“. Ik ging de uitdaging meteen aan, maar was me er ook wel degelijk van bewust dat mijn drumstijl in vrij groot contrast staat met de techniciteit van Jon zijn speelstijl. Tijdens het schrijf- en repeteerproces werd me echter duidelijk dat de Skarstad broers gretig waren om samen met mij te schrijven in plaats van me enkel als menselijke drummachine te gebruiken waardoor ik al snel een vast bandlid werd in plaats van een sessielid. Het daaropvolgende tourproces is immens positief verlopen, waardoor ik er enorm naar uitkijk om met hen aan nieuw materiaal te werken.

Je bent het meest gekend als drummer van Fell Voices. Na het wereldwijde succes van Wolves In The Throne Room, begon de zogenaamde Cascadian black metal stijl uit zijn voegen te barsten. Samen met Ash Borer, bracht Fell Voices meerdere fantastische releases uit voor zij die het graag iets rauwer hebben vergeleken met Wolves In The Throne Room. Het laatste Fell Voices album (“Regnum saturni“) dateert alweer uit 2013. Wat is de status van de band? Is er een nieuwe plaat op komst?
Vooraleer op je vraag te antwoorden toch even meegeven dat Fell Voices zich nooit profileerde als een “Cacscadian” black metal band. De term “Cascadian” verwijst naar een specifieke geografische regio die zich uitstrekt van het Noord-Westen van de Verenigde Staten tot de Zuid-Westelijke hoek van Canada. Wij zijn ontstaan in Santa Cruz (California), HONDERDEN kilometers verwijderd van zelfs de meest zuidelijke uitloop van de Cascadian bergketen. Fell Voices als “Cascadian” bestempelen zou hetzelfde zijn als een band van Amsterdam bestempelen als Iberische black metal band. Totaal absurd!
Dit terzijde is er inderdaad vooruitgang met het nieuwe album, zij het enorm traag. Het schrijfproces bij Fell Voices verloopt erg organisch en collectief en wordt gekenmerkt door herhaling, improvisatie en voortdurende herziening. Het is niet zo simpel als één persoon die al het materiaal schrijft en dit de anderen aanleert, zoals bij andere bands waarvan de bandleden ver uit mekaar wonen. Het feit dat ik aan de andere kant van de Verenigde Staten woon, gekoppeld aan alle niet muziekgerelateerde verplichtingen, maakt het moeilijk om met enige consistentie aan de nieuwe plaat te schrijven. Dat gezegd zijnde, is Fell Voices zeker niet gedaan voor mij. Het spelen bij deze band is absoluut uniek ten opzichte van alle andere projecten waarbij ik betrokken ben en ik denk dat we allemaal de intensie hebben ons collectieve werk verder te zetten, zelfs als het de nodige tijd zal vragen.

Ondanks de radiostilte van Fell Voices tijdens de afgelopen jaren, heb je je volgers wel nog weten plezieren met twee andere bands, zijnde Vilkacis, waarmee je het rauwe “The fever of war” uitbracht en Vanum, een samenwerking met Kyle Morgan (Ash Borer en Predatory Light), wat in 2015 resulteerde in de schitterende “Realm of sacrifice” plaat die uitkwam op Profound Lore. Hoewel beide bands als ruwe, doch atmosferische black metal omschreven kunnen worden, wou ik graag weten waar voor jou persoonlijk het verschil ligt tussen Vilkacis en Vanum. Vanwaar de drang om de Vilkacis plaat uit te brengen, daar er toch heel wat parallellen getrokken kunnen worden met het werk van Fell Voices?
Elk project waarin ik betrokken ben, is uniek omwille van de welbepaalde groep mensen die erin samenwerkt (of het ontbreken daarvan zoals bij Vilkacis). Hoewel er dus een zekere mate van sonische gelijkenissen te bespeuren valt, verschilt de chemie van elk van de projecten dus wat mij betreft. Daarenboven zijn zowel Vanum als Vilkacis vanuit compositorisch standpunt veel meer “song” gericht dan Fell Voices. Daar waar Fell Voices meer en meer richting een onverzettelijke minimalistische en pure krachtinspanning opschoof, gefocust op gevoel en hypnotiserend effect, gaan de twee andere, meer recentere projecten, eerder op zoek naar een grotere melodieuze en structurele dynamiek. Naarmate meer werk uitgebracht wordt door beide bands, zullen de verschillen in benadering en intentie volgens mij nog duidelijker worden. Vilkacis is van alle projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte, daar grotendeels gebonden aan een single-minded nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Vanum, echter, verkent meer en meer het potentieel van textuur en zowel ritmische als structurele variatie als verhalend en emotioneel element.

vilkacis-europa
(c) Invisible Oranges Instagram

Welk project beschouw je zelf als het meest dierbare? Ik kan veronderstellen dat – hoewel allemaal op de één of andere manier met elkaar verbonden – er een verschil in persoonlijke voldoening en ontwikkeling als muzikant bestaat, afhankelijk van het feit of je enkel als drummer actief bent en geen deel neemt aan het schrijfproces of wanneer je zelf voor alles verantwoordelijk bent in je éénmansbands? In welke projecten ben je actief bij het schrijfproces betrokken?
Ik kan niet zeggen dat één welbepaald project het belangrijkste voor mij is. Zoals eerder gezegd, reflecteert elke band een unieke relatie tussen mijzelf en de andere leden, waardoor elke samenwerking onderscheidend en waardevol is voor mijn creatief proces. Ik tracht actief bij te dragen tot het schrijfproces van elke band waar ik deel van uitmaak, waardoor elk project een aspect van mijn zelfexpressie reflecteert en een bewijs naar buiten draagt van mijn persoonlijke bijdrage.

Enkele van je bands hebben New York als uitvalsbasis, terwijl andere gesitueerd zijn in Californië. Waar woon jij en maken de afstanden het niet moeilijk om te reizen afhankelijk van de band waar je mee optreedt, opneemt of repeteert?
Ik woon sinds zes jaar in New York, maar ben oorspronkelijk afkomstig van Californië. Fell Voices ontstond in Santa Cruz (Californië) en mijn bandmakkers leven nog in die buurt. De live muzikanten van Vanum wonen allen verspreid over het westen van de Verenigde Staten. Hoewel het wel degelijk een dure en tijd consumerende bezigheid is om alle bands gaande te houden, is de connectie die ik met de andere individuen als vriend of muzikant heb uiteindelijk veel belangrijker dan gemakzucht of functionaliteit.

Een project dat zich enigszins onderscheid van de rest is Sleepwalker. Hoewel dikwijls omschreven als black metal met ambient en post-rock invloeden, zei je me dat je het zelf eerder als indie rock beschouwt. Na enkele draaibeurten van de vinyluitgave van je demo uit 2010 versta ik beter waarom je er dit label aan ophangt, vooral in het akoestische “Dead moon“. Welk doel had je voor ogen met het oprichten van Sleepwalker en welke invloeden zijn er merkbaar? Waarom beschouw je Sleepwalker als indie rock?
Het conceptueel begin van zowel Vilkacis en Sleepwalker gaat terug naar de Letse mythologie waaraan de bandnaam Vilkacis ontsproten is. De mythe van de vilkacis (letterlijke vertaling: “wolfsogen”), zoals ze mij verteld werd, handelt over een weerwolfachtige geest die uit de dromen van een sterfelijk individu ontstaat en gedurende de nacht een ravage aanricht om pas bij ochtenddauw terug te keren en te dematerialiseren in het onderbewustzijn van de dromer. Ik werd in het verhaal aangetrokken door zowel het ontbreken van fysische transformatie als de helende functie die het beest leek te hebben in het omgaan met psycho-spirituele onderdrukking. Er lag een zekere intelligentie en nuance in deze mythe die ik grotendeels vond ontbreken in de andere weerwolf mythologieën die ik voorhaan had gelezen. In 2007 werd deze mythe de centrale tekstuele en thematische focus voor mijn toenmalige nieuwe project Sleepwalker. Oorspronkelijk had ik de intentie om dit project Vilkacis te dopen, maar verkoos uiteindelijk een iets subtielere naam die beter pastte bij de sonische kwaliteiten waarmee ik aan het werk was: de droom die het beest voortbrengt eerder dan het beest an sich. De logica verder trekkend, omvat Vilkacis de andere kant van het spectrum: geheim, gewelddadig en onverzettelijk, zoals het beest zich manifesteert.
Muzikaal gezien vormen mijn invloeden voor Sleepwalker voornamelijk de noise rock acts uit de late jaren ’80 zoals Sonic Youth en My Bloody Valentine ten tijde van “Isn’t anything“. Dat gezegd zijnde, vonden de atmosfeer en kracht van black metal onvermijdelijk ook hun weg naar het geheel. Ik denk dat ik ultiem op zoek was naar een soort van niet-idiomatische vrijheid die het black metal label niet noodzakelijk toelaat, vandaar de deels als grap bedoelde “indie rock” omschrijving. Ik erken en respecteer dat er een soort van code in black metal bestaat en dat een zuiverheid qua visie en doel daar belangrijk voor is. Ik wou niet lichtvoetig of onrespectvol omgaan met het genre en haar traditie waar ik een enorm respect voor heb. Ik denk dat dat een veel voorkomend probleem is bij tal van hedendaagse bands: de onmogelijkheid om zich te differentiëren tussen invloeden en de daadwerkelijke hechting aan een genre en traditie.

Ik kom niet dikwijls bij muziek uit die door sommigen als black metal omschreven wordt en door anderen als indie rock, wat het interessant maakt, omdat de meeste mensen muziek graag in hokjes onderbrengen. Bands zoals een Watain of een Marduk zien black metal gerelateerd aan duivelaanbidding. Vermits ik geen satanische referenties terug vind in je muziek – behalve misschien bij Vorde, wiens teksten handelen over occulte en gnostische onderwerpen – vroeg ik me af wat black metal voor jou betekent en welke definitie jij aan dit genre geeft? Naar welke niet-metal gerelateerde muziek luister je verder nogal?
Zonder overdrijven, staat black metal voor spirituele oorlog. De generieke kenmerken van metal zijn uiteindelijk van weinig belang voor mij. Wat mij aanspreekt en interesseer is de ecstatische spirituele traditie die veel van wat zich als black metal identificeert, onderbouwt: een traditie die de moderne idiomatische opvatting van “metal” voorafgaat, één die voor mij meer resoneert met de “Chöd“-rituelen van de boeddhistische en “Bön“-tradities of het “Sama“-ritueel van het soefisme. Het doorsnijden van het ego om tot een meer zuivere destillatie van je eigen geest te komen. Diezelfde zienswijze kan eveneens aangeboord en benaderd worden vanuit de perspectieven van satanisme of heidendom, persoonlijke esoterische oefeningen enzovoort.
Wat mijn non-metal muzikale smaak betreft, ben ik vooral geïnteresseerd in pure en onvolprezen expressie, wat zich in verscheidene vormen manifesteert. Ik probeer mezelf en mijn interesses niet te beperken tot het ghetto van deze homogene subcultuur. Het filosoferen even daar gelaten, is de muziek van Phil Lynott, Greg Sage en John Coltrane doorheen de jaren van grote betekenis voor mij geweest.

Tijdens mijn roadtrip door Noorwegen van vorig jaar werd me duidelijk waarom Noorse black metal bands inspiratie halen uit de natuur en de koude winters en iconische albumhoezen regelmatig gelijk staan aan gecorpsepainte individuen die in donkere bossen poseren. Hetzelfde geldt voor punk en hardcore bands die in een urbane/industriële omgeving opgroeien en bijvoorbeeld met graffiti bekladde muren als achtergrond voor bandfoto’s gebruiken. Waar haal jij – als black metal muzikant – inspiratie uit?
Mijn inspiratie komt voornamelijk eerder vanuit een innerlijke zoektocht dan van invloeden van buitenaf, hoewel je omgeving onvermijdelijk een zekere impact op je heeft. Hoewel het niet iets is dat ik toen perse probeerde vast te leggen, kan ik er niet omheen dat ik de invloed en aanwezigheid van de regenachtige en dichte mist van de kust in Santa Cruz, waar ik leefde, terug voel en hoor als ik naar de platen van Fell Voices en Sleepwalker luister. Dat gezegd zijnde voel ik uiteindelijk niet dat mijn locatie zo’n enorme impact heeft op wat ik tegenwoordig creëer. Ik woon nu in New York City en ik zou mijn huidige projecten nu niet meteen als “stads” of “industrieel” omschrijven.

Het lijkt me duidelijk dat je het grootste deel van je tijd muzikaal gezien op je drumstoel doorbrengt, hoewel je ook gitaar en basgitaar speelt. Beschouw je jezelf voornamelijk een drummer of eerder een multi-instrumentalist? Op welke leeftijd besloot je te beginnen met drummen en welk parcours heb je sindsdien afgelegd? Wie zijn je voornaamste inspiratiebronnen als drummer en wat trekt je zo aan in dit instrument?
Ik speelde eigenlijk al veel langer gitaar alvorens ik met drummen begon, maar uiteindelijk bespeelde ik beide instrumenten reeds als kind. Ik denk dat wat me toen aantrok tot drummen nog steeds datgene is waarom ik ook nu nog zo van het instrument hou: het fysische aspect ervan. Ik apprecieer de onverwijlde natuur van ritme. Het gebrek aan bemiddeling tussen de ideeën van woede en razernij en de heel echte fysische manifestatie van die idee. Er ligt een zuiverheid qua expressie in drummen.

Ik heb je twee keer live als drummer bezig gezien. De eerste keer was tijdens de tour van Fell Voices met Ash Borer in Ancienne Belgique en de tweede keer was tijdens de Europese Yellow Eyes tour. Hoewel muziek niet als een wedstrijd beschouwd dient te worden, prefereer ik Ash Borer op plaat iets boven Fell Voices, hoewel jullie live set ongemeen intens was en die van jullie vrienden oversteeg. Tot op de dag van vandaag heb ik nog nooit een drummer zo intens aan het werk gezien. Niet alleen was je voortdurend als een gek over je drums aan het rossen, je was tegelijkertijd ook je longen uit je lijf aan het screamen – zonder gebruik van een microfoon – waarbij de primaire screams zelfs nog boven de muzikale razernij uitkwamen en me perplex deden staan. Wat me zo in je drumstijl aanspreekt is dat je niet lijkt te drummen met je verstand maar met je hele lijf, wat duidelijk werd bij het aanschouwen van je spieren en lichaam die duidelijk afzagen tijdens de intense snelheid waarmee je aan het performen was.
Mijn manier van drummen is simpelweg een verlenging van wat ik onder black metal versta: black metal IS oorlog! Als het geen pijn doet, doe ik het niet goed. Voor mij is dat gevoel van totale toewijding en opgave absoluut noodzakelijk om me in die staat te krijgen die ik wil bereiken.

michael2(c) Stefan Raduta

Tijdens je Yellow Eyes set merkte ik op dat je misschien niet de meest metronoomvaste drummer in de scene bent – wat ook niet perse altijd noodzakelijk is – maar dit is op een bepaalde manier charmant en het past goed bij de ruwe en ongetemde muziek van zowel Fell Voices als Yellow Eyes. In vergelijk met vele death metal muzikanten die dikwijls onafgebroken staan te headbangen of over het podium hossen, beweegt het merendeel van de black metal muzikanten amper wanneer ze live optreden, en lijken ze zich daarbij eerder te focussen op foutloos spelen dan in hun optreden op te gaan. Bij Yellow Eyes zouden jij en je drumstel vooraan op het podium moeten staan want terwijl de anderen vrij passief optreden, vraag en ontketen jij de meeste energie binnen de band. Vind je het in zekere zin niet spijtig dat de andere bandleden niet zo veel energie lijken te geven als jijzelf?
Ik speel met veel kracht omdat dat de manier is waarop ik moet spelen. Ik hoef of verlang hetzelfde niet van anderen. Bij black metal ga ik eerder op zoek naar focus en intentie dan naar energie. Ik ben niet noodzakelijk geïnteresseerd in entertainment of rock ’n roll capriolen op het podium. Als gevolg hiervan ben ik dus niet teleurgesteld in het gebrek aan energie bij mijn bandmaten of hun niet-verbondenheid met het publiek. Ik prefereer eerlijkheid boven aanstellerij of pose.

Het moge duidelijk zijn dat je niet kan leven zonder muziek. Naast alle reeds eerder besproken bands, maakt Metal Archives nog vermelding van tal van andere – al dan niet nog bestaande – projecten zoals Astron Argon, Demencia, Mohoram Atta, Resin Hits en Skeleton Closet. Wat kan je hierover kwijt? Waar ben je momenteel nog zoal mee bezig?
Ik speel reeds vijftien jaar lang live met allerhande bands, waarvan een groot deel het vermelden niet waard is. Momenteel ben ik erg druk bezig met allerhande zaken. Ik heb juist het nieuwe Vilkacis album “Beyond the mortal gate” afgewerkt dat in de herfst zal uitkomen via Psychic Violence. Ruin Lust heeft het opnemen van een nieuwe plaat bijna afgewerkt. Vanum staat op het punt aan een nieuw album te beginnen. Vorde is intensief bezig geweest met het schrijven van een nieuwe langspeler. En Yellow Eyes heeft de bedoeling om zich aan nieuw materiaal te zetten zodra de korte US tour, die momenteel bezig is, achter de rug is. Buiten black metal, heb ik me de laatste jaren ook bezig gehouden met een project genaamd Grey Hell, wat een beetje een terugkeer naar mijn punk roots inhoudt. Verwacht enkele demo’s van dit project in de nabije toekomst!  

Bedankt voor het interview!
Jij bedankt! De interesse in mijn bands en projecten wordt oprecht gewaardeerd.

 

Iskandr – Heilig land

Niet alleen het noodweer van de voorbije weken creëerde modderstromen waar het moeilijk aan ontkomen was. Ook de zwartmetalen maalstroom die zich van bij onze noorderburen een weg baant doorheen de Lage Landen, maakt de nodige slachtoffers. Zandzakjes zijn niet opgewassen tegen deze – als het ware – NWODBM. In de diepste krochten van hun enerzijds vruchtbare, anderzijds verrotte ondergrond schuilt het Haeresis Noviomagi label dat in alle obscuriteit enkele interessante titels op cassette – zij het in sterk gelimiteerde oplages – uitbrengt. Eén van de vier individuen achter het label en enkele van hun releases is meneer O, die opduikt bij onder andere Galg, Lubbert Das en Turia en nu met Iskandr opnieuw zwaar geschut op ons afvuurt. De term “iskandr” verwijst immers naar een Russische ballistische raket, hoewel het eveneens de Oosterse naamgeving voor Alexander De Grote is. Daar ik geen oorlogsverheerlijking bespeur, maar de vier songs handelen over donkere middeleeuwse atmosferen, een melancholisch verlangen en vorstelijke triomfen, lijkt de tweede verklaring voor de bandnaam aannemelijker. De veertig minuten die “Heilig land” opeisen zijn er waarbij je bevangen wordt in een bedwelmend net van zich traag voortslepende doomy black metal met suïcidale screams en repetitieve snellere uitbarstingen. Wanneer de voet op het gaspedaal gaat, loeren Ash Borer en Fell Voices doorheen het donkere struikgewas en wijkt het totaalplaatje amper een duimbreed af van het lichtjes fenomenale Turia. Begin nu niet te zeurenpieten over wat dan het bestaansrecht van Iskandr kan zijn, want de meerwaarde van deze laatste vinden we voornamelijk terug in de afwisseling tussen de repetitieve knuppeltranscendentie en het tragere doomy werk. De akkoordenprogressies in “Galgenveld” zijn van Oost-Europese inslag en dan voornamelijk Oekraïne, want de geest van grootmeesters Drudkh waart overduidelijk rond over deze afschrikwekkende executiepleinen. In de claustrofobische waanzin die we te verwerken krijgen, slaagt de basgitaar er toch in om de aandacht op te eisen. Voornamelijk in “Bottendael” zorgen de trage maar lage baspulsen voor een doomdenderende puls. De aftrap van “Wolfskuil” bevat dan weer die huiveringwekkende grandeur die een Fell Voices, Ash Borer of Vanum ook weten op te wekken met hun ijskoude riffwerk. Iskandr levert met “Heilig land” opnieuw een schot in de zwarte roos af en verdient het om bij meer dan vijfenvijftig gelukkige bezitters van een cassettedek terecht te komen.

JOKKE: 83/100

Iskandr – Heilig land (Haeresis Noviomagi 2016)
1. Berg en dal
2. Galgenveld
3. Bottendael
4. Wolfskuil

 

Yellow Eyes – Sick with bloom

Sick with bloom“, de derde langspeler van het New Yorkse Yellow Eyes werd eind vorig jaar op de mensheid losgelaten, maar verscheen enkele dagen geleden pas voor het eerst op mijn radar. Deze Amerikanen kan je best als een bedrijvige band bestempelen, want met zes releases (waarvan de helft langspelers) op drie jaar tijd, hou je er een heus werktempo op na. Voor de release van de nieuwe plaat verkaste de band van Sibir Records naar het toonaangevende Gilead Media (voor de vinylrelease althans; de tape verschijnt nog wel bij hun vorige broodheer, wat een groot woord is voor dit type underground band). Nu moet ik toegeven dat Yellow Eyes niet bovenaan mijn favoriete USBM-bands staat, destemeer door de soms chaotisch hyperkinetische manier van riffs schrijven. Hoewel ze hun stijl niet drastisch door de mangel gehaald hebben en de riffs nog in beperkte mate een enerverend karakter hebben, doet “Sick with bloom” mijn hart met momenten wel sneller slaan. Op de drumkruk werd een (tijdelijke?) position-switch doorgevoerd waardoor Michael Rekevics de drumstokken nu hanteert. Nagenoeg elke band waarbij deze man zijn ziel uit zijn lijf mept, staat bij mij hoog aangeschreven (Fell Voices, Vilkacis, Vanum, Ash Borer, Vorde, …), hoewel zijn bassdrums hier wat aan de doffe kant zijn. De zes tracks staan bol van wervelende meestal up-tempo – rustpuntjes worden de luisteraar amper gegund – black metal die baadt in een sombere en weemoedige atmosfeer en op tijd-en-stond opgefleurd wordt met de nodige natuurelementen. U wilt een luistertip? Dan ga ik voor het verstikkende en bleke “Fallen snag“. Volgende week zondag staat de band op de planken  in de Antwerpse Kavka. Dat gaat wat geven!

JOKKE: 80/100

Yellow Eyes – Sick with bloom (Gilead Media 2016)
1. Sick with bloom
2. Streaming from the undergrowth
3. What filters through the copper stain
4. Mangrove, the preserver
5. Fallen snag
6. Ice in the spring